CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Brief aan dhr Verheul - vragen mbt bestemming Cranenburgsestraat 116g (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 21 oktober 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: In handen van het college stellen voor afdoening1.702 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Groesbeek, 13 september 2021

Geachte heer Verheul, Op 13 augustus 2021 ontvingen slechts 8 van onze buurtbewoners een brief van de heer Blijlevens, gedateerd 3 augustus 2021 (zie bijlage 1) waarin hij ons mededeelde dat zijn woning aan de Cranenburgsestraat 116g in gebruik zal worden genomen door een woonvereniging waar bewoners gehuisvest zullen worden die behoefte hebben aan dagelijkse ambulante ondersteuning. Het Leger des Heils zal die dagelijkse verzorging en begeleiding voor zijn rekening nemen. Dit bericht verraste ons, omdat de invulling een geheel andere is dan wij uit alle officiele documenten hadden kunnen verwachten. Inmiddels hebben wij contact gehad met uw collega mevrouw Van der Schreur en met een medewerker van het Leger des Heils. Onze zorgen zijn daardoor eerder toe- dan afgenomen en wij blijven met veel vragen zitten. Gezien uw verantwoordelijkheid in dit dossier wenden wij ons tot u. 1. Het bestemmingsplan: Conform bestemmingsplan geldt voor dit perceel de bestemming wonen. Uit de definiëring blijkt dat het hier gaat om woonhuizen geschikt en bestemd voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, waarbij naast de woonfunctie als enige activiteit is toegestaan onder bepaalde voorwaarden beperkte bedrijvigheid te ontwikkelen.

Als we deze definitie vergelijken met die in het bestemmingsplan voor de woonpanden van Pluryn aan de Cranenburgsestraat en Van Nispenstraat en die van Mariëndaal, dan bestaat er een duidelijk verschil. Deze panden hebben de bestemming bijzondere woondoeleinden, een vorm van al dan niet zelfstandig wonen dat -in ieder geval functioneel- gekoppeld is aan een instelling van maatschappelijke zorgverlening en/of verpleging. Op de Cranenburgsestraat 116g is de bestemming wonen van toepassing, maar zoals nu blijkt wordt het pand feitelijk ingericht conform de bestemming bijzondere woondoeleinden. In dit geval is de zorgverlening en de verpleging (functioneel) gekoppeld aan het Leger des Heils. Uit de gesprekken die wij met het Leger des Heils hebben gehad, is gebleken dat men uit privacyoverwegingen niet kan zeggen welke bewoners men voornemens is in het pand te plaatsen, noch welke zorgzwaarte deze bewoners hebben, maar dat er vooralsnog sprake is van 30-plussers met een psychische aandoening.

Wij denken dat de gemeente niet voor niets een onderscheid maakt tussen de verschillende functies in de bestemmingsplannen. Immers door de bestemming bijzondere woondoeleinden is het duidelijk op welke plaatsen in de gemeente mensen onder begeleiding wonen en kunnen daar de voorzieningen en het eventuele extra toezicht (in het kader van veiligheid) op worden ingericht. In het geval de gemeente nu toestaat dat in een woonhuis met een duidelijk ándere bestemming de huisvesting van (psychiatrische) patiënten plaatsvindt, zet men feitelijk de deur open voor organisaties als het Leger des Heils om in elk woonhuis in elke willekeurige buurt mensen met welke zorgvraag (en zorgzwaarte) dan ook te huisvesten. Graag krijgen wij antwoord op de volgende vragen: a. Staat de gemeente het toe dat in een pand met de bestemming wonen ook invulling gegeven kan worden aan een functie bijzondere woondoeleinden? 1/4

b. Vindt u het niet misleidend voor buurtbewoners als in bestemmingsplannen verschillende definities worden gebruikt, terwijl er in de praktijk geen verschil wordt gemaakt in de invulling van die functies? c. Burgers in onze gemeente kunnen bij de bestemmingsplanprocedures kennisnemen van de plannen en daar bezwaren tegen maken. Welke rechtszekerheid geeft u aan burgers als zij niet kunnen vertrouwen op de informatie die in bestemmingsplanprocedures wordt verstrekt? 2. De aanvrager van de vergunning: In het kader van de privacywetgeving kunnen wij niet vaststellen wie de aanvraag van de bouwvergunning heeft gedaan. Uit alle gegevens kunnen we echter wel opmaken dat dit de heer Blijlevens uit Nijmegen betreft, maar het is niet duidelijk of de aanvraag op persoonlijke titel of vanuit zijn bedrijf FOSTER’s Healthy Homes BV heeft plaatsgevonden. Uit de aanvraag onder aanvraagnummer 4974393 d.d. 26 februari 2020 blijkt in ieder geval dat er sprake is van een aanvraag voor de bouw van een woonhuis. Daarbij wordt door de aanvrager aangegeven dat de woning wordt gebouwd voor de functie van eigen bewoning. De opties zorgwoning of anders zijn nadrukkelijk NIET aangekruist (zie bijlage 2). De vraag of de aanvrager na voltooiing van de werkzaamheden bewoner van het bouwwerk is, is met JA beantwoord.

Op grond daarvan mag je ervan uitgaan dat de heer Blijlevens een huis voor zichzelf (en zijn gezin) zou gaan bouwen. Uit de brief die wij van de heer Blijlevens ontvingen, de website die hij online heeft gezet en ook de uitspraken die hij hier zelf over heeft gedaan, blijkt dat deze informatie niet juist is. Op de website https://villacranenburgh.nl/ lezen wij dat Villa Cranenburgh (het huis aan Cranenburgsestraat 116g) een initiatief is van FOSTER’s Healthy Homes BV. Dit bedrijf uit Arnhem staat bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als Algemene burgerlijke en utiliteitsbouw, bouwer van energieneutrale woningen en de heer Blijlevens (de zogenaamde toekomstige bewoner van het pand aan de Cranenburgsestraat) is algemeen directeur van deze BV. Op het adres van FOSTER’s Healthy Homes BV in Arnhem zijn overigens meerdere bedrijven en stichtingen gevestigd. De Stichting Felix Vita bijvoorbeeld heeft de functies: Thuiszorg, Categorale ziekenhuizen en Maatschappelijke opvang met overnachting. Van deze stichting is een direct familielid van de heer Blijlevens bestuurder. Maar dat terzijde. Uit de site blijkt dat het woonhuis een beleggingsobject is en dat investeerders worden uitgenodigd om instapklaar (te) investeren in een duurzaam woonproject. Ook is er sprake van een duidelijk verdienmodel, namelijk de verhuur aan een woonvereniging.

Over die woonvereniging is geen enkele informatie te vinden. Wel staat de in zijn brief door de heer Blijlevens genoemde Stichting Woonclub ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Deze stichting is gevestigd in Nijmegen op het adres waar ook weer meerdere bedrijven gevestigd zijn; bedrijven die eigendom zijn van directe familieleden van de heer Blijlevens en onder andere actief in de sociaal pedagogische hulpverlening. De stichting heeft één bestuurder, wederom de heer Blijlevens.

2/4

Uit alle informatie kan opgemaakt worden dat het de bedoeling is middels een Ubocht via deze zogenaamde woonvereniging de schijn van één afzonderlijk huishouden te creëren, terwijl de toekomstige bewoners voor de inwoning afzonderlijk gaan betalen. Het is geen gewoon woonhuis met één afzonderlijk huishouden zoals in het bestemmingsplan bedoeld en in de vergunningaanvraag omschreven, maar een bouwproject waar investeerders instapklaar kunnen instappen, oftewel zoals het op de website staat: het is een maatschappelijk verantwoorde investering met een solvabele huurder. En de potentiële investeerder staat niets in de weg want de bouwkavel is reeds in eigendom en de omgevingsvergunning is verleend. En: de huuropbrengst en de aankoopsom zijn op aanvraag beschikbaar. Wie geld wil investeren, kan contact opnemen. Of is het nog te koop? Het spandoek hangt immers vanaf de start van de bouw al aan de bouwhekken. (zie bijlage 3) Wij kunnen geen andere conclusie trekken dan dat de heer Blijlevens niet meer en niet minder is dan een projectontwikkelaar die achter allerlei rookgordijnen een pand ontwikkelt waarvan de functie niet past binnen het bestemmingsplan en dat hij aan de beste bieder wil verkopen.

Wij kunnen ons ook niet aan de indruk onttrekken dat de aanvrager van de vergunning (willens en wetens) essentiële informatie heeft achtergehouden en duidelijk andere doelen voor ogen had toen hij verklaarde dat hij zélf in het pand zou gaan wonen. Daarom krijgen wij graag antwoord op de volgende vragen: d. Is de gemeente met ons van mening dat de aanvraag van de bouwvergunning misleidende informatie bevat en dat hier geen sprake is van een bewoner die een huis voor eigen bewoning wilde bouwen? e. Zijn er naast de aanvraag van de vergunning andere documenten waaruit zou kunnen worden opgemaakt dat er een wijziging van de situatie heeft plaatsgevonden en zo ja, wat heeft de gemeente daarmee gedaan? f. Het bedrijf FOSTER’s Healthy Homes BV te Arnhem heeft blijkens de jaarcijfers van 2019 een negatief eigen vermogen van € 54.408,-. Los van alle onvolkomenheden in de aanvraag van de bouwvergunning vragen wij ons af of de gemeente een screening heeft uitgevoerd in het kader van de wet Bibob. Wij horen graag of een dergelijke toetsing heeft plaatsgevonden en wat het resultaat daarvan was. 3. De functie van de woning Mensen die een huis voor zichzelf bouwen maken doorgaans geen website waar zij alle informatie van hun huis online zetten.

Dat gebeurt hier wel en daar is, zoals hierboven al is gebleken, ook een reden voor: Het pand wordt niet ontwikkeld voor eigen gebruik, maar moet in de markt gezet worden. Het pand is zo opgezet dat elke toekomstige bewoner een eigen kamer heeft met privé sanitair en gezamenlijk gebruik kan maken van de keuken en de huiskamer. Gezien deze opzet kun je niet anders dan concluderen dat hier sprake is van kamerbewoning. Volgens ons gelden hier heel andere bouwtechnische normen voor dan bij een ‘normaal’ woonhuis van toepassing zijn (denk aan nooduitgangen, brandvoorzieningen, buitentrappen etc.). Eerder refereerden wij al aan de U-bocht constructie, waarmee het pand aan een zogenaamde woonvereniging wordt verhuurd. Immers de bewoners worden vertegenwoordigd door één onafhankelijke derde die optreedt als gesprekspartner voor de verhuurder (investeerder). Door de individuele huurders in die zogenaamde woonvereniging onder te brengen, wordt niet alleen de schijn van één huishouden gecreëerd, maar worden ook wetten en regels omzeild die voor kamerbewoning van toepassing zijn. 3/4

Graag ontvangen wij antwoord op de volgende vragen: g. Is het de gemeente bekend dat het pand in de markt wordt gezet waar willekeurige bewoners met een zorgvraag kunnen worden ondergebracht en dat er feitelijk sprake is van kamerbewoning? h. Voldoet het pand aan alle vergunningen en voorwaarden om bewoners op deze wijze te huisvesten en op grond van welke gegevens past deze functie dan in het bestemmingsplan? Wij verzoeken u onze vragen concreet en met een duidelijke toelichting te beantwoorden. Wij hopen dat de gemeente daar waar nodig ingrijpt in dit proces en het niet toestaat dat de woning voor andere doeleinden wordt gebruikt dan waar deze voor bedoeld is, zodat wij geen nadere (gerechtelijke) stappen hoeven te ondernemen. Wij horen graag op korte termijn van u. Voor de goede orde melden wij dat een afschrift van deze brief wordt verzonden aan de gemeenteraad. In afwachting van uw reactie, met vriendelijke groet,

Bijlagen: 1 – Brief kennisgeving vestiging woongroep 2 – Publiceerbare aanvraag nr. 4974393 3 – Foto Cranenburgsestraat 116g

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10571156/1