Presentatie met toelichting Regionaal beleidsplan Jeugd Noord-Limburg 2022 en verder
Tekst van het document
Op 17 mei vond er een Raadsinformatiebijeenkomst plaats over het Regionaal Beleidsplan Jeugd. Tijdens deze avond hebben we u geïnformeerd over het proces om te komen tot een nieuw regionaal beleidsplan, de inhoud die volgens u een plek zou moeten krijgen in het plan en de thema’s waar we volgens u de komende jaren prioriteit aan moeten geven. Tijdens deze avond heeft u als gemeenteraden aangegeven graag omstreeks oktober nog een keer geïnformeerd te worden over de stand van zaken rondom het regionaal beleidsplan, voorafgaand aan het moment dat het beleidsplan voorligt in de commissievergaderingen en de gemeenteraden. Gelet op het feit dat de agenda’s overvol zitten met bijeenkomsten en vergaderingen, hebben wij in afstemming met de griffier van de gemeenteraad van Venray en de kar trekkend wethouder Chantal Nijkerken besloten u via deze weg te informeren.
Sinds 2015 zijn gemeenten op basis van de Jeugdwet verantwoordelijk voor bijna alle ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en gezinnen bij het opvoeden en opgroeien. De organisatie van deze ondersteuning is vastgelegd in regionale beleidskaders die inmiddels verlopen zijn. Daarnaast hebben gemeenten sinds 2019 verschillende Kamerbrieven, de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO, waar we via de VNG mee hebben ingestemd) en het wetsvoorstel ‘Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’, de opdracht gekregen een regionaal beleidsplan op te stellen. In onze samenwerking als regio hebben we als gemeenten ervaren dat een regionaal beleidskader voordelen en kansen biedt. We willen als regio de komende jaren de transformatie in het jeugdhulpstelsel nog verder vormgeven, meer preventief en integraal werken, het voorliggend veld en lichtere vormen van ondersteuning optimaal benutten om zo een beroep op (specialistische) zorg af te laten nemen. Hoe we dit als regio gaan doen, willen we vastleggen in een regionaal beleidsplan. We moeten én willen daarom als regio Noord-Limburg een nieuw regionaal beleidsplan jeugd laten vaststellen.
In het regionaal beleidsplan komen verschillende ontwikkelingen van de afgelopen jaren en lopende ontwikkelingen samen: transformatie, Sturing en Inkoop, Toegang, regiovisie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling, (boven)regionale samenwerking en de MGR. Daarnaast hebben de verplichte onderwerpen uit de NvO een plek gekregen. Onderwerpen Nvo 1. Gewenste inhoudelijke ontwikkeling van het zorglandschap a.
Beschrijf de maatschappelijke opgave van de regio m.b.t. (de ondersteuning van) jeugdigen en gezinnen
b.
Beschrijf de (strategische) beleidsdoelen van de regio
c.
Beschrijf wat (boven)regionaal nodig is voor het bereiken van de beleidsdoelen
d.
Beschrijf de gewenste inhoudelijke ontwikkeling van het zorglandschap en de transformatiestappen die daarvoor nodig zijn.
2. Vraag & aanbod a.
De regiovisie bevat een beschrijving van het hulpaanbod dat nodig is in de regio.
b.
Beschrijf met welke aanbod binnen de aanpalende domeinen er samenhang is en welk aanbod daar beschikbaar is.
c.
Beschrijf welke jeugdhulp regionaal wordt gecontracteerd, welk deel lokaal wordt gecontracteerd en hoe de verbinding daartussen tot stand komt voor een soepele procesgang voor gezinnen en zorgaanbieders.
d.
Beschrijf hoe (tenminste voor de looptijd van de regiovisie) in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van jeugdfuncties geborgd wordt.
e.
Beschrijf voor welke functies bovenregionaal wordt samengewerkt/afgestemd (met als doel dat deze bovenregionale functies beschikbaar blijven)
3. Lokale toegang a.
De regiovisie bevat de wijze waarop de lokale toegang verbonden is met de gecontracteerde hulp
b.
In de regiovisie is beschreven hoe het Regionale Expertteam is georganiseerd en verbonden met enerzijds de lokale teams en anderzijds de Expertisecentra
c.
De aansluiting met het onderwijs en de veiligheidsketen is beschreven.
4. Governance a.
De gemeenten leggen meerjarige afspraken vast over de organisatie van de regiofuncties
b.
De samenwerkingsvorm is geformaliseerd en de afspraken zijn uitgewerkt en formeel besloten.
c.
De taakverdeling tussen de gemeenten en de regio is uitgewerkt en bestuurlijk besloten.
d.
Er is 1 bestuurlijk aanspreekpunt dat intern en extern op kan treden namens de regio.
5. Sturing & bekostiging a.
In de regiovisie wordt vastgelegd hoe de gemeenten de strategische beleidsdoelen bereiken middels de sturing & bekostiging
b.
Beschrijf de keuzes die gemaakt worden in de inkoop. Let daarbij op de zorgvuldigheidseisen voor inkoop
c.
Beschrijf de keuzes die gemaakt worden in het bekostigingsmodel
d.
Beschrijf de keuzes die gemaakt worden in contractvorm
e.
Beschrijf de keuzes die gemaakt worden in toegangsmanagement en leveranciersmanagement
De inhoud van het regionaal beleidsplan is tot stand gekomen in overleg met diverse partijen: regionale cliëntenraden, regionale adviesraden sociaal domein, onderwijsbesturen en de samenwerkingsverbanden primair onderwijs en voortgezet onderwijs, de regionale beleidsmedewerkers en collega’s uit de uitvoering op het gebied van jeugd, de regionale werkgroep Toegang, regiocollega’s onderwijs, participatie, gezondheid en Wmo het regionaal management team (RMT) en de wethouders sociaal domein. Tijdens diverse overleggen en bijeenkomst is input opgehaald en kregen partijen de mogelijkheid om te reageren. Tijdens een regionale heidag zijn uitvoering, beleid, management en bestuur met elkaar in gesprek gegaan over de toekomst van het jeugdhulplandschap in Noord-Limburg. Ook heeft tijdens het proces van Sturing en Inkoop diverse keren afstemming plaatsgevonden met aanbieders. De inhoud en uitkomsten uit de diverse overleggen, bijeenkomsten, de heidag Jeugd en het programma Sturing en Inkoop hebben nadrukkelijk een plek gekregen in dit beleidsplan. Dit beleidsplan wordt breed gedragen door (vertegenwoordigers van) jongeren en ouders en ketenpartijen.
Conform de Jeugdwet artikel 2.2 lid 3 heeft voorafgaand aan besluitvorming door de gemeenteraden over het concept beleidsplan op overeenstemming gericht overleg plaatsgevonden met de samenwerkingsverbanden primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Eind september 2021 heeft het OOGO plaatsgevonden en daar is ingestemd met het regionaal beleidsplan jeugd dat nu voorligt. Op 14 oktober heeft het portefeuillehoudersoverleg (PHO) sociaal domein plaatsgevonden, hieraan nemen alle wethouders sociaal domein van de 7 gemeenten deel. Door het PHO is positief gereageerd op het plan dat nu de lokale besluitvorming ingaat.
We willen een vitale gemeenschap, waarbij inwoners zoveel mogelijk zelf en met hulp van anderen uit de samenleving hun problemen oplossen. We werken samen met de vitale gemeenschappen en de partners op basis van vertrouwen en partnerschap. We zetten in op preventie, vroegsignalering en versterken de omgeving, die onder andere bestaat uit het eigen netwerk van inwoners, het onderwijs, jongerenwerk, het verenigingsleven, informele zorg en vrijwilligersorganisaties. Hoe sterker de omgeving, hoe minder snel inwoners een beroep hoeven te doen op het vangnet van de gemeente (visiepunt 1). Op die manier kunnen we als gemeenten voor de meest kwetsbare groepen het vangnet van ondersteuning waarborgen. Wanneer er toch een beroep op het vangnet gedaan wordt, heeft ondersteuning zo veel mogelijk een tijdelijk karakter, wordt deze duurzaam ingezet (zie definitie paragraaf 3.3) en waar dat kan, wordt deze ondersteuning in de eigen omgeving van de inwoners geboden (visiepunt 2). Tot slot delen we ervaringen en leren we van elkaar om zo continu ons beleid en de uitvoering te verbeteren en passend en actueel te laten zijn (visiepunt 3). Hierboven willen we de beweging op een schematische wijze laten zien. De vakken ‘inwoners en zijn/haar netwerk en de omgeving’ nemen in omvang toe, terwijl we zien dat de vakken gericht op ‘ondersteuning’ (het vangnet) in omvang afnemen.
Elk kind is uniek en ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. We bieden een positieve en stimulerende basis en omgeving waarin kinderen zich optimaal ontwikkelen en hun talenten ontplooien. We richten ons op mensen zelf, op hun veerkracht en op wat hun leven betekenisvol maakt: positieve gezondheid. Daarnaast zetten we in op het versterken van de omgeving vanuit preventief oogpunt: hoe sterker de omgeving, hoe minder snel mensen een beroep doen op ondersteuning. In de omgeving bevinden zich vitale gemeenschappen, verenigingen, huisartsen, organisaties zoals het onderwijs en de GGD en bedrijven. Kinderen en hun ouders zijn in deze omgeving in beeld en we signaleren zo vroeg mogelijk ontwikkelingsachterstanden en dreigende risico’s bij jongeren. Zo kunnen we tijdig handelen en erger voorkomen. Voor een groot deel bevindt de omgeving zich op lokaal niveau en daarom hebben de gemeenten in Noord-Limburg tot nu toe de organisatie van deze omgeving en de samenwerking hiermee vooral lokaal ingeregeld. We hebben de afgelopen jaren, onder andere met de uitvoering van de Transformatieagenda, ook gezien dat regionale samenwerking een grote meerwaarde heeft in de samenwerking met en het versterken van de omgeving, preventie en vroegsignalering. Als regio Noord-Limburg gaan we daarom de komende jaren juist ook gezamenlijk inzetten op preventie, vroegsignalering en een sterke omgeving.
Op sommige momenten is opgroeien en opvoeden lastig en lukt het een gezin niet alleen om bepaalde problemen op te lossen. In deze gevallen is de inzet van jeugdhulp wenselijk om een kind en/of gezin te ondersteunen, met als doel dat zij weer zonder hulp verder kunnen. Het is voor de regio van belang dat er zoveel mogelijk passende, juiste zorg op de juiste plek terecht komt. Vanaf 1 januari 2022 wordt het jeugdhulplandschap in Noord-Limburg opgedeeld in verschillende segmenten. Per segment zijn duidelijke doelstellingen beschreven en is goed in kaart gebracht hoe we op de juiste manier kunnen sturen. Dit alles met doel om de juiste hulp tijdig op de juiste plek in te zetten.
Om deze doelstellingen te bereiken, zetten we in op ondersteuning thuiswonenden (ambulant en dagbesteding en dagbehandeling), ondersteuning zo thuis mogelijk (woonvormen zonder behandeling), ondersteuning uit huis zo kort mogelijk (opname vervangende behandeling en behandeling met verblijf, Crisishulp en JeugdzorgPlus) en jeugdbescherming en jeugdreclassering.
Nu we de tijdsdruk die gepaard ging met de transitie achter ons hebben gelaten, willen we graag de verbetering en vernieuwing samen met onze partners versnellen. Daarvoor is het belangrijk dat we kennis en ervaringen delen en leren van elkaar, van onze jeugdigen en ouders (gezinnen), van onze gemeenschappen, van cliëntenraden, van professionals, van andere partners, van andere sectoren, van andere gemeenten en van andere regio’s. Daarbij gaat het zowel om het ophalen van kennis, maar ook het delen van onze eigen successen.
Het bereiken van de ambitie, visie en doelstellingen gebeurt binnen de beschikbare middelen en capaciteit. Dit vraagt om het maken van keuzes en het aanbrengen van focus. Tijdens de diverse overleggen en bijeenkomsten zijn de volgende drie punten in de onderstaande volgorde als prioriteit benoemd: 1. Grip en Sturing: we willen grip hebben en sturen op het bieden van passende ondersteuning van goede kwaliteit aan inwoners tegen een reëel tarief. Dit doen we door in te zetten op de vier sturingselementen die voortkomen uit het project Sturing en Inkoop. 2. Transformatie: preventie, vroegsignalering en het versterken van de omgeving, waaronder de intensivering van de samenwerking en verbinding met het onderwijs. 3. Leren en verbeteren: We zijn een lerende jeugdhulpregio. We investeren in het ophalen en ontsluiten van kennis, het monitoren en evalueren van beleid en uitvoering en de bijstelling en verbetering hiervan. Wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn, wordt allereerst gekeken of deze passen binnen de bovenstaande prioritering en wat dit betekent voor het oppakken van de al lopende taken.
Een voorbeeld van zo’n ontwikkeling is de Hervormingsagenda 2022-2028 (van het Rijk en de VNG) waarmee onder andere wordt ingegaan op de afbakening van de reikwijdte van de jeugdhulp en aan de hand waarvan we onze regierol als gemeenten beter willen vormgeven met betrekking tot de transformatie en de integraliteit binnen het sociaal domein.
Naast de samenwerking binnen de regio Noord-Limburg, zijn de afgelopen jaren ook bovenregionale samenwerkingsvormen ontstaan, soms organisch en soms vanuit een wettelijke verplichting. Voor de beschikbaarheid van de specialistische jeugdhulp, zoals Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, de Integrale Crisishulp Jeugd en de JeugdzorgPlus is namelijk een grotere schaalgrootte nodig dan die van de jeugdregio. Op het gebied van de Integrale Crisishulp Jeugd vindt samenwerking en gezamenlijke contractering plaats met de regio’s in Midden-Limburg. Verkend wordt om vanaf 2023 ook binnen het segment ‘Opname vervangende behandeling en behandeling met verblijf’ samen te werken en een gezamenlijke contractering en toegangsproces plaats te laten vinden. De regio Noord-Limburg werkt op het gebied van Jeugdbescherming en Jeugdreclassering samen met de regio’s in Midden- en Zuid-Limburg. Tot slot wordt op de schaalgrootte van ZuidOost-Nederland de JeugdzorgPlus georganiseerd. De MGR werkt voor de Noord-Limburgse gemeenten. Met als doel de inkoop in het sociaal domein dusdanig te organiseren, dat zowel de efficiency als de continuïteitsvoordelen binnen het sociaal domein maximaal benut worden. Dit geldt op het gebied van kennis, kunde en financiën. Duurzame en continue hulp en ondersteuning wordt op deze manier beter gefaciliteerd dan per gemeente afzonderlijk.
De regiogemeenten in Noord-Limburg willen, naast hun lokale aanpak op de transformatie en preventie, ook in gezamenlijkheid invulling geven aan de transformatie en inzetten op preventie, vroegsignalering en het versterken van de omgeving. Enkele projecten die voortkomen uit het Transformatieplan Jeugd en die uit het regionale Transformatiebudget gefinancierd worden lopen nog enkele jaren door. Vanuit het regionale Transformatiebudget zijn er echter vanaf 2022 vrijwel geen middelen meer beschikbaar. Het gezamenlijk sturen op en financieren van transformatie en projecten die bijdragen aan preventie, vroegsignalering en het versterken van de omgeving: •
geeft ruimte om bestaande projecten te borgen en biedt ruimte om nieuwe initiatieven mogelijk te maken
•
maakt dat we meer invulling kunnen geven aan duurzaam partnerschap (onze partners hoeven niet één op één met gemeenten afspraken te maken en te verantwoorden en zij hebben dus maar met één partij te maken)
•
zorgt ervoor dat monitoring, leren en verbeteren op schaal van de regio plaatsvindt en we de ontwikkelingen van de regio kunnen volgen, ook ten pzichte van onze gezamenlijke inkoop
•
is efficiënter en minder arbeidsintensief