CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en regels BP Daem van Kekenstraat 10 ontwerpplan

Gemeenteraad 17 oktober 2022, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van het bestemmingsplan voor de locatie Daem van Kekenstraat 10;23.064 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

27

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

4.12

Vormvrije MER-beoordeling

4.12.1 Regelgeving Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Omdat in het plangebied sprake is van een vermindering van de agrarische bedrijfsactiviteiten en de bestaande hoeveelheid bebouwing afneemt (slopen ligboxenstal en sleufsilo met overkapping), is er geen m.e.r.-beoordeling conform het Besluit m.e.r. noodzakelijk. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'.

De in dit hoofdstuk beschreven milieuaspecten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.

28

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere (recente) bestemmingsplannen van de gemeente Bergen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen.

5.1.1

Inleidende regels

Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

5.1.2

Opbouw bestemmingen

Bestemmingsomschrijving Dit onderdeel bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Nadere eisen In deze bepaling wordt opgenomen dat het bevoegd gezag ten aanzien van specifieke planonderdelen bevoegd is om nadere eisen te stellen. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving.

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

29

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.

5.1.3

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergronds bouwen en ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat regels omtrent strijdig gebruik. Algemene afwijkingsregels In deze bepaling zijn regels opgenomen ten aanzien van afwijkingsmogelijkheden die voor het hele plangebied gelden en die burgemeester en wethouders de benodigde flexibiliteit bieden ten aanzien van het bestemmingsplan. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige regels Deze bepaling bevat regels omtrent cultuurhistorische waarden, landschappelijke waarden en parkeren.

5.1.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.2

Bestemmingen

In het plangebied komen de volgende (dubbel)bestemmingen voor: Artikel 3 Agrarisch met waarden Voor die delen van het voormalig agrarisch bouwvlak die buiten het nieuwe eigendom vallen, is de oorspronkelijke agrarische bestemming gehandhaafd. Deze gronden zijn bestemd voor onder andere behoud en herstel van de aan het gebied eigen zijnde landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden en tevens agrarisch grondgebruik. Gebouwen zijn niet toegestaan binnen deze bestemming. In de regels zijn verder nadere bepalingen opgenomen voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

30

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

Artikel 4 Gemengd - 3 Binnen het plangebied is niet langer sprake van een reëel agrarisch bedrijf. De hoofdactiviteit ter plaatse bestaat daarom uit wonen en een kleinschalig agrarisch bedrijf in combinatie met een zorgboerderij. Daarnaast blijven ook de andere agrarische nevenfuncties in de vorm van een boerderijwinkel en ondergeschikte horeca mogelijk in combinatie met extensief (dag)recreatief medegebruik. Artikel 5 Waarde - Archeologie 4 Indien een ontwikkeling binnen deze dubbelbestemming plaatsvindt, dient getoetst te worden of archeologische waarden verstoord kunnen worden. Artikel 6 Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), in eerste instantie bestemd voor bescherming en behoud van de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed. In de regels zijn verder nadere bepalingen opgenomen voor gebouwen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 7 Waterstaat - Waterkering Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het onderhoud en instandhouding van dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering. In de regels zijn verder nadere bepalingen opgenomen voor gebouwen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

31

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid

6.1.1

Exploitatieverplichting

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander moet worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, moet een exploitatieplan worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld.

6.1.2

Conclusie

Alle kosten die gemaakt moeten worden voor het opstellen van het bestemmingplan zijn voor rekening van de gemeente. Dit is zo afgesproken in de koopovereenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Hiervoor zijn middelen in de begroting opgenomen. Daarmee zijn de kosten voor de planontwikkeling verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde. Aanvullend hierop is er een overeenkomst afgesloten met de grondeigenaar, waarin de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Vooroverleg

Conform ex artikel 3.1.1. van het Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Dit vooroverleg vindt gelijktijdig plaats met de formele tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan. Te zijner tijd zullen eventueel ingediende vooroverlegreacties hier of in een separate nota van een gemeentelijke reactie worden voorzien.

6.2.2

Ontwerpfase

Gelijktijdig met het vooroverleg start de formele bestemmingsplanprocedure. Eventuele aanpassingen die volgen uit de overlegreacties worden te zijner tijd verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. Indien nodig worden er ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Te zijner tijd zullen eventueel ingediende zienswijzen hier of in een separate nota van een gemeentelijke reactie worden voorzien.

6.2.3

Vaststellingsfase

Na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan.

32

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan.

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

33

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

34

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

35

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

Bijlage 1

36

Historisch bodemonderzoek

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

Regels

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

37

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10 met identificatienummer NL.IMRO.0893.BP21004DA10BUI-ON01 van de gemeente Bergen (L.); 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aangebouwd bijbehorend bouwwerk een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een gebouw, dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.6 aan-huis-verbonden bedrijf het door de bewoner van de (bedrijfs)woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q.

het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een (bedrijfs)woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten; 1.7 aan-huis-verbonden beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een (bedrijfs)woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.8 afhankelijke woonruimte een (aangebouwd) bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding gehuisvest is; 1.9 agrarisch bedrijf een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; 1.10 ambachtelijk bedrijf het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die verband houden met het ambacht; 1.11 ammoniakemissie van een dierenverblijf de amoniakemissie van een dierenverblijf,

berekend met het daartoe op basis van de Regeling natuurbescherming aangewezen rekeninstrument en bepaald op basis van diercategorieën en dieraantallen, huisvestingssystemen, additionele technieken, emissiereducerende technieken en voer- en managementmaatregelen; 1.12 ammoniakemissie van een veehouderijlocatie de som van de ammoniakemissie van alle bij een veehouderij-inrichting behorende dierenverblijven;

38

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

1.13 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.14 bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de regels aangeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak, aanduidingsvlak of bestemmingsvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd door gebouwen en overkappingen; 1.15 bed & breakfast het bieden van recreatief nachtverblijf, kortdurend, in de vorm van logies met ontbijt, in het hoofdgebouw of in één van de bestaande bijbehorende bouwwerken; 1.16 bedrijf elke onderneming of gedeelte van een onderneming, welke een organisatorisch zelfstandige eenheid vormt en als zodanig gericht is op de productie of de afzet van goederen of de verlening van diensten; organisatorisch zelfstandige eenheden als hier bedoeld, welke door of vanwege de overheid worden geleid, worden voor de toepassing van deze regels eveneens als bedrijf aangemerkt; 1.17 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een of meer bedrijfsactiviteiten; 1.18 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bedrijfsvoering, in overeenstemming met de bestemming, noodzakelijk is; 1.19 beeldbepalende (monumentale) boom een uit stedenbouwkundig, landschappelijk, cultuurhistorisch, natuurlijk of ecologisch oogpunt belangrijke boom.

Een meestal solitaire, goed geproportioneerde boom (soms in semi-bosverband of op een erf), met een leeftijd van vaak meer dan 100 jaar en een grote omvang; daardoor visueel zeer opvallend; 1.20 bestaand a. t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan of mag worden gebouwd op grond van een bouwvergunning of omgevingsvergunning; b. t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig en toegestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan. 1.21 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.22 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.23 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.24 bijbehorende voorziening zaken ter ondersteuning van een adequate bedrijfsvoering, zoals een mestbe- en verwerkingsinstallatie voor het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf, luchtwassers, wasplaatsen, weg- en waterbouwkundige voorzieningen danwel energievoorzieningen; 1.25 boerderijwinkel een winkel bij een agrarisch bedrijf, waar eigen geproduceerde agrarische producten worden verkocht;

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

39

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

1.26 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.27 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.28 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd en dat een oppervlakte beslaat van meer dan 50% van het grondvlak van het hoofdgebouw, met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.29 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.30 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.31 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.32 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.33 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk en/of gebied of beplanting toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van gronden en gebouwen, zoals

dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het wegenpatronen of de architectuur; onder cultuurhistorische waarden worden mede verstaan: a. de stedenbouwkundige waarden of waarden van de gebouwde (of: bebouwde) omgeving; b. de landschapswaarden, natuurlijke waarden, aardkundige waarden of historisch-geografische waarden. 1.34 dagrecreatieve voorzieningen voorzieningen ten behoeve van ontspanning in de vorm van sport, spel en verblijf, zonder dat daarbij sprake is van overnachting; 1.35 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren aan personen, die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.36 dierenverblijf gebouw of overkapping waarbinnen of waaronder landbouwhuisdieren worden gehouden, inclusief daartoe behorende voorzieningen zoals luchtwassers; 1.37 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover het bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt; 1.38 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.39 geomorfologische waarden landschappelijke waarden, die samenhangen

met de ontstaansgeschiedenis van de grond en die herkenbaar zijn in het bodemreliëf;

40

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

1.40 groenvoorziening ruimten in de open lucht, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, plantsoenen, bermen, erfbeplantingen en open speelplekken, met de daarbij behorende sloten, vijvers en daarmee gelijk te stellen wateren; 1.41 grondgebonden agrarische bedrijfsvoering een agrarische bedrijfsvoering waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf, zoals een melkrundveehouderijbedrijf, een akkerbouwbedrijf, een productiegerichte paardenhouderij of een vollegronds tuinbouwbedrijf; 1.42 herbouw het oprichten van bebouwing op een bouwperceel waar op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan bebouwing van dezelfde bestemming als de op te richten bebouwing aanwezig was; 1.43 hobbymatig houden van dieren het niet bedrijfsmatig houden van dieren in een vorm die niet is gericht op productie en dus ook niet op economisch gewin, maar die plaatsvindt voor educatieve of recreatieve doeleinden of uit liefhebberij; 1.44 hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.45 horecabedrijf een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden

verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt. Bij horecabedrijven wordt gebruik gemaakt van een categorie indeling. Categorie 1 is de lichtste categorie (verstrekken kleine etenswaren), categorie 5 is de zwaarste categorie (hotel). De categorieënindeling ziet er als volgt uit: categorie 1: horeca activiteiten, die qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen of verbreding van agrarische bedrijfsvoering en waar naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren alleen alcoholvrije drank worden verstrekt. In aanvulling hierop mogen ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' tevens (al dan niet op locatie bereide) maaltijden of etenswaren verstrekt worden, evenals alcoholische dranken, die ter plaatse genuttigd plegen te worden. categorie 2: een horecabedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszaken, lunchroom, konditorei, ijssalon/ijswinkel koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum en eetwinkels. In hoofdzaak wordt hier alcoholvrije drank verstrekt.

categorie 3: een horecabedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar en restaurant. categorie 4: een horecabedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en andere kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen: discotheek / dancing, nachtcafé en een zalencentrum (met nachtvergunning). categorie 5: een horecabedrijf dat geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf, al dan niet in combinatie met een restaurant. Daaronder worden begrepen: hotel, motel, pension en overige logiesvertrekken.

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

41

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

1.46 houtsingel cultuurhistorisch en landschappelijk waardevol lijnvormig landschapselement bestaande uit inheemse boom- en struikbeplanting, waarvan bomen het hoofdbestanddeel vormen, al dan niet dienende ter eigendomsmarkering en/of perceelsscheiding; 1.47 houtwal cultuurhistorisch en landschappelijk waardevol lijnvormig landschapselement bestaande uit een wallichaam van enkele meters breed voorzien van een inheemse boom- en struikbeplanting, waarvan bomen het hoofdbestanddeel vormen, al dan niet dienende ter eigendomsmarkering en/of perceelsscheiding; 1.48 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.49 hydrologisch neutrale ontwikkeling ontwikkeling waarbij maatregelen worden getroffen zodat deze geen negatieve gevolgen heeft voor de waterhuishouding ten opzichte van de uitgangssituatie.

Dit betekent in ieder geval dat in de nieuwe situatie geen hemelwater wordt afgevoerd, maar dat dit lokaal wordt geïnfiltreerd en/of gebruikt; 1.50 inrichting inrichting als bedoeld in artikel 1.1, vierde lid van de Wet milieubeheer; 1.51 kunstwerk een overig bouwwerk ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening; 1.52 laanbeplanting een eenzijdige, tweezijdige en soms dubbele rijbeplanting van opgaande bomen langs een weg; bijna altijd uniform qua soort en leeftijd; 1.53 landbouwhuisdieren dieren die worden gehouden voor productiedoeleinden, bijvoorbeeld voor de productie van melk, vlees, wol, veren of eieren, of die worden gehouden in verband met het berijden ervan, en waarvoor in de Regeling ammoniak en veehouderij emissiefactoren zijn vastgesteld; 1.54 landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur.

De volgende (landschaps)elementen maken hier in elk gevel deel van uit: houtsingels, houtwallen, laanbeplantingen, oude akkers en monumentale, beeldbepalende bomen; 1.55 landschappelijke inpassing inpassing in het omringende landschap door bij de situering van bebouwing in te spelen op de landschappelijke kenmerken en/of door het gebruik van beplanting die past bij het landschapstype ter plaatse, om de bebouwing minder nadrukkelijk in het landschap te plaatsen; 1.56 mestbassin een reservoir of een aarden put bekleed met folie die geheel of gedeeltelijk is ingegraven en wordt omgeven door een grondwal ten behoeve van de opslag van drijfmest; 1.57 natuurlijke waarden waarden in verband met de aanwezigheid van of potentiële mogelijkheden voor bijzondere planten, dieren en leefgemeenschappen in onderlinge samenhang en in samenhang met hun leefomgeving (biotoop) en welke verband houden met zaken als verscheidenheid, zeldzaamheid, natuurlijkheid, ongestoordheid en kenmerkend voor het gebied; 1.58 nutsvoorziening een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport, de telecommunicatie, het transport van drinkwater en afvalwater en daarmee vergelijkbare voorzieningen, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuis en een verdeelstation;

42

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

1.59 ondergeschikte horeca horeca die als activiteit naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt is aan de volgens het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie; 1.60 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 m beneden peil; 1.61 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden; 1.62 onderkomens voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, chalets, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf; 1.63 opslag het bewaren van goederen, waaronder agrarische producten, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel; 1.64 oude akkers agrarische gronden, tenminste sedert de middeleeuwen in gebruik als akker, zowel in combinatie als grote velden of als kleinere kampen; altijd gelegen op de drogere en van nature meest voedselrijke grond; 1.65 overkapping een overig bouwwerk omsloten door maximaal drie wanden waarvan maximaal één eigen wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport; 1.66 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enig omvang, geen

gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.67 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.68 peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de kruinstrook van die weg; b. in andere gevallen en voor overige bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; c. voor stacaravans: de bovenzijde van de begane grondvloer. 1.69 permanente bewoning bewoning van een ruimte als hoofdverblijf;

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

43

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

1.70 reëel agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat nu of op redelijke termijn voldoende werk en inkomen kan opleveren voor één volwaardige arbeidskracht die in duurzaam hoofdberoep aan het bedrijf is verbonden; 1.71 schuilgelegenheid een overdekte ruimte die aan maximaal drie zijden is omsloten door wanden, waarvan dieren gebruik moeten kunnen maken in geval van weidegang, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter uit oogpunt van dierenwelzijn; 1.72 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.73 stedenbouwkundige waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals situatie en infrastructuur, alsmede de ligging van bouwwerken in dat gebied (tot uitdrukking komend in de bouwmassa, hoogtematen, dakvorm en gevelopbouw); 1.74 terras (horeca categorie 1) een ruimte in de open lucht, behorende bij de hoofdbestemming, waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding kleinere etenswaren en alcoholvrije drank wordt verstrekt; In aanvulling hierop mogen ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' op een terras tevens (al dan niet op locatie bereide) maaltijden of etenswaren verstrekt worden, evenals alcoholische dranken. 1.75 teeltondersteunende voorzieningen voorzieningen die toegepast worden om de teelt van groente, fruit, bomen of potplanten te bevorderen en te beschermen. Voorbeelden van teeltondersteunende voorzieningen zijn: aardbeiteelttafels, afdekfolies, antiworteldoek, boomteelthekken, hagelnetten, insectengaas, plastic tunnels, ondersteunende kas, schaduwhallen en vraatnetten.

Onder teeltondersteunende voorzieningen worden geen kassen verstaan; 1.76 tuin niet bebouwde grond, die is ingericht met planten zoals gras, bloemen, struiken en bomen en waarvan de volgende voorzieningen deel kunnen uitmaken: paden, verhardingen, vijvers, sloten en parkeervoorzieningen; 1.77 veehouderij een inrichting bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren; 1.78 voorgevel de naar de weg gekeerde, en op de weg georiënteerde zijde van een gebouw; 1.79 voorgevelrooilijn de denkbeeldige lijn die getrokken kan worden langs de voorgevel van het hoofdgebouw; 1.80 waterbassin een voorziening, al dan niet een bouwwerk zijnde, ten behoeve van de opslag of buffering van water; 1.81 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, en inlaten; 1.82 wonen een permanente verblijfplaats ten behoeve van de huisvesting van één huishouden in een woning;

44

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

1.83 woning een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; 1.84 zorgboerderij het bieden van de mogelijkheid tot zorg aan zorgvragers, door middel van een aan het agrarisch gebruik verbonden werkgemeenschap van sociaal therapeutische aard en in de vorm van dagopvang en dagbesteding waarbij nachtverblijf is uitgesloten.

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

45

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren); 2.7 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.8 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9 ondergeschikte bouwdelen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, regenpijpen, stoeptreden, luifels, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,5 m bedraagt.

46

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud en herstel van de aan het gebied eigen zijnde landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; b. agrarisch grondgebruik; c. beweiden van grasland; d. extensief (dag)recreatief medegebruik; e. groenvoorzieningen en water; f. paden en wegen; g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. behoud en herstel van elementen met cultuurhistorische waarde zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 3 bij deze regels opgenomen Kaart Cultuurhistorische waarden en omschreven in de in de bijlagen 4 en 5 bij deze regels opgenomen Tabel Cultuurhistorische waarden, waarbij het bepaalde in lid 13.1 van toepassing is; i. behoud en herstel van elementen met landschappelijke waarde zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 6 bij deze regels opgenomen Kaart Landschappelijke waarden, waarbij het bepaalde in lid 13.2 van toepassing is. 3.2

Bouwregels

Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

3.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen ten dienste van agrarische bedrijven, gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' tevens een tuinhuisje, een schuilstal, een volière en kleine kassen worden opgericht met een maximum goot- en bouwhoogte van 2,5 m respectievelijk 3,0 m en een gezamenlijke maximum oppervlakte van 100 m². 3.2.2

Veldschuren etc.

Voor het bouwen van veldschuren, melkstallen, veegeleidingen en schuilgelegenheden ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: a. de bouwwerken zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Natuurnetwerk Nederland'; b. de oppervlakte van de bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50 m² per agrarisch bedrijf; c. de afstand van de bouwwerken tot de gronden met de bestemming 'Verkeer' dient ten minste 25 m te bedragen in geval van provinciale wegen; d. de goothoogte van de bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; e. de bouwhoogte van de bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6,0 m; f. de bouwwerken moeten worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15°.

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

47

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

3.2.3

Overige bouwwerken

Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. teeltondersteunende voorzieningen en overkappingen zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1,0 m; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2,0 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,0 m. 3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. tegenprestaties gericht op verbetering van de gebiedskwaliteit. b. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing; c. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; d. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; e. de aard, situering en oppervlakte van verhardingen. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Teeltondersteunende voorzieningen

Teeltondersteunende voorzieningen die geen bouwwerken zijn, zijn binnen en buiten het bouwvlak toegestaan.

3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1

Omgevingsvergunning

Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 3.1 buiten het bouwvlak en buiten de aanduiding 'erf' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders: a. het dempen, graven en vergraven van watergangen en het aanleggen van dammen en bruggen; b. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; d. het aanleggen van waterbassins en mestbassins voor zover deze niet zijn aan te merken als bouwwerken; e. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. het vellen en/of rooien van houtgewas of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadigingen van houtgewas ten gevolge kunnen hebben, behoudens bij wijze van verzorging.

48

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

3.5.2

Uitzondering

Het bepaalde in sublid 3.5.1 is niet van toepassing op: a. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; c. werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; d. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van de inwerkingtreding het plan legaal in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd. 3.5.3

Afwegingskader

Een vergunning als bedoeld in sublid 3.5.1 wordt uitsluitend verleend indien: a. door de uit te voeren werkzaamheden geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde dan wel de waterstaatkundige waarde van het gebied; b. er tevens vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn; c. en voor zover de uit te voeren werkzaamheden plaatsvinden op of in de gronden zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 6 bij deze regels opgenomen Kaart Landschappelijke waarden, waarbij tevens wordt voldaan aan artikel 13.2. 3.6

Wijzigingsbevoegdheid

3.6.1

Bos

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in de bestemming 'Bos' onder de voorwaarden dat: a. agrarische bedrijven niet onevenredig worden geschaad in hun bedrijfsvoering en in hun ontwikkelmogelijkheden; b. de wijziging alleen geschiedt bij vrijwillige medewerking van de desbetreffende grondeigenaren. 3.6.2

Natuur

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' wijzigen in de bestemming 'Natuur' onder de voorwaarden dat: a. agrarische bedrijven niet onevenredig worden geschaad in hun bedrijfsvoering en in hun ontwikkelmogelijkheden; b. de wijziging alleen geschiedt bij vrijwillige medewerking van de desbetreffende grondeigenaren.

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

49

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

Artikel 4

Gemengd - 3

4.1

Bestemmingsomschrijving

4.1.1

Algemeen

De voor 'Gemengd - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen met bijbehorend erf en tuin; b. het hobbymatig houden van dieren met bijbehorende voorzieningen, met dien verstande dat voldaan moet worden aan het bepaalde in sublid 4.5.2 en geen sprake is van een reëel agrarisch bedrijf; c. behoud en herstel van de aan het gebied eigen zijnde landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; agrarisch grondgebruik; d. beweiden van grasland; e. een boerderijwinkel tot een oppervlak van maximaal 30 m²; f. aan-huis-verbonden beroepen met daarbij behorende voorzieningen; g. aan-huis-verbonden bedrijven uit categorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 1 bij de regels is gevoegd, met daarbij behorende voorzieningen; h. ondergeschikte horeca uit categorie 1 tot een oppervlak van maximaal 30 m², alsmede een terras tot een oppervlak van maximaal 30 m²; i. extensief (dag)recreatief medegebruik, mede in de vorm van familiedagen; j. groenvoorzieningen en water; k. paden en wegen; l. waterhuishoudkundige voorzieningen; m. behoud en herstel van elementen met cultuurhistorische waarde zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 3 bij deze regels opgenomen Kaart Cultuurhistorische waarden en omschreven in de in de bijlagen 4 en 5 bij deze regels opgenomen Tabel Cultuurhistorische waarden, waarbij het bepaalde in lid 13.1 van toepassing is; n.

behoud en herstel van elementen met landschappelijke waarde zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 6 bij deze regels opgenomen Kaart Landschappelijke waarden, waarbij het bepaalde in lid 13.2 van toepassing is. 4.1.2

Zorgboerderij

Ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' zijn de in sublid 4.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een zorgboerderij met bijbehorende parkeervoorzieningen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

Op de voor 'Gemengd - 3' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

4.2.2

Gebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de voorgevels van gebouwen moeten in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd; c. de goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 6,5 m; d. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 10 m; e. gebouwen moeten worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15°.

50

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

4.2.3

Bedrijfswoning

Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. per bouwvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan; b. een bedrijfswoning mag uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; c. de voorgevel van de bedrijfswoning moet in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd; d. in geval van herbouw dient het aantal woningen gelijk te blijven en dient de bedrijfswoning op de bestaande locatie terug gebouwd te worden. e. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 6,5 m; f. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10,0 m; g. een bedrijfswoning moet worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15°; h. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 800 m³, tenzij de inhoud van de bestaande bedrijfswoning reeds groter is in welk geval de bestaande inhoud als maximum geldt. 4.2.4

Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, mag niet meer bedragen dan 125 m²; b. bijbehorende bouwwerken mogen niet voor de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning worden opgericht; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6,0 m; e. bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, moeten worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15°. 4.2.5

Veldschuren

Voor het bouwen van veldschuren en schuilgelegenheden ten behoeve van het bieden van stalruimte aan dieren en de opslag die inherent is aan het houden en verzorgen van deze dieren en het omliggend terrein gericht op de bestemming, waarbij de volgende regels gelden: a. de oppervlakte van de bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50 m² per bedrijf; b. de goothoogte van de bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; c. de bouwhoogte van de bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6,0 m; d. de bouwwerken worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15°. 4.2.6

Overige bouwwerken

Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. teeltondersteunende voorzieningen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1,0 m; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2,0 m; d. er is maximaal één overkapping toegestaan waarvan de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 30 m² en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4,0 m en de overkapping alleen achter de voorgevelrooilijn gesitueerd mag worden; e. de bouwhoogte van andere overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,0 m.

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

51

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. tegenprestaties gericht op verbetering van de gebiedskwaliteit; b. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing; c. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; d. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; e. de aard, situering en oppervlakte van verhardingen. 4.4

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 4.2.6 onder e ten behoeve van de bouw van lichtmasten, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 10 m mag bedragen en mits dit vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk en cultuurhistorisch perspectief aanvaardbaar is.

4.5

Specifieke gebruiksregels

4.5.1

Teeltondersteunende voorzieningen

Teeltondersteunende voorzieningen die geen bouwwerken zijn, zijn binnen en buiten het bouwvlak toegestaan.

4.5.2 Veehouderijen a. Het houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven is uitsluitend toegestaan op de in de bijlage 2 bij deze regels vermelde veehouderijlocaties. b. Het is binnen de in de bijlage 2 bij deze regels vermelde veehouderijlocaties verboden om van de volgende diercategorieën meer dieren te houden dan in de bijlage voor de betreffende locatie is vermeld; dit verbod geldt niet indien de betreffende diercategorie in de bijlage als hoofdtak is aangegeven: 1. vleesrundvee (Rav-code A4, A6 en A7) 2. geiten (Rav-code C) 3. varkens (Rav-code D) 4. kippen (Rav-code E) 5. kalkoenen (Rav-code F) 6. eenden (Rav-code G) 7. konijnen (Rav-code I) 8. parelhoenders (Rav-code J) 9. struisvogels (Rav-code L) c. De ammoniakemissie van een veehouderijlocatie mag niet hoger zijn dan de ammoniakemissie zoals bepaald op basis van de in de bijlage 2 bij deze regels voor de betreffende veehouderijlocatie vermelde diercategorieën en dieraantallen, huisvestingssystemen, additionele technieken, emissiereducerende technieken en voer- en managementmaatregelen.

52

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

4.6

Afwijken van de gebruiksregels

4.6.1

Aan-huis-verbonden bedrijf en nevenactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid: a. ten behoeve van de uitoefening van aan-huis-verbonden bedrijven uit milieucategorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd, dan wel een bedrijf dat gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan deze bedrijfsactiviteiten; b. ten behoeve van het uitoefenen van ondergeschikte nevenactiviteiten naast de bedrijfsfunctie, in de zin van een bed & breakfast; met dien verstande dat: c. de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van de gronden niet onevenredig worden aangetast; d. een en ander uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; e. er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn; f. het een nevenactiviteit betreft bij een functionerend agrarisch bedrijf; g. geen beperking ontstaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en woningen; h. de bedrijfsoppervlakte die voor alle nevenactiviteiten tezamen wordt benut, maximaal 30 % van het totale bedrijfsoppervlak van de bedrijfsgebouwen bedraagt; i. er geen sprake is van een grote verkeersaantrekkende werking; j. er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; k. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; l. geen buitenopslag en/of buitenstalling plaatsvindt; m.

voor bed & breakfast daarnaast de volgende voorwaarden gelden: 1. er is geen sprake van zelfstandige ruimten/units met eigen keukenblok; 2. er is een gemeenschappelijke ruimte beschikbaar voor het nuttigen van het ontbijt; 3. degene die gebruik maakt van de hoofdbestemming, is ook degene die de bed & breakfast exploiteert; 4. het aantal kamers bedraagt maximaal 3 en het aantal bedden binnen de voorziening bedraagt maximaal 6; 5. de maximale oppervlakte van een kamer bedraagt 50 m². 4.6.2

Ondergeschikte horeca

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 4.1.1 onder i ten behoeve van het vergroten van de oppervlakte voor ondergeschikte horeca uit categorie 1 of voor het toestaan van ondergeschikte horeca uit categorie 2, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het gebruik moet aanvaardbaar zijn vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk, milieuhygiënisch en cultuurhistorisch perspectief; b. er mag geen beperking ontstaan voor de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en woningen; c. degene die gebruik maakt van de hoofdbestemming, is ook degene die de horeca uitoefent; d. er is geen sprake van een grote verkeersaantrekkende werking; e. parkeren vindt plaats op eigen terrein; f. de bedrijfsoppervlakte die voor horeca wordt benut, bedraagt maximaal 30 % van het totale oppervlak aan gebouwen, tot een maximum van 50 m²; g. het gebruik van de grond (anders dan voor bebouwing) ten behoeve van horeca bedraagt maximaal 30 % van het totale oppervlak van het perceel, tot een maximum van 50 m².

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

53

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

4.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.7.1

Omgevingsvergunning

Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 4.1 buiten het bouwvlak de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders: a. het dempen, graven en vergraven van watergangen en het aanleggen van dammen en bruggen; b. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen van meer dan 100 m² per bestemmingsvlak; c. het aanleggen van waterbassins en mestbassins voor zover deze niet zijn aan te merken als bouwwerken; d. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. 4.7.2

Uitzondering

Het bepaalde in sublid 4.7.1 is niet van toepassing op: a. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; c. werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; d. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van de inwerkingtreding het plan legaal in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd. 4.7.3

Afwegingskader

Een vergunning als bedoeld in sublid 4.7.1 wordt uitsluitend verleend indien: a. door de uit te voeren werkzaamheden geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde dan wel de waterstaatkundige waarde van het gebied; b. er tevens vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn; c. en voor zover de uit te voeren werkzaamheden plaatsvinden op of in de gronden zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 6 opgenomen Kaart Landschappelijke waarden, waarbij tevens wordt voldaan aan lid 13.2.

54

bestemmingsplan "Daem van Kekenstraat 10" (ontwerp)

bestemmingsplan Daem van Kekenstraat 10

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden.

5.2

Bouwregels

5.2.1 Omgevingsvergunning a. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die betrekking heeft op de voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld; b. Een onderzoek als bedoeld in sub a is niet vereist indien naar oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; c. Een onderzoek als bedoeld in sub a is eveneens niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag een schriftelijke verklaring dan wel een onderzoek naar de verstoorde bodemlagen aantoont dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte; d. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning verlenen indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld onder a genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; 2. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 5.2.2 Voorschriften omgevingsvergunning voor het bouwen a.

In de situatie als bedoeld in sublid 5.2.1 onder d kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; 4. Indien het bepaalde onder a sub 3 van toepassing is, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden. 5.2.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11835580/1