CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp bestemmingsplan Bleijenbeek 6

Gemeenteraad 11 juli 2022, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van het bestemmingsplan Bleijenbeek 6;25.885 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In het werkgebied van het voormalige waterschap Peel en Maasvallei geldt in landelijk gebied een vrijstelling van compensatie van de toename van verhard oppervlak als het totaal aaneengesloten oppervlak verharding niet meer bedraagt dan 5.000 m².

5.2.2

Toekomstige waterhuishoudkundige situatie Het initiatief heeft betrekking op een bestemmingswijziging waarbij de bestaande bebouwing behouden blijft en de afhang van de noordelijke schuur gesloopt wordt.

28

Hierdoor is sprake van een afname in verhard oppervlak, wat betekent dat vanuit het oogpunt van hydrologisch neutraal ontwikkelen er geen verdere maatregelen noodzakelijk zijn. Voor de resterende bebouwing en verharding kan de bestaande wijze van opvangen en infiltreren op eigen terrein in stand blijven. Daarnaast kan de bedrijfswoning, voor wat betreft het vuilwater, zoals in de huidige situatie aangesloten blijven op het riool. Hiermee vormt het aspect water geen belemmering voor onderhavig plan.

5.3

Natuur

5.3.1

Gebiedsbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming het geldend wettelijk kader wanneer het gaat om natuurbescherming. Deze wet heeft drie wetten vervangen, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. De beleidsmatige natuurbescherming die voorheen was vastgelegd in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is opnieuw vastgelegd, maar heeft een andere naam gekregen namelijk Natuur Netwerk Nederland (NNN). Daarnaast is de specifieke soortenbescherming geëvalueerd en gemonitord. Op basis daarvan is de soortbescherming voor sommige soorten gewijzigd. Sommige soorten worden daardoor beter beschermd, andere soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft bestaan voor alle inheemse flora- en fauna. (Nieuwe) ontwikkelingen kunnen namelijk negatieve gevolgen hebben voor beschermde flora- en faunasoorten. Bij negatieve effecten van ontwikkelingen kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht, geluid, trilling en dergelijke. Bij ruimtelijke planvorming is daarom een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. Het plangebied is niet binnen een Natura 2000-gebied gelegen. Het ligt echter wel direct naast het Natura 2000 gebied Maasduinen.

Gezien het feit dat het plangebied niet binnen een Natura 2000-gebied is gelegen en er functieverandering plaatsvindt waarbij de agrarische bedrijfsvoering wordt beëindigd, zijn significant negatieve effecten uit te sluiten.

5.3.2

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. Bij ruimtelijke planvorming en ingrepen is het verplicht om een toetsing aan de natuurwetgeving uit te voeren. Het wijzigen van de bestemming brengt de voorkomende planten- en diersoorten niet in gevaar. De bestaande woning en bedrijfsgebouwen zullen behouden blijven. Enkel de afhang wordt gesloopt en zou als verblijfsplaats voor dieren kunnen fungeren. Aangezien dit gedeelte van het bijgebouw zal worden gesloopt, dient vóór de sloop te worden vastgesteld of dit een negatief effect heeft op eventueel aanwezige dier- en plantensoorten. In het kader van de sloopmelding zal dus

29

worden onderzocht of er beschermde dier- en/of plantensoorten aanwezig zijn en of er al dan niet mitigerende maatregelen moeten worden genomen. De sloopwerkzaamheden zullen vervolgens door een erkend sloopbedrijf worden uitgevoerd, waardoor uitgegaan kan worden van een zorgvuldige uitvoering welke geen belemmering oplevert voor onderhavige ontwikkeling. Voor de herbestemming van de percelen zorgt het aspect Natuur dus niet voor een belemmering voor onderhavig plan.

5.6

Verkeer Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er optreden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren.

5.6.1

Mobiliteit De bedrijfsvoering ter plaatse van de planlocatie wordt beëindigd. De woning blijft in zijn huidige functie behouden en het perceel wordt enkel nog gebruikt voor woondoeleinden. Daarom zal onderhavige ontwikkeling zorgen voor een afname in het aantal verkeersbewegingen. Gezien de Bleijenbeek het aantal verkeersbewegingen in de huidige situatie goed kon verwerken, zal dit in de nieuwe situatie waarbij het aantal verkeersbewegingen afneemt, onveranderd blijven. Het aspect mobiliteit levert geen belemmeringen op.

5.6.2

Parkeren De gemeente Bergen heeft geen specifiek beleid omtrent parkeernormen. Het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Bergen 2014 stelt dat er wordt aangesloten bij de landelijke parkeernormen die zijn vastgelegd in de CROW publicatie 317: 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Parkeren dient daarbij wel te geschieden op eigen terrein. Gezien de aard van de ontwikkeling waarbij in de huidige situatie kon worden voorzien in de parkeerbehoefte van het bedrijf, zal dit in de nieuwe situatie ook geen problemen opleveren. Volgens het CROW dient er bij een vrijstaande woning buiten de bebouwde kom te worden voorzien in 2,8 parkeerplaatsen. Op eigen terrein is voldoende parkeermogelijkheid waardoor het aspect parkeren geen belemmering vormt voor de planontwikkeling.

30

HOOFDSTUK

6 Juridische planopzet

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. • Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; • Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. • Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. • Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen. Wijze van bestemmen Met de regels is aangesloten bij de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2018'. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: • 'Wonen'; • ‘Agrarisch met waarden’; • ‘Natuur’.

31

In voorliggend bestemmingsplan zijn de dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen overgenomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied 2018’ van de gemeente Bergen (L.) Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

32

HOOFDSTUK

7.1

7 Uitvoerbaarheid

Inleiding In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. De ontwikkeling moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn.

7.2

Economische uitvoerbaarheid Wanneer met een omgevingsvergunning een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In onderhavig geval is geen sprake van een bouwplan in het kader van artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening en is het aspect kostenverhaal niet van toepassing.

7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingplan ‘Bleijenbeek 6’ wordt ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter visie gelegd, waarbij gelegenheid wordt geboden tot het indienen van zienswijzen. Vooruitlopend op de formele procedure heeft de initiatiefnemer zijn plannen kenbaar gemaakt aan de directe omgeving. Op 21 september 2019 zijn de omwonenden uitgenodigd voor een 'burendag'. Er zijn uitnodigingen verstrekt aan de bewoners van Bleijenbeek 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 9a, 10, 12, 13, 15, en 17 en Rimpelt 30. De initiatiefnemers zijn bij de bewoners van de Bleijenbeek 2 op bezoek geweest. De omwonenden woonachtig aan de Bleijenbeek 1, 3, 4, 5 en 8 zijn op 21 september 2019 op de locatie aan de Bleijenbeek 6 op bezoek geweest. De overige omwonenden hebben zich telefonisch of mondeling afgemeld. Aan alle omwonenden is het plan uitgelegd om de agrarische bestemming in een woonbestemming te wijzigen. Alle omwonenden hebben aangegeven geen probleem te hebben met dit plan.

33

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122

(print op A3)

LIGGING Het plangebied is gelegen aan de Bleijenbeek, ten oosten van de kern Afferden, ten westen van de ruine van kasteel Bleijenbeek. Zie de markeringen in de uitsnede van de topografische kaart hieronder en de luchtfoto rechts.

plangebied

het plangebied Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

1

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122

(print op A3)

heide en droge houtopstanden, broekbosjes

SITUATIE 1895 In 1895 werd ter hoogte van het plangebied al een hoeve met bijgebouwen gekarteerd. Het plangebied werd doorsneden door een veldweg en grensde aan de beek. Het gebied aan de noordkant van de beek werd gekarteerd als akkerland. Ten zuiden van de beek bevond zich grasland. Ten noorden van het plangebied was de hoger gelegen heide bebost met 'droge houtopstanden', langs de beek werden kleinere broekbosjes gekarteerd. karakteristiek De landschappelijke context is te kenschetsen een oud bouwland in het dal van de Eckeltsebeek. Kenmerkend voor de context is het voorkomen van: a) geschoren hagen, hoogstamfruit en solitaire bomen nabij de gebouwen, b) groensingels, bomenrijen of restbosjes aan de veldkanten. Zie de uitsnede van de top kaart uit 1895 hieronder en de projectie in de luchtfoto rechts.

topografische kaart 1895 1895 bouwland aan de beek, hoeve en bijgebouwen Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

2

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122

(print op A3)

HISTORISCHE SCHETS In de loop van de 20ste eeuw wordt de heide ten westen van het plangebied gaandeweg bebost. In het plangebied veranderd relatief weinig. Het bouwland aan de westkant wordt in 1938 als weiland gekarteerd, in 1968 is het weer als bouwland in gebruik. In de periode rond de Tweede Wereldoorlog wordt een stal ten westen van de veldweg gerealiseerd. Op de overgang van het plangebied naar de beek wordt een steilrand gekarteerd. Zie de karteringen uit 1938 en 1968 rechtsboven. In de zeventiger jaren word de beek gekanaliseerd. In 1987 worden aanzetten van opgaande beplanting op de steilrand gekarteerd, in 2007 wordt de rand ten westen van de bebouwing volledig als groensingel gekarteerd. Het rechtlijnige verloop van de beek in de tachtiger jaren maakt in de 21ste eeuw plaats voor een meanderend verloop. De veldweg raakt in onbruik, ten zuiden van de beek wordt de veldweg geruimd. In 2007 worden drie bebouwingen ten oosten van de voormalige veldweg en een kleiner gebouw ten westen hiervan gekarteerd. Zie de karteringen uit 1987 en 2007 rechtsonder.

1938 heide bebost, grasland

1968 kleine bebouwing ten westen van de veldweg

1987 beplanting op de rand, beek rechtgetrokken

2007 kronkelende beek, groensingel, veldweg weg

Conclusie Het plangebied toont weinig dynamiek; de bebouwing, wordt nauwelijks uitgebreid. Het plangebied wordt lange tijd doorsneden door een veldweg. In de zeventiger jaren wordt de beek gekanaliseerd en wordt de steilrand op de overgang naar de beek nadrukkelijker geprofileerd. In de loop van de 21ste eeuw wordt een meanderende beekloop op de dalbodem uitgegraven. Ter hoogte van de steilrand ontwikkelt zich een groensingel.

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

3

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122 PLANOLOGISCH KADER

(print op A3)

accentueren steilranden in het landschap

Het plangebied is gelegen binnen de contouren van het landgoed Bleijenbeek. In de omgevingsvisie en het landschapsplan van de gemeente Bergen wordt het plangebied gerangschikt in de zone 'Dal van de Eckeltsebeek'. Zie de uitsnede van de omgevingsvisiekaart rechts en de uitsnede met aandachtspunten uit het landschapsbeleidsplan van 2013 hieronder. opgave De opgave voor het plangebied in relatie tot zijn context is samen te vatten als versterking van de ruimtelijke kwaliteit, behoud en herstel van beplantingselementen als soortenrijk grasland en elzensingels, aanplant van hagen en vrijstaande bomen.

uitsnede landschapsplan 2013

onderdeel Landgoed Bleijenbeek en zone dal van de Eckeltsebeek Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

4

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122

(print op A3)

b) bomenrij langs de weg

RUIMTELIJK KADER Het ruimtelijk kader wordt gevormd door: a) de bossen en de opgaande beplanting rond het plangebied, b) de bomenrij langs de weg. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts.

a) bos en opgaande beplanting rond het plangebied Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

5

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122

(print op A3)

RUIMTELIJKE BELEVING Het plangebied is verscholen gesitueerd. Het wordt met name beleefd vanaf de weg Bleijenbeek ter hoogte van het plangebied en in de benadering uit het oosten. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts en de foto's op de navolgende pagina.

a) beleving in de benadering uit het oosten en ter hoogte van het plangebied Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

6

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122

(print op A3)

3D-BEELDEN BELEVING 1+2) Komend uit het oosten is na de passage van het bos ten zuiden van de weg een doorkijk op de westkant van het plangebied mogelijk; De westkant wordt grotendeels afgeschermd door beplanting in de context. Nabij het plangebied vormt het siergroen in het plangebied een dichte wand. 3,4) Ter hoogte van het plangebied toont zich de bebouwing in het plangebied. De bebouwing sluit qua maat, schaal en kenmerken aan bij het karakter van de context. 5) komend uit het westen is na de passage van het bos een inkijk in het plangebied en een zicht op de noordkant en de bebouwing mogelijk. De groene kaders zijn beeldbepalend, de bebouwing toont zich ondergeschikt aan het groene kader. Zie de markeringen in de luchtfoto hieronder.

1+2) komend uit het oosten wordt het plangebied grotendeels afschermd door de beplanting in de context..

.. nabij het plangebied vormt siergroen in het plangebied een dichte wand

3+4) De bebouwing sluit qua maat, schaal en kenmerken aan bij het karakter van de context

standplaats fotograaf conclusie Het plangebied is enerzijds verscholen, anderzijds prominent gelegen. Het wordt in essentie waargenomen vanaf de weg Bleijenbeek. Het is in ruimtelijke zin van betekenis als een soort van 'landmark' voor de locatie waar bos, bouwland en beek bijeen komen.

5) inkijk in het plangebied, zicht op de bebouwing; deze toont zich ondergeschikt aan het groene kader Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland

T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

7

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122

(print op A3)

KADASTRAAL – 1:1000 Het plangebied omvat perceel 1163, 2632 en een deel van 690 gelegen in de sectie R van de kadastrale gemeente Bergen. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts.

plangebied Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

8

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122

(print op A3)

a) de oude hoeve

AANWEZIGE BEBOUWING

b) tuinberging

De bebouwing in het plangebied omvat het navolgende; a) de oude hoeve aan de straatkant, b) een ten oosten hiervan gelegen tuinberging, c) een schuilstal op de weide aan de westkant, d) een grotere schuur nabij de hoeve, e) een kleine schuur ten zuidoosten hiervan. Zie de markeringen in de luchtfoto.

c) schuilstal

d) grote schuur

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

e) kleine schuur 9

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122 huisweide

ZONERING & ONTSLUITING

(print op A3) tuin

Het plangebied wordt ontsloten via een aantakking op de weg Bleijenbeek ter hoogte van de voormalige veldweg. Ter hoogte van de voormalige veldweg en tussen de gebouwen is de ondergrond verhard met halfverharding. Het gebied ten oosten hiervan is te kenschetsen als de siertuin, het gebied ten westen hiervan is in gebruik als huisweide. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts.

zone met halfverharding rond de schuur Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

10

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122 AANWEZIGE BEPLANTING

a) groensingel en knotwilgen

b) berken en wilg

(print op A3)

c) berken en populier

De beplanting in het plangebied bestaat uit navolgende elementen; a) een groensingel en een rij knotwilgen aan de zuidoostkant van de huisweide, b) enkele berken en een enkele wilg rond de kleine schuur op de huisweide, c) enkele berken (spontane opslag) rond de grote schuur en een geknotte populier ten noordoosten hiervan, d) sparren, siergroen en spontane opslag in (veel vlieren) aan de randen van de tuin. conditie en waardering De elementen a t/m c sluiten goed aan bij de kenmerken van de context en verkeren in redelijke tot goede conditie. De onder d genoemde elementen sluiten minder of niet goed aan bij de kenmerken van de context. De sparren nabij de tuinberging verkeren in slechte conditie; het is aan te bevelen om deze te rooien. De sparren ten zuiden van de schuur verkeren in redelijke conditie. De sparren passen hier redelijk in het deels door naaldhout getekende bos in de context en zijn in ecologische zin (potentieel) van waarde voor vogels en kleine knagers als de eekhoorn.

d) sparren en siergroen Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

11

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122

(print op A3)

RELIEF Aan de zuidoostkant van het plangebied bevind zich een steilrand. Ter hoogte van de huisweide maakt de steilrand deel uit van het plangebied, hier is de steilrand grotendeels begroeid met struweel en bomen (de aanwezige groensingel). Nabij de stal is de steilrand in gebruik als grasland. Ter hoogte van de tuin aan de oostkant van het plangebied maakt de steilrand geen deel uit van het plangebied maar grenst aan het plangebied. Zie de Hillshade weergave (bron Algemene Hoogtekaart) hieronder en de markeringen in de luchtfoto rechts.

hoogtebeeld AHN kaart

steilrand deel van het plangebied / aan de rand van het plangebied Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

12

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122 ONTWIKKELING

(print op A3)

te slopen afhang en tuinberging

Het plangebied is momenteel bestemd voor agrarisch gebruik. Het zal worden herbestemd voor wonen. De tuinberging ten oosten van de hoeve en de afhang van de grote schuur (aan de oostkant van de schuur) zullen worden gesloopt. rooien De berk aan de oostkant van de afhang en de sierbeplanting aan de noordkant en de oostkant van de tuin zullen in het kader van voorliggend plan worden gerooid.

te rooien berk en sierbeplanting Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

13

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122

(print op A3)

1) kwaliteit van de omzoming verbeteren; aanplant van hagen, bomen, struikensingel

CONCLUSIES > CONCEPT INPASSING In het voorafgaande kwam het navolgende naar voren: De landschappelijke context is te kenschetsen oud bouwland in het dal van de Eckeltsebeek. Kenmerkend voor deze context is het voorkomen van: a) geschoren hagen, hoogstamfruit en solitaire bomen nabij de gebouwen, b) groensingels, bomenrijen of restbosjes aan de veldkanten. Het plangebied toont weinig dynamiek; de bebouwing, werd nauwelijks uitgebreid. Het wordt lange tijd doorsneden door een veldweg. In de zeventiger jaren wordt de beek gekanaliseerd en wordt de steilrand op de overgang naar de beek nadrukkelijker geprofileerd. In de loop van de 21ste eeuw wordt een nieuwe beekloop geprofileerd. Ter hoogte van de steilrand ontwikkelt zich een groensingel. Het plangebied is gelegen binnen de contouren van het landgoed Bleijenbeek en 'Dal van de Eckeltsebeek'. De opgave voor deze context is versterking van de ruimtelijke kwaliteit, behoud en herstel van landschappelijke elementen en natuurontwikkeling. Locatiespecifiek wordt de aanduiding 'steilranden accentueren in het landschap' aangereikt. Het plangebied wordt in essentie waargenomen vanaf de weg Bleijenbeek. Het is in ruimtelijke zin van betekenis als een soort van 'landmark' voor de plek waar bos, bouwland en beek bijeen komen. De aanwezige beplanting sluit met uitzondering van de beplanting in de tuin aan bij de kenmerken van de context.

De sierbeplanting in de tuin verkeert grotendeels in slechte conditie en sluit niet aan bij de context. Enkele sparren aan de beekkant van de tuin zijn wellicht de moeite van het behouden waard. Aan de zuidoostkant van het plangebied bevind zich een steilrand; deze is deels binnen, deels buiten het plangebied gesitueerd. De ontwikkeling omvat een herbestemming van het plangebied voor wonen. Een afhang en een tuinberging zullen worden gesloopt. De sierbeplanting in de tuin en een berk nabij de afhang zullen worden gerooid. Bovenstaande voert naar het rechts verbeelde concept.

2) accentueren van de steilrand met kruidenrijk grasland Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

14

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122 BEPLANTINGSPLAN

H1 beukenhagen

V1 leikers en kers

(print op A3)

S1 struikensingel

H2 gemengde haag

Het beplantingsplan omvat op grond van het voorafgaande de aanplant van navolgende elementen; H1 beukenhagen, V1 leikers en kers, S1 struikensingel, H2 gemengde haag, B1 haagbeuken, B2 linde, B3 noten. Zie de plantlijst en de richtlijnen voor aanleg en beheer op de volgende pagina. Kruidenrijk grasland De steilrand aan de zuidoostkant van de huisweide zal worden ingezaaid met het beweidingsmengsel BW1 'Paardengeluk' van de Cruijdthoeck. Dit mengsel is afgestemd op de toepassing in zones waar storende uitzaai van kruiden (die gevaar op leveren voor de paardenhouderij) zijn te voorkomen. Zie het soortenoverzicht hieronder.

B1 haagbeuken

BW1 kruidenrijk grasland

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

B2 linde

B3 noten 15

Landschappelijke inpassing ‘BLEIJENBEEK 6' Bleijenbeek 6, 5851 EE Afferden - PNR 5851EE6-221221/110122/240122

(print op A3)

PLANTLIJST Aan te planten soorten en aantallen, de omvang bij aanplant en plantverbanden zijn vastgelegd in de lijst rechts. richtlijnen aanleg en beheer H1 De haag H1 is te realiseren middels de aanplant van minstens 4 stuks bosplantsoen per meter in de omvang 80-100 cm. De haag is in stand te houden op een hoogte van 80-100 cm. H2 De gemengde haag H2 is te realiseren middels de aanplant van minstens 4 stuks bosplantsoen per meter in de omvang 80-100 cm. De haag is in stand te houden op een hoogte van 110-120 cm. B123 De haagbeuken, solitaire linde en de noten zijn aan te planten in de omvang 16/18 cm en mogen worden opgekroond tot een hoogte van 400 cm. S1 De struikensingel wordt gerealiseerd door de aanplant van 3 rijen struikvormers in de omvang 80/100 cm in een driehoekig plantverband van 125x125 cm. De singel mag 1x per 5-7 jaar aan de binnenkant of de buitenkant worden gesnoeid. V1 De leikers en de solitaire kers zijn aan te planten in de omvang 12/14. De bomen zijn conform goed gebruik jaarlijks te snoeien.

Code Omvang bij aanplant Plantverband Omvang van het element Acer campestre Acer pseudoplatanus Aesculus hippocastanum Alnus glutinosa Alnus incana Amelanchier lamarckii Betula pendula Betula pubescens Carpinus betulus Castanea sativa Cornus mas Cornus sanguinea Corylus avellana Crateagus monogyna Euonymus europaeus Fagus sylvatica Fraxinus excelsior Juglans regia Ligustrum vulgare Ilex aquifolium Populus nigra Populus tremula Populus trichocarpa Prunus avium Prunus padus Prunus spinosa Quercus petraea Quercus robur Rhamnus catharticus Rhamnus frangula Robinia pseudoacacia Rosa canina Rosa rubiginosa Sambucus nigra Salix alba Salix aurita Salix caprea Salix cinerea Salix fragilis Sorbus aucuparia Tilia cordata Tilia platyphyllos Viburnum opulus Totaal

veldesdoorn esdoorn paardekastanje zwarte els witte els drents krenteboompje ruwe berk zachte berk haagbeuk tamme kastanje kornoelje, gele kornoelje, rode hazelaar meidoorn kardinaalsmuts beuk es okkernoot liguster hulst zwarte populier ratelpopulier balsempopulier zoete kers vogelkers sleedoorn wintereik zomereik wegedoorn vuilboom acacia hondsroos egelantier roos gewone vlier schietwilg geoorde wilg boswilg grauwe wilg kraakwilg lijsterbes winterlinde zomerlinde gelderse roos

H1 80/100 4 p/m 75 m 225

H2 80/100 4 p/m 80 m 75

S1 80/100 125x125 150 m2 10

5

10

B1 14/16 nvt 2 st

B2 16/18 nvt 1 st

75

20

5

225

75

225 20

75 5

V1 12/14 nvt 2 st APPELS

Brabantse bellefleur Dubbele bellefleur Lemoenappel Keuleman Schone v. boskoop Sterappel PEREN Beurre Alexandre Lucas Clapp's favourite Conference Gieser wildeman Nrd holl suikerpeer Zoete brederode KERSEN Bigareau Napoleon Morel 'leivorm' Koningskers Merton premier Puther dikke 2 Sch. späthe knorpelkirsch PRUIMEN Belle de Louvain Hauszwetsche Mirabelle de nancy Monsieur hatif Opal Reine claude verte Victoria Totaal

20

225

B3 16/18 nvt 2 st

2 5 10 10

10 5

1 1

2

5

1 20 980

5 320

10 75

2

1

2

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

16

VERKENNEND BODEMONDERZOEK Bleijenbeek 6 Afferden kenmerk HMB B.V.: 19270901A

VERKENNEND BODEMONDERZOEK Bleijenbeek 6 Afferden kenmerk HMB B.V.: 19270901A

opdrachtgever:

Michels Advies te Ysselsteyn

datum rapport:

24 juli 2019

kenmerk:

19270901A

status:

Definitief

uitgevoerd door:

HMB B.V.

projectleider:

John Peeters | j.peeters@hmbgroep.nl

rapporteur:

Rowan Voermans

autorisatie:

Wilfred van der Sterren

HMB B.V. | Voltaweg 8 | 5993 SE Maasbree | 077-4652808 | info@hmbgroep.nl | www.hmbgroep.nl

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ....................................................................................................... 4 1

INLEIDING ......................................................................................................... 6

2

VOORONDERZOEK ............................................................................................... 7 2.1 Werkwijze .................................................................................................. 7 2.2 Resultaten vooronderzoek ............................................................................ 7 2.2.1 Onderzoekslocatie ............................................................................. 7 2.2.2 Omgeving ........................................................................................ 9 2.3 Hypothese en onderzoeksopzet ................................................................... 10

3

VELDONDERZOEK .............................................................................................. 13 3.1 Uitvoering ................................................................................................ 13 3.2 Resultaten ............................................................................................... 13

4

LABORATORIUMONDERZOEK .............................................................................. 16 4.1 Uitvoering ................................................................................................ 16 4.2 Analyseresultaten ..................................................................................... 17 4.2.1 Asbest in grond ............................................................................... 17 4.2.2 Grond en grondwater ....................................................................... 17

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................... 19 5.1 Conclusies ............................................................................................... 19 5.2 Aanbevelingen .......................................................................................... 19

BIJLAGEN 1 | Boorprofielen met legenda en verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk 2 | Analysecertificaten 3 | Toetsing analyseresultaten 4 | Achtergrondinformatie 5 | Uittreksel kadastrale kaart, omgevingskaart en situatietekening

Verkennend bodemonderzoek

SAMENVATTING1 In juli 2019 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Bleijenbeek 6 te Afferden. Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek zijn een voorgenomen onroerende zaak transactie (aankoop) en de voorgenomen verandering van de bestemming van de locatie van agrarisch naar wonen. In tabel 1 zijn de uitvoering en de resultaten van het onderzoek schematisch weergegeven. Tabel 1

Onderzoeksopzet, resultaten voor- en bodemonderzoek

Onderzoeksopzet Werkwijze vooronderzoek

NEN 5725, aanleiding A

Strategie bodemonderzoek

NEN 5740, verdachte en onverdachte deellocaties

Vooronderzoek Oppervlakte onderzoekslocatie

2.665 m²

Gebruik locatie

Woonhoeve met schuren / stallingen

Bijzonderheden

-

Bodemonderzoek Bodemopbouw tot 3,7 m-mv

Zand, matig fijn tot matig grof, zwak siltig met plaatselijk een zwak tot matig grindige bijmenging en / of een sterk zandige leemlaag

Grondwaterstand (gemiddeld)

2,5 m-mv

Bijmengingen of bijzonderheden

Ter plaatse van diverse boringen sporen tot grote hoeveelheden baksteen, beton, dakpan, puin en / of slakken

Gehele onderzoekslocatie (deellocatie A) Analyseresultaten

bovengrond

Geen verhoogde gehalten

ondergrond

Geen verhoogde gehalten

grondwater

Sterk verhoogd gehalte cadmium, matig verhoogde gehalten nikkel en zink en licht verhoogd gehalte barium

Halfverharding (deellocatie B) Analyseresultaten

bovengrond

Licht verhoogde gehalten minerale olie en PAK

Voormalige ondergrondse brandstoftank (5.000 liter) (deellocatie C) Analyseresultaten

ondergrond

Geen verhoogd gehalte

grondwater

Geen verhoogde gehalten

Voormalige bovengrondse brandstoftank (5.000 liter) (deellocatie D) Analyseresultaten

bovengrond

Geen verhoogde gehalten

Voormalige bovengrondse brandstoftank (1.2000 liter) (deellocatie E) Analyseresultaten

1

bovengrond

Licht verhoogd gehalte minerale olie

Voor een juiste interpretatie van de uitvoering en resultaten van het onderzoek dient de gehele rapportage te worden gelezen

19270901A | Bleijenbeek 6 Afferden

4

Verkennend bodemonderzoek

Eindconclusie Geconcludeerd wordt dat de deelhypothese 'onverdachte locatie' (deellocatie A) geen stand houdt. In de grond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn een sterk verhoogd gehalte cadmium, matig verhoogde gehalten nikkel en zink en een licht verhoogd gehalte barium aangetoond. Voor de licht tot sterk verhoogde gehalten in het het grondwater zijn geen duidelijke bronnen of oorzaken aan het licht gekomen. De verhoogde gehalten aan metalen betreffen waarschijnlijk verhoogde achtergrondgehalten. Geconcludeerd wordt dat de deelhypothese 'verdachte locatie' ten aanzien van de deellocaties B en E stand houdt. Enkele parameters zijn aangetoond in een gehalte waarbij geen of slechts in lichte mate sprake is van verontreiniging. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor een voorgenomen onroerende zaak transactie (aankoop). Geconcludeerd wordt dat de deelhypothese 'verdachte locatie' ten aanzien van de deellocaties C en D geen stand houdt. Er zijn geen parameters in een verhoogd gehalte aangetoond waarbij sprake is van verontreiniging. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen directe belemmeringen voor het gebruik van het terrein en derhalve een onroerende zaak transactie (aankoop). Aanbevelingen De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om nader bodemonderzoek te adviseren.

Wel dient rekening te worden gehouden met enkele gebruiksbeperkingen ten aanzien van het gebruik van het (freatisch) grondwater. De aanwezigheid van metalen in verhoogde gehalten in het (freatisch) grondwater maakt dit minder geschikt om het op te pompen en te gebruiken voor het besproeien van consumptiegewassen of voor het drenken van vee dan wel voor menselijke consumptie. Het is dan ook aan te bevelen het (freatisch) grondwater niet zelf op te pompen en voor een van de genoemde of daarop gelijkende doelen te gebruiken. Het onderzoek is onder Kwalibo (een onderdeel van het Besluit bodemkwaliteit) uitgevoerd. Het betreft echter geen partijkeuring. Bij afvoer van grond of verhardingsmaterialen van de locatie kan er sprake zijn van verwerkingskosten. Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van de af te voeren partij verlangd worden.

19270901A | Bleijenbeek 6 Afferden

5

Verkennend bodemonderzoek

1

INLEIDING

In opdracht van Michels Advies te Ysselsteyn is door HMB B.V. in juli 2019 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Bleijenbeek 6 te Afferden. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek zijn een voorgenomen onroerende zaak transactie (aankoop) en de voorgenomen verandering van de bestemming van de locatie van agrarisch naar wonen. Normering en verantwoording Voorafgaand aan het veld- en laboratoriumonderzoek is vooronderzoek uitgevoerd volgens de NEN 57252, aanleiding A3. Het aansluitend uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de NEN 57404. Doelstelling Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Een nadere uitwerking van deze doelstelling is omschreven in paragraaf 2.3. Indeling rapport In de rapportage worden de wijze van uitvoering en de resultaten van het onderzoek besproken. Op de volgende pagina’s geven wij de resultaten van het vooronderzoek en het veld- en laboratoriumonderzoek weer. Het rapport sluit af met conclusies en aanbevelingen. Verantwoording Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen.

Desondanks dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef, waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses uitgevoerd worden. Het kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is, die bij dit onderzoek niet aangetroffen is. Een onderzoek heeft over het algemeen een geldigheid van maximaal vijf jaar. De exacte geldigheidstermijn is afhankelijk van het gebruik van de locatie en het bevoegd gezag dat het onderzoek beoordeelt. Tenslotte wordt opgemerkt dat HMB B.V. geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de onderzochte locatie.

2 3

4

NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek NEN 5740, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2009

19270901A | Bleijenbeek 6 Afferden

6

Verkennend bodemonderzoek

2

VOORONDERZOEK

2.1

Werkwijze

Het vooronderzoek heeft betrekking op de onderzoekslocatie en de omgeving. De volgende bronnen zijn geraadpleegd:  het Kadaster;  de opdrachtgever;  de gemeente Bergen;  het Bodemloket en Topoptijdreis.nl;  de Grondwaterkaart van Nederland, de Bodemkaart van Nederland en / of het DINOloket. Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de onderzoekslocatie en de omgeving geïnspecteerd. Onder bijlage 5 zijn opgenomen:  een uittreksel kadastrale kaart;  een omgevingskaart;  een situatietekening. In paragraaf 2.2 wordt het één en ander verwoord en geïnterpreteerd weergegeven. Daarnaast wordt relevante aanvullende informatie verstrekt. 2.2

Resultaten vooronderzoek

2.2.1 Onderzoekslocatie Topografische en algemene gegevens Enkele (topografische) gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2

Topografische en algemene gegevens locatie

Algemeen Adres onderzoekslocatie

Bleijenbeek 6 Afferden

Gemeente

Bergen

Kadastrale aanduiding

Gemeente Bergen Limburg, sectie R, perceel 1163

Artikel 55

Ten aanzien van dit perceel is een aantekening in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen, hetgeen inhoudt dat bij het Kadaster bodeminformatie is geregistreerd

Oppervlakte perceel

2.665 m²

Oppervlakte onderzoekslocatie

2.665 m²

X-coördinaat

200.295

Y-coördinaat

405.316

Huidig gebruik Op het terrein aan de Bleijenbeek 6 is momenteel een woonhoeve met meerdere schuren / stallingen aanwezig. De locatie is uitpandig deels voorzien van een grind- / halfverharding en op enkele plaatsen van een beton- of klinkerverharding. Tijdens de visuele inspectie van de locatie zijn geen bodembedreigende activiteiten aangetroffen. Te denken valt hierbij aan (ondergrondse) brandstoftanks of een relevante opslag van vloeistoffen. De locatie maakt een verzorgde indruk. In bijlage 5 is een situatietekening opgenomen.

19270901A | Bleijenbeek 6 Afferden

7

Verkennend bodemonderzoek

Historisch gebruik Op basis van historische kaarten is te zien dat de onderzoekslocatie van oorsprong al is bebouwd in een omgeving welke valt te omschrijven als agrarisch buitengebied ten oosten van Afferden. Volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) stamt de huidige bebouwing op de onderzoekslocatie van 1920 respectievelijk 1940 in de vorm van enerzijds een schuur en anderzijds een woonhoeve. Op de locatie werden in het verleden werkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van agrarische doeleinden. Bij de gemeente Bergen zijn de in tabel 3 weergegeven verleende vergunningen bekend. Tabel 3

Verleende vergunningen

Datum

Omschrijving vergunning

Bouwvergunningen 7 oktober 1965

Bouwvergunning: verbouw van machineloods tot varkensstallen

26 februari 1981

Bouwvergunning: bouw open loods voor opslag landbouwmachines (no. 31)

Milieu-/ Hinderwet vergunningen 1 mei 1991

Hinderwetvergunning: oprichting en in werking hebben akker- en tuinbouwbedrijf (groente en fruit)

12 maart 1993

Kennisgeving verwijdering onder controle van een milieu-ambtenaar van de gemeente Bergen, van een ondergrondse olieopslagtank en twee bovengrondse tanks en plaatsing bovengrondse olieopslagtank 5.000 liter

25 juli 2001

Controle Wet Milieubeheer: inrichting valt onder het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer

20 februari 2006

Controle Wet Milieubeheer: inrichting is veranderd, stop van telen landbouwproducten

Uit de vergunningen blijkt dat er vanaf 1965 varkensstallen op de locatie aanwezig waren en dat er na de bouw van een loods in 1981 er ook diverse landbouwmachines op het terrein werden gestald. Ten tijde van het verkennend bodemonderzoek worden er geen agrarische activiteiten meer uitgevoerd op de onderzoekslocatie. Wanneer de bedrijfsactiviteiten exact zijn gestopt is niet bekend. Gelet op de uitgevoerde controles is dit aan het begin van de 21ste eeuw geweest. Op basis van de gegevens van de gemeente Bergen hebben de volgende (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten ter plaatse van de onderzoekslocatie plaatsgevonden:  (voormalige) bovengrondse brandstoftank 5.000 liter;  (voormalige) bovengrondse brandstoftank 1.200 liter;  ondergrondse olieopslagtank 5.000 liter. Uit deze gegevens van de gemeente Bergen blijkt tevens dat de ondergrondse olieopslagtank en een bovengronds brandstoftank zijn verwijderd onder toezicht van een milieu-ambtenaar van de gemeente Bergen. Er zijn geen tanksaneringscertificaten bekend. Van de onderzoekslocatie is geen bodeminformatie bodemonderzoek of een bodemsanering) bekend.

(bijvoorbeeld

een

voorgaand

Toekomstig gebruik Het voornemen is ter plaatse van de onderzoekslocatie de bestemming te wijzigen van agrarisch naar wonen. Asbest

19270901A | Bleijenbeek 6 Afferden

8

Verkennend bodemonderzoek

Op basis van de gegevens van de opdrachtgever en het locatiebezoek valt te concluderen dat er mogelijkerwijs asbest in de bodem van de onderzoekslocatie aanwezig is als gevolg van de aanwezige halfverharding. 2.2.2 Omgeving Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en de directe omgeving tot een afstand van maximaal 25 meter. Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Afferden. Het gebied wordt in hoofdzaak benut voor agrarische doeleinden. Voor zover bekend blijft dit gebruik ongewijzigd. Bodembedreigende activiteiten Uit gegevens van de gemeente Bergen blijkt dat op een terrein ten westen van het te onderzoeken kadastrale perceel nog een bovengrondse brandstoftank (inhoud: 1.200 liter) aanwezig is geweest. De betreffende tank bevond zich ruim 20 meter van de huidige onderzoekslocatie zodat mag worden aangenomen dat deze milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie niet noemenswaardig heeft beïnvloed. Bodeminformatie Van de omgeving is geen bodeminformatie (bijvoorbeeld een voorgaand bodemonderzoek of een bodemsanering) bekend. Bodemopbouw en geohydrologie De locatie ligt globaal op 16 m+NAP. Voor het bepalen van de bodemopbouw en geohydrologische situatie zijn gegevens uit de Grondwaterkaart van Nederland geraadpleegd en / of het DINOloket geïnterpreteerd en verwerkt.

In tabel 4 is de geohydrologische indeling van de bodem tot 100 m-mv schematisch weergegeven. Tabel 4

Bodemopbouw en geohydrologische situatie

formatie

diepte (m-mv)

Samenstelling

Formatie Boxtel

0–2

Zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus

Formatie van Beegden

2 – 15

Zand, matig grof tot uiterst grof, lokaal grindig

Kiezeloöliet Formatie

15 – 35

Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig

Formatie van Breda

35 – 100

Zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal schelphoudend

1e WVP 1e SL

= =

eerste watervoerende pakket eerste scheidende laag

Het freatisch grondwater bevindt zich globaal op 2,0 m-mv. Uit het isohypsenpatroon van de grondwaterkaart wordt aangenomen dat de stromingsrichting van het freatisch grondwater westelijk gericht is. Op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevindt zich geen oppervlaktewater. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Achtergrondgehalten De gemeente Bergen beschikt niet over een (regionale) bodemkwaliteitskaart. Er zijn geen gegevens bekend van verhoogde lokale achtergrondgehalten ter plaatse van de

19270901A | Bleijenbeek 6 Afferden

9

Verkennend bodemonderzoek

onderzoekslocatie en de omgeving. 2.3

Hypothese en onderzoeksopzet

Op basis van het vooronderzoek worden ten behoeve van het onderzoek de in tabel 5 weergegeven deellocaties onderscheiden. Tabel 5

Te onderscheiden deellocaties

DL

Omschrijving

V/O

Verwachte stoffen

Oppervlakte (m²)

A

Gehele onderzoekslocatie

O

-

2.665 m2

B

Halfverharding (puin)

V

Asbest, metalen, minerale olie, PAK en PCB

550 m2

C

Voormalige ondergrondse brandstoftank (5.000 liter)

V

Minerale olie en BTEXN

<10 m2

D

Voormalige bovengrondse brandstoftank (5.000 liter)

V

Minerale olie

<10 m2

E

Voormalige bovengrondse brandstoftank (1.200 liter)

V

Minerale olie

<10 m2

DL V/O

= =

deellocatie verdachte of onverdachte locatie ten aanzien van bodemverontreiniging

Het algemene doel van verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Formeel (volgens de NEN 5740) is de doelstelling van het bodemonderzoek ten aanzien van de gehele onderzoekslocatie (deellocatie A) het aantonen dat op de onderzoekslocatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehalten boven respectievelijk de achtergrond- en de streefwaarden. De doelstelling van het bodemonderzoek ten aanzien van de halfverharding (deellocatie B) is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stoffen op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de gehalten van de vermoede verontreinigende stoffen in de grond boven de achtergrondwaarden worden aangetoond. Het doel van het verkennend bodemonderzoek ten aanzien van de voormalige ondergrondse brandstoftank (deellocatie C) is vast te stellen of de aanwezigheid van een ondergrondse brandstoftank heeft geleid tot gehalten aan verontreinigende stoffen in de grond en het freatische grondwater boven respectievelijk de achtergrond- en de streefwaarden.

Het doel van het bodemonderzoek ten aanzien van de voormalige bovengrondse brandstoftanks (deellocaties D en E) is het vaststellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond de achtergrondwaarden overschrijden. De gehele onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 2.665 m². In de tabellen hieronder zijn de uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden schematisch weergegeven. De werkzaamheden zijn gebaseerd op de in tabellen genoemde strategieën.

19270901A | Bleijenbeek 6 Afferden

10

Verkennend bodemonderzoek

Tabel 6

Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie A

A – Gehele onderzoekslocatie Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen

Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters

Boring tot

èn boring tot

èn boring met

0,5 m-mv

grondwater1

peilbuis

Bovengrond

Grond Ondergrond

Grondwater

9

2

1

2

1

1

Standaardpakket bodem5

Standaardpakket bodem

Standaardpakket grondwater6

indien de grondwaterspiegel zich ondieper dan 1,0 m-mv bevindt, geldt een boordiepte van 1,0 m. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 2,0 m-mv bevindt, geldt een boordiepte van 2,0 m.

1

Tabel 7

Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie B

B - Halfverharding Onderzoeksstrategie voor halfverhardingslagen (NEN 5897) Veldonderzoek

Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters

Aantal gaten

Puin

Verzamelmonsters

5

1*

-**

Asbest in puin 1 Indicatief bouwstoffenpakket * **

= =

uitgaande van 1 verdachte laag van maximaal 50 cm dikte afhankelijk van hetgeen wordt aangetroffen

Tabel 8

Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie C

C - ondergrondse brandstoftank 5.000 liter Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen

*

5

6

Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters

Boring tot

Boring tot

èn boring met

0,5 meter onderzijde tank

1,0 m-mv bij vul- en ontluchting

peilbuis

Tank

Vul- en ontluchtingspunt

1

2*

1

1

2*

1

Minerale olie en organisch stof

Minerale olie en organisch stof

Minerale olie en BTEXN

=

Grond

Grondwater

vervalt als vul- en / of ontluchtingspunt op minder dan 2 meter afstand van de wand van de tank is gelegen

Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10) en PCB (7). Bij enkele representatieve (meng)monsters wordt tevens het lutum- en organische stofgehalte bepaald Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC)

19270901A | Bleijenbeek 6 Afferden

11

Verkennend bodemonderzoek

Tabel 9

Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie D

D – bovengrondse brandstoftank 5.000 liter Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen

Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters

Boring tot

èn boring tot

èn boring met

1,0 m-mv

grondwater

peilbuis

Bovengrond

Grond Ondergrond

Grondwater

2

-

-

1

-

-

Minerale olie en organisch stof

Tabel 10

Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie E

E –bovengrondse brandstoftank 1.200 liter Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen

Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters

Boring tot

èn boring tot

èn boring met

1,0 m-mv

grondwater

peilbuis

2

-

-

Grond

Grondwater

Bovengrond

Ondergrond

1

-

-

Minerale olie en organisch stof

19270901A | Bleijenbeek 6 Afferden

12

Verkennend bodemonderzoek

3

VELDONDERZOEK

3.1

Uitvoering

Het veldonderzoek is uitgevoerd door gecertificeerde medewerkers van HMB B.V. (bijlage 1, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de protocollen 20017, 20028 en 20189. Op 3 en 9 juli 2019 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 2.3. De verrichte boringen en de geplaatste peilbuis ten aanzien van deellocatie A zijn gecodeerd vanaf nummer 1, de boringen ten aanzien van deellocatie B zijn gecodeerd vanaf nummer 21, de boringen en de geplaatste peilbuis ten aanzien van deellocatie C zijn gecodeerd als nummer 30 en 31, de boringen ten aanzien van deellocatie D zijn gecodeerd als nummer 40 en 41 en de boringen ten aanzien van deellocatie E zijn gecodeerd als nummer 50 en 51. Het grondwater is bemonsterd op 18 juli 2019. Gelijktijdig zijn de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening (bijlage 5). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 4. 3.2

Resultaten

In bijlage 1 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. De globale bodemopbouw van de locatie is in tabel 11 omschreven. Tabel 11

Globale bodemopbouw onderzoekslocatie

Traject (m-mv)

Lithologische beschrijving

0 – 3,7

Zand, matig fijn tot matig grof, zwak siltig met plaatselijk een zwak tot matig grindige bijmenging en / of een sterk zandige leemlaag

m-mv

=

meter minus maaiveld

Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn ter plaatse van diverse boringen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Voor een gedetailleerde beschrijving van de aangetroffen bijmengingen wordt verwezen naar tabel 12.

7

8 9

Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters Locatie-inspectie en monstername van asbest in bodem

19270901A | Bleijenbeek 6 Afferden

13

Verkennend bodemonderzoek

Tabel 12 Boring

Zintuiglijke waarnemingen Traject (m-mv)

Zintuiglijke waarnemingen

Gehele onderzoekslocatie (deellocatie A) 1

0 – 0,5

Sterk dakpanhoudend

2

1,3 – 1,5

Sporen baksteen

4

0,15 – 0,5*

Sporen baksteen

5

0 – 0,5

Sterk puinhoudend

6

0 – 0,5*

Volledig dakpan

7

0,1 – 0,3

8

0,2 – 0,5

Sterk baksteen- en zwak slakhoudend *

Sporen baksteen

Halfverharding (deellocatie B) 21

0 – 0,3 0,3 – 0,8

22 23

Sporen baksteen

0 – 0,3

Zwak slakhoudend en sporen baksteen

0,45

(Handmatig) ondoordringbare laag

*

0 – 0,3 0,6 – 1,1

24

Sterk dakpan- en sterk betonhoudend *

Sporen dakpan *

0,15 – 0,65*

Sporen baksteen Sporen baksteen

Voormalige ondergrondse brandstoftank (5.000 liter) (deellocatie C) 30 31

0,3 – 0,6

Zwak puinhoudend

0,6 – 1,0

Zwak baksteenhoudend

0,3 – 0,5

Sporen puin

0,5 – 1,0

Sporen puin

Voormalige bovengrondse brandstoftank (5.000 liter) (deellocatie D) 40

0 – 0,4

Sporen puin

41

0 – 0,4

Sporen puin

Voormalige bovengrondse brandstoftank (1.200 liter) (deellocatie E) 50

0 – 0,5 0,5 – 1,0

51 * **

Sterk puinhoudend *

Zwak puinhoudend

1,0*

(Handmatig) ondoordringbare laag

0 – 0,5

Zwak puinhoudend

Einddiepte boring Bodemvreemde / verhardingslaag

De boringen 22 en 50 zijn gestaakt vanwege het aantreffen van een (handmatig) ondoordringbare laag. Op het maaiveld en in het omhoog gebrachte materiaal zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 13 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven.

19270901A | Bleijenbeek 6 Afferden

14

Verkennend bodemonderzoek

Tabel 13

Veldmetingen grondwater

Peilbuis

Datum monstername

Grondwaterstand (m-mv)

Zuurgraad (-)

Geleidbaarheid (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

1

18 juli 2019

2,15

5,4

350

1,3

30

18 juli 2019

2,85

6,2

880

1,5

De in tabel 13 genoemde waarden aan zuurgraad, geleidbaarheid en troebelheid kunnen als normaal beschouwd worden. Zintuiglijke waarnemingen grondwater In tabel 14 zijn de zintuiglijke waarnemingen bij de watermonstername schematisch weergegeven. Tabel 14 Peilbuis

Zintuiglijke waarnemingen grondwater Bijzonderheden

Goed-/slechtlopend

Belucht

1

Geen

Goedlopend

Nee

30

Geen

Goedlopend

Nee

19270901A | Bleijenbeek 6 Afferden

15

Verkennend bodemonderzoek

4

LABORATORIUMONDERZOEK

4.1

Uitvoering

De verzamelde monsters zijn ter analyse aangeboden aan de RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico Milieu B.V. te Barneveld en Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam. De resultaten van het veldonderzoek geven aanleiding meerdere (meng)monsters te onderzoeken of andere analyses uit te voeren dan conform de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2.3). Gezien de beperkte hoeveelheid bodemvreemde materialen in de halfverharding ter plaatse van deellocatie B zijn de monsters ten aanzien van deze deellocatie geanalyseerd als zijnde bodem / grond. In tabel 15 zijn de monsteromschrijvingen en de stoffen waarop de betreffende monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven. Tabel 15

Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters

Monstercode

Boringen

Traject (m-mv)*

Geanalyseerde parameters

Grond Gehele onderzoekslocatie (deellocatie A) AM01

2, 3, 4, 8, 9, 10, 11 en 12

0 – 0,57

Standaardpakket bodem10, lutum en organische stof

AM02

1 en 6

0 – 0,5

Standaardpakket bodem, lutum en organische stof

AM03

1, 2, 3, 5, 7, 21 en 22

0,3 – 2,0

Standaardpakket bodem, lutum en organische stof

Halfverharding (deellocatie B) BM01

5, 7, 21 en 22

0 – 0,5

Standaardpakket bodem, lutum en organische stof

BM02

5 en 7

0 – 0,5

Asbest (in grond; fijne fractie, <20 mm)

Voormalige ondergrondse brandstoftank (5.000 liter) (deellocatie C) CM01

30 en 31

1,5 – 3,0

Minerale olie en organische stof

Voormalige bovengrondse brandstoftank (5.000 liter) (deellocatie D) DM01

40 en 41

0 – 0,4

Minerale olie en organische stof

Voormalige bovengrondse brandstoftank (1.200 liter) (deellocatie E) EM01

50 en 51

0 – 0,5

Minerale olie en organische stof

1-1-1

1

2,5 – 3,5

Standaardpakket grondwater11

30-1-1

30

2,7 – 3,7

Minerale olie, vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEX12) en naftaleen

Grondwater

*

10

11

12

=

het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven

Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10) en PCB (7) Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC) Benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xylenen

19270901A | Bleijenbeek 6 Afferden

16

Verkennend bodemonderzoek

4.2

Analyseresultaten

4.2.1 Asbest in grond Tijdens de veldwerkzaamheden is in de actuele contactzone in de grove fractie (>20 millimeter) geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ter verificatie van de fijne fractie (<20 millimeter) is een grondmengmonster ter analyse aangeboden. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 2. In tabel 16 staat het (gewogen) asbestgehalte weergegeven. Tabel 16

(Gewogen) asbestgehalten in de fijne fractie (gehalten in mg/kg d.s.).

analysemonster

Proefgaten/boringen

traject (m-mv)

(gewogen) asbestgehalte fractie <20 mm (mg/kg d.s.)

(gewogen) asbestgehalte fractie >20 mm (mg/kg d.s.)

totaal (gewogen) asbestgehalte (mg/kg d.s.)

0 – 0,5

<0,4

-

<0,4

Halfverharding (deellocatie B) BM02 -

5 en 7

geen asbest aangetroffen in de grove fractie (>20 mm)

4.2.2 Grond en grondwater De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 2. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond- / streef13- en interventiewaarden. Informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 4. De analyseresultaten van de grond zijn ook indicatief14 getoetst volgens het Besluit15 en de Regeling16 bodemkwaliteit. Deze toetsing geeft een indicatie van toepassingsmogelijkheden zodra grond wordt afgevoerd. De toetsing doet geen uitspraak over de (gezondheids)risico’s bij het gebruik van de grond. In de tabellen 17 en 18 is het resultaat van de toetsing verwoord17 opgenomen voor respectievelijk de grond en het grondwater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11574806/1