CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026

Gemeenteraad 10 november 2025, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van de Programmabegroting 2026;29.772 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Niet gevonden in dit document.

24

Cultuurhistorie Wij ontwikkelen Erfgoedbeleid aan de hand van het “Verhaal van Bergen” om te komen tot een herijking van de gemeentelijke monumenten. Actueel beleid hierin is van belang voor het nieuwe Omgevingsplan. Binnen het erfgoedbeleid wordt ook omgevingskwaliteit meegenomen. Dit zal dienen ter vervanging van het ruim 20 jaar oude Welstandsbeleid en een plek krijgen in het Omgevingsplan. Wat kost het: Tabel 2.3

Baten en Lasten Ruimtelijke ontwikkeling

(bedragen x € 1.000)

Rekening

Begroting

Omschrijving

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Totale lasten

1.297

1.630

1.516

1.518

1.595

1.583

Totale baten

739

317

377

377

377

377

Resultaat voor bestemming

559

1.313

1.139

1.141

1.219

1.206

Toevoeging reserves

142

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

302

217

217

217

217

217

Mutaties reserves

-160

-217

-217

-217

-217

-217

Resultaat na bestemming

398

1.096

897

899

976

964

Reserves

2.4 Thema Economie, Recreatie en Toerisme Waar dit thema over gaat: Het Economisch Programma Bergen 2030 bepaalt de koers voor economische ontwikkeling in de gemeente Bergen. Daarbij spelen het bedrijfsleven en de randvoorwaarden die de overheid creëert een belangrijke rol. Binnen dit programma vallen deelprogramma's voor vrijetijdseconomie en het bedrijventerrein De Flammert. Wat willen we bereiken/ Wat gaan we ervoor doen: Economie algemeen 1. We voeren het Economische Programma Bergen 2030 uit, met als centrale ambitie een vitale en duurzame economische sector, met oog voor balans tussen wonen, natuur en werken. 2. Wij zetten in op het verbeteren van de relatie met bedrijfsleven door: a. een ondernemersgerichte aanpak en het actief ondersteunen van initiatieven (faciliterende, dienstverlenende overheid); b. door te gaan met de bedrijfscontactfunctionaris als eerste aanspreekpunt voor ondernemers; c. het onderhouden van contact met bedrijventerreinvereniging De Flammert, ondernemersverenigingen, brancheorganisaties en overige ondernemers zodat we weten wat er speelt. 3. We werken in de regio Noord Limburg aan het versterken van de samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheid via Crossroads Limburg. Recreatie en toerisme 1.

Wij voeren het Toeristisch Programma Vrijetijdseconomie Gemeente Bergen (2021) uit, met als doel een aantrekkelijke gemeente voor zowel inwoners als toeristen, passend bij de draagkracht van de gemeente. Daarbij werken we aan het aanbod en de kwaliteit van het toeristischrecreatieve product, de (regio)marketing en promotie en versterken samenwerking. In 2026 gaan we het Toeristisch Programma actualiseren.

25

2. We zetten de in 2022 opgezette overlegstructuur met de toeristisch-recreatieve sector voort, met werkgroepen rondom thema's en enkele grote ondernemersbijeenkomsten. Initiatieven vanuit de sector worden hier besproken en verder gebracht. Er is een jaarlijks budget vanuit de gemeente voor ondersteuning van initiatieven. 3. We blijven investeren in de kwaliteit van onze routestructuren, onder andere in samenwerking met het Routebureau Noord- en Midden-Limburg. 4. De gemeente zet zich in voor een gezonde sector voor verblijfsrecreatie in samenwerking met ondernemers, Regio Noord-Limburg, de provincie Limburg en de Rijksoverheid. 5. We hebben aandacht voor de toeristisch-recreatieve ontwikkeling in Maaspark Well. Daarbij leggen we de focus op een duurzame ontwikkeling in het gebied rondom de Kamp / Voorhaven, de ontwikkeling van het gebied Seurenheide en het versterken van de routestructuren. 6. We willen het Nationaal Park Maasduinen versterken door duidelijke zonering, optimaliseren van de recreatieve infrastructuur in en om het Nationaal Park De Maasduinen en het verbeteren van het merk. 7. We zetten in op ontwikkeling van de N271 als etalage van de regio. 8. De gemeente Bergen ondersteunt het Toeristisch Platform Maasduinen door een jaarlijkse bijdrage en ondersteunt projecten op het gebied van toeristische informatie en promotie. 9.

In samenwerking met de gemeenten in de regio Noord-Limburg geven we uitvoering aan het Actieprogramma Toerisme en Recreatie, met onder andere aandacht voor dag- en verblijfsrecreatie, vrijetijdslandschappen, cross-overs tussen de toeristische sector en andere sectoren en regiomarketing. Agrarische sector 1. We hebben een positieve grondhouding voor initiatieven met als doel het verbreden van de landbouw. 2. We ondersteunen initiatieven op het gebied van toekomstgerichte landbouw, zoals agrarisch natuurbeheer, kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw. We zetten hierop in via De Marke Stichting. Onder andere samen met agrarische ondernemers. 3. Wij zetten in op de ontwikkeling van de Innovatieboulevard op het Energielandgoed Wells Meer, met ruimte voor innovatieve agrarische concepten. 4. Wij overleggen periodiek met de LLTB en de agrarische sector over de toekomst van de sector in de gemeente Bergen. Industrieterrein De Flammert 1. We voeren het programma toekomstbestendig bedrijventerrein De Flammert (2022) uit en streven hiermee naar een vitaal, veilig, duurzaam en aantrekkelijk bedrijventerrein. 2. We nemen deel aan de bedrijventerreinenvereniging De Flammert. 3. We gaan met de eigenaren van leegstaande percelen overleg voeren over de toekomstige ontwikkeling van hun terrein. Detailhandel 1. We zetten in op de doorontwikkeling van Mosaïque door: a.

Het versterken van de samenwerking tussen ondernemers; b. Het ondernemersfonds Mosaïque, waarmee de ondernemers de mogelijkheid hebben gezamenlijke activiteiten uit te voeren; c. Het transformeren van de oostzijde van Mosaïque.

26

Wat kost het: Tabel 2.4

Baten en Lasten Economie, Recreatie en Toerisme

(bedragen x € 1.000)

Rekening

Begroting

Omschrijving

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Totale lasten

644

576

740

693

669

674

Totale baten

974

974

947

937

937

937

Resultaat voor bestemming

-331

-398

-207

-244

-268

-263

Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

85

5

5

5

5

5

Mutaties reserves

-85

-5

-5

-5

-5

-5

Resultaat na bestemming

-416

-403

-211

-249

-272

-268

Reserves

27

Programma 3 Bestuur en Financiën 3.1 Thema Algemeen Bestuur Waar dit thema over gaat: Dit thema gaat over het bestuur van de gemeente waarbij gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester zelfstandige bevoegdheden hebben. Wat willen we bereiken/ Wat gaan we ervoor doen: 1. Het gemeentebestuur heeft als taak besluiten te nemen die ten dienste staan van de inwoners van onze gemeente. Dit moet dé leidraad zijn voor het handelen van bestuurders, politici en ambtenaren. 2. Op grond van de door de gemeenteraad in 2021 vastgestelde Nota Dienstverlening en het Beleidskader Participatie en Zelfsturing blijven bestuur en ambtelijke organisatie werken aan verbetering van de dienstverlening en samenwerking met inwoners en bedrijven. Wanneer en hoe de gemeente inwoners bij het opstellen en uitvoeren van beleid betrekt, is vastgelegd in een Participatieverordening. Voor onderwerpen die spelen in het sociaal domein, is deze taak belegd bij de adviesraad sociaal domein. 3. Om de vier jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen, de eerstvolgende op 18 maart 2026. Na deze verkiezingen krijgen de nieuw gekozen raadsleden (en ook de commissieleden) een inwerkprogramma aangeboden. Ook vinden er coalitieonderhandelingen plaats, wordt er een coalitieprogramma of -akkoord vastgesteld en zal de raad wethouders benoemen. 4.

Raads- en commissieleden hebben recht op ICT-middelen om hun werk goed te kunnen doen. In 2022 hebben zij iPads in bruikleen gekregen. Deze gaan nog zeker een raadsperiode mee, wat betekent dat er geen extra budget voor de aanschaf van nieuwe apparatuur nodig is. We zullen extra aandacht besteden aan de gebruiksvriendelijkheid van de iPads en het geven van goede instructies. 5. Verordeningen en reglementen die het raads- en commissiewerk ondersteunen, houden we up to date. 6. De gemeenteraad blijft geregeld overleg voeren met de dorpsraden om er in samenspraak voor te zorgen dat het prettig wonen, werken en verblijven is in onze gemeente. 7. Wij willen jongeren meer interesseren voor en betrekken bij het democratisch besluitvormingsproces. Vanaf november 2025 hebben we een kinderburgemeester. Vanaf het voorjaar van 2026 gaan we het spel Democracity (voor groep 7 en 8 van basisscholen) opnieuw organiseren. Raadsvoorstellen en -besluiten maken we ook voor minder taalvaardige personen begrijpelijk, onder andere met behulp van kunstmatige intelligentie (AI). 8. De gemeenteraad stelt de beleids- en financiële kaders vast waarbinnen de gemeente haar werkzaamheden uitvoert. Het actief betrekken van de gemeenteraad bij het opstellen van de kadernota wordt voortgezet. 9. Sinds 2025 werken we met een eigen griffiebegroting.

Dit om de taken en verantwoordelijkheden tussen college en raad helder te presenteren. De griffiebegroting vindt u in bijlage 13.

28

Wat kost het: Tabel 3.1

Baten en Lasten Algemeen bestuur

(bedragen x € 1.000)

Rekening

Begroting

Omschrijving

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Totale lasten

1.907

1.753

1.378

1.358

1.333

1.333

Totale baten

12

0

0

0

0

1.895

1.753

1.378

1.358

1.333

1.333

Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

215

1.662

0

0

0

0

Mutaties reserves

-215

-1.662

0

0

0

0

Resultaat na bestemming

1.680

91

1.393

1.358

1.333

1.333

Resultaat voor bestemming Reserves

3.2 Thema Publieke Dienstverlening Waar dit thema over gaat: Dienstverlening Dienstverlening gaat over de manier waarop we service verlenen aan inwoners, ondernemers en andere stakeholders. Op 9 februari 2021 heeft de gemeenteraad de Nota Dienstverlening 2021 vastgesteld. De verbetervoorstellen die hierin staan zijn inmiddels uitgevoerd. Dienstverlening is geborgd in de organisatie en heeft voortdurend onze aandacht. Communicatie Communicatie gaat zowel over het informeren van de inwoners als het gesprek mét de inwoners. Dit doen we via diverse kanalen en we proberen daarmee de juiste boodschap bij de juiste doelgroep te brengen. Waar nodig en mogelijk, willen we inwoners actief betrekken. We zetten communicatie ook in om onze gemeente te profileren en om aan ons imago te bouwen. Wat willen we bereiken/ Wat gaan we ervoor doen: Dienstverlening 1. In de door onze raad vastgestelde nota Dienstverlening zijn zeven servicebeloften geformuleerd die ons helpen om de dienstverlening richting inwoners, ondernemers en andere stakeholders te professionaliseren. Deze nota is ons uitgangspunt. 2. In 2026 werken we verder aan: • Goede ICT om het proces van dienstverlening efficiënter te laten verlopen en het voor onze inwoners, ondernemers en andere stakeholders mogelijk te maken om in goed contact te komen en te blijven met de gemeente.

• Bewustzijn en draagvlak binnen de organisatie daar waar het gaat om communicatie met onze inwoners, ondernemers en andere stakeholders. Begrijpelijke communicatie is hiervan nog steeds een belangrijk onderdeel. • Aan het Rekenkameronderzoek Kwaliteit van Dienstverlening (2024) is vervolg gegeven. Er is een jaarplan dienstverlening 2025-2026 opgesteld. Waarin aandacht is voor de activiteiten waar we doorlopend op blijven inzetten, te weten, bereikbaarheid, training (nieuwe) medewerkers, monitoring en participatie. Maar waarin we ook doelen hebben gesteld ten aanzien van online formulieren, afnemen van enquêtes op een aantal thema’s, investeren op digitale dienstverlening en zetten we de mogelijkheden van AI in.

29

Communicatie 1. We willen dat inwoners, ondernemers, verenigingen en organisaties ons ervaren als een open en transparante organisatie. Daarom willen we proactief, tijdig en begrijpelijk communiceren. Door goede informatieverstrekking over plannen en uitvoering van beleid organiseren we betrokkenheid. 2. We willen de gemeente helder positioneren, zodat inwoners en ondernemers zien dat de gemeente een aantrekkelijke plaats is om te wonen en te ondernemen. 3. We willen ervoor blijven zorgen dat communicatie een vast onderdeel is van het beleidsproces en de projectaanpak. Hierbij wordt communicatie op een verbindende manier ingezet door al onze medewerkers. Hiervoor zetten we de gebruikelijke communicatiemiddelen in, en waar mogelijk betrekken we inwoners, ondernemers en verenigingen bij voorbereiding en evaluatie. 4. We onderhouden actief contact met de pers en vergroten de communicatiekracht door bewustzijn en vaardigheden te ontwikkelen bij onze medewerkers. Wat kost het: Tabel 3.2

Baten en Lasten Publieke dienstverlening

(bedragen x € 1.000)

Rekening

Begroting

Omschrijving

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Totale lasten

518

467

467

467

467

467

Totale baten

292

235

242

242

242

242

Resultaat voor bestemming

226

232

225

225

225

225

Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

0

Mutaties reserves

0

0

0

0

0

0

226

232

225

225

225

225

Reserves

Resultaat na bestemming

3.3 Thema Veiligheid Waar dit thema over gaat: Dit thema gaat over de veiligheid van de inwoners en bezoekers. Veiligheid is een basisbehoefte. We willen dat het veilig wonen, werken en recreëren is in de gemeente Bergen. Verschillende partijen leveren een bijdrage aan die veiligheid. Samenwerking met interne en externe partners is op dit gebied van groot belang. In het Integraal Veiligheidsplan staan de prioriteiten op het gebied van veiligheid opgenomen. Wat willen we bereiken/ Wat gaan we ervoor doen: De ambities en activiteiten op het vlak van vergunningverlening, toezicht en handhaving en integrale veiligheid voor 2026 zijn als volgt: 1. Integrale aanpak met regierol voor de gemeente We streven naar een integrale uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) onder de Omgevingswet, waarbij de gemeente de regie voert en samenwerkt met regionale partners, zoals de nieuwe omgevingsdienst (start 1 april 2026), zonder taken van anderen over te nemen. 2. Versterking van de verbinding tussen zorg, veiligheid en omgevingsrecht We verbinden zorg- en veiligheidsdossiers met VTH-processen om sociale en fysieke overlast

30

3.

4. 5.

(bijvoorbeeld illegale bewoning, ondermijning, of hinder door dieren) effectief aan te pakken, in samenwerking met het Zorg- en Veiligheidshuis. Bestrijding van ondermijnende criminaliteit We maken inwoners, bedrijven en de gemeente weerbaarder tegen ondermijning door gerichte VTH-acties, zoals BIBOB-toetsing bij vergunningen en toezicht op risicovolle locaties (bijvoorbeeld bedrijventerreinen, buitengebied). We voeren daarnaast controles uit met het Act Team en werken hierin samen met diverse partners binnen het veiligheidsdomein, zoals de politie, het RIEC en andere betrokken instanties. Onze medewerkers worden getraind op het herkennen van ondermijnende criminaliteit. Realiseren van het Integraal Veiligheidsplan We verwezenlijken de doelen van het Integraal Veiligheidsplan via een uitvoeringsplan dat veiligheids- en VTH-doelen combineert, met focus op leefbaarheid en openbare orde. Concrete activiteiten voor 2026: a. Verbetering zorg en veiligheid: We versterken de samenwerking met het Zorg- en Veiligheidshuis om sociale incidenten te de-escaleren. Om kwetsbare inwoners beter te ondersteunen en risico’s voor de openbare orde te beperken, zetten we in op een integrale aanpak binnen het zorg- en veiligheidsdomein. b.

Projecten tegen ondermijning: We voeren Regiodeal-projecten uit, zoals controles op illegale activiteiten op bedrijventerreinen en in het buitengebied, in samenwerking met de omgevingsdienst en het ACT! Interventieteam. c. Optimalisatie Omgevingswet-processen: We evalueren de ervaringen met de Omgevingswet (sinds 2024) en optimaliseren VTH-processen (bijvoorbeeld DSOgebruik) om 95% van de vergunningaanvragen binnen wettelijke termijnen af te handelen. d. Dejuridisering van conflicten: We bevorderen oplossingen zonder juridische escalatie, zoals mediation bij burenconflicten over overlast, in lijn met de Omgevingswet-filosofie. e. Actualisatie APV en VFL: We herzien de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) om beter aan te sluiten bij de Omgevingswet en lokale behoeften, zoals ondermijning. f. Regionale samenwerking tegen ondermijning: Een gemeentelijke BOA neemt structureel deel aan acties van het Regionaal Uitvoeringsteam (ACT!) om ondermijning te bestrijden, zoals illegale verhuur of drugspanden. Tevens zetten we in op preventieve projecten, zoals ‘Veilig Buitengebied’, om risico’s vroegtijdig te signaleren en de weerbaarheid van inwoners en ondernemers te vergroten. g.

Grootschalige controles in het buitengebied: We plannen zes regionale acties met (groene) BOA’s uit het handhavingsconvenant om illegale activiteiten (bijvoorbeeld mountainbiken, motorcross, stroperij) in het Limburgse buitengebied te controleren, met focus op natuurgebieden. h. Handhavingsarrangement met politie: We stellen een handhavingsarrangement met de politie vast om VTH- en veiligheidstaken (bijvoorbeeld brandveiligheid, illegale bewoning) beter af te stemmen. i. Transitie naar de omgevingsdienst: We bereiden de inwerkingtreding van de nieuwe omgevingsdienst (1 april 2026) voor door een bedrijfsplan op te stellen, inclusief overdracht van dossiers, financieringsvoorstellen, en een gemeenschappelijke regeling, die aan de gemeenteraad worden voorgelegd. j. VTH-uitvoeringsprogramma: We stellen een VTH-uitvoeringsprogramma 2026 vast met specifieke accenten (bijvoorbeeld duurzaamheid, brandveiligheid, erfgoed) en meetbare doelen (bijvoorbeeld 100% controle op risicovolle activiteiten). Jaarlijks rapporteren we over de voortgang. k. Vanaf 2026 integreren we de acties uit het uitvoeringsplan Integrale Veiligheid in het VTH-uitvoeringsplan. Hiermee borgen we de inzet op thema’s zoals preventie, overlast en ondermijning binnen de bredere VTH-structuur. De jaarlijkse rapportage over het afzonderlijke uitvoeringsplan komt hiermee te vervallen.

31

Wat kost het: Tabel 3.3

Baten en Lasten Veiligheid

(bedragen x € 1.000)

Rekening

Begroting

Omschrijving

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Totale lasten

2.123

2.105

1.718

1.682

1.697

1.682

Totale baten

732

531

120

120

120

120

1.391

1.573

1.598

1.562

1.577

1.562

Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

0

Mutaties reserves

0

0

0

0

0

0

1.391

1.573

1.548

1.512

1.527

1.562

Resultaat voor bestemming Reserves

Resultaat na bestemming

3.4 Thema Financiën Waar dit thema over gaat: Het thema financiën gaat over de balans tussen de baten en lasten voor de inwoners en bedrijven. We willen een financieel stabiele en gezonde gemeente zijn, met een degelijk financieel beleid. Dit beleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: 1. We streven naar een evenwichtige begroting, ook voor komende jaren; 2. Structurele lasten willen we dekken we met structurele baten; 3. Bezuinigingen die het rijk ons oplegt, verwerken we eventueel binnen het betreffende beleidsterrein. Wat willen we bereiken/ Wat gaan we ervoor doen: Belastingen en heffingen 1. Diverse belastingverordeningen voor het jaar 2026 worden in de raadsvergadering van december 2025 vastgesteld, het gaat om de volgende verordeningen: a. OZB 2026; b. Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht 2026; c. Rioolheffing 2026; d. Forensenbelasting 2026; e. Verblijfsbelasting 2026; f. Reclamebelasting 2026; g. Leges 2026. 2. Het beleid in dit kader leest u terug in de paragraaf lokale heffingen. PRC-cyclus 1. Middels de PRC-cyclus zorgen wij ervoor dat wij in control zijn voor wat betreft uitgaven en inkomsten. a. Maandelijks stellen wij voor intern gebruik een managementrapportage op. b. Daarnaast wordt er ieder kwartaal met de raad gecommuniceerd via de kwartaalrapportages (over eerste en derde kwartaal) en de bestuursrapportage (over het eerste half jaar).

De bestuursrapportage leidt tot een begrotingsbijstelling. c. De jaarrekening is het sluitstuk van de PRC cyclus in het betreffende jaar.

32

Wat kost het: Tabel 3.4

Baten en Lasten Financien

(bedragen x € 1.000)

Rekening

Begroting

Omschrijving

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Totale lasten

132

1.273

3.099

2.650

1.686

1.973

Totale baten

36.113

37.384

38.218

38.231

37.649

37.890

Resultaat voor bestemming

-35.981

-36.111

-35.119

-35.581

-35.963

-35.916

Toevoeging reserves

1.349

1.130

0

0

0

0

Onttrekking reserves

27

-1.093

5

5

5

5

1.323

2.223

-5

-5

-5

-5

-34.658

-33.888

-36.035

-36.105

-36.291

-36.266

Reserves

Mutaties reserves Resultaat na bestemming

3.5 Thema Overhead Waar dit thema over gaat: Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is in 2016 gewijzigd. Met een duidelijke definitie en een voorgeschreven presentatie van overheadkosten verwacht het Rijk beter inzicht in deze kosten te krijgen. Overhead bestaat in elk geval uit: 1. Leidinggevenden; 2. Financiën, gemeentelijke control en interne controle; 3. P&O en HRM; 4. Inkoop(ondersteuning); 5. Communicatie; 6. Juridische zaken; 7. Bestuur en bestuur ondersteuning; 8. ICT; 9. Facilitaire zaken & huisvesting; 10. Archief; 11. Managementondersteuning. De kosten van de hiervoor genoemde zaken worden via een bepaalde systematiek verdeeld. Notitie Overhead In juli 2016 heeft de BBV-commissie een notitie geschreven met afspraken rondom Overhead. We omarmen de uitgangspunten uit deze notitie en volgen de voorgeschreven inrichting. Wat willen we bereiken/ Wat gaan we ervoor doen: 1. We volgen de ontwikkelingen en voeren verbeteringen door in onze administratie. De verbeteringen baseren we o.a. op de notities die de commissie BBV uitbrengt. 2. Vanaf 2023 verwerken we de overheadkosten via dit thema. Hiermee is de administratie transparant ingericht en voldoen we aan de voorschriften, zoals de BBV commissie die stelt.

33

Wat kost het: Tabel 3.5

Baten en Lasten Overhead

(bedragen x € 1.000)

Rekening

Begroting

Omschrijving

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Totale lasten

8.044

8.043

7.864

7.959

7.864

7.880

Totale baten

823

995

937

937

861

861

7.221

7.048

6.927

7.022

7.003

7.020

Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

240

25

25

25

25

25

Mutaties reserves

-240

-25

-25

-25

-25

-25

Resultaat na bestemming

6.981

7.023

6.902

7.007

6.987

7.004

Resultaat voor bestemming Reserves

34

Samenvatting begroting Totaaloverzicht van baten en lasten

(bedragen x € 1.000)

Rekening Lasten

Begroting

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Programma 1

21.870

22.942

21.385

20.954

20.904

20.725

Programma 2

10.268

12.414

11.273

11.497

11.556

11.613

Programma 3

12.724

12.518

13.436

13.208

13.043

13.035

Totaal lasten

44.862

47.875

46.095

45.658

45.504

45.373

Rekening

Begroting

Baten

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Programma 1

5.209

5.782

4.458

4.391

4.391

4.391

Programma 2

2.951

3.909

1.618

1.663

1.694

1.701

Programma 3

37.972

39.145

40.163

39.824

39.204

39.616

Totaal baten

46.132

48.836

46.239

45.877

45.289

45.708

Saldo lasten en baten voor reservemutaties

-1.270

-961

-144

-219

215

-335

Rekening

Begroting

Reserve mutaties

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Dotaties aan de reserves

1.940

1.387

257

394

394

394

Onttrekkingen aan de reserves

2.527

1.548

904

818

580

528

Saldo reserve mutaties

-587

-161

-647

-424

-187

-134

-1.122

-791

-643

28

-470

Saldo van baten en lasten inclusief reserve mutaties

35

Deel 3 De Paragrafen Inleiding Na de programma’s gaan we specifiek in op 8 onderwerpen die voor alle gemeenten van belang zijn. Achtereenvolgens komen aan de orde: A. Lokale heffingen B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing C. Onderhoud kapitaalgoederen D. Financiering E. Bedrijfsvoering F. Verbonden partijen G. Grondbeleid H. Openbaarheid (Nieuw, met ingang van Begroting 2026)

36

Paragraaf A Lokale Heffingen Algemeen In artikel 8 van de BBV is de verplichting opgenomen dat de paragraaf ‘lokale heffingen’ in de begroting opgenomen moet worden. Volgens artikel 10 van de BBV bevat deze paragraaf in ieder geval de volgende onderdelen: • de geraamde inkomsten; • het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; • een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekening en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; • een aanduiding van de lokale belastingen; • een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Bij het schrijven van deze paragraaf houden we rekening met de indeling van het BBV. Geschatte en gerealiseerde inkomsten In het coalitieprogramma is opgenomen dat we blijven streven naar een zo laag mogelijke belastingdruk. In de vastgestelde kadernota 2026 is het beleid met betrekking tot de tarieven van de gemeentelijke belastingen aangegeven.

In deze begroting hebben wij rekening gehouden met: • Onroerende zaakbelastingen: stijging van 3,7% conform inflatiepercentage; • Forensenbelasting: stijging van 3,7% conform inflatiepercentage; • (Water) verblijfsbelasting: stijging van 3,7% conform inflatiepercentage én een extra verhoging van het tarief van 5% voor 2026; • Afvalstoffenheffing: 100% kostendekking. Tarief wordt in de raadsvergadering van december 2025 vastgesteld; • Rioolrecht: conform het vastgestelde GRP is de tariefsverhoging € 3,7% conform inflatiepercentage; • Reclamebelasting: Via deze heffing wordt € 15.000 in rekening gebracht bij ondernemers in Mosaique. Dit bedrag wordt overgemaakt aan het ondernemersfonds. Tariefaanpassing is niet aan de orde. De gemeentelijke belastingen zijn, ná de inkomsten uit het gemeentefonds, de grootste inkomstenbron van een gemeente. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de geschatte inkomsten van de lokale heffingen. Rekening

Begroting

Opbrengst gemeentelijke heffingen

2024

2025

2026

2027

2028

2029

OZB niet woningen

822.405

839.655

870.723

902.940

935.157

967.374

OZB woningen

1.684.719

1.682.276

1.744.520

1.809.067

1.873.614

1.938.161

Afvalstoffenheffing

1.411.442

1.478.782

1.770.022

1.817.075

1.817.075

1.817.075

Rioolrechten

1.757.000

1.788.060

1.854.219

1.860.060

1.896.060

1.896.060

Toeristenbelasting

648.000

700.000

760.900

910.900

910.900

1.010.900

Reclamebelasting

13.234

7.200

15.000

15.000

15.000

15.000

Begrafenisrechten

14.356

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

Forensenbelasting

98.352

100.041

103.743

103.743

103.743

103.743

Omgevingsvergunningen

341.709

221.700

306.700

306.700

306.700

306.700

37

Gehandicaptenparkeerkaarten

4.823

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Paspoorten/rijbewijzen

261.765

184.500

197.500

197.500

197.500

197.500

Secretariegelden

28.801

44.894

39.133

39.133

39.133

39.133

Bijzondere wetten

1.785

5.500

5.500

5.500

5.500

5.500

7.088.389

7.065.108

7.680.460

7.980.118

8.112.882

8.309.646

Totaal

Beleid ten aanzien van de lokale heffingen Voor de huidige bestuursperiode is, in het coalitieprogramma 2022-2026, aangegeven dat we blijven streven naar een zo laag mogelijke belastingdruk. In de vergelijking met andere gemeentes liggen de belastingtarieven in de gemeente Bergen ook laag. Sinds 2012 verzorgt de gemeenschappelijke regeling tussen de Belastingsamenwerking Gemeenten en de Waterschappen (BsGW) de uitvoering van gemeentelijke belastingen en de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ). De bevoegdheden tot vaststelling en inning van de belastingen zijn overgedragen aan deze gemeenschappelijke regeling. Bij de gemeenten is alleen de vaststelling van het beleid en de regievoering overgebleven. Regionale belastingtarieven Het vergelijken van belastingtarieven tussen gemeenten is vaak lastig. Het ligt voor de hand om heel eenzijdig de tarieven van de verschillende gemeenten te benaderen. Iedere gemeente maakt beleidskeuzes voor de opbouw van tarieven. We hebben op een aantal plekken in deze paragraaf een vergelijk gemaakt tussen de tarieven zoals ze in Bergen gelden en de tarieven van omliggende gemeenten. In de vergelijking met de omliggende gemeentes zie je dat de Gemeente Bergen nog altijd laag ligt met de lokale heffingen Onroerendezaakbelastingen In de kadernota 2026 is voorgesteld om de OZB opbrengst met 3,7% te indexeren.

38

OZB-tarief eigenaar woning 2025 provincie Limburg De zwarte lijn is het gewogen gemiddelde

39

Verblijfsbelasting Met de vastgestelde kadernota 2026 is er ingestemd met een tariefsverhoging van 8,7%. Na afronding leidt dit tot een aanpassing van het tarief per overnachting stijgt van € 1,40 in 2025 naar € 1,50 in 2026. Wij kennen ten opzichte van de regiogemeenten een relatief laag tarief voor de verblijfsbelasting.

Forensenbelasting De forensenbelasting is gekoppeld aan de WOZ-waarde. Bij de bepaling van het tarief is daarom rekening gehouden met wat hiervoor bij de onroerend zaakbelasting is vermeld. De tarieven van 2026 staan in deze tabel. Forensenbelasting WOZ-waarde

Tarief

tot € 60.000

€ 320

van € 60.001 tot € 120.000

€ 656

van € 120.001 tot € 180.000

€ 1.530

van € 180.001 tot € 299.000

€ 2.838

vanaf € 299.001

€ 3.107

Leges, rechten en heffingen Leges zijn een vergoeding voor geleverde diensten. De legesverordening en de hierin opgenomen tarieven zijn in het voorjaar van 2025 herzien. Een voorstel tot aanpassing van de legestarieven 2026 wordt eind 2025 aan uw raad aangeboden. Uitgangspunten hierbij is de in de kadernota 2025 opgenomen tarief index van 3,7%. Milieuheffingen Kenmerkend voor deze heffingen is dat de opbrengst niet vrij te besteden is. De gecalculeerde opbrengsten mogen niet hoger zijn dan de kosten.

40

De tarieven voor het jaar 2026 worden in de raadsvergadering van december 2025 vastgesteld. Bij de vaststelling van de belastingverordeningen wordt ook altijd de kostendekking vastgesteld. Uitgangspunt is een maximale kostendekking op begrotingsbasis.

Kostendekkende afvalstoffenheffing De volgende uitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de afvaltarieven: • Berekening voor het nieuwe jaar mede baseren op ledigingsgegeven in het actuele jaar; • Verwachte saldi in het actuele jaar meewegen bij de tariefstelling voor het nieuwe jaar; • Gespaarde overschotten in afgesloten jaren in twee jaar inzetten voor tarief egalisatie; • Bij de berekening wordt sinds 2025 rekening gehouden met overheadkosten (15% totale kosten afval); • Bij de berekening wordt wel rekening gehouden met BTW.

41

De kosten en opbrengsten van afval zien er als volgt uit: Kostendekkendheid Afval

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029

Kosten en baten Afval Kosten Inkomsten taakveld excl. heffingen

1.362.779 1.301.304

Netto kosten

1.216.139 1.167.040

Toe te rekenen kosten Overhead BTW Totaal toe te rekenen

146.640

0 268.620 268.620

134.264

0 223.920 223.920

1.450.814 1.458.014 1.458.014 1.458.014 88.481

88.481

88.481

88.481

1.362.333 1.369.533 1.369.533 1.369.533

217.622 228.840 446.462

218.702 228.840 447.542

218.702 228.840 447.542

218.702 228.840 447.542

Totale kosten

1.484.759 1.390.960

1.808.795 1.817.075 1.817.075 1.817.075

Bruto opbrengst heffingen

1.411.442 1.228.549

1.770.022 1.817.075 1.817.075 1.817.075

Dekkingspercentage

95,1%

88,3%

97,9%

100,0%

100,0%

100,0%

Inzet egalisatiereserve

0

162.411

38.773

0

0

0

Netto inkomst heffingen Dekkingspercentage na inzet reserve

1.411.442 1.390.960 95,1%

100,0%

1.808.795 1.817.075 1.817.075 1.817.075 100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

Kostendekkende rioolheffing De volgende uitgangspunten worden toegepast bij de berekening van het tarief rioolheffing: • Tariefontwikkeling is gebaseerd op het meerjarige GRP. Hierin worden de kosten voor de komende jaren, de inzet van de voorziening en de nodige rioolheffing op elkaar afgestemd; • Meerjarig kostendekkende heffing, alle uitgaven die betrekking hebben op riolering worden gecompenseerd met de rioolheffing; • Eventuele overschotten bij de rioolheffing worden gereserveerd in de voorziening ‘egalisatie rioolheffing’; • Bij de berekening wordt rekening gehouden met overheadkosten (overhead bedraagt ongeveer 15% van de totale begroting, daarom wordt 15% overhead toegerekend aan riolering); • Bij de berekening wordt rekening gehouden met BTW; • Rioolheffing wordt kostendekkend gemaakt door het saldo te verrekenen met de voorziening ‘egalisatie rioolheffing’.

42

De kosten en opbrengsten van riool zien er als volgt uit: Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Kostendekkendheid Riool 2024 2025 2026 2027 2028 2029 Kosten en baten Riolering Kosten

1.352.515 1.501.913 1.435.921 1.488.927 1.547.640 1.553.693

Netto kosten

1.352.515 1.501.913 1.435.921 1.488.927 1.547.640 1.553.693

Toe te rekenen kosten Overhead BTW Totaal toe te rekenen

198.224 143.786 342.010

225.287 143.786 369.073

215.388 143.786 359.174

223.339 143.786 367.125

232.146 143.786 375.932

233.053 143.786 376.839

Totale kosten

1.694.525 1.870.986 1.795.095 1.856.052 1.923.572 1.930.532

Bruto opbrengst heffingen

1.757.000 1.788.060 1.854.219 1.860.060 1.896.060 1.896.060

Dekkingspercentage

103,7%

95,6%

103,3%

100,2%

98,6%

98,2%

Inzet egalisatie voorziening

62.475

-82.926

59.124

4.008

-27.512

-34.472

Netto inkomst heffingen Dekkingspercentage na inzet voorziening

1.694.525 1.870.986 1.795.095 1.856.052 1.923.572 1.930.532 100%

100%

100%

100%

100%

Aanduiding lokale lastendruk De belastingdruk van inwoners van gemeente Bergen is laag vergeleken met de belastingdruk van inwoners in regiogemeenten. Hierbij is zowel de belastingdruk voor eenpersoonshuishoudens als voor meerpersoonshuishoudens meegenomen. Beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid Als inwoners moeite hebben om financieel rond te komen zijn er mogelijkheden om gebruik te maken van onze regelingen en vergoedingen. Deze staan opgesomd in de Inkomenskaart. In relatie tot de gemeentelijke belastingen bestaat de mogelijkheid om kwijtschelding aan te vragen. In onze gemeente kan dat voor het vaste bedrag van de afvalstoffenheffing en voor de waterschapsbelasting.

43

100%

Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat in elk geval: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a. netto schuldquote; 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; 4. structurele exploitatieruimte; 5. belastingcapaciteit. e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Bij het schrijven van deze paragraaf houden we zoveel mogelijk rekening met de indeling van het BBV. Waardering

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 - 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 - 1,4

Voldoende

D

0,8 - 1,0

Matig

E

0,6 - 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Gemeenten hebben in toenemende mate met onzekerheden te maken. Risico's kunnen forse financiële gevolgen (en daarmee ook beleidsmatige gevolgen) hebben en zijn er risico's die de bedrijfscontinuïteit in de weg kunnen staan. Daarmee zijn risico's dus een belangrijk onderwerp voor sturing. Een goed afgestemde financiële buffer, ofwel weerstandscapaciteit, is nodig om te voorkomen dat tegenvallers dwingen tot bezuinigingen of drastische beleidsbijstellingen. Als eerste brengen we onze financiële buffer in kaart. Deze buffer kan ingezet worden om het nadelige effect van gerealiseerde risico's op te vangen. De paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing geeft aan hoe solide de financiële huishouding van de gemeente is.

44

Benodigd weerstandsvermogen

Rekening 2024

Benodigde weerstandscapaciteit

2.201.500

Berekening weerstandscapaciteit

Rekening 2024

Begroting 2025 Begroting 2026

2.201.500

2.199.400

Begroting 2025 Begroting 2026

Incidentele weerstandscapaciteit Algemene reserve

10.807.028

Stille reserves

10.494.209

13.454.089

p.m.

p.m.

p.m.

Saldo van de begroting

1.857.387

125.356

800.476

Saldo incidentele weerstandscapaciteit

12.664.415

10.619.565

14.254.565

1.247.680

1.135.510

1.499.126

17.002

62.000

31.999

Saldo structurele weerstandscapaciteit

1.264.682

1.197.510

1.531.125

Saldo weerstandscapaciteit

13.929.097

11.817.075

15.785.690

Benodigde weerstandscapaciteit

2.201.500

2.201.500

2.199.400

6,3

5,4

7,2

Structurele weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit Begrotingspost onvoorzien

Ratio Weerstandsvermogen Inventarisatie van de risico's

De top 10 risico's voor onze gemeente wordt hieronder beschreven met een inschatting van het financiële risico. Om de risico’s in kaart te brengen is bij het samenstellen van de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen een risico-inventarisatie uitgevoerd. Nadat de risico’s zijn benoemd zijn deze gekwantificeerd op: 1. De kans dat de gebeurtenis zich zal voor doen en 2. De financiële consequenties als zich dat risico voor zal doen. Beoordelen en kwantificeren van de risico's: In de tweede fase worden alle geïnventariseerde risico's geprioriteerd door middel van een waardering van risico's. Deze waardering bestaat uit een inschatting van de kans dat een gebeurtenis optreedt en wat de gevolgen van deze gebeurtenis zijn (kans x gevolg).

45

Voor de kans dat een gebeurtenis optreedt, wordt onderstaande tabel gehanteerd: Klasse 1 2 3 4 5

Percentage 10% 30% 50% 70% 90%

Kans Minder of een keer per 10 jaar Een keer per 5 tot 10 jaar Een keer per 2 tot 5 jaar Een keer per 1 of 2 jaar Een keer per jaar of vaker

Voor het bepalen van de score van het financiële gevolg wordt onderstaande tabel gehanteerd: Klasse 0 1 2 3 4 5

Gevolg Geen financiële gevolgen Minder dan € 50.000 € 50.000 tot € 100.000 € 100.000 tot 250.000 € 250.000 tot € 500.000 Meer dan € 500.000

In onderstaande tabel ziet u de 10 belangrijkste risico's die wij in kaart gebracht hebben:

46

Top 10 geïnventariseerde risico’s

Beheersmaatregel

1

Oorlog in Oekraïne

De oorlog in Oekraïne heeft ook gevolgen voor Nederlandse gemeenten. Dat kan gaan om opvang van vluchtelingen door gemeenten en particulieren, ondersteuning van Oekraïners en Russen die momenteel in Nederland verblijven. Ook zien we risico's in het kader van (digitale) veiligheid en economische sancties

p.m.

2

Algemene uitkering

Rijksbeleid decentraliseert taken en de bijbehorende vergoeding is niet altijd kostendekkend

p.m.

3

Jeugdzorg

Vanaf 2015 zijn we financieel verantwoordelijk voor vrijwel alle taken die met Jeugdzorg te maken hebben. Een van de grootste risico’s is het feit dat wij niet de enige verwijzers zijn. We hebben geen invloed op bepaalde vormen van specialistische hulp die ontzettend duur zijn, maar welke wij als gevolg van een rechterlijke machtiging uit dienen te voeren (bijvoorbeeld verblijfbehandeling in residentiële instellingen). Ook kunnen huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten en gecertificeerde instellingen doorverwijzen naar jeugdzorg trajecten. De afgelopen jaren hebben we voor verschillende jeugdigen duurdere verblijfsvormen ingezet. Omdat de problematiek bij deze jeugdigen veelal vrij complex is, worden naast verblijf zeer specialistische behandeltrajecten ingezet. Het aantal jeugdigen in deze dure trajecten blijft lastig te voorspellen

4

5

6

7

8

9

Schadeclaims

1) Kans 2) Effect 3) Score

4) Verwachtingswaarde

Risico

De gemeente wordt regelmatig aansprakelijk gesteld voor schade. Elke kwestie beoordelen we intern en eventueel proberen we de schade af te wenden op de verzekeringsmaatschappij

Energielandgoed Wells Meer Het doel is te komen tot een gedragen gebiedsontwikkeling voor het realiseren van duurzame energie, waarbij het realiseren van en voor de gemeenschap en participatie in het proces en deelname bij realisatie centraal staat Wet Maatschappelijke Ondersteuning

De kans blijft bestaan op een toenemend gebruik van de voorzieningen. De Wmo is en blijft een open einde regeling en meer mensen zullen als gevolg van de vergrijzing een beroep doen op de Wmo.

Persoonsgegevens: Datalek Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming en onrechtmatige verwerking (AVG) kan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) boetes opleggen van maximaal €20.000.000 of 4% van de wereldwijde jaaromzet. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval (in hoeverre valt de organisatie iets te verwijten, heeft de organisatie aan haar zorgplicht voldaan etc.) kan die schade oplopen. Daarbij komen onderzoekskosten, herstel en juridische kosten Integrale veiligheid

Cyberaanval: ontwrichting van organisatie door verlies van kritieke applicaties en gegevens

10 Mutsaersstichting

De locatie van onze gemeente kent specifieke veiligheidsrisico's. Te denken valt aan hoog water in het regenseizoen, maar ook aan natuurbranden bij langdurige droogte. We hebben beperkte invloed op risicovolle gebeurtenissen omdat de risico's met onze geografie te maken hebben. De dienstverlening van de gemeente hangt af van gegevens en van goed werkende applicaties. Informatievoorziening is een kritieke succes- en productiefactor. Ontwrichting van de informatievoorziening en informatiebeveiliging zijn belangrijke bedrijfsrisico’s. Mogelijke gevolgen: stilvallen (voor langere tijd) van dienstverlening, datalekken, overschrijden van wettelijke termijnen en daarmee samenhangende kosten en imagoschade, kosten voor noodprocessen om de dienstverlening te kunnen voortzetten en herstelacties voor de gevolgen De Mutsaersstichting en haar deelnemingen staan voor een omvangrijke financiële, strategische en operationele uitdaging

Top 10 geïnventariseerde risico’s Overige risico’s

70%

€ 643.000

4

€ 450.000

70%

€ 571.428

4

€ 400.000

70%

€ 500.000

4

€ 350.000

50%

€ 500.000

3

€ 250.000

70%

€ 357.000

4

€ 250.000

50%

€ 400.000

3

€ 200.000

50%

€ 400.000

3

€ 200.000

50%

€ 300.000

3

€ 150.000

€ 2.250.000

Naast de top 10 risico’s zijn er nog 19 risico’s in kaart gebracht.

Totaal geïnventariseerde risico’s

€ 892.000 € 3.142.000

Benodigde weerstandscapaciteit (70%)

€ 2.199.400

47

Beleid omtrent de weerstandscapaciteit Gemeenten hebben in toenemende mate met onzekerheden te maken. Risico’s kunnen forse financiële gevolgen (en daarmee ook beleidsmatige gevolgen) hebben en er zijn risico’s die de bedrijfscontinuïteit in de weg kunnen staan. Daarmee zijn risico’s dus een belangrijk onderwerp voor sturing. Binnen gemeenten is er een toenemende aandacht voor de manier waarop risico’s worden beheerst. Een toenemende complexiteit van de samenleving, grote decentralisaties (onder andere de (financiële) druk op het domein Jeugdzorg), bezuinigingen, cybersecurity, fraude, maar bijvoorbeeld ook de recente gevolgen van de vluchtelingen in oorlogssituaties dwingen de gemeente tot een groter risicobewustzijn. De paragraaf bevat daarnaast informatie over de actuele beschikbare middelen om de financiële gevolgen van die risico’s te kunnen afdekken (weerstandsvermogen). Gemeenschappelijke regelingen kunnen een risico opleveren voor de gemeente in financiële zin, maar ook anderszins zoals imagorisico’s. De risico’s kunnen worden beheerst door monitoring van resultaten, begrotingen en beleidsplannen en door de wijze waarop de gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen of dagelijks bestuur. Risicomanagement kan bijdragen aan een goede financiële positie. Daarbij past een beleid waarbij op verantwoorde wijze met risico’s wordt omgegaan.

Verantwoord wil niet zeggen het uitsluiten van risico’s of het afdekken van alle risico’s in het weerstandsvermogen. Dit zou een te groot beslag leggen op de beschikbare middelen. Het risicomanagement bestaat uit twee onderdelen: • Het systeem van risicobeheersing in de planning, reporting en controlcyclus waarbij volgens een vaste cyclus risico's in beeld gebracht, geanalyseerd, gecommuniceerd en beheersmaatregelen worden getroffen • Het signaleren en beheersen van risico's bij voorstellen/besluiten en bij bestaande, nieuwe of gewijzigde processen

Iedereen in de organisatie moet zich bewust zijn van de risico’s die we als organisatie lopen. De houding en het gedrag van medewerkers zijn belangrijke factoren voor een gedegen risicomanagement. Het is van belang dat het 'risico denken' onderdeel is van het dagelijks handelen van alle medewerkers (en dus niet alleen onderwerp van gesprek bij de risico-actualisatie). Weerstandsvermogen is het vermogen van een gemeente om niet-structurele risico's op te kunnen vangen, zodat het afgesproken takenpakket toch ongehinderd kan worden uitgevoerd. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is van belang wanneer zich een financiële tegenvaller voordoet. Er zijn geen uniforme antwoorden te geven op de vraag hoe groot het weerstandsvermogen van een gemeente zou moeten zijn. Dit is sterk afhankelijk van de eigenheid van de gemeente en het risicoprofiel dat zij heeft. Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen wordt rekening gehouden met de veronderstelling dat nooit alle risico's zich zullen voordoen en zeker niet allemaal tegelijk en in maximale omvang. Door deze benadering kan op een verantwoorde wijze een lagere weerstandscapaciteit worden aangehouden. Er wordt uitgegaan van een zekerheidspercentage van 70%.

48

Kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen moet opnemen in de paragraaf “Weerstandsvermogen en Risicobeheersing”. De kengetallen moeten meerjarig worden opgenomen en bevatten de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote 2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 3. Solvabiliteitsratio 4. Structurele exploitatieruimte 5. Grondexploitatie 6. Belastingcapaciteit Deze kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. Signaleringswaarden Naast het opnemen van de tabel dient een beoordeling gegeven te worden van de onderlinge verhoudingen van de kengetallen, in relatie tot de financiële positie van onze gemeente. De wijze waarop de kengetallen meewegen in de uiteindelijke beoordeling van de financiële positie van de gemeente is voorbehouden aan het horizontale controle- en verantwoordingsproces. Zonder normering zijn de kengetallen moeilijk te duiden. Bij de normering is aansluiting gezocht bij de normering zoals voortgevloeid is uit onder meer de stresstest van 100.000+ gemeenten.

Hierdoor ontstaat onderstaande tabel, waarbij categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

1a.

Netto schuldquote zonder correctie doorgeleende gelden

<90%

90-130%

>130%

1b.

Netto schuldquote met correctie doorgeleende gelden

<90%

90-130%

>130%

2.

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

3.

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

4.

Structurele exploitatieruimte

Begr + mrj >0%

Begr of mjr >0%

Begr en mjr <0%

5.

Belastingcapaciteit

<100%

100-105%

>105%

Samenvatting kengetallen In onderstaande tabel presenteren wij de financiële kengetallen zoals we die verplicht op moeten nemen. Ontwikkeling financiële kengetallen

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029

1a Netto schuldquote

81%

103%

118%

123%

123%

114%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor 1b alle verstrekte leningen

81%

104%

120%

124%

124%

115%

2 Solvabiliteitsratio

25%

21%

21%

21%

21%

22%

3 Grondexploitatie

0%

4%

0%

0%

0%

0%

4 Exploitatieruimte

2%

1%

6%

3%

0%

1%

5 Belastingcapaciteit

78%

84%

81%

81%

81%

81%

49

Beoordeling onderlinge verhouding De berekende kengetallen, worden afgezet tegen de signaleringswaarden. Bij de begroting scoren we de op de verschillende onderdelen: • Netto schuldquote => categorie B • Netto gecorrigeerde schuldquote => categorie B • Solvabiliteitsrisico => categorie B • Grondexploitatie => categorie A • Exploitatierisico => categorie A • Belastingcapaciteit => categorie A De kengetallen moeten in samenhang worden beoordeeld. Het investeringsvolume uit de Kadernota 2026 (€ 19,8 mln.) maakt dat in de toekomst nieuwe leningen nodig zijn. Hierdoor neemt de schuldquote de komende jaren toe en daalt de solvabiliteitsratio. In de verdere toekomst liggen ook nog winstgevende projecten. Uw raad is hier op 3 september over geïnformeerd. Deze winstgevende projecten zijn niet in deze begroting verwerkt, maar zullen in de toekomst tot een verbeterde schuldquote en solvabiliteit leiden. De belangrijkste financiële kengetallen kennen in 2025 een middenscore volgens de provinciale signaleringswaarden.

50

Paragraaf C Onderhoud Kapitaalgoederen

Algemeen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen: a. wegen en kunstwerken; b. riolering; c. water; d. groen; e. gebouwen; f. verlichting; g. speeltuinen. Van bovengenoemde kapitaalgoederen wordt aangegeven: a. het beleidskader; b. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Bij het schrijven van de paragraaf houden we de indeling van het BBV zoveel mogelijk in acht. Inleiding Onze gemeente heeft veel openbare ruimte in beheer. In die openbare ruimte vindt een groot aantal activiteiten plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Daarvoor zijn veel kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, kunstwerken, groen, speeltuinen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. In de gemeente Bergen vormen de lasten van het onderhoud van kapitaalgoederen ongeveer 10% van de begroting 2026. Dit is inclusief de arbeidsuren en kapitaalslasten. Hieronder is een tabel opgenomen waarin de status van onderhoudsplannen voor kapitaalgoederen is vermeld. Al het onderhoud wordt planmatig uitgevoerd. Een belangrijke stap in dit plannen is het uitvoeren van een schouw. Ieder object heeft een eigen schouwcyclus.

Het uitgangspunt hierbij is dat in de onderhoudsplannen een doorkijk gemaakt wordt naar de verdere toekomst, uit de schouw blijkt of er echte noodzaak is voor onderhoud. Het kwaliteitsniveau waar we naar voor de hele openbare ruimte van gemeente Bergen naar streven is ambitieniveau B (volgens CROW-methodiek), De enige uitzondering hierop is het centrumplan Mosaïque, hier geldt ambitieniveau A.

51

Actuele onderhoudsplannen

Jaar Jaar nieuwe vaststelling vaststelling

Wegenonderhoudsplan

2020

2025

Civiele kunstwerken

n.v.t.

n.v.t.

Riolerings- en waterplan

2019

2025

Groenstructuurplan

2016

2025

Onderhoud gemeentegebouwen

2022

2025

Verlichtingsplan

2020

2025

Onderhoud speeltuinen

2021

2026

Achterstallig onderhoud

geen achterstand geen achterstand geen achterstand geen achterstand geen achterstand geen achterstand geen achterstand

Opgenomen in Begroting

structureel budget egalisatie voorziening structureel budget + egalisatie voorziening structureel budget egalisatie voorziening structureel budget structureel budget

Openbaar groen We gaan voor het verbeteren van de flora en fauna op een veilige en functionele manier waarbij de beleving van de openbare ruimte ook verbeterd wordt. Het groenstructuurplan bepaalt de contouren voor de inrichting van en het onderhoudsniveau voor het groen in de openbare ruimte Er zal in 2026 een nieuw groenbeleidsplan worden opgesteld. Vanwege gemeentelijke ambities en ontwikkelingen op diverse relevante groene thema’s is er behoefte aan een geactualiseerd groenbeleidsplan. Thema’s; klimaatomstandigheden, biodiversiteit, ziekten, plagen en invasieve exoten, effectievere inrichting en beheer van de groene ruimte. Daarnaast is er behoefte aan een vertaling van de Omgevingsvisie Bergen 2030 naar het beheer en beleid van de openbare ruimte. Er is op dit moment geen sprake van achterstallig onderhoud. Oppervlakte in ha.

Openbaar groen Gras Beplanting

26,22 13,8 12,42

Wegen We willen actief en preventief voor goede wegen zorgen. Als wegbeheerder zijn we verantwoordelijk voor de staat van het onderhoud en de veiligheid van de openbare wegen binnen onze gemeente. Het beheer vraagt een gestructureerde aanpak. De uitkomsten van de wegenschouw, planning en begroting zijn vastgelegd in het digitale beheersysteem van de gemeente Bergen: Geovisia. In het wegenbeheersplan gaan we uit van: ‘een goede staat van de wegen met een minimaal risico op schade voor weggebruikers'. De Nota Wegbeheer 2025-2029 wordt in 2025 vervangen door het nieuwe gecombineerde Wegen, Water en Rioleringsplan.

52

Kunstwerken Een goede en veilige staat van onderhoud van 42 kunstwerken is gegarandeerd door het programmatisch uitvoeren van onderhoud. Op basis van inspecties en kengetallen is een meerjarenplanning voor de onderhoudswerkzaamheden van de kunstwerken opgesteld. Uit deze meerjarenplanning blijkt dat, uitgezonderd een aanvullende investering voor het onderhoud van enkele grote kunstwerken, het structurele jaarlijkse budget voor de komende 5 tot 10 jaar toereikend is. We werken met een onderhoudsvoorziening kunstwerken. Aan de voorziening voegen we jaarlijks € 20.000 toe om planmatig te kunnen werken. Riolering en water De gemeente staat voor een aanzienlijke opgave voor de openbare inrichting. Op dit moment is nog niet duidelijk wat hiervan de impact zal zijn op de vervangingsplanning voor de riolering. Dit heeft mogelijk tot gevolg dat we werkzaamheden naar voren gaan halen. Bij het nieuwe programma "wegen, water en riolering" hebben we hier meer inzicht in. Het programma zal eind 2025 worden behandeld. Het gecombineerde Wegen en Rioleringsplan is een voortzetting van het voorgaande beleid met een prominentere plek voor het klimaat-adaptief maken van de leefomgeving.

Daarnaast lag de focus in de planperiode op het continueren van de afkoppel-activiteiten bij particulieren en in de openbare ruimte, het oplossen van een aantal knelpunten van wateroverlast, het verbeteren van waterkwaliteit en regionale samenwerking. De voorziening riolering is ten behoeve van het onderhoud en vervanging. De stand van de voorziening riolering is per ultimo 2024 € 1.306.757. Wij gaan er vanuit dat de voorziening toereikend is mits de jaarlijkse verhoging die in het GRP is aangegeven doorgevoerd wordt. Eind 2025 zullen de tarieven bekend zijn voor 2026-2031. Een ecologisch verantwoorde inrichting van infiltratiebermen en wadi’s draagt bij aan verbetering van de biodiversiteit. Gebouwen In 2025 zijn zowel het gemeentehuis als de gemeentewerf grondig gerenoveerd. Met deze werkzaamheden is voldaan aan de actuele eisen op het gebied van arbeidsomstandigheden en duurzaamheid. De renovatie is uitgevoerd op een sobere, maar doelmatige manier. Verlichting Het beheer en de onderhoudstoestand van de openbare verlichting moet van een goed niveau zijn. We willen de openbare verlichting op een efficiënte en energiezuinige manier inrichten en onderhouden. 1. Op basis van het beleidsplan openbare verlichting heeft de gemeente de afgelopen jaren middelen beschikbaar gesteld voor de verduurzaming (energiebesparing openbare verlichting) van onze openbare verlichting.

Hiermee gaan we voldoen aan de landelijke doelstelling. In 2026 hebben we de openbare verlichting volledig VERLED. 2. Bij het vervangen van de openbare verlichting zetten we in op duurzame en energiezuinige verlichting. Hiervoor verrichten we klein onderhoud in de vorm van lokale herstelwerkzaamheden en andere noodzakelijke kleinschalige werkzaamheden. Speeltuinen Het onderhoud van de speelvoorzieningen in de gemeente Bergen wordt op het niveau “schoon, heel en veilig” uitgevoerd. De speelvoorzieningen worden vervangen aan de hand van een flexibel vervangingsschema. Wij gaan het aantal speeltoestellen niet uitbreiden. Dit omdat er voldoende toestellen zijn. In het vastgestelde speeltuinenbeleid kunnen de speeltoestellen worden vervangen die niet meer veilig zijn. Voorwaarde is wel dat er nog behoefte aan is. Er is op het moment geen sprake van achterstallig onderhoud.

53

Overzicht onderhoud kapitaalgoederen Onderstaand een totaaloverzicht jaarlijkse kosten van het regulier onderhoud van de kapitaalgoederen (excl. loonkosten). Budgetten per onderdeel (bedrag x €1.000)

Openbaar groen Riolering & water Wegen Verlichting Onderhoud gebouwen Kunstwerken Speeltuinen Totaal

Rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

131 533 192 37 99 3 41

152 408 258 57 65 20 20

182 408 320 57 65 20 20

182 408 320 57 65 20 20

182 408 320 57 65 20 20

182 408 320 57 65 20 20

1.036

980

1.072

1.072

1.072

1.072

54

Paragraaf D Financiering

Algemeen De paragraaf financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Bij het schrijven van de paragraaf nemen we de indeling van het BBV in acht. Voor gemeenten is de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) van toepassing. De belangrijkste uitgangspunten van de Wet Fido zijn het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden alsmede het beheersen van renterisico’s. Het beleid voor de financiering binnen de gemeente Bergen is geregeld in het treasurystatuut 2021 dat is vastgesteld door de raad op 26 april 2021. Het treasurystatuut is het geheel aan regels waarbinnen de treasury-activiteiten plaats moeten vinden. Het betreft niet alleen de regels waar de treasuryfunctie zich aan moet houden, maar ook de bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten aanzien van treasury-activiteiten. Algemene interne en externe ontwikkelingen Maandelijks wordt bekeken aan de hand van het banksaldo, het saldo van de schatkist en de liquiditeitsprognose of er een langlopende lening afgesloten moet worden of dat het mogelijk is om overtollige middelen weg te zetten.

De ontwikkelingen op de kapitaalmarkt van kortlopende- en langlopende financieringsmiddelen zijn ook mede bepalend voor het moment waarop een lening aangetrokken wordt. De rente is in 2023 flink gestegen en in 2024 weer terug gezakt. We volgen de ontwikkelingen en nemen actie als dit noodzakelijk is. Het treasurystatuut is ook gericht op het voorkomen van risico’s bij het uitzetten van gelden. Met de invoering van het schatkistbankieren zijn de mogelijkheden tot het uitzetten van gelden verder beperkt. Een belangrijke factor bij het uitvoeren van het treasurybeleid is het verwachte verloop van de rente. Hiervoor baseren we op macro economische publicaties van verschillende Nederlandse banken. Relatiebeheer & Kasbeheer De Bank Nederlandse Gemeenten is onze huisbankier. Verder wordt (in zeer beperkte mate) gebruik gemaakt van rekening-courant faciliteiten van de Rabobank. Deze rekening wordt vooral gebruikt voor het afstorten van contanten uit de kassa’s van het KCC.

55

Rentebeleid In het BBV is bepaald dat in de paragraaf Financiering een renteschema wordt opgenomen waaruit ook het renteresultaat blijkt. Daarnaast moet inzicht geboden worden in de financieringsbehoefte. Renteschema

Externe rentelasten Externe rentebaten Rentesaldo

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029 239.120 -44.077 195.043

292.334 -43.352 248.982

356.533 -35.612 320.921

409.992 -28.895 381.097

426.742 -22.300 404.442

400.709 -15.727 384.982

Rente die doorberekend moet worden aan het grondbedrijf

0

0

0

0

0

0

Rente projectfinanciering die doorberekend moet worden aan taakveld

0

0

0

0

0

0

Rentebaat van door verstrekte leningen die die doorberekend moeten worden aan taakveld Rente naar taakvelden

0 0

0 0

0

0

0

0

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Rente over vermogen

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

Te verdelen rentekosten

195.043

248.982

320.921

381.097

404.442

384.982

Aan taakvelden toebedeelde rente

-247.031

-326.298

-355.753

-409.035

-422.675

-420.314

Renteresultaat

-51.988

-77.316

-34.832

-27.938

-18.233

-35.332

Risicobeheer Het renterisico van de vlottende schuld wordt bepaald op basis van de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet wordt vastgesteld op basis van een percentage van de totale begrotingsomvang. Het percentage is door de minister vastgesteld op 8,5%. De gemeente mag voor deze ruimte kortlopende schulden aangaan. Verantwoording over de ruimte binnen de kasgeldlimiet wordt afgelegd aan de provincie. De kasgeldlimiet is gelijk aan een bepaald percentage (8,5%) van het begrotingstotaal. Doordat de kortlopende schuld structureel niet hoger mag zijn dan de kasgeldlimiet, wordt het risico beperkt op grote fluctuaties in de korte rente, waarmee het begrotingsevenwicht in gevaar zou kunnen komen.

56

Kasgeldlimiet De externe financieringsbehoefte wordt ingevuld met kort- en langlopende leningen. Bij het aantrekken van kortlopende geldleningen met een looptijd tot één jaar, dient rekening gehouden te worden met de kasgeldlimiet, gemaximeerd in de wet FIDO. De kasgeldlimiet is gelijk aan een bepaald percentage (8,5%) van het begrotingstotaal. Doordat de kortlopende schuld structureel niet hoger mag zijn dan de kasgeldlimiet, wordt het risico beperkt op grote fluctuaties in de korte rente, waarmee het begrotingsevenwicht in gevaar zou kunnen komen. Kasgeldlimiet x € 1.000

Rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

48.659 8,5% 4.136,02

44.387 8,5% 3.772,90

46.999 8,5% 3.994,95

46.836 8,5% 3.981,08

45.964 8,5% 3.906,97

46.130 8,5% 3.921,07

Totale lasten Ministerieel percentage Kasgeldlimiet Realisatie Kasgeldlimiet x € 1.000

Kwartaal Kwartaal Kwartaal Kwartaal 3-2024 4-2024 1-2025 2-2025

Kasgeldlimiet (toegestane schuld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16056946/1