Protocol naleving gedragscode en integriteitsregels def
Tekst van het document
Protocol voor mogelijke integriteitsschendingen door leden van de raad en het college en door de burgemeester
Inleiding In dit protocol zijn de rollen beschreven van de bij integriteitsschendingen betrokken personen/ organen. Daarnaast zijn er op hoofdlijnen uitgangspunten beschreven hoe te handelen bij de aanpak van integriteitskwesties. Dit protocol is een akkoord dat rechtens niet afdwingbaar is, maar berust op betrokkenheid en commitment van de partijen. Het protocol is daarmee niet “af”. Het zal evenals de gedragscode en integriteitsregels, geen statisch document zijn. Het moet geregeld opnieuw besproken worden. Waar ‘raadslid’ staat, kan ook ‘commissielid’ worden gelezen; ‘hij’ kan ook ‘zij’ zijn en omgekeerd. 1. Drie uitgangspunten Bij het opstellen van de handelwijze ten aanzien van vermoedens van integriteitsschendingen van de gedragscode is uitgegaan van een drietal principes: a) onpartijdige handhaving; b) terughoudendheid in de publiciteit; c) zorgvuldigheid ten aanzien van de vermeende schender. ad. a) Onpartijdige handhaving: Gedragscodes leggen de spelregels vast waaraan het handelen van politici en bestuurders in juridisch en moreel opzicht moet voldoen. Door deze spelregels moet de zuiverheid van het bestuurlijk handelen worden gewaarborgd. Partijpolitieke belangen mogen geen rol spelen in de naleving en handhaving van deze gedragscodes. Ook het verschil tussen oppositie en coalitie mag hierbij geen rol spelen.
Van politici van alle partijen wordt verwacht dat zij de discipline opbrengen om bij de beoordeling van integriteitskwesties boven de partijen en de partijbelangen te gaan staan. ad. b) Terughoudend met publiciteit: De media volgen in Nederland kritisch de politiek. Dat is een groot goed. Voorkomen moet worden dat er in de media al een veroordeling heeft plaatsgevonden, voordat er integriteitsonderzoek is gedaan. Het gevolg is dat er sprake is van willekeur, dat individuele politici die (onschuldig?) onder verdenking komen te staan persoonlijk beschadigd raken, hun partij in diskrediet raakt en de geloofwaardigheid van de politiek en het openbare bestuur wordt aangetast. Alle betrokkenen bij een integriteitskwestie moeten daarom de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten en zich houden aan de afspraken die zijn gemaakt over in de publiciteit brengen. Daaruit volgt ook dat in alle stadia van de afhandeling van een kwestie de groep die er bij betrokken wordt zo klein mogelijk moet zijn. Als er uiteindelijk werkelijk van integriteitsschending sprake blijkt te zijn en er een oordeel over de ernst daarvan en over een eventuele sanctie is gevormd, mag en moet de kwestie natuurlijk wel op de daarvoor afgesproken wijze naar buiten worden gebracht. ad.
c) Zorgvuldigheid tegenover vermeende schender: Iedereen die ervan verdacht wordt mogelijk een integriteitsschending te hebben begaan heeft er recht op dat er uiterste zorgvuldigheid en discretie worden betracht in alle fasen van de handhaving. Heeft een raadslid of bestuurder er weet van dat een collega van plan is iets te doen dat mogelijk een integriteitschending zou opleveren, dan is het wenselijk dat deze persoon de weg gewezen wordt om advies in te winnen. Iedereen die twijfelt - uit zichzelf of op geleide van een ander - of een voorgenomen handeling een integriteitsschending is, heeft recht op vertrouwelijk advies. Komt iemand onder verdenking te staan dat hij een integriteitsschending begaan heeft, dan kan met een integriteitsonderzoek vastgesteld te worden of er überhaupt grond is voor de verdenking. Als er een sanctie moet volgen, moet die sanctie passend en in verhouding zijn.
2. Rollen
Diverse politieke ambtsdragers c.q. organen hebben een rol inzake (vermoedens van) integriteitsschendingen van de gedragscode integriteit: Burgemeester De burgemeester is “hoeder van de integriteit”. Dit betekent dat zij de integriteit moet bevorderen en bij (vermoedens van) integriteitsschendingen door het bestuur handelend moet optreden. (artikel 170 Gemeentewet). Zij heeft een stimulerende, preventieve en repressieve taak ten aanzien van integriteit. De burgemeester wordt in deze rol ondersteund door de griffier, bij integriteitskwesties betreffende wethouders door de gemeentesecretaris. Indien nodig kan de burgemeester in- of externe deskundigen inschakelen bij advisering en een eventueel integriteitsonderzoek. Zij bekijkt samen met de griffier de agenda van de raad met het oog op mogelijke integriteitsrisico’s. Zij zorgt er samen met de griffier voor dat raadsleden door hun fractievoorzitter gewaarschuwd worden als zij integriteitsrisico’s lopen. Bij de burgemeester kunnen meldingen over mogelijke integriteitsschendingen worden gedaan. De burgemeester geeft bij voorkeur, schriftelijk advies, aan een raadslid over de vraag of een handeling een integriteitsschending is en zij adviseert over hoe hier verder mee om te gaan.
Indien nodig doet de burgemeester een integriteitsonderzoek, of zij laat een integriteitsonderzoek doen, om vast te stellen of er grond is voor de verdenking. De resultaten van het integriteitsonderzoek bespreekt zij met betrokkenen. Daarbij geeft zij een advies over de vervolgstappen indien er sprake is van een integriteitsschending. Daarnaast zorgt de burgemeester ervoor dat de betrokkenen geïnformeerd worden tijdens een procedure en de resultaten van een integriteitsonderzoek. De burgemeester beoordeelt, eventueel in samenspraak met de griffier, wie verder geïnformeerd wordt. Dit kunnen de fractievoorzitters of de raad zijn als het gaat om integriteitsschendingen door raadsleden. De burgemeester doet aangifte bij Justitie indien dat na integriteitsonderzoek noodzakelijk gebleken is. De burgemeester voert het woord richting de pers als in de raad over een integriteitsschending wordt gesproken. Griffier en gemeentesecretaris De griffier is de vraagbaak voor raadsleden en geeft advies over de vraag of een handeling een integriteitsschending is. De griffier ondersteunt de burgemeester desgevraagd bij de uitvoering van haar rol. De gemeentesecretaris vervult deze taak als het wethouders betreft.
Fractievoorzitters De fractievoorzitters vormen een klankbord voor de burgemeester waarmee zij tussentijds in beslotenheid kan overleggen over trajecten rond vermeende integriteitsschendingen, als de burgemeester dat raadzaam lijkt. Raad Indien er in de raad wordt gesproken over een integriteitskwestie beslissen de raadsfracties afzonderlijk of het noodzakelijk is om een politieke sanctie toe te passen.
3. Procedure Er is voor gekozen niet exact op te schrijven hoe er gehandeld wordt indien sprake is van een mogelijk integriteitsschending. De reden daarvoor is dat elke situatie om een ander aanpak kan vragen. Uiteraard moet de procedure wel zorgvuldig worden gevoerd. Toch is er een aantal uitgangspunten te geven bij de aanpak van integriteitskwesties. Dit zijn de volgende: • Informatie over integriteit of vragen of een voorgenomen handeling een integriteitsschending is, kunnen worden ingewonnen bij de griffier en de gemeentesecretaris. • Meldingen over mogelijke integriteitsschendingen zullen waar het gaat om een raadslid of een wethouder worden gedaan bij de burgemeester. Betreft de melding de burgemeester, dan wordt deze gedaan bij de Commissaris van de Koning. • In alle gevallen blijft de melder “buiten schot”. Hij heeft na de melding geen rol meer in de verdere procedure, maar krijgt wel informatie over het verloop ervan. • Bij alle meldingen moet er ten minste een redelijk vermoeden van een integriteitsschending, of
van een risico daarop zijn. • De burgemeester doet (als het gaat om een raadslid of wethouder) indien nodig een integriteitsonderzoek, of zij laat een integriteitsonderzoek doen, om vast te stellen of er grond is voor de verdenking. • De resultaten van een integriteitsonderzoek worden besproken met degene(n) over wie de melding is gedaan. • Mocht blijken dat er geen sprake is van een integriteitsschending, dan is de zaak daarmee afgedaan. Indien er wel sprake is van een integriteitsschending dan beziet de burgemeester met degene(n) die de melding betreft hoe verder gehandeld moet worden. • Afhankelijk van wie de integriteitsschending heeft begaan, worden de consequenties daarvan beoordeeld door: - betreft het een raadslid: de eigen fractie dan wel de raad; - betreft het een wethouder: de raad; - betreft het de burgemeester: de raad, eventueel in overleg met de Commissaris van de Koning 4. Communicatie Bij integriteitskwesties is het risico op individuele schade en schade ten aanzien van de politiek groot. Het is dan ook van groot belang om in voorkomende gevallen heldere afspraken te maken over de wijze van communicatie en deze na te leven.
• De persoon die de mogelijke integriteitsschending heeft gemeld is alleen bekend bij de burgemeester en de griffier (betreft het een wethouder: alleen bij de burgemeester, gemeentesecretaris en griffier) • Als er schriftelijke adviezen in het kader van het integriteitsonderzoek worden gegeven door de burgemeester, dan krijgt de vermeende schender deze mee na het gesprek met de burgemeester. • Adviezen die worden opgevolgd blijven vertrouwelijk. In principe weten alleen de vermeende schender en de burgemeester ervan. • Als er een integriteitsonderzoek naar een vermeende integriteitsschending wordt ingesteld, wordt de vermeende schender altijd op de hoogte gesteld en gevraagd naar zijn visie, argumenten en motieven. Hier wordt alleen van afgeweken als het om een ernstige integriteitsschending gaat en het eventuele vervolgonderzoek in gevaar komt als de vermeende schender op de hoogte gesteld wordt. In een dergelijk geval vindt er later informatieverstrekking aan en wederhoor met betreffende vermeende schender plaats. • Als er een integriteitsonderzoek wordt ingesteld en de conclusie is dat de verdenking ongegrond is, blijft het integriteitsonderzoek geheim. • Als er een integriteitsonderzoek wordt ingesteld en hieruit blijkt dat er sprake is van een integriteitsschending, dan bepaalt de burgemeester hoe verder wordt gehandeld.
• Als een integriteitskwestie wordt besproken in de raad wordt de pers pas nadat de raad een besluit heeft genomen door de burgemeester op de hoogte gesteld.
5. Leren De griffier stelt, in samenspraak met de gemeentesecretaris, eens per twee jaar een geanonimiseerd overzicht op. Het betreft een overzicht van de lessen die uit adviezen te leren zijn en de lessen die uit de resultaten van integriteits- en vervolg onderzoek getrokken kunnen worden. Het overzicht wordt zodanig opgesteld dat er geen link met specifieke bestuurders mogelijk is. De gegevens van dit overzicht vormen ook input voor de periodieke evaluatie van de gedragscode.