CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen programma vrijetijdseconomie

Commissie Ruimte en Economie 8 september 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen Programma Vrijetijdseconomie Gemeente Bergen;593 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Programma vrijetijdseconomie Gemeente Bergen Op pagina 5 lezen we ‘De gemeente wil dat het nieuwe programma vrijetijdseconomie gebaseerd is op een gedegen feitenbasis en niet op aannames en meningen’. Dat heeft geleid tot hoofdstuk 2 van het rapport dat als basis dient voor het vervolg. De gepresenteerde feiten roepen bij mij een aantal technische vragen op. Daarnaast roept hoofdstuk 4 nog een aantal technische vragen op. Graag ontvang ik een reactie op de vragen. Bergen, 2 september 2021 Jacob Knoops, CDA fractievoorzitter

Paragraaf 2.2.1. laatste zin: ‘Voor de gemeente Bergen geldt een afname van 5% tussen 2015 en 2019 terwijl de werkgelegenheid in Noord Limburg toenam in die periode’. Vragen: -Slaat de afname van 5% op totale werkgelegenheid in Bergen of op de werkgelegenheid in de toeristische sector van Bergen? -Wat wordt bedoeld met de werkgelegenheid in Noord Limburg: de werkgelegenheid van de toeristische sector of de totale werkgelegenheid? -Wat is de ontwikkeling van de totale werkgelegenheid in Bergen en de regio tussen 2015 en 2019? -Wat is de ontwikkeling van de werkgelegenheid in Bergen en de regio tussen 2015 en 2019?

Paragraaf 2.2.2. laatste zin eerste alinea: Uit het niets komt de zin ‘De gemiddelde bezetting in Bergen is lager dan elders in Noord Limburg’ Vragen: -De gemiddelde bezetting van wat is lager dan elders in Noord Limburg? Wordt bedoeld de gemiddelde bezetting afgezet tegen de beschikbare capaciteit? -Wat is de gemiddelde bezetting in Bergen? -Wat is de gemiddelde bezetting elders in Noord Limburg? -Wat wordt überhaupt bedoeld met ‘elders in Noord Limburg’? Paragraaf 2.2.4 pag 12 tweede alinea: ‘Er spelen enkele grootschalige verblijfsrecreatieve ontwikkelingen in Bergen’: Vragen: 1

-Welke zijn dit? -Wat is de huidige stand van zaken qua realisatie van deze ontwikkelingen/wanneer wordt realisatie verwacht? ‘Als deze daadwerkelijk doorgang vinden , neemt het aantal slaapplaatsen toe met 13% en het aantal overnachtingen, naar schatting, met 37-50%’ Vragen: - Betekent bovenstaande zin dat het eerder genoemde getal van 7.782 bij realisatie van de plannen verhoogd gaat worden met 13%? -Betekent bovenstaande zin dat het eerder genoemde getal van 357.000 overnachtingen bij realisatie van de plannen verhoogd gaat worden met naar verwachting 37 tot 50%, met bijbehorende verhoging van de inkomsten verblijfsbelasting?

Er is sprake van 13 dagrecreatieve voorzieningen. Vraag: -Welke zijn deze 13 dagrecreatieve voorzieningen? Graag ontvangen wij een overzicht hiervan. Onder ‘typering van aanbod’ worden generieke conclusies getrokken: “Ook is een deel van het aanbod verouderd. Dat deel bevindt zich aan het einde van de product-life cycle en daarmee niet toekomstbestending’. Vraag: -Heeft deze conclusie betrekking op het totale aanbod, op overwegend de dagrecreatieve voorzieningen of op de verblijfsrecreatieve voorzieningen. Graag een nadere duiding op hoofdlijnen. Paragraaf 2.2.5 Gemeld wordt dat de bestedingen een ondergrens kennen van 33 mln en een bovengrens van 44,2 mln. In tabel 2.2 staan de bestedingen uitgesplitst naar dagrecreatie en verblijfsrecreatie Vragen: -Welke getallen staan er in de tabel. Zijn dat de huidige bestedingen? De ondergrens of de bovengrens? -Wat zijn de huidige bestedingen, de ondergrens en bovengrens uitgesplitst naar dagrecreatie en verblijfsrecreatie? Paragraaf 4.1 Pag. 19: Vragen: -Hier wordt de term ‘schouderseizoen’ gebruikt. Wat is dat? -Verder is sprake op het inzetten op kansrijke (nieuwe) doelgroepen met eigentijdse concepten? Vragen:

2

- Aan welke doelgroepen wordt gedacht? - Aan welke eigentijdse concepten wordt gedacht?

Paragraaf 4.4 Pag. 21 ‘Het zou van toegevoegde waarde zijn als ook non-profit organisaties (financiele) toegang hebben om aanbod te ontwikkelen?” Vragen: - Wat wordt hiermee bedoeld? -Aan welke non-profit organisaties wordt gedacht?

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10487178/2