Raadsvoorstel TAM-IMRO plan 'verzamelplan beëindigingsregelingen veehouderij'
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Datum besluitvorming college 17 maart 2026
Portefeuillehouder drs. A. Splinter
Datum vergadering 12 mei 2026
Onderwerp Vaststelling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22I [verzamelplan beëindigingsregelingen veehouderij] Aan de raad,
Inleiding In de gemeente Bergen (L.) liggen verschillende veehouderijlocaties waarvoor de veehouder heeft aangegeven de veehouderijactiviteiten te willen beëindigen. De veehouders hebben subsidie ontvangen in het kader van de toen openstaande beëindigingsregelingen (Lbv-(plus)) voor de structurele aanpak van de te hoge stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige habitats en leefgebieden voor soorten in Natura 2000-gebieden. Het ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22I [verzamelplan beëindigingsregelingen veehouderij] voorziet in een wijziging van de agrarische functie op 2 deellocaties waarbij op de betrokken locaties niet langer landbouwhuisdieren mogen worden gehouden: • Beltweg 10 Siebengewald: op deze deellocatie is de intensieve veehouderij (varkenshouderij) inmiddels beëindigd en zijn alle varkensstallen gesloopt. Ook werden er op kleine schaal paarden gehouden en vond akkerbouw plaats. In de toekomstige situatie is het niet langer toegestaan om landbouwhuisdieren te houden en vindt er een omschakeling plaats naar een gebruiksgerichte paardenhouderij en voortzetting van de akkerbouwtak. Een gebruiksgerichte paardenhouderij valt namelijk niet onder de definitie van ‘landbouwhuisdieren'. Tevens vindt er een beperkte vormverandering van het bouwvlak plaats voor de toekomstige bedrijfsvoering.
• Koekoek 4 – 6 Siebengewald: op deze deellocatie vindt functieverandering plaats van ‘Agrarisch’ met bouwvlak en de aanduiding intensieve veehouderij (varkenshouderij) naar ‘Wonen’ en ‘Agrarisch’ zonder bouwvlak, waarbij de bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Er kan daarmee ter plaatse niet langer een agrarisch bedrijf gevestigd worden. Vanwege de planologische koppeling van de plattelandswoning Koekoek 6 aan de intensieve veehouderij wordt ook deze woning meegenomen binnen de beoogde planologische wijziging en omgezet naar ‘Wonen’. In de toekomstige situatie is daarmee sprake van 2 burgerwoningen. Het plan heeft van 1 december 2025 t/m 11 januari 2026 als ontwerp ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Conclusie is dus dat er geen aanleiding is om de motivering, de planregels en de verbeelding van het TAM-omgevingsplan aan te passen ten opzichte van het ontwerp. Ook zijn er geen andere beleidsmatige of wettelijke wijzigingen die de doorgang van het plan belemmeren. Uit de onderbouwing blijkt dat er sprake is van een passende ontwikkeling. Medewerking is gewenst. Daarom treft u bijgaand het voorstel aan om het TAM-omgevingsplan vast te stellen.
Relatie met begroting / coalitieprogramma / speerpunten
Geen bijzonderheden. Het betreft een kleinschalige wijziging van het omgevingsplan ter plaatse van beide deelloctaies.
Pagina 1 van 3
Argumenten 1. Er zijn geen zienswijzen ontvangen. Het TAM-omgevingsplan kan worden vastgesteld. Het ontwerp TAM-IMRO plan heeft van 1 december 2025 t/m 11 januari 2026 (gedurende 6 weken) ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ontvangen. Het vast te stellen plan blijft ongewijzigd ten opzichte van het ontwerpplan. Ook zijn de nadeelcompensatieovereenkomsten door beide initiatiefnemers getekend. Er zijn geen belemmeringen om het plan vast te stellen. 2. Toetsing aan het additionaliteitsvereiste is niet aan de orde Het additionaliteitsvereiste is een juridisch criterium binnen het Nederlandse stikstof- en natuurbeschermingsrecht. Het houdt in dat stikstofruimte die vrijkomt (bijvoorbeeld door het stoppen of verminderen van activiteiten) alleen mag worden gebruikt voor nieuwe vergunningen als vaststaat dat die ruimte niet nodig is om verslechtering van Natura 2000‑gebieden te voorkomen of om natuurherstel te realiseren. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat bij plannen bij het inzetten van mitigerende maatregelen getoetst moet worden aan het additionaliteitsvereiste.
Dit betekent dat moet worden onderbouwd dat de beëindiging van de veehouderijen op onderhavige locaties niet nodig is als: • instandhoudingsmaatregel voor het behoud van de gunstige staat van instandhouding van de natuurwaarden in de betrokken Natura 2000-gebieden of • passende maatregel om verslechteringen of verstoringen die significante effecten kunnen hebben op de natuurwaarden in de betrokken Natura 2000-gebieden te voorkomen. Gelet op de urgentie om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden blijvend te verminderen zou de voorliggende mitigerende maatregel voor de Beltweg 10 als een potentiële instandhoudingsmaatregel of passende maatregel kunnen worden gezien. Het toelaten van onderhavige activiteit hangt echter onlosmakelijk samen met de beëindiging van de veehouderij op de locatie Beltweg 10 en de aanpassing van het omgevingsplan waardoor op de locatie niet langer landbouwhuisdieren mogen worden gehouden. Paarden die gehouden worden om deze te berijden of te pensionstallen worden niet beschouwd als landbouwhuisdieren. De Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor stikstofreductie (Lbv) beoogd door vrijwillige beëindiging van veehouderijlocaties de stikstofdepositie vanuit de veehouderij op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden te verlagen, zodat die gebieden kunnen worden behouden en kunnen herstellen.
Samenvattend heeft het beëindigen van de veehouderijactiviteiten en het toestaan van de nieuwe activiteit aan de Beltweg 10 een groot effect op het terugdringen van de stikstofbelasting. Door deze stikstofreductie is de Lbv aan te merken als een passende maatregel. De samenhang tussen de beëindiging van de veehouderij en het voornemen tot de nieuwe activiteit met een relatief beperkte stikstofemissie (als integraal onderdeel van de beëindigingsmaatregel) maakt daarom dat de mitigerende maatregel al als passende maatregel wordt ingezet. Toetsing aan het additionaliteitsvereiste is daarom in deze specifieke situatie niet aan de orde.
Communicatie
De vaststelling van het TAM-omgevingsplan wordt bekend gemaakt via het gemeenteblad en op internet. De stukken worden tevens digitaal beschikbaar gesteld via https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/.
Juridische aspecten Omgevingswet In het kader van de TAM-omgevingsplanprocedure is een ontwerp TAM-omgevingsplan opgesteld. In de motivering is aandacht besteed aan de diverse onderdelen die relevant zijn voor de ruimtelijke onderbouwing. De planregels zijn op maat gemaakt waarbij is aangesloten bij de regels van het omgevingsplan gemeente Bergen (L), onderdeel ‘Buitengebied 2018 (inclusief 1e herziening)’. Na vaststelling door de gemeenteraad wordt het TAM-omgevingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegd, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 16.30 Omgevingswet en artikel 16.77b in samenhang met afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht.
Pagina 2 van 3
Belanghebbenden kunnen dan in beroep gaan tegen het plan. Als er geen beroep wordt ingesteld tegen het plan, treedt het plan in werking na deze termijn.
Financiën / fiscale gevolgen Er is een nadeelcompensatieovereenkomst gesloten met beide initiatiefnemers Op 6 november 2008 heeft de gemeenteraad de ‘Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Bergen 2008’ vastgesteld. Sinds de invoering van de Omgevingswet valt planschade onder de categorie ‘nadeelcompensatie’. Met beide initiatiefnemers is een nadeelcompensatieovereenkomst aangegaan, zodat eventuele nadeelcompensatie (in de vorm van planschade) op deze initiatiefnemers wordt afgewenteld. Het rijk voorziet verder in een tegemoetkoming van de gemeentelijke kosten die samenhangen met het komen tot de beëindiging van een veehouderij met behulp van de LBV-(plus) regeling. Dit bedrag van € 27.000,- voorziet ruimschoots in een financiële vergoeding voor de te maken uren die samenhangen met de opstelling van onderhavig TAM-omgevingsplan.
Voorstel
Wij stellen u voor: Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22I [verzamelplan beëindigingsregelingen veehouderij] vast te stellen zoals verwoord in het bijgevoegde besluit. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Bergen (L), {{esl:Signer1:capture:size(200,50)}}
H.H.M. Timmermans De Secretaris
{{esl:Signer2:capture:size(200,50)}}
M.H.D. Rauner De Burgemeester
Bijlage(n) 1. Raadsbesluit vaststelling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22I [verzamelplan beëindigingsregelingen veehouderij] 2. Motivering, regels, verbeelding TAM-omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22I [Verzamelplan beëindigingsregelingen veehouderij]’ 3. Bijlagen bij motivering en regels TAM-omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22I [Verzamelplan beëindigingsregelingen veehouderij]’ 4. Luchtfoto deellocaties
Pagina 3 van 3