Technische vragen dorpsbelang over begroting 2023 BsGW
Tekst van het document
Fractie Dorpsbelangen; technische vragen agendapunt BsGW cie B&F
Vraag 1 Zijn de op- of aanmerkingen van de accountant o.a. met betrekking tot de post ‘personeelskosten’ en ‘ontbreken van een bestemmingsreserve’ van jaarrekening 2021 beschikbaar? Antwoord Hierover zijn geen opmerkingen gemaakt door de accountant. Vraag 2 BsGW merkt op dat in het verleden uitgegaan werd van een opslag sociale lasten van minder dan 23%. Op de website van RVO adviseert de overheid om uit te gaan van 32% sociale lasten en 15% overige personeelskosten. Waarom hanteerde BsGW een opslag van minder dan 23%? En is dit nooit geconstateerd door accountant / PZ / commissies, raden en College deelnemende partijen? Antwoord In de bestuursrapportage van het vierde kwartaal van 2021 is dit reeds toegelicht. Mede door de opgelegde bezuinigingen zijn nog eens alle kosten kritisch doorgelopen. In het verleden werden bepaalde kostensoorten in zijn totaliteit begroot. Door elke post afzonderlijk te analyseren is gebleken dat de bepaalde posten te laag zijn begroot, zoals de sociale lasten. Deze zijn een aantal jaren achter elkaar zo’n 10% te laag begroot, waarmee ten opzichte van de totale begrote bruto lonen € 868 duizend te weinig aan sociale lasten in de begroting is opgenomen. Dit verklaart de procentuele hogere sociale lasten ten opzichte van de begroting. Het te laag begrote percentage is door externe partijen in het verleden niet geconstateerd.
Vraag 3 Op de website BerekenHet.nl bij ‘Loonkosten voor de werkgever’ hebben wij de kosten berekend van het jaar 2021 voor een werknemer.
Brutosalaris € 2.966 per maand, salarisschaal 9
Vakantiegeld 8%
IKB 12,5% over ( 12 * € 2.966 )
Grote werkgever, vast contract, Whk 1,52%
Deze tool berekent dan als extra loonkosten t.o.v. brutoloon: 43%, exclusief pensioenlasten. In hoeverre deze tool de werkgeverslasten correct berekend heeft, is ons niet bekend. Kunnen wij een pro-forma berekening krijgen van een fictieve werknemer in het jaar 2022 met brutoloon/sociale lasten/pensioenlast, IKB en vakantiegeld? (Bij voorbeeld een werknemer in salarisschaal 9. Een salarispakket maakt per maand een salarisspecificatie en kan de werkgever een specificatie verstrekken van de werkgeverslasten, inclusief reservering IKB) Antwoord Vanuit de rol van volksvertegenwoordiger bezien, ontgaat ons het nut en daarmee de meerwaarde van deze vraag.
Vraag 4 Wij lezen in de toelichtingen op de begrotingen dat een doelstelling is om de bijdragen van de deelnemers zo laag mogelijk te houden. Maar als dit doel bereikt wordt door stelselmatig een grote fout te maken in de grootste kostenpost en door geen rekening te houden met zeer grote investeringen in de toekomst dan wordt men na jaren geconfronteerd met grote ‘inhaalbijdragen’ of met het gegeven dat de reserves verdampen. Het College vraagt nu aan BsGW om te onderzoeken of er m.b.t. deze investering een activering mogelijk is of te onderzoeken of er een bestemmingsreserve gevormd kan worden. O.i. hoeft dit geen verzoek te zijn. Is dit namelijk niet voorgeschreven? Wij willen vragen waarom er in het verleden geen activering gedaan is of gekozen is voor een bestemmingsreserve? Antwoord Gezien de aard en het karakter van de kosten zijn de activeringsmogelijkheden nihil. Het DB heeft vervolgens voor de variant gekozen om de kosten zoveel als mogelijk in één keer te nemen. Deze variant is derhalve uitgewerkt. Dit is eveneens voorgelegd aan onze accountant en deze heeft hieraan goedkeuring verleend. Overigens is het ‘stelselmatig’ maken van een grote fout bij ons niet bekend, laat staan dat wij langs een dergelijke weg doelen willen bereiken.
Vraag 5 Leggen accountants, bij het controleren van de jaarrekening, deze cijfers niet naast de begrotingen? Antwoord Uit hoofde van hun verantwoordelijkheid zouden ze dit moeten doen. Vraag 6 Op pagina 6 lezen we dat de kosten door loonindexering stijgen met 336.000 en door correctie sociale lasten stijgen met 973.000. Dus een totale stijging van 1.309.000. Op pagina 27 wordt echter uitgegaan van 259.000 + 1.032.000 + 17.000. Dus ook een stijging van (afgerond) ook 1.309.000. Waarom deze verschillen tussen pagina 6 en pagina 27? Antwoord Op p. 6 is expliciet inzicht gegeven in de correctie van de sociale lasten. Wat overblijft betreft vnl. de CAO. Gekozen is om dit op p. 6 op hoofdlijnen te verwoorden. Op p. 27 wordt op detailniveau gerapporteerd middels de uitgebreidere tabel inzake baten en lasten.
bruto lonen sociale lasten overige personeelskosten Personeelskosten
Verschil t.o.v. B2022, p. 27: 259.500 1.032.114 16.867 1.308.481
p. 6 sociale lasten
loonindex
972.801 335.680 1.308.481
Vraag 7 In de toelichting lezen we dat in de begroting bewust geen rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van de crisis in Europa (oorlog, tarieven gas/olie, stijgende prijzen, fors stijgende salarissen in CAO’s etc), maar er wordt wel een ‘winstwaarschuwing’ gegeven. Heeft BsGW, toen die ‘winstwaarschuwing’ gegeven werd, een begroting gemaakt van de mogelijke financiële gevolgen van de crisis? Antwoord BsGW heeft niet gekozen voor een cijfermatige uiteenzetting, omdat de vermelde posten niet te begroten zijn vanwege de door BsGW vermelde en gesignaleerde te grote mate van toekomstige onzekerheid. Het vermelden van een winstwaarschuwing is echter in onze ogen gepast. In de begroting is de post ‘onvoorzien’ opgenomen om dergelijke eerste financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Vraag 8 Het College stelt voor om het begrote bedrag voor 2023 ad € 3.000.000 voor proceskostenvergoeding te verlagen naar € 2.500.000, omdat in 2021 de teller bleef steken op € 2.700.000 en er een bedrag van € 450.000 toch al toegevoegd is aan het weerstandsvermogen. Op pagina 15 staat dat de proceskosten in 2020 € 2.700.000 bleken te zijn. De kosten zijn in de voorafgaande jaren zeer fors hoger geworden. Waren de werkelijke proceskosten in 2021 ook € 2.700.000? Zo nee, hoe hoog waren deze in 2021 en is er al zicht op deze kostenpost in 2022? O.i.
kunnen dotaties aan het weerstandsvermogen niet gebruikt worden om de risico’s op te vangen van (forse) verlagingen van kostenposten in de begroting? Is de dotatie van € 450.000 niet de uitkomst van een risico-analyse? Antwoord De ontwerpbegroting 2023 is opgesteld eind 2021/begin 2022. Uitgangspunt voor de begroting 2023 was dan ook het aantal WOZ-bezwaren 2020/2021, voor zowel de post ‘proceskostenvergoeding’ als de post ‘extra formatie-inhuur’. Ten tijde van het opstellen van deze ontwerpbegroting waren de definitieve cijfers rondom de proceskostenvergoedingen 2021 nog niet volledig bekend. Uiteindelijk bleken deze lager uit te komen dan verwacht (zie ook de toelichting in de Bestuursrapportage vierde kwartaal 2021). De werkelijke kosten in 2021 bedroegen € 2,5 miljoen. Daar waar in 2021 sprake was van een afvlakkende stijging van het aantal ingediende bezwaren met bijkomende proceskosten, in 2022 lijkt het er op dat het aantal ingediende bezwaren (generiek én door NCNP-bedrijven) beduidend lager ligt. Het is evenwel nog te vroeg om harde conclusies te kunnen trekken. Bovendien zegt het aantal ingediende bezwaren nog niets over de toe te kennen proceskosten. Het is bekend dat NCNP-bedrijven meer en meer gebruik maken van kunstmatige intelligentie, op basis waarvan zij veel gerichter te werk kunnen gaan.
Er bestaat dan ook een reële kans dat het aantal ingediende bezwaarschriften daalt, maar het aantal gehonoreerde bezwaren met bijkomende proceskostenvergoeding gelijk blijft of mogelijk zelfs stijgt. Vraag 9 Indexering goederen en diensten in 2023 wordt gesteld op 1,9% op basis van gegevens CPB september 2021. BsGW geeft een ‘winstwaarschuwing’ vanwege de huidige crisis. Wordt hiermee dan rekening gehouden bij ‘onvoorziene uitgaven’? Antwoord De post ‘onvoorzien’ kan worden ingezet om deze eventuele tegenvaller op te kunnen vangen.