Zienswijzennota Ontwerpbestemmingsplan Catharinastraat Wellerlooi (1)
Tekst van het document
Zienswijzennota
Ontwerp-bestemmingsplan ‘Catharinastraat, Wellerlooi’
1 Inleiding Deze nota bevat de reactie op de binnengekomen zienswijzen naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ‘Catharinastraat Wellerlooi’ met het identificatienummer NL.IMRO.0893.BP23023RI25WLI-ON01. Het bestemmingsplan ‘Catharinastraat Wellerlooi’ heeft ter visie gelegen vanaf 21 december 2023 voor een periode van zes weken. Tijdens de inzagetermijn heeft eenieder het recht een schriftelijke of mondelinge zienswijze in te dienen bij de gemeenteraad. Normaal gesproken wordt een zienswijze beantwoord bij vaststelling van betreffende plan. In deze situatie is er voor gekozen om tussentijds om te schakelen naar een andere ruimtelijke procedure, namelijk de BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Dat betekent formeel dat het plan nu niet wordt vastgesteld en er ook geen direct antwoord komt op uw zienswijze, maar direct wordt overgeschakeld naar de mogelijkheid van bezwaar en beroep. Echter vinden wij het niet meer dan zorgvuldig om toch inhoudelijk antwoord te geven op uw zienswijze voordat de periode van het indienen van bezwaar en beroep ingaat. Bijgaand treft u de zienswijzennota aan met een antwoord op uw zienswijze. Daarin kan u zien of u zienswijze al dan niet heeft geleid tot een wijziging van het plan.
Op die manier kunt u alsnog afwegen of het antwoord op de zienswijze voldoet of dat u aanleiding ziet om bezwaar en beroep in te dienen. Zodra het besluit op de BOPA is genomen, wordt u hiervan persoonlijk op de hoogte gesteld.
In deze nota wordt ingegaan op de ingediende zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Er zijn drie zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn binnen de daartoe gestelde termijn naar de gemeente verzonden zijn dus ontvankelijk. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de ingediende zienswijzen. De zienswijzen zijn hierin beknopt en zakelijk weergegeven. Voor zover bij de samenvatting van de zienswijzen onderdelen van de betreffende reacties niet of niet geheel worden genoemd, betekent dit niet dat deze buiten beschouwing zijn gebleven. De zienswijzen zijn als geheel beoordeeld. De reacties worden samengevat weergegeven en voorzien van een gemeentelijke reactie. Daarbij is steeds aangegeven in welke mate de opmerkingen leiden tot aanpassingen in het vast te stellen bestemmingsplan. Tenslotte, volgt in hoofdstuk 3 een toelichting over de vervolgprocedure.
2 Zienswijzen Tegen het ontwerpbestemmingsplan ‘Catharinastraat Wellerlooi’ dat ter inzage heeft gelegen vanaf 21 december 2023 tot en met 1 februari 2024 zijn drie schriftelijke zienswijzen binnengekomen. De persoonsgegevens van de indieners van de zienswijzen (hierna: reclamant) zijn geanonimiseerd verwerkt in dit rapport, in verband houdende met de bescherming van de privacy van de gegevens op internet. 1. XXX (reclamant 1), ingekomen op 24 januari 2024; 2. XXX (reclamant 2), ingekomen op 29 januari 2024; 3. XXX (reclamant 3), ingekomen op 29 januari 2024.
Zienswijze 1 Ontvankelijkheid De schriftelijke zienswijze is op 24 januari 2024 tijdig ontvangen, binnen de gestelde termijn. De zienswijze is inhoudelijke onderbouwd en voldoet aan de gestelde eisen. De zienswijze is ontvankelijk.
Zienswijze Reclamant heeft de volgende drie bedenkingen op het ontwerpbestemmingsplan. 1: Als eerste geeft reclamant aan dat de ontsluitingsweg naar hun woning midden door het projectgebied loopt. Reclamant geeft aan dat ze de woning gedurende het hele jaar gebruiken en verhuren als vakantiewoning. In het verleden heeft reclamant gemerkt dat de ontsluitingsweg gebruikt wordt bij bouwwerkzaamheden en hierdoor is de weg beschadigd geraakt. Het is van belang voor reclamant dat de ontsluitingsweg een vrije doorgang blijft voor een vrije en veilige toegang tot de woning. Zij stelt gedurende sloop- en bouwwerkzaamheden geen toegang te willen verlenen aan de ontsluitingsweg. Er moet sprake zijn van een deugdelijke afscheiding tussen hun woning en de werkzaamheden. 2: Als tweede geeft reclamant aan dat zij denkt veel overlast te hebben tijdens de werkzaamheden tijdens de sloop en de bouw. Zij stelt met de vorige eigenaar van de locatie een afspraak te hebben waaruit voortkwam dat de sloop tijdig gemeld zou worden en dat de eventuele schade vergoed zal worden, mochten zij niet kunnen verhuren door de overlast. 3: Als laatste geeft reclamant aan dat er op hun terrein enkele kleine weilandjes aanwezig zijn waarop paarden lopen. Een van deze weilanden grenst aan het huidige gebouw van Taste & Go. Ook zijn hierop enkele paardenboxen aanwezig.
Zij vreest dat er een risico bestaat dat het toekomstige project overlast kan ervaren van de paarden. Zij willen om toekomstig conflict te vermijden een overeenkomst waaruit voortvloeit dat de aanwezigheid van alle dieren op hun perceel is toegestaan.
Reactie Ad 1. Het ontsluitingspad betreft een privéweg en is dus niet openbaar. Uiteraard zullen de eigendommen en gebruiksmogelijkheden van het perceel van reclamant worden gerespecteerd en zal het ontsluitingspad te allen tijde toegankelijk blijven en niet deze zal niet worden gebruikt voor werkzaamheden verband houdende met het project. Het ontsluitingspad behoort ook niet tot het plangebied en het bestemmingsplan ziet ook niet op het uitwegen op dit pad, zodat er niet gevreesd hoeft te worden voor belemmeringen op of beschadigingen aan het pad.
Ad 2. Het is van belang dat de eigendommen en gebruiksmogelijkheden van reclamant (en overige aangrenzende grondeigenaren) gerespecteerd worden. Dat zal initiatiefnemer ook zeker doen. Het is ook mogelijk om reclamant via persoonlijk contact te informeren over wanneer bepaalde werkzaamheden uitgevoerd zullen worden, zodat reclamant hiermee bekend is. Ook indien om enige onvoorziene reden het kortdurende gebruik van het ontsluitingspad aan de orde zou zijn, zal dit niet eerder plaatsvinden dan nadat toestemming hiervoor is verkregen van reclamant. Het overeenkomen van een vergoeding voor de schade indien de vakantiewoning niet verhuurd kan worden als gevolg van het belemmeren van de doorgang, is niet aan de orde omdat deze situatie zich niet gaat voordoen. Er zal rekening worden gehouden met de ontsluitingsweg, zodat de gasten van de vakantiewoning ook veilig en vrij in- en uit kunnen rijden. Verder zit er circa 55 m tussen het plangebied en de vakantiewoning. Hierdoor zal de overlast beperkt blijven en behoren tot normaal risico. Op het gebruik van gronden van derden (waaronder reclamant) ten behoeve van bouw- of onderhoudswerkzaamheden is het civiele recht van toepassing; dit geldt tevens voor het veroorzaken van schade aan eigendommen van derden.
Ad 3. De paardenbox staat op ongeveer 45 m van het plangebied. Achter de paardenbox is er een kleine wei voor de paarden. Ook gaat het maar om enkele, hobbymatig gehouden paarden (en/of ander kleinvee). Bij het hobbymatig houden van dieren en/of enkele stuks kleinvee in relatie tot de onderlinge afstand tot het plangebied, behoeft er geen sprake te zijn van onaanvaardbare overlast.
Het bestemmingsplan hoeft als gevolg van deze zienswijze niet gewijzigd te worden vastgesteld.
Zienswijze 2 Ontvankelijkheid De schriftelijke zienswijze is op 29 januari 2024 tijdig ontvangen, binnen de gestelde termijn. De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd en voldoet aan de gestelde eisen. De zienswijze is ontvankelijk.
Zienswijze Reclamant informeert dat op grond van de kaarten behorende bij het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Beleidsregels grote rivieren het projectgebied gelegen is in het (waterbergend deel van het) rivierbed (aan de Maas). Hij stelt dat voor het deel van het projectgebied, waar de twee-onder-een-kappers en de vrijstaande woning zijn voorzien, de vergunningplicht of meldingsplicht gelden op grond van de Waterwet. Het gebied waar de gestapelde woningbouw is voorzien, is op grond van artikel 6.16 van het Waterbesluit vrijgesteld van de vergunningsplicht in het kader van de Waterwet voor het gebruik van rijkswaterstaatwerken. Hij stelt bovendien dat volgens artikel 2.4 van het Barro dient te worden vastgelegd hoe de afname van het bergend vermogen wordt gecompenseerd. In het plan is een waterbergingsopgave van 590 m3 bepaald. Het perceel kadastraal bekend als gemeente Bergen sectie S nummer 748 is hierin aangewezen als locatie voor de compensatieopgave. Het aangewezen compensatieperceel is gelegen in het stroomvoerend deel van het rivierbed. Rivierkundig wordt deze locatie niet als toereikend beschouwd. De compensatie dient op basis van het
rivierkundig beoordelingskader te worden gevonden op basis van het volumen en op hetzelfde hoogteniveau van de activiteit binnen het bergende gebied van het rivierbed. Er kan daarnaast volgens reclamant niet worden bepaald of de berekening correct is uitgevoerd. Er moet ook rekening gehouden worden met aanlegactiviteiten, zoals ophogingen van wegen en vegetatie.
Reactie Gelet op het feit dat in het kader van het project Looierweg 13 Wellerlooi in 2023 door reclamant een watervergunning is verleend voor een identieke situatie, leek het initiatiefnemer wenselijk om ook voor onderhavig project de compensatie op perceel S748 te realiseren. Naar aanleiding van de zienswijze is met reclamant contact opgenomen om dit bespreekbaar te maken echter reclamant wil niet nogmaals afwijken van het rijksbeleid aangaande compensatielocaties. Derhalve kiest initiatiefnemer het naburige perceel (S1922) dat ook in zijn eigendom is en aangeduid is als waterbergend gebied, om hier de benodigde m3 te compenseren; zowel het plangebied als het compensatieperceel liggen op een niveau van circa 15,5 m boven NAP, waardoor dit perceel geschikt is om als compensatielocatie te dienen. Het bestemmingsplan hoeft als gevolg van deze zienswijze niet gewijzigd te worden vastgesteld. Wel zal in de plantoelichting worden ingegaan op het bovenstaande.
Zienswijze 3 Ontvankelijkheid De schriftelijke zienswijze is op 29 januari 2024 tijdig ontvangen, binnen de gestelde termijn. De zienswijze is inhoudelijke onderbouwd en voldoet aan de gestelde eisen. De zienswijze is ontvankelijk.
Zienswijze Reclamant vraagt of de ontsluiting van de parkeerplaats op een andere plek zou kunnen worden gerealiseerd. De ontsluiting van de parkeerplaats is op dit moment tegenover de woning van reclamant voorzien, hetgeen tot gevolg heeft dat elke auto de huiskamer in kan kijken bij het in- en uitrijden en de autolampen de huiskamer in zullen schijnen. De afstand tussen de voorgevel en de inrit naar de parkeerplaats bedraagt circa 7.5 m. Reclamant stelt zelf voor de inrit van de parkeerplaats in oostelijke richting te verplaatsen zodat de parkeerplaats tegenover hun eigen oprit gesitueerd wordt. Daarnaast geeft reclamant aan dat er in het plan gesproken wordt over een ‘rustige woonwijk’. Hiervoor een richtafstand van 30 m tussen een parkeerterrein en woningen. Reclamant geeft aan te begrijpen dat dit situatieafhankelijk is en dat er van deze richtafstand kan worden afgeweken. Als laatste geeft reclamant aan dat zij het fijn zou vinden als er rondom het parkeerterrein bijvoorbeeld een beukenhaag wordt aangeplant om het licht van de koplampen te breken.
Reactie Het verschuiven van de inrit van de parkeerplaats in oostelijke richting is besproken met initiatiefnemer. Initiatiefnemer is voornemens aan deze wens tegemoet te komen en zal een nieuwe inrichtingsschets laten maken waar de inrit van de parkeerplaats is verplaatst. Ook met betrekking tot de vraag naar een haag om het licht van de koplampen te breken, zal de initiatiefnemer dit meenemen in zijn inrichtingsplan. Deze gewijzigde inrichting is binnen de regels van het bestemmingsplan zoals dit in ontwerp ter inzage heeft gelegen, uitvoerbaar. De omgeving van het plangebied is volgens de toelichting ‘gemengd gebied’, wat betekent dat er een vermenging van functies is (wonen, niet-agrarische bedrijven, horeca en een camping). Hiervoor geldt een richtafstand 10 m. zie hiervoor paragraaf 4.7.2 van de toelichting. Het bestemmingsplan hoeft als gevolg van deze zienswijze niet gewijzigd te worden vastgesteld.
3 Vervolgprocedure De verlening van de BOPA-vergunning door het college is voorzien op 7 oktober 2025. De bezwaartermijn van zes weken vangt aan op de dag na de terinzagelegging van het besluit. Belanghebbenden zijn in de gelegenheid om gedurende de bezwaartermijn een bezwaarschrift in te dienen bij het college van Burgemeester en Wethouders de gemeente Bergen. Daarna volgt de mogelijkheid van beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verleende BOPA-vergunning treedt in werking op de dag nadat de beroepstermijn is afgelopen. Hierbij geldt het voorbehoud dat wanneer iemand een voorlopige voorziening aanvraagt en deze wordt toegekend, de inwerkingtreding van het plan kan worden geschorst.