CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toekomstbestendige landbouw en pachtgronden (versie 4)

Gemeenteraad 9 februari 2026, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel om in te stemmen met de nadere uitwerking van toekomstbestendige landbouw op gemeentelijke pachtgronden en de notitie vast te stellen;4.209 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toekomstbestendige landbouw op gemeentelijke pachtgronden

Figuur Natuurinclusieve inrichting van Nederland (afkomstig uit het Rapport Natuurverkenning 2050 – Scenario Natuurinclusief – 2022)

Door de Gemeenteraad vastgesteld op:

Inhoudsopgave

1. Inleiding

....................................................................

1.1 Van visie naar uitvoering: Bergen pakt de uitdaging op ................................................3 1.2 Ontwikkelingen die hebben geleid tot deze notitie .......................................................4 1.3 Conclusie ...............................................................................................................5

2. Wat is toekomstbestendige landbouw?

.........................................

2.1 Natuurverkenning 2050 - Scenario Natuurinclusief ......................................................6 2.2 Ruimtelijke vertaalslag ............................................................................................6 2.3 Doorvertaling van natuurinclusieve principes in het toekomstbestendig gebruik van gemeentelijk grond .......................................................................................................8 2.4 Conclusie ...............................................................................................................8

3. Waar sturen wij op?

..........................................................

3.1 Duurzaamheidsdoelstellingen in relatie tot landbouwgronden ........................................9 3.2 Economisch perspectief voor een toekomstbestendige agrarische keten in Bergen ...........9 3.3 Monitoring en beheer .............................................................................................10 3.4 Conclusie .............................................................................................................10

2

1.

Inleiding

De wereld om ons heen verandert razendsnel, ook voor het landelijk gebied. Nieuwe spelregels door rechterlijke uitspraken, zoals het Didam-arrest en beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen, zetten druk op de agrarische sector. Vraagstukken rond stikstof, mest en klimaatverandering vragen om innovatieve oplossingen. Tegelijkertijd is een landbouwtransitie gaande: consumenten eisen transparantie en duurzaamheid. Het Rijk schetst in recente handreikingen en beleidsnota’s een wensbeeld van kringlooplandbouw, minder chemische middelen en een nieuw verdienmodel. De gemeenteraad heeft gevraagd om meer duidelijk te bieden over de kaders waarin de gemeente en de Marke Stichting samenwerken. In voorliggend stuk staan wij stil bij hoe we inspelen op actuele ontwikkelingen, welke uitgangspunten gelden voor verpachting en samenwerking, en hoe we grip houden op de landbouwtransitie. 1.1 Van visie naar uitvoering: Bergen pakt de uitdaging op In november 2025 verscheen een handreiking over duurzame landbouw in het Regeerakkoord. Daarin wordt benadrukt dat de Nederlandse agrarische sector voor grote opgaven staat: hoe produceren we voldoende en gezond voedsel zonder het milieu te overbelasten? Volgens de schrijvers ligt de oplossing in integrale maatregelen, zoals minder gebruik van chemische middelen, kunstmest en geïmporteerd veevoer, en een sterke inzet op kringlooplandbouw.

Dit vraagt om een nieuw verdienmodel, strategisch grondbeleid en een ruimtelijke aanpak die rekening houdt met concurrerende claims op ruimte. De handreiking schetst een wensbeeld, maar laat cruciale vragen open: wie neemt verantwoordelijkheid, welke middelen zijn nodig, en wat is het tijdspad? Een effectieve aanpak voor de komende tien jaar vereist politieke keuzes, budgettaire duidelijkheid en uitvoeringskracht. De gemeente Bergen (L) onderscheidt zich door wél concreet invulling te geven aan deze opgaven. Wij zetten gemeentelijke pachtgronden in als strategisch instrument om samen te werken aan toekomstbestendige landbouw. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke ambities zoals vastgelegd in de gemeentelijke Omgevingsvisie Bergen 2030. In de Omgevingsvisie Bergen 2030 heeft de gemeenteraad uitgesproken een toekomstbestendige gemeente te willen zijn, waarbij landschap en landbouw in balans zijn, er sprake is van waterbeheer op Figuur 1 Gemeentelijke ambities Omgevingsvisie Bergen 2030 maat en de natuurwaarden en biodiversiteit worden versterkt, maar ook verder wordt gebouwd aan een gezonde leefomgeving en het leefklimaat in de dorpen wordt verbeterd.

3

Sinds vaststelling van de Omgevingsvisie is aan het behalen van diverse ambities gewerkt en ook rekening gehouden met actuele ontwikkelingen in landelijke wet- en regelgeving. In voorliggende stuk geven wij een nadere uitwerking over hoe wij de gemeentelijke pachtgronden strategisch inzetten voor het behalen van gemeentelijke ambities en doelstellingen. Eerst willen wij kort stilstaan bij de ontwikkelingen die aanleiding hebben gegeven tot deze notitie. 1.2 Ontwikkelingen die hebben geleid tot deze notitie Ten grondslag aan deze notitie over toekomstbestendige landbouw en strategisch gebruik van gemeentelijke pachtgronden liggen de volgende punten: 1. Gemeentelijk beleid (zie ook bijlage 1) • Omgevingsvisie Bergen 2030 (2019 vastgesteld door gemeenteraad) waarin naast het vastleggen van de gemeentelijke ambities op diverse thema's, o.a. is opgenomen dat de gemeente met het grondbeleid (o.a. via de pacht) duurzame landbouw wil stimuleren; • Economisch Programma Bergen 2030 (2020 vastgesteld door gemeenteraad).

Hierin heeft de gemeenteraad aangeven dat hun ambitie is om in te zetten op een sterke en duurzame agrarische sector, waarbij natuurinclusieve landbouw wordt gestimuleerd en gepaard gaat met zorgvuldig beheer van bodem, water en natuur; • Programma Bergen Klimaatklaar en Leefbaar (2023 vastgesteld door B&W) met daarin een vijftal programmalijnen die erop gericht zijn om toe te werken naar een duurzame, toekomstbestendige en groene gemeente met oog voor mens en milieu, waarbij het uitgangspunt de kwaliteit van leven is. Eén van de programmalijnen is een ‘toekomstgericht landbouwsysteem’. Met daarvoor de volgende principes: o De agrarische keten is voor Bergen een belangrijke sociaal-economische sector; o Wij willen de agrarische sector economisch perspectief bieden; o Bijzondere aandacht vraagt het belang en de invloed die de landbouw als beheerder van een groot deel van ons buitengebied heeft bij en op onze klimaat- en natuuropgaven; o Wij richten ons primair op het toekomstperspectief van een gezonde, volhoudbare sector; o Onderdeel van onze ambitie is dat wij innovatie stimuleren en faciliteren en koppelkansen zoeken. 2.

Gerechtelijke uitspraken • Overheden die gronden verkopen of verpachten dienen openbaar te worden aanbesteed (Didam-arrest 2021); • Bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen moet vooraf aangetoond worden dat deze geen negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden en de reële kans op gezondheidsschade bij omwonenden. 3. Beleid van andere overheden • De Europese Natuurherstelverordening is in 2024 vastgesteld. Men zet in op het langdurig en duurzaam herstel van biodiverse en veerkrachtige ecosystemen. Er is een verplichting om de daling van het aantal bestuivers om te keren en de biodiversiteit van landbouwecosystemen en bosecosystemen te verbeteren. • Het Rijk schetst in de ontwerpnota Ruimte de richting voor toekomstbestendige land- en tuinbouw. Rondom Natura 2000-gebieden is het van belang om het gebruik te laten zijn bij de condities die nodig zijn voor het Natura 2000-gebied. Gebiedsspecifiek moet een bijdrage worden geleverd aan het verminderen van de aanvoer van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar het gebied via gronden oppervlaktewater, peilopzet en het verminderen van de onttrekking van water die voor een gezonde natuur nodig is. • Provincie Limburg zet in toenemende mate in op het creëren van overgangszones rondom Natura 2000-gebieden ter bescherming van de natuurgebieden in combinatie met het verbeteren van de grondwaterkwaliteit, zie o.a.

het Limburgs Offensief Stikstof (LOS). Naast dergelijke overgangszones introduceert men in de nieuwe Provinciale Omgevingsvisie primaire landbouwgebieden waar de landbouw centraal staat. 4. Samenwerking met de Marke Stichting, waarbij naast het beheer van natuurgronden is onderzocht of de Marke Stichting ook een rol kan spelen in het langjarig invulling geven aan de ontwikkeling van toekomstbestendige landbouw op de gronden die in eigendom zijn bij de gemeente. In 2023 heeft de gemeente besloten om het beheer van haar landbouwgronden te beleggen bij de Marke Stichting.

4

5.

6.

7.

Op verzoek van de gemeenteraad is een studie uitgevoerd naar toekomstgerichte landbouw in Bergen1 (2023-2024). Het doel hiervan was om inzicht te verkrijgen in kansen en beperkingen voor landbouw in relatie tot bodem, water, natuur en economie. De analyse m.b.t. de kansen van / voor verschillende landbouwtypen in Bergen leidde tot de conclusie dat de gemeente zich goed leent voor extensieve akkerbouw en veeteelt. Daarbij biedt samenwerking tussen veehouderijen en akkerbouwers voor bijvoorbeeld mestafzet en benutting van reststromen diverse kansen. Tijdens een raadsinformatiebijeenkomst op 28 oktober 2025 is de gemeenteraad op de hoogte gebracht van de stand van zaken ten aanzien van wet- en regelgeving inzake gewasbeschermingsmiddelen. De raadsleden vragen tijdens deze bijeenkomst aandacht voor het volgen van de ontwikkelingen en het verkennen van een regionale aanpak. In de Raadsvergadering van 10 november 2025 is de motie Tijdelijke pauze overdracht pachtgronden aangenomen.

Naast het tijdelijk on hold zetten van de verdere overdracht van reguliere pachtgronden aan de Marke is het college ook verzocht om met een voorstel te komen waarin wordt ingegaan op: • De voorwaarden waaronder pachtgronden worden verpacht of beheerd; • De positie van lokale agrariërs en hun toegang tot gemeentelijke pachtgronden; • De rol en verantwoordelijkheden van de Marke als verpachter; • Het moment en de wijze van evaluatie van het proces.

1.3 Conclusie Om als gemeente aan het stuur te blijven staan en de controle te hebben over wat er op ons af komt, maar ook de lokale economie naar eigen inzicht en vrijheid vorm te geven, is het noodzakelijk om pro-actief stappen te zetten en rekening te houden met de hierboven geschetste ontwikkelingen. In deze notitie doen we dat voor het onderwerp gemeentelijke pachtgronden.

1

Studie Toekomstgerichte Landbouwsystemen Gemeente Bergen (Connecting Agri&Food, april 2024)

5

2. Wat is toekomstbestendige landbouw? Toekomstbestendige landbouw is een breed begrip en heeft raakvlakken met o.a. duurzame landbouw, natuurinclusieve landbouw, regeneratieve landbouw en circulariteit. Er is geen heldere definitie voor, maar is in ieder geval onlosmakelijk verbonden met aandacht voor gezondheid, bodem, water, klimaat, landschap en biodiversiteit. Deze principes sluiten goed aan bij de gemeentelijke ambities, zoals vastgelegd in de gemeentelijke Omgevingsvisie. In de gemeentelijke omgevingsvisie is opgenomen dat de gemeente streeft naar natuurinclusiviteit voor landbouw en in groenbeheer. Dit kan bijdragen aan landschapsherstel maar ook het behouden en versterken van de bodemkwaliteit. Het stimuleren van de omslag naar duurzame landbouw maakt hier deel van uit. Uit destijds gevoerde gesprekken bleek dat agrariërs kansen zien op het gebied van circulaire landbouw. In opvolgende gemeentelijke beleidsstukken is de term wat verbreed naar toekomstbestendige landbouw, want er zijn vele systemen beschikbaar om het streven naar energieneutraal, naar gesloten kringlopen, naar zo min mogelijk milieuschade en behoud van natuur, dierwelzijn en verdienmodellen vorm te geven.

De voorbeelden die hiervoor zijn opgenomen in de omgevingsvisie zijn: • Tegengaan van verdroging; • Het behouden en versterken van de bodemkwaliteit (voorkom dat er schadelijke stoffen in de bodem komen, maak de omslag naar een meer natuurinclusieve vorm van landbouw). Wat betekent dit echter concreet, wanneer er een vertaalslag wordt gemaakt naar gemeentelijke gronden? Om dit inzichtelijk te krijgen is gebruik gemaakt van de Natuurverkenning 2050 – Scenario Natuurinclusief (2022). Het betreft een (wetenschappelijke) verkenning naar wat een natuurinclusieve inrichting van Nederland kan bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke opgaven. 2.1 Natuurverkenning 2050 - Scenario Natuurinclusief Natuurlijke systemen en processen kunnen een belangrijke rol spelen om allerlei maatschappelijke opgaven het hoofd te bieden. Vaak wordt dan gesproken over zogenaamde ecosysteemdiensten. Dit zijn diensten en goederen die een ecosysteem aan mensen kan leveren. Een groen ingerichte omgeving kan bijvoorbeeld tegelijkertijd water bergen om wateroverlast te voorkomen, bijdragen aan het verkoelen van de stedelijke omgeving, leefgebied zijn voor plant- en diersoorten en ruimte bieden voor ontspanning van mensen en een positief effect krijgen op de gezondheid van mensen.

Bij een natuurinclusieve inrichting krijgen natuurlijke processen een meer centrale rol in bijvoorbeeld de stedelijke inrichting, het waterbeheer of de voedselproductie. Natuurinclusief impliceert dat slim gebruik wordt gemaakt van de lokaal aanwezige condities en dat functies in lijn worden gebracht met de draagkracht van het bodem- en watersysteem. Op de meest vruchtbare bodems wordt bijvoorbeeld ingezet op duurzame voedselproductie, om water vast te houden waar sprake is van waterschaarste, en om water te bergen waar sprake is van overlast. Er hangen drie voorwaarden samen met natuurinclusieve ontwikkelingen: 1. Er dient optimaal gebruik te worden gemaakt van de kracht van natuurlijke systemen en processen om maatschappelijke opgaven op te lossen. Zogenaamde ‘nature-based solutions’ vormen daarbij de basis om opgaven als klimaatverandering, verduurzaming van de landbouw en droogte het hoofd te bieden. 2. Natuurinclusiviteit impliceert het zorgen voor behoud en herstel van natuur en biodiversiteit (planten, dieren, hun leefgebied en natuurlijke processen), binnen én buiten natuurgebieden. 3. Menselijke activiteit vindt zoveel mogelijk plaats binnen de grenzen van natuurlijke systemen. Dat betekent bijvoorbeeld geen uitstoot van schadelijke stoffen, of geen onttrekking van water waar dat leidt tot onherstelbare schade aan het natuurlijke systeem.

2.2 Ruimtelijke vertaalslag In het landelijk gebied komen diverse ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de uitbreiding van dorpen met nieuwe woonwijken, klimaatmitigatiemaatregelen (extra bos, vernatting) en klimaatadaptatie-

6

maatregelen (ruimte voor extra waterberging en vasthouden) samen. Wat is duurzaam landgebruik in deze context? Duurzaam landgebruik brengt, mits goed uitgevoerd: • De belasting van vervuilende stoffen op het watersysteem gaat omlaag; • Bodems zijn in staat om water te zuiveren van overtollige nutriënten zoals stikstof en fosfor; • Akkerbouw op basis van agro-ecologische principes met bijvoorbeeld meer gewasdiversiteit en akkerranden, pakt positief uit voor de aanwezigheid van natuurlijke plaagonderdrukkers. Er is dan minder noodzaak voor chemische plaagbestrijding, wat niet alleen positief uitpakt voor de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, maar ook zorgt voor het verminderen van insectensterfte. • Natuurlijke bestuivers profiteren van een natuurinclusieve invulling van het agrarische gebied. Opbrengstverlies van gewassen die bestuivingsafhankelijk zijn gaat fors omlaag. Andere vormen van biodiversiteit profiteren, omdat insecten ook een belangrijke bron van voedsel vormen voor bijvoorbeeld vogels. • Het rivierengebied krijgt een meer natuurlijke inrichting, onder andere met het oog op waterveiligheid; • Milieucondities verbeteren (grondwater, stikstofdepositie) en leefgebieden voor soorten breiden uit. • De Basiskwaliteit Natuur neemt toe. Daarvan profiteren de meer algemene plant- en diersoorten binnen én buiten de natuurgebieden.

• Natuurinclusieve inrichting draagt bij aan meervoudig grondgebruik en een efficiënt gebruik van de ruimte. Om de maatschappelijke opgaven het hoofd te bieden, zullen natuurinclusieve maatregelen vaak gecombineerd moeten worden met andere maatregelen. Het is niet dé oplossing maar maakt deel uit van een integrale aanpak met het oog op het herstellen en versterken van de biodiversiteit. Het rapport visualiseert dit als volgt:

Figuur 2 Verbeelding van natuurinclusieve agrarische bedrijfssystemen

7

2.3 Doorvertaling van natuurinclusieve principes in het toekomstbestendig gebruik van gemeentelijk grond Uitgangspunt is: gemeentelijke pachtgronden inzetten als instrument om landbouwtransitie, werkgelegenheid en gezonde bedrijfsvoering te stimuleren om (gemeentelijke) duurzame doelstellingen en ambities te bereiken. Daarbij speelt circulariteit een belangrijke rol: het sluiten van kringlopen en het efficiënt benutten van grondstoffen draagt bij aan een toekomstbestendige landbouw en vermindert de milieubelasting. Dit wordt bereikt aan de hand van de volgende punten: 1. Bodemkwaliteit: een gezonde bodem draagt bij aan optimale gewasopbrengsten en heeft een positieve invloed op de omgeving, grondwaterkwaliteit en het stimuleert de biodiversiteit; 2. Biodiversiteit: het stimuleren van biodiversiteit draagt bij aan een robuust ecosysteem en gezonde leefomgeving en verhoogt de natuurwaardes; 3. Landschapskwaliteit: een aantrekkelijk en herkenbaar landschap versterkt de identiteit van het gebied en verhoogt de belevingswaarde voor inwoners en bezoekers en draagt bij aan het herstel van biodiversiteit; 4. Agrarische werkgelegenheid: een vitale agrarische sector is belangrijk voor de lokale economie en leefbaarheid, maar ook voor het onderhoud en beheer van de diverse landschapselementen. Economische dragers en een gezonde businesscase zijn hierin van belang.

Bovenstaande heeft alleen een kans van slagen als het in samenspraak met de agrarische sector wordt vormgegeven. In de gemeente maken we onderscheid in 3 landbouwgebieden, waarbij wordt aangesloten bij de Studie naar Toekomstgerichte landbouwsystemen (2024, Connecting Agri&Food). Elk gebied brengt specifieke kenmerken met zich mee welke ook tot uiting komt in het landgebruik en de pachtprijs. 1. Langs de Maas is ruimte voor veehouderij, de bodem is geschikt voor grasland. Er is ook ruimte voor gemengde bedrijven. Extensieve veehouderij en akkerbouw lukt alleen bij lage pachtprijzen. • In het kader van het beheer van de Groene Rivier en de Maasduinen is een project in voorbereiding bij Elsteren waarbij een cluster agrarische bedrijfsbebouwing wordt herontwikkeld. 2. In het Noordoosten van de gemeente is ruimte voor intensievere vormen van gewasteelt. • Hier loopt inmiddels een gebiedsproces gericht op de extensivering van veehouderijen in de buurt van de Maasduinen; 3. Rond het Nationaal Park de Maasduinen kan aandacht worden besteed aan de mogelijkheden voor extensieve vormen van akkerbouw en/of biobased teelten die beperkt mest en gewasbescherming nodig hebben. • Dit sluit aan bij de transformatie van Nationaal Park de Maasduinen naar een Regionaal Landschap.

Het omliggende gebied krijgt een bredere functie waarin natuur, recreatie, landbouw, gezondheid en cultuur samenkomen (zie ook het BIO-plan NP de Maasduinen (2021)). Hiertoe worden gesprekken gevoerd met agrariërs in de omgeving van de Ceresweg. Het gebied van het Energielandgoed en Tuindorp maakt hier geen deel van uit. 2.4 Conclusie Een toekomstbestendige agrarische sector gaat samen met bodemverbetering en natuurherstel gekoppeld aan een agrarisch verdienmodel.

8

3. Waar sturen wij op? Goed rentmeesterschap op het gebied van bodem, water en energie staat centraal. Het doel is behoud én verbetering van de kwaliteit van het landbouwwerklandschap en de leefomgeving, ook voor toekomstige generaties. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie. 3.1 Duurzaamheidsdoelstellingen in relatie tot landbouwgronden Voor gemeentelijke pachtgronden hanteren wij een viertal criteria gericht op het bereiken van duurzaamheidsdoelstellingen. Hierbij wordt rekening gehouden met een realistisch ontwikkelpad, waarbij pachters de mogelijkheid krijgen om binnen een afgesproken termijn (maximaal 7 jaar) stapsgewijs toe te groeien naar deze criteria. Dit biedt ruimte voor een geleidelijke transitie en stimuleert duurzame bedrijfsvoering op lange termijn. Wij gaan voor: 1. Behoud en herstel van biodiversiteit a. Verpachte gronden moeten bijdragen aan biodiversiteit door: i. Aanleg van akkerranden, houtwallen, kruidenrijke graslanden. ii. Vermindering van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest. b. Gebruik natuurlijke plaagbestrijding (bijvoorbeeld insecten en vogels) in plaats van chemische middelen. c. Stimuleer biodiversiteit op en rond percelen (strokenteelt, akkerranden, houtwallen, natuurlijke plaagbestrijding). Dit is ook van belang voor de bodemgezondheid (zie punt 3). 2. Productie binnen ecologische grenzen a.

Geen overmatige onttrekking van water of emissies die schade veroorzaken. Denk aan minder kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Het verlagen van dit gebruik brengt ook een lagere stikstof- en fosfaatuitstoot met zich mee. b. Grondgebruik afstemmen op bodem- en watersysteem (principe “functie volgt vorm”). c. Voorkeur voor akkerbouw op vruchtbare gronden. d. Diversiteit in gewassen om ziekten en plagen te verminderen en veerkracht tegen klimaatstress te verhogen. 3. Bodemgezondheid a. Beperk grondbewerking om bodemstructuur en bodemleven te behouden. b. Geen kunstmest, maar sluit de nutriëntenkringlopen door gebruik van lokale bronnen, mest, compost en reststromen). c. Stimuleren van strokenteelt, gewasdiversiteit, minimale grondbewerking. d. Gebruik van groenbemesters en organische meststoffen om organische stof op te bouwen. e. Geen chemische gewasbeschermingsmiddelen en inzet op natuurlijke plaagregulatie. 4. Waterbeheer en klimaatadaptatie a. Vasthouden van water in de bodem, aanleg van bufferzones en natuurvriendelijke oevers. b. Verhoog het organische stofgehalte van bodem ter bevordering van het vasthouden van water. c. Voorkom verdroging en erosie door bodembedekking en landschapselementen. 3.2 Economisch perspectief voor een toekomstbestendige agrarische keten in Bergen De agrarische keten is voor Bergen een van de belangrijkste sociaal-economische pijlers.

Onze boeren, tuinders en ketenpartners leveren niet alleen voedsel, banen en bedrijvigheid; zij vormen ook het landschap en dragen bij aan de leefbaarheid van onze dorpen. Die brede waarde erkennen we—en juist daarom willen wij de agrarische sector een duidelijk economisch perspectief bieden binnen de kaders van toekomstbestendige landbouw op gemeentelijke gronden. De agrarische sector beheert een groot deel van ons buitengebied. Dat brengt verantwoordelijkheid én kansen met zich mee. De manier waarop we het land gebruiken, bepaalt mede het succes van onze klimaat- en natuuropgaven: van water vasthouden en biodiversiteit herstellen tot het terugbrengen van emissies. We vragen daarom bijzondere aandacht voor de rol van de landbouw in deze transitie. Het buitengebied is geen probleemzone, maar een ontwikkelruimte waar ecologie, economie en gemeenschap samenkomen.

9

Ons primaire doel is het toekomstperspectief van een gezonde, volhoudbare agrarische sector. Dat betekent: bedrijfsmatig sterk, ecologisch robuust en sociaal verankerd. Een toekomstbestendige agrarische sector gaat hand in hand met bodemverbetering en natuurherstel, én met een goed verdienmodel voor agrariërs. Kortom: duurzaamheid door een circulaire economie, waarin kringlopen worden gesloten, verliezen worden beperkt en waarde lokaal wordt behouden. Transitie vraagt om haalbare en schaalbare verdienmodellen en passende stimulansen (financiering). Op dit moment is 10% van de inkomsten uit pachtgrond bestemd voor de Marke Stichting voor organisatie en uitvoering. Indien de gemeente een echte beweging wil laten ontstaan en wil bijdragen aan het behalen van de gemeentelijke doelstellingen, dan is het te overwegen om hier financiële mogelijkheden voor te creëren. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van een deel van de pachtopbrengsten voor transitieondersteuning, zoals financiële compensatie en lagere pacht tijdens omschakeling, investeringsbijdragen of kennisbegeleiding. 3.3 Monitoring en beheer Om de doelstellingen van een duurzame en toekomstbestendige landbouw in Bergen te realiseren, is monitoring en beheer een essentieel onderdeel van de afspraken tussen gemeente en de Marke Stichting.

Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de drie landbouwgebieden binnen de gemeente, zodat gebiedsspecifieke maatregelen en ambities goed tot hun recht komen. De Marke Stichting rapporteert over onderstaande punten aan de gemeente, waarbij de onderdelen in paragraaf 3.1 en 3.2 worden betrokken: 1. Bodemkwaliteit; 2. Biodiversiteit; 3. Landschapskwaliteit; 4. Agrarische werkgelegenheid. Jaarlijkse voortgang: ieder jaar wordt stilgestaan bij de uitvoering van de mantelovereenkomst en relevante wijzigingen in het gemeentelijke landbouw- en duurzaamheidsbeleid. Gezamenlijke evaluatie: Elke vijf jaar voeren de gemeente en de Marke Stichting een gezamenlijke evaluatie uit. Daarbij wordt beoordeeld in hoeverre de uitgifte van grond in erfpacht heeft bijgedragen aan een duurzame en toekomstbestendige landbouw in Bergen. Blijkt uit deze evaluatie dat de doelstellingen onvoldoende worden gehaald, dan stelt de Marke Stichting in overleg met de gemeente een verbeterplan op. Dit plan bevat concrete maatregelen en een duidelijk tijdpad om alsnog de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente te realiseren. 3.4 Conclusie Bovenstaand leidraad geeft richting aan de toekomst van landbouw in Bergen op gemeentelijke pachtgronden. De insteek is het realiseren van een economisch gezond en duurzaam agrarisch systeem, met aandacht voor bodemverbetering, natuurherstel, innovatie en samenwerking.

Daarbij staan een goed verdienmodel, circulaire economie en beloning voor ecosysteemdiensten centraal. Zo creëren we samen met de Marke Stichting en de Agrarische sector een landbouw die toekomstbestendig is én waarde toevoegt aan onze gemeenschap. Met dit doel stelt de gemeente beleid en kaders op, geeft de Marke Stichting hieraan invulling en vindt elke vijf jaar een gezamenlijke evaluatie plaats.

10

Bronnenlijst Naast diverse gemeentelijke (beleids)stukken is gebruik gemaakt van: • Handreiking over duurzame landbouw in het Regeerakkoord (2025) • Rapport Natuurverkenning 2050 – Scenario Natuurinclusief (2022) • Uitvoeringsnota Pacht 2025 – Provincie Limburg • Beleidsnotitie Duurzame pachtgronduitgifte gemeente Land van Cuijk (2025) • Beheer-, Inrichting- en Ontwikkelplan Nationaal Park de Maasduinen (2020) • Online: Groen kennisnet dossier Toekomstbestendige landbouw • Online: Boerderij van de Toekomst • Online: Agro-ecologie Netwerk • Online: Keuzes voor de Leefomgeving 2025 (Planbureau voor de Leefomgeving) • Online: Rendabele regeneratieve landbouw (regenl.nl)

11

Bijlage 1 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie (2019) Een belangrijk visiedocument is de door de gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie Bergen 2030 de meest toekomstbestendige gemeente van Nederland. Door te bewegen vanuit een natuurlijke basis met respect voor natuur en landschap met ruimte voor ontwikkeling en innovatie wil de gemeente faciliteren dat élke verandering, elke keuze, elke beslissing een (lokale) bijdrage levert aan een betere wereld. Dit in de wetenschap dat natuur en biodiversiteit onder druk staan en het landelijk gebied voor diverse grote opgaves staat. Een drietal ambities zijn: De meest toekomstbestendige gemeente. Hierbij wordt gestreefd naar een aantrekkelijke omgevingskwaliteit voor wonen, werken en recreëren waarbij wordt voorzien in de eigen energiebehoefte; Landschap en landbouw in balans door het behouden en versterken van landschapsstructuur met respect voor de diverse landschapstypen waarbij ook ruimte is voor een agrarisch landschap met kwaliteiten; Versterken natuurwaarden en biodiversiteit door bijvoorbeeld het terugdringen van vermesting en verdroging (het terugdringen van grondwateronttrekking), het verbeteren van bodemkwaliteit, het verduurzamen van de landbouw, bloemrijke akkerranden en het herstellen van landschappelijke elementen. Deze ambities kan de gemeente niet alleen realiseren.

Om invulling te geven aan de diverse ambities zijn een aantal Programma’s in het leven geroepen. Economisch programma Bergen 2030 (2020) Centraal staat dat de gemeente faciliteert, stimuleert en initieert. Het Bergense bedrijfsleven wordt gekoesterd en er word ingezet op kwaliteit boven kwantiteit. De gemeente wil hierbij ook de samenwerking tussen ondernemers en andere partijen stimuleren. De ambitie is om in te zetten op een sterke en duurzame agrarische sector, waarbij natuurinclusieve landbouw wordt gestimuleerd en gepaard gaat met zorgvuldig beheer van bodem, water en natuur. Er wordt geconstateerd dat er een opgave ligt en dat om vitaal te blijven het noodzakelijk is dat agrarische ondernemers de ruimte krijgen om te ontwikkelen. Hierbij vindt een verschuiving plaats van het huidige agrarische systeem, waarin de nadruk ligt op kostprijsreductie, naar een systeem dat draait om het zorgvuldig omgaan met schaarse grondstoffen. Kansen worden gezien in verbreding van het verdienmodel met niet-agrarische activiteiten, kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw. Om deze omslag mogelijk te maken dient de boer voldoende waardering en inkomen te krijgen om de nodige investeringen terug te verdienen. In het economische programma staat verder dat een beloning voor maatschappelijke diensten zoals agrarisch natuur- en landschapsbeheer, belangrijk is.

Programma Bergen Klimaatklaar en Leefbaar (2024) Met de vaststelling van de Energievisie in 2017 heeft de gemeenteraad uitgesproken dat de gemeente een actieve rol wil spelen in het vraagstuk van de energietransitie. Bergen heeft de ambitie om in 2030 een energieonafhankelijke gemeente te zijn. Deze ambitie is geland in het Programma VerduurSAMEN 2030 en maakt deel uit van het Programma Bergen Klimaatklaar en Leefbaar. Dit programma is in 2024 vastgesteld en borduurt voort op de Omgevingsvisie Bergen 2030. “We laten een duurzame, toekomstbestendige en groene gemeente na. We hebben oog voor de mens en milieu. Ons uitgangspunt is de kwaliteit van leven”. De volgende programmalijnen zijn hierin opgenomen: 1. Energie onafhankelijk in 2030 2. Toekomstbestendig watersysteem 3. Toekomstgericht landbouwsysteem 4. Klimaatbestendige leefomgeving 5. Biodiversiteit en landschap. Voor een toekomstgericht landbouwsysteem worden de volgende uitgangspunten gehanteerd waarbij er aandacht is voor landschappelijke kwaliteit, biodiversiteit en agrarische werkgelegenheid.

• De agrarische keten is voor Bergen een belangrijke sociaal-economische sector; • Wij willen de agrarische sector economisch perspectief bieden; • Bijzondere aandacht vraagt het belang en de invloed die de landbouw als beheerder van een groot deel van ons buitengebied heeft bij en op onze klimaat- en natuuropgaven; • Wij richten ons primair op het toekomstperspectief van een gezonde, volhoudbare sector; • Onderdeel van onze ambitie is dat wij innovatie stimuleren en faciliteren en dat wij koppelkansen zoeken.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16460883/1