Raadsvoorstel zienswijze bedrijfsplan en ontwerp ODNML
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Datum besluitvorming college 2 september 2025
Portefeuillehouder G.W. Bollen
Datum vergadering 7 oktober 2025
Onderwerp Zienswijze Bedrijfsplan en ontwerp Gemeenschappelijke regeling ODNML Aan de raad,
Inleiding
Het Algemeen Bestuur (AB) van de RUD LN heeft op 17 oktober 2024 opdracht gegeven om voor 1 juli 2025 een bedrijfsplan op hoofdlijnen op te stellen om de huidige netwerkorganisatie om te vormen naar een robuuste omgevingsdienst. Op 26 juni jl. heeft het AB ingestemd met het concept-bedrijfsplan. Dit plan beschrijft op hoofdlijnen op welke wijze vanaf 1 april 2026 gestart gaat worden met de nieuwe Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg (ODNML). De transformatie naar de ODNML per 1 april 2026 vereist een wijziging van de huidige gemeenschappelijke regeling (GR) RUD LN. Het is van belang om de GR gelijktijdig met het bedrijfsplan in procedure te brengen. Binnen de huidige GR is sprake van een gastorganisatie (gemeente Roermond). Dat verandert in de nieuwe ODNML. Ook worden in de GR het uniform takenpakket dat door de deelnemers wordt ingebracht en de financieringssystematiek vastgelegd.
Relatie met begroting / coalitieprogramma / speerpunten nvt
Argumenten
Bedrijfsplan. 1.1 De ODNML is een robuuste omgevingsdienst. Het doel van de ODNML is om effectiever en slagvaardiger te zijn bij het aanpakken van complexe milieuproblemen en nieuwe uitdagingen zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. Met de huidige netwerkorganisatie zijn we niet robuust genoeg. In het InterBestuurlijkProgramma VTH zijn criteria voor robuustheid vastgesteld. Robuustheidscriteria zijn landelijke afspraken die beogen dat omgevingsdiensten genoeg capaciteit en kwaliteit hebben om haar takenpakket goed uit te voeren. Er zijn in totaal 6 criteria die markeren waaraan een omgevingsdienst moet voldoen. Deze criteria helpen omgevingsdiensten beter om te gaan met de steeds complexer wordende milieutaken en zorgen voor een uniforme standaard in werkkracht. Een belangrijk criterium is een minimale werkcapaciteit van 114 fte voor de uitvoering van het regionale programma, corresponderend met een minimale omzet van € 16,5 miljoen (prijspeil 2023). De overige criteria zijn: • werken volgens de kwaliteitscriteria voor VTH • inzetten op innovatie met daarbij een innovatieagenda en bijpassend budget • een financiële buffer hebben • informatie gestuurd werken • aansluiten bij de identiteit van hun werkgebied Door uitvoering te geven aan het bedrijfsplan creëert onze regio een omgevingsdienst die voldoet aan bovenstaande criteria.
Bijkomend effect is dat ook de op dit moment onderbelichte taken zoals ketentoezicht en strafrechtelijke handhaving structureel en kwalitatief aandacht en uitvoering krijgen. 1.2 Een Uniform milieuTakenPakket voor heel de regio. Voorgesteld wordt om centraal de milieu uitvoeringstaken te organiseren. ODNML verricht géén VTH-taken op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening en bijzondere wetgeving. Ook gaat de nieuwe ODNML niet over het (strategisch) beleid. ODNML adviseert de deelnemers wel vanuit uitvoeringskennis- en praktijk over beleidsaangelegenheden. Ook adviseert ODNML de deelnemers op milieugebied voor ruimtelijke vraagstukken (bopa/omgevingsplan). Vanzelfsprekend geeft de omgevingsdienst uitvoering aan de wettelijke basistaken op het gebied van milieu zoals milieuvergunningverlening en milieu-toezicht. 1.3 Kostenverdeelsleutel sluit beter aan bij de werkelijke inzet voor de deelnemers.
Pagina 1 van 4
Waar bij de huidige RUDLN en GR het inwoneraantal de basis vormt voor de financiële verdeelsleutel, is ervoor gekozen een verdeelsleutel te hanteren die beter aansluit bij de daadwerkelijke inzet voor de deelnemers. De kostenverdeelsleutel wordt opgebouwd uit meerdere objectieve criteria die een relatie hebben met de te leveren diensten voor elke deelnemer. De zwaarte van de bedrijven en het aantal bedrijven van een deelnemer zijn sterk bepalende criteria. Het minst bepalende criterium is de oppervlakte van de gemeente. Het criterium voor de huidige kostenverdeelsleutel, het inwoneraantal, bepaalt maar beperkt de te leveren dienstverlening 1.4 Eigen regie in de regio De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft aangegeven dat alle omgevingsdiensten voor 1 april 2026 moeten voldoen aan de robuustheidscriteria. Parallel loopt er een traject om de robuustheidscriteria vast te leggen in wetgeving om zodoende te kunnen ingrijpen bij omgevingsdiensten die niet voldoen aan de criteria. Door uitvoering te geven aan het bedrijfsplan behouden we de regionale regie op de doorontwikkeling van onze eigen omgevingsdienst. 1.5. Het concept-bedrijfsplan is een gedragen plan dat via een geregisseerd bottom-up proces met stakeholders is opgesteld.
In de afgelopen maanden zijn veel stakeholders bij het opstellen van het bedrijfsplan betrokken: het Dagelijks Bestuur (DB) en het AB, de 15 secretarissen en de 16 lijnmanagers, de medewerkers die in dienst zijn bij de RUD-LN en de beoogde nieuwe medewerkers. Er is gewerkt met 5 werkgroepen: taken, HRM, bedrijfsvoering, financiën en juridisch. In de werkgroep financiën zijn van alle deelnemers financiële adviseurs betrokken. Ook de gemeenteraden van de deelnemers zijn actief geïnformeerd in dit proces. Dienstverlening onder druk Het vormen van een nieuwe organisatie betekent een forse uitdaging. Een belangrijke uitdaging zal zijn voldoende gekwalificeerd personeel te vinden. Naast de huidige medewerkers die actief zijn in de regio bij de deelnemers, zal er extra personeel geworven moeten worden. Dat geldt voor de milieuspecialisten in de uitvoering, maar ook in bedrijfsvoeringsfuncties zal de organisatie opgebouwd moeten worden met nieuw te werven medewerkers. Er zal worden ingezet op het zoeken en opleiden van nieuwe medewerkers. Dit heeft tijd nodig en vraagt inzet van medewerkers. We realiseren dat dit bouwproces ook onze dienstverlening zowel kwantitatief als kwalitatief raakt. In het bedrijfsplan is nadrukkelijk aangegeven dat ODNML tot 2030 nodig heeft om de totale dienstverlening en organisatie op het gewenste niveau te brengen.
Neemt niet weg dat men alles in het werk wil zetten om een minimale dienstverlening op peil te houden en hierover transparant te rapporteren naar haar deelnemers. Voor de gemeente Bergen en ook andere gemeenten is belangrijk dat dienstverlening en de integrale benadering van informatievoorziening en aanvragen van burgers en bedrijven geborgd blijft. Dit betekent dat in de uitwerking van het bedrijfsplan aandacht gevraagd wordt het continueren van deze integrale benadering. Het organiseren van nabijheid van dienstverlening van de omgevingsdienst op lokaal niveau zal uitgewerkt moeten worden in de werkprocessen. Personeel. In onze organisatie is 2,6 fte direct gerelateerd aan werkzaamheden die bij de omgevingsdienst worden ondergebracht op basis waarvan momenteel ook een vergoeding/verrekening plaatsvindt. Met het inrichten van een fysieke Omgevingsdienst zal voor een deel van genoemde formatie gelden dat medewerkers op basis van het principe “mens volgt werk” de overgang maken naar de ODNML. De loonkosten van deze medewerkers vervallen in het personeelsbudget. Momenteel wordt gewerkt aan een sociaal statuut waarbij de ondernemingsraad en de vakbonden zijn betrokken. Dit is dus een proces dat onder verantwoordelijkheid van de Omgevingsdienst in oprichting valt.
De hiervoor genoemde formatieomvang van 2,6 fte bestaat deels uit medewerkers in onze organisatie die voor een beperkt aantal uren (0,1 of 0,2 fte) voor de RUD werken. Voor deze medewerkers geldt het “mens volgt werk principe” niet. Dat betekent dat zij voor de uren dat zij niet meer inzetbaar zijn voor de RUD, in onze organisatie blijven en deze formatie ten laste komt van het Personeelsbudget. Gelet op de beperkte omvang zal daarvoor ruimte gezocht worden in het Personeelsbudget. Met de omgevingsdienst zal nog worden bekeken in hoeverre in de eerste fase toch nog inzet (tegen vergoeding) vanuit staande organisaties kan worden geleverd zodat continuïteit geborgd is. Dit vanuit het besef dat vacatureruimte bij de omgevingsdienst vanwege krapte in de arbeidsmarkt niet altijd en direct structureel kan worden ingevuld. Met de betrokken medewerkers vinden gesprekken plaats hoe de 0,1 of 0,2 formatieomvang opnieuw wordt ingevuld. Met een taakuitbreiding of herschikking van taken zal dit opgelost kunnen worden. Hiervoor worden ook “spelregels” opgesteld zodat voor eenieder rechtspositioneel duidelijkheid bestaat.
Pagina 2 van 4
Inbreng van de provinciale taken. De provincie Limburg heeft een wettelijke verplichting om de taken in te brengen. De provincie heeft aangegeven te overwegen de taken, medewerkers en middelen in te brengen nadat de ODNML een adequaat uitvoeringsniveau heeft bereikt waarmee de provinciale taken op een verantwoord niveau kunnen worden uitgevoerd. De Provincie draagt wel financieel bij aan de ODNML op het gebied van de bedrijfsvoering. Gemeenschappelijke regeling. 2.1. De huidige gemeenschappelijke regeling, zijnde een netwerkorganisatie, dient aangepast te worden aan de nieuwe organisatievorm, nl. een fysieke Omgevingsdienst. Door de wijziging van de organisatiestructuur, het uniform takenpakket en de financieringsstructuur dient ook de gemeenschappelijke regeling aangepast te worden.
Communicatie
Het besluit van de gemeenteraad wordt schriftelijk teruggekoppeld aan het AB van de RUD
Juridische aspecten De uitgangspunten, inhoudelijk en financieel, zijn vertaald in de concept GR. De belangen van de deelnemende organisaties zijn daarin voldoende geborgd. Met name aangaande zeggenschap is elke deelnemende organisatie vertegenwoordigd in het AB. Daarnaast is gemeente Bergen in de persoon van de verantwoordelijk wethouder ook afgevaardigd in het DB. De stemverhouding blijft in de ontwerpregeling conform de huidige situatie. Elke gemeenten heeft een gelijke stem. De intentie is dat, nadat de Omgevingsdienst volledig op vlieghoogte is in 2030, de stemverhouding zal worden geëvalueerd.
Financiën / fiscale gevolgen
Inzet zal zijn om toe te groeien naar een volwaardig functionerende dienst, die vanaf 1 april 2026 van start gaat. De implementatie en de doorontwikkeling van de organisatie zal nog enige tijd in beslag nemen, vandaar dat een ingroeimodel wordt gehanteerd dat ook financieel vertaald is in de kadernota 2026 en wordt meegenomen bij de begrotingsbehandeling in november. Hiertoe is een ingroeiperiode van 5 jaar gehanteerd, van 80% in 2026 oplopend naar 100% in 2030.
Voorstel
Wij stellen u voor: 1.geen zienswijze in te dienen omtrent de ontwerp-wijzingsregeling GR en 2.de volgende zienswijze in te dienen op het conceptbedrijfsplan: In de uitwerking van het bedrijfsplan dienen werkprocessen zodanig ingeregeld te zijn dat nabijheid van dienstverlening en integrale klantbenadering in afstemming tussen gemeente en omgevingsdienst zijn geborgd.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Bergen (L),
H.H.M. Timmermans De Secretaris
M.H.D. Rauner De Burgemeester
Pagina 3 van 4
Bijlage(n) -
Bedrijfsplan ODNML Concept GR Raadsbesluit
Pagina 4 van 4