Primaire begroting 2024 WAA Schap concept versie 1.1 dd 10-3-2023 (1)
Tekst van het document
Deze uitgangspunten zijn gestoeld op bedrijfsspecifieke, regionale en landelijke ontwikkelingen die verwacht worden en zichtbaar zijn op het gebied van gesubsidieerde arbeid in het algemeen en de sector Sociale Werkvoorziening in het bijzonder. Door het m.i.v. 1-1-2023 wegvallen van de eerdere 100% aandeelhouders-relatie van het Schap met WAA groep nv, zijn de begrote resultaten van de NV, en de uitgangspunten hiervoor, niet meer direct maar nog slechts indirect en secundair van belang voor de begrotingen van het Schap en niet meer primair relevant voor en aangegeven in de (meerjaren)begrotingen van het Schap vanaf 2023. De jaar- en meerjarenbegrotingen van het Schap zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten: 1. Met ingang van 1-1-2015 is de nieuwe Participatiewet in werking getreden. De aparte regelingen WWB, WSW, Wajong en AWBZ dagbesteding ca. zijn samengevoegd tot één koepelregeling. De nieuwe wet is primair gericht op plaatsing van eenieder die, al dan niet tijdelijk, niet actief is in de arbeidsmarkt en aangewezen is op ondersteuning van de overheid, z.s.m. en met een zeer tijdelijke, minimale ondersteuning van de overheid terug te laten keren naar de reguliere arbeidsmarkt. Vanaf 2015 is geen instroom meer in de WSW en worden alle mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt door gemeenten zo veel mogelijk bemiddeld naar reguliere arbeid.
Voor diegene waar dit niet mogelijk voor is, zorgen gemeenten zélf – al dan niet via regionale werkbedrijven - voor passende activiteiten voor deze groepen. WAA staat alleen aan de lat voor de uitvoering van de WSW. 2. Voor het budgetvolume WSW geldt als uitgangspunt een taakstelling voor 2024 van 377,0 SE (incl. Begeleid werken en excl. Werken in buurten). Doordat vanaf 2015 geen instroom meer plaatsvindt daalt de gemiddelde bezetting WSW naar verwachting t/m 2027 jaarlijks met gemiddeld 4%, naar een niveau van 447,8 fte per eind 2027. Deze verwachte uitstroom is hoger dan in voorgaande begrotingen verwacht, o.a. door toenemende uitstroom a.g.v. uitval van WSW-ers, die hierdoor instromen in WIA en prepensioen. 3. Op basis van het strategisch plan “Samen Anders!” 2015 - 2020 zijn alle activiteiten voor eigen risico en rekening van WAA inmiddels afgebouwd t.g.v. externe plaatsingen van WSW-capaciteit voor en onder regie van derden. Activiteiten met relatief weinig raakvlak met onze WSWbezetting zijn in 2018 vervreemd. De strategische koers en uitgangspunten zoals die toen benoemd zijn, blijven ook vanaf 1-1-2023 voor zowel WAA en in haar verlengde de uitvoeringsorganisatie WAA groep nv van toepassing en normatief. 4. De beschutte groep SW-medewerkers met een lagere loonwaarde (<30%) is vanaf 2018 in zijn geheel door de gemeenten zelf overgenomen, incl.
alle financiële resultaten hierop, en door WAA groep in zijn geheel afgebouwd. In de financiële exploitatie vanaf 2018 zijn de effecten hiervan zowel in operationele zin als qua frictie opgenomen en financieel op hoofdlijnen vertaald in zowel de jaar- als meerjarenbegroting. Met het m.i.v. 2023 vervreemden van het belang in WAA groep nv, heeft het Schap de directe aansturing en financiële verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Wsw voor ook de zgn. niet Beschutte wsw groep vervreemd en in zijn geheel afgebouwd. Het Schap richt zich vanaf 2023 nog sec op haar primaire wettelijke kerntaak zijnde voor, door en namens de gemeenten regievoering over, toezicht houden op en verantwoording afleggen over de onderdelen van de Wsw die niet direct gerelateerd zijn aan passende plaatsing. - 19 -
5. Bij de ombouw en krimp van de organisatie en vervreemding resp. afstoten van activiteiten is rekening gehouden met frictiekosten bij WAA groep nv. In lijn met Samen Anders! geldt hierbij dat WAA Groep nv deze kosten kan en mag decaleren bij het Schap voor zover de hiervoor gereserveerde middelen bij het Schap hiervoor toereikend zijn. 6. De gehele doelgroep WSW is op basis van een IOP (Individueel Ontwikkelingsplan) gescreend en ingedeeld op basis van loonwaarde. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen WSW-ers met een verwachte loonwaarde die hoger is dan de te verwachten individuele begeleidingskosten (de z.g. “blauwe” of niet-beschutte groep) en WSW-ers waar dit waarschijnlijk niet het geval is (de z.g. “gele” of beschutte groep). De blauwe groep is zoveel mogelijk extern geplaatst als Detacheringen, Begeleid werken of in Werken op locatie. De gele groep is door de deelnemende gemeenten zelf zoveel mogelijk geplaatst via het concept “Werken in buurten”. In onderstaande grafiek is het verloop van de Beschutte (zgn “Gele”) en niet beschutte (zgn “Blauwe”) groep Wsw zichtbaar van 2022 t/m 2027.
7. In tegenstelling tot voorgaande jaren, is de ontwikkeling van het subsidieresultaat vanaf 2023 niet meer toonaangevend in de ontwikkeling van het totale tekort van WAA. 8. De stijging van de loonkosten van het reguliere personeel is vanaf 2023 niet meer direct maar wel indirect van belang voor het Schap omdat zij de personele capaciteit voor al haar activiteiten inkoopt bij WAA groep nv. In deze begroting is hierbij rekening gehouden met jaarlijks louter koopkrachtbehoud en een prijsindexatie van 2%. 9. In de meerjarenraming van het Schap als WAA groep nv is rekening gehouden met de meest recente prognoses van het CPB (okt. 2022). In de 1e begrotingswijzigingen van 2023 en in deze primaire begroting 2024 is met zowel uitlopende Covid-19 effecten als de gevolgen van de oorlog in de Oekraïne als volgt rekening gehouden: • In het begrote resultaat 2023 is een extra voorzichtigheidsbuffer van €225.000 in de toegevoegde waarde opgenomen. In de primaire Begroting 2024 is dit PM opgenomen. • Voor 2023 en volgende jaren zijn in dit kader eventuele extra kosten én eventuele compensatie hiervoor beiden als PM opgenomen. 10. Het (verwachte) tekort a.g.v. het negatieve concernresultaat wordt, behalve door de gemeentelijke vergoeding voor Wsw dienstverlening, opgevangen door: a) de inzet van de bestemmingsreserve (ter dekking van frictiekosten). - 20 -
b) de al genoemde vrijval van de bestemmingsreserve frictie ad € 200.000 jaarlijks van 2023 t/m 2026. c) door inzet van de vrije algemene reserves middels een zgn. egalisatiefonds resp. weerstandsvermogen. De vrije reserves van WAA Venlo e.o. bedragen begin en eind 2023 naar verwachting structureel ongeveer €0,5 mio. Op basis van de genoemde uitgangspunten ziet de meerjarenbegroting er als volgt uit:
Meerjarenperspectief (in € x 1.000)
2023 1e begr. wijz.
2024 begroot
2025 begroot
2026 begroot
2027 begroot
Bijdrage Gemeenten inzake kosten d.v.o. Overige baten Totaal baten Reorganisatie-/frictiekst. Overige kosten Aanvullende kosten d.v.o. Blauw
286 0 286 112 411 75
199 0 199 112 323 76
193 0 193 112 316 77
195 0 195 51 317 78
402 0 402 200 323 79
Totaal lasten
598
510
504
445
602
Exploitatieresultaat Bijdrage Schap aan NV Concernresultaat Onttrekking bestemmingsreserve Vrijval bestemmingsreserve Toevoeging bestemmingsreserve
-312 0 -312 112 200 0
-311 0 -311 112 200 0
-311 0 -311 112 200 0
-250 0 -250 51 200 0
-200 0 -200 200 0 0
0
0
0
0
0
Onttrekking/toevoeg. vrije reserve Concern resultaat na dekking
Onderstaand de meerjarenbegroting weergegeven in structurele en incidentele baten en lasten conform het model Begrotingsevenwicht zoals voorgeschreven door het BBV:
- 21 -
- 22 -
0
Totaal lasten diverse
0
0
0
0 0
0 399
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
200
200
0
0
0
200
0
0
0
0
0
-200
199
199
399
399
399
0
0
0
0
112
112
0
0
0
112
0
0
0
0
0
-112
0
0
112
112
486
Geraamd resultaat
0
0
0
312
312
0
0
0
312
0
0
0
0
0
-311
199
199
510
510
486
0
0
Vrijval reserves
0
0
0
200
200
0
0
0
200
0
0
0
0
0
-200
286
286
486
486
structureel
Totaal structurele baten Structurele baten - structurele lasten
0
Onttrekking aan reserves
totaal
Totaal structurele lasten
0
0
0
Stortingen in reserves
112
312
112
0
Saldo van diverse Saldo totale saldo van baten en lasten van programma's en diverse
0
baten onvoorzien
0
0
112
0
0
0
0
0
-112
0
0
112
112
312
0
baten vennootschapsbelasting
structureel
2024 waarvan incidenteel
2023
waarvan incidenteel
Totaal baten diverse
0
baten overhead
312
0
lasten onvoorzien
baten algemeen dekkingsmiddel
0
lasten vennootschapsbelasting
-312
Saldo van baten en lasten programma's
0
286
Totaal baten programma's
0
286
Baten programma Wsw
lasten overhead
598
Totaal lasten programma's
lasten algemeen dekkingsmiddel
598
totaal
Lasten programma Wsw
Recapitulatie begrotingsevenwicht (in € 1.000)
Primaire begroting 2024
Begrotingsevenwicht Schap
0
0
0
0
0
312
312
0
0
0
312
0
0
0
0
0
-311
193
193
504
504
totaal
2025
0
0
0
0
0
112
112
0
0
0
112
0
0
0
0
0
-112
0
0
112
112
waarvan incidenteel
0
393
393
0
0
0
0
0
200
200
0
0
0
200
0
0
0
0
0
-200
193
193
393
393
structureel
0
0
0
0
0
251
251
0
0
0
251
0
0
0
0
0
-250
195
195
445
445
totaal
2026
0
0
0
0
0
51
51
0
0
0
51
0
0
0
0
0
-51
0
0
51
51
0
395
395
0
0
0
0
0
200
200
0
0
0
200
0
0
0
0
0
-200
195
195
395
395
waarvan structureel incidenteel
0
0
0
0
0
200
200
0
0
0
200
0
0
0
0
0
-200
402
402
602
602
totaal
2027
0
0
0
0
0
200
200
0
0
0
200
0
0
0
0
0
-200
0
0
200
200
waarvan incidenteel
0
402
402
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
402
402
402
402
structureel
Balans meerjarenoverzicht Onderstaand een meerjarig overzicht van de geprognotiseerde balansposities van het Schap, waarin conform de verplichtingen vanuit de wet FIDO, zijn opgenomen de reserves en voorzieningen. Omschrijving x €1.000
Ultimo jaar 2023
2024
2025
2026
2027
1. Activa 1.1 Vaste activa 1.1.1 Financiële vaste activa
0
0
0
0
0
Totaal vaste activa
0
0
0
0
0
3.404
2.943
2.481
2.231
2.031
1.2.2 Liquide middelen
9
9
9
9
9
Totaal vlottende activa
3.413
2.952
2.490
2.240
2.040
Totaal activa
3.413
2.952
2.490
2.240
2.040
Algemene reserve
500
500
500
500
500
Egalisatiereserve
0
0
0
0
0
1.2 Vlottende activa 1.2.1 Uitzettingen korter dan 1 jaar
2. Passiva 2.1 Vaste passiva
Bestemmingsreserve
2.603
2.292
1.980
1.730
1.530
2.1.1 Totaal eigen vermogen
3.103
2.792
2.480
2.230
2.030
Geen voorzieningen
0
0
0
0
0
2.1.2 Totaal voorzieningen
0
0
0
0
0
Totaal reserves en voorzieningen
3.103
2.792
2.480
2.230
2.030
2.1.3 Vaste schulden langer dan 1 jaar
300
150
0
0
0
2.2 Vlottende passiva
10
10
10
10
10
3.413
2.952
2.490
2.240
2.040
2023
2024
2025
2026
Totaal passiva Mutaties reserves: x €1.000
2027
Onttrekking bestemmingsreserve
-112
-112
-112
-51
-200
Vrijval bestemmingsreserve
-200
-200
-200
-200
0
0
0
0
0
0
-312
-311
-312
-250
-200
Onttrekking egalisatiereserve Totaal
De onttrekking van de bestemmingsreserve betreft bijdragen aan frictiekosten en projectkosten van WAA groep nv. De vrijval van de bestemmingsreserve 2023-2026 betreft een bedrag ad €800.000 dat ultimo 2022 teveel is gereserveerd voor dekking van toekomstige frictiekosten. Dit bedrag zal conform bestuursbesluit (in december 2022) vanaf 2023 in vier jaren vrijvallen ter dekking van toekomstige exploitatietekorten van WAA Schap.
- 23 -
Overige paragrafen 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing Het bestuur heeft in 2017 o.b.v. een modelmatige calculatie van het risico-/weerstandvermogen bepaald dat eventuele toekomstige positieve exploitatiesaldi tot een niveau van € € 0,5 mio voor het Schap voldoende zijn als weerstandvermogen om de eerste risico’s binnen WAA zelf te kunnen opvangen. De deelnemende gemeenten zijn zich ervan bewust en zijn bereid bij grotere calamiteiten bij te (moeten) springen. Onderstaand een overzicht van de kengetallen zoals genoemd in art. 11 van BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten): Verloop van de kengetallen
Primaire begroting 2024
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
1e begr.- Primaire Werkelijk Begroting Begroting Begroting wijziging begroting 2022 2025 2026 2027 2023 2024 -101% -1085% -1403% -1285% -1144% -505% -81%
-1085%
-1403%
-1285%
-1144%
-505%
78% 89% n.v.t. n.v.t.
91% -99% n.v.t. n.v.t.
95% -144% n.v.t. n.v.t.
100% -162% n.v.t. n.v.t.
100% -129% n.v.t. n.v.t.
100% -50% n.v.t. n.v.t.
De netto schuldquote en de solvabiliteit nemen fors af vanaf 2023 doordat het Schap (bijna) alles financiert met eigen vermogen én niet meer jaarlijks aflost op langlopende leningen in combinatie met een gelijkblijvend van vrije reserves. Alleen de bestemmingsreserve wordt geleidelijk aangesproken ter dekking van frictiekosten resp. deels vrijvallen. Hierdoor verslechtert de verhouding eigen vermogen / vreemd vermogen zeer geleidelijk. De exploitatieruimte blijft vanaf 2023 negatief omdat er een blijvend tekort op de exploitatie is dat met de bijdrage bestemmingsreserve structureel wordt gedekt.
2. Paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing De risico’s die het Schap loopt als publiekrechtelijke organisatie zijn tot en met 2022 en vanaf 2023 door de nieuwe organisatorische en Bestuurlijke constellatie fundamenteel anders van aard en omvang. Tot en met 2022 loopt het Schap als integraal uitvoerder van de Wsw en enig aandeelhouder van haar Wsw uitvoeringsorganisatie zowel direct als indirect risico uit hoofde van uitvoering van de Wsw overall als uit het dagdagelijks plaatsen en begeleiden van mensen met een loonwaarde tot 80% in en onder reguliere marktsettings. Vanaf 2023 loopt het Schap alleen nog als ambtelijk opdrachtgever namens haar deelnemende gemeenten indirecte risico’s voor het door WAA groep nv laten uitvoeren van de Wsw onder haar eindverantwoordelijkheid en toezicht, en zijn de directe operationele en financiële risico’s sterk beperkt tot en door de kleinere eigen financiële huishouding onder het gesternte van de nieuwe strategische werkelijkheid en met inachtneming van de nieuwe bestuurlijke, operationele en contractuele afspraken onder Samen Verder!. 2.1 Risico’s voor Schap als publiekrechtelijke organisatie •
Risico: optimalisatie- en finetuning proces
Vanaf 2014 heeft het Bestuur van WAA Venlo e.o. middels “Samen Groeien” en in het verlengde hiervan “Samen Anders!” nadrukkelijk een lange termijn strategische richting maar ook een passend financieel kader voor WAA hierbij bepaald. Hierin is aangegeven dat in financiële zin een sterke verbetering van het bedrijfsresultaat vanaf 2015 t/m 2020 moet worden gerealiseerd om het effect van de oplopende kortingen op de rijksbijdrage Wsw vanaf 2015 te dempen. Vanaf 2021 moet gestreefd worden naar consolidatie van het resultaat op een niveau dat past bij de maatschappelijke taak en daarbij behorende maatschappelijke kosten en bijdragen van haar deelnemende gemeenten. - 24 -
Al vanaf 2015 wordt deze koers van WAA aangehouden maar ook jaarlijks zowel Bestuurlijk als operationeel tegen het licht gehouden en daar waar nodig gefinetuned. WAA is en blijft staan voor een sociaal duurzaam detacheringsbedrijf van en voor de regio Venlo en primair voor Wsw’ers met een loonwaarde vanaf 30% en hoger (zgn. ‘blauwe”/ niet beschutte Wsw groep). Daarmee is nadrukkelijk ook gekozen voor een krimp van de organisatie t.b.v. de uitvoering Wsw vanaf 2015. Ondanks dat via verantwoordingen en begrotingen grotendeels duidelijk is wat het financiële effect is van de koers, blijft het evident dat het niet geheel of gedeeltelijk passend kunnen plaatsen van Wsw’ers tegen optimaal renderende condities van groot belang is voor het uiteindelijke resultaat van WAA overall. En ondanks dat WAA vanaf 2023 niet meer financieel verantwoordelijk is voor de concrete uitvoering van de Wsw, en de krimp van de uitvoeringsorganisatie WAA vermoedelijk in de loop van 2023 zal worden getemperd door een in het proces Samen Verder al aangegeven gewenste verbreding van de doelgroep bij WAA Groep nv, blijft het Schap wel voor, door en namens de gemeente bij gemeenschappelijke regeling aangewezen samenwerkingsverband eindverantwoordelijk voor de integrale uitvoering van de Wsw.
Het verder optimaliseren van het gehele proces van detacheren en van (aanvullende) maatregelen dat nodig is voor WAA-groep nv om als aangewezen uitvoerder van deze taak dit kwalitatief en kwantitatief te kunnen blijven doen en duurzaam borgen, zal vanaf 2023 geen direct maar wel een indirect effect kunnen hebben op de exploitatie van WAA Venlo e.o. De mate waarin dit proces bij WAA-groep nv slaagt is vanaf 2023 niet direct maar wel nog indirect een financieel risico voor WAA Venlo e.o. voor het geval de uitvoering niet kan (blijven) voldoen aan de vereiste minimum criteria van de Wsw. •
Risico: mogelijke herijking bestuurlijke constellatie WAA
De nieuwe bestuurlijke constellatie van WAA vanaf 2023 zorgt bij het Schap voor een fundamentele wijziging in bestuurlijke taken en verantwoordelijkheid bij het Schap. De taken die het Schap vanaf 2023 heeft in het hele proces van integraal uitvoering aan de Wsw, zijn hierbij beperkt tot regie en toezicht houden op de uitvoering van de Wsw door de individuele gemeenten t.b.v. Beschutte Groep Wsw) en WAA groep nv voor de Niet Beschutte groep Wsw én het (laten) administreren en verantwoording afleggen aan zowel gemeenten als het Rijk (resp. Pantheia) hierover middels de maandelijkse prognose- en bezettingsstaten resp. periodieke wettelijke rapportages zoals b.v. Sisa etc. Deze nieuwe verantwoordlijkheden kunnen en zullen op termijn waarschijnlijk tot een andere invulling in vorm en inrichting van zowel administreren Wsw als in de governance en daarmee bestuurlijke constellatie bij het Schap zorgen. Op dit moment is het Schap hierin nog zoekende en vooralsnog is besloten om behoudens de veranderingen in financiële stromen en veranderingen die voortvloeien uit Samen Anders!, de zaken going concern te laten doorgaan en vooralsnog geen veranderingen door te voeren in administratie voering van de Wsw én in de wijze en vorm van regie en toezicht houden op de uitvoering Wsw door het Schap. Maar het behoort zeker tot de mogelijkheden dat in de toekomst hierin aanpassingen komen.
Door een verdergaande krimp van de Wsw is het op een langere termijn ook de vraag of dan nog voldoende draagkracht en economy of scale is voor de deelnemende gemeenten om de uitvoering van de Wsw bij een aparte eigen entiteit als het Schap te houden en of het Schap als eigen entiteit an sich dan überhaupt nog wel standhoudt. Op termijn kan dit zorgen voor een aanpassen van de algemene Gemeenschappelijke Regeling tot bv sec een basis Bedrijfsvoeringregeling binnen de Wet Gemeenschappelijke Regelingen maar ook is een risico op continuïteit voor het Schap als Gemeenschappelijke Regeling en zelfstandige Wsw organisatie. •
Risico’s uit hoofde van de WSW
Met ingang van 2023 zijn de directe financiële risico’s voor de uitvoering van de Wsw niet meer van toepassing. Vanaf 1-1-2023 zijn de deelnemende gemeenten immers direct zélf financieel en volledig verantwoordelijk voor het totale subsidieresultaat Wsw (= werkgeverskosten Wsw t.o.v. rijksbijdrage Wsw c.a.) En dan niet alleen zoals t/m 2022 voor sec de Beschutte Groep Wsw, maar vanaf 1-1-2023 voor de zgn. Gele én Blauwe Groep Wsw. Tevens zal na 2022 en wel vanaf 1-1-2023 onveranderd WAA Groep nv, en indirect daarmede de gemeente Venlo als nieuwe 100% eigenaar hiervan, en dus niet meer het Schap, volledig verantwoordelijk zijn voor het operationele resultaat dat voortvloeit uit de plaatsing en begeleiding van niet Beschutte Wsw medewerkers. De rol van het Schap verandert daarmede definitief ook in financieel opzicht van een breed uitvoerend en risicodragend Shared Servicecentre voor de integrale aansturing én uitvoering van de Wsw t/m 2022, naar een kleine publiekrechtelijke samenwerking van gemeenten en een organisatie die gezamenlijk namens haar deelnemende gemeenten de Wsw administratie inkoopt bij WAA Groep nv, regie voert en toezicht houdt op de uitvoering van sec de Wsw regeling vanaf 2023. - 25 -
•
Risico’s naar aanleiding van gemeentelijke herindeling
Het herindelingsproces in de regio Noord-Limburg is voorlopig niet aan de orde maar daarom niet minder belangrijk. Dit proces is direct van belang voor WAA omdat een mogelijke verkleining van het WSW-verzorgingsgebied kan leiden tot een geringer gemeentelijk draagvlak via een lager aanbod van SW-geïndiceerd personeel. Hierdoor kan de bedrijfsvoering (nog) sterker onder druk komen te staan terwijl de financiële draagkracht onder de onderneming WAA kleiner wordt. Hierdoor kunnen in de toekomst activiteiten onder druk komen te staan. De risico’s voor WAA vanuit deze optiek zijn bijna niet in te schatten maar daarom niet minder aanwezig. •
Demografische risico’s
Het maatschappelijk probleem van een vergrijzende samenleving is ook bij WAA een issue dat bij WAA zelfs nog sterker doorwerkt dan in de samenleving. Een analyse van het SW-personeelbestand van WAA geeft aan dat de gemiddelde leeftijd hoger is dan het gemiddelde in den lande. Een stijging van de gemiddelde leeftijd gaat gepaard met een oplopende krimp en hogere uitvoeringskosten. Hierbij valt dan onder andere te denken aan hogere loonkosten per fte (meer functie-eindlonen) en hogere prepensioenkosten en vervangingskosten doordat meer gebruik gemaakt wordt van seniorenregelingen c.a. Op nationaal niveau wordt steeds nadrukkelijker nagedacht over en gewerkt aan diverse maatregelen om werknemers langer in het arbeidsproces te houden. In de nieuwe Cao voor zowel Wsw- als niet-Wsw-personeel is deze beweging echter slechts mondjesmaat zichtbaar: seniorenregelingen en FPU-achtige modellen worden niet om- en afgebouwd en kennen hele lange uitlooptermijnen voor zittend personeel en stimuleren zo medewerkers eerder om op relatief jonge leeftijd te stoppen met werken dan andersom. Dit omdat deze regelingen nog steeds gepaard gaan met financieel aantrekkelijke voorwaarden voor de medewerkers.
Nog los van het sterk kostenverhogende effect van deze maatregelen voor de individuele bedrijven, zal duidelijk zijn dat bovenstaande ontwikkelingen een risico vormen voor de gemeenten zelf maar ook voor de bedrijfsvoering van WAA Groep nv en daarmee indirect voor de uitvoering van de Wsw waarvoor het Schap verantwoordelijk is en blijft. •
Fiscale risico’s
Vanaf 2016 is een breed en integraal vennootschapsbelastingmodel voor publiekrechtelijke organisaties van toepassing. WAA Venlo e.o. is hierbij aangemerkt als een Gemeenschappelijke Regeling die geen winststreven heeft en die zich om die reden niet als onderneming voor de vennootschapsbelasting kwalificeert. De uitvoeringsorganisatie WAA groep nv is te zien als een overheids-nv die sec de WSW uitvoert met haar werkactiviteiten en om die reden valt onder de vrijstellingsbepalingen van de nieuwe Wet Vpb. Beide vrijstellingen zijn eind 2017 formeel door de Belastingdienst goedgekeurd en bevestigd. De 100% dochtermaatschappijen van WAA groep nv, Beheermaatschappij Werkvoorziening Venlo bv en Vindt bv, zijn beide wel aangemerkt als formeel Vpb-plichtig, maar voeren feitelijk (momenteel) geen onderneming. Hierdoor is de materiële Vpbplicht voor deze beide bedrijven nagenoeg nihil. Ondanks dat ten aanzien van fiscaliteiten en vennootschapsbelasting e.e.a. vanaf 2017 is uitgekristalliseerd en formeel is goedgekeurd, is het altijd maar de vraag of dit ook in de toekomst zo blijft. De hele wet- en regelgeving op dit terrein is nl. nog steeds volop in beweging. Hierdoor loopt WAA (en haar deelnemende gemeenten) het risico dat in de toekomst toch ooit mogelijke overschotten van het Schap en WAA groep nv worden ‘afgeroomd’ met vennootschapsbelasting. •
Financieringsrisico’s
In de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheid) is onder andere opgenomen dat gemeenten en gemeenschappelijke regelingen in hun begroting een treasurystatuut moeten opnemen, waarin een uiteenzetting wordt gegeven van de risico´s met betrekking tot treasurybeheer. Voor een uiteenzetting van deze risico´s wordt verwezen naar de toelichting onder ‘Financiering’.
- 26 -
•
Risico’s Covid-19 ten aanzien van Rijksbijdrage WSW
Ondanks dat COVID-19 tot en met 2022 wel een fors effect heeft gehad bij WAA, zijn de effecten hiervoor voor sec het Schap op kortere termijn vooralsnog beperkt gebleven. Als gekeken wordt naar de langere termijn (2023 en verder), ligt dit risico primair bij WAA Groep nv en indirect nog bij het Schap. En ondanks dat COVID-19 vanaf 2023 onderdeel is geworden van de dagelijkse gang van zaken, kan dit echter zomaar weer omslaan en met een nieuwe variant en dan weer een ander verhaal zijn. En dan kan het zomaar plots wél een forse directe impact hebben op het Schap. Na 2023 dan wel minder in directe financiële zin maar wel direct in de wijze waarop het Rijk daarop inspeelt met wettelijke maatregelen die zowel direct als indirect uitvoering van de Wsw en daarmee het toezicht c.a. hierop kunnen beïnvloeden. 2.2 Risico’s in de uitvoering van de Wsw • Aanwijzing en uitvoering Wsw door WAA-groep nv Door de verkoop van het volledige aandelenbelang per 1-1-2023 loopt het Schap als Gemeenschappelijke Regeling geen directe risico´s uit hoofde van het ondernemerschap. Omdat het Schap tot en met 2032 WAA groep nv heeft aangewezen als enige uitvoerder voor, door en namens haar voor de Wsw, loopt het Schap indirect natuurlijk wel bedrijfsrisico´s.
Immers, de resultaten van WAA-groep nv zullen van invloed zijn op de bedrijfsvoering van WAA-groep nv en kunnen daarmee zowel in organisatie, aard en inhoud de uitvoering van de Wsw raken. Een uitvoering waar het Schap toezicht op moet houden omdat zij hiervoor eindverantwoordelijk is. Het risico dat voortvloeit uit het ondernemerschap is altijd iets wat blijft, en is inherent aan de structuur en afzetmarkten waarop WAA-groep nv opereert. En vanaf 2023 heeft het Schap daar geen directe bemoeienis meer mee maar toch; continuit van WAA Groep nv is in de huidige contractrelatie en voor de uitvoering van de Wsw wel een direct issue voor het Schap. En daarmede is discontinuïteit van WAA-groep nv een direct risico voor het Schap. • Risico: vervuilde gronden Het Schap was tot medio 2018 eigenaar van (onder-)gronden aan de Edisonstraat in Venlo en van de Kwekerij Roobeek. En ondanks dat zowel het complex aan de Edisonstraat als de Kwekerij vervreemd zijn, kan voor WAA t.a.v. milieuvervuilingen een staartverplichting uit voortvloeien. Ondanks het feit dat WAA van mening is dat momenteel geen sprake is van milieurisico’s en/of vervuiling van ondergronden c.a., in welke zin dan ook, die niet in beeld en opgelost resp. afgekocht zijn, is hier wel altijd een latent risico aanwezig.
• Risico: AVG Vanaf medio 2018 is in Europa een nieuwe privacywetgeving van kracht die de wettelijke bescherming van persoonsgegevens moet waarborgen. In Nederland is dit vertaald in (aanvullende) wetgeving in de vorm van een zgn. AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Deze wet schrijft gedetailleerd voor hoe, wat en waar een organisatie moet omgaan met de bewaring en verstrekking van persoonsgegevens. Zeker aan een publieke organisatie als WAA, die werkt met een kwetsbare doelgroep, stelt deze wet hoge eisen zowel in middelen als doen en laten van mensen op dit gebied. WAA is in dit kader al een heel traject gelopen van zowel fysieke maatregelen als bewustwording en het als organisatie steeds alert zijn op alles in dit kader. En ondanks dat WAA van mening is dat zij momenteel “AVG-proof” is, moet nog het nodige gebeuren om op dit gebied ook op lange termijn volledig AVG-proof te blijven. In de AVG zijn boetes en bestuurlijke maatregelen vastgelegd indien hier niet aan voldaan wordt. En ondanks dat WAA op dit punt naar haar mening AVG-proof is, is het nu, maar ook in de toekomst nooit uit te sluiten dat iets op dat punt niet goed gaat. Immers: WAA is en blijft een organisatie die draait om en met mensen. En mensen maken nu eenmaal fouten. Vanuit die optiek is nu, maar ook in de toekomst altijd een risico voor WAA en in het verlengde haar participanten.
• Risico: cyberrisico’s Recente voorvallen van organisaties die zijn aangevallen door hackers of internetcriminelen hebben aangetoond dat elke organisatie tegenwoordig risico loopt op verstoring of zelfs lamlegging van de interne werkprocessen door virussen a.g.v. malware of door bedreigingen via ransomware. WAA heeft tegen deze risico’s wel maatregelen genomen, zowel fysiek en softwarematig als in risicoafdekking (cyberverzekering). Desondanks is algemeen bekend dat beveiliging tegen cyberrisico’s vaak achter de nieuwste ontwikkelingen aanloopt, en dus altijd een latent cyberrisico aanwezig is. - 27 -
3. Onderhoud kapitaalgoederen Na de verkoop van haar gronden in 2017 en 2018 heeft WAA Venlo e.o. geen kapitaalgoederen meer. Derhalve is geen sprake van onderhoud van kapitaalgoederen.
4. Financiering WAA kent conform de wet FIDO een treasurystatuut en geeft jaarlijks in een aparte paragraaf in de begroting een beschouwing van de rente en financieringsontwikkelingen zoals het Schap die verwacht. Uitgangspunt is hierbij dat voldoende inzicht moet zijn in korte en langlopende financieringsrisico’s van het Schap en op welke wijze het Schap deze risico’s beheerst resp. beperkt. Indicatoren hiervoor zijn, naast het financieringsoverzicht, overzichten van leningenrisico’s en renterisico’s. Benchmarks hiervoor zijn de wettelijke criteria zoals die in de Wet FIDO zijn vastgelegd voor gemeenschappelijke regelingen. Onderstaand zijn de kasgeldruimte en de renterisico’s weergegeven. Deze overzichten zijn opgesteld volgens de voorschriften van de Wet FIDO. Uit beide overzichten blijkt dat het Schap in 2022 voldoet aan de hiervoor geldende normen. 1e kwartaal 2022 Stappen (1-4)
Bedragen x € 1.000
ultimo januari ultimo februari ultimo maart (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
13.480 13.477 12.638
12.203 12.191 11.412
Variabelen -5 Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen -1.277 -1.286 -1.266 -1.263 Bedragen 1.058 -205
Berekening kasgeldlimiet (5) -7 Begrotingstotaal 2022 -8 Percentage regeling (5) = (7) x (8) / 100
12.902 8,20%
Kasgeldlimiet
1.058
2e kwartaal 2022 Stappen (1-4)
Bedragen x € 1.000
ultimo april ultimo mei ultimo juni (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
12.214 13.723 13.921
11.263 12.469 12.718
Variabelen -5 Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen -951 -1.254 -1.203 -1.136 Bedragen 1.058 -78
Berekening kasgeldlimiet (5) -7 Begrotingstotaal 2022 -8 Percentage regeling (5) = (7) x (8) / 100
Kasgeldlimiet
- 28 -
12.902 8,20% 1.058
3e kwartaal 2022 Stappen (1-4) Bedragen x € 1.000
ultimo juli ultimo augustus ultimo september (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5) Berekening kasgeldlimiet (5)
(5) = (7) x (8) / 100
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
13.833 13.520 14.417
12.717 12.259 13.302
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen -1.116 -1.261 -1.115 -1.164 Bedragen 1.058
Variabelen -5 Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
-106
Begrotingstotaal 2022 -7 Percentage regeling -8 Kasgeldlimiet
12.902 8,20% 1.058
Kasgeldlimiet
4e kwartaal 2022 Stappen (1-4) Bedragen x € 1.000
ultimo oktober ultimo november ultimo december (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
14.044 14.638 2.927
12.303 12.806 12.323
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen -1.741 -1.832 9.396 1.941 Bedragen 1.058 2.999
Variabelen -5 Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
Berekening kasgeldlimiet (5) -7 Begrotingstotaal 2022 -8 Percentage regeling (5) = (7) x (8) / 100
12.902 8,20%
Kasgeldlimiet
1.058
Renterisico vaste schuld Bedragen x € 1.000
0 650 650
Begroting 2023 na wijziging 0 150 150
Primaire begroting 2024 0 150 150
2.554 1.904 0
120 0 30
Berekening Renterisiconorm: Totaal reguliere lasten (4a) boekjaar (4b) Percentage regeling
12.769
(4) =(4a x 4b/100)
Stap
Variabelen Renterisico(norm)
(1) (2) (3)
Renteherziening Aflossingen Renterisico
(4) (5a) = (4>3) (5b) = 3>4)
Renterisiconorm Ruimte onder risiconorm Overschrijding risiconorm
Renterisiconorm boekjaar
Realisatie 2022
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
0 150 0
0 0 0
0 0 0
102 0 48
101 0 49
89 89 0
120 120 0
598
510
504
445
602
20%
20%
20%
20%
20%
20%
2.554
120
102
101
89
120
- 29 -
EMU saldo Primaire begroting 2024 EMU-saldo
x € 1000 Begroting
Realisatie Omschrijving Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan 1 c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) Afschrijvingen ten laste van de 2 exploitatie Bruto dotaties aan de post 3 voorzieningen ten laste van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste 4 activa die op de balans worden geactiveerd Baten uit bijdragen van andere overheden waaronder in het Schap deelnemende gemeenten, de Europese 5 Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in 6 (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d.
(alleen 7 transacties met derden die niet op de exploitatie staan) Baten bouwgrondexploitatie: Baten 8 voor zover transacties niet op exploitatie verantwoord Lasten op balanspost Voorzieningen 9 voor zover deze transacties met derden betreffen Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks 10 ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten 11 Verkoop van effecten a Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte b boekwinst op de exploitatie? Berekend EMU-saldo *) volgens voorlopige cijfers
2022 *)
2023 voor wijz.
2023 na 1e wijz.
2024
2025
2026
2027
7.593
-1.260
-312
-311
-311
-250
-200
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
600
600
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0 Nee
0 Nee
0 Nee
0 Nee
0 Nee
0 Nee
0 Nee
8.193
-660
-312
-311
-311
-250
-200
- 30 -
5. Verbonden partijen Het Schap is een Gemeenschappelijke Regeling die de Wsw uitvoert namens de hierin deelnemende gemeenten Beesel, Bergen en Venlo. Het Schap is tot en met 1-1-2023 100% eigenaar van WAAgroep nv, gevestigd aan de Prinsessesingel 10 te Venlo. WAA-groep nv voert namens het Schap de Wsw uit op basis van een contract. Het huidige contract is, met een voorbehoud van behoud van de huidige organieke constellatie, verlengd en loopt tot en met 31 december 2032.
6. Lokale heffingen Het Schap kent geen lokale heffingen.
7. Grondbeleid Het Schap kent geen grondbeleid. Het Schap heeft, na de verkoop van haar gronden in 2017 en begin 2018, geen gronden meer in bezit.
- 31 -
- 32 -
Overzicht van baten en lasten begroting 2024
- 33 -
- 34 -
Overzicht van baten en lasten
Primaire begroting 2024 Lasten Rijkssubsidie WSW
Begroting 2023 na 1e wijziging
Baten
Lasten
Primaire begroting 2023
Baten Lasten
Werkelijk 2022*
Baten
Lasten
Baten
0
0
11.489
11.917
199
286
0
0
Diverse baten
0
0
0
67
Totale baten
199
286
11.489
11.984
Vergoeding DVO gemeenten
Overige uitvoerings- en plaatsingskosten
0
0
12.213
929
Administratiekosten
72
71
66
65
Personeelskosten bestuur Rentekosten minus – opbrengsten Kosten uitplaatsingen en herindicatie Frictiekosten bijdrage aan NV
23
23
21
20
19
29
38
-9
121
125
118
115
112
112
207
163
0
0
163
238
85
93
Projectkosten bijdrage aan NV Overige algemene kosten Totale lasten
510
598
12.749
1.376
Exploitatieresultaat
-311
-312
-1.260
10.608
Bijdrage aan WAA groep nv
0
0
0
-67
Resultaat deelnemingen
0
0
-311
-312
-1.260
7.593
0
0
600
600
-311
-312
-660
8.193
112
112
207
163
200
200
148
148
0
0
0
0
0
0
-305
8.504
Concernresultaat Dekking concernresultaat: Gemeentelijke tekortfinanciering WSW Begroot saldo baten en lasten Onttrekkingen aan bestemmingsreserve Vrijval bestemmingsreserve Toevoegingen aan bestemmingsreserve Begroot resultaat (te dekken uit alg. reserve) *) betreft voorlopige cijfers
- 35 -
-2.948
Kasstroomoverzicht
Resultaat (te dekken uit algemene reserve) Mutaties in bestemmingsreserve Mutaties in werkkapitaal Kasstroom uit operationele activiteiten
0 -312 462 150
Begroting 2023 na 1e wijziging 0 -312 462 150
Desinvesteringen mat. vaste activa Resultaat deelnemingen Kasstroom uit investeringsactiviteiten
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 -2.984 -2.984
Aflossingen van langlopende schulden Kasstroom uit financieringsactiviteiten
-150 -150
-150 -150
-150 -150
-650 -650
0
0
0
6
9 9 0
9 9 0
9 9 0
9 14 6
( x € 1.000 )
Primaire begroting 2024
Mutatie geldmiddelen
Primaire begroting 2023
Werkelijk 2022*
-305 -355 810 150
8.504 -311 -4.565 3628
*) betreft voorlopige cijfers
Saldi geldmiddelen: Beginstand boekjaar Eindstand boekjaar Mutatie
- 36 -
Toelichting op de programmabegroting Nadrukkelijk dient, idem als in alle jaarrekeningen en begrotingen vanaf 2018 tot en met voorjaar 2023, ook in deze begroting 2024 rekening gehouden te worden bij elke vergelijking over de jaren tot en met 2022 resp. Primaire Begroting 2023 ten opzichte van alle jaren t/m 2017 van de kerncijfers, exploitatie e.d. van WAA op totaalniveau over de jaren vanaf 2018 en verder, dat de totale SW-populatie waarvoor WAA de WSW uitvoert, vanaf 2018 fors lager is dan in voorgaande jaren. Er is nl. vanaf 1-1-2018 geen sprake meer van een integrale maar van een deeluitvoering van de WSW voor de gemeenten via WAA. Dit omdat gemeenten vanaf 1-1-2018 zélf aan de lat staan voor de uitvoering van het beschutte deel van WSW. Vanaf 1-1-2023 en verder gelden o.b.v. nieuwe Bestuurlijke afspraken onder Samen Verder! andere financiële afspraken en verhoudingen tussen het Schap en haar participanten. Hierdoor zijn de resultaten tot en met 2022 resp. begroting voor wijziging 2023 (zie *) en die vanaf begroting 2023 na wijziging en verder niet 1 op 1 meer inhoudelijk vergelijkbaar. Ook hiermede dient in alle vergelijkende cijfers vanaf 2023 ten opzichte van oudere jaren c.a. nadrukkelijk rekening gehouden te worden!
Rijksvergoeding WSW (excl. Covid-19 bijdragen) Primaire begroting 2024
Begroting 2023 na 1e wijzig.
Rijksvergoeding WSW regulier Bij: bonus Begeleid werken Af: korting rechtmatigheid
0 0 0
0 0 0
11.489 0 0
11.917 0 0
Totaal rijksbijdrage
0
0
11.489
11.917
532,6
553,6
377,0
394,18
nvt
nvt
30.673
30.232
Aantal SE incl. Begeleid werken Rijkssubsidie regulier per SE (x € 1)
Primaire begroting 2023*
Werkelijk 2022*
De omvang van de door het Schap van de (deelnemende) gemeenten te ontvangen rijksvergoeding was tot en met 2022 resp. primaire begrotingscijfers 2023 gebaseerd op: a) de Rijksbijdrage WSW bijdrage als onderdeel van het participatie-budget 2022 zoals die in de decembercirculaires jaarlijks door SZW gepubliceerd zijn, en b) op een raming voor 2023 resp. realisatie in 2022 van de gemiddelde WSW-bezetting voor het Niet Beschutte deel per gemeente. De deelnemende gemeenten zijn op basis van de bestuurlijke afspraken uit Samen Verder! vanaf 11-2023 direct zelf én volledig verantwoordelijk voor het zgn. subsidieresultaat Wsw overall en daarmede dan direct zelf (financieel) volledig verantwoordelijk voor alle wettelijke (werkgevers)lasten die voortkomen uit uitvoering geven aan de wettelijke taak zijnde het bieden van formeel werkgeverschap resp. een arbeidsovereenkomst Wsw voor dan ook de gehele doelgroep zijnde voor zowel Beschutte én Niet beschutte Wsw- medewerkers. De Rijksbijdrage Wsw wordt derhalve vanaf 2023 niet meer door gemeenten aan het Schap doorbetaald. Vergoeding DVO gemeenten
Vergoeding DVO Gemeenten Totaal
Primaire begroting 2024 199
Begroting 2023 na 1e wijzig. 286
Primaire begroting 2023 Nvt
Werkelijk 2022*
199
286
Nvt
nvt
- 37 -
nvt
Vanaf 2023 worden de kosten voor de Wsw dienstverlening van het Schap, in lijn met bestuurlijk vastgestelde dienstverleningsovereenkomsten, direct bij de deelnemende gemeenten middels een factuur met 21% btw in rekening gebracht. Deze vergoeding moet in principe zorgen voor een sluitende exploitatie van het Schap resp. kostendekkend moet zijn.
Diverse baten In 2022 betreft dit de voor voorjaar 2022 via gemeenten van het Rijk ontvangen eenmalige zogenaamde coronabijdrage om de gevolgen van Covid-19 op de bedrijfsvoering te mitigeren. In 2022 bedroeg deze eenmalige bijdrage nog ongeveer € 170 per arbeidsjaar WSW. Voor alle jaren na 2022 is een eventuele bijdrage uit dien hoofde als PM geraamd.
Overige uitvoerings- en plaatsingskosten Dit betreft de vergoeding aan WAA groep nv voor het uitvoeren van de WSW, conform de Uitvoerings- en plaatsingsovereenkomst tussen het Schap en WAA groep nv.
Uitvoerings- en plaatsingskosten per SE Dekkingsgraad rijkssubsidie : Uitvoerings- en plaatsingskosten per SE
Primaire begroting 2024
Begroting 2023 na 1e wijzig.
Primaire begroting 2023
Werkelijk 2022*
n.v.t.
n.v.t.
32.395
31.259
n.v.t.
n.v.t
0,95
0,97
*) betreft cijfers obv reguliere kosten en derhalve exclusief de eenmalige korting 2022
Dit betreft de vergoeding aan WAA-groep nv voor het uitvoeren van de Wsw, conform de Uitvoerings- en plaatsingsovereenkomst 2022 tussen het Schap en WAA-groep nv. De reguliere uitvoerings- en plaatsingskosten 2022 bedragen € 12.322.000. WAA Groep nv heeft op basis van de bestuurlijke besluiten uit Samen Verder! per ultimo 2022 eenmalig een korting verleend op de uitvoerings- en plaatsingsbijdrage 2022 aan het Schap WAA Venlo e.o. ter hoogte van het verschil tussen het eigen vermogen op 31-12-2022 vóór korting in de voorlopige jaarrekening 2022 van WAA Groep nv minus het basisweerstandsniveau ad € 2,5 mio. Op basis van de voorlopige cijfers 2022 zoals die zijn opgemaakt per medio februari 2023, is de voorlopige en in deze jaarrekening verwerkte eenmalige korting voor 2022 vastgesteld op een bedrag van afgerond € 11.393.000. Eventuele majeure afwijkingen van deze voorlopige korting zullen in de loop van 2023 bij de definitieve vaststelling van de jaarrekening 2022 van WAA-groep nv, op basis van de accountantsverklaring, nader worden bepaald resp. aanvullend worden verrekend. Na toepassing van de eenmalige korting resteert voor 2022 een nettobedrag ad € 929.000 dat door het Schap aan WAA-groep nv betaald is inzake uitvoerings- en plaatsingsbijdrage voor 2022. Met ingang van 2023 is dit o.b.v.
de nieuwe financiële afspraken onder Samen Veder! voor het Schap en WAA Groep nv niet meer aan de orde.
Personeelskosten bestuur
Salarissen en sociale premies Totaal Voorlopige cijfers
Primaire begroting 2024 23
Begroting 2023 na 1e wijzig. 23
Primaire begroting 2023 21
Werkelijk 2022*
23
23
21
20
- 38 -
20
Rentekosten minus –opbrengsten
Rentekosten leningen o/g Rentekosten overige Renteopbrengsten Totaal Voorlopige cijfers
Primaire begroting 2024 8 11 0 19
Begroting 2023 na 1e wijzig. 15 14 0 29
Primaire begroting 2023 15 33 0 38
Werkelijk 2022 *) 26 0 35 -9
In de primaire begroting 2024 dalen de rentekosten van langlopende leningen t.o.v. 2023 en voorgaande jaren door reguliere aflossingen op langlopende leningen. De overige rentekosten dalen in 2024 t.o.v. 1e begrotingswijziging 2023 en t.o.v. de primaire begroting. Deze ramingen zijn nog gebaseerd op een afname van uitzettingen tegen een negatieve rente. Echter heeft eind 2022 onverwachte omslag van een negatieve rente naar een positieve rente over uitzettingen plaatsgevonden, waardoor er in 2022 sprake is van onverwachte rentebaten. Gezien de grote economische onzekerheden begin 2023 is het de vraag of dit zo blijft. Uit oogpunt van voorzichtigheid zijn eventuele baten uit dien hoofde in 2024 als PM opgenomen.
Kosten uitplaatsingen en herindicatie Dit betreft de vergoeding aan WAA groep nv voor het uitvoeren van uitplaatsingen en herindicatie van de WSW, conform de Uitvoerings- en plaatsingsovereenkomst tussen het Schap en WAA groep nv. In 2024 is € 121.000 begroot (2023: € 125.000).
Projectkosten bijdrage aan NV
Projectkosten bijdrage aan NV Totaal Voorlopige cijfers
Primaire begroting 2024 0
Begroting 2023 na 1e wijzig. 0
Primaire begroting 2023 0
Werkelijk 2022*
0
0
0
0
0
De bijdrage in de projectkosten aan WAA groep nv worden, op basis van bestuursbesluiten, gedekt uit de bestemmingsreserve.
Frictiekosten bijdrage aan NV
Frictiekosten bijdrage aan NV Totaal Voorlopige cijfers
Primaire begroting 2024 112
Begroting 2023 na 1e wijzig. 112
Primaire begroting 2023 207
Werkelijk 2022*
112
112
207
163
163
De frictiekosten betreffen vooral personeelskosten van boventallig personeel vanuit strategische ombouwoperaties. Deze worden op basis van bestuursbesluiten gedekt uit de bestemmingsreserve frictie.
- 39 -
Overige algemene kosten Primaire begroting 2024 Accountantskosten Kosten modernisering WSW Kosten DVO Niet Beschut Onvoorzien Overige Totaal Voorlopige cijfers
Begroting 2023 na 1e wijzig.
55 0 76 22 10 163
Primaire begroting 2023
54 75 75 24 10 238
Werkelijk 2022*
48 0
52 31
25 12 85
0 10 93
De kosten modernisering WSW betreffen m.n. de inzet van projectleiding en externe deskundigen vanuit een gemeenschappelijke vraag en gemeenschappelijk belang van alle drie de deelnemende gemeenten te dekken voor het geval de voorgenomen integratie van WAA en het sociale domein van de gemeente Venlo doorgaat. De kosten DVO Niet Beschut betreft een vergoeding die voortvloeit uit de nieuwe afspraken van Samen Verder! voor HRM dienstverlening c.a. die vanuit WAA Groep nv ingezet wordt om zaken die voortvloeien uit het formele werkgeverschap voor m.n. Niet Beschutte/ blauwe Groep Wsw (en een paar items voor ambtenaren) bij de GR te bewaken en formeel goed te regelen. Het gaat dus om items die onderdeel zijn van de HRM vergoeding t.a.v. sec formeel werkgeverschap voor m.n. Wsw blauw. Per persoon komt dat neer op ongeveer € 170 per jaar excl. btw. Het is nu ook aan de orde voor de Beschutte/ Gele groep en nu ook één onderdeel van de totale HRM vergoeding zoals die nu ook voor de Gele groep betaald wordt. Voor de Blauwe groep zijn de kosten lager dan voor de Gele groep aan HRM vergoeding omdat voor die laatste groep de gemeente een HRM vergoeding betaald – en dan niet via de GR maar rechtstreeks aan de NV - voor zowel het formele áls materiele werkgeverschap voor die groep + aanvullende HRM advisering incl. eventuele juridische kosten als dat aan de orde is.
Onder de post Onvoorzien zijn, naast een budget voor onvoorziene zaken, in 2022 (evenals voorgaande jaren) ook middelen begroot om eventuele verschillen tussen de ontvangen rijksbijdrage en uitvoerings- en plaatsingsbijdrage WSW a.g.v. afwijkingen tussen begrote en feitelijk ingevulde WSW-bezetting bij het Schap te kunnen opvangen.
Bijdragen aan WAA groep nv Via de uitvoerings- en plaatsingsbijdrage is de eenmalige Rijkscompensatie om de gevolgen van Covid19 op de bedrijfsvoering te mitigeren, in lijn met bestuurlijke besluitvorming, volledig doorbetaald aan WAA groep nv. Dit zal ook gebeuren met eventuele volgende compensaties. Hierdoor worden de gevolgen van Covid-19 op de bedrijfsvoering / exploitatie en de compensatie hiervoor binnen de WAA constellatie zowel materieel als formeel gematched. In verband met het afwijkende en eenmalige karakter van zowel de ontvangst als doorbetaling van deze Coronabijdrage van het Rijk resp. gemeenten via de Rijksbijdrage WSW, wordt de ontvangst hiervan in de exploitatie van het Schap apart verantwoord onder Diverse baten. De doorbetaling aan WAA groep nv wordt ook apart verantwoord onder deze post Bijdragen van/aan Derden.
Onttrekkingen uit bestemmingsreserve De hierboven vermelde bijdragen in projectkosten en frictiekosten aan WAA groep nv worden op basis van bestuursbesluiten gedekt uit bestemmingsreserves.
Projectkosten bijdrage aan NV Frictiekosten bijdrage aan NV Totaal onttrekkingen
Primaire begroting 2024 0 112
Begroting 2023 na 1e wijzig. 0 112
Primaire begroting 2023 0 207
Werkelijk 2022*
112
112
207
163
- 40 -
0 163
Toevoeging aan bestemmingsreserve In 2023 en 2024 is geen toevoeging aan de bestemmingsreserve begroot. De in voorgaande jaren gereserveerde frictiemiddelen zijn naar verwachting toereikend om de geplande ombouw/transitie van WAA volledig te financieren.
Vrijval uit bestemmingsreserve Vanaf 2023 tot en met 2026 is een jaarlijkse vrijval begroot uit de bestemmingsreserve voor frictie. In 2022 was dit €147.500, en in 2023 t/m 2026 jaarlijks €200.000. Dit omdat de in voorgaande jaren gereserveerde frictiemiddelen per ultimo 2022 naar verwachting voor in totaal €800.000 bovenmatig en niet meer direct noodzakelijk zijn om de geplande ombouw/transitie van WAA uit hoofde van het strategische plan “Samen Anders!” volledig af te financieren. De jaarlijkse vrijval vanaf 2023 gespreid over vier jaren geschiedt conform genomen bestuursbesluiten.
Gemeentelijke bijdrage WSW ter financiering van het tekort
Bedragen x € 1.000
Totaal gemeentelijke bijdrage WSW Aantal SE incl. Begeleid werken
Primaire begroting 2024
Begroting 2023 na 1e wijzig.
Primaire begroting 2023
Werkelijk 2022*)
Nvt
nvt
600
600
532,6
553,6
549,5
571,08
0
0
-172,5
-176,9
532,6
553,6
377,0
394,2
Nvt
Nvt
1.591
1.522
Af: naar Werken in buurten Resteert aantal SE Gemeentelijke bijdrage per SE (x € 1) * Voorlopige cijfers
Zoals onder Vergoeding DVO Gemeenten al aangegeven, worden vanaf 2023 de kosten voor de dienstverlening van het Schap, in lijn met bestuurlijk vastgestelde dienstverleningsovereenkomsten, direct bij de deelnemende gemeenten middels een factuur in rekening gebracht. Deze vergoeding moet in principe zorgen voor een sluitende exploitatie van het Schap resp. kostendekkend zijn. Derhalve is een aanvullende exploitatiebijdrage van gemeenten dan in principe niet meer noodzakelijk en aan de orde. Eventuele overschotten op resp. tekorten op de DVO vergoedingen zullen vanaf 2023 tijdelijk ten guste resp. ten laste van de algemene reserve van het Schap komen. Overschotten resp. tekorten boven het minimale weerstandsvermogen van het schap ad € 0,5 mio zullen zo tijdelijk worden geparkeerd en in volgende jaren door het Schap worden ingezet ter egalisatie voor een sluitende exploitatie op lange termijn. Het Schap had en heeft ook in de toekomst immers geen winstdoel.
Taakvelden Het Schap voert één programma uit, de Wet Sociale Werkvoorziening. De volledige exploitatie van WAA is hierop gericht, waardoor geen sprake is van overheadkosten, resp. kosten die gemaakt worden voor meerdere programma’s. Er is derhalve bij het Schap alleen sprake van algemene overheadkosten zijnde indirecte kosten.
- 41 -
- 42 -
19
0.5 Treasury
510
Totaal generaal
510
199
6.0 Sociaal domein 6.4 Begeleide Participatie
598
286
-
-
121
312
311
0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
112
235
0.4 Overhead
0.8 Overige baten en lasten
23
598
125
112
29
309
23
Lasten
Baten
Lasten
Baten
0.1 Bestuur
0. Bestuur en Ondersteuning
Taakvelden (in € 1.000)
Begroting 2023 na 1e wijziging
Primaire Begroting 2024
Overzicht Taakvelden Begroting 2024 Schap primaire begroting
12.749
12.089
305
355
Baten
12.749
12.331
207
38
152
21
Lasten
Primaire Begroting 2023
4.391
12.517
-8.504
311
67
Baten
4.391
1.044
3.178
-9
158
20
Lasten
Realisatie 2022