CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel continuïteitsplan Mutsaersstichting en steunvraag gemeenten

Gemeenteraad 9 juli 2024, gemeente BergenBij agendapunt: Continuïteitsplan Mutsaersstichting en steunvraag gemeenten;7.504 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Datum besluitvorming college 21 mei 2024

Portefeuillehouder C.E.M.G.T. Ponjee

Datum vergadering 9 juli 2024

Onderwerp Continuïteitsplan Mutsaersstichting en steunvraag gemeenten Aan de raad, Inleiding De Mutsaersstichting vervult als aanbieder een cruciale jeugdhulpfunctie in Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. Direct na het aantreden van de nieuwe Raad van Bestuur van de Mutsaersstichting in september 2023 is duidelijk geworden dat de Mutsaersstichting zich in een financieel zorgelijke situatie bevindt. Om die reden is het Draaiboek Continuïteit Jeugdhulp in werking getreden en is de Mutsaersstichting, in overleg met de stakeholders en de Jeugdautoriteit, begonnen met een traject richting een herstelplan. Op 26 januari 2024 heeft de Mutsaersstichting een ‘houtskoolschets’ van het herstelplan gedeeld en is daarover het gesprek met de stakeholders aangegaan. Dit proces heeft geleid tot een definitief Meerjarenherstelplan dat de Mutsaersstichting op 25 maart 2024 heeft opgeleverd (bijlage 1a en 1b). Op 9 april 2024 heeft de Jeugdautoriteit op verzoek van gemeenten en Mutsaersstichting geconcludeerd dat de verder verslechterde situatie van de Mutsaersstichting te bestempelen valt als problematisch (trede 4). In deze trede worden Mutsaersstichting en gemeenten geacht een continuïteitsplan op te stellen; de Jeugdautoriteit heeft geconcludeerd dat het opgeleverde Herstelplan feitelijk aan de vereisten van een continuïteitsplan voldoet.

Het continuïteitsplan is gericht op het borgen van continuïteit van zorg aan jeugdigen en gezinnen en behoud van professionals voor de (jeugd)zorg. In het plan is ook een steunvraag aan de stakeholders, waaronder gemeenten, opgenomen. De raden van de regio Noord en Midden Limburg wordt gevraagd om middelen ter beschikking te stellen om de continuïteit van jeugdhulp te borgen. De gevraagde steun van de gemeenten in onze regio betreft € 10,8 miljoen. Die steun wordt verleend als subsidie, waarvan € 1 miljoen wordt verstrekt met een gefixeerde verplichting tot terugbetaling in vijf jaar met betaling van 3,5% rente en € 9,8 miljoen rentevrij met een flexibele terugbetalingsverplichting, afhankelijk van het behalen van financiële ratio’s. De subsidie wordt verstrekt onder voorwaarden die benoemd zijn en nader worden uitgewerkt in een subsidiebeschikking en uitvoeringsovereenkomst die na besluitvorming door de raad worden vastgesteld door het college. Het college ziet op dit moment te veel risico’s, onduidelijkheden en onzekerheden om in te stemmen met het ter beschikking stellen van de gevraagde middelen. Onder argumenten wordt eerst aangegeven op basis waarvan de regio de steunvraag doet. Daaronder wordt aangegeven welke argumenten het college heeft om hier niet mee in te stemmen.

Relatie met begroting / coalitieprogramma / speerpunten Kosten met betrekking tot dit voorstel vloeien rechtstreeks voort uit de jeugdhulpplicht vanuit de Jeugdwet. Argumenten Overwegingen vanuit het regionale advies. 1.1 Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de continuïteit van jeugdhulp. Gemeenten zijn als opdrachtgevers van jeugdhulp op basis van de Jeugdwet verantwoordelijk voor een toereikend aanbod van jeugdhulp (jeugdhulpplicht), zodat jeugdigen en hun ouders of wettelijke vertegenwoordigers passende jeugdhulp krijgen, ook in geval van (dreigende) discontinuïteit van een aanbieder. Gemeenten hebben daarmee een verantwoordelijkheid voor het bevorderen van de continuïteit van jeugdhulp, zodat de jeugdhulp aan jeugdigen en hun ouders of wettelijke vertegenwoordigers niet (tijdelijk) wegvalt. Elke aanbieder van cruciale jeugdhulpfuncties heeft daarom landelijk een accounthoudende regio aangewezen gekregen. Dat is de jeugdregio waar de aanbieder de grootste omzet heeft. Voor de Mutsaersstichting is dat Noord-Limburg, waarbij Noord- en Midden-Limburg hebben afgesproken hier samen in op te trekken onder de noemer Limburg-Noord. Deze verantwoordelijkheid vloeit voort uit het landelijke convenant ‘Bevorderen continuïteit jeugdhulp’ en het daarop gebaseerde ‘Draaiboek continuïteit jeugdhulp’. De accounthoudende

Pagina 1 van 12

regio heeft de coördinatie in het proces, maar ook de overige gemeenten staan voor hun aandeel aan de lat op basis van dit landelijke convenant. 1.2 De Mutsaersstichting is een aanbieder met cruciale jeugdhulpfuncties. Het Draaiboek Continuïteit Jeugdhulp (hierna: draaiboek) gaat over jeugdhulpaanbieders die ‘cruciale jeugdzorg’ bieden. Dat is bij de Mutsaersstichting het geval: de organisatie biedt hoog specialistische jeugdhulp aan kwetsbare jeugdigen en gezinnen met complexe en vaak meervoudige hulpvragen. Het betreft een groot aantal jeugdigen en gezinnen (circa 4.500) en veel medewerkers (ruim 1.000 medewerkers en 800 fte). Sinds 24 oktober 2023 bevindt de Mutsaersstichting zich in trede 3 van het draaiboek wat betekent dat de situatie ‘zorgelijk’ is en dat Mutsaersstichting zelf aan zet is voor het opstellen van het herstelplan. De Mutsaersstichting is in dit proces begeleid door een extern adviesbureau (PWC). Sinds 9 april 2024 bevindt de Mutsaersstichting zich in trede 4 (‘problematisch’) van het draaiboek. Dit vloeit mede voort uit de noodzaak tot extra liquiditeitssteun waartoe gemeenten in maart besloten hebben. Bij trede 4 is er sprake van een continuïteitsplan in plaats van herstelplan (zoals bij trede 3). Met deze stap komen we als gemeenten in een betere positie om de continuïteit van zorg te borgen omdat we dan meer aan het stuur zitten.

Wij beschouwen het door de Mutsaersstichting opgeleverde Meerjarenherstelplan als Continuïteitsplan omdat dit alle informatie bevat die nodig is voor trede 4. 1.3 De keuzes die de Mutsaersstichting in het continuïteitsplan maakt, passen bij de positie die wij voor de Mutsaersstichting in het zorglandschap zien. De focus van het draaiboek ligt op het borgen van de continuïteit van zorg en niet op het overeind houden van een aanbieder. Om cruciale functies en specialismen te behouden, kan de continuïteit van een jeugdhulpaanbieder uiteindelijk wel een belangrijke rol spelen. Met uitvoering van het herstelplan wil de Mutsaersstichting toegroeien naar een financieel gezonde situatie in 2027. Daarvoor maakt de Mutsaersstichting portfoliokeuzes. Zo focust de Mutsaersstichting zich op Limburg (afstoten deelnemingen Brabant) en op de zorg voor jeugdigen van 0 – 23 jaar met een robuust en kwalitatief hoogstaand behandelaanbod. Ook voert de Mutsaersstichting operationele verbeteringen door en vereenvoudigt en versterkt de Mutsaersstichting de organisatie. Kort samengevat: De Mutsaersstichting richt zich op hoog specialistische jeugd GGZ/ jeugdzorg (0-23) voor de jeugdigen en gezinnen in Limburg met een robuust en kwalitatief hoogstaand behandelaanbod (ambulant en (poli)klinisch) met enkele begeleidingsvormen.

We zien de Mutsaersstichting als hoog specialistische jeugdhulpaanbieder die sterk is in behandeling (zowel ambulant als klinisch) van kwetsbare jeugdigen en gezinnen met (vaak) meervoudige en complexe hulpvragen. Verder is de Mutsaersstichting, samen met MET GGZ en Xonar, voor Noord- en Midden-Limburg momenteel uitvoerder van de crisishulp jeugd (zowel de toegang tot crisishulp als de crisishulp zelf). De Mutsaersstichting, inclusief de deelnemingen Hoeve de Kaolder en Grijp ’t Leven, is bij alle segmenten van jeugdhulp in Noord- en MiddenLimburg een belangrijke aanbieder die zorg levert aan een aanzienlijk deel van het totaal aantal cliënten. De toekomstrichting die de Mutsaersstichting in het herstelplan beschrijft en de portfoliokeuzes die de Mutsaersstichting daarin maakt, passen bij de positie die wij voor de Mutsaersstichting in het zorglandschap zien. Daarom heeft de inhoudelijke werkgroep positief geoordeeld over toekomstrichting en inhoudelijke keuzes die de Mutsaersstichting in het herstelplan heeft opgenomen (zie bijlage 3). 1.4 De financiële steunvraag uit het continuïteitsplan is voldoende onderbouwd en realistisch. De financiële steunvraag uit het continuïteitsplan bedraagt in totaal € 11,4 miljoen. Opgesplitst in jaren: 2024 kent een financiële vraag van € 10,2 miljoen, 2025 van € 1,2 miljoen. Van het totale bedrag is € 0,6 miljoen voor de Brabantse gemeenten.

Dit betreft de transitiebijdrage voor Buro Maks ten behoeve van de overdracht van activiteiten en zorgcontinuïteit. De financiële steunvraag voor de Limburgse gemeenten is daarmee in totaal € 10,8 miljoen voor de jaren 2024 en 2025. Deze steunvraag moet gezien worden tegen de achtergrond dat de Mutsaersstichting duidelijk portfoliokeuzes maakt, toewerkt naar het afstoten van nietrendabele deelnemingen, de productiviteit van medewerkers verhoogt, het ziekteverzuim verlaagt en verder bespaart op inhuur en overhead. De verwachting van de Mutsaersstichting is dat de portfoliokeuzes leiden tot een resultaatsverbetering van € 2,2 miljoen. Met de operationele verbeteringen verwacht de Mutsaersstichting een zelfstandige ombuiging van € 7,8 miljoen te realiseren. Daarmee staat de Mutsaersstichting zelf aan de lat voor een ombuiging van € 10 miljoen. De financiële werkgroep heeft de afgelopen periode veelvuldig met de Mutsaersstichting en PWC gesproken om inzicht te krijgen in de financiële situatie en de onderbouwing van de

Pagina 2 van 12

financiële steunvraag. Om deze steunvraag te beoordelen heeft de werkgroep een toetsingskader opgesteld op basis waarvan de werkgroep het herstelplan heeft beoordeeld. De financiële werkgroep komt tot een positief oordeel: de steunvraag is voldoende onderbouwd en realistisch (zie bijlage 4). Aan de steun verbinden we voorwaarden. Deze voorwaarden worden uitgewerkt en na besluitvorming in de gemeenteraden over het raadsvoorstel en voor besluitvorming in het college voorgelegd in de vorm van een subsidiebeschikking en een uitvoeringsovereenkomst. Een eerste overzicht van te formuleren voorwaarden is opgenomen in bijlage 8. Die gaan zowel over onder meer het inbouwen van zekerheid rond de financiële steun, transparantie en monitoring om inzicht en grip te houden als over de governance, de opvolging van het historisch onderzoek en de wijze van samenwerken in het zorglandschap. De voorwaarden zijn bedoeld om te garanderen dat de steun wordt ingezet waarvoor deze is bedoeld. Zo kunnen we volgen of de steun wordt ingezet passend bij de keuzes en maatregelen uit het herstelplan. Ze bieden gemeenten de gelegenheid mee aan het stuur te zitten volgend uit de rol van gemeenten bij trede 4 van het draaiboek continuïteit jeugdhulp.

En ze beperken eventuele risico’s die het bieden van steun met zich meebrengt door afspraken te maken over onder meer hypothecaire zekerheid (bij de lening) en een terugbetaalverplichting (bij de subsidie). 1.5 De specialistische jeugdhulp die de Mutsaersstichting biedt, is niet (eenvoudig) over te nemen door andere zorgaanbieders en alternatieve scenario’s kennen diverse nadelen. Dit ligt aan twee factoren. De eerste is dat de zorg van de Mutsaersstichting hoog specialistisch is, bijvoorbeeld op het gebied van jeugd GGZ, eetstoornissen, genderdysforie en verplichte zorg zoals bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen. Deze expertise is niet of maar in beperkte mate aanwezig bij andere zorgaanbieders die in onze regio werken en is in sommige gevallen zelfs landelijk schaars. De tweede factor is dat de Mutsaersstichting aan een groot aantal jeugdigen en gezinnen hulp biedt. Een dergelijk groot volume is niet (eenvoudig) over te nemen door andere aanbieders. Daarom is uitvoering van het herstelplan de beste garantie dat de zorg aan jeugdigen en gezinnen doorloopt. Zie in dit kader ook de brief van de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in bijlage 7a. Er zijn diverse alternatieven voorstelbaar. Deze zijn niet eenvoudig uitvoerbaar vanwege het volume en het hoog specialistische karakter van de jeugdhulp die de Mutsaersstichting levert.

Aan alle alternatieven zijn kosten verbonden. Eventuele andere jeugdhulpaanbieders die hier iets in zouden kunnen betekenen, zullen ongetwijfeld de garantie van gemeenten vragen dat zij er financieel niet nadelig uitkomen. Daarmee liggen de financiële risico’s grotendeels bij de gemeenten. In bijlage 7 zijn de alternatieve scenario’s verder uitgewerkt. Op basis daarvan komen we tot de conclusie dat, met de kennis van nu, de uitvoering van het herstelplan de beste optie is om de continuïteit van zorg te garanderen en medewerkers voor de (jeugd)zorg te behouden. Dat er momenteel onvoldoende alternatieven bestaan voor de zorg van de Mutsaersstichting is onbevredigend. Om die reden hebben de Limburgse regio’s gezamenlijk bij het Rijk geadresseerd dat een meer duurzame oplossing noodzakelijk is. Zie daarover meer bij kanttekening 3.5. Kanttekeningen 1.1 Het verlenen van financiële steun brengt risico’s met zich mee. De verwachting van de Mutsaersstichting is dat de portfoliokeuzes leiden tot een resultaatsverbetering van € 2,2 miljoen. Met de operationele verbeteringen verwacht de Mutsaersstichting een zelfstandige ombuiging van € 7,8 miljoen te realiseren. Dit is een forse opgaven en naar het zich nu laat aanzien realistische opgave. Toch blijft er een risico dat deze doelen niet worden gehaald en er meer nodig is.

In de financiële steunvraag op basis van het herstelplan is rekening gehouden met een ‘post onvoorzien’ van € 2,3 miljoen om dit deels op te vangen. Bij het opstellen van de voorwaarden is gekeken naar manieren om zicht en grip te houden op de uitvoering van het herstelplan en de besteding van de gevraagde steun om de risico’s voor gemeenten te minimaliseren. Zo is de gevraagde steun opgesplitst in een aantal fasen, waarbij aan de voorwaarden van de ene fase moet zijn voldaan, voordat gemeenten de volgende steun uitbetalen. Gezien de complexiteit en de vele afhankelijkheden is het niet reëel te verwachten dat daarmee alle risico’s voor gemeenten zijn afgedekt.

Pagina 3 van 12

Het is van belang om de ontwikkelingen binnen de Mutsaersstichting gedurende de looptijd van de steunmaatregelen vanuit gemeenten actief te monitoren. Hiertoe wordt onder verantwoordelijkheid van de stuurgroep een monitoringsgroep met diverse deskundigheden vanuit gemeenten ingericht. 1.2 We stemmen niet in met een extra stroppenpot omdat in de financiële steunvraag al rekening is gehouden met tegenvallers en onvoorziene zaken. De Mutsaersstichting heeft in het continuïteitsplan de belangrijkste risico’s geïdentificeerd en in kaart gebracht, samen met bijbehorende mitigerende maatregelen. De financiële impact van de risico’s is lastig te kwantificeren. In het continuïteitsplan verzoekt de Mutsaersstichting, in aanvulling op de financiële steunvraag, om een stroppenpot beschikbaar te stellen van € 2,5 miljoen. Die stroppenpot is bedoeld om eventuele onvoorziene ontwikkelingen gezamenlijk te kunnen opvangen. De stroppenpot die in het continuïteitsplan staat beschreven is naar ons oordeel onvoldoende onderbouwd. Gezien het feit dat in de financiële steunvraag op basis van het continuïteitsplan zelf al rekening is gehouden met een ‘post onvoorzien’ van € 2,3 miljoen is het advies om geen aanvullende ‘stroppenpot’ van € 2,5 miljoen te vormen.

1.3 Er is een vastgoedplan in ontwikkeling dat gevolgen kan hebben voor de financiering van de steunvraag die uit het continuïteitsplan volgt. De Mutsaersstichting bezit grond en panden op diverse locaties, waarvan de grootste locatie in Venlo ligt. De verkoop van deze grond en panden kan de Mutsaersstichting financiële ruimte geven. Gelijktijdig aan het organiseren van deze besluitvorming over het herstelplan, werkt de gemeente Venlo daarom momenteel aan een plan voor de verwerving van de grond en/of het vastgoed. Als dit plan tot uitvoer komt, zou de opbrengst de steunvraag uit het herstelplan (gedeeltelijk) kunnen bekostigen en kan de steun terugvloeien naar de gemeenten. Inmiddels zijn in dit kader taxaties uitgevoerd (zowel in opdracht van de gemeente Venlo als in opdracht van de Mutsaersstichting / Rabobank) die een aanzienlijk lagere uitkomst hebben dan de in het herstelplan opgenomen waardes van het vastgoed. Het is op basis van deze taxaties niet aannemelijk dat de opbrengst voldoende is om de volledige steunvraag terug te betalen. Besluitvorming over het vastgoedplan wordt met urgentie binnen de gemeente Venlo voorbereid. De verwachting is dat de gemeenteraad van Venlo voor de zomer een beslissing neemt over dit vastgoedplan.

We brengen deze adviesnota en het raadsvoorstel voor het continuïteitsplan nu toch op route omdat op voorhand niet te zeggen is of het vastgoedplan (inclusief positieve besluitvorming door de gemeenteraad van Venlo) (op tijd) rond komt. Daarnaast is het noodzakelijk om sowieso een besluit te nemen over het continuïteitsplan omdat de steunvraag van de Mutsaersstichting breder is dan alleen een financiële steunvraag. In de overeenkomsten voor het verstrekken van de steun wordt juridisch bindend vastgelegd dat de eventuele opbrengsten van het vastgoedplan die na besluitvorming over het continuïteitsplan worden gerealiseerd, door de Mutsaersstichting worden terugbetaald aan de gemeenten die steun verlenen. Dit krijgt vorm voor vast te leggen dat de Mutsaersstichting de ruimte die zij heeft boven overeengekomen financiële ratio’s benut om steun terug te betalen. Wanneer de Mutsaersstichting vastgoed verkoopt, zal dit mechanisme in werking treden. 1.4 De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft de Mutsaersstichting onder verscherpt toezicht gesteld. Vanwege de situatie waar de nieuwe Raad van Bestuur sinds september 2023 mee geconfronteerd werd, is mede het signaal van de RvB voor de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) reden geweest om toezicht uit te voeren bij de Mutsaersstichting, locatie Venlo.

De IGJ signaleerde op basis van dat toezicht een aantal tekortkomingen op grond waarvan de IGJ heeft besloten om de Mutsaersstichting voor de duur van zes maanden onder verscherpt toezicht te stellen. Inmiddels heeft de Mutsaersstichting een verbeterplan opgesteld waarin te lezen is op welke wijze de aandachts- en verbeterpunten worden aangepakt. Ook de hoofdlijnen van het verbeterplan en hoe de Mutsaersstichting de kwaliteit van zorg versterkt, zijn opgenomen in het continuïteitsplan. 1.5 Het historisch onderzoek bevat signalen van onregelmatigheden die om vervolgonderzoek vragen. Het herstelplan kijkt, op basis van (een grondige analyse van) de oorzaken van de huidige situatie, naar de toekomst. Ook is een historisch onderzoek uitgevoerd, dat zich richt op zorgelijke signalen uit het verleden waar gemeenten al veel langer vragen over hebben gesteld. De vorige Raad van Bestuur gaf, ondanks vele pogingen, geen openheid van zaken. De nieuwe Raad van Bestuur heeft in het kader van volledige transparantie opdracht gegeven voor een historisch onderzoek. Dat onderzoek is uitgevoerd door forensisch accountants van PWC. Waar mogelijk zijn de hoofdlijnen

Pagina 4 van 12

van het historisch onderzoek opgenomen als bijlage bij het herstelplan. Zowel Mutsaersstichting als gemeenten gaan aan de slag met het vervolg. De Raad van Bestuur heeft de aanbevelingen overgenomen en direct passende actie ondernomen. Het vervolgonderzoek naar aanleiding van het historisch onderzoek wordt niet stilgezet. De onderste steen moet boven komen en gemeenten willen op de hoogte worden gehouden van de stappen die de Raad van Bestuur hierin zet al dan niet met andere (overheids)instanties dan PwC. Daarbij moet opgemerkt worden dat het in dit soort onderzoeken niet altijd verstandig is de voortgang of ontwikkelingen in openbaarheid te delen. Dit is juist in het belang van dit soort onderzoeken en eventuele te nemen gerechtelijke stappen. Vanuit gemeentelijk perspectief is door een ambtelijke werkgroep beoordeeld welke vervolgstappen mogelijk en nodig zijn om de onderste steen boven te krijgen. De passende actie in deze fase, waarin de Raad van Bestuur Mutsaersstichting het signaal afgeeft dat vermoedens bestaan dat in het verleden sprake is geweest van mogelijk verwijtbaar handelen en zelfverrijking, is conform de Regeling Jeugdwet een fraude onderzoek te starten. Voorafgaand aan het opstarten van een fraudeonderzoek dient op grond van de Regeling Jeugdwet een zogenoemd ‘specifiek controleplan inclusief risicoanalyse’ te worden opgesteld.

Hierin staat beschreven op welke wijze het fraudeonderzoek, conform de Regeling Jeugdwet, wordt uitgevoerd. De uitvoering van formele – materiele- en detailcontroles bij gecontracteerde jeugdzorg aanbieders (ook onderdeel van de regeling Jeugdwet) is binnen onze regio gemandateerd aan de MGR. Dit geldt niet voor dit fraudeonderzoek. Het voorstel is dit fraudeonderzoek in gezamenlijkheid met de 14 gemeenten uit te voeren. Voorgesteld wordt de MGR, middels dit voorliggend collegebesluit, hiervoor het mandaat te verstrekken. Bijlage 9 geeft een verdere toelichting op deze vervolgstappen. Gezien het precaire karakter van deze bijlage is hier geheimhouding opgelegd. 1.6 Het jeugdhulplandschap in Limburg is kwetsbaar. De situatie bij de Mutsaersstichting staat niet op zichzelf. Zo zijn er landelijk veel signalen van financiële problemen bij jeugdhulpaanbieders. De afgelopen jaren met fors gestegen (energie)prijzen en CAO-stijgingen hebben de financiële uitdagingen versterkt. De geografische ligging in Limburg maakt dat we niet kunnen terugvallen op jeugdhulpaanbieders uit aanpalende regio’s.

Deze combinatie van factoren vraagt om een nadere verkenning van een toekomstbestendig jeugdhulplandschap: wat is er nodig om de komende jaren kwalitatief goede jeugdhulp voor onze jeugdigen en gezinnen te kunnen blijven bieden? Een delegatie van bestuurders uit Limburg heeft hierover het gesprek gevoerd met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). VWS herkent de urgentie van de problemen in Limburg en heeft toegezegd een taskforce in te richten die kijkt naar een duurzame oplossing voor het zorglandschap in Limburg. In deze taskforce zal naast vertegenwoordigers vanuit de gemeenten/regio’s in ieder geval ook VWS zitting nemen. Daarnaast is afgesproken dat ook het ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ), de regioadviseur en de VNG hierin zitting zullen nemen en dat bezien wordt of nog andere aanvullende expertise noodzakelijk is. VWS neemt de financiering van de taskforce voor zijn rekening. Zie de brief van het ministerie van VWS hierover in bijlage 11. 1.7 Continuïteit van zorg kan alleen geborgd worden als alle gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen. Het is mogelijk dat gemeenten die gevraagd wordt een bijdrage te leveren daartoe niet te besluiten. Daarmee zou een deel van de dekking van het continuïteitsplan wegvallen.

De jeugdregio Zuid-Limburg heeft tot nu toe laten weten niet bereid te zijn bij te dragen aan het herstelplan van de Mutsaersstichting, maar een aanwijzing daartoe van het ministerie af te wachten. Wanneer gemeenten besluiten niet bij te dragen, vullen zij hun verantwoordelijkheid voor de continuïteit van zorg feitelijk niet in. In die gevallen doorlopen de stuurgroep en de regievoerder een proces van escalatie. Allereerst bestaat de mogelijkheid om de Jeugdautoriteit te vragen op te treden als onafhankelijke scheidsrechter. In het geval geen overeenstemming kan worden bereikt, kan het ministerie van VWS via interbestuurlijk toezicht en uiteindelijk een besluit via indeplaatsstelling de gemeenten dwingen hun verantwoordelijkheid te nemen. De totale financiële steunvraag uit het herstelplan bedraagt in totaal € 11,4 miljoen. Van dat bedrag is € 0,6 miljoen voor de Brabantse gemeenten. Dit betreft de transitiebijdrage voor Brabantse deelneming Buro Maks ten behoeve van de overdracht van activiteiten en zorgcontinuïteit. De financiële steunvraag voor de Limburgse gemeenten is daarmee in totaal € 10,8 miljoen voor de jaren 2024 en 2025. Hierbij is het scenario dat Mutsaersstichting toewerkt

Pagina 5 van 12

naar het afstoten van niet-rendabele deelnemingen, de productiviteit van medewerkers verhoogt, het ziekteverzuim verlaagt en verder bespaart op inhuur en overhead. Opgesplitst in jaren: 2024 kent een financiële vraag van € 10,2 miljoen, 2025 van € 1,2 miljoen. De verdeling van de steunvraag over de individuele gemeenten gebeurt op basis van het aantal cliënten bij de Mutsaersstichting en de deelnemingen op de peildatum 24 oktober 2023 en de gemiddelde kosten per client per zorgvorm (zie bijlage 10). Het is mogelijk dat gemeenten die gevraagd worden een bijdrage te leveren daartoe niet te besluiten. Daarmee zou een deel van de dekking van het continuïteitsplan wegvallen. De jeugdregio Zuid-Limburg heeft tot nu toe laten weten niet bereid te zijn bij te dragen aan het herstelplan van de Mutsaersstichting, maar een aanwijzing daartoe van het ministerie af te wachten. Wanneer gemeenten besluiten niet bij te dragen, vullen zij hun verantwoordelijkheid voor de continuïteit van zorg feitelijk niet in. In die gevallen doorlopen de stuurgroep en de regievoerder een proces van escalatie. Allereerst bestaat de mogelijkheid om de Jeugdautoriteit te vragen op te treden als onafhankelijke scheidsrechter.

In het geval geen overeenstemming kan worden bereikt, kan het ministerie van VWS via interbestuurlijk toezicht en uiteindelijk een besluit via indeplaatsstelling de gemeenten dwingen hun verantwoordelijkheid te nemen. Het uitgangspunt is daarom dat uiteindelijk alle gemeenten hun bijdrage aan de € 10,8 miljoen zullen leveren. Er kan wel verschil ontstaan in timing als gevolg van bovenstaande. Indien het ministerie van VWS niet lukt om een indeplaatsstelling af te dwingen bij de gemeenten Zuid Limburg dan betekent dat, dat de gemeenten Van Noord en Midden deze kosten mede zullen moeten gaan dragen. Dit zou kunnen betekenen dat ca. 2,9 miljoen over de regiogemeenten Noord en Midden zullen worden verdeeld. De bijdrage die thans van gemeente Bergen wordt verlangd zal conform een (eventuele) nieuwe verdeelsleutel alsdan opnieuw worden vastgesteld (ca. 131 k plus bedrag X). Overwegingen vanuit het college Ad 1.1 Continuïteit van zorg, zeker voor de meest kwetsbare groep van onze inwoners, is erg belangrijk. Het overeind houden van een zorgorganisatie is daarbij echter niet de enige weg. Leidt het niet verlenen van de financiële steun tot een faillissement, dan zal er een curator aangesteld worden. Het eerste waarmee een curator bij een faillissement mee aan de slag gaat is de continuïteit van zorg.

Ad 1.2 Het herstelplan is 1 op 1 overgenomen als continuïteitsplan, ondanks dat de situatie fors gewijzigd is. Denk hierbij aan o.a. waardering vastgoed en een verslechterde financiële situatie. De IGJ heeft weliswaar een positief oordeel (zie bijlage 12) gegeven over het herstelplan/continuïteitsplan, maar heeft daarbij ook een flinke opsomming gegeven aan wat er nu ontbreekt aan het plan en een nadere uitwerking behoeft. Veel van deze punten hebben ook een financiële component die nu niet duidelijk is, wat dit betekent voor de korte, middellange en lange termijn. Daarnaast ziet de IGJ in het plan onvoldoende inzicht gegeven wordt in de te verwachten resultaten op de langere termijn en wanneer de Mutsaersstichting een positief resultaat zou kunnen laten zien. Al met al komt het college tot het oordeel dat er op basis van dit continuïteitsplan onvoldoende vertrouwen is dat de Mutsaersstichting financieel gaat redden met de gevraagde financiële steun. Ad 1.4 De onderbouwing van het continuïteitsplan gaat uit van een (sterke) positieve verandering. Mede gelet op de verslechterde financiële positie en het voortijdig opnieuw moeten vragen om liquiditeitssteun, zijn sterke aanwijzingen dat het plan mogelijk niet realistisch is.

Gelet op de waarde van het vastgoed en de zekerheidsrechten van de Rabobank (en eventueel andere preferente schuldeisers?) is er vrijwel geen zekerheid te vestigen op de terugbetaling. Ad 1.5 Vanuit het geschetste kader zijn er geen (passende) alternatieven voor de (zeer) specialistische jeugdhulp en ook niet voor het totaal volume waar de Mutsaersstichting jeugdhulp aan biedt. In het begin van het traject is met andere zorgaanbieders verkend wat zij hierin zouden kunnen betekenen. Inmiddels is de situatie drastisch veranderd en ook een faillissement van de Mutsaersstichting zou dit dusdanig veranderen dat het niet ondenkbaar is, dat er wel mogelijkheden ontstaan. Hier wordt in het regionale advies geen aandacht aan besteed.

Pagina 6 van 12

Kanttekeningen Ad 1.3 Gelet op de waarde van het vastgoed van de Mutsaersstichting en de financiële zekerheden die hier reeds op gevestigd zijn, levert dit vrijwel geen zekerheid op voor de gemeenten. Ad 1.5 Het is belangrijk dat er goed gekeken wordt hoe deze situatie heeft kunnen ontstaan en vast te stellen in hoeverre er sprake is geweest van fraude. De vraag is wel in hoeverre de kosten die dit met zich meebrengt op enigerlei wijze terug zouden kunnen vloeien. Desalniettemin is het belangrijk om hier regionaal op in te zetten. Fraude in de zorg moet te allen tijde voorkomen worden. Gericht op de toekomst is het van belang dat dit stevig aangepakt wordt. 1.6 De kwetsbaarheid van het Limburgse jeugdhulplandschap, met name vanwege haar ligging, is bekend. Bij de decentralisatie vanuit het rijk was dit reeds een gegeven. Als stelselverantwoordelijke is het aan het ministerie om hier passende stappen in te ondernemen. Met het recente oprichten van een taskforce die zich hiermee bezig gaat houden, lijkt het ministerie dit ook in te zien. 1.7 Speerpunt van gemeente Bergen zou kunnen zijn dat de gevraagde financiële bijdrage een directe relatie heeft met de systeemproblemen in het zorglandschap. Door niet mee te gaan met het advies het continuïteitsplan te steunen, zou een uitspraak van het ministerie in dezen afgedwongen kunnen worden.

Advies zou zijn om de officiële weg te bewandelen en de Jeugdautoriteit te vragen om een formele melding te doen bij het ministerie (het proces een stap voorblijven). Interbestuurlijk toezicht en indeplaatsstelling Bij interbestuurlijk toezicht. In geval van het sociaal domein treedt het Rijk (in casu het ministerie van VWS) op als toezichthouder. Het interbestuurlijk toezicht is alleen gericht op de uitvoering van wettelijke medebewindstaken. Het is niet bedoeld om kwaliteit van de taakuitvoering te verbeteren. Ingrijpen gebeurt alleen als wettelijk vastgelegde medebewindstaken niet (juist) worden uitgevoerd. Of als besluiten in strijd zijn met het algemeen belang of het recht. Dan kan de toezichthouder gebruikmaken van deze instrumenten. Indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing: als een gemeente of provincie een medebewindstaak verwaarloost, kan de toezichthouder die taak overnemen. Schorsing en vernietiging: als gemeenten of provincies besluiten nemen die in strijd zijn met het recht of het algemeen belang, kan de Kroon deze besluiten schorsen en/of vernietigen. Dit gebeurt bij Koninklijk Besluit. Om te bepalen of tot ingrijpen wordt overgegaan, doorloopt de toezichthouder een ‘interventieladder’. Deze bestaat uit 6 stappen: van signaleren tot en met het definitief toepassen van het instrument.

Advies college: Gezien het voorgaande en hetgeen onderstaand is toegelicht onder het kopje ‘Juridische aspecten’ onder het kopje ‘Specifiek vanuit de gemeente Bergen’, zal het college aan de raad adviseren om niet in te stemmen een bijdrage te leveren van thans 131k + bedrag X (als Zuid Limburg definitief niet zal bijdragen) en het faillissementsscenario te kiezen. De curator zal op grond van de ‘Handreiking faillissementen in de zorg voor curatoren’, verplicht zijn zorg te dragen voor de continuïteit van de zorg. Daarnaast kan in het uiterste geval het ministerie van VWS worden verzocht tijdelijk een vangnetstichting op te richten voor de cruciale zorg. Communicatie De regievoerder zal op de hoogte gesteld worden van het besluit dat door uw raad genomen wordt. Juridische aspecten Advies vanuit de regio: Advies is ingewonnen bij Stibbe (zie geheime bijlage 5). Het juridisch advies signaleert een aantal risico’s. Aangaande deze risico’s worden de volgende stappen ondernomen:  MGR: het juridisch advies stelt voor de MGR als praktisch uitvoeringsloket voor het verstrekken van de subsidie aan de Mutsaersstichting aan te wijzen, zodat voorkomen wordt dat alle gemeenten individueel tot subsidieverlening moeten overgaan, inclusief controle op de voorwaarden.

Het gaat om een taak die wordt uitgevoerd in mandaat namens de colleges, binnen de kaders van de subsidieverordening en het treasurystatuut van de gemeente, en die geen verdere impact heeft op takenpakket en omvang van de

Pagina 7 van 12

 

MGR. Ambtelijk heeft de MGR aangegeven te hechten aan een voortzetting van de bestaande uitvoeringspraktijk binnen de regionale projectorganisatie, met inbreng en grote betrokkenheid van gemeentelijke medewerkers. De keuze om deze centrale functie te beleggen bij de MGR en niet bij bijvoorbeeld de account houdende gemeente Venlo is om daarmee een helder onderscheid te maken tussen de regionale geldstromen richting de Mutsaersstichting en bijvoorbeeld geldstromen die het gevolg zijn van het vastgoedplan. Het juridische risico dat wordt gesignaleerd is dat de MGR niet akkoord zou gaan. Hierover is inmiddels afstemming geweest met het DB van de MGR en daaruit zijn vooralsnog geen bezwaren gebleken. Zekerheden: gemeenten vestigen via een hypotheek zekerheden onder de subsidie. Dat versterkt de positie van gemeenten in het geval van een faillissement. Er is nog geen complete duidelijkheid over het bedrag waarvoor zekerheden kunnen worden gevestigd. Wel is duidelijk dat de taxaties die nu zijn uitgevoerd op ca. 1/3e liggen van de waarde die in het continuïteitsplan is opgenomen (dat was € 32 miljoen). Bovendien heeft de Rabobank als hypotheekverstrekker voor de Mutsaersstichting positie. De komende weken wordt in overleg met de Mutsaersstichting en de Rabobank verder verkend welke mogelijkheden bestaan.

Dit volgt bij het volgende besluitvormingsmoment door uw college, bij de vaststelling van de subsidiebeschikking en de uitvoeringsovereenkomst. Aanbestedingsrecht: het geschetste risico wordt nog nader uitgewerkt maar achten wij vooralsnog beperkt. Staatssteun: de eerste verkenning neigt naar het standpunt dat jeugdhulp geen markt is waarop niet-Nederlandse aanbieders ook actief zijn, waardoor er geen sprake is van nadelige beïnvloeding van het interstatelijk handelsverkeer. Deze redenering is ook in vergelijkbare situaties (herstelplan / continuïteitsplan) toegepast. Er wordt ter onderbouwing van dit gegeven nog advies ingewonnen bij een deskundige op het gebied van de jeugdzorgmarkt. Een en ander wordt nog nader uitgezocht/uitgewerkt. Voorwaarden subsidie: de voorwaarden worden nog nader uitgewerkt, juridisch getoetst en vastgelegd in de concept subsidiebeschikking en uitvoeringsovereenkomst die na instemming van de gemeenteraad met het raadsvoorstel worden voorgelegd aan de colleges.

Specifiek vanuit de gemeente Bergen: Het college onderzocht de volgende scenario's: Vooraf wordt opgemerkt: Gemeenten zijn (in beginsel) verantwoordelijk voor de continuïteit van zorg, maar niet voor de continuïteit van zorgorganisaties (zie bijlage 7, pagina 1). 1.) Akkoord gaan met het continuïteitsplan en 131k subsidie verlenen. Risico is dat bij een faillissement de inleg niet kan worden teruggevorderd (er kunnen immers nagenoeg geen zekerheden worden gevestigd op het vastgoed). Opgemerkt zij wel dat Stibbe Advocaten op een aansprakelijkheidsrisico voor gemeenten wijst, mochten zij subsidie verstrekken. Zie bijlage 5b (citaat): Als de financiële steun de (tarief)afspraken en de prestaties in de Raamovereenkomst en mogelijk ook in de andere (aan bestede) contracten wijzigt, dan kan de financiële steun kwalificeren als een "wezenlijke wijziging" van de Raamovereenkomst die niet zonder nieuwe aanbestedingsprocedure is toegestaan. Bij het verlenen van de subsidie zonder het organiseren van een voorafgaande aanbestedingsprocedure is er een risico dat concurrenten van de MSS de subsidieverstrekking aanvechten. Dit risico kan worden beperkt door de financiële steun uitdrukkelijk aan te merken als een algemene financiering zonder dat er een directe prestatie van MSS aan is gekoppeld.

Betoogd kan dan worden dat de financiering geen overheidsopdracht is, maar een algemene instandhoudingssubsidie. Wij achten de kans klein dat de rechter een verbod op uitvoering van de subsidieverlening zal toewijzen, vanwege het maatschappelijke belang van jeugdzorg. Mogelijk dat de rechter wel een schadevergoeding toekent aan de concurrenten van de MSS als de rechter het betoog niet volgt dat sprake is van een algemene subsidie die de Raamovereenkomst niet wijzigt. Niet onbelangrijk is het volgende. Het herstelplan (trede 3) is in opdracht van de Mutsaersstichting opgemaakt en werd definitief op 25 maart 2024. Op 18 april 2024 heeft de JA bevestigd dat het opgeleverde herstelplan feitelijk aan de vereisten van een continuïteitsplan (trede 4) voldoet. Het herstelplan is ongewijzigd omgezet in het continuïteitsplan. Dit is opmerkelijk, aangezien er nadien toch nog belangrijke gebeurtenissen hebben plaatsgevonden die mogelijk van invloed kunnen zijn op de (financiële) haalbaarheid van het continuïteitsplan, zoals bijvoorbeeld:

Pagina 8 van 12

het vastgoed van de Mutsaersstichting blijkt geen 32 miljoen maar slechts ca. 10 miljoen waard te zijn. Dit betekent dat er hoegenaamd geen zekerheden kunnen worden gevestigd voor de terugbetalingsverplichting van subsidie. Het is op z’n minst opmerkelijk te noemen dat PWC dit niet heeft opgemerkt. De haalbaarheid en validiteit van het continuïteitsplan zal immers voor een deel daarop zijn gebaseerd; de bedoeling is dat de subsidie wordt verstrekt in 2 delen. Het ene deel (1 miljoen) is met een gefixeerde terugbetalingsverplichting tegen 3,5% rente. De rest (ca. 9 miljoen) met een flexibele terugbetalingsverplichting mits de financiële ratio’s van de Mutsaersstichting dat toelaten(!). De looptijd is 10 jaar (!). De gemeente Venlo geeft hierover in een e-mail van 7 mei 2024 aan: De subsidie en uitvoeringsovereenkomst lopen minimaal 10 jaar (…). Na 10 jaar wordt geëvalueerd en bekeken of de subsidie en uitvoeringsovereenkomst moeten worden voortgezet. M.b.t. dit onderwerp is inmiddels een financieel expert op dit gebied van Stibbe aangeschoven. Hij gaat adviseren over de financiële aspecten van de uitvoeringsovereenkomst en het stellen van zekerheden. De verplichtingen van de gemeenten m.b.t. de laatste aanbesteding lopen vanaf nu nog ca. 1,5 jaar (2026).

Hoe verhoudt zich dan een subsidieverlening van (tenminste) 10 jaar met de huidige verplichtingen van gemeenten met de resterende looptijd van slechts 1,5 jaar? Er wordt ook gesproken over eventuele kwijtschelding. En veder; zou dit indirect impliceren dat er nu vanuit kan worden gegaan dat de Mutsaersstichting wellicht pas over 10 jaar (of nog langer) nodig heeft om financieel onafhankelijk te opereren? Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de nieuwe aanbestedingsronde in 2026; Er zijn zorgen over het gegeven dat de Mutsaersstichting over 1,5 jaar nog niet voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld bij een (nieuwe) aanbesteding. Van invloed zijn alsdan ook de actuele financiële ratio’s. Vermoed wordt dat deze ratio’s van de Mutsaersstichting tegen die tijd nog niet voldoende zijn. Voorgesteld wordt om alsdan wellicht de aanbestedingsvoorwaarden m.b.t. deze financiële ratio’s daarom naar beneden bij te stellen zodat ook de Mutsaersstichting mee kan doen met de aanbesteding. a.) Indien gemeenten dit toelaten, begeven zij zich (juridisch) dan niet op zeer glad ijs? Gemeenten hebben een financieel belang (subsidieverplichting met terugbetaling 10 jaar). Hoe zullen andere mededingende zorgaanbieders dit gegeven beoordelen? b.) mogelijk zal alsdan worden voorgesteld de financiële ratio’s naar beneden bij te stellen.

inferieure zorgaanbieders zullen meedoen met een aanbesteding. Dan komt mogelijk weer de kwaliteit in het geding. Dat dient volgens de werkgroepen te worden voorkomen. Hoe ze dat willen doen is nog ongewis. Wat zijn de gevolgen? Bovendien gaan gemeenten dan met zorgaanbieders in zee die er dan al niet goed voorstaan. Dan begint wellicht het hele scenario weer opnieuw. In het ergste geval moeten gemeenten dan op grond van ‘continuïteit van de zorg’ wederom financieel bijspringen. Zoals eerder gesteld zijn gemeenten niet verantwoordelijk voor de continuïteit van zorgorganisaties. Opmerkelijk is dan wel dat Stibbe Advocaten adviseert om de verleende subsidie: (…) uitdrukkelijk aan te merken als een algemene financiering zonder dat er een directe prestatie van Mutsaersstichting aan is gekoppeld. Betoogd kan dan worden dat de financiering geen overheidsopdracht is, maar een algemene instandhoudingssubsidie. (…) Dit zou dus (kunnen) impliceren dat gemeenten op basis hiervan tóch een zorginstelling in stand gaan houden, hetgeen nu juist niet de verantwoordelijkheid is van gemeenten. Op 8 mei 2024 heeft de IGJ haar oordeel gegeven over het herstelplan. Verwezen wordt in naar de opmerking hierboven en naar bijlage 12.

Mocht alsnog faillissement volgen dan wordt waarschijnlijk wederom een financiële bijdrage van gemeenten verlangd in de vorm van een boedelkrediet óf wellicht weer opnieuw een subsidiebijdrage om een faillissement te voorkomen. De thans voorgestelde subsidieverlening geeft dus geen (enkele) garantie, op weer het financieel gezond maken van de Mutsaersstichting. 2. Niet akkoord gaan met het continuïteitsplan (en dus niet meegaan met het subsidiëren van de Mutsaersstichting) en voortijdig alle (thans ca. 32 cliënten - met verschillende zorgbehoeften) bij een andere zorgaanbieder onderbrengen. Immers gemeente Bergen zou alsdan aan haar verplichting (continuering van de zorg) hebben voldaan. Het vermoeden is wel dat hieraan een prijskaartje hangt (hogere tarieven van een nieuwe zorgaanbieder). Deze optie lijkt evenwel nu niet (meer) reëel, omdat op korte termijn 32 cliënten overdragen waarschijnlijk niet haalbaar is. Daarnaast brengt overdragen van dossiers ook de nodige ambtelijke kosten met zich mee en kost ook tijd. 3. De Mutsaersstichting nu failliet te laten gaan. Overwogen zou kunnen worden om als gemeente Bergen (net als de gemeenten in Zuid Limburg) niet mee te doen met de huidig voorgestelde subsidieverlening. Advies is evenwel hiertoe uitsluitend over te gaan als het overgrote deel van de gemeenten Noord en Midden ook aansluiten.

Helaas is de beslissing van het ministerie van VWS

Pagina 9 van 12

(indeplaatsstelling regio Zuid) nog niet bekend en de consequentie van de weigering om nu subsidie te verlenen, nu niet kan worden ingeschat en dus dit risico niet kan worden afgewogen. Mogelijk dat een dergelijke indeplaatsstellingprocedure ook de nodige tijd vergt en wellicht het faillissement in die tussenliggende tijd de Mutsaersstichting het niet gaat halen. Vermoed wordt, dat als het overgrote deel van de gemeenten de subsidieverlening weigert (waaronder in ieder geval op dit moment Zuid Limburg) en er dus een faillissement volgt, er meer druk komt (ook politiek) op de overige stakeholders (met name het Rijk – ministerie VWS) om nodige actie te ondernemen en zo mogelijk een/de financiële bijdrage gaat leveren. Immers het Rijk is (uiteindelijk) stelselverantwoordelijke voor het gehele jeugdstelsel en is er vanuit die hoedanigheid medeverantwoordelijk voor dat het gehele jeugdstelsel naar behoren functioneert. Nu is dat niet het geval in. De gezamenlijke Limburgse jeugdregio’s zijn op provinciaal niveau op zoek naar een oplossing voor het systeemprobleem in het zorglandschap. Dit probleem is te groot voor de jeugdregio’s om zonder hulp van het ministerie, VNG, JA en inspectie om op te lossen. Daarom is door het ministerie van VWS een Taskforce opgericht.

Naar verluidt zou de werkgroep hebben geïnventariseerd of er op dit moment kandidaten zijn voor een eventuele overname van de Mutsaersstichting. Dit zou nu niet het geval zijn. Echter bij faillissement zal de overnameprijs bij een ‘doorstart’ vermoedelijk veel lager zijn, waardoor andere zorgaanbieders mogelijk wél interesse hebben in overname. Daar komt bij dat in het uiterste geval zorgaanbieders buiten de regio, wel zouden kunnen inspringen – continuïteit van de zorg zou dan al dan niet tijdelijk kunnen worden gewaarborgd (zie bijlage 7, pag. 2 (citaat: De uitkomst van deze gesprekken is dat partijen in een uiterste geval stappen kunnen zetten. Zorgpartijen geven in deze gesprekken te kennen dat overname van zorgonderdelen niet eenvoudig is. Voor een zorgvuldige overgang is tijd en inspanning nodig, bijvoorbeeld voor een zorgvuldige overdracht van informatie over cliënten, overgang van personeel en keuzes omtrent behandellocaties. Het gaat om een grote operatie, waaraan ook (frictie-kosten verbonden zullen zijn.). Geadviseerd wordt voorts nauw contact te onderhouden met de gemeenten in Zuid Limburg en dit proces op de voet te volgen.

Tot slot wordt (sterk) aangeraden op bestuurlijk niveau, met de overige gemeenten in Noord- en Midden Limburg op tijd in overleg te treden (bijvoorbeeld een aankondiging en toelichting per brief via de MGR aan alle gemeenten) over de vermeende financiële haalbaarheid van het plan en de onderbelichte (aansprakelijkheids- en financiële)risico’s en te trachten met meerdere gemeenten samen op te trekken. Er zijn immers te veel onduidelijkheden en nog onvoldoende uitgewerkte scenario’s, waardoor plausibele besluitvorming op dit moment niet of nauwelijks mogelijk is. Alsmede het uitdrukkelijke bezwaar van Bergen om impliciet met publieke middelen private zorgentiteiten overeind te houden. Dan zal politiek bedreven dienen te worden. Daarom is een goede toelichting en onderbouwing (vooraf) mede in het belang van de goede samenwerking tussen de regiogemeenten onderling (ook in de toekomst). Financiën / fiscale gevolgen Advies vanuit de regio: De totale financiële steunvraag aan de gemeenten van Limburg komt neer op € 10,8 miljoen. De verdeling van de steunvraag over de jeugdregio’s en vervolgens over de individuele gemeenten gebeurt op basis van het aantal cliënten bij de Mutsaersstichting en de deelnemingen op de peildatum 24 oktober 2023 en de gemiddelde kosten per client per zorgvorm (zie bijlage 10).

De gemeenten structureren de betalingen op zo’n manier dat maximale zekerheden kunnen inbouwen als ze financiële steun verstrekken. Daarbij is gekeken hoe – rekening houdend met de eisen die binnen de lopende aanbesteding gelden voor financiële ratio’s – een zo groot mogelijk deel van de subsidie een gefixeerde terugbetalingsplicht krijgt. Concrete voorstel is om te komen tot een subsidie met zowel een gefixeerde terugbetalingsplicht met rente (ter waarde van 1 miljoen) áls een flexibele terugbetalingsplicht (ter waarde van 9,8 miljoen). In de totale steunvraag heeft Mutsaersstichting een bedrag van € 400.000 opgenomen voor de vervolgstappen historisch onderzoek. In afwijking op het herstelplan wordt dit bedrag vooralsnog niet aan de Mutsaersstichting ter beschikking gesteld. Gemeenten reserveren dit bedrag totdat helder is wat de concrete vervolgstappen zijn, inclusief de geraamde kosten aan de zijde van zowel Mutsaersstichting als de gemeenten.

Pagina 10 van 12

Gelijktijdig aan het organiseren van deze besluitvorming over het continuïteitsplan, werkt de gemeente Venlo momenteel aan een vastgoedplan. Dit plan omhelst de mogelijke verwerving van (een deel van) de panden en/of gronden van Mutsaersstichting in Venlo door de gemeente Venlo. Mocht dit doorgang vinden, zou de opbrengst de steunvraag uit het continuïteitsplan (gedeeltelijk) kunnen bekostigen en vervalt of vermindert de steunvraag aan de individuele gemeenten. De verwachting is dat de gemeenteraad van Venlo voor de zomer een beslissing neemt over dit vastgoedplan. Reeds betaalde bijdragen worden dan door de gemeente Venlo aan de desbetreffende gemeenten terugbetaald. Specifiek vanuit gemeente Bergen: Het aandeel dat aan de gemeente Bergen wordt gevraagd betreft € 131.359 + vermeerderd met eventueel bedrag X (indien de gemeenten in Zuid Limburg uiteindelijk niet zouden meedoen). Gelet op de terugbetalingsverplichting die gekoppeld wordt aan de bijdrage zou dit kostenneutraal verwerkt kunnen worden in de begroting. Echter gelet op alle bovengenoemde risico’s is stellen we u voor om niet akkoord te gaan met het beschikbaar stellen van de gevraagde financiële bijdrage. Op 19 maart 2024 hebben wij besloten de solidariteit uit te spreken naar de zeven gemeenten die op dat moment als voorschot al liquiditeitssteun beschikbaar stelden.

De zeven gemeenten schoten in totaal € 3 miljoen voor op de te verwachten kosten van het continuïteitsplan. Bij het niet goedkeuren van het continuïteitsplan en een eventueel volgend faillissement is dit voorschot verloren. Deze kosten zullen dan verrekend worden over alle gemeenten van Noord en Midden Limburg en moet de gemeente Bergen haar aandeel (€ 36.600) hierin nemen. In dit geval zou ook het eerder uitbetaalde voorschot (€ 11.000) verloren gaan. Voorstel Wij stellen u voor: Niet akkoord te gaan met het beschikbaar stellen van de gevraagde financiële middelen. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Bergen (L),

H.H.M. Timmermans Secretaris

M.H.D. Rauner Burgemeester

Bijlage(n) Raadsvoorstel 1. Herstelplan Mutsaersstichting met als bijlage de samenvatting van de uitkomsten van het historisch onderzoek. 2. Document vragen en antwoorden situatie Mutsaersstichting. 3. Inhoudelijke beoordeling Meerjarenherstelplan (oordeel inhoudelijke werkgroep). 4. Financiële beoordeling Meerjarenherstelplan en toets van de steunvraag (oordeel financiële werkgroep). 5. Juridisch advies: a. GEHEIMHOUDING Oplegger ambtelijke reactie advies Stibbe b. GEHEIMHOUDING Juridisch advies Stibbe 6. Advies Jeugdautoriteit over Meerjarenherstelplan. 7. Document met alternatieve scenario’s. a. Brief van 11 maart 2024 van de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd. b. Notitie mr.dr. Bastiaan Wallage over scenario faillissement structuuraanbieder 8. Voorwaarden voor het verlenen van steun aan de Mutsaersstichting. 9. GEHEIMHOUDING Advies opvolging historisch onderzoek 10. Verdeelsleutel voor de steunvraag per gemeente 11. Brief van 25 april 2024 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 12. Brief Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd d.d. 8 mei 2024 13. Informatiebijeenkomst colleges continuïteitsplan

Pagina 11 van 12

Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14183520/2