Technische vragen en antwoorden Begroting 2024
Tekst van het document
Via deze brief worden de technische vragen beantwoord zoals die gesteld zijn bij de Programmabegroting 2024.
Technische vragen fractie PK Algemeen en wensenlijst overig Aanpassing Gemeentehuis en de PM post Verharding wegen Bargapark is niet financieel meegenomen in deze begroting. Vraag 1: Is een tabel ( aangevuld of gecorrigeerd, net hoe je het noemen wilt ) te geven als op blz 15 als deze 2 projecten ( en dan Bargapark de C/D variant ) mee doorgerekend worden? Antwoord: U vraagt naar twee specifieke projecten. De aanpassing van het gemeentehuis staat op pagina 11. De jaarlast van deze investering is € 98.000 en is al onderdeel van de tabel op pagina 15. (onderdeel: autonoom nieuw beleid). De investering in het Bargapark is bewust niet financieel vertaald, omdat we hier eerst een keus van de raad verwachten. Als u kiest voor variant C of D heeft dit een jaarlast van €43.500 tot gevolg. De telling van de tabel op pagina 15 wordt met deze keus € 43.500 negatiever.
Vraag 2: En welke gevolgen heeft dit voor de financiële kengetallen als genoemd op blz 52 e.v. en ratio weerstandsvermogen? Antwoord: Niet alle kengetallen wijziging door het toekennen van een nieuw investeringskrediet. De kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit wijzigen niet. Kengetal schuldquote wijzigt negatief omdat de investering van (variant C of D = € 725.000) betaald moet worden waardoor onze liquiditeit vermindert. Kengetal solvabiliteit wijzigt ook negatief. We zullen waarschijnlijk geld moeten lenen (kort of lang) om de investering te doen. Hierdoor neemt het balanstotaal toe. Kengetal exploitatieruimte wijzigt ook negatief omdat de structurele lasten door een dergelijke investering toenemen. De ratio weerstandsvermogen wijzigt ook negatief. Onderdeel van de weerstandscapaciteit is het betschikbare saldo van de begroting. Met een toename van de lasten daalt het beschikbare saldo en is er dus minder vermogen om eventuele risico’s op te vangen. De financiële kengetallen worden zowel in begroting als jaarrekening opgenomen. Op deze twee momenten per jaar wordt de berekening geactualiseerd. Ervaring leert dat de kengetallen slechts gering wijzigen en individuele investeringen hebben geen invloed op de risico-indeling die de provincie hanteert.
Ruimte en Economie
Vraag 3: Blz 23 ( 2.1 2 ) Wat wordt bedoeld met “agrarische identiteit “ Antwoord: Hiermee wordt gedoeld op de agrarische sector in de breedste zin van het woord, niet alleen bedrijfsmatig maar ook op andere vlakken. De gemeente is van oudsher een agrarische gemeente. Dit komt ondermeer tot uiting in het grondgebruik maar ook in de bebouwing. Met agrarische identiteit wordt in relatie tot het onderwerp Klimaat en Energie aangegeven dat als wij in 2030 groener, biodiverser en energieonafhankelijk willen zijn, ook rekening moet worden gehouden met de agrarische sector in de volle breedte van het woord.
Vraag 4: Blz 24 ( VerduurSAMEN 2030, pnt 3 ). Graag uitleg hoe men de financiële draagkracht en vergroten van de gemeenschapszin wil uitvoeren. Antwoord: Met de inzet van burgers voor burgers: ambassadeurs, voorbeeldverhalen, energiecoaches, Informatiepunt Bergen voor hulp bij ISDE-aanvragen. We verwijzen door en informeren over financiële mogelijkheden geboden vanuit het Rijk, provincie en Gemeente, denk aan subsidies en leningen.
Vraag 5: Hoe denken we alle koopwoningen in 2026 minimaal van energielabel D te voorzien. Antwoord: De eigenaar-bewoner neemt uiteraard de beslissing. Vanuit VerduurSAMEN2030 proberen we de bewoner te motiveren en ondersteunen waar mogelijk. Dit doen we onder meer door te faciliteren met acties zoals isoleren.
Vraag 6: Blz 24 ( Afval pnt. 1 ) Waarom voor een korte periode de inzameling van restafval in de markt zetten? Antwoord: Binnen Afvalsamenwerking Limburg is de verwerking van GFT en restafval Limburgbreed in de markt gezet. In aanloop naar de aanbesteding is onderzocht of de tijd rijp was voor een andere, meer circulaire, manier van aanbesteden. Uit een marktverkenning (uitgevoerd door Afvalsamenwerking Limburg) blijkt dat het voor huishoudelijk restafval (HRA) verstandiger is om op een later moment op een circulaire manier aan te besteden. Er is zicht op kansrijke innovaties, maar die hebben meer tijd nodig om zich verder te ontwikkelen. Ook is het provinciale HRA-volume niet zo groot dat alleen op basis daarvan een grootschalige innovatie doorgevoerd kan worden. Dit is de reden dat we gekozen hebben voor een relatief korte periode traditioneel aanbesteden. De looptijd is 4 jaar met de optie tot 2 keer 2 jaar verlengen.
Vraag 7: Blz 24 ( pnt 7 ) Stg. de Marke gaat onderzoek instellen naar verdroging Eendemeer, wordt op advies gevraagd voor een oplossing/maatregelen? Antwoord: Er is een aanvraag ingediend bij de provincie voor een ecohydrologisch onderzoek in het kader van de SPUK maatregelen. Hierbij zal o.a. de invloed van de onttrekking van het grondwater voor de waterstand van het Eendenmeer in beeld worden gebracht. Hierbij kun je denken aan o.a. invloed van de nabij gelegen landbouw ( zodenteelt) , onttrekking grondwater voor drinkwatervoorziening , invloed waterschap enz. enz. De provincie heeft nog geen besluit genomen of het onderzoek kan
plaatsvinden. Daarna kan pas beoordeeld worden welke maatregelen er uitgevoerd kunnen worden om de verdroging tegen te gaan.
Vraag 8: Blz 25 (Zwerfafval) pnt 4, komt deze vergoeding van Provincie of van het Rijk ? Antwoord: De vergoeding die wij ontvangen voor zwerfafval (opruimen éénmalige wegwerpverpakkingen) komt vanuit het Rijk via het Afvalfonds. Dit Afvalfonds regelt de uitkering van de vergoedingen aan de gemeenten. Het Afvalfonds wordt gevuld door de afvalbeheersbijdrage die producenten die verpakte producten op de Nederlandse markt brengen moeten betalen.
Vraag 9: Waarom is uitbreiding van aantal afvalbakken niet meegenomen? Antwoord: Vanuit de aanpak van zwerfvuil is in het verleden een onderzoek gedaan naar de afvalbakken in onze gemeente en de intensiteit van het gebruik. Als gevolg daarvan zijn er juist afvalbakken weggehaald omdat deze nauwelijks gebruikt werden en veel tijd kosten om te legen. Ook bij de aanleg van de waterboulevard zijn alle afvalbakken in dit gebied succesvol weggehaald. In aanvulling op het weghalen van afvalbakken zijn de routes van de bakfiets van het project “Op weg” uitgebreid. Uit de verplichte monitoring die de gemeente jaarlijks moest doen om in aanmerking te komen voor de zwerfafvalvergoeding is ook gebleken dat gemeente Bergen het goed doet en via de landelijke meetmethode een A scoort op de vervuilingsladder en dat betekent dat er weinig zwerfafval ligt. Omdat er vanuit de landelijke regeling extra aanpak zwerfval (geëindigd op 31-12 2022) nog budget over is, is het nog éénmalig mogelijk gebruik te maken van deze regeling, eindigend op 31-12-2024. Wij hebben besloten hier gebruik van te maken en dit budget in te zetten voor een monitoring van vervuilingsgraad en gekoppeld daaraan een beoordeling van de afvalbakken in onze gemeente.
Vraag 10: Blz 27 ( Rehabilitatie wegen ) Valt Bargapark hier ook onder en wat zijn hier de jaarlijks geplande kosten voor? Antwoord: Zowel de kosten voor het eventueel verharden van het Bargapark danwel de kosten voor het onderhoud van het Bargapark vallen niet onder de kosten voor het rehabiliteren van de wegen. Onderhoud aan de wegen in het Bargapark wordt op dit moment uitgevoerd door de buitendienst. De kosten voor het onderhoud van het Bargapark in haar huidige situatie zijn ca. € 10.300 per jaar.
Vraag 11: (Blz 31 en 32) Er wordt over Agrarische sector gesproken, alleen landbouwsector wordt specifiek genoemd. Waarom blijft veehouderij onbenoemd ? Antwoord: Veehouderij maakt deel uit van de landbouwsector.
Bijlage 2 ( Reserves en voorzieningen )
Vraag 12: pnt Aankoop grond voor fietspad Afferden –Siebengewald, saldo € 90.000, in onze beleving is dit project afgerond, is dat niet het geval en wat moet er dan nog gebeuren? Antwoord: Er is 2016 een overeenkomst aangegaan voor de mogelijke aankoop van de grond voor de aanleg fietspad Afferden-Siebengewald. Door het vaststellen van het bestemmingsplan Bleijenbeek (raadsbesluit: 30 mei 2023) wordt deze reserve overbodig in de jaarrekening 2023 zal het college voorstellen om deze reserve op te heffen en het saldo toe te voegen aan de Algemene Reserve.
Vraag 13: pnt Bergse Heideweg, wat is de onttrekking € 5.430 in 2024 en waar is saldo voor bedoeld, naar onze mening is dit project afgerond, klopt dit dan niet? Antwoord: Het project is afgerond. De investering Bergseheideweg heeft kapitaalslasten als kosten. Deze kapitaallasten worden gedekt door de reserve kapitaalslasten.
Nagekomen vraag "In de begroting m.b.t. de ontwikkeling van de buitensport accommodatie. Omdat de Asseldonk op de nominatie van sloop staat en Siebengewald op een sporthal zit te wachten lijkt het mij verstandig nu zoveel mogelijk te combineren. In 2025 gaat de schop de grond in voor realisatie en nu in de begroting voor 2024 wordt geld gevraagd voor het voorwerk lijkt het mij verstandig om zaken te combineren. Ook met betrekking tot den Asseldonk en de verenigingen die daar gebruik van maken, die geef je perspectief. Daar is wel behoefte aan.” Vraag 14a: Wat zijn de meerkosten bij het integraal meenemen van den Asseldonk bij het voorwerk in 2024? Antwoord: Een nieuwe Asseldonk (sport en/of cultureel maatschappelijk) wordt in planvorming rondom het sportpark meegenomen. Dat wil zeggen dat in de schetsen ruimte wordt ingetekend voor een nieuwe Asseldonk. Dat onderdeel zit dan ook in het voorwerk budget van het nieuwe sportpark. Het integraal meenemen van een complete realisatie van Asseldonk (waarin exploitatie en organisatie een belangrijk en ingewikkeld vraagstuk is) is niet in het voorwerk budget voor het sportpark opgenomen. Wel is er separaat een (onderzoeks)budget met betrekking tot verplaatsing Asseldonk.
Vraag 14b: Wat is een grove inschatting van de kosten bij realisatie in 2025? Antwoord: Grofweg weten we dat er circa € 1 miljoen aan boekwaarde en leningen aan lasten zijn. Sloopkosten zijn daarin nog niet meegenomen. Daarnaast ligt er nog een contract met Optisport. Dit zou dan waarschijnlijk afgekocht moeten worden. Het is lastig om daar nu een inschatting van te maken. De bouwkosten van een nieuwe Asseldonk bedragen circa € 6 miljoen met alle voorbehouden. Totale lasten komen hierdoor op minimaal € 7 miljoen euro uit. De opbrengst uit achterblijvende gronden op locatie huidige Asseldonk zou circa € 1,5 miljoen opleveren. Deze opbrengsten komen 5 tot 10 jaar na sloop binnen. Vraag 14c: Wat betekent dit voor de begroting van 2025 en verder?
Antwoord: Als we uitgaan van minimaal € 6 miljoen aan kosten die drukken op de begroting en afschrijven in 40 jaar, betekent dit een bedrag van € 150.000 als structurele last voor de begroting, exclusief rente. Genoemde bedragen zijn een eerste grove schatting.
Technische vragen fractie CDA Vraag 1: Pag. 11 Herijking subsidiebeleid. Eerder dit jaar heeft de raad de nieuwe beleidskaders omtrent het subsidiebeleid vastgesteld. Destijds is aangegeven dat circa €10.000 van de extra budgettaire ruimte á €47.500 is opgenomen met het oog op de inflatie. Is het verwachte inflatiepercentage van 3,6% over 2024 meegenomen in dit bedrag? Antwoord: Ja, de prijsindex is onderdeel van de budgetuitbreiding.
Vraag 2: Pag. 13 Organisatiekosten nationaal park Maasduinen. Op de wensenlijst staat een gemeentelijke bijdrage van € 50.000,-- per jaar tbv een uitvoeringsorganisatie voor het NP De Maasduinen. a. Welke financiële bijdrage gaan de provincie en het Rijk leveren t.b.v. deze uitvoeringsorganisatie? Antwoord: : Momenteel zit het Nationaal Park De Maasduinen in een afronding van de verkennende fase van de transitie. Voor de organisatie verwacht het Overlegorgaan Nationaal Park De Maasduinen een bedrag nodig te hebben van circa € 450.000. Hierover komen we bij u te zijner tijd op terug met een informatiebrief. Voor de gevraagde financiering gaan we er vanuit dat deze voor Bergen toereikend is in ieder geval voor de komende vier jaar. b. Hoe is de financiering van het beheer van NP Maasduinen op dit moment geregeld? Wie draagt wat bij? Antwoord: Dit loopt momenteel geheel via de De Marke Stichting, in het kader van de erfpacht natuurgronden zijn er diverse afspraken vastgelegd. De Marke vraagt de subsidies aan en zet de gemeente in om de subsidiedoelen te bereiken en de gemeente zet loon- en materiaal kosten door naar De Marke Stichting. Voor de paden in de bossen heeft de gemeente Bergen een bedrag van € 27.700 begroot voor onderhoud.
Vraag 3: Pag. 13 Reconstructie rotonde Kasteellaan. De titel doet vermoeden dat het gaat om extra geld voor de rotonde. De toelichtende tekst spreekt over andere delen van de Kasteellaan. a.
Gaat het inderdaad om uitsluitend andere delen van de Kasteellaan?
Antwoord: Het betreft inderdaad geen geld voor de rotonde maar voor het deel van de Kastellaan vallend buitende de scope van de rotonde en vallend buitende de scope van de groene rivier. b.
Zo ja, is het dan niet beter te spreken over ‘Reconstructie Kasteellaan'?
Antwoord: Reconstructie Kastelleen betreft inderdaad een betere benaming.
Vraag 4: Pag. 15 Verharding wegen Bargapark. De genoemde investeringsbedragen komen nagenoeg overeen met de rapportage die de raad over dit onderwerp dit voorjaar heeft ontvangen. De bedragen per jaar die in de begroting genoemd worden wijken behoorlijk af van de in het eerdere rapport is aangegeven (bijlage 2). a.
Welke bedragen zijn juist, het rapport of de begroting?
Antwoord: De verschillen in de berekende jaarlast ontstaan door verschillende toepassing van het aantal afschrijvingsjaren. In de begroting rekenen we volgens ons activabeleid met een termijn van 25 jaar. In de rapportage is uitgegaan van een levensduur van 40 jaar voor straatbakstenen. Ervaring leert dat een afschrijvingstermijn van 40 jaar voor straatbakstenen (klinkers) realistisch is. b.
Als de begrotingsbedragen juist zijn, wat is dan de verklaring van de verschillen? Antwoord: zie antwoord a
c. Zijn de genoemde bedragen per jaar additionele kosten tov de huidige beheer en onderhoudskosten of mogen de huidige kosten (ruim € 10.000--) er vanaf getrokken worden om het plus op de begroting weer te geven? Antwoord: Dit is afhankelijk van de variant die wordt gekozen. Indien alle wegen in het Bargapark worden verhard, komen de huidige onderhoudskosten ca. € 10.300 in theorie inderdaad te vervallen. Bij een gedeeltelijke verharding van de wegen in het Bargapark zal nog steeds een deel van de wegen op de huidige wijze onderhouden moeten worden en vervallen de huidige onderhoudskosten dus niet volledig, maar deels. De onderhoudskosten voor de huidige situatie bestaan deels uit inzet van uren en materieel van de buitendienst.
Vraag 5: Pag. 23 Bergen Klimaatklaar & Leefbaar. De link in de begroting verwijst naar een algemene pagina over VerduurSAMEN2030, er wordt geen expliciete melding gemaakt naar Klimaatklaar & Leefbaar. Kan laatstgenoemd programma worden toegelicht? Antwoord: Het programma Klimaatklaar & Leefbaar is nog in opbouw en er wordt aan gewerkt. Dit wordt op een gelijksoortige manier als VerduurSAMEN2030 opgezet. Pijlers die onder dit programma vallen zijn: Biodiversiteit en landschap, Toekomstgericht landbouwsysteem, Toekomstgericht watersysteem, Klimaatbestendige leefomgeving en VerduurSAMEN2030.
Vraag 6: Pag. 24 VerduurSAMEN2030. Recent heeft het college aangekondigd te zullen stoppen met het beschikbaar stellen van subsidie t.b.v. spouwmuurisolatie. In welke mate loopt het streven om tegen 2026 minstens een energielabel D te hebben voor alle koopwoningen hierdoor gevaar? Antwoord: Inmiddels heeft het rijk weer wat ruimte geboden om een beperkt aantal woningen van spouwmuurisolatie te voorzien. We volgen de ontwikkelingen op de voet en vooralsnog zien we geen redenen om de doelstelling bij te stellen.
Vraag 7: Pag. 24 Klimaatbestendig bos- en natuurbeheer. Het Eendenmeer heeft te kampen met dalende waterstanden waardoor de ecologische kwaliteit van de vennen achteruit gaat. Stichting De Marke gaat hier onderzoek naar doen. Komt hier een separaat voorstel voor naar de raad? Antwoord: Voor het onderzoek is dat niet het geval. De aanvraag is al geruime tijd geleden ingediend. Afhankelijk van het resultaat van het onderzoek kan besloten worden of er een voorstel naar de raad komt inzake de uitvoeringsmaatregelen.
Vraag 8: Pag. 25. Zwerfafval. Hoe hoog is de vergoeding die gemeenten krijgen t.b.v. eenmalige wegwerp verpakking? Antwoord: de vergoeding voor de éénmalige wegwerpverpakkingen (Single Used Plastics de zogenaamde SUP-regeling) is nog niet definitief vastgesteld maar zal waarschijnlijk voor kleine gemeenten rond de € 2,74 per inwoner uitkomen voor het jaar 2023 en 2024. Dit geld willen we blijven inzetten voor de aanpak van zwerfafval maar zal pas medio 2024 uitgekeerd gaan worden aan de gemeenten.
Vraag 9: Pag. 26 Verkeer en vervoer. Is er al een beeld welke wegen als eerste zullen worden geselecteerd voor (her)inrichtingsprojecten? En zo ja, welke wegen betreffen dit? Antwoord: Er vindt nog nader onderzoek plaats welke wegen geprioriteerd (dienen te) worden. Deze vraag is momenteel te prematuur.
Vraag 10: Pag. 43 Beleid tav lokale heffingen. In de kadernota is inderdaad aangegeven dat anders omgegaan zou moeten worden met mbt de vrijstelling ivm motie Omtzigt. In de kadernota is aangegeven dat gekeken zou worden naar compensatiemogelijkheden. a.
Is in deze begroting voorzien in een compensatiemogelijkheid?
Antwoord: Er blijkt tot op heden nog geen noodzaak. b.
Zo ja, hoe gaat die plaatsvinden?
Antwoord: n.v.t.
Vraag 11: Pag. 46 Kostendekkende afvalstoffenheffing. In 2022 is het dekkingspercentage 125% geweest. We hebben destijds dus meer geld opgehaald dan begroot. Achteraf gezien is het tarief te hoog vastgesteld. Dat willen we voor 2024 voorkomen. a.
Graag ontvangen wij een overzicht van de tarieven 2022, 2023 en 2024;
Antwoord: Uw raad heeft de tarieven voor 2022 en 2023 vastgesteld. De concept tarieven voor 2024 zijn hier ook alvast genoemd dit is op basis van 100% kostendekkendheid en gefaseerde onttrekking aan de egalisatiereserve afvalstoffenheffing).
Afvalstoffenheffing belangrijkste tarieven
2022
2023
2024* concept
Vast recht
€ 132,00
€ 127,00
€ 127,00
GFT-afval 25 liter 80 liter 140 liter
€ 3,86 € 5,34 € 6,94
€ 4,16 € 5,76 € 7,48
€ 4,33 € 6,00 € 7,79
REST-afval 40 liter 80 liter 140 liter 240 liter
€ 4,67 € 6,13 € 8,32 € 11,98
€ 5,03 € 6,61 € 8,97 € 12,91
€ 5,24 € 6,89 € 9,35 € 13,45
*) belastingverordeningen incl. tariefstelling is geagendeerd voor raadsvergadering 12 december 2023 b. Graag ontvangen wij een overzicht van de (geraamde/gerealiseerde) belastbare eenheden in de jaren 2022, 2023 en 2024. Antwoord: In onderstaande tabel zijn de eenheden opgenomen die tot eerdergenoemde tarieven (vraag a) hebben geleid. Afvalstoffenheffing
2022
2023
2024*
gerealiseerd
verwacht, basis realisatie 2021
verwacht, basis realisatie 2022
Vast recht
5.625
5.832
5.739
GFT-afval 25 liter 80 liter 140 liter
95 3.391 17.346
83 3.012 15.327
110 3.308 18.277
REST-afval 40 liter 80 liter 140 liter 240 liter
115 4.462 29.703 15.998
102 3.941 24.849 13.548
71 4.658 28.660 15.277
Eenheden
c. Wat is het verwachtte dekkingspercentage op basis van gerealiseerde opbrengsten in 2023? Antwoord: het verwachte dekkingspercentage is voorlopig nog 100%. We hebben nog geen informatie van BsGW ontvangen over het gerealiseerde aantal ledigingen in 2023. Pas na afloop van het jaar krijgen we die informatie en kunnen we het werkelijke dekkingspercentage berekenen. Sinds jaarrekening 2021 werken we met een egalisatiereserve waarbij winsten ingezet worden om tarieven zo laag mogelijk te houden (zie ook de tabel op pagina 46 van de programmabegroting 2024).
Vraag 12: Pag. 51-52 Risico’s. a. Oorlog Oekraïne: dit risico lijkt inmiddels redelijk gedateerd en wellicht eerder een gegeven dan een risico. De inflatie is weer licht dalende en er is inmiddels (in beperkte mate) opvang geregeld voor Oekraïners in onze gemeente. Wat maakt het dat dit nog steeds als grootste risico wordt gezien? Antwoord: Periodiek beoordelen wij de risico’s op kans en (financieel) gevolg. De oorlog in Oekraine is nog gaande en gezien de onvoorspelbaarheid ervan hebben we dit nog als risico gekwalificeerd. b. Wetswijziging woonplaatsbeginsel: deze wet is inmiddels bijna twee jaar geleden ingevoerd. In de afgelopen begrotingen viel dit niet onder de 10 grootste risico’s. Wat zijn sindsdien de ontwikkelingen die geleid hebben om dit als op één na belangrijkste risico te kwalificeren? Antwoord: Op dit moment is er nog discussie over de toepassing van het woonplaatsbeginsel voor een aantal klanten. Het risico is dat wij financieel verantwoordelijk zijn voor deze klanten. c. De risico’s die buiten de top 10 vallen maken 60% uit van de totale weerstandscapaciteit. We ontvangen daarom graag de tabel met de overige risico’s. Antwoord: Risico 1 2
Personeelstekort Leerlingenvervoer
3 Belastingheffing
4
Subsidievoorwaarden
5
Participatiewet
Toelichting Als gevolg van overspannen arbeidsmarkt kunnen vacatures moeilijk worden vervuld en zijn de tarieven voor inhuur harder gestegen dan anders. Betreft een open-einde regeling. Indien BsGW niet meer aan alle betalingsverplichtingen kan voldoen is Bergen voor ca. 1% aansprakelijk voor de schulden van BsGW. In het meest ongunstigste geval kan de gemeenten dan voor € 130.000 worden aangesproken. Het niet voldoen aan subsidievoorwaarden. Door onvolledige benutting van toegekende subsidies kan het conform beschikking terugbetaald moeten worden. De verwerking in het financiële systeem moet hierbij ook correct gebeuren, zodat inzichtelijk blijft waar recht op bestaat. Voor de prognose van het aantal uitkeringsgerechtigden gaan wij uit van de cijfers van het UWV, CBS de ontwikkeling van ons eigen klantenbestand en de informatie van het werkgeverservicepunt. We handhaven strak en consequent en er wordt veel energie
Gevolg € 150.000 € 140.000
€ 130.000
€ 90.000
€ 125.000
in de toeleiding naar werk gestopt. Toename uitbreiding Japanse duizendknoop, 6 Hoge kosten bestrijding en opruiming. reuze berenklauw en eikenprocessierups. De rente op de geld- en kapitaalmarkt was lange tijd gunstig voor wat betreft het lenen van gelden. De ECB 7 Renteontwikkeling heeft de rente met 5 basispunten verhoogd waardoor we i.p.v. het ontvangen van gelden bij het afsluiten van een lening nu behoorlijk moeten betalen. Onzekerheid in de ontwikkelingen van de CAO lonen en 8 Wmo de vraag of de gemeente daarvoor gecompenseerd wordt. Schadeclaims door bijvoorbeeld onrechtmatige 9 Schadeclaims besluitvorming, onvoldoende onderhoud en rampen. De legesinkomsten voor de aanvragen omgevingsvergunningen bouw zijn sterk afhankelijk van Leges 10 het aantal grote bouwplannen. Dit is een risico voor het omgevingsvergunning behalen van de baten, omdat de gemeente hier zelf geen invloed op heeft en afhankelijk is van derden. Bestuursondersteunin Door extra werkzaamheden of uitval personeel tijdelijk 11 g personeel aantrekken. 12 Maaspark Well Risico is het niet terugverdienen van de investeringen. Sociale uitkerings13 PW: verhoogde vraag naar voorzieningen. voorzieningen 14 Vandalisme Schade aan gebouwen door vandalisme. Sociale Gelet op de resultaten uit het verleden blijft 15 werkvoorziening overschrijding een reëel risico.
Resultaat grondexploitaties wijkt af van geprognosticeerd resultaat a.g.v. marktprijzen, recessie, 16 Grondexploitaties planschade, bezwaar- en beroep, subsidies en langere doorlooptijd. Toename kosten 17 Bijzondere bijstand: bewindvoering. bewindvoering 18 Integrale veiligheid Asbestbrand. 19 Integrale veiligheid Uitval nutsvoorzieningen. Afsluiten contracten waarin verkeerde voorwaarden Onjuiste 20 worden gebruikt of niet goed gevolgde inkoopvoorwaarden aanbestedingsregels. Bij een aanbesteding kan door de verliezende 21 Aanbesteding leverancier een rechtszaak worden aangespannen. 22 Integrale veiligheid Inbraakgolf. Geen inzicht in Geen inzicht in lopende en aflopende contracten kan 23 contracten leiden tot ongewenste verlenging of betalen van boetes. 24 Milieu Illegale dumping veroorzaakt meer kosten. 25 Lokale heffingen Oninbaarheid debiteuren. Saldo financieringsAls de marktrente op lange termijn gaat stijgen bij het 26 functie lenen van geld met een looptijd van 10 jaar. Watersysteem en Door rioolschades of achterstallig onderhoud vinden er 27 riolering bodemverontreiniging of schadeclaims plaats. 28 Integrale veiligheid Uitbraak pandemie of dierziekte. 29 KCC Fouten op aangevraagde persoonsdocumenten. Wegen, straten en Onderhoud wegen: strenge winters, hete zomers die 30 pleinen leiden tot schade aan wegen.
Gesubsidieerde Gesubsidieerde instellingen afhankelijk van de 31 instellingen gemeente, hun risico is vaak ons risico
€ 10.000
€ 60.000
€ 70.000 € 50.000
€ 30.000
€ 70.000 € 100.000 € 60.000 € 25.000 € 40.000 € 30.000 € 35.000 € 10.000 € 35.000 € 50.000 € 10.000 € 10.000 € 25.000 € 20.000 € 15.000 € 15.000 € 10.000 € 5.000 € 1.000 € 60.000 € 160.000
32 BUIG/BBZ
De definitieve impact van de coronacrisis op de uitkeringslasten is moeilijk in te schatten. In het begin was een lichte stijging te zien.
Overige geïnventariseerde risico’s
€ 160.000 € 1.801.000
Vraag 13: Pag. 66-67-68 Strategische personeelsplanning. a. De gemiddelde leeftijd van de werknemers van de gemeente Bergen ligt relatief aan de hoge kant. Er wordt gesproken dat de gemeente actief jongeren probeert te benaderen. Hoe gebeurt dit en welke effecten heeft dit? Met name gezien de voorspelling dat er binnen +/- 5 jaar 28% van de werknemers zullen vertrekken. Antwoord: Op pagina 66 is aangegeven: ‘Het lukt de organisatie, ook in deze turbulente arbeidsmarkt om nieuwe “jongere” medewerkers aan de organisatie te binden. Volgens de tabellen op pagina 66 en 67 is (maar) 1/3 van de instromers jonger dan 35 jaar. In algemene zin wat betreft het invullen van vacatures: Bij een gemeente van de omvang van Bergen heb je méér te maken met eenpitter-functies. Bij de nieuwkomer die de werkzaamheden van een aanstaande gepensioneerde gaat overnemen is opgedane ervaring vaak zeer gewenst. In de krappe markt voor bepaalde taakvelden is het zaak niet meer zozeer de focus te leggen op ervaring, maar mensen – al in dienst, of nieuwkomer - de kans te bieden zich te ontwikkelen, en ook de tijd te geven om ‘mee te lopen’. Zo bereik je dat iemand meegroeit in de functie en daarbij tegelijkertijd wordt uitgedaagd. Zoals in de tekst beschreven is een belangrijke voorwaarde hiervoor dat ruim voor vertrekdatum vacatures worden opengesteld en er dus dubbele bezetting is.
Dat vraagt extra financiële inzet. Specifiek ‘de jongere’: Volgens informatie van het AenO-fonds heeft 22% van de gemeenten moeite om jongeren te werven. Nog eens 39% van de jongeren tot 25 jaar is binnen 3 jaar weer vertrokken. Het blijven bieden van stageplekken kan uiteindelijk leiden tot start van een loopbaan, en Bergen presenteert zich ook via social media en laat zich zien op schoolbeurzen. Ook is het hebben van ervaring niet altijd meer een must. Dat kan al zijn bij de werving (aangeven dat wanneer men nog niet aan alle eisen kan voldoen, maar je hebt affiniteit met het onderwerp, men ook wordt uitgenodigd om te reageren). Of tijdens de procedure, waarbij kandidaten niet helemaal op het profiel passen, maar potentie laten zien. Het effect is nog niet aan te geven. b. In welke mate wordt er ingespeeld op de voorgenomen verbouwing van het gemeentehuis en de gevraagde flexibiliteit van medewerkers, met het oog op het werven van voldoende nieuwe, jonge(re), medewerkers? Antwoord: De verbouw zal natuurlijk impact op het (kantoor-)personeel hebben, in de zin van méér thuiswerk waar dat mogelijk is. Er zal zeker aandacht zijn voor het laten plaatsvinden van live contactmomenten met de directe collega’s, op regelmatige basis.
Hoe dat gestalte kan krijgen wordt momenteel bekeken (bijvoorbeeld kantoorruimtes huren, met wisselende bezetting van teams, of kleinschalig bij collega’s thuis). Tijdens de hele verbouwing zal met name startend personeel - ongeacht de leeftijd! door manager en collega’s goed worden begeleid en zal er veelvuldig live contact zijn met collega’s.
Vraag 14: Pag. 71 Verbonden partijen. In het overzicht staat de Euregio-Rijn-Maas vermeld. Per 1 januari 2023 is de gemeente geen lid meer van deze Gemeenschappelijke Regeling. Waarom staat deze nog in het overzicht vermeld? Antwoord: Euregio Rijn-Maas-Noord staat per abuis nog steeds genoemd. Het klopt dat de gemeente geen lid meer is.
Productenbegroting Vraag 15: Pag. 5 Bijdragen Optisport. Er staan een tweetal bedragen opgenomen (€180.000 en €115.000). We ontvangen graag een nadere uitleg wat het verschil is tussen deze bedragen. Antwoord: Het bedrag van € 180.000 heeft betrekking op de exploitatie en onderhoudsbijdrage voor Optisport op basis van de overeenkomst tussen gemeente en Optisport. Het bedrag van € 115.000 (afgerond) heeft betrekking op de verstrekte lening uit het verleden.
Vraag 16: Pag. 6 Leegstand. Graag meer uitleg over de leegstandsvergoeding bij Bijzonder Basisonderwijs. Wat houdt deze vergoeding precies in? Antwoord: Deze leegstandsvergoeding is de vergoeding die de gemeente, op basis van afspraken met Destion, betaalt voor de leegstaande schoolruimtes in de Samensprong. Dit geldt alleen voor dit schoolgebouw omdat Destion daar eigenaar van is en de scholen huur betalen. Bij de andere scholen is Lijn83 zelf eigenaar.
Vraag 17: Pag. 9 Bijstand. De Rijksbijdrage voor de bijstand/participatiewet is in totaal €2.308.000. Hoe verhouden deze zich met de uitgaven die de gemeente heeft als gevolg van de wettelijke taken uit de Participatiewet? In de productenbegroting wordt dit niet expliciet gemaakt. Antwoord: op basis van de actuele stand van zaken is de verwachting dat de bijdrage van het Rijk voldoende zijn om de kosten voor de uitkeringen te kunnen verstrekken.
Vraag 18: Pag. 23 Proces- en advieskosten. De proceskosten en advieskosten zijn in 2024 twee maal zo hoog als in andere jaren. Graag een verklaring. Antwoord: In 2023 lopen meerdere juridische kwesties in verband met de toepassing van het woonplaatsbeginsel bij jeugdzorg.
Vraag 19: Pag. 27 Rente geldleningen ambtenaren. Er zijn ambtenaren die geldleningen vanuit de gemeente hebben ontvangen en hierover rente betalen. Onder welke voorwaarden worden deze verstrekt en wat is het totaal uitstaande bedrag? Hoe verloopt de monitoring omtrent het verstrekken van deze leningen? Antwoord: Momenteel zijn er nog 2 uitstaande geldleningen. De overige zijn afgelost. De leningen zijn onder de toen geldende voorwaarden verstrekt en deze voorwaarden worden niet aangepast. Er worden geen nieuwe leningen verstrekt.
Begin 2023 is het uitstaande bedrag € 65.274 en dit zal eind 2023 € 56.231 zijn. Overigens lopen de terugbetalingen via inhouding op het salaris.
Vraag 20: Pag. 28 Dubieuze debiteuren. Wat is de totale debiteurenpositie en waar bestaan de dubieuze debiteuren uit? Is hier geen opvolging gezien deze gedurende de jaren niet weglopen? Antwoord: De debiteurenpositie bedraagt € 2,5 mln. (zie tabel op pagina 112 in Jaarrekening 2022). De debiteuren bestaan uit twee delen. Voor ongeveer € 1 mln. gaat het om debiteuren Sociale Zaken, zoals bedrijfskredieten of TOZO-leningen. Het restant bestaat vooral veel kleine debiteuren. Dan gaat het om reguliere activiteiten zoals verzonden legesfacturen, standplaatsvergunningen of eigen bijdragen. Het incasseren van de diverse vorderingen is onderdeel van het reguliere werkproces.
Vraag 21: Pag. 30 Abonnement op vakliteratuur. De kostenpost bedraagt in totaal €155.000. Welke abonnementen betreffen dit?
Antwoord: Het totaalbedrag is samengesteld uit de posten abonnementen, vakliteratuur, contributies, lidmaatschappen. De raming voor abonnementen bedraagt € 75.000. De raming voor abonnementen is opgehoogd in verband met kosten voor de Kennisbank van Kluwer. Gebleken is dat een overkoepelende en actuele kennisbank noodzakelijk is ter ondersteuning voor het beantwoorden van (complexe) juridische vraagstukken. Bij de extra raming is rekening gehouden met afzonderlijke abonnementen die hiermee kunnen vervallen vanaf 2024. Contributies en lidmaatschappen; deze raming bedraagt € 80.000 en is gelijk aan de (bijgestelde) raming voor 2023.
Technische vragen fractie Dorpsbelangen Inflatie Vraag 1: Inflatie percentage is meegenomen op 3,6% en daarnaast een stelpost van 500K. Ik zie echter in laatste CPB een CPI van 3,8%, Alternatieve CPI 3,6% en HICP van 3,9% voor 2024. Waarom nemen wij de alternatieve CPI? Antwoord: We hebben de begroting opgesteld volgens de richtlijnen die uw raad via de Kadernota heeft meegegeven. Er zijn meerdere rekenmethodes voor het berekenen van de prijsindex, en de uitkomst van alle berekening is afhankelijk van het moment van publicatie. Het rijk adviseert gemeenten om het indexpercentage toe te passen uit de CPB-publicatie van maart.
Vraag 2: Toeristenbelasting is deze ook verhoogde met 3,6%? Staat niet genoemd op pagina 10 of u moet de verblijfsbelasting hiervoor bedoelen. Antwoord: Toeristenbelasting is inderdaad ook met 3,6% prijsindex verhoogd. Conform de richtlijnen die uw raad via de Kadernota heeft meegegeven. Vraag 3: Vorig jaar werd in de beantwoording bij de begroting vermeld “Jaarlijks wordt in de kaderbrief bepaald wat de inflatiecorrectie is die wordt toegepast in de begroting. Hiervoor hanteerden wij de inflatie in maart 2022, zoals gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan. Op basis hiervan is de inflatiecorrectie voor de gehele begroting van 2023 vastgesteld.” Waarom s daar nu van afgeweken terwijl de verschillen vorig jaar beduidend groter waren? Antwoord: In de Kadernota is opgenomen “Het verwachte inflatiepercentage bedraagt 3,6% en is gebaseerd op het Centraal Economisch Pan zoals uitgegeven in maart 2023.
Wensenlijst Verplicht Vraag 4: Rehabilitatie programma openb. Orde 2025: Blijkbaar zijn er door de raad budgetten vastgesteld. Waarom staan deze niet hier vermeld maar de post PM? Zijn deze budgetten verbruikt en komt er dan een eindafrekening? Of hoe krijgen we anders te zien wat we voor de budgetten hebben gekregen en waar over- en onderuitputtingen hebben plaatsgevonden? Antwoord: we nemen aan dat u bedoelt openbare ruimte. We zijn enkele jaren geleden begonnen met het opstellen van het plan. Er is een werksessie met de raad op 27 juni 2023 geweest over de noodzaak van toekomstige investeringen. . Dat plan wordt tzt vastgesteld en met de vaststelling van het plan wordt uw raad om krediet gevraagd.. In de begroting is het als PM (Pro Memorie) opgenomen omdat we weten dat er kosten komen, maar op dit moment die kosten nog niet zodanig duidelijk zijn dat we ze al in de berekeningen mee kunnen nemen. Vraag 5: Aanpassing Gemeentehuis: Waar is het aangepaste voorstel en de beantwoording van de vragen die zijn gesteld? Graag zou ik hier een verdeling zien in wat we moeten en willen en dan over de tijd uitgestreken? Nu zie ik voor 3 jaar 98K staan? Hoe staat het met asbest inventarisatie? Antwoord: Het voorstel is gehandhaafd zoals behandeld in de commissievergadering van 5 september. Aan de hand van destijds gestelde vragen wordt het volgende toegelicht.
De voorgestelde maatregelen aanpassingen gemeentehuis zijn gericht op het verbeteren van het binnenklimaat, het terugbrengen van het energieverbruik en energiekosten alsmede maatregelen die gericht zijn op verduurzaming door middel van opwek van zonne-energie. Wat betreft het binnenklimaat is al sinds vele jaren de noodzaak gevoeld en geuit door medewerkers om verbetering te brengen in de slechte luchtcirculatie en de forse warmteontwikkeling op de 1e en 2e verdieping. De op dit moment nog functionerende solitaire airco’s zijn sterk verouderd en bevatten vloeistoffen waarmee niet meer gewerkt mag worden, kortom niet reparabel. De cv installatie is sterk verouderd en zeer inefficiënt. Wat betreft de arbeidsomstandigheden en met name binnenklimaat ligt er een rapport (bijgevoegd) “quick scan binnenklimaat Lette Advies 2018”. De CO2-metingen zijn gerelateerd aan de eisen van het Bouwbesluit tav luchtverversingscapaciteit. De gemeten waarden (CO2) zijn gerelateerd aan de “voldoende variant (max 750 ppm)”. Uitgaande van een “goed werkklimaat-variant” zou voor de metingen de ondergrens van max 450 ppm gehanteerd dienen te worden en voor de “zeer goed variant (max 300 ppm)”. Uitgaande van de goed binnenklimaat variant is duidelijk uit de metingen dat feitelijk alle ruimten niet voldoen aan de norm.
Verder is in het rapport RI&E van de Bedrijfspoli (Arbo-dienst) in 2020 nog eens aandacht gevraagd voor een aantal aspecten (zie bijgevoegde “bevindingen fysieke beoordeling” uit het RI&E-rapport). Ten aanzien van een gefaseerde aanpak Met de nu voorgestelde aanpassingen in het gebouw komen 2 sporen samen, n.l. verbetering arbeidsomstandigheden en terugdringen van energieverbruik. Daar is een 3 e spoor aan toegevoegd, n.l. verduurzaming door de opwek van zonne-energie door middel van de zonnecarports parkeerplaatsen in te zetten voor het energieverbruik van het gemeentehuis. Hiermee handelen we in lijn van onze eigen ambitie als gemeente en gaan we voldoen aan label A, een verwachte verplichting voor kantoorgebouwen binnen enkele jaren. De integrale benadering van de verbetering arbeidsomstandigheden, energiereductie en duurzame opwek impliceert dat maatregelen in combinatie ineens worden uitgevoerd. Voor het binnenklimaat en de energiereductie zullen een hybride warmtesysteem, regeltechnische energetische optimalisaties(nachtkoeling en nachtventilatie) en het aanbrengen van een centraal luchtcirculatiesysteem de hoofdmoot vormen van de ingrepen. Daarnaast enkele bouwkundige zaken die verband houden met een opwaardering van de verouderde toiletgroepen en een aanpassing van de ontvangstbalie.
Enkele functionele verbeteringen betreffen het creëren van enkele stiltewerkplekken en een vergaderruimte. Dit betekent dat de technische en bouwkundige maatregelen in een keer uitgevoerd moeten worden. Asbest In het verleden is er een asbestonderzoek uitgevoerd dat heeft geleid tot het verwijderen van asbestpanelen zichtbaar op enkele plekken in de technische ruimten. Om duidelijkheid te verkrijgen over nog mogelijke andere aanwezige asbest is nav de vraag in de commissie aanvullend onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het aanvullend onderzoek wijzen uit dat er slechts zeer minimaal asbest is aangetroffen (in kruipruimte en rondom een pakking van een leiding).Dit betreft asbest risicoklasse 1 (laagste risico klasse). en . Dus de concrete vraag over wat we moeten en willen lopen in elkaar over en vragen gelet op de noodzakelijke ingrepen vanuit efficiency om een integrale aanpak. Een gefaseerde aanpak kan daarmee feitelijk niet omdat in alle werkruimten en verkeersruimten de luchtbehandeling wordt vernieuwd evenals (sensor)verlichting. Dit kan dus niet gefaseerd. De kapitaallasten voor het benodigde krediet aanpassingen gemeentehuis zijn opgenomen in de begroting en wel structureel. Gemeentewerf/brandweerkazerne
De maatregelen voor de gemeentewerf en brandweerkazerne kent wel een fasegewijze aanpak. Primair is de eerste fase gericht op aanpassingen ten behoeve van binnenklimaat (m.n. tegengaan warmteontwikkeling) en het realiseren van enkele werkplekken. Dit is meegenomen in het gevraagde krediet. De verduurzaming in optima forma voor de gemeentewerf en brandweerkazerne (zoals energieopslag, vernieuwen dak) vergt een afzonderlijke afweging in 2029 zowel voor gemeente als veiligheidsregio (als huurder van de brandweerkazerne). Deze nieuwe afweging staat niet in de weg om de voorgestelde maatregelen in de 1e fase al uit te voeren. De veiligheidsregio is positief over deze 1e fase en zal de kosten voor het in gebruik zijnde deel van het gebouw voor haar rekening nemen. Dit laatste wordt geëffectueerd door de investeringslasten te verdisconteren in de huurprijs. De veiligheidsregio kan zich ook vinden in de afzonderlijke afweging over vervolgmaatregelen in 2029. De financiële impact van de mogelijke vervolgmaatregelen in 2029/2030 zullen voor het aandeel van de veiligheidsregio ook op eenzelfde wijze verdisconteerd worden in de huurprijs. Voor het gemeentelijk aandeel van deze optimalisatie in 2029/2030 zal de benodigde financiële ruimte gecreëerd worden in het meerjarenonderprogramma en het te realiseren besparingspotentieel uit de verminderde energielasten.
Dat betekent dat er met het voorliggende kredietvoorstel geen extra financiële claim gelegd wordt op de begroting vanaf 2030. Vraag 6: Verplaatsen Besturingssysteem Luchtalarm> Waar gaat dit naartoe en is dit nog wel noodzakelijk? Antwoord: De aansluiting gaat naar een van de omliggende panden, op dit moment is nog niet duidelijk naar welk pand. Wij zien vooralsnog geen reden om het luchtalarm niet te verplaatsen. Vraag 7: Versterken Mantelzorgondersteuning: 0,2 Fte kost ons 20K? Dat betekend dat 1 FTE 100K zou kosten? Graag uitleg en onderbouwing? Antwoord: Het klopt dat de uitbreiding met 1 Fte € 100.000 kost. Dit betreft Netto salariskosten inclusief werkgeverslasten.
Wensenlijst Coalitie programma Vraag 8: Pilots Vroegsignalering: Er wordt onderzoek gedaan naar saneringskrediet? Dit doen we toch al of niet? Hoe lang gaan deze onderzoeken, pilots, duren en wanneer kan de Raad het resultaat verwachten samen met een voorstel? Antwoord: Saneringskredieten doen we nog niet, verwachting is dat we begin 2024 met een onderzoek gaan starten, waarna de uitkomsten van het onderzoek met het college worden gedeeld met een advies om wel of niet met de saneringskredieten te starten.
Vraag 9: Organisatiekosten NP: 50K extra. Kunt U ons voorzien van het financiële plaatje van het gehele project? Waaruit bestaan de gehele organisatiekosten? Antwoord: Momenteel zit het Nationaal Park De Maasduinen in een afronding van de verkennende fase van de transitie. Voor de organisatie verwacht het Overlegorgaan Nationaal Park De Maasduinen een bedrag nodig te hebben van circa €450.000,-. . Hierover komen we bij u te zijner tijd op terug met een informatiebrief. De financiering
die gevraagd wordt daarvan gaan we vanuit dat deze voor Bergen toereikend is in ieder geval voor de komende vier jaar. Op 22 juni 2021 heeft u een Raadsinformatiebrief ontvangen met daarbij de gezamenlijke notitie van de gemeenten Gennep, Bergen en Venlo, het transitie document en het BIOplan Nationaal Park De Maasduinen. Daarin is uitgelegd waarvoor de organisatie voor de komende 10 jaar op gaat pakken. Enkele concrete voorbeelden zijn het uitvoeren van de uitvoeringsagenda, communicatieplan, vermaatschappelijkingsplan, vrijwilligersactiviteiten, toekomstgerichte landbouw en het versterken van de biodiversiteit.
Vraag 10: Kasteellaan: Wordt 800K gevraagd in totaal? Komt hier nog een voorstel voor naar de Raad? Anders willen we uiteraard graag het plan etc zien. Antwoord: Dit betreft middelen voor het deel van de kasteellaan vallend buiten de scope van de rotonde en buiten de scope van de groene Rivier. Hiervoor wordt in totaal € 800.000 gevraagd. Wensenlijst Overig Vraag 11: Hoe komen deze “wensen” hier terecht? Kunnen we ook zien wie deze hierop heeft gezet/gekregen? Antwoord: Elk jaar verzamelen we nieuwe beleidswensen. Zowel bij uw raad (via Ophaalsessie Kadernota) als bij het college en ambtelijk apparaat wordt gekeken naar nieuwe ontwikkelingen. De ontwerp begroting zoals die er nu ligt is het resultaat van een afweging van alle wensen. Vraag 12: Nieuw Bestek Groenvoorziening: Worden in dit nieuwe bestek ook lokale ondernemers betrokken? Sociale Voorzieningen meegenomen? Gestegen loonkosten kunnen toch gecompenseerd worden uit de pot Inflatie, kunnen deze daar niet uitgehaald worden? Antwoord: Het nieuwe bestek Groenvoorziening zal conform het inkoopbeleid worden aanbesteed. Het uitnodigen van lokale aannemers wordt hierbij overwogen en gedaan indien mogelijk. Ook zal een overweging worden gemaakt of en zo ja op welke wijze sociale voorziening worden meegenomen.
Vraag 13: Groen Inkopen: Wordt hierbij rekening gehouden met het opzetten van een eigen boomkwekerij? Dit om kosten te besparen in te toekomst. In is er een visie om groen zelf te ontwikkellen? Bomenplannen? Zie verkiezingsprogramma Dorpsbelangen. Antwoord: Per inkooptraject wordt bekeken op welke manier en invulling kan worden gegeven aan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (Groen Inkopen). Nee, er wordt geen rekening gehouden met het opzetten van eigen boomkwekerij, tenzij dit een strategische keuze is/wordt van de gemeente.
Vraag 14: Uitbreiden formatie tbv Omgevingswet: Op blz 30 wordt gesproken dat e.e.a wordt opgevangen binnen bestaande budget, terwijl hier juist om extra capaciteit wordt gevraagd? Is dit niet een tegenstelling? Hoeveel Fte wordt gevraagd? Wordt dit ingehuurd door interimmers of vast ingevuld? Antwoord: Voor 2024 is hopelijk geen extra budget nodig. Echter, er is nog veel onduidelijk, waardoor wij toch hebben gemeend een budget op te nemen in de wensenlijst overig, om voorbereid te zijn op eventuele tegenvallers. Hierbij hebben we ingestoken op 0,4 Fte, nader in te vullen op basis van gevraagd profiel. Vraag 15: Misschien mij ontgaan maar waar is dit aangeboden? Wat zijn de jaarlijkse onderhoudslasten nu van het Bargapark? Waaruit blijkt de noodzaak tot verharding? In het verleden is een duidelijke doelstelling bij het oprichten van het Bargapark geweest dat het juist NIET verhard mocht worden. Kunt u aangegeven waarom hier nu van afgeweken kan worden en dit dan ook als wenselijk ervaren wordt? Komt dit voorstel als afzonderlijk naar de Raad? Antwoord: Het onderzoek naar de verhardingssituatie in het Bargapark is na vrijgave door BenW via de griffier aan de Raad verstuurd. Deze rapportage beschrijft de verhardingssituatie in het Bargapark. Ook de huidige onderhoudslasten zijn beschreven. Wat betreft de noodzaak tot verharden, ook hiervoor verwijs ik graag naar de rapportage.
Hoe om te gaan met de verhardingssituatie in het Bargapark is in de werksessie met de raad op 27 juni 2023 besproken. Dit voorstel komt na besluitvorming door de raad in de begrotingsbehandeling, niet meer naar de Raad. Vraag 16: Wat is de status van de aangenomen 5 moties in de vorige begrotings-ronde en waar zijn deze opgenomen in deze begroting? Ik zie ze namelijk niet in de wensenlijsten naar voren komen.
Antwoord: Bij de behandeling van Begroting 2023 (raad 8 november 2022) zijn meerdere moties behandeld. Het ging om: Motie Bouwen, Bouwen, Bouwen. De motie verzocht het college om voor 2026 minimaal 400 bouwtitels te realiseren. Status: We werken hier aan. Motie Gemeenschappelijk Sportpark. De motie verzocht het college om te komen tot planvorming. Status: met vaststellen van de Kadernota 2024 heeft uw raad ingestemd met het beschikbaar stellen van € 40.000 t.b.v. planvorming. We zijn hiermee bezig. Motie De Groene Pluim. Verzocht het college om deel te nemen aan de Groene Pluim. Status: college ziet meerwaarde in samenwerking met ondernemers vanuit programma VerduurSamen 2023. Motie Gezonde voeding op basisscholen. Verzocht college om middelen in te zetten en in gesprek te gaan met scholen. Status: College voert periodiek overleg met onderwijsinstellingen. Niet alle instellingen ervaren het probleem. Ook zien onderwijsinstellingen knelpunten in de uitvoering. Gemeente kan faciliteren en wil dit ook. Motie Verhogen verkeersveiligheid N271. Verzocht het college om in gesprek te gaan met provincie. Status: we hebben regelmatig overleg met Provincie Limburg. Veiligheid van provinciale wegen komt daarbij doorlopend aan de orde. Bovendien is er onlangs een brief gestuurd namens alle dorpsraden aan de Provincie waarin aandacht wordt gevraagd voor deze problematiek.
De portefeuillehouder Verkeer heeft namens het college eveneens een brief gericht aan de gedeputeerde van de Provincie om gezamenlijk (gemeente, provincie en dorpsraden) hierover het gesprek aan te gaan.
Samenleving
Vraag 17: Het valt op dat in alle 3 de Thema’s de Baten veel groter worden begroot dan de rekening in het verleden laat zien. Met name in thema 1.1 en 1.2. Wat is dan het baten verhogend effect dat blijkbaar in komende jaren gaat spelen wat we nu niet hebben gehad? Antwoord: Bij thema 1.1 zijn de inkomsten van de nieuwe brede spukregeling te zien van € 53.000 (2023) en € 56.000 (2024 ev). Bij Thema 1.2 zie je in 2023 naast deze brede spuk voor € 205.000 ( € 200.000 voor 2024 ev) inkomsten voor de Suvis regeling (€ 205.000 incidenteel). Vraag 18: Waar kunnen we zien of lezen dat er actief wordt gewerkt aan het invoeren van gezonde lunches/ontbijten op school? Is hier al een bedrag voor opgenomen en zo ja waar staat dat, zo nee waarom nog niet? Antwoord: In de begroting is geen budget opgenomen voor het invoeren van gezonde lunches/ontbijten. Dit thema wordt met de onderwijspartijen besproken en er zijn landelijk ook subsidieregelingen/projecten op dit gebied. Het is niet de (volledige) verantwoordelijkheid van de gemeente om gezonde lunches/ontbijten op scholen in te voeren. Scholen zijn hier in samenwerking met de gemeente en eventueel andere betrokkenen samen verantwoordelijk voor. Het thema heeft de aandacht binnen het LEWA overleg.
Vraag 19: Kunt U ons duiden waar precies staat hoeveel we uitgeven aan armoedebestrijding en wat we dan precies daarvoor doen? Antwoord: De budgetten voor de onderdelen van de armoedebestrijding staan onder FCL’s: 1) armoederegelingen (samenwerking met o.a. stichting leergeld, Humanitas en stichting Vincentius Bergen), 2) armoedebestrijding (samenwerking met o.a. jeugdfondsen sport en cultuur, de uitvoering van o.a. de schuldhulpverlening, de uitvoering van de individuele inkomensvoorziening en het participatiefonds. Tevens hebben we onder de FCL 3) Bijzondere Bijstand, de uitvoering van de individuele Bijzondere Bijstand en de Collectieve aanvullende zorgverzekering ondergebracht.
Ruimte en Economie Vraag 20: (29) Minimaal 400 bouwtitels voor 2026. Hoe verhoudt zich dit tot minimaal 400 nieuw te bouwen huizen? Wat gaat er gebeuren om vergunning verlening te versnellen en bouw te stimuleren en aantrekken van Capaciteit (Mensen)? Antwoord: Bouwtitels hebben betrekking op het planologisch mogelijk maken van de bouw van woningen, dus percelen met een woonbestemming in een bestemmingsplan. Na inwerkingtreding van het bestemmingsplan kunnen vergunningen worden verleend voor de bouw van deze 400 woningen. Er wordt door middel van een actief grondbeleid en intensieve samenwerking met particulieren en marktpartijen gestuurd op het realiseren van meer bouwtitels. Hiervoor is een projectleider woningbouw aangesteld. In 2023 is een juridisch medewerker ruimtelijke ordening in dienst genomen ter ondersteuning van de woningbouwopgave. Zij leveren de noodzakelijke extra capaciteit voor het uitvoeren van het actieve grondbeleid en voor het doorlopen van de noodzakelijke planologische procedures. Vraag 21: (30) Is het gemeentelijk woningbouwprogramma al aangepast conform de eis om minimaal 400 woningen bij te bouwen? Antwoord: Ja. Tijdens de behandeling van de begroting 2023 is de motie bouwen, bouwen, bouwen aangenomen. Daarin wordt het college verzocht om voor 2026 minimaal
400 bouwtitels te realiseren, verdeeld over alle dorpen van de gemeente Bergen(L). Dit aantal is doorvertaald in het woningbouwprogramma 2023. Hierover bent u via de raadsinformatiebrief van juni 2023 geïnformeerd. Vraag 22: In hoeverre zijn de prestatieafspraken met Destion aangepast? Waaruit bestaan deze nu? Komt hiervoor nog een voorstel naar de Raad om ook hier actief op te sturen?
1. 2. 3. 4. 5. 6.
Antwoord: De nieuwe prestatieafspraken 2024 – 2028 worden naar verwachting in de loop van november 2023 door het college van B & W vastgesteld. Deze afspraken hebben betrekking op de volgende thema’s: Geschikte woningvoorraad Zorg voor betaalbaarheid van de woningen Realiseren van wonen met zorg Huisvesten van specifieke doelgroepen Investeren in leefbaarheid Investeren in een duurzame sociale huurwoningvoorraad Overleg hierover loopt en zitten in een afrondende fase. Zodra de afspraken door het college zijn vastgesteld worden ze ter kennis gebracht van de gemeenteraad. Vraag 23: Milieupark wordt stapsgewijs gerenoveerd. Wordt hierbij dan ook nagedacht over het combineren van functies, bijvoorbeeld mensen met beschut werk te werkstellen, uitkeringsgerechtigden en actieve hulp van Buitendienst bij inrichting en exploitatie? Zou het mogelijk zijn om zelf exploitatie te hand te nemen en daardoor te besparen op de kosten van beheerder (Contract)? Antwoord: Het milieupark is al zo’n 40 jaar oud en in de loop der tijd hebben er wel enkele aanpassingen plaatsgevonden aan de indeling; echter grootschalig onderhoud heeft er niet plaatsgevonden. Door de tand des tijd en intensief gebruik zien we nu slijtage ontstaan aan verschillende keerwanden die het noodzakelijk maken op korte termijn deze wanden te renoveren en te vervangen.
Dit is noodzakelijk onderhoud voor een veilig gebruik van het milieupark en heeft niets te maken met de exploitatie er van. Wij hebben met een aantal Noord-Limburgse gemeenten een contract met Renewi voor de exploitatie van het milieupark. Dit bevat naast de bemensing van het park ook het transporteren en verwerken van de afvalstromen. Door een gezamenlijk contract met de Noord-Limburgse gemeenten kunnen de afvalstromen in bulk afgezet en verwerkt worden wat in de regel prijsvoordeel oplevert. Het contract met Renewi loopt met de verlengingen nog tot 31 januari 2027. Het inzetten van mensen met een afstand op de arbeidsmarkt voor werkzaamheden op het milieupark is ook een onderwerp dat wij met onze exploitant Renewi besproken hebben. In de praktijk blijkt dit erg moeilijk uitvoerbaar vanwege de beperkte openingstijden van het milieupark en de opening in het weekend. Daarnaast zien we ook dat deze mensen vaak goede begeleiding nodig hebben (succes van Project Op Weg komt mede door professionele begeleiding) en die is niet beschikbaar. Bestuur en Financiën Vraag 24: Kunt u ons een verdeling geven in Fte waaruit blijkt hoeveel inhuur (ZZPInterimmers) we hebben en hoeveel vast mensen in loondienst? Hoeveel beide kosten? E.e.a. kunnen we niet halen uit Bijlage 1. Antwoord: De cijfers voor het jaar 2022 zijn beschikbaar.
De kosten voor tijdelijke inhuur in dat jaar waren € 709.000 ten opzichte van de kosten voor vast personeel van € 9.743.000. De verhouding extern/intern is 7,3%. Het landelijk gemiddelde in 2022 voor
alle gemeenten was 17% (volgens het AenO-fonds). Een financieel volume is daarmee inzichtelijk. Een volume in termen van Fte is moeilijk te geven, omdat externe inhuur vaak niet alleen in Fte uit te drukken is maar soms ook gewoon een tijdelijke klus is die extern wordt ingehuurd en waar een opdrachtwaarde en resultaat aan verbonden is.
Bijlage 4: Investeringskredieten Vraag 25: We zien hier begroot versus werkelijk maar kunnen hiermee niet sturen in de tijd. M.a.w. er ontbreken jaarschijven. Daardoor weten we niet waar we achter lopen en waar de kosten de pan uitreizen of niet. Kunt u ons voorzien van Bijlage 4 voorzien van jaarschijven? En over- of onder uitputting in de tijd? Antwoord: We hanteren geen jaarschijven bij kredieten. Kredieten kennen vaak een langere looptijd omdat het gaat om grote projecten. Wel is in de omschrijving van het krediet een jaartal opgenomen. Dat is het jaartal waarin het krediet is aangevraagd.