CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen beleidsplan Toezien, toezicht & handhaving Wmo en Jeugdwet Noord- en Midden-Limburg juni 2026 – 2033;2.272 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Datum besluitvorming college 12 mei 2026

Portefeuillehouder C.E.M.G.T. Ponjee

Datum vergadering 7 juli 2026

Onderwerp Toezicht en Handhaving Wmo en Jeugdwet Aan de raad,

Inleiding

Gemeenten zijn op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en de Jeugdwet verantwoordelijk voor het bieden van passende ondersteuning en jeugdhulp aan hun inwoners. Daarbij dragen zij zorg voor de kwaliteit, continuïteit en rechtmatige inzet van middelen. Gemeenten houden toezicht op de naleving en rechtmatigheid, terwijl het landelijke kwaliteitstoezicht op jeugdhulp wordt uitgevoerd door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Toezicht en handhaving zijn belangrijk om te waarborgen dat inwoners veilige en passende ondersteuning ontvangen en dat publieke middelen doelmatig worden besteed. Een groeiend aandachtspunt is het voorkomen en bestrijden van zorgfraude door malafide zorgaanbieders, waarbij gemeenten hun toezicht, inkoop en contractafspraken versterken om misbruik van gemeentelijke middelen te voorkomen en de kwaliteit en betrouwbaarheid van ondersteuning voor inwoners te waarborgen. Ter illustratie van de omvang is onderstaand een overzicht opgenomen van het aantal aanbieders met een overeenkomst binnen de Wmo en de Jeugdwet, uitgesplitst naar de regio’s Noord‑ en Midden‑Limburg. De genoemde aantallen vormen een momentopname van het eerste kwartaal van 2026 en kunnen in de tijd veranderen.

Regio Noord-Limburg

Gecontracteerde aanbieders Wmo 70

Gecontracteerde aanbieders Jeugdwet 94

Midden-Limburg

77

104

In 2019 heeft het college het Regionaal toezicht- en handhavingskader Wmo en Jeugdwet vastgesteld. Sindsdien hebben zich verschillende ontwikkelingen voorgedaan die aanleiding geven om het beleid te actualiseren. In het vierde kwartaal 2026 neemt de regio Midden-Limburg deel aan module 1 van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Limburg-Noord (MGR). Deze module omvat regionale dienstverlening op het gebied van toezicht en handhaving binnen de Wmo en Jeugdwet. Tot nu toe werd deze dienstverlening uitsluitend voor Noord-Limburg uitgevoerd. Midden Limburg sloot al aan bij module 2 van de MGR. Door de deelname van Midden-Limburg ontstaat een nieuwe regionale uitvoeringsstructuur waarin toezichthouders gezamenlijk opereren. Daarnaast is de afgelopen jaren meer aandacht ontstaan voor de risico’s van zorgfraude en ondermijning binnen het sociaal domein. Zowel de rekenkamers in Noord-Limburg als het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Limburg (RIEC) hebben hierover rapporten uitgebracht met aanbevelingen voor gemeenten om toezicht en handhaving te versterken. Gelet op deze ontwikkelingen is het wenselijk het bestaande beleidskader te actualiseren en te vervangen door een gezamenlijk beleidsplan voor toezien, toezicht en handhaving binnen de Wmo en de Jeugdwet voor Noord- en Midden‑Limburg.

Dit beleidsplan, inclusief het uitvoerend kader, is opgesteld in samenwerking met de deelnemende gemeenten in genoemde regio en de MGR. Daarnaast hebben onder andere de VNG en het RIEC Limburg waardevolle feedback geleverd op het voorliggende beleidsplan. Hoewel het voorliggende beleidsplan op regionaal niveau is opgesteld, is de uitvoering en het effect ervan nadrukkelijk lokaal merkbaar. Ook in de gemeente Bergen (L.) is sprake van een

Pagina 1 van 5

toenemende complexiteit binnen het sociaal domein, onder andere door een divers aanbod van Wmo- en jeugdhulpaanbieders, het gebruik van persoonsgebonden budgetten (pgb) en de kwetsbaarheid van een deel van de inwoners die afhankelijk zijn van ondersteuning. In de gemeentelijke praktijk is zichtbaar dat toezicht en handhaving een steeds belangrijkere rol spelen bij het waarborgen van kwaliteit, rechtmatigheid en continuïteit van ondersteuning. Tegelijkertijd vraagt de schaal en aard van de gemeente Bergen (L.) om een aanpak die ruimte laat voor maatwerk, nabijheid en samenwerking tussen uitvoering, beleid, toezicht en zorgaanbieders. Met het vaststellen van dit beleidsplan borgt de gemeenteraad van Bergen (L.) dat toezicht en handhaving binnen de Wmo en de Jeugdwet ook voor onze gemeente professioneel, eenduidig en toekomstbestendig zijn georganiseerd, met bescherming van inwoners als belangrijkste uitgangspunt.

Relatie met begroting / coalitieprogramma / speerpunten / gemeente Bergen (L.)

Voor de gemeente Bergen (L.) draagt dit beleidsplan bij aan het versterken van grip op kwaliteit en rechtmatigheid binnen het sociaal domein, met bijzondere aandacht voor kwetsbare inwoners die afhankelijk zijn van Wmo-ondersteuning en jeugdhulp. Door deel te nemen aan een regionale uitvoeringsstructuur wordt specialistische kennis gebundeld en wordt toezicht minder afhankelijk van lokale capaciteit en kwetsbaarheden in de organisatie. Tegelijkertijd blijft de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet onverkort lokaal belegd. Binnen de regionaal vastgestelde kaders behoudt de gemeente Bergen (L.) ruimte voor lokale afwegingen, prioriteiten en maatwerk, passend bij de schaal van de gemeente en de nabijheid tot inwoners en aanbieders. Het beleidsplan ondersteunt daarmee de ambities van de gemeente Bergen (L.) om passende ondersteuning te bieden, misbruik en onrechtmatig gebruik van middelen te voorkomen en het vertrouwen van inwoners in de gemeentelijke ondersteuning te versterken.

Argumenten

1. Gezamenlijk kader voor toezicht en handhaving Handhaving in de praktijk vraagt om bestuurlijke keuzes en duidelijke kaders. Het beleidsplan en uitvoerend kader geven een gezamenlijk en eenduidig kader voor toezien, toezicht en handhaving binnen de Wmo en Jeugdwet voor de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg. Hiermee ontstaat een consistente werkwijze binnen deze regio, inclusief de MGR, en wordt richting gegeven aan de manier waarop gemeenten toezicht houden en handhaven. Het uitvoerend kader wordt op dit moment nog op Noord-Limburgs en Midden-Limburgs niveau apart vastgesteld. Deze uitvoerende kaders zijn voor beide regio's eenduidig in inhoud, behalve bijlage 2. In bijlage 2 is namelijk het toetsingskader van de toezichthouders opgenomen. Op dit moment is er nog sprake van twee verschillende toetsingskaders, omdat de toezichthouders in de regio Noord- en Midden-Limburg momenteel nog met verschillende kaders werken. Zodra alle toezichthouders in dienst zijn bij de MGR, zullen zij gaan werken met één uniform toetsingskader. Uitgangspunt is dus dat het volgende uitvoerend kader op niveau Noord- en Midden-Limburg wordt vastgesteld. 2.

Invulling geven aan de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek Noord-Limburg Het beleidsplan en uitvoerend kader geven concrete invulling aan de aanbevelingen uit het eindrapport ‘Zorgfraude in beeld? Een rekenkameronderzoek naar de gemeentelijke aanpak van fraude door zorgaanbieders in Noord-Limburg’. In dit onderzoek wordt onder meer geconcludeerd dat een expliciete visie op de aanpak van zorgfraude ontbreekt en dat het fraudebewustzijn binnen gemeentelijke organisaties versterkt kan worden. Ook blijkt hieruit dat gemeenten in de praktijk terughoudend zijn met handhaving, vooral vanwege juridische complexiteit, een hoge bewijslast en de kosten en duur van procedures. De rekenkamer concludeert dat dit de effectiviteit van toezicht onder druk zet. Met dit beleidsplan formuleren gemeenten een gezamenlijke visie met bijbehorende kaders op toezicht en handhaving en worden randvoorwaarden gecreëerd voor een effectievere aanpak van zorgfraude. 3. Aansluiting bij aanbevelingen over ondermijning in de zorg Het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Limburg (RIEC Limburg) heeft in het rapport ‘Ondermijning in de zorg: het Limburgse zorgstelsel in gevaar?’ (26 augustus 2025) gewezen op

Pagina 2 van 5

risico’s van ondermijning binnen de zorgsector. In het rapport worden gemeenten opgeroepen om hun toezicht- en handhavingsinstrumentarium te versterken en beter samen te werken bij het signaleren en aanpakken van misstanden. Het voorliggende beleidsplan en uitvoerend kader draagt bij aan het versterken van deze aanpak binnen de regio Noord- en Midden-Limburg. 4. Efficiënte regionale samenwerking en betere informatie-uitwisseling Door toezicht en handhaving regionaal te organiseren kunnen veertien gemeenten expertise bundelen en beschikbare capaciteit efficiënter inzetten. Specialistische kennis op het gebied van toezicht en fraudeonderzoek is vaak schaars. Regionale samenwerking maakt het mogelijk deze kennis te delen en toezicht professioneler te organiseren. Daarnaast draagt het beleidsplan en uitvoerend kader bij aan een betere samenwerking en informatie-uitwisseling tussen gemeenten, toezichthouders en andere betrokken partijen. Ook maakt het trends, risico’s en patronen beter zichtbaar, zowel binnen als buiten het sociaal domein. 5. Ruimte voor bijsturing vanuit een lerende organisatie Het beleidsplan vormt het strategische kader voor toezicht en handhaving binnen de Wmo en de Jeugdwet. De verdere uitwerking van dit beleid gebeurt in een uitvoerend kader dat door het college wordt vastgesteld.

Vanuit het principe van een lerende organisatie is ervoor gekozen om deze uitwerking bij het college te beleggen. Dit maakt het mogelijk om snel in te spelen op nieuwe inzichten, signalen uit de praktijk en ontwikkelingen binnen het sociaal domein. Tegelijkertijd blijven de hoofdlijnen van het beleid en de uitgangspunten voor toezicht en handhaving transparant en zorgvuldig vastgesteld, terwijl de uitvoering flexibel kan worden aangepast. Het jaar 2026 geldt als overgangs- en implementatiejaar voor de nieuwe regionale uitvoeringsstructuur, waarin de toezichthouders gezamenlijk opereren. In 2027 kan vervolgens werkenderwijs worden onderzocht op welke punten het uitvoerend kader moet worden bijgesteld of verder verbeterd. Een voorbeeld hiervan is de rolverdeling tussen de toezichthouders en contractmanagement binnen de MGR. Deze is nog niet overal eenduidig georganiseerd. Dit heeft gevolgen voor onder meer de afstemming bij meldingen, de opvolging van toezichtbevindingen en de inzet van handhavingsmaatregelen. In het uitvoerend kader zijn doelen opgenomen om deze samenwerking te verduidelijken en de procesafspraken verder uit te werken. Dit vraagt nog om nadere concretisering en afstemming met de betrokken ketenpartners. Door dit soort punten stap voor stap te verbeteren in de praktijk, wordt de uitvoeringsstructuur steeds robuuster.

Op basis van deze overwegingen is ervoor gekozen om het uitvoerend kader in 2028 te evalueren en waar nodig aan te passen. 6. Ruimte voor lokale uitvoering binnen de regionaal vastgestelde kaders Hoewel het beleidsplan de gezamenlijke visie en uitgangspunten voor toezicht en handhaving vastlegt, blijft er ruimte nodig voor lokale invulling van dit beleid. Gemeenten verschillen in omvang, organisatie en uitvoeringspraktijk. Het is daarom belangrijk dat gemeenten binnen de door de raad vastgestelde kaders zelf kunnen bepalen hoe deze uitgangspunten het beste worden toegepast in hun lokale context. Deze beleidsruimte draagt bij aan maatwerk, sluit aan bij lokale verantwoordelijkheden en zorgt ervoor dat gemeenten adequaat kunnen reageren op specifieke ontwikkelingen of casuïstiek. Het uitvoerend kader biedt hiervoor de noodzakelijke flexibiliteit, terwijl de strategische koers en bestuurlijke kaders stevig blijven geborgd door de raad. Voor de gemeente Bergen (L.) betekent deze beleidsruimte dat signalen uit de lokale uitvoering, de toegang, contractmanagement en van inwoners actief kunnen worden ingebracht bij de regionale toezichthouders. Daarmee wordt geborgd dat toezicht en handhaving niet alleen thematisch of regionaal worden ingericht, maar ook aansluiten bij lokale aandachtspunten en ontwikkelingen. Kanttekeningen 1.

Verschillen in lokale uitvoering Hoewel de regionale samenwerking een belangrijke stap vooruit is, blijft de variatie in lokale uitvoering een punt van zorg dat blijvende aandacht en actieve afstemming vereist om de kwaliteit, rechtmatigheid en eenduidigheid van toezicht en handhaving te borgen. Er zijn nog verschillen

Pagina 3 van 5

tussen gemeenten in lokale verordeningen, beleidsregels en werkprocessen. Deze variatie heeft invloed op de uitvoerbaarheid van toezicht en handhaving en vraagt om continue afstemming tussen gemeenten, toezichthouders, contractmanagement en juridische ondersteuning om regionale uniformiteit en uitvoerbaarheid te borgen. 2. Voldoende capaciteit is noodzakelijk Uitbreiding en versterking is nodig om te kunnen voldoen aan de ambitie van proactief toezicht, themagerichte onderzoeken, calamiteitentoezicht en publicatie van rapporten. Dit vraagt om uitbreiding van de toezichtcapaciteit (kwaliteit én rechtmatigheid) en capaciteit voor de aandachtsfuncionarissen binnen gemeenten, waarbij in Midden-Limburg ook de taak van de aandachtsfunctionaris nog geregeld moet worden. Ook vraagt dit om structurele inzet en middelen voor contractmanagement, toegang en juridische ondersteuning. Omdat er bij de start onvoldoende capaciteit zal zijn om alle taken zoals opgenomen in het nieuwe beleid uitvoering te kunnen geven, zal er geprioriteerd moeten worden. Wanneer de nieuwe structuur loopt, zal er gekeken worden of en zo ja hoeveel uitbreiding noodzakelijk is en wat hier de (financiële) gevolgen van zouden zijn. Hierover dient nieuwe besluitvorming plaats te vinden. 3.

Mogelijk niet‑gelijktijdige vaststelling binnen de regio Noord- en Midden-Limburg Door de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 is onzeker of alle nieuwe raden en colleges van de veertien deelnemende gemeenten al vóór het zomerreces 2026 volledig zijn geïnstalleerd. Hierdoor kan de behandeling en vaststelling van het beleidsplan en uitvoerend kader per gemeente verschillen in tempo, waardoor de regionale besluitvorming niet volledig gelijktijdig verloopt. Dit vraagt om flexibiliteit in planning en goede afstemming tussen de deelnemende gemeenten, zodat de implementatie ondanks verschillen in lokale tijdslijnen zorgvuldig en uniform kan plaatsvinden.

Communicatie

- Het beleidsplan wordt gepubliceerd op de website van de MGR en de deelnemende gemeenten via Overheid.nl. - Inwoners en zorgaanbieders worden geïnformeerd via nieuwsbrieven, informatiebijeenkomsten en digitale kanalen. - Intern wordt het plan toegelicht aan medewerkers in het sociaal domein, met aandacht voor hun rol in signalering en samenwerking.

Juridische aspecten N.v.t.

Financiën / fiscale gevolgen

De MGR Noord- en Midden-Limburg verwerkt de kosten voor de uitvoering van het beleidsplan en uitvoerend kader in haar begroting. Wanneer er ná vaststelling van de begroting nog extra kosten ontstaan, dan kunnen die als begrotingswijziging worden verwerkt. Zowel de begroting als de begrotingswijziging legt de MGR via een zienswijze voor aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Met de huidige capaciteit is er geen sprake van extra kosten ten opzichte van de huidige situatie, enkel van een verschuiving van kosten. De kosten zullen niet meer via de gemeente Venlo lopen, zoals nu het geval is, maar via de MGR. Indien uit de uitvoering van het beleidsplan blijkt dat aanvullende capaciteit of middelen noodzakelijk zijn om de gestelde doelen te realiseren, zal hierover afzonderlijke besluitvorming plaatsvinden. Eventuele financiële consequenties voor de gemeente Bergen (L.) worden via de reguliere P&C-cyclus en via de zienswijzeprocedure op de MGR-begroting aan de gemeenteraad voorgelegd.

Pagina 4 van 5

Voorstel

Wij stellen u voor: Het beleidsplan ‘toezien, toezicht & handhaving Wmo en Jeugdwet Noord- en Midden-Limburg juni 2026 – 2033’ vast te stellen. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Bergen (L), {{esl:Signer1:capture:size(200,50)}}

H.H.M. Timmermans De Secretaris

{{esl:Signer2:capture:size(200,50)}}

M.H.D. Rauner De Burgemeester

Bijlage(n)

1. Raadsbesluit 2. Beleidsplan Toezien, toezicht & handhaving Wmo en Jeugdwet Noord- en Midden-Limburg juni 2026-2033 3. Uitvoerend kader Toezien, toezicht & handhaving

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17032965/1