Raadsvoorstel Integraal huisvestingsplan onderwijs
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Datum besluitvorming college 11-03-2025
Portefeuillehouder C.E.M.G.T. Ponjee
Datum vergadering 22-04-2025
Onderwerp Integraal huisvestingsplan onderwijs 2025-2040 Aan de raad,
Inleiding
De gemeente en onderwijsbesturen hebben ieder wettelijke verplichtingen op het gebied van onderwijshuisvesting. De gemeente is verantwoordelijk voor bekostiging van (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding van scholen. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de schoolgebouwen. In het kader van de onderwijshuisvesting portefeuille, maken gemeenten vaak gebruik van een integraal huisvestingsplan (IHP). Het ontbreekt de gemeente Bergen aan een IHP onderwijs. Als voorbereiding op een integraal huisvestingsplan, heeft de gemeente in 2020 een huisvestingsrapport onderwijs op laten stellen. Vanaf maart 2024 is ICS adviseurs aan de slag met het opstellen van een IHP onderwijs voor de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen. Dit IHP is gereed en ligt nu bij u voor ter vaststelling. Naast de verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting heeft de gemeente ook de verantwoordelijkheid voor voldoende en adequate huisvesting van het bewegingsonderwijs. Bewegingsonderwijs is geen onderdeel van het IHP, maar in het licht van de beoogde vervangende nieuwbouw voor ’t Kendelke (zoals opgenomen in het IHP) wordt ook gekeken naar een adequate gymfaciliteit. De huidige gymzaal (Klimroos) is op leeftijd en het einde van de levensduur van de gymzaal is in zicht.
Relatie met begroting / coalitieprogramma / speerpunten
In het coalitieprogramma 2022-2026 is onderwijs als apart onderwerp binnen het thema ‘Samenleving’ vermeld: “We blijven met onderwijsinstellingen in gesprek over de kwaliteit van de huisvesting”. Ook in het beleidsprogramma ‘Van Zorg naar Gezondheid’ 2023-2026 is aandacht voor onderwijshuisvesting. In het beleidsprogramma staat vermeld dat de Gemeente Bergen samen met gemeenten Mook en Middelaar en Gennep aan de slag gaat met het realiseren van een integraal huisvestingsplan onderwijs.
Argumenten
1 Het IHP beschrijft de kaders en uitgangspunten op onderwijshuisvesting. Middels een aanbesteding is de opdracht voor het opstellen van het IHP gegund aan ICS adviseurs. Het IHP (bijlage 1) maakt duidelijk welke uitgangspunten en kaders (hoofdstukken 2 en 3) er spelen met betrekking tot onderwijshuisvesting: • Kinderopvang en primair onderwijs zijn zoveel mogelijk gehuisvest onder één dak (kindcentra) en er is nauwe samenwerking tussen deze partijen. Hierbij is het uitgangspunt dat kinderopvang niet wijkt voor onderwijs; • Er is, daar waar mogelijk en vanuit het oogpunt van toegankelijkheid, oog voor passend en inclusiever onderwijs om kinderen zo thuisnabij mogelijk onderwijs te bieden; • Flexibiliteit en multifunctionaliteit van onderwijsgebouwen om koppelkansen met maatschappelijke partners waar mogelijk te realiseren; • Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van Energie Neutraal Gebouw (ENG) en bij renovatie is het streven om (B)ENG zoveel mogelijk te realiseren (de B staat voor Bijna); • Schoolpleinen zijn klimaatbesteding, natuurlijk en beweegvriendelijk; • Er is oog voor circulariteit wanneer dit voordelen oplevert; • Bij elk project wordt haalbaarheid getoetst waarin Total Cost of Ownership (investeringen en beheer en exploitatie) leidend is; • Er is een gezond leer- en leefklimaat, met een gemiddeld kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B (lucht, temperatuur, geluid, licht
en energie); • Slim investeren in duurzaamheid. Bovenstaande uitgangspunten zijn van toepassing wanneer een school voor (vervangende) nieuwbouw of levensduur verlengende renovatie in aanmerking komt. Daarnaast wordt aangesloten op huidige en aanstaande wet- en regelgeving zoals ENG en Frisse Scholen B voor nieuwbouw.
Pagina 1 van 4
2 Gemeente heeft een wettelijke taak op onderwijshuisvesting. De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor het voorzien in voldoende en adequate huisvesting van scholen met (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. De gemeente ontvangt daar via het gemeentefonds middelen voor, maar dit zijn geen geoormerkte middelen voor onderwijshuisvesting. Hier rust dus niet de verplichting op om dit te reserveren voor onderwijshuisvesting. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het groot en klein onderhoud, de exploitatie en inpandige aanpassingen en krijgen daar via de Rijksoverheid vergoeding voor. Om in beeld te krijgen welke school wanneer in aanmerking komt voor (vervangende) nieuwbouw of levensduur verlengende renovatie is een IHP helpend. Het hebben van een IHP is geen wettelijke verplichting, maar in beoogde wetgeving wordt dit wel een verplichting (zie argument 5). Het IHP moet dan leiden tot een meerjarenperspectief van zestien jaar en (financiële) verplichtingen voorschrijven voor de eerste vier jaar (eerste IHP periode). In lijn met de beoogde wet en het hebben van een actueel beeld op de onderwijshuisvesting portefeuille is een IHP van belang. Het voorliggende IHP geeft een doorkijk van zestien jaar, met uitsplitsing in vier IHP periodes van elk vier jaar. 3 Gemeentelijke verantwoordelijkheid voor adequate huisvesting bewegingsonderwijs is bewust niet meegenomen in het IHP.
Bij het formuleren van de opdracht voor het integraal huisvestingsplan onderwijs is alleen de portefeuille van onderwijshuisvesting als zijnde schoolgebouwen meegenomen. De huisvesting van bewegingsonderwijs is niet meegenomen. Dit is bewust gedaan omdat daar nu geen noodzaak voor is. De gymzalen in Afferden, Wellerlooi en Well zijn nog jonge gymzalen die in stand gehouden worden. De sporthal in Bergen krijgt veel aandacht met de ontwikkelingen rondom het duurzaam sportpark. De gymzaal in Siebengewald is circa 50 jaar oud en aan het einde van haar levensduur. Deze gymfaciliteit wordt om die reden meegenomen in het project rondom de beoogde nieuwbouw van de school in Siebengewald zoals opgenomen in het IHP. (zie argument 9). Dit sluit ook aan bij de uitgangspunten van het IHP met betrekking tot een betekenisvolle leer- en leefomgeving, multifunctioneel gebruik en samenwerking met maatschappelijke partners. 4 Kinderopvang als gelijkwaardige en volwaardige partner in het kader van doorgaande leerlijn. De gemeente heeft geen wettelijke verplichting in het voorzien van huisvesting voor kinderopvang, maar hanteert wel het uitgangspunt om kinderopvang en onderwijs onder één dak te huisvesten. Dit betekent dat de kinderopvang niet wijkt uit het schoolgebouw, wanneer uitbreiding van school noodzakelijk is.
Dit uitgangspunt is van belang in het kader van de doorgaande lijn (van 0 tot 12), met name daar waar het gaat om voorschoolse educatie. Op het gebied van voorschoolse educatie is de gemeente verantwoordelijk voor een voldoende gespreid en kwalitatief goed aanbod van voorschoolse educatie voor peuters van 2.5 tot 4 jaar. Bij nieuwbouw zijn er twee mogelijkheden om tot gezamenlijk huisvesting te komen. Enerzijds is dat investeren door de kinderopvangorganisatie zelf. Anderzijds is dat investeren door de gemeente met een kostprijs dekkende huurovereenkomst voor de kinderopvangorganisatie. Dit geldt ook voor eventuele andere maatschappelijke partners. In een bestaande situatie waarbij kinderopvang gebruikmaakt van (leegstaande) ruimten in een onderwijsvoorziening, is er sprake van gelijkwaardigheid in huisvesting. Om de groei van het onderwijs op te vangen, worden onderwijsruimten bijgebouwd (uitbreiding) en blijft de kinderopvang zitten. De gemeente wordt dan gecompenseerd voor de kapitaallasten met een nieuwe, vervangende (kostprijs dekkende) huurvergoeding voor de kinderopvang. Wanneer de kinderopvangorganisatie niet aan de huurvergoeding kan voldoen, dan wijkt zij wel en wordt het gebouw niet uitgebreid. 5 IHP en toekomstige wetgeving. Al in 2016 werd een voorstel rondom huisvesting naar de toenmalige staatssecretaris gestuurd.
Eind januari 2025 (bijna 10 jaar later) is het Wetsvoorstel planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting naar de Tweede Kamer gestuurd. Het voorstel beoogt dat processen en middelen beter op elkaar worden afgestemd en dat er een meer gelijkwaardige positie ontstaat tussen gemeenten en schoolbesturen. De kwaliteit van de onderwijshuisvestingsportefeuille zou het uitgangspunt moeten zijn. De Wet zal naar verwachting in (begin) 2026 ingevoerd worden. De belangrijkste zaken die veranderen door dit wetsvoorstel zijn: • IHP wordt wettelijk verankerd als verantwoordelijkheid van de gemeente. Het moet een overzicht geven van de staat van álle schoolgebouwen en de geraamde investeringsbedragen voor een periode van vier jaar, plus een doorkijk van de twaalf jaar daarna; • Schoolbesturen delen hun Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) met de gemeente ten behoeve van het IHP;
Pagina 2 van 4
• •
Renovatie wordt een voorziening waar de gemeente primair verantwoordelijk voor is en wordt gedefinieerd als volwaardig alternatief voor nieuwbouw; Het investeringsverbod primair onderwijs komt te vervallen. Primair onderwijs mag voortaan investeren vanuit een overschot in exploitatie.
Het voorliggende IHP haakt op hoofdlijnen in op het wetsvoorstel. Het IHP maakt duidelijk wat er de komende vier jaar nodig is en geeft een doorkijk van de twaalf jaar daarna. Bij de vaststelling van het IHP worden daar niet direct de investeringsbedragen aan verbonden. Per project zal apart een besluit voor financiering moeten worden genomen (zie argument 7). Renovatie is in het IHP met twee varianten opgenomen: levensduur verlengende renovatie van 20 en 40 jaar. De variant van 40 jaar sluit aan op de wetgeving en is een volwaardig alternatief voor nieuwbouw, en hiermee in lijn met het wetsvoorstel. De variant van 20 jaar is van toepassing op scholen waarvan het toekomstperspectief onzeker is, maar wel vragen om een investering. Deze variant is dan ook te lezen als een beleidsrijke invulling van renovatie. Het zorgdragen voor een gezond binnenklimaat, na renovatie of nieuwbouw, als verantwoordelijkheid voor het schoolbestuur komt te vervallen uit het eerdere wetsvoorstel. De Inspectie van het Onderwijs acht het onuitvoerbaar om hier goed op te kunnen toezien, daarnaast is een gezond binnenklimaat al een taak van het schoolbestuur, te behoeve van het personeel.
In hoofdstuk 3 van het IHP is hierop geanticipeerd doordat het volgende is opgenomen rondom financiering voor binnenklimaat in bestaande situaties: “Schoolbesturen, gemeenten en kinderopvangorganisaties dragen gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor het realiseren van een goed binnenklimaat” en “De financiering van investeringen wordt per project onderzocht, waarbij kinderopvangorganisaties kunnen bijdragen via huurvergoedingen. Alle betrokkenen nemen samen een weloverwogen beslissing”. 6 Stuurgroep heeft ingestemd met het (concept) IHP. De stuurgroep, onder leiding van ICS adviseurs en bestaande uit verantwoordelijke wethouders, ambtelijke afvaardiging en vertegenwoordiging vanuit het (speciaal) onderwijs en kinderopvang, is vanaf het begin van het proces betrokken. De stuurgroep is periodiek bij elkaar gekomen om na nieuwe processtappen de voortgang en inhoud te bespreken en om goedkeuring te geven op de stukken. Op 23 januari is de laatste stuurgroep geweest waarin het concept IHP voorlag. De stuurgroep heeft bij die bijeenkomst ingestemd met het concept IHP. 7 Vaststelling van het IHP en het beschikbaar stellen van budget zijn losgekoppeld. Bij de startbijeenkomst op 6 februari 2024 is met betrokkenen (wethouders, ambtelijke ondersteuning en vertegenwoordiging uit onderwijs en kinderopvang) het proces om te komen tot het IHP besproken.
Hierbij is ook gesproken over het al dan niet koppelen van de financiële verplichtingen aan het IHP. Met andere woorden: als het IHP wordt vastgesteld, worden hiervoor dan ook gelijk de middelen voor de eerste IHP periode beschikbaar gesteld? Vanuit de betrokken wethouders werd aangegeven dat het niet verstandig werd geacht om de financiële verplichting te koppelen aan de vaststelling van het IHP. Belangrijk is om vanuit inhoud tot een plan te komen met alle betrokkenen. Wanneer de financiële verplichtingen wel bij de vaststelling van het IHP worden meegenomen, zou dit mogelijk afbreuk doen aan de inhoud van het IHP omdat de gemeente en het onderwijs op basis van kengetallen (te) weinig middelen van het Rijk ontvangen voor onderwijshuisvesting. Er is gekozen voor een IHP waarbij wel inzicht wordt gegeven in de kosten van de scenario’s, maar per afzonderlijk project budget wordt aangevraagd bij uw raad. Dit past nog binnen de huidige wet- en regelgeving, maar zoals bij argument 5 aangegeven, ligt er een wetsvoorstel om dit te wijzigen. 8 ’t Kendelke in Siebengewald is toe aan vervangende nieuwbouw. Op basis van de informatie van de schoolgebouwen in de gemeente Bergen is ICS Adviseurs gevraagd om de toekomstbestendigheid van ’t Kendelke in beeld te brengen. Uit het rapport (als bijlage bij het IHP toegevoegd) komt het advies om vervangende nieuwbouw te plegen voor ’t Kendelke.
Uit het IHP blijkt ook dat ’t Kendelke de hoogste prioriteit heeft (2028 jaar van realisatie) en binnen de eerste periode van het IHP valt (2025 – 2028). 9 Een adequate en passende faciliteit voor bewegingsonderwijs in Siebengewald met oog voor koppelkansen. Zoals eerder aangegeven, heeft de gemeente ook een taak om te voorzien in voldoende en adequate huisvesting bewegingsonderwijs. Momenteel vindt het bewegingsonderwijs plaats in de Klimroos, de gymzaal bij de school in Siebengewald. Deze gymzaal is circa 50 jaar oud en is aan het einde van haar levensduur. Er wordt alleen nog calamiteitenonderhoud uitgevoerd. Er dient daarom nagedacht
Pagina 3 van 4
te worden wat een adequate faciliteit voor bewegingsonderwijs is in relatie tot de nieuwbouw van de school in Siebengewald. Gymnastiekfaciliteit en school bij elkaar heeft daarbij de voorkeur, wat kan zorgen voor koppelkansen en het multifunctioneel benutten van accommodaties. Dit is passend bij de visie uit het IHP. Hoe deze gymfaciliteit eruit moet komen te zien, is nu nog niet duidelijk en zal in de voorbereiding van het project (school en gymfaciliteit) meegenomen worden.
Communicatie Na positieve besluitvorming door uw raad, zal het IHP aan betrokken partners uit onderwijs en kinderopvang toegestuurd worden.
Juridische aspecten
De gemeente heeft een wettelijke verplichting in het kader van onderwijshuisvesting om te voorzien in voldoende en adequate huisvesting van scholen met (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. (zie argument 2). Daarnaast ligt er een wetsvoorstel bij de Tweede kamer wat het verplicht stelt een IHP te hebben (zie argument 5).
Financiën / fiscale gevolgen Met het vaststellen van het IHP gaat uw raad akkoord met de visie, uitgangspunten en huisvestingsscenario’s. Voor de afzonderlijke projecten zal uw raad per project separaat een voorstel ontvangen. In deze afzonderlijke voorstellen wordt ook het benodigde investeringsbedrag aan uw raad voorgelegd. Zoals in het IHP opgenomen, is het eerste project de school in Siebengewald. Hierbij wordt een adequate gymfaciliteit integraal meegenomen. Zoals in de argumentatie van voorliggend voorstel benoemd, ontvangt de gemeente via het gemeentefonds middelen voor onderwijshuisvesting. Dit zijn geen geoormerkte middelen en het is daarom ook niet verplicht om deze middelen te reserveren voor onderwijshuisvesting. De gemeente Bergen reserveert deze middelen niet voor onderwijshuisvesting.
Voorstel
Wij stellen u voor: 1. Het Integraal huisvestingsplan onderwijs 2025-2040 gemeente Bergen vast te stellen. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Bergen (L),
H.H.M. Timmermans Secretaris
M.H.D. Rauner Burgemeester
Bijlage(n)
Bijlage 1: Integraal Huisvestingsplan onderwijs gemeente Bergen 2025-2040 (inclusief bijlagen van het IHP). Bijlage 2: Raadsbesluit Integraal huisvestingsplan onderwijs 2025-2040.
Pagina 4 van 4