CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingenoverzicht

Gemeenteraad 23 maart 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Algemene Plaatselijke Verordening 2021;5.802 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijzigingen APV 2021 Artikel was aanhef De raad van de gemeente Bergen, Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 september 2019, Gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Algemene plaatselijke verordening Bergen (L) 2019

H. 1 1:1

bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

wordt De raad van de gemeente Bergen (L)]; gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Drank- en Horecawet, artikel 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; besluit vast te stellen de volgende verordening:

toelichting Wijziging nav model APV VNG. In de aanhef van het raadsbesluit tot vaststelling van de APV is als grondslag van de verordenende bevoegdheid de medebewindswetgeving benoemd. De APV is voor een groot deel gebaseerd op de algemene verordende bevoegdheid van de gemeenteraad (artikel 149 van de Gemeentewet). Maar de APV bevat ook een aantal bepalingen waarvoor de verordenende bevoegdheid is gebaseerd op andere wettelijke bepalingen. De gewijzigde aanhef sluit hierop aan.

bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

Wijziging nav model APV VNG.

H2

Hoofdstuk 2. Openbare orde

Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu

Afd. 1

Afdeling 1. Bestrijding van ongeregeldheden

2:1

3. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

Afd. 2 Afd. 3

Afdeling 2. Betoging Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken Afdeling 4. Vertoningen op de weg Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg

Afd. 4 Afd. 5 2:10

De titel van sommige hoofdstukken of afdelingen is door de VNG in de model APV gewijzigd, omdat de plaatsing van een artikel in een hoofdstuk of afdeling mede bepaalt hoe het gelezen moet worden (de zogenoemde ‘rubrica est lex’-regel). De systematiek van een APV is van belang voor het antwoord op de vraag op welke gronden de ontheffing of vergunning mag worden geweigerd (ABRvS 24-102018, ECLI:NL:RVS:2018:3487). Opschrift van de afdeling is gewijzigd ogv model APV VNG. Tekstuele aanpassing ogv model APV VNG.

Opschrift van de afdeling is vervallen ogv model APV VNG. Opschrift van de afdeling is vervallen ogv model APV VNG.

Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats

Opschrift van de afdeling is vervallen ogv model APV VNG. Opschrift en nummering van de afdeling is gewijzigd ogv model APV VNG. Aanhef artikel gewijzigd ogv model APV VNG.

2:11

4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Omgevingsverordening Limburg, de Keur waterschap Limburg 2019, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening gemeente Bergen.

2:12

Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg

2:12b

Afd. 6 Afd. 7

Afdeling 6. Veiligheid op de weg Afdeling 7. Evenementen

4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur, de Omgevingsverordening Limburg, De Keur waterschap Limburg 2019, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Bergen (AVOI). Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 2:12b Verbod op magneetvissen 1. Het is verboden in of bij openbaar water te baggeren, te dreggen of te vissen naar voorwerpen en/of stoffen met behulp van magneten of enige techniek met vergelijkbare werking. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op politie, Defensie en Waterschappen.

Afdeling 3. Evenementen

Verwijzing naar wet- en regelgeving geactualiseerd.

Aanhef artikel gewijzigd ogv model APV VNG. In de APV is al een verbod opgenomen tot het opsporen van explosieven, wapens of oudheidkundige voorwerken. Magneetvissen is in Nederland niet verboden. Wel zijn er enkele gemeenten in Nederland die een verbod hebben opgenomen in de APV. Het grootste risico met magneetvissen is dat er een explosief kan worden opgevist. Dit kan voor gevaarlijke situaties zorgen. Dit geldt ook voor de gemeente Bergen, gelet op de aanwezige restanten aan explosieven uit de oorlog. Omliggende gemeenten, waaronder Venray en Gennep, zijn ook bezig met een dergelijk verbod. Het risico bestaat de magneetvissers uit deze gemeenten zich verplaatsen naar de gemeente Bergen. Gelet op het voorgaande wordt daarom geadviseerd om aanvullend een verbod op magneetvissen in de APV op te nemen. Opschrift van de afdeling is vervallen ogv model APV VNG. Nummering van de afdeling is gewijzigd ogv model APV VNG

2:26

Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Afd. 8

Afdeling 8. toezicht op openbare inrichtingen

Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen

Vanuit het Openbaar Ministerie hebben juridische procedures plaatsgevonden om Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) verboden te laten verklaren, omdat de activiteiten van deze OMG’s in strijd zijn met de openbare orde. Er zijn inmiddels aan aantal civiele verboden uitgesproken tegen verschillende OMG’s. Het doel van deze verboden is het stoppen van de werkzaamheden/activiteiten van dit soort organisaties waarmee, zo is het beeld, een nadrukkelijke inbreuk wordt gemaakt op de openbare orde. De handhaving van de uitgesproken civiele verboden heeft een wettelijke grondslag nodig. Deze wordt enerzijds gevonden in artikel 3 van de Politiewet. Maar dit is niet voldoende. Er dient verder sprake te zijn van een feitelijke strafbaarstelling van de voor de OMG en/of haar leden gepleegde gedragingen. Om dit mogelijk te maken wordt artikel 2:26 aangepast en artikel 2:50a ingevoegd. Hoewel de handhaving van het civiele verbod primair een taak is van de politie, hebben gemeentelijke handhavers ook een belangrijke signalerende functie. Echter, zij hebben niet de (strafvorderlijke) opsporingsbevoegdheden vanuit de Politiewet. Daarom is het noodzakelijk om deze via de genoemde artikelen in de APV te creëren. Hierdoor kan er effectiever worden opgetreden tegen het verschijnen in het publieke domein van leden met uiterlijke kenmerken van leden van verboden verenigingen (OMG’s).

Nummering van de afdeling is gewijzigd ogv model APV VNG

2:27

1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.

1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.

Het waterpijpcafé (ook bekend als shisha-lounge) is toegevoegd aan de opsomming van openbare inrichtingen. De exploitatie van een waterpijpcafe is hierdoor altijd aan een vergunning onderworpen.

2:28

1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De houder mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn. 3. De burgemeester weigert de vergunning als: a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. de houder van een openbare inrichting niet voldoet aan de eis, zoals gesteld in het tweede lid. c. Indien de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningsaanvraag is ingediend, is afgegeven.

1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De exploitant of de leidinggevende mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn. 3. De burgemeester weigert de vergunning als: a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. de exploitant of leidinggevende van een openbare inrichting niet voldoet aan de eis, zoals gesteld in het tweede lid. c. Indien de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningsaanvraag is ingediend, is afgegeven.

Als weigeringsgrond voor een exploitatievergunning is bij de vorige herziening toegevoegd dat de houder van een openbare inrichting niet van slechtlevensgedrag mag zijn. Deze wijziging is nu ook doorgevoerd in de model APV VNG. Met de bewoording exploitant of leidinggevende wordt tekstueel aansluiting gezocht bij de model APV VNG.

Afd. 8

Afdeling 8a. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet

Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet

Nummering en aanhef afdeling aangepast ogv model APV VNG

Afd. 9 Afd. 10 Afd. 11 2:47a

Afdeling 9. Afdeling 10.

Afdeling 6. Afdeling 7.

Nummering afdeling aangepast aan model APV VNG Nummering afdeling aangepast aan model APV VNG

Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Het is verboden in het openbaar gebied lachgas te gebruiken als daardoor hinder ontstaat voor personen of de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.

Nummering en aanhef afdeling aangepast ogv model APV VNG Actualisatie op grond van model APV VNG. Het bestaande artikel is op aangeven van de VNG uitgebreid. De tekst uit het eerste lid, is uitgebreid en ziet nu niet enkel op het oneigenlijk gebruik van lachgas, maar ook op voorbereidingen daartoe te verrichten of het ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich hebben. Het college kan op grond van het tweede lid nu openbare plaatsen aanwijzen waar lachgasgebruik, voorbereidingen daartoe te verrichten, of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat tot ordeverstoring en dergelijke leidt. Op grond van het derde lid kan het college dit verbod beperken tot bepaalde tijden.

2:50a

2:57

1.b. binnen de bebouwde kom op de weg als de hond niet is aangelijnd;

Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Vanuit het Openbaar Ministerie hebben juridische procedures plaatsgevonden om Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) verboden te laten verklaren, omdat de activiteiten van deze OMG’s in strijd zijn met de openbare orde. Er zijn inmiddels aan aantal civiele verboden uitgesproken tegen verschillende OMG’s. Het doel van deze verboden is het stoppen van de werkzaamheden/activiteiten van dit soort organisaties waarmee, zo is het beeld, een nadrukkelijke inbreuk wordt gemaakt op de openbare orde. De handhaving van de uitgesproken civiele verboden heeft een wettelijke grondslag nodig. Deze wordt enerzijds gevonden in artikel 3 van de Politiewet. Maar dit is niet voldoende. Er dient verder sprake te zijn van een feitelijke strafbaarstelling van de voor de OMG en/of haar leden gepleegde gedragingen. Om dit mogelijk te maken wordt artikel 2:26 aangepast en artikel 2:50a ingevoegd. Hoewel de handhaving van het civiele verbod primair een taak is van de politie. Hebben gemeentelijke handhavers ook een belangrijke signalerende functie. Echter, zij hebben niet de (strafvorderlijke) opsporingsbevoegdheden vanuit de Politiewet. Daarom is het noodzakelijk om deze via de genoemde artikelen in de APV te creëren. Hierdoor kan er effectiever worden opgetreden tegen het verschijnen in het publieke domein van leden met uiterlijke kenmerken van leden van verboden verenigingen (OMG’s).

1.b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;

Wijziging ogv model APV VNG. De wijziging breidt het verbod uit voor niet-aangelijnde honden tot andere plaatsen binnen de bebouwde kom dan de weg, zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Dit past ook beter bij de uitzondering in het tweede lid, waar wordt gesproken over aangewezen plaatsen.

2:59

2:65

2. Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

Aanpassing ogv model APV VNG. In het tweede en derde lid is nu uitdrukkelijke aangegeven dat de eigenaar of houder van de hond zich moet houden aan een opgelegd aanlijn- en muilkorfgebod. Dit is mede gebeurd op aanwijzing van het Openbaar Ministerie in het kader van de handhaving. Het aanlijngebod houdt in dat de lijn een lengte kan hebben van ten hoogste 1,5 meter. In de feitcodes van het OM staat 'kort aangelijnd'. Om discussie te voorkomen heeft de VNG het woord 'kort' toegevoegd aan de bepaling.

Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.

Dit artikel is preventief ingevoegd en geeft het college de mogelijkheid om gebieden aan te wijzen waar bedelarij is verboden. Het verbod geldt op openbare plaatsen in zo'n aangewezen gebied. Gelet op de definitie van openbare plaats in artikel 1:1 geldt het verbod dus voor wegen, parken, plantsoenen en in voor het publiek toegankelijke gebouwen waarin het verblijf door de rechthebbende niet aan een bepaald doelt is gebonden. Het verbod geldt dus niet voor bijvoorbeeld stadions, postkantoren, warenhuizen, restaurants, musea, ziekenhuizen, kerken en gemeentehuizen. De eigenaren/exploitanten daarvan moeten zelf reguleren.

Afd. 12 Afd. 13 Afd. 14 2:74b

Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen Afdeling 13. Vuurwerk

Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen Afdeling 10. Consumentenvuurwerk

Afdeling 14. Drugsoverlast

Afdeling 11. Drugsoverlast

Afd. 15

Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50 of 2:73 van deze verordening groepsgewijs niet naleven.

2:75

afd. 13

Nummering en aanhef afdeling aangepast ogv model APV VNG Nummering en aanhef afdeling aangepast ogv model APV VNG, zodat deze beter aansluit bij inhoud afdeling. Nummering afdeling aangepast aan model APV VNG

Artikel 2:74c openlijk gebruik van drugs Het is verboden op of aan de weg, op een andere voor publiek toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkend waar te gebruiken.

Met de uitspraak van de Hoge Raad in 2015 dat een op grond van de APV ingesteld verbod voor gebruiken van softdrugs toch niet in strijd is met de Opiumwet, is het weer mogelijk om een blowverbod in te stellen. Artikel 2:74b is ingevoegd om de gemeente een extra handvat te geven ter voorkoming van overlast. De bepaling ziet op zowel het gebruik van soft- en harddrugs in de openbare ruimte.

Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

Nummering en aanhef afdeling aangepast ogv model APV VNG

De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:47, 2:47a, 2:48, 2:49, 2:50 of 2:73 van deze verordening groepsgewijs niet naleven. Afdeling 13 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat

Artikel 2:47a is aan de opsomming toegevoegd, zodat de burgemeester dezelfde bevoegdheid ook heeft ten aanzien van het verboden gebruik van lachgas.

Om het pallet aan instrumenten (preventief en repressief) in de aanpak van ondermijnende criminaliteit uit te breiden, wordt steeds vaker naar de APV als instrument gekeken. Zeker daarwaar het gaat om vergunningsvrije sectoren, waar het toezicht van de overheid in de regel beperkt(er) is. Om te voorkomen dat voor de verschillende sectoren (denk aan belwinkels, zonnebankstudio’s,

autoverhuurbedrijven, vakantieparken, etc.) een exploitatievergunningstelsel in de APV opgenomen wordt, heeft een aantal gemeenten al besloten een afdeling te wijden aan het tegengaan van een onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat. Met de artikelen in deze afdeling wordt het mogelijk om in het kader van de openbare orde, zoals een veilig, leefbaar en bonafide ondernemingsklimaat, een vergunningplicht voor bepaalde door de burgemeester aangewezen panden, gebieden of branches in te voeren. Daarmee wordt het onder andere mogelijk om een Bibob-onderzoek toe te passen. Het doel van deze APV-bepalingen is om door het versterken van de aanpak ondermijning een gezond ondernemingsklimaat te stimuleren en daarmee de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente te waarborgen. De artikelen in de nieuwe afdeling zijn gericht op de exploitatie, weigeringsgronden en intrekkingsgronden alsook eisen ten aanzien van het beheer en situaties waarin de burgemeester bevoegd geacht wordt om over te gaan tot een (tijdelijke) sluiting. Deze bepalingen sluiten aan bij het ondermijningsbeleid van de gemeente. Op dit moment is er binnen de gemeente nog geen sprake van dergelijke ondernemingen, waardoor er vooralsnog sprake zal zijn van slapende artikelen. Als de situatie zich voor doet, dan beschikt de gemeente over de middelen om hier adequaat op te reageren.

2:80

Artikel 2:80 Begripsomschrijvingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend. b. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten. c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een horecabedrijf zoals bedoeld in artikel 2:27 of een inrichting zoals bedoeld in artikel 2:34a, eerste lid, en/of artikel 3:1, of een daarbij behorend perceel of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.

2:81

Artikel 2:81 Exploitatie bedrijf 1. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het tweede lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 2. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen:a.in een door de burgemeester op grond van het eerste lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; ofb. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het eerste lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 3. De aanvraag daartoe dient te geschieden door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

4. De vergunning wordt uitsluitend aan natuurlijke personen verleend. Zij is persoons- en pandgebonden en kan niet worden overgedragen. Indien het bedrijf geëxploiteerd wordt door een Vennootschap onder Firma of een Commanditaire Vennootschap, dan dienen alle (beherende) vennoten afzonderlijk als exploitant op de vergunning vermeld te worden. 5. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. 6. Op de vergunning als bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

2:82

Artikel 2:82 Weigeringsgronden 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:81 wordt geweigerd indien: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt. b. de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed. c. de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is. d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. e. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid Vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde. f. de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan. g. de exploitant of een of meer beheerders van het bedrijf binnen drie jaar vóór de indiending van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken. 2. De vergunning als bedoeld in artikel 2:81 kan worden geweigerd in het geval en

onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 2:83

Artikel 2:83 Beheerder 1. De exploitant van een bedrijf als bedoeld in artikel 2:80, onder c kan beheerders aanstellen. 2. De exploitant verzoekt de burgemeester om de beheerder bij te schrijven op het aanhangsel bij de vergunning. Bij dit verzoek dient de exploitant het arbeidscontract met de beheerder te overleggen. 3. Een beheerder die in enig opzicht van slecht levensgedrag is, wordt geweigerd of verwijderd van het aanhangsel. 4. Het is verboden een bedrijf als bedoeld in artikel 2:80, onder c, voor het publiek geopend te hebben indien in het bedrijf geen exploitant of beheerder feitelijk aanwezig is.

2:84

Artikel 2:84 Intrekking vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan een vergunning als bedoeld in artikel 2:81 worden ingetrokken indien: a. de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is. b. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed. c. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden. d. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid Vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde. e. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een gewijzigde exploitatie. f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. g. de vestiging of exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan. h. er sprake is van het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

2:85

H3

i. zich in het betrokken bedrijf feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven der vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. j. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woonen leefsituatie in de omgeving van het bedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door het laten voortbestaan van de vergunning. Artikel 2:85 Bevelen tijdelijke sluiting De burgemeester kan een bedrijf als bedoeld in artikel 2:80 al dan niet voor een bepaalde termijn gesloten verklaren indien:a. de exploitant van het bedrijf handelt in strijd met het bepaalde in artikel 2:81, tweede lid.b. de exploitant van het bedrijf handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.c. gehandeld wordt in strijd met het bepaalde in artikel 2:83, vierde lid.

3:5

H4 Afd. 1

1. De exploitant en de beheerder: a. staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij; b. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en c. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.

1. De exploitant en de beheerder: a. staan niet onder curatele; b. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en c. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.

Lid 1, sub a bevatte de weigeringsgrond 'de exploitant of beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij'. Sinds 2015 is wettelijk sprake van 'beëindiging van ouderlijk gezag of voogdij'. Beëindiging van het ouderlijk gezag is veel ruimer dan de zeer beperkte groep ontzette ouders. In verband hiermee is ook in de Drank- en horecawet deze weigeringsgrond destijds vervallen. De VNG adviseert om deze weigeringsgrond in de APV ook te laten vervallen, zodat deze aansluit bij de huidige wetgeving.

Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting

Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Omgevingsverordening Limburg.

Aanhef afdeling aangepast ogv model APV VNG

Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod

Titel hoofdstuk aangepast ogv model APV VNG

4:6

3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit of de Omgevingsverordening Limburg.

H5

Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente

Afd. 1

Afdeling 1. Parkeerexcessen

Verwijzing naar relevante regelgeving aangepast

Aanhef afdeling aangepast ogv model APV VNG

5:10

Artikel 5:10 Parkeren anders dan op de rijbaan 1. Het is verboden een voertuig te parkeren in de berm van de weg. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.

Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan 1. Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan in de berm van de weg. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.

Bij de laatste herziening van de APV is artikel 5:10 ingevoegd. Dit betreft het verbod op het zogenaamde ‘bermparkeren’. Op grond van Europese regelgeving en jurisprudentie geldt het parkeerverbodsbord (bord E1 uit de bijlage bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990)) alleen voor de rijbaan. Omdat dit ook geldt voor het stopverbodsbord (bord E2), heeft de VNG aan artikel 5:10 het stopverbod toegevoegd. Toevoeging van het stopverbod aan dit artikel, maakt het mogelijk om op te treden tegen notoire foutparkeerders.

Afd. 6

Afdeling 6. Openbaar water

5:25

2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.

Afdeling 6. Openbaar water en Aanhef afdeling aangepast ogv model APV VNG waterstaatswerken 2. Het college kan aan het innemen, hebben Tekstuele aanpassing ogv model APV VNG. of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

5:26 5:27 5:32

1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.

In het eerste lid is toegevoegd dat het verboden is om te crossen buiten wedstrijdverband. Gebleken is dat recreatief crossen op terreinen, veelal in het buitengebied, leidt tot (geluids)overlast. Deze toevoeging maakt het mogelijk om hiertegen op te kunnen treden.

Afd. 8

Afdeling 8. Verbod vuur te stoken

Afdeling 8. Vuurverbod

Aanhef afdeling aangepast ogv model APV VNG

Afd. 9

Afdeling 9. Verstrooiing van as

Afdeling 9. Asverstrooiing

Aanhef afdeling aangepast ogv model APV VNG

H. 6

6:1

Artikel 6:1 Sanctiebepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vierde juncto eerste lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid en 4:11, eerste lid.

Een aantal vergunningen uit de APV vallen onder de WABO en op overtredingen die voortvloeien uit de WABO (handelen zonder vergunning) is de Wet op de economische delicten van toepassing (zie artikel 1a van die wet). Denk hierbij aan illegale kapactiviteiten. De algemene strafbepaling kan hier niet op worden toegepast. Daarom is dit in het verleden aangepast in de model APV VNG en wordt deze wijziging nu overgenomen voor de gemeente Bergen.

6:4

De Algemene plaatselijke verordening Bergen 2012 wordt ingetrokken. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Bergen 2019 of APV Bergen 2019.

De Algemene plaatselijke verordening Bergen 2019 wordt ingetrokken. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Bergen (L) 2021 of APV Bergen (L) 2021.

Jaartal aanpast

6:7

Jaartal aangepast aan versie APV

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9769725/1