OGV Kasteellaan Well 28okt2025 Ruimtelijke onderbouwing (3)
Tekst van het document
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 6 0
In artikel 2.16, lid 1 onder a van de Omgevingswet zijn de zorgtaken van de gemeenten opgenomen inzake afvalwater, hemelwater en grondwater.
Verordening Fysieke leefomgeving gemeente Bergen (L) 2022: In artikel 3.8 van de verordening wordt bepaald dat in nieuwbouw geen aansluiting op het openbaar riool gerealiseerd mag worden, tenzij er een hemelwatervoorziening is. Deze hemelwatervoorziening moet 60 liter per m2 kunnen bergen. Uitgangspunt is dat als er een bui valt van 60 mm (is 60 liter per m2) dit geen afstroming veroorzaakt naar belendende percelen (inclusief de openbare ruimte). Al het hemelwater wordt vastgehouden op het eigen perceel.
Gemeentelijk Rioleringsplan Bergen (L) Ambitie en doelen In het nieuwe GRP wordt het beleid van de afgelopen jaren gecontinueerd. De doelstellingen voor de komende planperiode zijn: 1. Zorgen voor inzameling van het binnen gemeentelijk gebied geproduceerd afvalwater. 2. Zorgen voor doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater (voor zover niet verzorgd door particulieren). 3. Beperken van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming in het openbaar gemeentelijk gebied. 4. Zorgen voor het transport van het ingezamelde water naar een geschikt lozingspunt; hierbij: a. Ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem, grondwater voorkomen b. Zo min mogelijk overlast voor de omgeving veroorzaken (in de breedste zin van het woord). 5. Doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering. 6. Zorgen voor het klimaat adaptief maken van de riolering in samenhang met de inrichting van de openbare ruimte. Afvoercapaciteit: Om gezondheidsrisico's van rioolwater te beperken en wateroverlast te voorkomen, dient de gemengde riolering over voldoende afvoercapaciteit te beschikken om een regenbui te kunnen verwerken.
Het rioolstelsel moet dan ook hydraulisch op orde te zijn, wat betekent dat: De riolering als systeem (theoretisch) voldoet aan de hydraulische norm (bui 09 Leidraad Riolering, een bui die eens per 5 jaar voorkomt) De gemeente Bergen blijft inzetten op het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering, daarnaast blijft zij ook particulieren stimuleren om af te koppelen. Met afkoppelen wordt het hemelwater van de gemengde riolering afgehaald en het systeem gescheiden in en schoon- en vuilwatersysteem. Het totaal aangesloten hemelwater op de gemengde riolering wordt hiermee verkleind en daarmee de kans op het intreden van vuilwater in gebouwen en het overstorten van vuilwater op het oppervlaktewater. Door afkoppelen neemt dan ook de kans op gezondheidsrisico's voor mens en natuur af. Daarnaast biedt (grootschalig) afkoppelen een economisch voordeel voor de waterschappen door een kleiner aanbod van afvalwater (minder investering) en aanvoer van een constanter debiet en kwaliteit van afvalwater | omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 6 1
(zuiveringsrendement gaat omhoog). Tevens wordt de betrokkenheid van inwoners en het gevoel van verantwoordelijkheid ten aanzien van klimaatadaptatie hiermee vergroot.
Bijkomend economisch voordeel voor de gemeente zijn minder transport kosten (lager energieverbruik gemalen). Het intensief afkoppelen zorgt voor meer berging in het stelsel en dit creëert meer ruimte voor de zwaardere buien in de toekomst.
Hemelwater (artikel 2.16 lid 1 onder a sub 1 Omgevingswet): De verantwoordelijkheid voor de afvoer van hemelwater ligt in beginsel bij de burger. De burger draagt in eerste instantie zelf zorg voor het verwerken van hemelwater op het eigen perceel. Dit kan door hergebruik, infiltreren in de bodem, bergen in bijvoorbeeld een vijver of afvoeren naar oppervlaktewater. Waar dit redelijkerwijs niet mogelijk is, moet de gemeente de zorgplicht op een doelmatige manier overnemen. Nieuwbouw (zowel uitbreiding als inbreiding) Voor nieuwbouw (en herbouw) geldt dat het afvalwater en hemelwater gescheiden moet worden ingezameld. Hemelwater dient voor zover mogelijk op het eigen terrein verwerkt te worden. De gemeente hanteert de volgende beleidsregels voor zowel particulieren / bedrijven als voor het openbaar gebied. Deze ontwerpnormen zijn conform afspraken uit het samenwerkingsverband Noord en Midden Limburg: Bij nieuwbouw dient het regen- en afvalwater altijd gescheiden aangeboden te worden, conform Besluit bouwwerken leefomgeving; Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient altijd overleg te worden gepleegd met gemeente, waterbeheerders en initiatiefnemer via de watertoets; In nieuwbouwwijken is afkoppelen verplicht.
Bij bouwplannen worden door de gemeente een programma van eisen, randvoorwaarden en ontwerpgrondslagen voor de waterhuishouding vastgesteld; Bij inbreidingslocaties dient in eerste instantie het hemelwater op eigen terrein geïnfiltreerd te worden. De voorziening dient over voldoende berging te beschikken, waarbij een overloop op maaiveld richting straat of naar oppervlaktewater is toegestaan, mits geen verslechtering ten opzichte van de huidige situatie ontstaat; Bij alle nieuwbouw of uitbreidingsplannen moet een risicoanalyse opgesteld worden waarbij wordt aangegeven wat de risico's zijn bij een extreme bui gelijk aan 84 mm; Bij alle bouwplannen dienen de bouwpeilen op 0,3 m boven wegniveau te zijn zodat water niet vanuit d e straat de woning kan bereiken. In gebieden waar een druk- of persriool aanwezig is (vooral buiten de bebouwde kom) bedoeld voor de inzameling van alleen afvalwater, is het niet toegestaan om hemelwater op de riolering aan te sluiten. De pompcapaciteit en de afmetingen van de druk- en persleidingen zijn niet berekend op de afvoer van hemelwater. Perceeleigenaren moeten het hemelwater op eigen terrein verwerken. Klimaat: De gemeente Bergen richt zich op:
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 6 2
Het bovenstrooms treffen van maatregelen om benedenstrooms overlast en/of hinder te voorkomen van afstromend water. Afstromend water kan hierbij zowel hemelwater als vuilwater zijn. Het afkoppelen en vasthouden van hemelwater op locaties waar het niet tot overlast of schade leidt. Groenvoorzieningen inzetten als bergingsvoorziening voor afstromend hemelwater, door de groenvoorziening lager te plaatsen dan de weg en banden eventueel de verlagen. Een aandachtspunt hierbij is de relatie met strooiroutes en de hogere beheer en onderhoudsfrequentie. Toepassen van waterpasseerbare verharding bij parkeervoorzieningen. Het zo veel mogelijk vervangen van niet-functionele verharding door groen (waar doelmatig) Waar doelmatig speeltuinen inzetten voor waterberging, aandachtspunt hierbij is de kwaliteit van het water (geen afvalwater af laten stromen naar speeltuinen) en het water mag slechts gedurende een korte periode aanwezig zijn. De opgave van het waterschap is om te voldoen aan een beschermingsnorm van 1x per 100 jaar voor bebouwde kernen voor wat betreft inundaties uit het regionale oppervlaktewatersysteem (Nationaal Bestuursakkoord Water). Afhankelijk van een maatschappelijke kosten-baten afweging kan een lagere bescherming worden geboden. De provincie stelt het beschermingsniveau vast.
Omgevingsvergunningfase Als een omgevingsvergunning wordt verleend voor een buitenplanse omgevingsaplanactiviteit, dient er een Watertoets uitgevoerd te worden. Bij elk nieuw project wordt de grondwatersituatie meegenomen in de waterparagraaf. De benodigde maatregelen om grondwaterproblemen te voorkomen worden daarbij vastgelegd in vergunningvoorschriften. De gemeente staat geen bebouwing toe op locaties waar dit vanuit het watersysteem tot schade leidt of beperkingen geeft aan het natuurlijke watersysteem. Het gaat daarbij niet alleen om voorschriften ten aanzien van zetting en drooglegging, maar ook ten aanzien van drainagesystemen en ontwateringsdiepte. Het streven van de gemeente is om bij nieuwbouw 'grondwaterneutraal' te bouwen. Dit houdt in dat het grondwaterpeil niet beïnvloed mag worden.
Beheer rioleringsgegevens bij nieuw aanleg De revisiegegevens van nieuw aangelegde riolering zullen uiterlijk twee weken na de oplevering van een nieuwbouwproject worden verwerkt. Hiermee voldoet de gemeente aan de regels van WIBON. De beheergegevens zijn actueel.
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 6 3
5.9.3
Onderzoek
5.9.3.1 Huidige situatie 5.9.3.1.1 Bestaande situatie bebouwing en verhard oppervlak Bij onderhavig projectgebied zijn er erfverhardingen, bedrijfsgebouwen, een bedrijfswoning en een burgerwoning met tuin. De oppervlakte van de bestaande erfverharding met gebouwen bedraagt meer dan de helft van het projectgebied. De te slopen bebouwing heeft een omvang van circa 1925 m2. De te verwijderen erfverharding heeft een oppervlak van circa 2312 m2.
Uitsnede verbeelding actuele situatie met globale begrenzing projectgebied (rode omkadering)
5.9.3.1.2 Ligging van beschermingszones, reserveringsgebieden. Er liggen geen beschermingszones of reserveringsgebieden in het projectgebied, omdat er geen oppervlaktewater in het projectgebied is.
5.9.3.1.3 Huidige verwerking hemelwater Het hemelwater wordt dat neerslaat op de bestaande bebouwing en erfverharding wordt afgevoerd via de gemeentelijke riolering. De K-waarde (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het projectgebied bedraagt volgens de kaart inzake de bodemdoorlatendheid (K-waarde) van de gemeente Bergen van het waterschap 1,5 - 10 m/dag. Uit het ter plaatse uitgevoerde onderzoek naar de waterdoorlatendheid (zie Bijlage 10) is een iets lagere doorlatendheid geconstateerd (0,45 3,44).
5.9.3.1.4 Huidige verwerking afvalwater en waterkwaliteit Op dit moment wordt afvalwater verwerkt door de bedrijfsgebouwen afvoer via de gemeentelijke riolering. Voor een afbeelding van de huidige situatie, zie onder paragraaf 5.2.1.
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 6 4
5.9.3.1.5 Aanwezig oppervlaktewater Er zijn geen oppervlaktewateren aanwezig binnen het projectgebied, gebied zoals uit onderstaande uitsnede uit de legger blijkt:
Figuur: uitsnede legger
In de omgeving van het projectgebied bevinden zich primaire waterlopen in de vorm van de Sportterreinlossing en de Papenbeekse Broeklossing, die aan de zuidzijde van het projectgebied stromen, zoals ook uit de uitsnede van de legger van het waterschap blijkt.
5.9.3.1.6 Grondwaterstanden en maaiveldhoogte Grondwaterstand De bodem bestaat voornamelijk uit middel fijn tot uiterst fijn zand, gemengd met of onderbroken door lagen met klei of zandige klei. De gemiddelde hoogste grondwaterstand bedraagt ± 2 m -mv.
Maaiveldhoogte Het maaiveld ligt op een hoogte van gemiddeld ruim 16 m boven NAP. Op onderstaande afbeelding is de maaiveldhoogte van het onbebouwde deel van het projectgebied weergegeven:
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 6 5
Figuur: maaiveldhoogte (bron; Algemeente Hoogtebestand Nederland, viewer)
Bij de herinrichting van het projectgebied zal het gebied geëgaliseerd worden; mocht er hierdoor sprake zijn van een lichte daling van het maaiveld ten opzichte van omliggende percelen, dan zal initiatiefnemer er zorg voor dragen dat er ter plaatse van aangrenzende percelen geen overlast kan plaatsvinden door afstromend hemelwater. De erfverharding van voorzien worden van afwatering en infiltratie op eigen perceel c.q. binnen het projectgebied.
5.9.3.2 Toekomstige situatie en waterbergingsopgave 5.9.3.2.1 Beschrijving plan Toekomstige uitbreiding totale verharding (bebouwing): Nieuw verhard dakoppervlak (vlak): circa 937 m2 Nieuw verhard dakoppervlak (schuin): circa 951 m2 Totale verharding wegen (onderverdelen in: wegen, voetpaden, parkeerplaatsen) Nieuwe verharding t.p.v. ontsluitingsstructuur en parkeren: 2210 m2 (waarvan 525 m2 waterdoorlatend zal worden uitgevoerd) Nieuwe verharding tuinen: 77 m2
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 6 6
De grootte van het totale projectgebied bedraagt circa 8000 m2. Het gehele afvoerend verhard oppervlak zal worden afgekoppeld en het hemelwater zal infiltreren in de bodem.
5.9.3.2.2 Hemelwater
Ontwerp nieuw watersysteem
Binnen het projectgebied vindt sloop van bebouwing plaats ten belope van circa 1925 m2 en er wordt 2312 m2 aan erfverharding verwijderd. Hiervoor zullen 42 gestapelde woningen in de plaats komen, inclusief een interne ontsluitingsroute. Binnen het projectgebied zal een nieuw afvoerend verhard oppervlak worden gerealiseerd van circa 1888 m2 aan nieuwe bebouwing; de te verharden oppervlakte bedraagt circa 2287 m2 (waarvan 525 m2 waterdoorlatend zal worden uitgevoerd) . De verplichting om op eigen perceel te voorzien in voldoende capaciteit voor de infiltratie van hemelwater is opgenomen in artikel 8.1 van de planregels. Zandopvang en bladopvang = zorgt voor emissiereductie. Reiniging 2x per jaar. Op 28 juni 2023 is door Aelmans een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd naar de waterdoorlatendheid van de bodem. Hierui is het volgende gebleken: 'Uit de gemeten doorlatendheden blijkt, dat infiltratie van neerslagwater tot de mogelijkheden behoort ter hoogte van de Kasteellaan ong. te Well. De doorlatendheid van de ondergrond ter plaatse van de testen IP-01 t/m IP05 zijn voldoende. Het infiltreren zou dus direct in de ondiepe ondergrond moeten kunnen plaatsvinden. Een gereguleerde voeding/afvloeiing middels bijvoorbeeld een wadi en/of grindkoffers is opportuun.' De rapportage is als Bijlage 10 aan de stukken toegevoegd.
Binnen het projectgebied wordt een afvoerend verhard oppervlak gerealiseerd van circa 3650 m2 aan nieuwe bebouwing en niet waterdoorlatende erfverhardingen (waaronder ontsluitingsstructuur en parkeergelegenheid). Gelet op het feit dat het gaat om nieuwbouw zal deze geheel afgekoppeld dienen te worden. Ter plaatse van de parkeergelegenheid dient bij voorkeur een waterdoorlatende verhardingslaag te worden aangebracht, waaronder zal worden voorzien in een hemelwaterabsorberende laag (dit zal gebeuren bij een oppervlak ten belope van 525 m2). Het aanbrengen van infiltratiekratten onder de bestrating is ook een mogelijkheid welke door initiatiefnemer onderzocht wordt. Bij de bepaling van de capaciteit/kwantiteit van de infiltratievoorziening ten behoeve van de nieuwbouw dient zonder meer te worden uitgegaan van een neerslaggebeurtenis van 100 mm neerslag/m2 verhard oppervlak. Bij een bebouwd en verhard oppervlak van circa 3650 m2 betekent dit een gemiddeld volume van 365 m3 aan hemelwateropvang in het openbaar gebied. Voor de hoeveelheid hemelwater, gerelateerd aan het feitelijk te realiseren afvoerend oppervlak, zullen binnen het projectgebied kratten, grindkoffers of infiltratievoorzieningen met vergelijkbare werking voor het te infiltreren volume worden gerealiseerd. Op de technische tekeningen is gespecificeerd hoe de gesloten infiltratievoorziening eruit zal komen te zien.
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 6 7
Hiermee kan dan voorzien worden in voldoende hemelwateropvang- en infiltratiecapaciteit.
Afvalwater Het afvalwater afkomstig van het projectgebied betreft puur huishoudelijk afvalwater dat via de gemeentelijke riolering zal worden afgevoerd. Per persoon wordt gemiddeld 150 liter water per dag verbruikt dat als huishoudelijk afvalwater naar het riool gaat. Per (middel/goedkoop) huurappartement zullen er gemiddeld 2 bewoners zijn. Bij een aantal van 42 appartementen betekent dit 42 x 2 x 150 liter = 12.600 liter per etmaal. De appartementen zullen worden aangesloten op de gemeentelijke riolering; hiertoe zullen extra uitleggers dienen te worden aangebracht.
Grondwater Het project heeft geen invloed op het grondwater.
Waterkwaliteit & beheer De hemelwaterinfiltratievoorzieningen zijn goed bereikbaar met materieel om de kratten of grindkoffers te onderhouden en adequaat beheer uit te voeren.
5.9.4
Conclusie
Vanuit het aspect water en watersystemen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.10 Cultureel erfgoed en archeologie In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met binnen of buiten de locatie van de activiteit aanwezig cultureel erfgoed en werelderfgoed.
5.10.1 Wettelijk kader Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Voor de bescherming van het landschap geldt voor Nederland het Europees landschapsverdrag. Dit verdrag erkent dat landschappen een onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving. In artikel 1.2 lid 1 sub g Omgevingswet worden 'landschappen' als onderdeel van de fysieke leefomgeving
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 6 8
aangemerkt. Het landschapsbeleid kan door Rijk, provincie of gemeente in een omgevingsvisie zijn vastgelegd.
5.10.2 Onderzoek Archeologie Ten aanzien van archeologie is het uitgangspunt dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Dit vloeit voort uit het Europese Verdrag van Valetta (1992) inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed en de Wet op de archeologische monumentenzorg. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, in principe een inventariserend en waarderend vooronderzoek plaatsvinden. Eventueel aangetroffen waarden dienen primair ter plekke (in situ) beschermd te worden dan wel - indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is- door een opgraving (ex situ) te worden veilig gesteld. In gebieden met een lage indicatieve archeologische waarde is er een geringe kans op het aantreffen van archeologische waarden. Op 13 november 2012 heeft de gemeenteraad de “Nota Archeologie beleid Bergen” vastgesteld. Hiermee is de Wet op de archeologische monumentenzorg geïmplementeerd in het gemeentelijke beleid. Op basis van de inventarisaties is een archeologisch en cultuurhistorisch verwachtingsmodel opgesteld. Op de archeologische beleidskaart (zie onderstaand) is het projectgebied aangeduid als categorie 3 en 5.
Figuur: uitsnede archeologische beleidskaart
Categorie 3 betreft gebieden van hoge archeologisch waarde, waarbij een onderzoeksplicht geldt bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 250 m2. Categorie 5 betreft gebieden van middelhoge archeologisch verwachting en naoorlogse woonwijken en industrieterreinen met hoge verwachting, waarbij een onderzoeksplicht geldt bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 2500 m2. Als gevolg van deze archeologische verwachtingswaarde is het uitvoeren van een archeologisch | omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 6 9
onderzoek noodzakelijk. Op 19 februari 2024 is het archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door RAAP. Hierin is het volgende geconstateerd en geadviseerd: 'Volgens de geomorfogentische kaart van het Maasdal ligt het projectgebied op een interstadiale (Allerød) terrasvlakte van de Maas, juist ten noorden van een dryas terrasvlakte. Volgens de bodemkaart komen er goed ontwaterde hoge bruine enkeerdgronden in grof zand voor in het projectgebied. Het booronderzoek heeft uitgewezen dat bovengrond in het projectgebied uit matig fijn zwak siltig dekzand bestaat, maar de ondergrond uit matig grof en zwak grindig fluviatiel (terras)zand. De bodem in het projectgebied is zwaar verstoord: behalve een verstoorde BC-horizont in boring 1 zijn er geen resten van de verwachtte oorspronkelijke bodems (podzol, hoge bruine enkeerdgrond) aangetroffen. Het projectgebied maakt deel uit van de historische kern van Papenbeek; een archeologisch monument van hoge waarde. Er zijn in directe nabijheid van het projectgebied geen archeologische vindplaatsen bekend. In de wijdere omgeving (ca. 600 m) zijn er slechts een klein aantal vindplaatsen bekend, met als bekendste kasteel Well. Voorts gaat het om een urnenveld uit de ijzertijd, begravingen uit de vroege middeleeuwen bij de St. Vituskerk en wat losse vondsten uit de periode late middeleeuwen-nieuwe tijd.
Voor zover bekend, is het projectgebied pas sinds 1958 bebouwd. In 1967 is deze bebouwing sterk uitgebreid. Vanwege de bebouwing zal de bodem plaatselijk flink zijn verstoord. Op basis van het bureauonderzoek geldt er een middelhoge verwachting voor kampementen van jager-verzamelaars uit de periode laat paleolithicum-mesolithicum en ook een hoge verwachting voor vindplaatsen van landbouwers (bewoning, begraving, infrastructuur, landbouw). Er is matig grof (fluviatiel) zand aangetroffen, maar er zijn geen resten van de verwachtte oorspronkelijke bodems (podzol, hoge bruine enkeerdgrond) aangetroffen. Er is niet onder de bestaande bebouwing geboord, maar (gezien het algemene beeld), wordt verwacht dat ook daar de bodem verstoord zal zijn. Derhalve wordt de archeologische verwachting bijgesteld naar “laag”. Advies Vanwege de verstoorde bodem worden er geen archeologische resten meer verwacht. Derhalve wordt verder onderzoek niet zinvol geacht. '
Cultuurhistorie De provincie Limburg hecht veel waarde aan de cultuurhistorie van de provincie. De provincie wil dan ook dat er verstandig omgegaan wordt met cultuurhistorische bouwwerken en landschappen. In het POL2014 is derhalve opgenomen dat het behouden, ontwikkelen en beheren van beschermde historische bouwwerken, hoofdlijnen van jonge en oude cultuurlandschappen en historische landschapselementen moet worden nagestreefd. Het beleid ten aanzien van cultuurhistorie zoals dit in het POL2014 is weergegeven, is gestoeld op de nota Belvedère, met als uitgangspunt 'behoud door ontwikkeling'. Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 7 0
cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan (en andere ruimtelijke besluiten) opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op onderstaande provinciale kaart zijn de cultuurhistorische waarden van de gronden en panden rondom het projectgebied in beeld gebracht. Zowel Moleneind als de Kasteellaan, Sterrenbos en Papenbeek zijn gekenmerkt als historisch waardevolle wegen. Het kasteel Well betreft een rijksmonument. Het kasteel werd oorspronkelijk in de 14e eeuw gebouwd als een waterburcht. Het ligt niet direct aan de rivier maar iets verderop in een moerassig gebied en raakte in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd en werd daarna gerestaureerd. Het kasteel bestaat uit het hoofdkasteel en een voorburcht. Zowel het hoofdgebouw als de voorburcht zijn Rijksmonumenten en dat geldt ook voor de bijgelegen bruggen, tiendschuur, ruïne en de historische tuin. Op korte afstand van het projectgebied bevinden zich enkele waardevolle panden welke deel uitmaken van het monumenten inventarisatieproject; deze panden zijn op onderstaande afbeelding met een blauwe stip aangeduid. De Kasteellaan 17-19 (voormalige boerderij (woonhuis en schuur)) betreft een gemeentelijk monument.
Figuur: Cultuurhistorischewaardenkaart
In de Landschapsvisie van de gemeente Bergen (L.) zijn diverse landschapselementen beschreven. Als kenmerkende en in principe te behouden cultuurhistorische | omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 7 1
landschapselementen kunnen in Bergen de volgende componenten worden genoemd: elementen uit de archeologie, zoals Celtic fields en oude nederzettingen; de begrenzingen van velden en kampen; oude ontginnings- en perceelsgrenzen; oude wegtracé’s, veldwegen en dergelijke; bomen die al relatief oud zijn; bijvoorbeeld meer dan 100 jaar; veldkruisen en kleine kapellen. Op onderstaande uitsnede van deze cultuurhistorische waardenkaart is te zien dat het projectgebied geen cultuurhistorische waarde heeft.
Figuur: Landschappelijke elementen uit cultuurhistorischewaardenkaart gemeente Bergen (2017)
De voorgenomen ontwikkeling heeft gezien de aard van de ontwikkeling en de afstand tot op grotere afstand gelegen gemeentelijke- en Rijksmonumenten geen negatieve invloed op cultuurhistorisch waardevolle elementen.
5.10.3 Conclusie Vanuit het aspect cultureel erfgoed en archeologie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. Archeologische (verwachtings)waarden of cultuurhistorische waarden staan niet aan het project in de weg.
5.11 Bedrijfsmatige activiteiten 5.11.1 Zonering Bedrijven kunnen hinder opleveren voor gevoelige functies, zoals woningen. Daarom is het belangrijk voldoende afstand aan te houden. Wat voldoende afstand is, is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid. Meestal is geluid de belangrijkste factor. Soms is juist de geurhinder, stofhinder of veiligheid (door opslag van gevaarlijke stoffen) bepalend voor de afstand tot gevoelige functies. Gemeenten kunnen deels zelf bepalen wat aanvaardbare afstanden of aanvaardbare geluid- of geurhinderniveaus zijn. Daarbij moeten zij wel rekening houden met de landelijk geldende regels. | omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 7 2
Bij het toelaten van bedrijven is het van belang dat er geen onaanvaardbare hinder ontstaat voor de omgeving. Bijvoorbeeld door geluid, externe veiligheid of geur. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft hiervoor de handreiking Milieuzonering nieuwe stijl opgesteld. Kern van deze publicatie is om de toelating van bedrijven te reguleren op basis van een voor een locatie beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieuwaarden. Deze handreiking wordt ook gebruikt om te concluderen of woningen gerealiseerd kunnen worden op een locatie zonder overlast te ervaren van omliggende functies.
5.11.2 Onderzoek Invloed omliggende functies op project Het projectgebied ligt in de kern van Well, op relatief korte afstand van de N271. In Well overheerst de woonfunctie duidelijk. In de noordzijde wordt het projectgebied begrensd door een slagerij, aan de zuidzijde voor een huisartsenpraktijk en aan de overzijde van de Kasteellaan ligt een bakkerij. Nog verder naar het zuiden liggen het MFC en een basisschool. Aan de achterzijde grenst het projectgebied aan de sportvelden. Hierdoor is er sprake van een gemengd gebied.
Als gevolg van onderhavig plan zullen de bedrijfsbestemming en de detailhandelsbestemming komen te vervallen en een woonfunctie krijgen. Het vervallen van de bedrijfsbestemming voor het aannemersbedrijf en de detailhandelsfunctie heeft een positief effect op het woon- en leefklimaat in de omgeving; immers, met het vervallen hiervan wordt een einde gemaakt aan mogelijke hinder als gevolg van geur, stof, geluid en gevaar welke samenhangt met beide functies.
In een straal van 100 m vanaf het projectgebied zijn de volgende bedrijven gelegen: adres
soort bedrijf
richtafstand
afstand tot projectgebied/woningen
Kasteellaan 17
huisartsenpraktijk
0 m (FM)
aangrenzend
Kasteellaan 11
slagerij
0 m (FM)
aangrenzend
Kasteellaan 8a-b
bakkerij
0 m (FM)
15 m
Kasteellaan 12a-b/Papenbeek 2-2a
apotheek
0 m (FM)
35 m
Kasteellaan 14
kinderopvang
30 m
70 m
Kasteellaan 25
MFC
30 m
55 m
Kasteellaan 33-33a
basisschool
30 m
40 m
Kasteellaan ong.
begraafplaats
0 m (FM)
40 m
Kasteellaan ong.
nutsvoorziening
0 m (FM)
aangrenzend
Kasteellaan ong.
maatschappelijk
0 m (FM)
aangrenzend
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 7 3
Moleneind 19a-c
sportvelden
50 m
aangrenzend
FM = functiemenging mogelijk
Andersom vormen omliggende functies, anders dan de sportvelden, geen belemmering voor de nieuwe woningen; er valt géén milieuzone over het projectgebied. Het projectgebied ligt binnen de richtafstand van 50 m rondom de tennisbanen en het oefenveld voor de voetbalvereniging; een deel van de woningen zal buiten de richtafstand worden gesitueerd. De richtafstand is geheel gerelateerd aan het aspect 'geluid'. Om te beoordelen wat het akoestisch effect van de tennisvelden op de woningen zal zijn, is door K-Plus op 25 september 2025 een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar inrichtingsgerelateerd lawaai. Hierin wordt geconstateerd dat: 'Langtijdgemiddelde geluidbelastingen Uitgaande van de uitgangspunten conform hoofdstuk 3 blijkt dat de langtijdgemiddelde geluidbelastingen zonder maatregelen ten hoogste 42 dB(A) en 44 dB(A) in respectievelijk de dag- en avondperiode zullen bedragen. De langtijdgemiddelde geluidbelastingen voldoen hiermee aan de geluideisen van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en Omgevingsplan. Daarmee is er sprake van een goed woon- en leefklimaat. 5.2 Maximale geluidniveaus Uitgaande van de uitgangspunten conform hoofdstuk 3 blijkt dat het maximale geluidniveau, ten hoogste 42 dB(A) in de dag- en avondperiode bedraagt. Formeel gezien wordt hiermee voldaan aan de geluideisen conform het Bkl en Omgevingsplan. '
De voetbalvelden zullen worden verplaatst voordat de nieuw te realiseren woningen in gebruik zullen worden genomen.
Het akoestisch onderzoek is als bijlage bij de stukken gevoegd.
Het aspect 'lichthinder' vanuit de tennisbanen vormt geen belemmering voor de realisatie van woningen omdat de 6 op het tennisveld aanwezige verlichtingsarmaturen in verband met de bestaande woningen rondom de banen, nu al zodanig zijn afgesteld dat ze nagenoeg recht naar beneden zijn gericht en minimaal buiten de velden schijnen. Alleen de beide armaturen bij de meest oostelijke baan zijn enigszins richting projectgebied gericht, doch de onderlinge afstand bedraagt meer dan 100 meter en wordt onderbroken door volwassen bomen, zodat het lichtschijnsel niet leidt tot een onaanvaardbare beperking van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen.
Het aspect 'milieuzonering' vormt op deze manier geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 7 4
5.11.3 Conclusie Er kan derhalve worden gesteld dat qua milieuzonering sprake is van een evenwichtige toedeling van functies.
5.12 Milieu effect beoordeling 5.12.1 Wettelijk kader Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag om een Bopa volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit.
5.12.2 Project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan.
5.12.3 Project-mer-beoordeling Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten, bedoeld in artikel 16.43, tweede lid, van de wet, met de bijbehorende motivering op in het besluit en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het besluit (artikel 11.11, lid 2 Omgevingsbesluit).
Motivering van de beslissing (art. 11.11 lid 3 Omgevingsbesluit) In de motivering van de beslissing wordt in ieder geval verwezen naar: de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn; en als is beslist dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt: 1. de kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid, als degene die voornemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en 2. het moment waarop die maatregelen moeten zijn gerealiseerd.
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 7 5
5.12.4 Onderzoek Blijkens jurisprudentie (o.a. ABRS 22 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1668) en Rechtbank Amsterdam 6 februari 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:648)) dient niet iedere mogelijk gemaakte wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt als een wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Omgevingsbesluit. Dat hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging of uitbreiding van de stedelijke ontwikkeling een rol.
In casu behoeft er geen m.e.r.-beoordelingsbesluit te worden genomen. De activiteit voor de realisatie van 42 appartementen en de omzetting van een bedrijfswoning in een burgerwoning binnen een oppervlak van nog geen 8000 m2, valt niet binnen de definitie van 'een stedelijk ontwikkelingsproject' waarbij op basis van de voorheen geldende regels een drempelwaarde van 2000 woningen of 100 ha werd gehanteerd. Daarnaast is er geen sprake is van significante milieueffecten als gevolg van de ontwikkeling en is ook geen sprake van een bijzondere ligging binnen of in de nabijheid van een kwetsbaar gebied (paragraaf 5.8 van deze ruimtelijke onderbouwing is in het bijzonder gewijd aan Natura 2000-gebieden in de omgeving). Op basis van het bovenstaande dient de voorliggende ontwikkeling niet aangemerkt te worden als (de uitbreiding van) een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject. Er hoeft dan ook geen milieueffectrapport te worden opgesteld en er hoeft ook geen m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen. Overigens worden alle relevante milieuaspecten ook aan de orde gesteld in onderhavige ruimtelijke onderbouwing, zodat de milieueffecten op die manier altijd afdoende worden beoordeeld.
5.12.5 Conclusie Uit het bovenstaande is gebleken dat er geen mer-plicht geldt voor het onderhavige project en dat de effecten op het milieu zo summier zullen zijn dat een mer-beoordeling niet nodig is.
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 7 6
Hoofdstuk 6 Beperkingengebied Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. De Omgevingswet verplicht Rijk en provincie om beperkingengebieden aan te wijzen, zoals zones rond wegen, hoofdspoorwegen, waterkeringen, rijkswegen en vaarwegen. Binnen deze beperkingengebieden gelden beperkingen voor activiteiten van derden.
Het projectgebied is niet gelegen in een beperkingengebied als bedoeld in paragraaf 6.2.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) maar ligt op korte afstand van het oppervlaktewaterlichaam:
Figuur: ligging projectgebied net buiten beperkingengebied rondom de Maas
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 7 7
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1
Economische uitvoerbaarheid
7.1.1
Financieel economische haalbaarheid
De realisatie van het project geschiedt voor rekening van initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. De te ontwikkelen gronden zijn in eigendom van initiatiefnemer en zijn niet belast met beperkt zakelijke rechten van derden.
7.1.2
Kostenverhaal
Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt in het concrete geval plaats door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Dat zijn: • aangewezen bouwactiviteiten • aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Omgevingsbesluit (Ob) voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst).
Voor onderhavig project is een overeenkomst afgesloten met de gemeente Bergen in verband met het kostenverhaal.
7.1.3
Nadeelcompensatie
Indien een omgevingsvergunning wordt verleend op grond waarvan schade wordt veroorzaakt, dan is artikel 4.5 Awb van toepassing. Het bevoegd gezag heeft met initiatiefnemer een overeenkomst gesloten tot verhaal van de kosten aan nadeelcompensatie welke rechtstreeks te herleiden zijn tot de omgevingsvergunning.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.2.1
Participatie
Initiatiefnemer heeft omwonenden van het projectgebied in het najaar van 2023 in kennis gesteld van zijn plannen. Het verslag van de omgevingsdialoog is ter hand gesteld aan het bevoegd gezag.
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 7 8
7.2.2
Vaststellingsprocedure
De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend omgevingsplan. Op de onderhavige aanvraag is conform artikel 16.62 van de Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken. In sommige gevallen kan het college echter wel bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de uitgebreide procedure op basis van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaren. In casu is de uitgebreide procedure niet van toepassing verklaard.
7.2.3
Bezwaar/Beroep
De mogelijkheid van bezwaar komt alleen in de reguliere procedure voor. Het bezwaar dient ingediend te worden bij het bevoegd gezag dat het besluit heeft genomen. Wanneer iemand het niet eens is met het besluit op dat bezwaar, kan hij of zij nog in beroep gaan. In de uitgebreide procedure is bezwaar niet nodig. Daar bestaat namelijk de mogelijkheid om zienswijzen tegen het ontwerpbesluit in te dienen. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. In beginsel zal de rechtbank zich hierover buigen. Daarna kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Belanghebbenden kunnen, hangende het bezwaar of beroep, eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de omgevingsvergunning.
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |
Pagina | 7 9
Hoofdstuk 8 Belangenafweging 8.1
Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl) Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoofdstuk 4). De vraag bij de vergunningverlening is of het initiatief – de gevraagde activiteit - leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 4, 5, 6 en 7).
8.2
Conclusie
Uit onderhavige ruimtelijke onderbouwing blijkt dat, ten aanzien van alle beschouwde aspecten, de algehele conclusie getrokken kan worden dat het realiseren van 42 appartementen in de huursector, het gebruiken van de bedrijfswoning aan de Kasteellaan 11a als burgerwoning waarbij de aangebouwde bouwmassa tevens ten dienste zal staan aan de woonfunctie, een passende en wenselijke ontwikkeling is.
| omgevingsvergunning OGV Kasteellaan Well | status: concept |