Technische vragen CDA
Tekst van het document
Technische vragen voorstel Regionale samenwerking voor inwoners met complexe problematiek Algemeen: Het waarom van dit voorstel maar vooral ook de consequenties voor onze gemeente met betrekking tot zeggenschap en financiën blijken niet uit dit voorstel. Daarnaast is onduidelijk wat de onderzochte alternatieven zijn om eventuele nadelen voor onze gemeente te ondervangen. Zie daarom onderstaande vragen. De verwijzing naar een presentatie die gaat plaatsvinden in de commissie is naar mijn idee onvoldoende bij zo’n belangrijkvoorstel. Verzocht wordt de informatie schriftelijk aan te leveren. Vandaar onderstaande technische vragen. 1. In de inleiding wordt melding gemaakt van het feit dat Noord- en Midden-Limburgse gemeenten al geruime tijd samenwerking op het terrein van BW, MO en B&P. Om vervolgens zonder nadere toelichting te melden dat er vanaf 1 januari 2022 een nieuwe samenwerking beoogd wordt. Dat roept de volgende vraag op: Hoe is de huidige samenwerking vormgegeven en waarom wordt er beoogd op per 1 januari 2022 een nieuwe samenwerkingsvorm aan te gaan? Per 1 januari 2015 zijn deze taken gedecentraliseerd naar de gemeenten. Hierin hebben de centrumgemeenten de voornaamste rol gekregen met betrekking tot de uitvoering van deze taken. In onze regio, Noord en Midden Limburg, betreft dit de gemeente Venlo.
Alle regiogemeentes zijn vanaf dit moment ook betrokken geweest in het te ontwikkelen beleid. Financieel speelde toen tevens de vraag in hoeverre de gemeente Venlo, dan wel de regiogemeentes financieel verantwoordelijk zijn bij overschotten of tekorten. Hier kon destijds geen overeenkomst in worden bereikt, wat geleid heeft tot de zogenaamde packagedeal, wat in hield dat de gemeente Venlo verantwoordelijk was voor het opvangen van eventuele tekorten en dat eventuele overschotten ook ten gunste van de gemeente Venlo kwamen. Het rijk heeft in eerste instantie beoogd om deze taken per 1 januari 2020 verder door te decentraliseren, dit is echter al enkele malen uitgesteld. In verband met eerder ontstane onduidelijkheid over wanneer de doordecentralisatie vanuit het rijk zou plaatsvinden, is hier vanuit de samenwerking wel al naar toegewerkt, opdat er op moment van doordecentralisatie een solide basis zou staan. Om niet afhankelijk te zijn van het telkenmale uitstellen van de doordecentralisatie is er door onze regio voor gekozen om vooruitlopend op de doordecentralisatie vanuit het rijk per 1 januari 2022 hier reeds invulling aan te geven. Door deze verdergaande samenwerking in te laten gaan per 1 januari 2022 loopt dit samen met de nieuwe aanbestedingen op deze taken. Daarnaast wordt er op deze manier vorm gegeven aan financiële solidariteit binnen de regio.
Op grond van de packagedeal komen op dit moment de overschotten op deze taken (de afgelopen jaren 8-10 miljoen per jaar) enkel ten gunste van de gemeente Venlo. Door deze verder gaande samenwerking aan te gaan, komt dit ten gunste aan de gehele regio. 2. Vervolgens wordt direct gekoerst op het voorstel: in de toekomst de uitvoering van de samenwerking te beleggen bij de MGR Limburg-Noord. Waarom wordt hiervoor gekozen? Welke alternatieven zijn onderzocht en wat zijn hiervan de voor- en nadelen? In de ambtelijke voorbereidingen is onderzocht welke mogelijkheden er zijn om een goede juridische basis onder de samenwerking te leggen. De meest voor de hand liggende opties waren om de taken neer te leggen bij één van de gemeentes, waarbij de taken gemandateerd worden aan deze gemeente of om gebruik te maken van een gemeenschappelijke regeling. De eerst benoemde optie is feitelijk hoe de samenwerking op dit moment vormgegeven is. Verschil met de toekomst is echter wel dat de gemeente Venlo nu formeel als centrumgemeente aangemerkt wordt en daarmee ook de beschikking krijgt over de middelen voor de regio. Met het ingaan van de doordecentralisatie (momenteel beoogd per 2023) vervalt deze status.
Hierbij is er een grote afhankelijkheid van de gemandateerde gemeente en zouden tevens de financiële middelen die vanaf de doordecentralisatie met een ingroeipad aan de regiogemeentes toekomen, bij deze gemeente terecht komen. Om deze
nadelen te ondervangen kan gebruik gemaakt worden van een gemeenschappelijke regeling. Het grootste nadeel hiervan is de (lichte) inperking van de zeggenschap. Echter levert dit wel een veel stabielere basis dan de eerste optie. Met de conclusie dat een gemeenschappelijke regeling het meest passend zou zijn, is vervolgens gekeken naar de mogelijkheid om dit onder te kunnen brengen bij een reeds bestaande gemeenschappelijke regeling om te voorkomen dat er nog een gemeenschappelijke regeling bijkomt. Bovendien is dit gunstig voor wat betreft bedrijfsvoeringskosten. In een eerdere fase was er ook nog sprake van dat de nieuwe regeling alleen voor de gemeentes van Noord Limburg zou gaan gelden. Hiermee was het een logische keuze om gebruik te maken van de reeds bestaande MGR LimburgNoord. Bij de totstandkoming van deze regeling is er bewust gekozen voor een modulair opgebouwde regeling. Bij deze wordt er gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een aparte module toe te voegen. Daarnaast is het van belang om binnen de huidige regio een en ander goed gedekt te hebben. De voorgestelde regeling sluit aan bij het huidige en nieuwe zorgpallet vanuit sturing en inkoop. 3. Dan wordt de zeggenschap in de vernieuwde MGR benoemd als relevant punt. Onduidelijk is echter wat er wijzigt qua zeggenschap en wat een en ander betekent voor de positie van Bergen.
Graag een toelichting op de gevolgen van de gewijzigde zeggenschap voor de gemeente Bergen. Gelieve die zeggenschapswijzigingen te splitsen in twee elementen: De zeggenschap heeft betrekking op de MGR in zijn geheel en dan met name op de bedrijfsvoering. Geconstateerd is dat de bedrijfsvoering en daaraan gelieerde zeggenschap daarmee niet uitsluitend voor één module van belang is. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de formatie die ingezet wordt, zoals contractmanagement. Het is daarmee niet mogelijk om een onderscheid te maken tussen de zeggenschap voor de twee modules. Wel kan er uiteraard een vergelijk gemaakt worden met de bestaande situatie en de beoogde nieuwe situatie. a. De zeggenschapswijziging van de taken die op dit moment in de MGR Noord worden uitgevoerd. Op dit moment is er in geval van besluitvorming sprake van het principe one man one vote, waarbij iedere gemeente (van de 7) één stem heeft. In het huidige voorstel wordt er gekeken naar risicoprofielen van gemeentes met betrekking tot de financiële inleg. Hierdoor ontstaat een nieuwe stemverhouding, waarbij de stem van de gemeente Bergen kleiner wordt. Daarnaast is er sprake van toetreding van de Midden Limburgse gemeentes tot de MGR. Wel is er naar aanleiding van het eerdere voorstel, mede op verzoek van de gemeente Bergen, een concessie gedaan door toevoeging van de noodzaak tot een gekwalificeerde meerderheid.
Hierdoor moet een voorstel niet alleen de meeste stemmen voor hebben (op basis van de stemverhouding), maar moeten tevens minstens 8 van de 14 gemeentes voor het voorstel zijn. b. De zeggenschapswijziging voor de taak BW, MO en B&P waar Noord- en Midden Limburgse gemeenten blijkens het voorstel al jaren op samenwerken. Zoals eerder aangegeven is er momenteel sprake van een centrumfunctie van de gemeente Venlo. Op grond van wettelijke bepalingen ligt de zeggenschap daarmee bij de centrumgemeente. Ondanks dat er sprake is van (ambtelijke) samenwerking heeft de gemeente Bergen hier formeel nu geen zeggenschap in. 4. Vervolgens wordt het financiële verrekenmodel kort toegelicht. Ook hier is onduidelijk wat er wijzigt qua financieel verrekenmodel en of en wat hiervan de gevolgen zijn voor Bergen. Graag een toelichting op de financiële gevolgen van het financiële verrekenmodel voor onze gemeente, ook weer uitgesplitst in twee elementen: a. De financiële gevolgen voor Bergen m.b.t. de taken die op dit moment in de MGR Noord worden uitgevoerd.
Het financiële verrekenmodel heeft geen betrekking op de taken die onder module 1 vallen. Door de toevoeging van module 2 en de hiermee gepaardgaande toetreding van de Midden Limburgse gemeentes ontstaat wel een verdeling van de bedrijfsvoeringskosten van de MGR. Doordat de Midden Limburgse gemeentes hieraan gaan meebetalen, worden de kosten voor de gemeente Bergen lager. b. De financiële gevolgen voor Bergen voor de taak BM, MO en B&P waar Noord- en Midden Limburgse gemeenten blijkens het voorstel al jaren op samenwerken. Zoals eerder aangegeven komen op dit moment op basis van de packagedeal alle tekorten en overschotten ten laste/gunste van de gemeente Venlo. Door het financiële verrekenmodel komen eventuele overschotten (of tekorten) toe aan de regiogemeentes. Dit verrekenmodel is deels gebaseerd op inwoneraantal en deels op zorgkosten. De zorgkosten worden in eerste instantie verrekend en zijn bepalend voor de verdeelsleutel ten behoeve van eventuele overschotten. Voor de gemeente Bergen betekent dat in de huidige situatie, dat er een relatief groot deel ten gunste van de gemeente Bergen komt. De huidige schatting is dat dit ongeveer €600.000,- betreft. 5. Op pagina 2 van het voorstel komt ineens de afkorting BT tevoorschijn. Wat is dit? BT staat voor Beschermd Thuis.
Met de voorgaande aanbesteding is er voor gekozen om bij de doelgroep beschermd wonen een onderscheid te maken tussen cliënten die aangewezen zijn op 24uurs toezicht (BW) en cliënten die zelfstandig wonen maar aangewezen zijn op 24-uurszorg (BT). Voor de nieuwe aanbesteding geldt dat alleen cliënten die aangewezen zijn op 24-uurstoezicht gebruik kunnen maken van beschermd wonen. De cliënten die nu vallen onder BT, gaan vanaf 1 januari onder de lokale Wmo vallen (in Noord Limburg betreft dit segment 1A). 6. Op pagina 2 wordt gesproken over de regionale conceptbegroting BW, MO en B&P. Onder punt 1 op die pagina staat dat die begroting wordt meegestuurd. Die zit echter niet bij de stukken en wordt ook niet vermeld bij het overzicht van bijlagen op pagina 3. Over welke begroting hebben we het hier nu? Onder punt 2 is sprake van weer een andere begroting kennelijk? Enfin, volstrekt onduidelijk. Graag een nadere toelichting. Op pagina 3 onderaan staat als eerste bijlage Regionale begroting BW, MO, B&P en als bijlage twee een toelichting hierop. Deze stukken zijn meegestuurd. 7. Op pagina 3 staat dat het positieve saldo budgetneutraal wordt meegenomen in de begroting. Het gaat hier kennelijk over de begroting van de gemeente zelf. Hoe wordt e.e.a.
dan budgetneutraal opgenomen in onze begroting? Wordt er een voorziening gevormd? Gaat het naar een reserve? Of nemen we een kostenpost op van 6 ton voor ‘onze verplichtingen met betrekking tot onze lokale sociale basisvoorzieningen’ ter vrije besteding van het college? Binnen de begroting 2022 wordt rekening gehouden met een regionale bijdrage die hoger is dan de kosten voor BW, MO en B&P.De middelen gaan niet naar een reserve of voorziening. Ook na 2022 is de verwachting dat we middelen overhouden voor BW, MO en BP. De overschotten zullen worden toegevoegd aan de post onvoorzien, structureel.
8. Uit het verslag van de Regionale Raadswerkgroep MGR blijkt dat het budget voor BWM, MO en P&R van € 52 miljoen nu en komend jaar (2022) dus nog bij de gemeente Venlo binnen komt.
a. Betekent dit dat er in strikt juridische zin geen noodzaak is al per 1 januari 2022 de huidige samenwerkingsvorm te wijzigen? Zoals bij een eerdere vraag aangegeven is de feitelijke doordecentralisatie vanuit het rijk uitgesteld. De verwachting is dat dit alsnog per 2023 doorgang zal vinden, maar dit is afhankelijk van een nieuw kabinet. Strikt juridisch is daarin dus geen grondslag om de samenwerkingsvorm te wijzigen. Echter is eerder door de 14 colleges van de regio besloten om de verdere samenwerking vorm te gaan geven, vanwege het aflopen van contracten en vanwege de financiële solidariteit. b. Betekent het niet instemmen van een of meerdere gemeenteraden met het voorstel dat de huidige samenwerking in ieder geval in 2022 blijft doorlopen? Zo niet, welk scenario is voor die situatie uitgewerkt? Nee. Om te kunnen garanderen dat de zorg voor burgers door kan lopen is er een noodscenario geschreven voor het geval een of meerdere gemeenteraden niet instemmen met de voorgestelde wijziging. Het noodscenario kan voor een half jaar worden ingezet en maximaal twee keer met drie maanden worden verlengd. In deze periode wordt de tijd geboden aan de betreffende gemeentes om alsnog tot een overeenstemming te komen. De zorgkosten kunnen in deze periode worden bekostigd vanuit de rijksmiddelen, maar eventuele overschotten worden ‘bevroren’.
In het proces wordt gebruik gemaakt van de VNG-escalatieladder. Vanuit de norm voor opdrachtgeverschap zijn de regio’s verplicht om op dit gebied samen te werken.