VA Regels TAM-Omgevingsplan Elsteren 1a Well
Tekst van het document
Uitzondering
De toelaatbaarheid van de het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van navolgende activiteiten wordt slechts getoetst aan lid 10.5.2 onderdeel a tot en met c: a. een eenmalige uitbreiding van ten hoogste 10% van de bestaande bebouwing; b. tijdelijke activiteiten, anders dan bedoeld in de Waterschapsverordening; c. overige activiteiten van rivierkundig ondergeschikt belang; d. tijdelijke schuilgelegenheid, met dien verstande dat: 1. het een bouwwerk betreft, bedoeld om niet langer dan 6 maanden ter plaatse te functioneren; 2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 30 m2; 3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m. 15.5.4 Procedure Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een vergunning horen burgemeester en wethouders de rivierbeheerder.
15.6
Vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van
werkzaamheden 15.6.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de functie 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (vergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ontginnen, afgraven, ontgronden, egaliseren, ophogen en verharden van gronden; 2. het (half)verharden van paden en wegen; 3. vellen, rooien of beschadigen van bomen, heggen en overige houtgewassen; 4. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; 5. het aanbrengen van houtopstanden; 6. 7.
het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse leidingen; het verlagen of verhogen van het waterpeil.
15.6.2 Uitzondering Het bepaalde in lid 15.6.1 is niet van toepassing op: 1. welke betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. welke vallen onder kapvergunningplicht en de in dat kader opgelegde herplantplicht, zoals bedoeld in de Verordening fysieke leefomgeving; 3.
welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering dan welk krachten een reeds verleende vergunning mogen worden uitgevoerd.
15.6.3 Voorwaarden De in lid 15.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktelichaam (de Maas) gewaarborgd blijft, en; b. geen sprake is van een feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier (de Maas), en; c. de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is en deze verhoging d. e.
of afname wordt gecompenseerd, en; de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam (de Maas) niet verslechtert; voor het verlenen van de vergunning advies wordt ingewonnen bij de rivierbeheerder omtrent te toepassing van voorwaarde a t/m d.
Hoofdstuk 5
Overgangsregels (paragraaf 22J.5)
Artikel 16 Overgangsrecht 16.1
Overgangsrecht bouwwerken
16.1.1
Algemeen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, d.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
e.
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
16.1.2
Maatwerkvoorschrift
Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift eenmalig afwijken van het bepaalde in artikel 16.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 16.1.1 met maximaal 10%. 16.1.3
Uitzondering
Het bepaalde in artikel 16.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het Omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan.
16.2
Overgangsrecht gebruik
16.2.1
Algemeen
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 16.2.2
Strijdig gebruik
Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 16.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 16.2.3
Onderbroken gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in artikel 16.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 16.2.4
Uitzondering
Het bepaalde in artikel 16.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het Omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit plan.