CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel APV

Gemeenteraad 23 maart 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Algemene Plaatselijke Verordening 2021;2.003 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Datum besluitvorming college 12 januari 2021

Portefeuillehouder Burgemeester Pelzer

Datum vergadering 23 maart 2021

Onderwerp Vaststelling van de Algemene Plaatselijke Verordening Bergen (L) 2021

Aan de raad,

Inleiding In 2019 is de Algemene Plaatselijke Verordening Bergen (hierna: APV) voor het laatst herzien. Gelet op de wederom veranderende wet- en regelgeving, jurisprudentie, wensen uit de praktijk en adviezen vanuit de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), is de noodzaak gebleken om de huidige APV te actualiseren en ter vaststelling aan de raad voor te leggen. Voor u ligt daarom de APV 2021.

Relatie met begroting / coalitieprogramma / speerpunten Met de actualisatie sluit de APV weer aan bij de veranderende wet - en regelgeving, jurisprudentie en wensen uit de praktijk.

Argumenten Wijzigingen In de bijlage ‘wijzigingenoverzicht’ worden alle wijzigingen ten opzichte van de APV 2019 vermeld en toegelicht. Hieronder worden de belangrijkste wijzigingen uiteen gezet. 1. Wijzigingen op grond van het VNG model a. De VNG heeft haar model van de APV gedurende de periode van 2019 tot op heden herzien. De herzieningen van de model APV van de VNG zijn meegenomen in deze actualisatie. De herzieningen van de VNG sluiten aan bij de gewijzigde wet - en regelgeving en de jurisprudentie, maar bevatten ook tekstuele aanpassingen ten behoeve van de interpretatie van de artikelen. Het model van de VNG is net als in 2019 als basis genomen. Dit neemt niet weg dat de APV op enkel onderdelen verschilt van het VNG model. Immers, de APV bevat een lokale invulling van regels die van invloed zijn op de openbare ruimte. Het spreekt voor zich dat de gemeente, binnen de grenzen van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, invulling geeft aan de eigen behoeften en wensen. b. De titel van sommige hoofdstukken of afdelingen is door de VNG in de model APV gewijzigd, omdat de plaatsing van een artikel in een hoofdstuk of afdeling mede bepaalt hoe het gelezen moet worden (de zogenoemde ‘rubrica est lex’ -regel).

De systematiek van een APV is van belang voor het antwoord op de vraag op welke gronden de ontheffing of vergunning mag worden geweigerd (ABRvS 24-10-2018, ECLI:NL:RVS:2018:3487). Deze wijzigingen zijn overgenomen. c. In de aanhef van het raadsbesluit tot vaststelling van de APV is als grondslag van de verordenende bevoegdheid de medebewindswetgeving benoemd. De APV is voor een groot deel gebaseerd op de algemene verordende bevoegdheid van de gemeenteraad (artikel 149 van de Gemeentewet). Maar de APV bevat ook een aantal bepalingen waarvoor de verordenende bevoegdheid is gebaseerd op andere wettelijke bepalingen. De gewijzigde aanhef sluit hierop aan. 2. Verbod op magneetvissen (artikel 2:12b) In de APV is al een verbod opgenomen tot het opsporen van explosieven, wapens of oudheidkundige voorwerken. Magneetvissen is in Nederland niet verboden. Wel zijn er enkele gemeenten in Nederland die een verbod hebben opgenomen in de APV. Het

Pagina 1 van 4

grootste risico met magneetvissen is dat er een explosief kan worden opgevist. Dit kan voor gevaarlijke situaties zorgen. Dit geldt ook voor de gemeente Bergen, gelet op de aanwezige restanten aan explosieven uit de oorlog. Omliggende gemeenten, waaronder Venray en Gennep, zijn ook bezig met een dergelijk verbod. Het risico bestaat de magneetvissers uit deze gemeenten zich verplaatsen naar de gemeente Bergen. Gelet op het voorgaande is nu het verbod op magneetvissen opgenomen. 3. Outlaw Motorcycle Gangs (artikelen 2:26 en 2:50a) Vanuit het Openbaar Ministerie hebben juridische procedures plaatsgevonden om Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) verboden te laten verklaren, omdat de activiteiten van deze OMG’s in strijd zijn met de openbare orde. Er zijn inmiddels aan aantal civiele verboden uitgesproken tegen verschillende OMG’s. Het doel van deze verboden is het stoppen van de werkzaamheden/activiteiten van dit soort organisaties waarmee, zo is het beeld, een nadrukkelijke inbreuk wordt gemaakt op de openbare orde. De handhaving van de uitgesproken civiele verboden heeft een wettelijke grondslag nodig. Deze wordt enerzijds gevonden in artikel 3 van de Politiewet. Maar dit is niet voldoende. Er dient verder sprake te zijn van een feitelijke strafbaarstelling van de voor de OMG en/of haar leden gepleegde gedragingen.

Om dit mogelijk te maken wordt artikel 2:26 aangepast en artikel 2:50a ingevoegd. Hoewel de handhaving van het civiele verbod primair een taak is van de politie , hebben gemeentelijke handhavers ook een belangrijke signalerende functie. Echter, zij hebben niet de (strafvorderlijke) opsporingsbevoegdheden vanuit de Politiewet. Daarom is het noodzakelijk om deze via de genoemde artikelen in de APV te creëren. Hierdoor kan er effectiever worden opgetreden tegen het verschijnen in het publieke domein van leden met uiterlijke kenmerken van leden van verboden verenigingen (OMG’s). 4. Definities openbare inrichtingen (artikel 2:27) Het waterpijpcafé (ook bekend als shisha-lounge) is toegevoegd aan de opsomming van openbare inrichtingen. De exploitatie van een waterpijpcafe is hierdoor altijd aan een vergunning onderworpen. 5. Lachgas (artikel 2:47a) Het bestaande artikel is op aangeven van de VNG uitgebreid. De tekst uit het eerste lid, is uitgebreid en ziet nu niet enkel op het oneigenlijk gebruik van lachgas, maar ook op voorbereidingen voor het gebruik en op het bij zich hebben van voorwerpen of stoffen ten behoeve van dat gebruik.

Het college kan op grond van het tweede lid nu openbare plaatsen aanwijzen waar het lachgasgebruik, voorbereidingen daartoe of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat tot ordeverstoring en dergelijke leidt. Op grond van het derde lid kan het college dit verbod beperken tot bepaalde tijden. 6. Loslopende honden (artikel 2:57) De wijziging breidt het verbod uit voor niet-aangelijnde honden tot andere plaatsen binnen de bebouwde kom dan de weg, zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Dit past ook beter bij de uitzondering in het tweede lid, waar wordt gesproken over aangewezen plaatsen. 7. Gevaarlijke honden (artikel 2:59) In het tweede en derde lid is nu uitdrukkelijke aangegeven dat de eigenaar of houder van de hond zich moet houden aan een opgelegd aanlijn- en muilkorfgebod. Dit is mede gebeurd op aanwijzing van het Openbaar Ministerie in het kader van de handhaving. Het aanlijngebod houdt in dat de lijn een lengte kan hebben van ten hoogste 1,5 meter. In de feitcodes van het OM staat 'kort aangelijnd'. Om discussie te voorkomen is het woord 'kort' toegevoegd aan de bepaling. 8.

Openlijke gebruik van drugs (artikel 2:72b) Met de uitspraak van de Hoge Raad in 2015 dat een op grond van de APV ingesteld verbod voor gebruiken van softdrugs toch niet in strijd is met de Opiumwet, is het weer mogelijk om een blowverbod in te stellen. Artikel 2:74b is ingevoegd om de gemeente Pagina 2 van 4

een extra handvat te geven ter voorkoming van overlast. De bepaling ziet op zowel het gebruik van soft- en harddrugs in de openbare ruimte. 9. Afdeling 13. Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat (artikelen 2:80 t/m 2:85) Om het pallet aan instrumenten (preventief en repressief) in de aanpak van ondermijnende criminaliteit uit te breiden, wordt steeds vaker naar de APV als instrument gekeken. Zeker daar waar het gaat om vergunningsvrije sectoren, waar het toezicht van de overheid in de regel beperkt(er) is. Om te voorkomen dat voor de verschillende sectoren (denk aan belwinkels, zonnebankstudio’s, autoverhuurbedrijven, vakantieparken, etc.) een exploitatievergunningstelsel in de APV opgenomen wordt, heeft een aantal gemeenten al besloten een afdeling te wijden aan het tegengaan van een onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat. Met de artikelen in deze afdeling wordt het mogelijk om in het kader van de openbare orde, zoals een veilig, leefbaar en bonafide ondernemingsklimaat, een vergunningplicht voor bepaalde door de burgemeester aangewezen panden, gebieden of branches in te voeren. Daarmee wordt het onder andere mogelijk om een Bibob-onderzoek toe te passen.

Het doel van deze APVbepalingen is om door het versterken van de aanpak ondermijning een gezond ondernemingsklimaat te stimuleren en daarmee de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente te waarborgen. De artikelen in de nieuwe afdeling zijn gericht op de exploitatie, weigeringsgronden en intrekkingsgronden alsook eisen ten aanzien van het beheer en situaties waarin de burgemeester bevoegd geacht wordt om over te gaan tot een (tijdelijke) sluiting. Deze bepalingen sluiten aan bij het ondermijningsbeleid van de gemeente. Op dit moment is er binnen de gemeente nog geen sprake van dergelijke ondernemingen, waardoor er vooralsnog sprake zal zijn van slapende artikelen. Als de situatie zich voor doet, dan beschikt de gemeente over de middelen om hier adequaat op te reageren. 10. Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan (artikel 5:10) Bij de laatste herziening van de APV is artikel 5:10 ingevoegd. Dit betreft het verbod op het zogenaamde ‘bermparkeren’. Op grond van Europese regelgeving en jurisprudentie geldt het parkeerverbodsbord (bord E1 uit de bijlage bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990)) alleen voor de rijbaan. Omdat dit ook geldt voor het stopverbodsbord (bord E2), heeft de VNG aan artikel 5:10 het stopverbod toegevoegd.

Toevoeging van het stopverbod aan dit artikel, maakt het mogelijk om op te treden tegen notoire foutparkeerders. 11. Crossterreinen (artikel 5:32) In het eerste lid is toegevoegd dat het verboden is om te crossen buiten wedstrijdverband. Gebleken is dat recreatief crossen op terreinen, veelal in het buitengebied, leidt tot (geluids)overlast. Deze toevoeging maakt het mogelijk om hiertegen op te kunnen treden. 12. Sanctiebepaling (artikel 6:1) Een aantal vergunningen uit de APV vallen onder de WABO en op overtredingen die voortvloeien uit de WABO (handelen zonder vergunning) is de Wet op de economische delicten van toepassing (zie artikel 1a van die wet). Denk hierbij aan illegale kapactiviteiten. De algemene strafbepaling kan hier niet op worden toegepast. Daarom is dit in het verleden aangepast in de model APV van de VNG en wordt deze wijziging nu overgenomen voor de gemeente Bergen. Toekomstige wijzigingen Ten tijde van de herziening in 2019 bent u geïnformeerd dat het evenementenbeleid in 2020 zou worden herzien. Deze herziening zal nu naar verwachting in 2021 plaatsvinden. Deze herziening zal gevolgen hebben voor verschillende onderdelen uit de APV, te weten evenementen, geluidhinder en verlichting, sluitingstijden horeca en terrassen en paracommerciële rechtspersonen. Na vaststelling van het evenementenbeleid zal, waar nodig, de APV op deze punten nader worden herzien.

Pagina 3 van 4

Communicatie De inwoners dienen op de hoogte te worden gebracht van de doorgevoerde wijzigingen. De communicatie vindt plaats door publicatie in de Maasduinen Courant, op de website van de gemeente en via DROP in het gemeenteblad op officielebekendmakingen.nl. Aangezien in de APV op overtredingen een sanctie wordt gesteld (artikel 6:1) dient de verordening ter kennis te worden gebracht aan het Arrondissementsparket Limburg.

Juridische aspecten Op grond van artikel 147 van de Gemeentewet worden gemeentelijke verordeningen vastgesteld door de gemeenteraad. De APV is een algemeen verbindend voorschrift. Een algemeen verbindend voorschrift (en de wijziging daarvan) kan alleen in werking treden als deze is bekend gemaakt in het gemeenteblad. Uitgifte van het gemeenteblaf geschiedt elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze (artikel 139 Gemeentewet). Door middel van aanlevering via DROP voor publicatie in het gemeenteblad op officielebekendmakingen.nl, wordt aan de voorwaarden voldaan. Artikel 142 van de Gemeentewet bepaalt dat bekend gemaakte besluiten in werking treden met ingang van de achtste dag na die van bekenmaking, tenzij in deze besluiten daarvoor een ander tijdstip is aangewezen. Voorts bepaalt artikel 8:2, sub a, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift. Uit artikel 7:1 van de Awb volgt dat degene aan wie het recht niet is toegekend om beroep in te stellen, ook geen bezwaar maken.

Financiën / fiscale gevolgen Niet van toepassing

Voorstel Wij stellen u voor: De Algemene Plaatselijke Verordening Bergen 2021 vast te stellen conform bijgaand raadsbesluit.

Burgemeester en wethouders van Bergen (L),

H.H.M. Timmermans De secretaris

M.H.E. Pelzer De burgemeester

Bijlage(n) 1. Raadsbesluit 2. APV Bergen wijzigingen gemarkeerd 3. Wijzigingenoverzicht

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9769722/1