CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadvoorstel kaderbrief 2023

Gemeenteraad 11 juli 2022, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel om kennis te nemen van de Kaderbrief 2023;1.728 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Datum besluitvorming college 7 juni 2022

Portefeuillehouder dhr. Splinter

Datum vergadering 11 juli 2022

Onderwerp Voorstel tot het kennisnemen van de kaderbrief 2023.

Aan de raad,

1. Inleiding Voor u ligt de kaderbrief 2023 voor het begrotingsjaar 2022 en de meerjarenbegroting 20232026. De aanbieding van dit document vindt plaats op grond van de financiële verordening conform artikel 212 van de Gemeentewet. De kaderbrief is normaliter het moment voor het opvoeren van autonome ontwikkelingen en het initiëren van nieuw beleid. Door de gemeenteraadsverkiezingen en de onderhandelingen over het coalitieakkoord kiezen we ervoor om een beleidsarme kadernota te presenteren. Het presidium heeft besloten om de ophaalsessie kadernota te annuleren. Deze kaderbrief vormt de opmaat naar de begrotingsbehandeling in november 2022. In deze kaderbrief presenteren we de financiële uitgangspunten voor het maken van de begroting 2023. In bijlage 1 hebben wij een overzicht van de reeds gevoteerde kredieten opgenomen zodat u daar reeds kennis van kunt nemen. De lasten van deze kredieten zijn uiteraard in de lopende (meerjaren) begroting opgenomen.

2. Financiële uitgangspunten begroting 2023 - 2025 Hieronder zijn een aantal uitgangspunten opgenomen die wij zullen hanteren bij het opstellen van de begroting. Ondanks het feit dat het coalitieakkoord nog niet gereed is, er nog geen zicht is op de effecten van de algemene uitkering naar aanleiding van de meicirculaire én er ook nog autonome mutaties verwerkt moeten worden zijn de hieronder opgenomen uitgangspunten van belang om de begroting op te kunnen stellen. Financieel We staan aan het begin van de nieuwe Planning, Reporting en Control-cyclus voor het jaar 2023. De cyclus wordt gebaseerd op de financiële verordening en ziet er als volgt uit:  Kaderbrief 2023 (nu aan de orde)  Begroting 2023 (raadsvergadering 8 november 2022)  1ste Kwartaalrapportage 2023 (RIB mei 2023)  Bestuursrapportage 2023 (raadsvergadering september 2023)  3de Kwartaalrapportage 2023 (RIB december 2023)  Jaarrekening 2023 (raadsvergadering juli 2024) Intern werken we naast vorenstaande zaken ook nog met maandrapportages. Als daar zaken uit blijken die niet kunnen wachten tot de kwartaal – of bestuursrapportage zullen wij u uiteraard informeren. Wij zijn voor onze inkomsten grotendeels afhankelijk van uitkeringen van het Rijk. De grootste inkomstenpost is de algemene uitkering.

Het is op dit moment nog onduidelijk hoe de (herverdeel) effecten van de algemene uitkering per 2023 zullen uitwerken voor onze

Pagina 1 van 6

gemeente. Daarnaast zal de situatie in Oekraïne impact hebben op de uitkeringen van het Rijk. Beide zaken zullen een effect hebben op onze begroting en de financiële ruimte. Structureel begrotingsevenwicht Structurele lasten moeten gedekt worden met structurele baten. Incidentele meevallers voegen we toe aan de algemene reserve. Voor incidentele tegenvallers is de algemene reserve beschikbaar. Met inachtneming hiervan bieden wij u in oktober 2022 een begroting aan die meerjarig positief sluit.

Basis van de ramingen Als basis voor de ramingen van 2023 kiezen we de vastgestelde begroting van 2022. De structurele effecten uit de kwartaal – en bestuursrapportage zullen wij uiteraard hierin meenemen. Tegelijk met de begroting 2023 presenteren we een prognose voor de periode 2024-2026. De raming voor 2023 baseren wij op reële cijfers. Meerjarig ramen wij zoals gebruikelijk op het niveau van 2023. Eventuele inflatiecorrecties in latere jaren worden gecompenseerd door de algemene uitkering.

Inflatiecorrectie Het verwachte inflatiepercentage bedraagt 2,5% en is gebaseerd op het Centraal Economisch Plan zoals uitgegeven in maart 2022. Niet alle budgetten worden geïndexeerd. Via een stelpost houden we rekening met een aanvullend budgettair effect dat ontstaat door inflatie.

Tariefontwikkeling belastingen en heffingen Ondanks het feit dat er nog geen coalitieprogramma is ontkomen we er niet aan om een aantal uitgangspunten te formuleren voor de tariefontwikkeling van belastingen en heffingen. Onderstaande uitgangspunten zijn in lijn met het beleid zoals dat de afgelopen jaren door uw raad is ingezet. Onroerende zaakbelastingen De opbrengst van de Onroerendezaakbelasting (OZB) is voor het belastingjaar 2022 verhoogd met 1,9%. Voor het jaar 2023 stellen wij voor de opbrengst te verhogen met de inflatiecorrectie van 2,5%. Forensenbelasting De forensenbelasting wordt jaarlijks verhoogd met het inflatiepercentage. Ook voor 2023 stellen wij voor dit te doen. Verblijfsbelasting en waterverblijfsbelasting (ook wel toeristenbelasting) De tarieven van de (water) verblijfsbelasting worden jaarlijks verhoogd met het inflatiepercentage. Als gevolg van afronding is het tarief voor het jaar 2022 gelijk gebleven aan dat van 2021. De tariefontwikkeling ziet er als volgt uit:  Tarief 2020: € 1,20  Tarief 2021: € 1,25  Tarief 2022: € 1,25 (toelichting: tarief 2022 zonder afronding bedraagt € 1,27)  Voorgesteld tarief 2023: € 1,30 (toelichting: € 1,27 + index van 2,5%)

Pagina 2 van 6

Milieuheffingen Uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is 100% kostendekking. De opbrengsten dienen ter dekking van de gemaakte kosten. De egalisatiereserve afvalstoffenheffing maakt onderdeel van de kostenopzet uit. Voor de afvalstoffenheffing 2023 stellen wij nu geen tariefwijziging voor. De tariefberekening kan pas gemaakt worden als alle kosten van afval in beeld zijn. Uitgangspunt bij de rioolheffing is 100% kostendekking. Op basis van het GRP 2020-2023 wordt het tarief jaarlijks aangepast met de inflatiecorrectie. Het verschil tussen kosten en opbrengst van de rioolheffing wordt verrekend met de egalisatievoorziening riolering. Voor de rioolheffing 2023 stellen wij we een tariefsverhoging voor van € 10,00 plus een inflatiecorrectie van 2,5%. Dit is conform het vastgestelde GRP (raadsbesluit 12 november 2019).

Renteontwikkeling We hanteren verschillende rentetarieven voor verschillende functies. Als we financiering nodig hebben lenen we geld voor de actuele marktrente. Bij het bepalen van de rentekosten (kapitaallasten) voor onze investeringen en grondbedrijf kijken we verder naar de toekomst en hanteren we een langjarig gemiddelde. Dit doen we om renteschokken in de begroting te voorkomen. Financiering De berekening van het financieringstekort geeft de omvang aan van te verwachten nieuwe leningen. Voor het bepalen van de jaarlijkse lasten van deze lening hanteren we 0,5% rente. Kapitaallasten Investeringen hebben een lange looptijd. Het rentetarief dat we hanteren als onderdeel van de kapitaallasten (rente en afschrijving) bedraagt 2,0%. Grondbedrijf Bij grondexploitatie gaan de kosten voor de baten uit. De rentekosten die hierdoor ontstaan worden toegerekend aan de complexen. Voor 2023 houden we rekening met 1,0% rente over de boekwaarde op 1 januari 2023.

Loonkostenontwikkeling De huidige CAO-gemeenten loopt tot 1 januari 2023. Er is nog geen duidelijkheid over de nieuwe CAO, daarom gaan we uit van de verwachte loonindex zoals (3,5%) die is opgenomen in het Centraal Economisch Plan van 2022 (datum publicatie: 27 maart 2022).

Prijsontwikkeling De uitgaven zoals in de begroting 2022 opgenomen zijn realistisch begroot. Door het rijk worden we voor toekomstige loon- en prijsontwikkeling gecompenseerd via de algemene uitkering. Voor 2023 gaan we ook weer uit van realistische ramingen, waarbij we een stelpost opnemen voor een extra budgettair effect dat kan ontstaan door inflatie.

Pagina 3 van 6

Verbonden partijen Verbonden partijen maken hun eigen begroting. Vóór 15 april 2022 moesten ze de concept kaders voor begrotingsjaar 2023 presenteren en om een zienswijze vragen aan u als deelnemer. Na het lezen van uw zienswijze stelt de verbonden partij haar eigen begroting op die vastgesteld wordt door het algemeen bestuur van de verbonden partij. Wij zijn vervolgens verplicht om de deelnemersbijdrage te betalen.

Bedrag onvoorzien Elk jaar nemen we een vast bedrag in de raming op voor onvoorziene lasten. Het college is bevoegd om dit budget te besteden. Intern is de afspraak gemaakt dat bedragen ten laste van ‘onvoorzien’ worden gebracht als ze voldoen aan deze 3 criteria:  Onvoorzien  Onontkoombaar  Onuitstelbaar Voor 2023 ramen we budget voor onvoorzien van € 62.002. Dit bedrag is even groot als het budget voor 2022. Uiteraard informeren wij u via de tussentijdse rapportages over de ontwikkeling van deze post.

Structurele effecten jaarrekening Eventuele structurele effecten vanuit het jaarrekeningresultaat 2021 worden meegenomen bij het opstellen van de begroting 2023.

Begrotingsbrief provincie De provincie stuurt jaarlijks een brief over de aandachtspunten voor de begroting naar uw raad en het college. In de brief staan algemene toets – en aandachtspunten voor de begroting. Onze gemeente heeft repressief toezicht. Dat betekent dat wij de vastgestelde begroting en begrotingswijzigingen kunnen uitvoeren zonder dat de provincie dit vooraf moet goedkeuren. Dit is de lichtste vorm van toezicht.

Structureel en reëel evenwicht De belangrijkste toets door de provincie is of de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Structurele lasten moeten gedekt worden door structurele baten. Met de vaststelling van de begroting in november neemt uw raad ook afzonderlijke (deel)besluiten over de beschikbaarstelling van investeringskredieten voor het nieuwe begrotingsjaar. Voor de overige meerjarige investeringen worden aan uw raad afzonderlijke voorstellen voorgelegd tot beschikbaar stellen van kredieten.

Uitvoeren van (nieuwe) wettelijke taken Naar verwachting moeten gemeenten met ingang van 2023 ook weer nieuwe taken uitvoeren. Wij gaan er bij het opstellen van de begroting van uit dat wij hiervoor via de algemene uitkering volledig gecompenseerd worden. Dit is in lijn met de afspraken die de VNG maakt met het rijk.

Pagina 4 van 6

Bedrijfsvoering Om de bedrijfsvoering op een adequate wijze te kunnen continueren is het van belang dat zowel de kosten van personeel als van tractie en ict-middelen op een verantwoord niveau zijn en blijven. Wij zullen hier bij het opstellen van de begroting rekening houden waarbij ook aspecten als vervangingsinvesteringen en krapte op de arbeidsmarkt een rol zullen spelen.

3. Financieel perspectief op basis van bestaand beleid Het vertrekpunt voor het maken van de programmabegroting 2023-2026 is de vastgestelde begroting 2022. Hierin presenteerden we de volgende positieve meerjarige budgetruimte: 2023: € 435.223 2024: € 221.461 2025: € 268.654 2026: € 268.6541

4. Tot slot Zoals eerder opgemerkt is de kaderbrief de opmaat naar de begroting 2023-2026. We hebben nog geen rekening kunnen houden met de effecten van de meicirculaire, het coalitieprogramma en de structurele effecten van de jaarrekening. Daarnaast zullen er mogelijk wijzigingen in wettelijke regelgeving plaatsvinden die effect kunnen hebben op de budgetten, denk hierbij bijvoorbeeld aan de aangekondigde wijzigingen bij de Jeugdwet.

Communicatie n.v.t.

Juridische aspecten n.v.t.

Financiën / fiscale gevolgen De financiële uitgangspunten worden betrokken bij het opstellen van de programmabegroting 2023-2026.

Voorstel Wij stellen u voor kennis te nemen van de kaderbrief 2023.

Burgemeester en wethouders van Bergen (L),

1 Het jaar 2026 is hier toegevoegd. Omdat we uitgaan van een begroting op basis van constante prijzen

heeft de uitkomst van jaar 2026 een zelfde saldo als het jaar 2025.

Pagina 5 van 6

H.H.M. Timmermans De secretaris

M.H.E. Pelzer De burgemeester

Bijlage(n) Bijlage 1: Actueel overzicht met toegekende kredieten

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11653377/1