CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Modulair gemeenschappelijke regeling

Commissie Samenleving 23 november 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Presentatie regionale samenwerking voor inwoners met complexe problematiek en daarmee samenhangende verzoek om college toestemming te verlenen tot het aanpassen van de modulair gemeenschappelijke regeling;3.427 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TOELICHTING MGR Deze toelichting behoort bij de MGR (hierna: MGR). Daar waar de MGR niet in voorziet, is de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing. Algemeen De MGR is een publiekrechtelijk samenwerkingsverband dat wordt aangegaan door de colleges van de gemeenten Beesel, Bergen, Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray en Weert. De MGR is uitsluitend gericht op uitvoerende taken binnen het sociaal domein. Tot 1 januari 2022 bestond de MGR uit één module. Per 1 januari 2022 is een tweede module toegevoegd. Op termijn kunnen er meer modules worden toegevoegd aan het samenwerkingsverband. De betreffende colleges kunnen per deelbelang (of: module) bepalen of zij daaraan deelnemen. Eerste samenwerkingsmodule: “Opdrachtgeven Noord-Limburg” De eerste module omvat het gezamenlijk verwerven van zorg- en ondersteuningsaanbod ten behoeve van de inwoners en het beheren, managen en handhaven van de gesloten contracten. Met het oog op de decentralisatietaken is het belangrijk dat burgers de passende zorg en ondersteuning ontvangen die noodzakelijk zijn voor het zelfredzaam houden van burgers.

Tweede samenwerkingsmodule: Regionale taken BW MO B&P Noord- en Midden-Limburg De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) draagt gemeenten op om zorg te dragen voor maatschappelijke ondersteuning en voor de kwaliteit en de continuïteit van de voorzieningen, waaronder voorzieningen voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen. De colleges hebben besloten om diverse taken met betrekking tot beschermd wonen, maatschappelijke opvang en bemoei- en preventiezorg regionaal te laten uitvoeren door de MGR. Hiertoe zijn de taken en bevoegdheden van de MGR uitgebreid met samenwerkingsmodule 2.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING HOOFDSTUK 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen Dit artikel bevat enkele algemene begripsbepalingen die gelden voor de gehele gemeenschappelijke regeling. Artikel 2 Openbaar lichaam Dit artikel bepaalt dat er een zogenoemd gemeenschappelijk openbaar lichaam wordt ingesteld krachtens artikel 1 lid 1 in samenhang met artikel 8 lid 1 Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr). Het gemeenschappelijk openbaar lichaam bezit rechtspersoonlijkheid (art. 8 lid 1 Wgr jo. art. 2:1 lid 2 BW) en kan zodoende ook privaatrechtelijke rechtshandelingen verrichten (art. 2:1 lid 3 jo. art. 2:5 jo. art. 3:32 BW). Tot slot bepaalt het artikel dat het gemeenschappelijk openbaar lichaam gevestigd is te Venray (art. 10 lid 3 Wgr). Deze vestigingsplaats bepaalt onder andere welke rechtbank bevoegd is kennis te nemen van eventuele procedures. Artikel 3 Bestuursorganen Het bestuur van het gemeenschappelijk openbaar lichaam bestaat ten minste uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter (art. 12 lid 1 Wgr). Daarnaast kunnen bestuurscommissies worden ingesteld, als de regeling in die mogelijkheid voorziet. In deze regeling is die mogelijkheid geopend in hoofdstuk 6. De secretaris is geen bestuursorgaan. HOOFDSTUK 2

BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 4 Modulaire karakter van het samenwerkingsverband De regeling biedt een algemeen kader voor samenwerking op het gebied van het sociaal domein binnen de regio. Aan de regeling kunnen de deelnemende colleges specifieke samenwerkingsmodules toevoegen. De deelnemende colleges besluiten per samenwerkingsmodule of zij hieraan deelnemen. De deelnemende colleges kunnen een samenwerkingsmodule aan de regeling toevoegen (art. 35 lid 2 MGR). De toevoeging en wijziging van een module vindt plaats krachtens een daartoe strekkend besluit van twee derde van de deelnemende colleges en na verkregen toestemming van hun gemeenteraden. Artikel 5 Belangen en taken Een gemeenschappelijke regeling kan getroffen worden voor een of meerdere gemeentelijke belangen (art. 1 lid 1 Wgr). Dit belang of deze belangen moeten in de gemeenschappelijke regeling worden opgenomen (art. 10 lid 1 Wgr). Het belang bakent de bevoegdheden van (het bestuur van) het gemeenschappelijk openbaar lichaam af. De regeling behartigt de belangen van zijn deelnemende colleges op het gebied van uitvoerende taken binnen het sociaal domein. De specifieke belangen van een samenwerkingsmodule worden geconcretiseerd in de desbetreffende samenwerkingsmodule.

In iedere afzonderlijke module worden ook de specifieke taken benoemd die het samenwerkingsverband moet uitvoeren voor de deelnemende colleges aan die module. In het derde lid van dit artikel is de mogelijkheid geopend voor het samenwerkingsverband om activiteiten te verrichten ten behoeve van individuele colleges en ten behoeve van colleges die niet deelnemen aan het samenwerkingsverband. Deze mogelijkheid is begrensd tot een maximum genoemd in artikel 2.24b, eerste lid onder b van de Aanbestedingswet 2012. Dit artikel bepaalt dat er geen (Europese) aanbestedingsplicht bestaat voor overheidsen concessieopdrachten die door een aanbestedende dienst aan een andere rechtspersoon worden gegund indien deze rechtspersoon het merendeel, meer dan 80%, van zijn werkzaamheden verricht in de vorm van taken die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende dienst(en). HOOFDSTUK 3

HET ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 6 Taken en bevoegdheden Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het gemeenschappelijk openbaar lichaam (art. 12 lid 2 Wgr). Dit betekent onder meer dat het algemeen bestuur eindverantwoordelijk is voor het gemeenschappelijk openbaar lichaam. In het algemeen bestuur worden alle deelnemende colleges vertegenwoordigd. Dit artikel beschrijft de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur kan zijn bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur met uitzondering van de taken benoemd in het tweede lid van dit artikel. Artikel 7 Samenstelling en zittingsduur Deze regeling omvat een collegeregeling, waaraan uitsluitend collegebevoegdheden kunnen worden overgedragen. Het betreft een samenwerkingsverband gericht op uitvoerende taken. De colleges worden dan ook vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Ieder deelnemend college kiest uit zijn midden één algemeen bestuurslid (art. 13 lid 6 jo. lid 1 Wgr). Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege wanneer men ophoudt lid te zijn van het college dat het lid heeft aangewezen (vgl. art. 13 lid 6 jo. lid 2 Wgr). Om te voorkomen dat een deelnemend college niet vertegenwoordigd is bij afwezigheid van het lid in het algemeen bestuur, is ieder college verplicht tevens een plaatsvervangend lid voor het algemeen bestuur aan te wijzen.

Dit plaatsvervangend lid vervangt het eigen lid in het algemeen bestuur in alle gevallen, met uitzondering van de eventuele rol van het lid in het dagelijks bestuur.

Artikel 8 Werkwijze en vergaderorde Dit artikel bepaalt hoeveel stemmen een lid van het algemeen bestuur heeft en hoe de besluitvorming binnen het algemeen bestuur plaatsvindt. Ook regelt het artikel de vergaderfrequentie en de openbaarheid van de vergaderingen van het algemeen bestuur. Het eerste lid maakt duidelijk dat een besluit genomen wordt door de meerderheid van het aantal aanwezige AB-leden (dus meer dan de helft van de aanwezige AB-leden). Tevens is vereist dat die meerderheid meer dan 50% van de stemmen in het AB vertegenwoordigt Hoeveel stemmen een lid van het algemeen bestuur krijgt wordt jaarlijks op 1 januari bepaald conform hetgeen is bepaald in het derde lid van dit artikel. Daarvoor wordt gekeken naar het aantal inwoners van de desbetreffende gemeente op 1 januari van het voorafgaande jaar. Dit inwonersaantal wordt gedeeld door 15.000. Dit betekent dat voor het jaar 2022 wordt gekeken naar het aantal inwoners van de gemeente op 1 januari 2021. Het aantal stemmen wordt rekenkundig afgerond en er geldt altijd een minimum van 1 stem. HOOFDSTUK 4

HET DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 9 Taken en bevoegdheden Uitgangspunt is dat alle bevoegdheden bij het algemeen bestuur liggen. De Wgr bepaalt echter dat sommige bevoegdheden bij het dagelijks bestuur liggen. Deze bevoegdheden worden in dit artikel opgesomd. Artikel 10 Samenstelling en zittingsduur Op grond van artikel 14 Wgr bestaat het dagelijks bestuur uit de voorzitter en ten minste twee andere leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen. Gelijktijdig wijst het algemeen bestuur voor ieder lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger aan. Artikel 11 Werkwijze en vergaderorde Dit artikel regelt de vergaderfrequentie en de werkwijze van de vergaderingen van het dagelijks bestuur. In het tweede lid worden de artikelen 54 [Vergadering met gesloten deuren], 56 [Vergaderquorum], 58 [Stemverbod en quorum] en 59 [Staken van stemmen] uit de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing verklaard. HOOFDSTUK 5

DE VOORZITTER

Artikel 12 Dit artikel regelt de aanwijzing van de voorzitter. Op grond van artikel 13 lid 9 Wgr moet de voorzitter door en uit het algemeen bestuur benoemd worden. De voorzitter is een eenhoofdig bestuursorgaan (art. 12 lid 1 Wgr) en is voorzitter van zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur (art. 12 lid 3 Wgr). De aanwijzing van de voorzitter kan niet aan het dagelijks bestuur worden gedelegeerd.

HOOFDSTUK 6

DE COMMISSIES

Artikel 13 Commissies van advies Dit artikel is gebaseerd op artikel 24 Wgr. Het algemeen bestuur is in beginsel bevoegd tot het instellen van (vaste) commissies van advies, zoals volgt uit lid 1 en lid 2 van dit artikel. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en samenstelling van deze commissies van advies. Artikel 14 Bestuurscommissies Dit artikel voorziet in de mogelijkheid van het algemeen bestuur om bestuurscommissies in te stellen (vgl. art. 25 lid 1 Wgr). Voordat het algemeen bestuur kan overgaan tot instelling van de bestuurscommissie moet eerst een verklaring van geen bezwaar worden verkregen van de raden van de deelnemende gemeenten (art. 25 lid 2 Wgr). Het algemeen bestuur regelt de samenstelling van de bestuurscommissie, alsmede zijn taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties jegens het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur (art. 25 Wgr). HOOFDSTUK 7

INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG

Artikel 15 Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur Artikel 16 Het dagelijks bestuur en algemeen bestuur ten opzichte van raden Artikel 17 Leden algemeen bestuur ten opzichte van het college van burgemeester en wethouders Deze artikelen regelen de verplichte verantwoordingsrelaties tussen het algemeen bestuur en de raden (art. 17 Wgr) en het individuele lid van het algemeen bestuur met zijn college (art. 18 jo. art. 16 lid 1 en 3 Wgr) en raad (art. 19 jo. art. 16 lid 1 en 3 Wgr). Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter worden geacht de raden gevraagd en ongevraagd inlichtingen te verstrekken over het te voeren en gevoerde interne beleid van het samenwerkingsverband. Daarnaast beschrijft de regeling twee vaste informatiemomenten per kalenderjaar. Voorts regelen deze artikelen de verplichte verantwoordingsrelaties tussen dagelijks bestuur en de raden (art. 17 Wgr) en het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur (art. 18 jo. art. 16 lid 2 Wgr). Op grond van artikel 18 Wgr in samenhang met artikel 16 lid 5 Wgr omvat dit hoofdstuk bepalingen omtrent het ontslaan van leden van het algemeen bestuur.

HOOFDSTUK 8

REGLEMENT VAN ORDE

Artikel 18 Reglement van orde algemeen bestuur Artikel 19 Reglement van orde dagelijks bestuur Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. Het dagelijks bestuur kan eveneens een reglement van orde vaststellen. HOOFDSTUK 9

DE SECRETARIS

Artikel 20 Secretaris De secretaris is belast met de dagelijkse leiding van het samenwerkingsverband en is verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter. HOOFDSTUK 10

KLACHTEN

Artikel 21 Klachtenregeling De bestuursorganen (artikel 3) kunnen, ieder voor zich en voor zover het de eigen bevoegdheden betreft, een klachtenregeling vaststellen. HOOFDSTUK 11 VERGOEDINGEN Artikel 22 Regeling inzake vergoeding van werkzaamheden Het algemeen bestuur kan met inachtneming van de artikelen 21, 24 en 25 van de Wgr voor de leden van een commissie als bedoeld in artikel 13 en 14 van deze regeling, die niet de functie van burgemeester, wethouder of secretaris vervullen, een vergoedingsregeling vaststellen. Deze regeling wordt aan Gedeputeerde Staten gezonden. Ambtenaren werkzaam bij een van de deelnemende gemeenten die lid zijn van een commissie hebben geen recht op vergoeding. HOOFDSTUK 12 HET UITVOERINGSPLAN EN HET UITVOERINGSPROGRAMMA Artikel 23 Uitvoeringsplan Het algemeen bestuur stelt een uitvoeringsplan voor een periode van 3 jaren vast. Het uitvoeringsplan kan jaarlijks worden bijgesteld. Het algemeen bestuur stuurt het uitvoeringsplan ter informatie aan de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 24 Uitvoeringsprogramma Het algemeen bestuur stelt voor ieder jaar een uitvoeringsprogramma vast, waarin de activiteiten van het samenwerkingsverband worden aangegeven, met daarbij een overzicht van de benodigde financiële en personele middelen. Dit uitvoeringsprogramma is een onderdeel van de begroting van het samenwerkingsverband.

HOOFDSTUK 13

FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 25 Begrotingsprocedure Artikel 26 Bijdragen van de gemeenten Artikel 27 Jaarrekening Deze artikelen zien toe op de financiële administratie (waarop de bepalingen uit de Gemeentewet van toepassing zijn), de termijnen en de totstandkoming van de begroting en jaarrekening krachtens de artikelen 34 en 35 Wgr. De kostenverdeelsleutel (berekengrondslag en wijze van betaling) wordt geregeld in iedere samenwerkingsmodule. Uit het wettelijk systeem vloeit voort, dat de deelnemende colleges er te allen tijde voor moeten zorgen dat het gemeenschappelijk openbaar lichaam over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te voldoen. HOOFDSTUK 14

HET ARCHIEF

Artikel 28 Archivering Op grond van artikel 40 Archiefwet 1995 moet de gemeenschappelijke regeling bepalingen bevatten over het archief. Deze moeten zoveel mogelijk overeenkomstig de Archiefwet 1995 worden vormgegeven. Om die reden is aansluiting gezocht bij de bepalingen zoals die op grond van de Archiefwet 1995 voor de gemeenten gelden. HOOFDSTUK 15

TOETREDING, UITTREDING EN OPHEFFING

De gemeenschappelijke regeling moet bepalingen bevatten omtrent toe- en uittreding, wijziging en opheffing (art. 9 lid 1 Wgr). Artikel 29 Toetreding tot de regeling Een college kan tot de regeling toetreden krachtens een daartoe strekkend besluit van het college en na verkregen toestemming van de gemeenteraad. De laatstgenoemde toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Daarnaast moeten alle deelnemende colleges instemmen met de toetreding van het buitenstaande college bij eensluidend besluit. Het algemeen bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding van een college tot de regeling. Artikel 30 Deelname aan een bestaande samenwerkingsmodule Wanneer een college wil deelnemen aan een reeds bestaande samenwerkingsmodule is dat mogelijk krachtens een daartoe strekkend besluit van haar college en na verkregen toestemming van haar gemeenteraad. Het algemeen bestuur kan voorwaarden verbinden aan de deelname. Artikel 31 Uittreding In het geval dat een deelnemend college besluit uit te treden uit de regeling dient dit plaats te vinden krachtens een daartoe strekkend besluit van het college van het uittredende college en na verkregen toestemming van de gemeenteraad. De toestemming kan slechts worden

onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Een besluit van de andere deelnemende colleges wordt niet vereist omdat de keuze voor uittreding een keuze is van het uittredende college. Artikel 32 Procedure voor vaststelling uittredingsplan Op grond van dit artikel zal een onafhankelijke externe deskundige (waarschijnlijk een register accountant) worden belast met het opstellen van een uittredingsplan. Dit uittredingsplan bepaalt de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding en bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. Artikel 33 Te vergoeden kosten Dit artikel regelt de opbouw van de uittreedsom. Dit zijn de kosten die vergoed dienen te worden door het uittredende college. Artikel 34 Verplichtingen uittreder Op grond van dit artikel is het uittredende college verplicht zich in te spannen om de formatie van het samenwerkingsverband die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. Artikel 35 Wijziging en opheffing Er is gekozen voor een differentiatie tussen de wijziging van de regeling en de wijziging van een samenwerkingsmodule. De regeling kan worden gewijzigd krachtens een daartoe strekkend besluit van de deelnemende colleges na verkregen toestemming van de gemeenteraden.

De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Besluiten wat betreft de wijziging en opheffing van de regeling kunnen dus alleen worden genomen wanneer er unaniem besloten wordt. De regeling omschrijft immers het fundament van het samenwerkingsverband, zoals de belangen en bepalingen omtrent toetreding, uittreding, wijziging en opheffing. Een samenwerkingsmodule kan worden toegevoegd, gewijzigd of opgeheven krachtens een daartoe strekkend besluit van twee derde van de deelnemende colleges na verkregen toestemming van hun gemeenteraden. Ook hier geldt dat toestemming alleen kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Artikel 36 Liquidatie In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en regelt het de financiële en andere gevolgen van de opheffing in een liquidatieplan. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.

HOOFDSTUK 16

SLOTBEPALINGEN

Artikel 37 Geschillen Artikel 38 Duur van de regeling Artikel 39 Inwerkingtreding Artikel 40 Citeertitel Deze artikelen spreken voor zich en behoeven geen nadere toelichting.

TOELICHTING SAMENWERKINGSMODULE 1 ‘Opdrachtgeven Noord-Limburg’ Artikel 1 Begripsomschrijvingen Dit artikel bevat enkele algemene begripsbepalingen die gelden voor de desbetreffende samenwerkingsmodule. Artikel 2 Belang De module ‘opdrachtgeven in Noord-Limburg’ is opgericht ter verhoging van de effectiviteit en de efficiëntie van het opdrachtgeven. Artikel 3 Taken Dit artikel beschrijft de specifieke taken die binnen deze samenwerkingsmodule worden uitgevoerd. Het betreft het voorbereiden en uitvoeren van de verwerving van het zorg- en ondersteuningsaanbod, het beheren, managen en handhaven van het verworven zorg- en ondersteuningsaanbod, het systematisch verzamelen van gegevens over de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen binnen het domein van deze module en het aan de deelnemende colleges rapporteren over de gerealiseerde resultaten en verwachtingen binnen het domein van deze module. Artikel 4 Bevoegdheden Om de taken goed te kunnen uitvoeren dienen de deelnemende colleges van deze module aan het samenwerkingsverband mandaten, volmachten en/of machtigingen te verlenen. Dit artikel regelt de verplichting voor de deelnemende colleges om dat te doen. Artikel 5 Bekostiging De kosten die gemaakt worden ten behoeve van de taken in deze samenwerkingsmodule worden verdeeld over de deelnemende colleges naar rato van hun aantal inwoners.

De deelnemende colleges betalen per kwartaal een voorschot. Artikel 6 Vrijwaring Deelnemende colleges aan de gemeenschappelijke regeling die niet deelnemen aan deze samenwerkingsmodule, kunnen niet aansprakelijk zijn voor kosten die ontstaan door de uitvoering van de taken van deze samenwerkingsmodule. Dit artikel regelt dat de deelnemende colleges van deze samenwerkingsmodule de niet-deelnemende colleges hiervan vrijwaren. Artikel 7 Uittreding Een deelnemend college kan uit deze samenwerkingsmodule treden. De artikelen 31 tot en met 34 van de regeling zijn op de uittreding uit deze samenwerkingsmodule van overeenkomstige toepassing. In het tweede lid is geregeld dat het uittredende college zijn verplichtingen ten aanzien van afgesloten contracten tot de einddatum van de betreffende contracten na dient te komen.

TOELICHTING SAMENWERKINGSMODULE 2 ‘Regionale taken BW MO B&P Noord- en MiddenLimburg’ Artikel 1 Begripsomschrijvingen Dit artikel bevat enkele algemene begripsbepalingen die gelden voor de desbetreffende samenwerkingsmodule. Artikel 2 Belang De module ‘opdrachtgeven in Noord-Limburg’ is opgericht ter verhoging van de effectiviteit en de efficiëntie van de uitvoering van de regionale taken en verantwoordelijkheden inzake BW, MO, B&P. Artikel 3 Taken Dit artikel beschrijft de specifieke taken die binnen deze samenwerkingsmodule regionaal worden uitgevoerd. Artikel 4 Bevoegdheden Om de taken goed te kunnen uitvoeren dienen de deelnemende colleges van deze module aan het samenwerkingsverband mandaten, volmachten en/of machtigingen te verlenen. Dit artikel regelt de verplichting voor de deelnemende colleges om dat te doen. Artikel 5 Bekostiging In het eerste lid van dit artikel wordt een onderscheid gemaakt tussen de uitvoeringskosten en de programmakosten. De begrippen uitvoeringskosten en programmakosten zijn gedefinieerd in artikel 1 aanhef en sub e respectievelijk sub f van deze samenwerkingsmodule. Op grond van het tweede lid van dit artikel worden de uitvoeringskosten over de deelnemende colleges verdeeld op basis van de verdeelsleutel BW, MO en B&P. De verdeelsleutel BW, MO en B&P is gedefinieerd in artikel 1 aanhef en sub g van deze samenwerkingsmodule.

De deelnemende colleges gaan uit van financiële solidariteit. Dat houdt in dat de deelnemende colleges de rijksbijdragen voor BW, MO en B&P (inclusief de eigen bijdragen voor BW) volledig in één integraal regionaal budget storten dat door de MGR wordt beheerd en van waaruit de regionale kosten, zoals de regionaal gecontracteerde zorgkosten en de kosten van de regionale taken, worden betaald. Er wordt gewerkt met één regionale raming BW, MO en B&P (artikel 3, lid 2, sub h van de samenwerkingsmodule). Een onderdeel van de financiële solidariteit is dat bij een tekort op de regionale begroting de deelnemende colleges op basis van een regionale verdeelsleutel dit tekort gezamenlijk aanvullen. Bij een overschot op de regionale begroting krijgen de deelnemende colleges het saldo uitgekeerd, eveneens op basis van de regionale verdeelsleutel. Met deze financiële compensatie uit de regionale begroting dienen de deelnemende colleges hun lokale kosten te bekostigen.

Artikel 6 Vrijwaring Deelnemende colleges aan de gemeenschappelijke regeling die niet deelnemen aan deze samenwerkingsmodule, kunnen niet aansprakelijk zijn voor kosten die ontstaan door de uitvoering van de taken van deze samenwerkingsmodule. Dit artikel regelt dat de deelnemende colleges van deze samenwerkingsmodule de niet-deelnemende colleges hiervan vrijwaren. Artikel 7 Uittreding Een deelnemend college kan uit deze samenwerkingsmodule treden. De artikelen 31 tot en met 34 van de regeling zijn op de uittreding uit deze samenwerkingsmodule van overeenkomstige toepassing. In het tweede lid is geregeld dat het uittredende college zijn verplichtingen ten aanzien van afgesloten contracten tot de einddatum van de betreffende contracten na dient te komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10774903/1