Raadsvoorstel verordening nadeelcompensatie
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Datum besluitvorming college 5 september 2023
Portefeuillehouder Wethouder Splinter
Datum vergadering 16 oktober 2023
Onderwerp Vaststelling Verordening nadeelcompensatie Bergen (L) 2023
Aan de raad,
Inleiding
Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De komst van de Omgevingswet verandert ook de wetgeving voor planschade. Het begrip planschade uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) staat niet in de Omgevingswet. De planschaderegeling is onderdeel van de regeling nadeelcompensatie. Naar aanleiding van de verandering in wetgeving is voorliggende 'Verordening nadeelcompensatie Bergen (L)’ opgesteld. Deze verordening is dan ook enkel gericht op het gedeelte van nadeelcompensatie dat aansluit bij het huidige planschade. De VNG heeft een Modelverordening nadeelcompensatie uitgebracht en is als basis gebruikt voor deze verordening. Voorgesteld wordt om de Verordening nadeelcompensatie Bergen (L) vast te stellen. De datum van inwerkingtreding dient gelijk te lopen aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Relatie met begroting / coalitieprogramma / speerpunten De raad heeft in 2008 de procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade een regeling vastgesteld. De uitgangspunten zijn niet gewijzigd, maar is het noodzakelijk de regeling aan te passen op de nieuwe wetgeving.
Argumenten 1. Algemeen
Planschade is zowel vermogensschade (waardevermindering van onroerende zaken) als inkomensschade, ontstaan na wijziging van de planologie. Zo’n wijziging is bijvoorbeeld de vaststelling van een bestemmingsplan of omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan (Buitenplanse Afwijking) Of er schade is, wordt bepaald door de oude planologische situatie te vergelijken met de nieuwe. Het uitgangspunt hierbij is de vergelijking van de maximale invulling van beide plannen. Deze vergelijking bepaalt of pe r saldo sprake is van een planologische verslechtering. De planschaderegeling is nu geregeld in de Wet ruimtelijke ordening en 'Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Bergen 2008'. Met de komst van de Omgevingswet verandert de wetgeving voor planschade. Het begrip planschade uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) staat niet in de Omgevingswet. De planschaderegeling is onderdeel van de regeling nadeelcompensatie. De Algemene wet bestuursrecht wordt met ingang van de Omgevingswet gewijzigd. Het artikel 4.5 Nadeelcompensatie (artikel 4:126 t/m 4:131) wordt ingevoegd. Titel 4.5 voorziet in een algemene regeling in de Algemene wet bestuursrecht voor de vergoeding van schade door rechtmatig overheidshandelen.
Met deze nieuwe titel is het de bedoeling dat er een generieke, algemene regeling komt voor (onevenredig geleden) nadeel als gevolg van rechtmatig overheidshandelen. Alle bijzondere regelingen over nadeelcompensatie vervallen op het moment dat deze regeling in werking treedt. Voor planschade is titel 4.5 echter te ruim opgezet en dáárom is in een bijzondere regeling in de Omgevingswet (afdeling 15.1) het rechtmatig overheidshandelen beperkt tot een aantal besluiten.
Pagina 1 van 3
Naar aanleiding van de verandering in wetgeving is voorliggende 'Verordening nadeelcompensatie Bergen (L)’ opgesteld. Deze verordening is dan ook enkel gericht op het gedeelte van nadeelcompensatie dat aansluit bij het huidige planschade.
2. Door de veranderingen in de wetgeving is een nieuwe verordening nodig
Met de komst van de Omgevingswet verandert het moment van schade, het wettelijk forfait en de planologische vergelijking voor indirecte schade. Voor de directe schade lijkt er weinig te veranderen. In de Omgevingswet komt geen forfaitaire drempel voor directe schade en er blijft sprake van een planvergelijking. Net als nu, is in de Omgevingswet ook weer een limitatieve lijst opgenomen op grond waarvan nadeelcompensatie (planschade) gevraagd kan worden. In die lijst is ook weer het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) en de omgevingsvergunning opgenomen. Nieuw in de Omgevingswet is dat het straks niet meer zal gaan over wat planologisch mogelijk is, maar wat feítelijk wordt gerealiseerd. Dat betekent dat pas sprake kan zijn van nadeelcompensatie als daadwerkelijk een omgevingsvergunning wordt afgegeven of gestart wordt met de bouw van een project. Ook nieuw is dat de regeling onderscheid maakt tussen schade die het gevolg is van vergunning plichtige activiteiten en schade die het gevolg is van vergunningsvrije activiteiten. De Omgevingswet biedt voor beide afzonderlijke gevallen een nieuwe methode om de schade te bepalen, die in de plaats komt van de planvergelijking aan de hand van de maximale mogelijkheden. Bovendien komen niet alle vergunningsvrije activiteiten straks in aanmerking voor nadeelcompensatie.
De wetgever heeft gevallen aangewezen waarin indirecte schade in de vorm van een waardevermindering van een onroerende zaak wordt geacht niet boven het normaal maatschappelijk risico van 4% uit te gaan. Nieuw is dat dit risicopercentage (forfaitaire drempel) bij indirecte planschade wordt verhoogd van 2% naar 4%. Bovendien is die 4% een vast percentage. Onder de Wro was de 2% nog een minimaal percentage waarvan naar boven kon worden afgeweken. Onder de Omgevingswet is dat dus niet meer mogelijk.
3. Indien bijgaande verordening niet zou worden vastgesteld, kan na inwerkingtreding van de Omgevingswet geen recht meer worden geheven voor het in behandeling nemen van aanvragen om schadevergoeding Op dit moment wordt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om planschade een vergoeding gevraagd. Dit is wenselijk omdat de behandeling van schadeverzoeken veelal complex, tijdrovend en kostbaar is. Daarnaast kunnen al te lichtvaardige claims hiermee worden voorkomen. Indien bijgaande verordening niet zou worden vastgesteld, kan na inwerkingtreding van de Omgevingswet geen recht meer worden geheven voor het in behandeling nemen van aanvragen om schadevergoeding. Bij de toekenning van een schadeverzoek wordt het betaalde recht overigens terugbetaald.
Communicatie Bekendmaking van de verordening op grond van Gemeentewet art. 139 geschiedt via de verplichte kanalen. Na vaststelling van de Verordening nadeelcompensatie Bergen (L) door de Raad dienen inwoners van de gemeente op de hoogte te worden gebracht van de nieuwe verordening. De communicatie vindt plaats door publicatie in de Maasduinen Courant en in het elektronisch gemeenteblad op www.officielebekendmakingen.nl. Een geconsolideerde versie van de Verordening nadeelcompensatie Bergen (L) zal na inwerkingtreding zichtbaar zijn op www.overheid.nl.
Juridische aspecten Op grond van artikel 147 van de Gemeentewet worden gemeentelijke verordeningen vastgesteld door de gemeenteraad.
Pagina 2 van 3
De Verordening nadeelcompensatie Bergen 2023 is een algemeen verbindend voorschrift. Een algemeen verbindend voorschrift (en de wijziging daarvan) treedt ingevolge artikel 8 van de Bekendmakingswet niet in werking voordat het op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. De bekendmaking dient te geschieden door plaatsing in het gemeenteblad. De uitgifte van het gemeenteblad geschiedt elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze en moet elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze beschikbaar blijven. Door middel van aanlevering via DROP voor publicatie in het gemeenteblad op www.officielebekendmakingen.nl, wordt aan de voorwaarden voldaan. In artikel 10, lid 2, van de Bekendmakingswet is opgenomen dat algemeen verbindende voorschriften zoals de Verordening nadeelcompensatie Bergen 2023 in werking treden met ingang van de achtste dag na de datum van bekendmaking, tenzij bij of krachtens de wet of in het besluit daarvoor een ander tijdstip is aangewezen. Als datum voor inwerkingtreding is gekozen om de datum gelijk te houden met de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voorts bepaalt artikel 8:3, lid 1, sub a, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift.
Uit artikel 7:1 van de Awb volgt dat degene aan wie het recht niet is toegekend om beroep in te stellen, ook geen bezwaar kan maken. Overgangsrecht Voor schadeveroorzakende besluiten of handelingen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, geldt het oude recht. Het oude recht geldt maximaal 5 jaar (artikel 4.17 Invoeringswet). De nieuwe planschaderegeling zal dan ook niet direct op alle lopende zaken van toepassing worden. Het oude recht blijft namelijk van toepassing op een verzoek om schadevergoeding dat wordt ingediend binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingsw et, als vóór de inwerkingtreding van die wet schade is veroorzaakt door het van kracht worden van een besluit als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, onder a, b, e of f, van de Wet ruimtelijke ordening. Hierop is dus het overgangsrecht van toepassing. De Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Bergen (L) 2008 kan dus nog jaren relevant blijven voor de afhandeling van planschadeverzoeken.
Financiën / fiscale gevolgen Niet van toepassing
Voorstel Wij stellen u voor: De Verordening nadeelcompensatie Bergen (L) 2023 vast te stellen.
Burgemeester en wethouders van Bergen (L),
H.H.M. Timmermans De secretaris
M.H.E. Pelzer De burgemeester
Bijlage(n) 1. Raadsbesluit vaststelling Verordening nadeelcompensatie Bergen 2023.
Pagina 3 van 3