CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Was Wordt tabel

Gemeenteraad 26 april 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het treasurystatuut 2021;1.635 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

7 alinea's met “financiën”: 13 14 17 18 29 30 49

Tabel Was/ Wordt Was (Treasurystatuut 2017)

Wordt (Treasurystatuut 2021)

-

Toegevoegd:

Art. 1 Begrippenkader

Art.1a Wet- en regelgeving Art. 1b Begrippenkader Verwijderd: Intern liquiditeitenrisico Toegevoegd: Administratieve organisatie BBV Fido Interne controle Kasgeld Liquiditeiten Onderhandse lening Schatkistbankieren Valutarisico

Art. 10 (langlopende) uitzettingen

Art. 10 (langlopende) uitzettingen

Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: 1. Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5 en 6 genoemde voorwaarden; 2. De gemeente vraagt offerte op bij minimaal één instelling alvorens een langlopende uitzetting wordt gedaan.

Voor het uitzetten van financiële middelen gelden de volgende richtlijnen: a. Overtollige financiële middelen worden aangehouden in ’s Rijks schatkist; b. Uitgezonderd van de verplichting om overtollige middelen in ’s Rijks schatkist aan te houden zijn de middelen tot aan het drempelbedrag conform de Wet Fido. Voor de berekening van het drempelbedrag geldt het in de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden opgenomen percentage en minimumbedrag. Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: 1. Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5 en 6 genoemde voorwaarden; 2. De gemeente vraagt offerte op bij minimaal één instelling alvorens een langlopende uitzetting wordt gedaan.

Art. 15 Verantwoordelijkheden

Art. 15 Verantwoordelijkheden

Afdelingsmanager Dienstverlening Senior medewerker financiën/ concern controller

Afdelingsmanager Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Sociaal Domein Senior adviseur financiën

Art. 17 Informatievoorziening

Art. 17 Informatievoorziening

Senior medewerker financiën

Senior adviseur financiën

Art. 18 Inwerkingtreding

Art. 18 Inwerkingtreding

Dit statuut treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

Dit statuut treedt in werking met ingang van 1 januari 2021

Art. 19 Citeerartikel

Art. 19 Citeerartikel

Deze verordening wordt aangehaald als: Treasurystatuut 2017 gemeente Bergen.

Deze verordening wordt aangehaald als: Treasurystatuut 2021 gemeente Bergen.

Art. 3 lid 1

Art. 3 lid 1

afdeling Financiën

Financiën

Art. 5 lid 1

Art. 5 lid 1 en 2 (samengevoegd)

Ten aanzien van de financiële instrumenten die kunnen worden gehanteerd voor uitzettingen in

Ten aanzien van de financiële instrumenten die kunnen worden gehanteerd voor uitzettingen in

het kader van treasury, geldt in de Wet fido als belangrijkste uitgangspunt dat de hoofdsom van de betreffende uitzetting in tact blijft. Bij alle in dit artikel genoemde producten wordt aan het einde van de looptijd ten minste de hoofdsom (bij vastrentende waarden de “nominale waarde”) uitgekeerd. Bij het uitzetten van gelden op rekening courant, spaarrekening, daggeld of deposito’s worden géén koersrisico’s gelopen. Het kan bij dergelijke producten echter voorkomen dat de opnamemogelijkheden beperkt zijn (in het bijzonder bij deposito’s en soms bij een spaarrekening). Obligatiefondsen zijn vastrentende waarden die (tussentijds) verhandelbaar zijn. Bij tussentijdse verkoop kunnen koersrisico’s worden gelopen. Wanneer deze waarden tot het einde van hun looptijd worden aangehouden zal minimaal de nominale waarde worden uitgekeerd. Garantieproducten zijn beleggingsproducten waarbij de uitgevende (financiële) instelling garandeert dat op de afloopdatum (een bepaald percentage van) de hoofdsom wordt uitgekeerd. Garantieproducten keren vaak minder of geen rente uit en bieden in plaats daarvan bijvoorbeeld een rendement dat gebaseerd is op een aandelen-index. Garantieproducten waarbij minder dan 100% van de hoofdsom wordt gegarandeerd zijn expliciet niet toegestaan onder de Wet fido. Bij garantieproducten is vaak enkel de hoofdsom gegarandeerd.

het kader van treasury geldt in de Wet Fido als belangrijkste uitgangspunt dat de hoofdsom van de betreffende uitzetting in tact blijft. Aangezien de reële waarde (de koopkracht) van de hoofdsom door inflatie kan verminderen, verdient het de aanbeveling om bij een langere looptijd naast een hoofdsomgarantie een minimaal rendement (bijv. ter hoogte van het inflatieniveau) te eisen. Voor uitzettingen uit hoofde van de publieke taak van de gemeente worden in dit treasurystatuut geen richtlijnen met betrekking tot producten opgenomen. Van belang is dat de Gemeenteraad bepaalt dat de betreffende uitzetting tot de “publieke taak” van de gemeente behoort. In dit kader is het bijvoorbeeld mogelijk dat uitzettingen in de vorm van aandelen tot de publieke taak behoren.

Aangezien de reële waarde (de koopkracht) van de hoofdsom door inflatie kan verminderen, verdient het de aanbeveling om bij een langere looptijd naast een hoofdsomgarantie een minimaal rendement (bijv. ter hoogte van het inflatieniveau) te eisen. Voor uitzettingen uit hoofde van de publieke taak van de gemeente worden in dit treasurystatuut geen richtlijnen met betrekking tot producten opgenomen. Van belang is dat de Gemeenteraad bepaalt dat de betreffende uitzetting tot de “publieke taak” van de gemeente behoort. In dit kader is het bijvoorbeeld mogelijk dat uitzettingen in de vorm van aandelen tot de publieke taak behoren.

Art. 5 lid 2 Art. 6 lid 1

Art. 5 lid 3 Art. 6 lid 1, 2 en 3 (samengevoegd)

Ter beperking van kredietrisico’s zijn in dit artikel richtlijnen opgenomen voor de minimale kredietwaardigheid van de partijen waar de gemeente middelen uitzet / belegt. Een (credit-) rating is een beoordeling van de kredietwaardigheid van een instelling, die voor zowel de korte als voor de lange termijn wordt verschaft door gerenommeerde rating “agencies”

Ter beperking van kredietrisico’s zijn in dit artikel richtlijnen opgenomen voor de minimale kredietwaardigheid van de partijen waar de gemeente middelen uitzet / belegt. Een (credit-) rating is een beoordeling van de kredietwaardigheid van een instelling, die voor zowel de korte als voor de lange termijn wordt verschaft door gerenommeerde rating

zoals Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch IBCA. De hoogste kredietwaardigheid wordt bij Standard & Poor’s en Fitch IBCA weergegeven met AAA, gevolgd door AA en A. Moody’s kwalificeert van hoog naar laag Aaa, Aa en A. Daarnaast kent men kwalificaties met letters B, C en D. Een Arating staat voor “zeer kredietwaardig”. Een solvabiliteitsratio van 0% (ofwel een “solvabiliteitsvrije status”) is een status die door een bancaire toezichthouder in een EU-lidstaat (bijv. De Nederlandsche Bank) wordt toegekend aan het schuldpapier van een instelling. Deze status houdt in dat een bank voor desbetreffend papier geen reserves (0%) hoeft aan te houden en wordt onder meer toegekend aan papier uitgegeven of gegarandeerd door (centrale) overheden. Het is de gemeente dus toegestaan om bij andere overheden geld uit te zetten, of om te beleggen in papier waaraan een overheidsgarantie is verbonden (zoals door het WSW geborgde leningen van woningcorporaties). Aangezien niet alle financiële instellingen over een rating beschikken, terwijl ze wel voldoende kredietwaardig kunnen zijn (minimaal met een Arating vergelijkbaar), biedt de Wet fido de mogelijkheid ook bij financiële instellingen zonder rating uitzettingen te doen. Uitzettingen bij dergelijke instellingen zijn toegestaan mits dit op een transparante wijze gebeurt.

Voorop staat dat deze transparantie de controle-organen van de gemeente (met name het gemeentebestuur) inzicht biedt en daarmee een belangrijk mechanisme vormt om ervoor te zorgen dat binnen de gemeente zelf kritisch wordt omgegaan met financiële instelling zonder rating (toelichting op de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden).

“agencies” zoals Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch IBCA. De hoogste kredietwaardigheid wordt bij Standard & Poor’s en Fitch IBCA weergegeven met AAA, gevolgd door AA en A. Moody’s kwalificeert van hoog naar laag Aaa, Aa en A. Daarnaast kent men kwalificaties met letters B, C en D. Een A-rating staat voor “zeer kredietwaardig”. Een solvabiliteitsratio van 0% (ofwel een “solvabiliteitsvrije status”) is een status die door een bancaire toezichthouder in een EU-lidstaat (bijv. De Nederlandsche Bank) wordt toegekend aan het schuldpapier van een instelling. Deze status houdt in dat een bank voor desbetreffend papier geen reserves (0%) hoeft aan te houden en wordt onder meer toegekend aan papier uitgegeven of gegarandeerd door (centrale) overheden. Het is de gemeente dus toegestaan om bij andere overheden geld uit te zetten, of om te beleggen in papier waaraan een overheidsgarantie is verbonden (zoals door het WSW geborgde leningen van woningcorporaties). Aangezien niet alle financiële instellingen over een rating beschikken, terwijl ze wel voldoende kredietwaardig kunnen zijn (minimaal met een A-rating vergelijkbaar), biedt de Wet Fido de mogelijkheid ook bij financiële instellingen zonder rating uitzettingen te doen. Uitzettingen bij dergelijke instellingen zijn toegestaan mits dit op een transparante wijze gebeurt.

Voorop staat dat deze transparantie de controle-organen van de gemeente (met name het gemeentebestuur) inzicht biedt en daarmee een belangrijk mechanisme vormt om ervoor te zorgen dat binnen de gemeente zelf kritisch wordt omgegaan met financiële instelling zonder rating (toelichting op de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden).

Art. 6 lid 2 Art. 10

Art. 6 lid 4 Art. 10

Uitzetting betreft het uitzetten van middelen (uit hoofde van treasury) voor een periode langer dan één jaar. In het onderdeel Risicobeheer (artikel 3 tot en met 8) is gedefinieerd op welke wijze de gemeente het prudente karakter van haar uitzettingen waarborgt. In dit artikel worden aanvullende richtlijnen met betrekking tot uitzettingen geformuleerd.

Uitzetting betreft het uitzetten van middelen (uit hoofde van treasury) voor een periode langer dan één jaar. In het onderdeel Risicobeheer (artikel 3 tot en met 8) is gedefinieerd op welke wijze de gemeente het prudente karakter van haar uitzettingen waarborgt. In dit artikel worden aanvullende richtlijnen met betrekking tot uitzettingen geformuleerd. De regeling schatkistbankieren verplicht decentrale overheden hun overtollige liquide middelen en beleggingen aan te houden bij het ministerie van Financiën. Dit behoudens een drempelbedrag wat bepaald is op 0,75% van het begrotingstotaal. Voor gemeente Bergen geldt voor 2021 als drempelbedrag € 250.000. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen mag een gemeente gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist aanhouden.

Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector. Dit verlaagt de externe financieringsbehoefte van het Rijk, waardoor het Rijk minder hoeft te financieren op de markt, hetgeen zich weer vertaalt in een lagere staatsschuld. Daarnaast verwacht het Rijk een verdere vermindering van de beleggingsrisico’s waaraan decentrale overheden worden blootgesteld. De middelen die een gemeente in de schatkist aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9930870/1