CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Was - wordtlijst

Gemeenteraad 11 juli 2023, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van de Re-integratieverordening Participatiewet;4.687 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp:

Overzicht voornaamste wijzigingen Re-integratie Verordening Participatiewet gemeente Bergen

Re-integratie Verordening Participatiewet gemeente Bergen (L) 2023

Leeswijzer Ongewijzigde artikelen of artikelen met alleen tekstuele aanpassingen zijn niet opgenomen in dit overzicht. De gewijzigde onderdelen zijn dik gedrukt en kunnen een volledig artikel of een deel hiervan omvatten. Als onderdeel van een gewijzigd artikel -lid en/of sub- ongewijzigd zijn, wordt dit aangeduid door vermelding van de eerste woorden gevolgd door....

Aanpassingen in artikel 1 Definities

Tekst nieuw

Tekst oud

Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. doelgroep: personen als bedoeld …..; b. grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; c. interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; d. job coaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; e. korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; f. organisatie: Een samenwerkingsverband met een bepaald doel, met of zonder winstoogmerk. g. overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; h. persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet;

Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: a. doelgroep: personen als bedoeld … b. wet: …. c. regio Noord-Limburg: het betreft hier de gemeenten Beesel, Peel en Maas, Horst aan de Maas, Venray, Gennep, Bergen en Venlo. d. duurzame uitstroom: een betaald dienstverband > 6 maanden e. werkstage: persoonlijk verrichten van arbeid overwegend gericht op uitbreiden kennis en ervaring. Er is geen sprake van beloning. Met het begrip werkstage worden begrippen als werkervaringsplaats en ontwikkelplek gelijkgesteld.

Aanpassingen in artikel 1 Definities (vervolg)

Hoofdstuk 2 Beleid Artikel 2. Evenwichtige verdeling

3 Algemene bepalingen over voorzieningen

Tekst nieuw i. praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek; j. voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; k. werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; l. werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; m. wet: Participatiewet. 2. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, het uitvoeringsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 1. Het college kan de voorziening, bedoeld in artikel 6, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. 2. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 8, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 3.

Het college houdt bij het aanbieden…. .

1. Het college kan een voorziening weigeren als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de

Tekst oud

Hoofdstuk 2 Beleid en financiën Artikel 2. Evenwichtige verdeling en evaluatie 1. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 4 t/m 13, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep. 2. Het college houdt bij het aanbieden ….. 3. Het college kan bij het bepalen, middels een beleidsregel, vaststellen op welke manier bij het aanbod van voorzieningen prioriteiten worden gesteld, in verband met financiële mogelijkheden dan wel maatschappelijke, economische of conjuncturele ontwikkelingen. 1. Individuele begeleiding a. Het college kan een persoon individuele begeleiding aanbieden als deze: 1. behoort tot de doelgroep; en 2. een korte afstand heeft tot de arbeidsmarkt; en

Pagina 2 van 14

voorziening;

Aanpassingen in artikel 3. Vervolg Algemene bepalingen over voorzieningen

3. redelijk tot goed bemiddelbaar is naar werk.

Tekst nieuw

Tekst oud

c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon …. ; b. de persoon …..; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet; d. de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening ….; f. de persoon ….; of g. de persoon …... 3. Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon.

Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet.

b. Het doel van individuele begeleiding is een positieve ontwikkeling in maatschappelijk functioneren (samenleving) en economisch functioneren (arbeid) van de inwoner. 2. Collectieve begeleiding a. Het college kan een persoon collectieve begeleiding aanbieden als deze: 1. behoort tot de doelgroep; en 2. een afstand heeft tot de arbeidsmarkt. b. Het doel van collectieve begeleiding is een positieve ontwikkeling in maatschappelijk functioneren (samenleving) en economisch functioneren (arbeid) van de inwoner via groepsactiviteiten. 3. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon ….; b. de persoon ….; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet; d. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening ….; f. de persoon ….; g. de persoon ….

Pagina 3 van 14

Aanpassingen in artikel 4 Werkstage

Tekst nieuw

Tekst oud

1.

(Voorheen artikel 8) 1. Het college kan een persoon een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze: a. behoort tot de doelgroep, en b. een afstand heeft tot de arbeidsmarkt 2. Het doel van een werkervaringsplaats/ ontwikkelplek is het opdoen van werkervaring of het Intact houden van een arbeidsverleden of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3. Het college …… 4. In een schriftelijke ….. (voorheen artikel 4) 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden ter verhoging van de participatie voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen. 2. Het college stemt …..

2.

3. 4. 5 Sociale activering

1.

2. 3.

6 Detacheringsbaan

1.

2. 3.

8 Participatieplaats

1. 2. 3.

Het college kan een persoon een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze: a. behoort tot de doelgroep; en b. nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid. Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. Het college …... In een schriftelijke ….. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen. Het college stemt ….. Het college biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Het college kan door detachering zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. Deze persoon wordt dan werknemer. De werknemer wordt …. Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Het college kan ….. Het college zorgt ….

De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt € 100,- per maand en wordt half jaarlijks verstrekt (artikel 31 lid 2, sub j van de wet).

(voorheen artikel 9) 1. Het college kan zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. Deze persoon wordt dan werknemer. 2. De werknemer wordt ….

1. Het college kan …. 2. Het college zorgt …. 3. De onder lid 1 genoemde persoon kan voor een premie in aanmerking komen. Deze bedraagt € 100,- per maand en wordt halfjaarlijks verstrekt.(artikel 31, lid 2, j). Het college is bevoegd nadere beleidsregels te stellen voor de uitvoering hiervan.

Pagina 4 van 14

Aanpassingen in artikel 9 Participatievoorziening beschut werk

11 Persoonlijke ondersteuning bij werk

11a Individuele en collectieve begeleiding Artikel 13 en artikel 14 van de oude tekst zijn – na

Tekst nieuw

Tekst oud

1.

(voorheen artikel 10) 1. Het college biedt de voorziening beschut werk aan, met in achtneming van artikel 9 lid 4 van deze verordening, aan een persoon uit de doelgroep die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding op, en aanpassingen van, de werkplek nodig heeft dat van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij deze persoon in dienst neemt. 2. Het college wint …... 3. Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken zet het college de volgende ondersteunende voorzieningen in: fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving, uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 4. Zolang de wettelijke taakstelling voor beschutte werkplekken niet is vervuld, worden beschutte werkplekken toegekend in de volgorde van aanvraag. Aanvullende werkplekken worden op basis van individueel maatwerk toegekend. Het college kan hiervoor nadere regels vaststellen.

Het college verstrekt om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken de volgende voorzieningen: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; of c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 2. Het college wint ….. 3. Het college kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet, daarnaast de volgende voorzieningen aanbieden: a. arbeidsmatige dagbesteding als bedoeld in artikel 10 van de verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Bergen (L) 2019; b. sociale activering als bedoeld in artikel 5; c. scholing als bedoeld in artikel 7; d. persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 11; of e. schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. 4. Zolang de wettelijke taakstelling voor beschutte werkplekken niet is vervuld, worden beschutte werkplekken toegekend in de volgorde van aanvraag. Aanvullende werkplekken kunnen op basis van individueel maatwerk toegekend worden. 1. Aan een persoon die ….. 2.

Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 3, verstrekt overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A. 1. Individuele begeleiding a. Het college kan een persoon individuele begeleiding aanbieden als deze: I. behoort tot de doelgroep; en II. een afstand heeft tot de arbeidsmarkt. b. Het doel van individuele …. 2. Collectieve begeleiding …..

Aan een persoon die ….

(voorheen artikel 13 en 14) 1. Individuele begeleiding a. Het college kan een persoon individuele begeleiding aanbieden als deze: 1. behoort tot de doelgroep; en 2. een korte afstand heeft tot de arbeidsmarkt; en

Pagina 5 van 14

aanpassingverplaatst naar artikel 11a

Aanpassingen in artikel 12 Opstapsubsidi e

13 Proefplaats

3. redelijk tot goed bemiddelbaar is naar werk. b. Het doel van individuele …. 2. collectieve begeleiding ….

Tekst nieuw

Tekst oud

1. Naast de situatie als bedoeld in artikel 10c en 10d van de Wet, kan het college een opstapsubsidie verstrekken aan werkgevers om daarmee het opdoen van werkervaring of de overgang naar een reguliere functie bij een werkgever mogelijk te maken. 2. De opstapsubsidie bedraagt maximaal 50% van het wettelijk minimumloon naar rato van de omvang van het dienstverband. 3.De opstapsubsidie geldt voor de duur van maximaal 6 maanden met de mogelijkheid tot een eenmalige verlenging van nogmaals 6 maanden. 1. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2. Het doel van een proefplaatsing is de inschakeling van de persoon naar arbeid bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet. 3. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c.

als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e. de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie

Naast de situatie als bedoeld in artikel 10c en 10d van de Wet, kan het college een opstapsubsidie verstrekken aan werkgevers om daarmee het opdoen van werkervaring of de overgang naar een reguliere functie bij een werkgever mogelijk te maken. Voor de uitvoering van deze regeling kan stelt het college nadere beleidsregels vaststellen.

niet van toepassing

Pagina 6 van 14

Aanpassingen in artikel

Hoofdstuk 3A. Specifieke bepalingen doelgroep Breed offensief Paragraaf 3A.1 Administratief proces loonkostensub sidie 14a. Specifiek aanvraagproce s loonkostensub sidie

heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. Tekst nieuw 4. Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon: a. ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk; of b. als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 5. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. 6. Het college kan een persoon op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A. 1. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2.

Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. 4. Als de aanvraag, zoals bedoeld in dit artikel, is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep

Tekst oud

Niet van toepassing

Pagina 7 van 14

loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute. Aanpassingen in artikel 14a. Vervolg Specifiek aanvraagproce s loonkostensub sidie

Paragraaf 3A.2 Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel 14b. Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

Aanpassingen in artikel

Tekst nieuw

Tekst oud

5.

Niet van toepassing

6.

1.

2.

Het college stelt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PROonderwijs heeft genoten; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g.

de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk.

Tekst nieuw

Niet van toepassing

Tekst oud

Pagina 8 van 14

14c. Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

1.

2. 3.

4.

5.

6.

Aanpassingen in artikel 14d. Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. Het college onderzoekt, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 8 weken na de aanvraag, de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon. Het college kan een deskundig oordeel en advies inwinnen, als de beoordeling van een aanvraag dit vereist. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet.

Niet van toepassing

Tekst nieuw

Tekst oud

1.

Niet van toepassing

Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en

Pagina 9 van 14

2.

Paragraaf 3A.3 Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk

1.

14e. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk

3.

Aanpassingen in artikel 14f.

Niet van toepassing

Tekst nieuw

Tekst oud

1.

Niet van toepassing

Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk 2.

14g.

f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund. Het college geeft in een beschikking tot afwijzing van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening op grond van het feit dat er een voorliggende voorziening bestaat, in ieder geval aan welke voorziening dit betreft. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van een derde, waarbij de gemeente de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats.

1.

Jobcoaching

2.

De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 8 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. Het college besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals bepaald in het regionaal afgestemde inkoopbeleid. Deze eisen staan vermeld op de site Algemeen programma van eisen. De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van een regiem

Niet van toepassing

Pagina 10 van 14

3.

4.

5.

14h.

1.

Jobcoaching in natura

2.

Aanpassingen in artikel 14i. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching

waarbij de verleende jobcoaching in de eerste 3 jaar wordt verleend voor een aantal uren dat maximaal overeenkomt met: a. 15% van het aantal te werken uren in het eerste jaar; b. 7.5 % van het aantal te werken uren in het tweede jaar; c. 6% bij het aan te werken uren in het derde en verder. Het college kan van de in het tweede lid bedoelde maximale percentages afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Als de gemeente een of meer jobcoaches zelf in dienst heeft, biedt het college deze bij voorrang aan. Voordat het college de jobcoaching beëindigt verricht het college onderzoek. Wanneer de beëindiging plaatsvindt met instemming van de werkgever en de werknemer kan het college van dit onderzoek afzien. Het college kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 14b tot en met 14g van overeenkomstige toepassing.

Tekst nieuw 1.

2.

Niet van toepassing

Tekst oud

Het college kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 14b tot en met 14g, worden verleend als: a. de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met

Pagina 11 van 14

14j. Interne werkbegeleidin g

Aanpassingen in artikel Paragraaf 3A.4. Specifieke bepalingen overige voorzieningen 14k. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorzi ening

het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3. Het maximale tarief per uur voor de organisatie van jobcoaching is het tarief zoals bepaald binnen de regionaal afgesloten raamcontracten Participatiewet, segment P2 arbeidsmatige toeleiding (HBO). Deze tarieven staan vermeld op de site van Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein Limburg-Noord (MGR). 1. Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het college een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. 2. Het college kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden.

Niet van toepassing

Tekst nieuw

Tekst oud

1.

Niet van toepassing

2.

3.

4.

Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woonwerkverkeer. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening

Pagina 12 van 14

14l. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap 14m. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen

14n. Specifieke voorwaarden werkplekaanpa ssingen

Aanpassingen in artikel

van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.

1.

Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. Het college kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn. Tekst nieuw

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Tekst oud

Pagina 13 van 14

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen 16. Intrekken oude verordeningen en overgangsrech t

17. Inwerkingtredi ng 18. Citeertitel

De Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Bergen (L)2019. wordt ingetrokken. 2. De Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Bergen (L) 2019 wordt ingetrokken. 3. Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Bergen (L) 2019, die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Reintegratieverordening Participatiewet, gemeente Bergen (L) 2019 voor de duur: a. van 12 maanden, gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening; of b. dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode, bedoeld in onderdeel a. 4. Het college kan na afloop van de in het derde lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening in verband met een bijzondere individuele situatie wordt voortgezet. 5. De Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Bergen (L) 2019 blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het derde en vierde lid. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2023. 1.

Deze verordening wordt aangehaald als: Reintegratie Verordening Participatiewet gemeente Bergen (L) 2023

De Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Bergen (L) 2019 ev. wordt ingetrokken per de datum, zoals genoemd in artikel 17 lid 1.

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022

Deze verordening wordt aangehaald als: Re-integratieverordening Participatiewet, gemeente Bergen (L) 2019

Pagina 14 van 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12818071/1