Raadsvoorstel adviesrecht
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Datum besluitvorming college 5 september 2023
Portefeuillehouder Antoon Splinter
Datum vergadering 16 oktober 2023
Onderwerp Bevoegdheden onder de Omgevingswet: adviesrecht, delegatie, participatie
Aan de raad,
Inleiding Zoals het er nu naar uit ziet treedt de Omgevingswet in werking op 1 januari 2024. De Omgevingswet is omvangrijk en complex en noopt de gemeente tot andere manieren van werken, andere procedures en andere manieren van afweging. Onderdeel daarvan vormt de bevoegdheidsverdeling tussen de raad en het college. Het voorliggende besluit gaat over bevoegdheden van raad en college onder de Omgevingswet en de verdeling van die bevoegdheden. Meer specifiek gaat het over bevoegdheden op het gebied van advisering aan het college, wijziging van het omgevingsplan, het nemen van voorbereidingsbesluiten en, tot slot, participatie. Om slagvaardig met de nieuwe wet te kunnen werken, is vooraf besluitvorming over deze bevoegdheden door uw raad nodig. Bij de opstelling van dit voorstel aan uw raad hebben we rekening gehouden met de eerder door uw raad vastgestelde Nota van Uitgangspunten Omgevingswet en met de uitkomst van de werksessie met de raadswerkgroep Omgevingswet op 12 januari 2022 over de onderwerpen adviesrecht en participatie. De in de werksessie van de raadswerkgroep besproken memo en het verslag van de sessie zijn als bijlagen 1 en 2 hierbij gevoegd.
Relatie met begroting / coalitieprogramma / speerpunten Geen bijzonderheden.
Argumenten A. Inrichting van het adviesrecht (gevallen waarop het adviesrecht van de raad van toepassing is) conform eerder uitgesproken raadswens Ons college kan op dit moment met verschillende soorten vergunningen afwijken van een bestemmingsplan. Eén van die manieren is het projectafwijkingsbesluit. Het projectafwijkingsbesluit maakt grote(re) afwijkingen van het bestemmingsplan mogelijk. Bij een voorgenomen projectafwijkingsbesluit zijn wij verplicht uw raad om een zogenoemde verklaring van geen bedenkingen te vragen. Hierbij geldt nu voor een aantal door uw raad aangewezen categorieën een uitzondering. Dus: hoofdregel is een verklaring van geen bedenkingen aanvragen bij uw raad, tenzij de aanvraag valt in één van de vooraf door uw raad aangewezen categorieën. Onder de Omgevingswet komt hiervoor een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit (‘opa’) in de plaats. Met deze vergunning heeft ons college de bevoegdheid om af te wijken van het omgevingsplan. Tenzij het om een activiteit gaat die valt onder de gevall en die uw raad vooraf heeft aangewezen voor (bindend) advies. Ons college is in die gevallen verplicht om uw advies op te volgen. Dus: hoofdregel is dat ons college dit soort aanvragen behandelt zonder tussenkomst van de raad, tenzij de aanvraag een geval betreft waarvan uw raad vooraf heeft aangegeven advies over te willen uitbrengen.
Zoals is op te maken uit bijlage 1 bij dit voorstel, ‘memo adviesrecht en participatie’, zijn er voor wat betreft de inrichting van het adviesrecht 3 opties besproken met de raadswerkgroep :
Pagina 1 van 4
• • •
geen gevallen waarvoor adviesrecht geldt aanwijzen; criteria benoemen; zogenaamde ‘gespiegelde’ VVGB-lijst hanteren.
Conclusie was dat de tweede bullit, inrichten van het adviesrecht op basis van criteria (functieveranderingen met een bepaalde omvang -qua oppervlakte-), de voorkeur heeft. Daarmee wordt tevens recht gedaan aan de uitspraken die uw raad heeft gedaan in de Nota van Uitgangspunten met betrekking tot criteria waarvoor het adviesrecht zou kunnen gelden. We stellen daarom ook voor om het adviesrecht in te richten op basis van criteria, in lijn met de wens van de raad op dit punt. Voor uw beeldvorming: de criteria voor ‘projecten voor voorzieningen’ en ‘projecten voor bedrijvigheid’, oppervlaktes van respectievelijk 10.000 m² (1 hectare) en 5.000 m² (0,5 hectare), zijn te vergelijken met respectievelijk 1,5 voetbalveld en 0,75 voetbalveld. B. Delegatie van de bevoegdheid tot wijziging van delen van het omgevingsplan aan het college als tegenhanger van de wijzigingsbevoegdheid in bestemmingsplannen Op dit moment heeft de gemeenteraad via wijzigingsbevoegdheden in bestemmingsplannen (bijvoorbeeld het wijzigen van een agrarische bestemming naar wonen) het college de bevoegdheid gegeven tot het, zonder tussenkomst van de raad, wijzigen van bestemmingsplannen. Daarmee wordt een procedure ingekort.
Onder de Omgevingswet vervalt deze wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan maar blijft het op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet wel mogelijk om delen van het omgevingsplan (tot vaststelling waarvan de raad bevoegd is) te laten wijzigen door het college. Dit gebeurt door een delegatiebesluit te nemen waarbij de bevoegdheid/taak om bepaalde delen van het omgevingsplan te wijzigen wordt overgedragen door de raad aan het college. Met deze delegatie wijst u dus de gevallen aan waarin ons college het omgevingsplan kan wijzigen. C. De voorgestelde inrichting van adviesrecht en delegatie biedt uw raad meer ruimte voor uw kader stellende rol De gemeenteraad stelt onder de Omgevingswet vooral de kaders en het strategisch beleid van de gemeente vast en toetst en controleert of ons college het beleid volgens afspraak heeft uitgevoerd. De bijlage bij het concept-raadsbesluit bevat de categorieën waarin ons college zelfstandig kan besluiten over vergunningen voor omgevingsplanactiviteiten of wijziging van delen van het omgevingsplan. De onderwerpen in deze categorieën zijn vooral van ondergeschikte en uitvoeringsgerichte aard. Het zijn dus onderwerpen die ons college onder de huidige wetgeving ook zelfstandig afhandelt met vergunningen, projectafwijkingsbesluiten en wijzigingsplannen.
De efficiënte afhandeling van plannen met een beperkte impact op de fysieke leefomgeving door ons college, zorgt voor beperking van belasting van uw raad. Bovendien kunnen burgers en bedrijven hun plannen sneller realiseren door de kortere procedures. D. Ons college kan snel en slagvaardig een voorbereidingsbesluit nemen Het kan voorkomen dat ons omgevingsplan ontwikkelingsmogelijkheden biedt die op dat moment niet (meer) wenselijk zijn. Met een voorbereidingsbesluit kan de gemeente ongewenste ontwikkelingen tegenhouden. Het instrument voorbereidingsbesluit kennen we onder de Wet ruimtelijke ordening ook. Op dit moment mag alleen uw raad voorbereidingsbesluiten nemen. Onder de Omgevingswet kunt u deze bevoegdheid aan ons college delegeren. Als college zijn wij daar voorstander van. Als college menen wij dat delegatie van de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit belangrijke voordelen biedt. Deze lichten wij hierna toe. Een belangrijk voordeel van delegatie van het voorbereidingsbesluit is dat wij (vanwege een kortere voorbereiding en het wekelijks vergaderen) in voorkomende gevallen zeer snel en slagvaardig kunnen handelen. Dit verkleint de kans dat een voorgenomen voorbereidingsbesluit voortijdig bekend wordt. Het gevolg hiervan kan zijn dat een initiatiefnemer nog snel een aanvraag indient om wél gebruik te kunnen maken van de Pagina 2 van 4
ongewenste ontwikkelingsmogelijkheden. Wij moeten namelijk meewerken aan aanvragen voor ongewenste ontwikkelingen, die binnenkomen vóór het nemen van het voorbereidingsbesluit en die passen binnen het omgevingsplan. Door delegatie van de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit aan ons college is sneller en slagvaardiger besluiten mogelijk, indien de situatie daarom vraagt. Aanvullend spreken we wel af dat we uw raad informeren over een voorbereidingsbesluit, zodra deze door publicatie in werking treedt. Daardoor houdt de raad altijd de mogelijkheid om achteraf bij te sturen. Dat kan er dan toe leiden dat wij een genomen voorbereidingsbesluit intrekken. Met andere woorden, de controle op een genomen voorbereidingsbesluit door de raad is verzekerd. E. Verantwoordelijkheid informeren omgeving bij burger zelf neerleggen Net zoals het adviesrecht, is ook het onderwerp ‘verplichten van participatie bij buitenplanse omgevingsplan activiteit’ (‘bopa’) uitgebreid besproken met de raadswerkgroep Omgevingswet op 12 januari 2022. Daarbij zijn ook 3 opties aan de orde geweest: • participatie bij bopa’s is niet verplicht; • participatie bij bopa’s is zo vaak mogelijk verplicht; • alleen in bepaalde categorieën van gevallen is participatie verplicht. Voor een nadere toelichting verwijzen we ook hier naar bijlage 1 bij dit voorstel, ‘memo adviesrecht en participatie’.
De keuze van de raadswerkgroep was om participatie bij vergunningaanvragen voor bopa’s niet te verplichten. Hiermee wordt nadrukkelijk aansluiting gezocht bij enkele belangrijke kernwaarden van de Omgevingswet: ‘vertrouwen, loslaten, minder regels’. De raadswerkgroep heeft daarmee nadrukkelijk uitgesproken dat het vertrouwen er is dat, zonder verplichting en bijbehorende regels, een initiatiefnemer zelf zijn/haar omgeving informeert om draagvlak te creëren en mogelijke juridische procedures in een later stadium te voorkomen. Op basis van die input is het betreffende beslispunt in het concept-raadsbesluit op die manier ingericht en stellen we uw raad voor aldus te besluiten. In dit verband merken we nog het volgende op. Bij initiatieven die in strijd zijn met bijvoorbeeld het bestemmingsplan, werken we met een verzoek om vooroverleg (ook wel principeverzoek genoemd). Wanneer blijkt dat er onder voorwaarden medewerking kan worden verleend aan een verzoek (met een bopa in dit geval), dan zou ook een voorwaarde kunnen zijn dat er een vorm van participatie/omgevingsdialoog plaatsvindt. Afhankelijk van de impact op de omgeving van een ruimtelijke ontwikkeling kan participatie dus als voorwaarde worden opgenomen. Maar dan dus aan de voorkant, d.w.z. voordat er dus een formele aanvraag om vergunning is ingediend.
Communicatie Het raadsbesluit wordt, na vaststelling ervan, bekend gemaakt in het elektronisch gemeenteblad. Deze bekendmaking zal zichtbaar zijn op www.officielebekendmakingen.nl en de geconsolideerde versie op www.overheid.nl. Hiermee wordt voldaan aan de bekendmaking volgens de Wet elektronische publicaties. Verder zal het besluit ook bekend worden gemaakt in de Maasduinen Courant.
Juridische aspecten Delegatie is geregeld in afdeling 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Door het overdragen van de bevoegdheid kan het bestuursorgaan de gedelegeerde bevoegdheid zelf niet meer uitoefenen (artikel 10:17 Awb), tenzij de gedelegeerde bevoegdheid door het bestuursorgaan wordt ingetrokken (artikel 10:18 Awb).
Pagina 3 van 4
Tegen de vaststelling van categorieën van gevallen waarop bindend adviesrecht van toepassing is, is geen beroep mogelijk. Dat geldt ook voor het besluit om geen gevallen van activiteiten aan te wijzen waarop verplichte participatie van toepassing is. Tot slot volgt uit de toelichting van de wettekst van artikel 10:19 van de Awb dat een delegatiebesluit moet worden gekwalificeerd als een algemeen verbindend voorschrift. Op grond van artikel 8:3 Awb kan ook hiertegen géén bezwaar en beroep worden ingesteld. Het besluit over adviesrecht, delegatie en participatie treedt gelijktijdig in werking met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Financiën / fiscale gevolgen Geen bijzonderheden
Voorstel Wij stellen u voor, gelet op bovenstaande, om conform bijgevoegd raadsbesluit in te stemmen met de inrichting van het adviesrecht, delegatie en participatie onder de Omgevingswet.
Burgemeester en wethouders van Bergen (L),
H.H.M. Timmermans De secretaris
M.H.E. Pelzer De burgemeester
Bijlage(n) 1. Memo adviesrecht en participatie d.d. 5 januari 2022 inclusief bijlagen; 2. Verslag raadswerkgroep d.d. 12 januari 2022; 3. Raadsbesluit.
Pagina 4 van 4