CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rotonde Well N271 vastgesteld Toelichting Bijlage 13 Natuurtoets aanvullend onderzoek bewerkt

Gemeenteraad 7 maart 2023, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Rotonde Well;7.317 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Ecologie

Opdrachtgever: Ducot Engineering & Advies

Lievense Milieu B.V.

Documentnummer

SLM011338.QS.01 KvK

Telefoon

Versie

30152124

088 - 910 20 00

1

Postadres

Internet

Datum

Ringwade 41 3439 LM Nieuwgein

Lievense.com

25-06-2020

Colofon Rapporthistorie 02-03-2020 02-03-2020 12-03-2020

Concept v1 Kwaliteitscontrole Definitief

Contactgegevens M. Gehem 06 22770988 MGehem@lievense.com

Autorisatie Documentnummer

Versie

Status

SLM011338.QS.01

1

Definitief

Paraaf

Opgesteld door

Functie

Datum

K.Maes

Adviseur Ecologie

02-03-2020

Geverifieerd door

Functie

Datum

M.Gehem

Senior Adviseur Ecologie

02-03-2020

Akkoord projectleider

Functie

Datum

M.Gehem

Senior Adviseur Ecologie

12-03-2020

Paraaf

Paraaf

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

2

Wettelijk kader

6

3

Plangebied 3.1 Huidige situatie 3.2 Planontwikkeling

8 8 10

4

Onderzoekopzet 4.1 Beschikbare gegevens 4.2 Resultaten Natuurtoets Ecoconsultancy 4.3 Veldbezoek 4.4 Effectenbeoordeling

11 11 11 12 12

5

Resultaten en effectenbeoordeling 5.1 Grondgebonden zoogdieren 5.1.1 Das 5.1.2 Eekhoorn 5.1.3 Steenmarter 5.1.4 Boommarter 5.2 Reptielen 5.2.1 Hazelworm en levendbarende hagedis 5.3 Vogels 5.3.1 Steenuil 5.3.2 Algemene broedvogels

13 13 13 14 15 16 17 17 18 18 19

6

Conclusie en advies 6.1 Conclusie 6.2 Algemeen advies

20 20 20

Overzicht bijlagen Literatuur Wetgeving en beleid Kaart regionale ligging Impressie plangebied Ontwerp

22 23 24 29 30 31

1 In opdracht van Ducot Engineering & Advies heeft Lievense Milieu B.V. een quickscan ecologie1 uitgevoerd voor het plangebied aan de Moleneind te Well (provincie Limburg; figuur 3.1). Het voornemen is een rotonde te realiseren in het plangebied die vier wegen met elkaar verbindt (zie paragraaf 3.2). Aanleiding is de uitgevoerde Natuurtoets in maart 2019 door Ecoconsultancy2 waaruit blijkt dat de aanwezigheid van das en steenmarter nader onderzocht moet worden. Omdat ten tijde van het veldbezoek geen toestemming was voor het betreden van de siertuinen aan Moleneind 7 en 9, is onderhavige quickscan ecologie opgesteld waarbij tijdens het veldbezoek de twee terreinen wel betreden konden worden en voornamelijk aandacht is besteed aan das en steenmarter. Een quickscan vormt de eerste fase in het kader van toetsing van plannen in de buitenruimte aan de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) met betrekking tot soortbescherming en gebiedsbescherming (Natura 2000) en de planologische gebieden bescherming (zoals het Natuurnetwerk Nederland: NNN). In hoofdstuk 2 wordt de natuurwetgeving en het natuurbeleid nader toegelicht.

Het doel van een quickscan is, om op basis van een literatuuronderzoek en een veldonderzoek, een inschatting te maken of: Beschermde planten- en diersoorten in het plangebied of directe omgeving van het plangebied kunnen voorkomen; De planontwikkeling mogelijk effect(en) heeft (hebben) op (potentieel) aanwezige beschermde planten- en diersoorten of functies voor deze soorten; en daarmee mogelijk strijdig is (zijn) met de soortenbescherming conform de Wnb; Algemene soorten in het plangebied te verwachten zijn waar op basis van de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb) rekening mee gehouden moet worden; Een noodzaak aanwezig is voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar de in potentie voorkomende beschermde planten- en diersoorten, door een gerichte veldinventarisatie volgens de geldende protocollen; De planontwikkeling plaatsvindt in of nabij een beschermd natuurgebied (Natura 2000gebied) of het NNN en of daarbij sprake is van de noodzaak voor nadere toetsing en vergunning in het kader van gebiedsbescherming conform de Wnb inclusief externe werking en/of het provinciale beleid omtrent het NNN. De scope van het plangebied is niet veranderd in de huidige quickscan (zie figuur 3.1), daarom is een tweede toetsing aan Natura 2000-gebied en NNN niet nodig.

Omdat een deel van het terrein (siertuinen van Moleneind 7 en 9) ten tijde van het door Ecoconsultancy uitgevoerde veldbezoek niet betreden kon worden, is een tweede veldbezoek en toetsing aan de soortbescherming wel nodig. 1 De quickscan ecologie is volgens de definitielijst van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) een quickscan soorten met aanvullend een indicatie of een nee-tenzij toets en/of een voortoets in het kader van gebiedsbescherming noodzakelijk is. 2 Ecoconsultancy Natuurtoets Ecologie Moleneind (ong.) te Well 8250.001 Versie D1 8 maart 2019

4/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Zowel bij mogelijke effecten als bij onvoldoende gegevens over de mogelijke aanwezige beschermde soorten of gebieden, volgt doorgaans het advies voor het uitvoeren van een nader onderzoek en/of toetsing. Op basis daarvan kan een vergunning en/of ontheffing bij het bevoegd gezag aangevraagd worden. De voorliggende quickscan leent zich niet direct voor een eventueel noodzakelijke ontheffingsaanvraag voor de geplande planontwikkeling. Als in het plangebied geen beschermde soorten of functies (onder andere verblijfplaatsen) aanwezig zijn, en het plangebied geen functie heeft voor deze soorten is het aanvragen van een ontheffing en het nemen van soortgerichte maatregelen niet noodzakelijk. Bij het voorkomen van algemene (niet strikt beschermde) soorten geldt in alle gevallen de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb). Lievense Milieu B.V. is door Normec Certification gecertificeerd voor de ISO 9001- en de 14001-normen en heeft een eigen kwaliteitssysteem. De medewerkers van Lievense Milieu B.V. voor de uitvoer van flora- en faunaonderzoeken zijn allen VCA gecertificeerd. Lievense is actief lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Dit betekent dat medewerkers van Lievense Milieu B.V. zich conformeren aan gedragscodes uitgevaardigd door het NGB. Rapporten voldoen aan de richtlijnen en standaarden die zijn opgesteld door het NGB. Lievense Milieu B.V.

is niet aansprakelijk voor (vervolg)schade welke kan voorkomen op basis van de inhoud en resultaten van deze quickscan. Dit rapport is opgesteld op verzoek van de opdrachtgever en is haar eigendom.

5/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

2 De Wet natuurbescherming (Wnb) voorziet in de bescherming van Europese Natura 2000gebieden, planten- en diersoorten (zie bijlage 2). De basis wordt gevormd door de zorgplicht (artikel 1.11), waarin gesteld wordt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. In geval van overtreding van verboden zoals het opzettelijk doden van beschermde individuen, vernielen jaarrond beschermde nesten, eieren of andere beschermde leefgebieden bestaat er voor het bevoegd gezag een beginselplicht tot handhaving. Dat kan leiden tot bestuursrechtelijke maatregelen in de vorm van een last onder bestuursdwang, een last onder dwangsom of een BSB (Bestuurlijke strafbeschikking milieu). Overtreding van deze verboden is bovendien een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. 2.1

Soortenbescherming

In de Wnb onderdeel soortenbescherming zijn, op basis van internationale afspraken, drie beschermingsregimes opgesteld voor strikt beschermde soorten (zie tabel 2.1). Voor de eerste twee beschermingsregimes sluiten deze nauw aan bij de verboden en uitzonderingen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere soorten geldt een minder strikt regime. Elk van de drie beschermingsregimes kent zijn eigen soortenlijsten met daarbij eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffingsverlening. Binnen de categorie andere beschermde soorten (ook wel nationaal beschermde soorten) hebben provincies de bevoegdheid om eigen beleid te voeren. Zo zijn een aantal soorten (o.a. eekhoorn, hazelworm en steenmarter) in de provincie Limburg in een bepaalde periode vrijgesteld, waar in andere provincies deze soorten het hele jaar door strikt beschermd zijn.

6/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Tabel 2.1: Op hoofdlijn verboden per beschermingsregime Soorten Artikel Verboden Wnb Lid 1. Opzettelijk doden/vangen Lid 2. Opzettelijk vernielen, wegnemen of beschadigen van Vogelrichtlijn 3.1 nesten/eieren Lid 3. Eieren rapen/onder zich hebben Lid 4 & 5. Opzettelijk verstoren (indien van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding) Lid 1. Opzettelijk doden/vangen Habitatrichtlijn Lid 2. Opzettelijk verstoren soorten uit bijlage I en 3.5 Lid 3. Eieren te rapen of vernielen II van de Bern Lid 4. Beschadigen of vernielen van rust- en conventie en bijlage I voortplantingsplaatsen van de Bonn conventie Lid 5. Opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten Lid 1 a. Opzettelijk doden/vangen van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden (vernoemd in bijlage van de Andere beschermde 3.10 wet onderdeel A) soorten Lid 1 b. Beschadigen of vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen van soorten (als bedoeld in bijlage van de wet onderdeel A) Lid 1 c. Opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten (als bedoeld in bijlage van de wet onderdeel B)

7/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

3 3.1

Huidige situatie

Het plangebied ligt aan de Moleneind te Well in de provincie Limburg en betreft grotendeels de provinciale weg N271 (zie figuur 3.1 en regionale ligging in bijlage 3). De andere delen van het plangebied liggen aan de Wezerweg, Sterrenbos en Kasteellaan in Well. Het grotendeel van het plangebied bestaat uit verhard terrein (parkeerterrein en rijweg), een kleiner deel bestaat uit bos dat onderdeel uitmaakt van de met hekwerk omheinde tuinen aan de Moleneind 7 en 9. Het zijn voornamelijk dunne zomereiken en beukenbomen (circa 10 centimeter dik). Op de parkeerplaats ten noordwesten van het plangebied staan enkele jonge zomereiken en in het centraal gedeelte van het plangebied staan een aantal oude zomereiken. De tuinen van Moleneind 7 en 9 grenzen aan een uitgestrekt bosgebied, toegankelijk voor wandelaars. Ten zuidoosten ligt een tankstation en ten zuiden van het plangebied liggen sportvelden (zie figuur 3.2 t/m 3.5 voor een impressie van het plangebied en bijlage 4 voor een aanvullende impressie).

Figuur 3.1: Locatie van het plangebied (wit omlijnd). Bron: Ecoconsultancy, 2019

8/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Figuur 3.2: Provinciale weg

Figuur 3.3: Bomen in tuin Moleneind 7

Figuur 3.4: Uitgestrekt bos naast

Figuur 3.5: Tuin Moleneind 9

fietspad

9/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

3.2

Planontwikkeling

De geplande ontwikkeling betreft de realisatie van een rotonde die de Moleneind, Sterrenbos, Kasteenlaan en Wezerweg met elkaar verbindt. Voor het voornemen moeten ter plaatse van de parkeerplek enkele bomen worden gekapt en mogelijk een zomereik op het centrale gedeelte van het plangebied. Verder zal het bestaande fietspad worden omgelegd en de inrit van Moleneind 9 worden verplaatst. Op basis van een actuele luchtfoto en het schetsontwerp is het geschatte ruimtebeslag ter plaatste van de rotonde circa 15 meter buiten verhard terrein en ter hoogte van het verlengde van de Wezerweg tot circa 5 meter buiten verhard terrein.

Figuur 3.6: Schetsontwerp van de planontwikkeling rotonde Well (A3 formaat in bijlage 5)

10/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

4 4.1

Beschikbare gegevens

Grote delen van Nederland zijn in de afgelopen jaren reeds onderzocht op aanwezige beschermde soorten. De gegevens afkomstig van deze onderzoeken worden grotendeels gepubliceerd in boeken (soortverspreidingsatlassen), rapportages of zijn op internet te raadplegen. De geraadpleegde literatuur en internetbronnen staan weergegeven in bijlage 1. Tevens is gebruik gemaakt van de informatie uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF 2010-2020). Van de afgelopen tien jaar zijn de beschikbare gegevens over het voorkomen van beschermde natuurwaarden in en binnen de invloedsfeer (binnen een straal van maximaal 2 kilometer) van het plangebied voorafgaand aan het veldbezoek geanalyseerd en in het veld geverifieerd. 4.2

Resultaten Natuurtoets Ecoconsultancy

Uit de uitgevoerde Natuurtoets in maart 2019 door Ecoconsultancy zijn de volgende conclusies en adviezen getrokken met betrekking tot soortbescherming en gebiedsbescherming: Het plangebied is geschikt voor eekhoorn, hazelworm en levendbarende hagedis; Voor hazelworm en levendbarende hagedis dienen de werkzaamheden in de vrijstellingsperiode uitgevoerd te worden of er dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden; Voor eekhoorn dient eventuele nestgelegenheid in de vrijstellingsperiode verwijderd te worden, een inspectie van de nestlocaties plaats te vinden of de boom met het potentiele eekhoorn nest moet blijven staan; Het was niet mogelijk om de aan-/of afwezigheid van das en steenmarter vast te stellen doordat een deel van het plangebied (Moleneind 7 en 9) niet betreden kon worden; Algemene broedvogels worden in het plangebied verwacht. Hiervoor dient begroeiing, bomen en takkenhopen buiten het broedseizoen verwijderd te worden of er dient een broedvogelcontrole voorafgaand aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden; De algemene zorgplicht dient in acht te worden genomen voor algemeen voorkomende amfibieën en grondgebonden zoogdieren; Broedvogels met een jaarrond beschermd nest, vleermuizen, vissen, ongewervelden en vaatplanten worden niet in het plangebied verwacht; Het plangebied ligt deels in- en direct langs Natura 2000-gebied.

Aangetoond is dat de grenswaarde van stikstofdepositie in de gebruiksfase overschreden wordt, daarom is een vergunning Wet Natuurbescherming nodig; Het plangebied ligt deels in- en direct langs de Goudgroene natuurzone (GNN). Uit de neetenzij toets blijkt dat negatieve effecten door areaalverlies, licht, stikstofdepositie, geluidverstoring en openheid van terrein te verwachten zijn, maatregelen in overleg met de provincie zijn nodig om het plan doorgang te laten vinden; Ten slotte geldt een meldings- en herplantingsplicht ten aanzien van beschermde houtopstanden.

11/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

4.3

Veldbezoek

Inzicht in het voorkomen van beschermde soorten wordt verkregen door het uitvoeren van een oriënterend veldbezoek. Met dit veldbezoek kan beoordeeld worden of de planten- en diersoorten die in de bestaande gegevens zijn genoemd, ook daadwerkelijk in het gebied voorkomen of verwacht kunnen worden. Daarnaast kan worden beoordeeld of ook andere beschermde soorten voorkomen of te verwachten zijn op basis van de aanwezige terreinkenmerken en beheer. Het oriënterend veldbezoek is door Lievense Milieu B.V. op 18 februari 2020 uitgevoerd door K.Maes, werkzaam als adviseur ecologie bij Lievense. Ten tijde van de inspectie was het droog, 8°C met een vrij krachtige zuidwesten wind (5 Bft). Bij het oriënterend veldbezoek kon anders dan bij de Natuurtoets van Econsultancy nu wel het volledige plangebied worden bezocht. 4.4

Effectenbeoordeling

De omvang van de werkzaamheden en de veranderingen die worden aangebracht in het plangebied vormen de basis voor de effectenbeoordeling. Op basis van de effectenbeoordeling wordt beoordeeld of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn. De effectenbeoordeling houdt rekening met tijdelijke effecten (tijdens de uitvoering van de werkzaamheden) en permanente effecten (na de uitvoering). In hoeverre het mogelijk is om een complete effectanalyse te maken, is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en volledigheid van de uit te voeren werkzaamheden en planning daarvan. In de effectenbeoordeling wordt ervan uitgegaan dat de werkzaamheden gedurende daglichtperiode worden uitgevoerd. Er is uitgegaan van een werkstrook in de realisatiefase van 10 meter om het maximale bereik van het plangebied heen (zie figuur 5.4). Wanneer aanvullend onderzoek noodzakelijk blijkt, is dat beschreven.

12/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

5 Op basis van de uitgevoerde Natuurtoets in maart 2019 door Ecoconsultancy zijn een aantal soorten uitgesloten in het plangebied. Dit betreft de soortgroepen broedvogels met een jaarrond beschermd nest, ongewervelden, planten, vissen, vaatplanten en vleermuizen. De soort(groepen) algemene broedvogels, algemene amfibieën, eekhoorn en reptielen konden op basis van de Natuurtoets niet worden uitgesloten. In dit hoofdstuk worden de soort(groepen) besproken die op basis van het veldbezoek, als onderdeel van de Quickscan, niet konden worden uitgesloten. 5.1

Grondgebonden zoogdieren

5.1.1

Das

De verspreidingsgegevens (NDFF 2010-2020) van das geven aan dat dassen zijn waargenomen op circa 200 meter ten zuiden van het plangebied en ten noordwesten van het plangebied. Op basis van de Natuurtoets is beoordeeld dat het plangebied buiten het terrein tussen de Molen-eind en de Wezerweg niet geschikt is als leefgebied. Sporen zijn in het onderzoek van Ecoconsultancy niet aangetroffen. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is het gehele plangebied beoordeeld, sporen of verblijfplaatsen van de das zijn binnen de grenzen van het plangebied niet gevonden. De tuin van Moleneind 7 (grotendeels omheind) en de bosrand langs de provinciale weg kan sporadisch gebruikt worden als foerageergebied vanuit een verblijfplaats buiten het plangebied. Dassen kunnen hier foerageren op onder meer regenwormen, eikels en paddenstoelen. In de bosrand op circa 25 meter van de planontwikkeling zijn holen aangetroffen (zie figuur 5.1). Er zijn geen sporen (o.a. uitwerpselen of prooiresten) gevonden. Vermoedelijk zijn de holen van een konijn of vos, en bovendien buiten gebruik. In de huidige staat zijn de ingangen te klein voor een das. Effectenbeoordeling In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van das aangetroffen, wel kan het plangebied sporadisch door das gebruikt worden als foerageergebied.

Aangezien het aangrenzende eikenbeukenbos voldoende voedsel te bieden heeft, maakt het plangebied geen onderdeel uit van essentieel foerageergebied. Negatieve effecten kunnen op basis van de terreinkenmerken worden uitgesloten.

13/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Figuur 5.1: Aangetroffen holen

5.1.2

Eekhoorn

De verspreidingsgegevens (NDFF 2010-2020) van eekhoorn geven aan dat waarnemingen van eekhoorn binnen het plangebied bekend zijn. Eekhoorn is in de provincie Limburg vrijgesteld in de periode maart en april en juli t/m november (provincie Limburg, 2016). Op basis van de Natuurtoets van Ecoconsultancy is beoordeeld dat het plangebied geschikt is voor eekhoorn, toen is tijdens het veldbezoek tevens een eekhoornnest aangetroffen. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is het gehele plangebied beoordeeld, er zijn geen sporen of verblijfplaatsen van eekhoorn aangetroffen. Het nest dat tijdens het veldbezoek door Ecoconsultancy is aangetroffen, is niet meer aanwezig. Het plangebied kan vooralsnog onderdeel zijn van het leefgebied van eekhoorn. Effectenbeoordeling In het plangebied zijn geen nesten of sporen van eekhoorn aangetroffen. Het al bekende nest is niet meer aanwezig, mogelijk bij harde wind uit de boom gevallen. Het plangebied kan alsnog onderdeel zijn van leefgebied, maar aangezien er voldoende alternatief leefgebied is (in het uitgestrekte bos en bomen net buiten het plangebied) zijn er geen negatieve effecten te verwachten.

14/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

5.1.3 Steenmarter De verspreidingsgegevens (NDFF 2010-2020) van steenmarter geeft aan dat steenmarter op circa 150 meter vanaf het plangebied is waargenomen. Voor deze soort geldt een vrijstelling in de in de periode 15 augustus tot en met februari (provincie Limburg, 2016). Op basis van de Natuurtoets is beoordeeld dat het plangebied buiten het terrein tussen de Moleneind en de Wezerweg niet geschikt is als leefgebied. Sporen zijn in het onderzoek van Ecoconsultancy niet aangetroffen. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn in het gehele plangebied geen sporen van steenmarter aangetroffen. Wel zijn diverse takken- en steenhopen aangetroffen in de tuinen aan Moleneind 7 en 9 en nabij het tankstation (zie figuur 5.2 en 5.3). Takken- en steenhopen kunnen door een steenmarter gebruikt worden als voortplantingsplaats en-/of rustplaats. De eerdergenoemde holen (zie figuur 5.1) kunnen ook door steenmarter worden gebruikt als verblijfplaats, deze liggen op circa 15 meter vanaf de planontwikkeling. In figuur 5.4 zijn de potentiele rust- en verblijfplaatsen van steenmarter weergegeven in een kaart (groene punten).

Figuur 5.2: vervallen huisje met takkenhoop (rode cirkel)

15/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Figuur 5.3: Takkenhoop nabij tankstation

Effectenbeoordeling De steen-/ takkenhopen en holen in de buurt (op circa 12 meter) van het plangebied, zijn in potentie geschikt voor steenmarter als voortplantings- en/of rustplaats. De werkzaamheden reiken tot 10 meter vanaf het plangebied (zie figuur 5.4). Indien hiervan wordt afgeweken worden potentiele rust- en verblijfplaatsen van steenmarter vernietigd. Het verwijderen van voortplanting plaatsen en rustplaatsen van steenmarter is verboden volgens de Wnb. Steenmarter is echter in Limburg vrijgesteld in de periode 15 augustus tot en met februari (provincie Limburg, 2016). Dit betekent dat het verwijderden van de takken-en steenhopen in deze periode is toegestaan, buiten deze periode is sprake van een overtreding van de Wnb. Wanneer de planontwikkeling wordt uitgevoerd buiten de vrijgestelde periode (én buiten de 10 meter buffer), is een nader onderzoek en mogelijk een ontheffing in het kader van de Wnb vereist. 5.1.4 Boommarter De verspreidingsgegevens (NDFF 2010-2020) van boommarter geven aan dat op circa 17 kilometer een boommarter is waargenomen. Deze soort leeft voornamelijk in grote uitgestrekte bossen en kan grote afstanden overbruggen. Boommarter is een strikt beschermde soort en is niet vrijgesteld in de provincie Limburg (provincie Limburg, 2016).

De trefkans van boommarter (sporen) is relatief laag waardoor het ontbreken van waarnemingen geen uitsluitsel geeft over het voorkomen van deze soort in het plangebied. Veldbezoek De randen van het plangebied maken onderdeel uit van een bosrijke omgeving die geschikt is als leefgebied van boommarter. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van boommarter. De takken-s zijn eveneens geschikte verblijfplaatsen voor boommarter. Effectenbeoordeling De steen-/ takkenhopen en holen in de buurt (op circa 12 meter) van het plangebied, zijn ook geschikt voor boommarter als voortplantings- en/of rustplaats. De werkzaamheden reiken tot 10 meter vanaf het plangebied (zie figuur 5.4), daarom zijn negatieve effecten uit te sluiten. Indien hiervan wordt afgeweken worden potentiele rust- en verblijfplaatsen van boommarter vernietigd. Het verwijderen van voortplanting plaatsen en rustplaatsen van boommarter is verboden volgens de Wnb, voor deze soort geldt geen vrijstelling. Als de werkzaamheden buiten de 10 meter buffer worden uitgevoerd is nader onderzoek nodig om de aan-/afwezigheid van boommarter vast te stellen. Op basis van deze resultaten is mogelijk een ontheffing in het kader van de Wnb nodig.

16/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Figuur 5.4: Potentiele rust- en verblijfplaatsen boom- en steenmarter, hazelworm en levendbarende hagedis en de 10 meter buffer voor de werkstrook.

5.2

Reptielen

5.2.1 Hazelworm en levendbarende hagedis De verspreidingsgegevens (NDFF 2010-2020) van hazelworm en levendbarende hagedis geven aan dat deze soorten op geruime afstand (circa 1,7 kilometer) van het plangebied zijn waargenomen. Op basis van de Natuurtoets is beoordeeld dat in het plangebied in de bomenopstand tussen de Moleneind en de Wezerweg geschikt leefgebied aanwezig is voor hazelworm en levendbarende hagedis. Hazelworm is vrijgesteld in de periode juli t/m september en levendbarende hagedis is vrijgesteld in de periode 15 augustus t/m 15 oktober (provincie Limburg, 2016). Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is het gehele plangebied beoordeeld. De aangetroffen takken- en steenhopen en de holen (zie figuur 5.4) nabij het plangebied, zijn ook geschikt voor hazelworm en levendbarende hagedis als verblijfplaats. Hiernaast zijn er op diverse plekken holtes onder boomstammen aangetroffen in de tuin van Moleneind 7, ook deze kunnen door deze soorten gebruikt worden. Deze holtes zijn echter op een geruime afstand van het plangebied aangetroffen (circa 60 meter).

17/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Effectenbeoordeling In de buurt van het plangebied zijn verschillende potentiele verblijfplaatsen van hazelworm en levendbarende hagedis aangetroffen (op circa 12 meter afstand). De werkzaamheden reiken tot 10 meter vanaf het plangebied (zie figuur 5.4), daarom worden negatieve effecten uitgesloten. Indien hiervan wordt afgeweken worden potentiele rust- en verblijfplaatsen van hazelworm en levendbarende hagedis vernietigd. Het verwijderen van voortplanting plaatsen en rustplaatsen van deze twee soorten is verboden volgens de Wnb. Beiden soorten zijn echter vrijgesteld in de periode 15 augustus t/m september, dat betekent dat het verwijderden van de takken-en steenhopen in deze periode is toegestaan, buiten deze periode is sprake van een overtreding van de Wnb. Wanneer buiten de vrijgestelde periode wordt gewerkt, is een nader onderzoek en mogelijk een ontheffing in het kader van de Wnb vereist. 5.3

Vogels

5.3.1

Steenuil

De verspreidingsgegevens (NDFF 2010-2020) van steenuil geven aan dat op circa 500 meter van het plangebied waarnemingen van steenuil bekend zijn. Rust- en verblijfplaatsen van een steenuil zijn jaarrond beschermd. De steenuil leeft voornamelijk in kleinschalige cultuurlandschappen met o.a. houtwallen, heggen en knotbomen en in landbouwgebieden voornamelijk rondom boerderijen Op basis van de Natuurtoets is beoordeeld dat het plangebied niet geschikt is voor steenuil door ontbreken van geschikt leefgebied. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn in de tuin van Moleneind 7 twee steenuilenkasten waargenomen (zie figuur 5.6). Deze liggen op circa 40 meter vanaf waar de planontwikkeling plaats gaat vinden, te midden van de bomenopstand. Er zijn verder geen sporen aangetroffen van steenuil. Effectenbeoordeling Net buiten het plangebied (op circa 30 meter) zijn verblijfplaatsen van steenuilen aangetroffen (zie figuur 5.5). Het boshabitat in en in de directe omgeving van het plangebied is weinig geschikt voor een steenuil. Bovendien bieden de bomen tussen het plangebied en de nestkasten een natuurlijke buffer waardoor negatieve effecten sowieso uitgesloten kunnen worden.

18/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Figuur 5.5: Steenuilenkast

5.3.2 Algemene broedvogels De verspreidingsgegevens (NDFF 2010-2020) geven aan dat er verschillende waarnemingen zijn van algemene broedvogels in en rondom het plangebied (o.a. koolmees, roodborst en merel). Op basis van de Natuurtoets van Ecoconsultancy is beoordeeld dat het plangebied geschikt is voor algemene broedvogel door de aanwezigheid van bomen en struiken. Er zijn tevens tijdens het veldbezoek diverse nesten van algemene broedvogels aangetroffen. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is het gehele plangebied beoordeeld, er zijn verscheidene algemene broedvogels waargenomen (o.a. merel, roodborst, koolmees en pimpelmees) en diverse nesten aangetroffen in het plangebied. De bomen en struiken aanwezig in het plangebied bieden geschikte nestgelegenheid voor algemene broedvogels. Effectenbeoordeling Het plangebied biedt mogelijkheden als broedlocatie van diverse algemene vogelsoorten. Werkzaamheden die tijdens het broedseizoen (globaal half maart t/m half augustus) worden uitgevoerd kunnen leiden tot verstoring of vernietiging van (nesten van) broedende vogels. Dergelijke verstoring is niet toegestaan en hier wordt geen ontheffing voor verleend. Door buiten het broedseizoen te werken, kunnen negatieve effecten worden voorkomen. Als dit niet mogelijk is, dan zijn aanvullende maatregelen nodig (bijvoorbeeld een broedvogelcontrole).

19/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

6 6.1

Conclusie

Op basis van de uitgevoerde Natuurtoets door Ecoconsultancy en de voorliggende Quickscan kunnen de volgende conclusies en adviezen worden gegeven met betrekking tot beschermde natuurwaarden in het plangebied: De omgeving van het plangebied heeft een (potentiele) functie voor de strikt beschermde boom- en steenmarter, hazelworm en levendbarende hagedis; Negatieve effecten op deze soorten worden uitgesloten aangezien de werkzaamheden zich beperken tot 10 meter vanaf het plangebied (zie figuur 5.4) en daardoor essentiële functies behouden blijven. Indien dit niet mogelijk is, kan voor de steenmarter, hazelworm en levendbarende hagedis in de vrijstellingsperiode gewerkt worden, voor boommarter is een nader onderzoek (bestaande uit sporen- en camera onderzoek) en mogelijk een ontheffing vereist; Het plangebied heeft een functie voor algemene broedvogels. Voor deze soorten dient buiten het broedseizoen (globaal half maart t/m half augustus) gewerkt te worden. Als dit niet mogelijk is dienen aanvullende maatregelen genomen te worden (zie paragraaf 6.2); Het voorkomen van nationale (vrijgestelde) amfibieen en grondgebonden zoogdiersoorten wordt verwacht in het plangebied.

Voor deze soorten geldt net als voor alle in het wild levende planten en dieren de zorgplicht; Het plangebied heeft geen functie voor broedvogels met een jaarrond beschermd nest (waaronder steenuil), das, eekhoorn, ongewervelden, planten, vissen, vaatplanten en vleermuizen worden in het plangebied uitgesloten; Het plangebied ligt deels in- en direct langs Natura 2000-gebied. Aangetoond is dat de grenswaarde van stikstofdepositie in de gebruiksfase overschreden wordt, daarom is een vergunning Wet Natuurbescherming nodig; Het plangebied ligt deels in- en direct langs de Goudgroene natuurzone (GNN). Uit de nee-tenzij toets blijkt dat negatieve effecten door areaalverlies, licht, stikstofdepositie, geluidverstoring en openheid van terrein te verwachten zijn, maatregelen in overleg met de provincie zijn nodig om het plan doorgang te laten vinden; Ten slotte geldt een meldings- en herplantingsplicht ten aanzien van beschermde houtopstanden. 6.2

Algemeen advies

Zorgvuldig werken (zorgplicht) Voor alle aanwezige soorten, ook die niet beschermd zijn via de Wnb, geldt altijd de zorgplicht (artikel 1.11). In de zorgplicht wordt gesteld dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Dit betekent dat tijdens de werkzaamheden rekening dient te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van diverse algemene soorten. Aanwezige dieren dienen de gelegenheid te krijgen om het terrein zelfstandig te verlaten. Indien deze dieren het terrein niet zelfstandig kunnen verlaten, dienen

20/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

deze te worden verplaatst naar geschikt habitat buiten de ingreep. Voor algemene broedvogels gaat de voorkeur uit om buiten het broedseizoen te werken. Algemene broedvogels Het plangebied biedt mogelijkheden als broedlocatie van diverse algemene vogelsoorten. Werkzaamheden die tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd kunnen leiden tot verstoring of vernietiging van (nesten van) broedende vogels. Dergelijke verstoring is niet toegestaan en hier wordt geen ontheffing voor verleend. Door buiten het broedseizoen te werken, kunnen negatieve effecten worden voorkomen. Voor het broedseizoen (verschilt per soort) wordt in de wet geen standaardperiode aangehouden, doorgaans kan globaal uitgegaan worden van 15 maart tot 15 augustus. Dit betreft echter een globale periode; ook broedgevallen buiten deze periode zijn beschermd. Aanbevolen wordt om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan wordt aanbevolen om voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren door een deskundige (ecologisch begeleider). Eventuele nesten worden dan gemarkeerd, en er wordt een advies gegeven hoe te werken zonder dusdanig verstorend te zijn dat het nest permanent wordt verlaten.

Het is niet uit te sluiten dat gedurende de werkzaamheden alsnog een vogel tot broeden komt, een uitwerking van de maatregelen ten aanzien van broedvogels kan daarmee het beste worden uitgewerkt in uitgewerkt. Geldigheid onderzoeksgegevens Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag hanteert over het algemeen de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar Onderzoeksgegevens mogen maximaal 3 jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.

21/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Bijlage 1 Literatuur Bijlage 2 Wetgeving en beleid Bijlage 3 Kaart regionale ligging Bijlage 4 Impressie plangebied

22/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Bijlage 1 Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. 2016, Atlas van de Nederlandse zoogdieren, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Houben, B.H.M., Ecoconsultancy (2019). Natuurtoets Moleneind (ong.) te Well. Swalmen 8250.001 Versie D1 8 maart 2019 Provincie Limburg (2016). Omgevingsverordening Limburg 2014. Maastricht - Pb no. 31-2017 NDFF, 2020. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied 2010-2020 levering uit de NDFF, NDFF ndff-ecogrid.nl Internetbronnen: www.portal.prvlimburg.nl www.pdokviewer.pdok.nl www.sovon.nl www.zoogdierenvereniging.nl

23/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Bijlage 2 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) vervangt vanaf 1 januari 2017 de Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en de Boswet en voorziet hiermee in een gemoderniseerd wettelijk kader voor de bescherming van natuurgebieden, dier- en plantensoorten en houtopstanden. Een belangrijk deel van de in de wet opgenomen regels bestaat uit de omzetting van de internationale verplichtingen op het vlak van bescherming van de biologische diversiteit, in het bijzonder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wnb richt zich in basis op: Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit, Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en Het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. De wet geeft ook invulling aan de in het bestuursakkoord natuur gemaakte afspraken over decentralisatie van taken en verantwoordelijkheden van het Rijk naar de provincies.

De instrumenten en begrippenkaders van de Wnb zijn zo goed mogelijk afgestemd op andere onderdelen van het omgevingsrecht, in het bijzonder de toekomstige Omgevingswet. In de Wnb zijn, behalve meer algemene bepalingen over bevoegdheden, natuur- en landschapsbeleid, beleidsmonitoring en instrumenten ter bescherming van natuur en landschap ook specifieke regels opgenomen ter bescherming van bijzonder natuurwaarden. Het gaat dan in het bijzonder om de bescherming van natuurgebieden van Europees belang (Natura 2000gebieden) en de bescherming van soorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen die een specifieke bescherming behoeven. Deze onderwerpen zullen hieronder worden toegelicht. Zorgplicht Een belangrijk overkoepelend instrument is de zorgplicht (artikel 1.11) waarin gesteld wordt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

Deze zorg houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten: Dergelijke handelingen achterwege laat dan wel Indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk beperkt of ongedaan maakt (mitigatie).

24/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Gebiedsbescherming In de Wnb zijn regels opgenomen die de bescherming van natuurgebieden van Europees belang die behoren tot het Natura 2000-netwerk. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen. Voor plannen of projecten met mogelijke schadelijke handelingen is in de Wnb een vergunningensysteem opgenomen. Hieraan gekoppeld kan het bevoegd gezag preventieve dwingende maatregelen opleggen om schadelijke effecten te voorkomen. Op basis van de Wnb wordt alleen nog bescherming geboden aan de zogenaamde Natura 2000-gebieden, welke onderdeel zijn van het Europese netwerk van natuurgebieden. De eerder nationaal beschermde natuurmonumenten worden niet meer beschermd op grond van nationale

voor deze gebieden. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van aangewezen habitats en soorten binnen de gebieden. Significant negatieve effecten op het beschermde gebied zijn niet toegestaan, tenzij sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang, er geen alternatieven voorhanden zijn en alle schade wordt gecompenseerd. De wet voorziet eveneens in het beschermen van het gebied tegen handelingen buiten het Natura 2000-gebied met een mogelijk negatief effect op de beschermde habitats en hieraan gekoppelde soorten. Dit is geregeld op basis van de zogenaamde externe werking. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden komen de uitvoeringsbevoegdheden voor het overgrote deel bij de provincies te liggen, met uitzondering van het aanwijzen van Natura 2000-gebieden en het vaststellen van de instandhoudingsdoelstellingen. Ten aanzien van de uitvoering is de provincie waarin een ingreep plaatsvindt, bevoegd. Voor rijkswateren blijft de rijksoverheid bevoegd. Soortenbescherming De in de Wnb gestelde regels ter bescherming van soorten voorzien in voorschriften ter bescherming van de van nature in het wild levende planten- en diersoorten. In dit deel staan de verplichte instrumenten van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern, Bonn en het biodiversiteitsverdrag centraal.

Het is erop gericht om voor de beschermde soorten een gunstige staat van instandhouding te bereiken of te herstellen. Verbodsbepalingen De verboden, afwijkingsmogelijkheden en andere beschermingsmiddelen zijn direct overgenomen uit deze richtlijnen en verdragen en worden in de Wnb opgedeeld in drie beschermingsregimes. Elk van de drie beschermingsregimes kent zijn eigen soortenlijsten met daarbij eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffingsverlening. Voor de eerste twee beschermingsregimes sluiten deze nauw aan bij de verboden en uitzonderingen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere soorten geldt een minder strikt regime. 25/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Vogelrichtlijnsoorten: De bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogels van soorten die voorkomen in de EU als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en de niet in die bijlage genoemde geregeld voorkomende trekvogelsoorten (artikel 3.1; zie bijlage 1). Voor deze soorten gelden de volgende verboden: Lid 1: Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Lid 3: Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Lid 5: Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijnsoorten: De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU (zie bijlage 1) op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV en V) en soorten van de Conventie van Bern Appendix II en de Conventie van Bonn Appendix I (art. 3.5; zie bijlage 1).

Voor deze soorten zijn in de Wnb de volgende verboden opgenomen: Lid 1: Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Lid 3: Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Lid 5: Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere soorten: De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wnb (art. 3.10; zie bijlage 2).

Voor deze soorten is onverminderd artikel 3.5 eerste, vierde en vijfde lid het verboden om: Lid 1a: In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. Lid 1b: De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Lid 1c: Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

26/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Voor de zoogdier-, amfibie- en reptielsoorten opgenomen in de bijlage van artikel 3.10 geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege ecologische redenen of de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantsoorten te beschermen. Houtopstanden Het doel van in de Wnb opgenomen de regels ten aanzien van houtopstanden blijft de blijft de instandhouding van het bosareaal. De kern wordt gevormd door een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. Deze regels vloeien als zodanig niet onmiddellijk voort uit internationale verplichtingen, maar is van wezenlijk belang in het licht van nationale en internationale natuur-, landschaps- en milieudoelstellingen. De regels met betrekking tot houtopstanden zijn van toepassing op alle bossen en 2 en rijbeplantingen van houtopsta meer dan 20 bomen. De wet verplicht om de grond waarop het bos heeft gestaan binnen 3 jaar opnieuw in te planten met bomen. Indien mogelijk is herplanting door natuurlijke verjonging ook toegestaan.

Waar natuurlijke verjonging niet mogelijk of te verwachten is, bijvoorbeeld bij lintbeplantingen minder dan 30 meter breed, moet geplant worden met boomsoorten die or de gemeente vastgesteld, maar hoeft niet samen te vallen met de bebouwde kom in het kader van de wegenverkeerswet. In geval een boom/bomen of andere houtopstanden binnen de bebouwde kom worden gekapt, dan kan een gemeentelijke (omgevings-)vergunning nodig zijn. Dit zal specifiek bij de betreffende gemeente moeten worden nagegaan. Struikbeplantingen groter dan 1.000 m2 vallen onder de wet, met uitzondering van éénrijige geschoren meidoornheggen die als zodanig zijn aangelegd en worden beheerd. Spontane bosopslag langs sloten, op natuurterreinen en braakliggende terreinen valt onder de Boswet, zodra sprake is van een bedekkings-percentage van 60% en een opslag van vijf jaar of ouder. De Boswet is niet van toepassing op: erven en tuinen, windschermen van bomen langs boomgaarden, éénrijige beplanting van populier of wilg op of langs landbouwgronden, Italiaanse populier, linde, paardenkastanje en treurwilg, vruchtbomen, kerstsparren en kweekgoed. Ook bevat de Wnb een basis om regels te stellen ter uitvoering van Europese regels die beogen te verzekeren dat in internationaal verband verhandeld hout en verhandelde houtproducten duurzaam zijn. Nesten De Wnb kent geen standaardperiode voor het broedseizoen van vogels.

Het gaat erom of er een broedgeval is. Verblijfplaatsen van vogels die hun verblijfplaats het hele jaar gebruiken, zijn jaarrond beschermd. Slechts een beperkt aantal soorten bewoont het nest permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat om een nieuw nest te maken.

27/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van artikel 1.3 lid 2 van de Wnb. U heeft voor deze soorten geen ontheffing nodig voor werkzaamheden buiten het broedseizoen. En ook niet als u maatregelen treft die voorkomen dat deze soorten zich op de bouwplaats vestigen tijdens het broedseizoen. U mag dus buiten het broedseizoen nesten verplaatsen of verwijderen, maar daar zijn uitzonderingen op. Nesten die het hele jaar door zijn beschermd Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van artikel 1.3 lid 2 van de Wnb het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). 4.

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil).

Nesten die niet het hele jaar door zijn beschermd en de volgende soorten aangegeven als categorie 5. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten De aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten is indicatief en niet uitputtend. Als aanvulling op de vorige lijst zijn ook vogelsoorten opgenomen met niet jaarrond beschermde nesten. De soorten uit bovenstaande categorie 5 vragen extra onderzoek, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd. Categorie 5-soorten zijn namelijk wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen

28/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Bijlage 3

Regionale ligging plangebied (globaal rode kader). Bron: pdok

29/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Bijlage 4

Figuur 1: Hekwerk rondom tuin Moleneind 7

Figuur 2: Vervallen schuurtje Moleneind 7

Figuur 3: Stenenhoop Moleneind 9

Figuur 4: Takkenhopen dichtbij tankstation

30/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

Bijlage 5

31/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

32/32

SLM011338 Quickscan Ecologie Rotonde Well Versie 1 | 12-03-2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12431312/1