WBDD 22-127
Tekst van het document
Bijlage
WBDD 22-127 Agendapunt
14.8
STAND VAN ZAKEN NIEUWE FINANCIERINGSSYSTEMATIEK GEMEENTEN EN PROVINCIES
In zijn coalitieakkoord heeft het kabinet Rutte IV aangegeven dat er in deze kabinetsperiode een nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten en provincies wordt ontwikkeld voor de jaren 2026 en verder. Deze mededeling informeert uw werkgroep over de laatste ontwikkelingen in dit dossier. Het gesprek over de nieuwe financieringssystematiek is tot en met Prinsjesdag jl. sterk gedomineerd door de middelen die op grond van het coalitieakkoord door het Rijk aan gemeenten en provincies worden verstrekt In deze kabinetsperiode 2022 t/m 2025 krijgen zij extra middelen, maar als gevolg van hetzelfde akkoord staan hun financiën vanaf 2026 onder druk. In 2026 en later zou er op basis van de cijfers in het coalitieakkoord fors minder geld via Gemeente- en Provinciefonds beschikbaar dan in de jaren t/m 2025; ruim € 2 miljard voor gemeenten en ruim € 200 miljoen voor provincies. Op Prinsjesdag heeft het kabinet als eenmalige bijdrage voor 2026 € 1 miljard aan gemeenten toegezegd en € 100 miljoen aan provincies, waarmee hun ‘financiële ravijn’, zoals ze dat zelf noemen, iets minder diep wordt. Desondanks is het voor gemeenten en provincies lastig het laatste jaar van hun meerjarenbegrotingen (2026) sluitend te krijgen, te meer omdat de bijdrage van het Rijk geen structureel, maar een incidenteel dekkingsmiddel is.
Dat is vooral complex voor de gemeenten en provincies zelf, maar plaatst ook de toezichthouders – provincies in het geval van gemeenten, Rijk in geval van provincies - voor een lastig vraagstuk. Wettelijk gezien zijn de toezichthouders genoodzaakt streng op te treden als een (meerjaren)begroting niet structureel in evenwicht is. De basis voor de structurele oplossing die gevonden moet worden ligt in de volgende passage uit het coalitieakkoord:
Om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten, wordt in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. Daarbij worden ook alternatieven voor de OZB en MRB in de beschouwing betrokken. In de huidige kabinetsperiode zal de financiering van de medeoverheden grotendeels worden vormgegeven via de accres systematiek.
In de overleggen die tot nu toe zijn gevoerd was er een behoorlijke mate van consensus dat vergroting van de gemeentelijke en provinciale belastinggebieden een goede zaak is en een oplossing zou kunnen zijn voor de financiële problematiek 2026 e.v. Ook is helder geworden dat een voor inwoners en bedrijven lastenneutrale invoering een randvoorwaarde voor VNG en IPO is. Dat zou betekenen dat Rijksbelastingen moeten worden verlaagd en dat is uiteraard een lastig punt binnen het kabinet/Rijk. Als waterschappen hebben we in alle overleggen steun voor de gemeenten en provincies uitgesproken omdat een goede financiële positie van gemeenten en provincies essentieel is voor de grote maatschappelijke opgaven die de waterschappen samen met de gemeenten en provincies in de regio oppakken. Verder hebben we duidelijk naar voren gebracht dat bij de eventuele uitwerking van een groter en/of anders ingericht gemeentelijk en provinciaal belastinggebied de belastingen van de waterschappen mede in ogenschouw moeten worden genomen. Dit wordt over het algemeen wel onderschreven, maar moeten we blijven benoemen. De eerste ambtelijke gesprekken over de inrichting van de toekomstige gemeentelijke en provinciale belastinggebieden van gemeenten en provincies tussen BZK, VNG en IPO hebben inmiddels plaatsgevonden. Het is de bedoeling dat wij als Unie binnenkort worden aangehaakt. Met het oog op het
24.10.2022 WBDD/EG 120182
Pagina 2 van 2
vervolgtraject hebben het Uniebureau en de Uniewerkgroep Bedrijfsvoering, Digitalisering en Dienstverlening zich een beeld gevormd van kansen, bedreigingen, risico’s en andere aandachtspunten voor de waterschapsbelastingen die aan een dergelijk traject verbonden zijn. Het overzicht hiervan is in vorige vergaderingen met uw werkgroep gedeeld.
24.10.2022 WBDD/EG 120182