Technische vragen VVD over agendapunten omgevingswet commissie ruimte en economie 27 september 2023
Tekst van het document
Technische vragen VVD over agendapunten omgevingswet commissie ruimte en economie 27 september 2023 1. Agendapunt 6: Verordening Fysieke Leefomgeving: Waarom wordt het Bargapark uitgezonderd? Reactie: Zie raadsvoorstel onder 2.e (pagina 5). In dit artikel wordt het derde lid gewijzigd. Het derde lid regelt o.a. in welke gevallen een houtopstand zonder omgevingsvergunning geveld kan worden. De voorgestelde wijziging van het derde lid beoogt een foutje uit het verleden te herstellen. Oorspronkelijk was naast de Kobs-locatie ook het overige deel van het Bargapark uitgezonderd van de mogelijkheid om zonder omgevingsvergunning een houtopstand te vellen. Dit is in het verleden echter onterecht aangepast in de voormalige APV, waardoor in de huidige regels alleen de Kobslocatie is uitgezonderd. Dit is ongewenst. Het streven is dat het gehele Bargapark groen en bomenrijk moet blijven. Daarom is de tekst van het derde lid en de kaart met het werkingsgebied aangepast, waardoor het gehele Bargapark wordt uitgezonderd van de mogelijkheid om zonder omgevingsvergunning een houtopstand te vellen. 2. Agendapunt 9: Nadeelcompensatie Hoe is het hier geregeld met het overgangsrecht voor de Omgevingswetgeving? Reactie: Zie artikel 9 in de verordening en de toelichting bij dit punt. Wij volgen de landelijke regels. 3.
Agendapunt 10: Adviesrecht, delegatie (aan college van B&) en participatie onder de Omgevingswet Is deze stelling juist?: Het huidige delegatiebesluit van de Gemeenteraad naar het college van B&W wordt alleen uitgebreid met een versnelde procedure in noodgevallen (voorbereidingsbesluit), die achteraf door de raad nog veranderd kan worden; de rest wordt één op één vervangen. Reactie: Dit kan zo worden opgevat. Het gaat om een overdracht van bevoegdheden zoals o.a. geregeld in het bestemmingsplan en qua uitvoering liggen bij het college. De inwerkingtreding van de Omgevingswet noodzaakt het opstellen van een delegatiebesluit, zodat de reeds bestaande bevoegdheden van het college aansluiten bij de nieuwe wetgeving per 1 januari 2024. Hiermee wordt ook aangesloten bij de bestaande praktijk.
Bijlage – vraag 2 over overgangsrecht nadeelcompensatie
Overgangsrecht
In artikel 9 wordt het overgangsrecht van de oude planschadeverordening geregeld. Dit is ook op wetsniveau geregeld. Daar hoeft de gemeente in de basis geen aanvullende voorzieningen voor te treffen. De Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Bergen (L) 2008 kan vanwege het overgangsrecht wel nog jaren relevant blijven voor de afhandeling van planschadeverzoeken. Overgangsrecht bij planschade. In artikel 22.12 van de Ow is vastgelegd dat een omgevingsvergunning die wordt verleend op grond van een regel in het tijdelijk deel van het omgevingsplan - voor zover sprake is van een oud ruimtelijk plan - niet als schadeveroorzakend besluit geldt. Onder het huidige recht is het mogelijk om binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van bijvoorbeeld een bestemmingsplan een verzoek om planschade in te dienen. Uiteraard kunnen bestemmingsplannen tot vlak voor de inwerkingtreding van de Ow worden vastgesteld. Daarnaast is het zo dat lopende bestemmingsplanprocedures op grond van het voorheen geldende recht worden afgerond. Dat kan ertoe leiden dat tot ongeveer 2029 bestemmingsplannen kunnen worden vastgesteld. Vervolgens kan binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van dat vaststellingsbesluit nog een planschadeverzoek worden ingediend. Op die verzoeken is het oude recht nog van toepassing.
In die zin kan de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Bergen (L) 2008 nog tot ongeveer 2030 relevant blijven voor het afhandelen van verzoeken. Overgangsrecht bij nadeelcompensatie.
De overgangsbepalingen voor de toepassing van titel 4.5 van de Awb zijn opgenomen in artikel IV van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten. Daarin is vastgelegd dat het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing blijft: • op schade, veroorzaakt door een besluit dat werd bekendgemaakt of een handeling die
werd verricht voor het tijdstip waarop die wet voor dat besluit of die handeling in werking is getreden; • op schade, veroorzaakt door een handeling ter uitvoering van een besluit dat werd bekendgemaakt voor het tijdstip waarop die wet voor dat besluit in werking is getreden, en • op schade, veroorzaakt door latere besluiten of andere handelingen ter uitvoering van diezelfde activiteit, als het eerste besluit tot uitvoering van een activiteit is genomen voor het tijdstip waarop deze wet voor dat besluit in werking is getreden. De overgangsbepalingen voor nadeelcompensatie in het omgevingsrecht zijn vastgelegd in paragraaf 4.2.7 van de Invoeringswet Omgevingswet (hierna: Iw). In artikel 4.17 van de Iw is vastgelegd op welke schadeveroorzakende besluiten of handelingen het oude recht van toepassing blijft bij een aanvraag om schadevergoeding die wordt ingediend binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Ow. Voor aanvragen om schadevergoeding als gevolg van specifiek genoemde schadeveroorzakende besluiten op basis van de Wro (bestemmingsplan, beheersverordening, inpassingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan, nadere eis, provinciale verordening, algemene maatregel van bestuur (onder voorwaarden), of een exploitatieplan (onder voorwaarden)) is in artikel 4.19 van de Iw een specifieke regeling opgenomen.
In die gevallen geldt dat de termijn van vijf jaar start bij het van kracht worden van het besluit als de procedure voor het besluit is gestart voor de inwerkingtreding, en is afgerond na de inwerkingtreding van de Ow. Het oude recht blijft in die gevallen van toepassing op aanvragen om schadevergoeding tot het besluit onherroepelijk wordt en, bij toewijzing van het verzoek, de toegewezen schadevergoeding volledig is betaald (artikel 4.19 van de Iw).