CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-tabel Wijziging APV

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Bergen (L) 2021 (APV);1.309 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage bij wijziging Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergen (L) 2021 Was-wordt-tabel wijziging Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergen (L) 2021 Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Artikel 2:25 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als a. de organisator ten minste drie weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester en b. de door de burgemeester gestelde algemene regels worden nageleefd. 3. De burgemeester kan binnen twee weken na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 4. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 5. Het tweede lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, genoemde evenementen. 6.

In aanvulling op de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 1:8 van deze verordening kan de vergunning worden geweigerd: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; b. in het belang van de verkeersveiligheid, de veiligheid van personen of goederen; c. als strijdigheid bestaat met het evenementenbeleid en/of de regeling “Geluid bij horeca, horeca gerelateerde festiviteiten en evenementen, danwel d. vanwege ongewenste cumulatie van evenementen. 7. Als ook een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend, is afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op de behandeling van de aanvragen om een vergunning. De burgemeester is het coördinerend bestuursorgaan.

Nieuwe tekst Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als a. de organisator ten minste drie weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester en b. de door de burgemeester gestelde algemene regels worden nageleefd. 3. De burgemeester kan binnen twee weken na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 4. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 5. Het tweede lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, genoemde evenementen. 6. In aanvulling op de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 1:8 van deze verordening kan de vergunning worden geweigerd: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; b. in het belang van de verkeersveiligheid, de veiligheid van personen of goederen; c. als strijdigheid bestaat met het evenementenbeleid en/of de regeling “Geluid bij horeca, horeca gerelateerde festiviteiten en evenementen”; d. vanwege ongewenste cumulatie van evenementen; e.

als de organisator in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 7. Als ook een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend, is afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op de behandeling van de aanvragen om een

1

8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

vergunning. De burgemeester is het coördinerend bestuursorgaan. 8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:28 (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De exploitant of de leidinggevende mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn. 3. De burgemeester weigert de vergunning als: a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan; b. de exploitant of leidinggevende van een openbare inrichting niet voldoet aan de eis, zoals gesteld in het tweede lid; c. indien de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningsaanvraag is ingediend, is afgegeven. 4. De vergunning kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen (Wet Bibob). 5. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 6. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a.

winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant. 7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning.

Nieuwe tekst Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De exploitant of de leidinggevende mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn. 3. De burgemeester weigert de vergunning als: a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan; b. de exploitant of leidinggevende van een openbare inrichting niet voldoet aan de eis, zoals gesteld in het tweede lid; c. indien de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag (Nederland), uittreksel uit het strafregister (België), einfache Fuhrungszeugnis (Duitsland) of een ander, met verklaring omtrent het gedrag gelijkgesteld document uit een ander land van herkomst overlegt dat uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningsaanvraag is ingediend, is afgegeven. 4. De vergunning kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen (Wet Bibob). 5. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 6.

Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant. 7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning.

2

Na artikel 2:28a (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt een artikel ingevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2:28b Vervallen exploitatievergunning De exploitatievergunning vervalt wanneer de exploitatie van de openbare inrichting feitelijk is beëindigd of (gedeeltelijk) is overgedragen (inclusief overdracht van aandelen).

Artikel 2:52 (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:52 (Vervallen)

Nieuwe tekst Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16227288/1