CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

motivering TAM-omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) vastgesteld

Gemeenteraad 7 oktober 2025, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen TAM-IMRO-plan Bergse Heide Nieuw Bergen fase II;30.733 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

146 alinea's met “omgevingsplan”: 2 3 6 20 23 68 123 163 167 173 174 178 183 186 187 193 196 197 199 203 211 217 219 221 227 235 239 244 246 250 273 288 293 299 307 315 318 333 341 355 …

Pagina | 2

MOTIVERING TAM-OMGEVINGSPLAN Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II)

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 3

VERANTWOORDING EN STATUS Titel:

motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II)

Opdrachtgever: Contactpersoon:

[….] [….]

Aantal pagina’s:

92

1e concept: 2e concept: 3e concept: Ontwerp: Definitief :

19-9-2024 30-9-2024 14-10-2024 15-1-2025 7-10-2025

Opsteller:

[…….]

paraaf:

Controleur:

[…….]

paraaf:

COLOFON BEUSMANS & JANSEN Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening © 2025 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worde n verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 4

INHOUDSOPGAVE 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

INLEIDING Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Het (tijdelijke) Omgevingsplan gemeente Bergen (L) Planvorm Leeswijzer

8 8 8 10 10 11

2.1 2.2 2.3 2.4

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE Inleiding Historisch perspectief Feitelijke staat van het plangebied e.o. Stedenbouwkundige structuur

12 12 12 13 16

2.

3.

4.

PLANBESCHRIJVING 3.1 Stedenbouw, architectuur, programma en maatvoering

17 17

3.1.1 3.1.2

17 21

Stedenbouw en architectuur Planeconomie, programma, verkaveling en bouwkundige maatvoering

3.2 Verkeer en parkeren

23

3.2.1 3.2.2

23 24

Ontsluiting Parkeren

3.3 Groen en water

25

3.3.1 3.3.2

25 26

Landschappelijke inpassing en groenvoorzieningen Water

3.4 Privacy en sociale veiligheid

26

3.4.1 3.4.2

26 27

Privacy en bezonning Sociale veiligheid

3.5 Duurzaam bouwen, energietransitie, C2C, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen

27

BELEID EN REGELGEVING 4.1 Inleiding 4.2 Europees beleid

29 29 29

4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4

29 29 29 29

Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit Kaderrichtlijn Water Natura 2000 Verdrag van Malta

4.3 Rijksbeleid en rijksregels

30

4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5

30 30 30 31 35

Omgevingswet Besluit kwaliteit leefomgeving Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ladder duurzame verstedelijking Conclusie

4.4 Provinciaal beleid en provinciale regels

35

4.4.1 4.4.2

35 37

Omgevingsvisie Limburg Instructieregels provincie (Omgevingsverordening Limburg 2021)

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 5

4.4.3 4.4.4

5.

Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 Conclusie

38 39

4.5 Regionaal beleid

41

4.5.1 4.5.2 4.5.3

41 41 42

Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 Regionale Mobiliteitsvisie ‘Trendsportal’ Conclusie

4.6 Gemeentelijk beleid

42

4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.6.4 4.6.5

42 44 45 46 47

Omgevingsvisie Bergen 2030 Woonvisie Bergen Landschapsvisie Maasdal Bergen Beeldkwaliteitsvisie N271 Conclusie

FYSIEKE LEEFOMGEVING 5.1 Inleiding 5.2 Gezonde fysieke leefomgeving

48 48 48

5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.5

48 48 49 49 49 51

Beoordelingskader Toetsing gezonde fysieke leefomgeving Endotoxinen Geitenhouderijen Spuitzone Conclusie

5.3 Bodem en asbest

51

5.3.1 5.3.2 5.3.3

51 51 52

Beoordelingskader Bodemonderzoeken Conclusie

5.4 Geluid

52

5.4.1 5.4.2 5.4.3

Beoordelingskader Toetsing wegverkeerslawaai Conclusie

52 53 54

5.5 Activiteiten en milieuzonering

54

5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.5.4

54 54 54 55

Beoordelingskader Voorgenomen ontwikkeling Toetsing afstanden tot bedrijfsactiviteiten; Milieuzonering nieuwe stijl Conclusie

5.6 Luchtkwaliteit

55

5.6.1 5.6.2 5.6.3

55 56 56

Beoordelingskader Toetsing luchtkwaliteit Conclusie

5.7 Geur

57

5.7.1 5.7.2 5.7.3

Beoordelingskader Toetsing geurhinder Conclusie

57 57 58

5.8 Omgevingsveiligheid

58

5.8.1 5.8.2 5.8.3

58 59 59

Beoordelingskader Toetsing omgevingsveiligheid Conclusie

5.9 Natuur

60

5.9.1 5.9.2 5.9.3

60 61 64

Beoordelingskader Ecologisch onderzoek en stikstof Conclusie | motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 6

5.10 5.10.1 5.10.2 5.10.3

5.11 5.11.1 5.11.2 5.11.3 5.11.4 5.11.5

Waterparagraaf Waterschap beleid; Waterschap Limburg Gemeentelijk beleid; gemeente Bergen Huidige situatie Toekomstige situatie en waterbergingsopgave Conclusie

64 65 68

68 68 71 73 75 78

Milieueffectrapportage

78

5.12.1 5.12.2 5.12.3

Beoordelingskader Toetsing Conclusie

78 79 82

5.13.1 5.13.2 5.13.3

7.

Beoordelingskader Toetsing cultureel erfgoed Conclusie

64

5.12

5.13

6.

Cultureel erfgoed

Niet gesprongen explosieven Beoordelingskader Vooronderzoek OO/CE Conclusie

82 82 83 83

MOTIVERING OP DE REGELS 6.1 Inleiding 6.2 Opzet regels

84 84 84

6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5 6.2.6

84 85 85 86 85 86

Preambule Inleidende bepalingen Functies en activiteiten Beschermen van waarden Algemene bepalingen Overgangsbepalingen

6.3 Nadere motivering op de regels

86

UITVOERBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid

88 88

7.1.1 7.1.2 7.1.3

Financieel economische haalbaarheid Kostenverhaal Nadeelcompensatie

88 88 89

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid en procedure

89

7.2.1 7.2.2

89 89

Participatie Procedure

BIJLAGEN MOTIVERING bijlage 1: bijlage 2: bijlage 3: bijlage 4: bijlage 5: bijlage 6: bijlage 7: bijlage 8:

Stedenbouwkundige structuur en landschappelijke inpassing Parkeerberekening Verkennend bodemonderzoek Stikstofonderzoek en AERIUS-berekening Voortoets ecologische beoordeling Bergse Heide Bergen Quickscan natuurwetgeving Ontwerp waterbergingssysteem Notitie M.e.r. -beoordeling | motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 7

bijlage 9: bijlage 10: bijlage 11: bijlage 12:

Onderzoek niet gesprongen explosieven Project OOO en proces-verbaal Verslag omgevingsdialoog Zienswijzennota

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 8

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

De initiatiefnemer is voornemens om op een locatie ten zuiden van Nieuw Bergen een nieuw woongebied te realiseren. Het betreft het perceel aan de Bergse Heide te Nieuw Bergen. Voor dit plan gelden de volgende uitgangspunten: het bouwplan behelst in totaal 17 woningen; de verkaveling biedt ruimte om een woonhof te realiseren met 10 levensloopbestendige woningen, 5 starterswoningen en 2 vrijstaande woningen; er wordt in voldoende parkeergelegenheid voorzien: 31 parkeerplaatsen waarvan 22 in het openbaar gebied en 9 op het eigen terrein; het nieuwe woonhof wordt landschappelijke ingepast in de omgeving; kleine korrel bebouwing en een groene berm aan de Bergse Heide blijft behouden; het woonhof sluit aan bij de agrarische lint bebouwing en het karakter van Bergen; de auto-ontsluiting vindt plaats vanaf de Steenuil. Op onderhavige locatie is het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2018 1e herziening’ van toepassing (vastgesteld op 13 december 2022). Dit bestemmingsplan maakt sinds 1 januari 2024 van rechtswege deel uit van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Bergen (L). Volgens dit bestemmingsplan is de bestemming van het betreffende perceel ‘Agrarisch met waarden’ en is daarmee bestemd voor agrarische doeleinden. Daarnaast geldt er de dubbelbestemming ‘Archeologie Waarde 5’.

De realisatie van dit nieuwe woongebied is in strijd met diverse planregels uit dit bestemmingsplan. Het geldende Omgevingsplan gemeente Bergen (L) biedt geen mogelijkheid dit project te realiseren. Om dit plan juridisch-planologisch mogelijk te maken, dient het Omgevingsplan gemeente Bergen (L) gewijzigd te worden. Voorliggende ruimtelijke motivering bevat de motivering voor de benodigde wijziging van het Omgevingsplan en vormt de onderbouwing van het besluit. Gemotiveerd wordt dat met deze wijziging tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) wordt gekomen.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Bergse Heide 7 te Nieuw Bergen, kadastraal bekend als gemeente Bergen, sectie T nummer 680, ten oosten van de provinciale weg (N271), die in noord-zuidrichting door Nieuw Bergen loopt. Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan de kern Nieuw Bergen. De omvang van het plangebied bedraagt 6.950 m2. Op onderstaande afbeeldingen is de ligging van de locatie weergegeven:

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 9

locatie plangebied

De topografische perceelsgrenzen zijn op onderstaande afbeelding weergegeven, waarbij de globale omvang van het plangebied is aangeduid.

ligging en begrenzing plangebied

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 10

1.3

Het (tijdelijke) Omgevingsplan gemeente Bergen (L)

Het geldend planologisch regime is vastgelegd in het Omgevingsplan van de gemeente Bergen (L) met identificatienummer /akn/nl/act/gm0893/2020/omgevingsplan. Ter plekke van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied,1e herziening’, zoals vastgesteld op 13 december 2022 door de gemeenteraad van Bergen en van rechtswege sinds 1 januari 2024 onderdeel van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan van de gemeente Bergen. Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen:

Naam bestemmingsplan

Bestemming en aanduidingen

bestemmingsplan Buitengebied, 1e herziening

- bestemming Agrarisch met waarden - dubbelbestemming Waarde - Archeologie 5

uitsnede verbeelding

Op basis van de regels van het tijdelijke Omgevingsplan is de realisatie van het beoogde nieuwe woongebied niet toegestaan. Binnen de vigerende agrarische bedrijfsbestemming is de herontwikkeling van de locatie met woningen niet toegestaan. Het bestemmingsplan kent ook geen binnenplanse wijzigingsmogelijkheden. Om de gewenste functiewijziging mogelijk te maken zal het bestemmingsplan herzien dienen te worden.

1.4

Planvorm

Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. Voor de realisatie van het onderhavige woningbouwplan wenst de gemeente Bergen (L) het Omgevingsplan van de gemeente Bergen (L) te wijzigen.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 11

Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM’s) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAM’s is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de – onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte – IMRO-standaard en de voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2024 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Werkingsgebied De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Bergse Heide, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0893.TOP24002H22BBH7-VA01, zoals vastgelegd op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart.nl. In paragraaf 1.2 van deze motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen.

1.5

Leeswijzer

Het tweede en derde hoofdstuk van motivering geven achtereenvolgens een beschrijving van de bestaande en beoogde situatie. In het vierde en vijfde hoofdstuk wordt het project getoetst aan respectievelijk het relevante ruimtelijke beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk zes bevat een motivering op de regels. In hoofdstuk zeven komen de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 12

2. BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE 2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt - mede aan de hand van de historische ontwikkeling en de belangrijkste ruimtelijke structuren (stedenbouw, groen, water en verkeer) - het plangebied en de omliggende bebouwing in de huidige situatie beschreven.

2.2

Historisch perspectief

Be eerste vermelding van Bergen stamt uit 887 en relateert aan erfpacht. In de 13e eeuw is een kerktoren gebouwd in Bergen. Om de kerktoren heen gingen mensen wonen. Hier vestigden vooral boeren zich. Deze locatie werd waarschijnlijk gekozen doordat het onbereikbaar van Maasoverstromingen lag. Het plangebied zelf lag (en ligt) in het buitengebied van Bergen. Het ligt in het verlengde van de Langstraat (nu de Bergse Heide), een archeologisch monument met huizen uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Het plangebied ligt langs het verlengde van deze weg maar is onbebouwd op historische kaarten vanaf de 19 e eeuw. Door de ligging langs de historische weg is het echter mogelijk dat het plangebied voor de 19 e eeuw wel bebouwd was. Op de oudst geraadpleegde kaart, de Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832, ligt het plangebied langs een historische weg de Langstraat, nu de Bergse Heide. Het plangebied is hier al onbebouwd. Deze situatie blijft gedurende de hele 20e eeuw onveranderd. Het plangebied blijft als akker in gebruik tot op heden.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 13

2.3

Feitelijke staat van het plangebied e.o.

Het plangebied is een volledig onverhard en onbebouwd perceel dat gebruikt wordt als weiland dan wel als akker. Ook groen- en watervoorzieningen zoals bomen en sloten zijn niet aanwezig. Het betreft dus uitsluitende een grondgebruik ten behoeve van agrarische doeleinden. Langs de Bergse Heide bevinden zich op dit moment enkele verspreid liggende burgerwoningen. Tegenover en direct aansluitend aan het plangebied ligt een woonwijk.

Op de navolgende pagina’s vindt u een weergave van de huidige staat van het plangebied e.o.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 14

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 15

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 16

2.4

Stedenbouwkundige structuur

Er is een stedenbouwkundige analyse uitgevoerd met betrekking tot het plangebied. Belangrijke aspecten van deze analyse zijn: Bergse Heide is van oudsher onderdeel van een oud bebouwingscluster op de overgang van beekdal en woeste gronden. Nu nog is de structuur van paden, bebouwing en groen herkenbaar. Nieuw Bergen is steeds verder uitgebreid, waardoor de nieuwbouw doorloopt tot aan de noordkant van de Bergse Heide. De heide is ontgonnen en deels getransformeerd naar bosgebied. De Bergse Heide is deels een zandpad en vormt een recreatieve langzaam verkeersroute richting bosgebied. Groene dorpsrand vanaf Rijksweg onderbroken ter plaatse van het plangebied. Het plangebied bestaat uit een grote open ruimte zonder groenstructuren. De nieuwe weg De Steenuil vormt een brede laan die uitkomt op het plangebied.

stedenbouwkundige analyse plangebied e.o.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 17

3.

PLANBESCHRIJVING

3.1

Stedenbouw, architectuur, programma en maatvoering

3.1.1 Stedenbouw en architectuur Voor de ontwikkeling van het plangebied tot een modern, landelijk woongebied zijn de volgende stedenbouwkundige uitgangspunten in acht genomen: Nieuw Bergen is steeds verder uitgebreid, waardoor de nieuwbouw nu doorloopt tot aan de noordkant van de Bergse Heide. Het is logisch in deze volgende fase de nieuwbouw ook over de weg te tillen en aan de zuidkant door te zetten. Hierbij is aandacht voor de historische context belangrijk. Het mag geen standaard uitbreidingswijk zijn. Historische structuur Bergse Heide behouden met groene elementen en bebouwing. Nieuwe bebouwing hierbinnen voegen op een manier die aansluit bij de aanwezige sfeer van het oude agrarische lint, zoals woningen op een erf en in boerderijvolumes als langgevelvolumes, ‘schuren, stallen en loodsen’. Ontsluiting voor wegverkeer vanaf Steenuil. Sfeer en straatprofiel Steenuil niet doortrekken binnen plangebied, maar dit behandelen als nieuw cluster aan de Bergse Heide. Bergse Heide blijft als langzaamverkeerspad voor uitsluitend fietsers en voetgangers (niet voor landbouwverkeer) aanwezig en verbindt de nieuwe en oude delen met elkaar. Van oudsher lagen aan de weg ad hoc gebouwen, dit principe nu voorzetten, dus geen repeterende wand van nieuwe woningen toevoegen, maar zoeken naar afwisseling aan Bergse Heide.

Aan Bergse Heide rustig beeld behouden, kleine korrel bebouwing en groene bermen toevoegen. Aansprekende gevels richting Bergse Heide. Langzaamverkeersverbinding voor uitsluitend fietsers en voetgangers (niet voor landbouwverkeer) realiseren door plangebied en aantakken op Bergse Heide. Landschappelijk inpassing van het plangebied. Dorpsrand groen maken, zicht vanaf Rijksweg groen. Groen gebied intrekken: groenstructuren toevoegen en verblijfsplek maken. Uitzicht benutten: vanuit de woningen zoveel mogelijk uitzicht op groen. Rekening houden met privacy Bergse Heide 4 en woningen aan de Steenuil. Waterberging in gebied oplossen. Mix van woningtypes. Parkeren: 2 pp per vrijstaande woning en 1,7 pp per hoek- en tussenwoning

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 18

stedenbouwkundige uitgangspunten

Dat heeft uiteindelijk geleid tot ontwikkeling van een aantal stedenbouwkundige modellen, waarbij er uiteindelijk gekozen is voor het zogenaamde ‘erfwonen model’.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 19

erfwonen model

Voor de volledige voorgestelde stedenbouwkundige structuur met landschappelijke inpassing, wordt verwezen naar het ontwerp dat als bijlage 1 bij deze motivering is gevoegd. Architectuur Om aan te sluiten bij de ervengedachte wordt in de gekozen architectuur en de openbare ruimte een landelijke sfeer nagestreefd, ontworpen vanuit een eigentijdse visie. Dit past goed bij de Bergse Heide en bij deze specifieke locatie, grenzend aan het buitengebied. Gedacht moet worden aan langgerekte volumes met flinke kappen. Zoals de langgevelboerderijen en de daarbij behorende schuren. De kappen zijn overheersend. Onderbrekingen zijn ondergeschikt aan de kap. De volumes zijn robuust. Het zijn eenvoudige hoofdvolumes met een rechthoekige footprint. Ze worden afgedekt door één groot zadeldak evenwijdig aan het erf. De langgevelboerderijen waren vaak laag en opgebouwd uit een voorhuis waarin gewoond werd en een achterhuis dat tevens dienstdeed als stal. Hierbij past een asymmetrische gevelindeling. De schuren en stallen op de erven hadden juist meer ritme. Een ander type is de wagenloods of kapschuur met een wat hogere kap. Al deze volumes hebben de karakteristieke opbouw van een langgerekt robuust volume met een overheersende kap.

Eenheid vs individualiteit Belangrijk is dat elk volume oogt als één geheel (ook al zijn er meerdere woningen in ondergebracht) maar dat we toch zoeken naar differentiatie tussen de woningen onderling. Zodat er herkenbaarheid is van de eigen woning. Dit kan in subtiele elementen gevonden worden. Uitgaande van deze architecturale uitgangspunten en principes zijn de volgende richtinggevende referentiebeelden gedeeld voor de beoogde ontwerpen, materialisatie en kleurstellingen.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 20

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 21

3.1.2 Beeldkwaliteit Bergse Heide Opzet plan De Bergse Heide is van oudsher onderdeel van een oud bebouwingscluster op de overgang van beekdal en woeste gronden. Nu nog is de structuur van paden, bebouwing en groen herkenbaar. Het stedenbouwkundige plan sluit daarbij aan. De bebouwing vormt een ‘erf’ aan het oude agrarische lint, de Bergse Heide. De historische structuur van de Bergse Heide blijft in het plan behouden met groene elementen en bebouwing. De ad hoc structuur van bebouwing in kleine korrel wordt doorgezet met twee vrijstaande woningen. De vrijstaande woning aan het einde van de Steenuil op de hoek met de Bergse Heide, vormt het ‘hoofdhuis’ van het erf en wordt vormgegeven als boerderijwoning. Het hoofdhuis ligt in de zichtlijn vanaf de Steenuil en krijgt daarmee meer nadruk als boerderij van het achterliggende erf. Op het erf liggen verder drie woonblokken in agrarische volumes. Deze opzet past goed bij de Bergse Heide en bij deze specifieke locatie, grenzend aan het buitengebied.

Gewenste sfeer Om aan te sluiten bij de ervengedachte wordt in de architectuur en de openbare ruimte een landelijke sfeer nagestreefd met woningen op een erf zoals de langgevelboerderijen en de daarbij behorende schuren en stallen. Gedacht moet worden aan langgerekte volumes met flinke kappen. De volumes zijn robuust. Het zijn eenvoudige hoofdvolumes met een rechthoekige footprint. Ze worden afgedekt door één groot zadeldak evenwijdig aan de openbare ruimte. Bij voorkeur kennen de kappen een dakoverstek (geen tuitgevel met schouder en hals). De kappen zijn overheersend. Onderbrekingen zijn ondergeschikt aan de kap. Dakkapellen aan de voorzijde zijn in beperkte mate toegestaan. Het beeld van een doorlopend dakvlak moet overheersen. Grote dakramen zijn wel mogelijk. Aan de achterzijde is het toepassen van dakkapellen vrij.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 22

De bouwhoogtes sluiten aan bij de omgeving, waarin vrijwel overal gebouwd is in 1 laag met kap. De langgevelboerderijen waren vaak laag en opgebouwd uit een voorhuis en een achterhuis. Het voorhuis vormde van oorsprong het woongedeelte met een wat rijkere detaillering, de voordeur met daarboven een dakkapel. Het achterhuis vormde de stal met meer ritmiek en een staldeur. Hiermee kan gespeeld worden, bijvoorbeeld bij de rijwoningen. De schuren en stallen op de erven hadden juist meer ritme. Al deze volumes (zowel de vrijstaande als de rijen) hebben de karakteristieke opbouw van een langgerekt robuust volume met een overheersende kap. De bebouwing is op de openbare ruimte gericht met gevelopeningen. De bebouwing op straatgerichte hoeken heeft een tweezijdige oriëntatie met gevelopeningen aan beide zijden. De detaillering draagt bij aan de gewenste landelijke uitstraling. Voor de gevel is de basis in metselwerk (of hout). Landelijke elementen worden toegepast, bijvoorbeeld gemetselde luiken en een onderverdeling in ramen. Een plint is ook passend. Van oudsher lagen aan de Bergse Heide ad hoc gebouwen, dit principe wordt nu doorgezet, dat betekent een afwisseling in de twee vrijstaande woningen. De vrijstaande woningen kennen eenzelfde massaopbouw en verschijningsvorm als hiervoor beschreven maar hebben bij voorkeur een wat rijkere detaillering.

Het ‘hoofdhuis’ in de zichtlijn vanaf de Steenuil vormde de oorspronkelijke boerderijwoning en straalt dit ook uit. Bij deze woning komt bovendien bij voorkeur loodrecht op het hoofdvolume een aanbouw, eveneens afgedekt met een kap. De aanbouw begeleidt daarmee de entree richting de rest van het erf. Aan- en bijgebouwen bestaan uit één laag met eventueel een kap en zijn zo ontworpen en geplaatst dat ze ondergeschikt zijn aan het hoofdvolume. Bergingen staan bij voorkeur niet aan de perceelsgrens met het openbaar gebied. Op de erfgrenzen met het openbaar gebied komen bij voorkeur (beuken)hagen. Op sommige plekken is dit beeldbepalend. De haag is laag aan de voorzijde van de woning. Op de zijdelingse perceelsgrens komt een lage haag ter hoogte van de bebouwing en een hoge haag daarachter.

3.1.3 Planeconomie, programma, verkaveling en bouwkundige maatvoering Het plangebied kent een oppervlakte van 6.950 m2. Daarvan is 4.216 m2 (61%) uitgeefbaar terrein. Er wordt 2.634 m2 (39% gereserveerd als openbaar gebied (straten, openbare parkeerplaatsen, groenvoorzieningen en overig). Het project heeft betrekking op het realiseren van een nieuwe woongebied met 17 koopwoningen. Het woningbouwprogramma behelst:

woningtype

aantal

Categorie

motivering

vrijstaand

2

vrije sector koop

bouwplan n.t.b.

aaneengesloten (levensloopbestendig)

10

vrije sector koop/sociale koop*

1 bouwlaag + kap ca. 6,2 m. breed ca. 11 m. diep

aaneengesloten (starters)

5

vrije sector koop/sociale koop*

1 bouwlaag + kap ca. 5,5 m. breed ca. 9 m. diep

*waarbij minimaal 70% als sociale koop d.w.z. woningen met een aanvangsprijs (vrij op naam) van maximaal €390.000.

Van de 17 (koop)woningen worden er 10 levensloopbestendig (LBB) uitgevoerd. Dit betekent dat 59% van het aanbod levensloopbestendig wordt uitgevoerd.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 23

Op basis van het stedenbouwkundige model is verder de navolgende verkaveling voor het gebied opgesteld:

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1 Ontsluiting De ontsluiting van het nieuwe woongebied gebeurt hoofdzakelijk door een nieuwe centrale woonstraat in de vorm van een lus die via een nieuwe kruising aan de Bergse Heide-Steenuil aansluit op deze laatste weg. Alleen de twee vrijstaande woningen worden via de Bergse Heide ontsloten. Via de Steenuil, de Vogellaan en Jeroen Boschstraat is het centrum van Nieuw Bergen – met al haar voorzieningen – voor zowel autoverkeer als fietsers en voetgangers binnen enkele minuten goed en veilig bereikbaar. Via de Steenuil en de Oude Bergse Hei kan het auto-en fietsverkeer ook direct de rijksweg N271 bereiken voor een verdere noord-zuidontsluiting. Het nieuwe woongebied zal leiden tot extra verkeersbewegingen op de genoemde wegen vanwege de nieuwe bewoners en bezoekers. In een schematisch overzicht ziet de toekomstige verkeersgeneratie op basis van de toekomstige bestemming, uitgaande van de typering van de omgeving 'rest bebouwde kom; weinig stedelijk', zoals gebruikt in het CROW, er als volgt uit:

toekomstige bestemming

aantal

verkeersbewegingen per woning

Totaal

Burgerwoning

17

8,6

146

Uit dit overzicht blijkt dat het aantal verkeersbewegingen slechts in een heel beperkte mate zal toenemen.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 24

Gelet op: de bestaande verkeersintensiteiten (2024) op de Steenuil, de Vogellaan, de Jeroen Boschstraat en de Oude Bergse Hei; de autonomen ontwikkeling van de verkeersintensiteiten tot 2034; de bestaande wegprofielen; zijn deze wegen geschikt om het beperkte extra verkeer vanwege het nieuwe woongebied veilig, efficiënt en zonder onevenredige hinder voor de omwonenden te verwerken. De Bergse Heide zelf is niet meer dan een smalle erfontsluitingsweg bestaande uit één rijbaan die deels verhard (geasfalteerd) en deels nog onverhard (zand en grintpad) is. Het enige verkeer dat gebruikt maakt van deze weg is, zijn de bewoners van de paar woningen aan deze weg en hun bezoekers. In de nieuwe situatie zal de bovenbeschreven ontsluitingsstructuur ten behoeve van het nieuwe woongebied worden versterkt doordat de Bergse Heide ter hoogte van Bergse Heide 5 wordt afgesloten voor al het autoverkeer (zowel via een fysieke belemmering en via het plaatsen van een verbodsbord voor autoverkeer). De Bergse Heide blijft wel voor hulpdiensten en langzaamverkeer in de vorm van fietsers en voetgangers geheel toegankelijk als doorgaande weg. Langzaamverkeer in de vorm van landbouwvoertuigen is nadrukkelijk niet toegestaan. Bewoners en bezoekers van de bestaande en nieuwe woningen aan de Bergse Heide en de afvalinzameldiensten kunnen via de Steenuil dit deel van de Bergse Heide gewoon bereiken.

Het thans nog onverharde deel van de Bergse Heide (tussen Bergse Heide 5 en de kruising met de Steenuil) zal om deze reden in de nieuwe situatie wel verhard (geasfalteerd) worden. De nabij het plangebied (op minder dan 250 meter) gelegen bushaltes 'Bergse Heide' zorgen voor het vervoer van personen via lijn 83 (Nijmegen-Mook-Milsbeek-Gennep-Bergen-Arcen-Venlo). De bereikbaarheid van het plangebied via het openbaar vervoer is dan ook goed.

3.2.2 Parkeren De nieuwe functie leidt eveneens tot parkeerbehoefte. Ter plaatse van het nieuwe woningbouwproject zal voldaan moeten worden aan de parkeernormen zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen gemeente Bergen (L.). Hierbij geldt, uitgaande van de typering van de omgeving 'rest bebouwde kom', een norm van 2 parkeerplaatsen per vrijstaande koopwoning, en 1,7 parkeerplaatsen per tussen- en hoekwoning (koop). Per woning bedraagt het aandeel bezoekers 0,3. Dit betekent 2 x 2 + 15 x 1,7 + 17 x 0,3= 34,6 (35) parkeerplaatsen, gecorrigeerd met het aanwezigheidspercentage op het drukst berekende moment (werkdag, avond), dienen volgens de Nota Parkeernormen gemeente Bergen, maximaal 31 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Verwezen wordt naar de parkeerberekening die als bijlage 2 bij deze motivering is gevoegd. Beide vrijstaande woningen zullen 2 parkeerplaatsen op eigen erf krijgen. Voor de aaneengebouwde woningen zullen 22 parkeerplaatsen in het openbaar gebied worden gerealiseerd en 5 op eigen erf. Op onderstaande afbeelding is te zien waar deze parkeergelegenheden gerealiseerd zullen gaan worden.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 25

parkeren

3.3

Groen en water

3.3.1 Landschappelijke inpassing en groenvoorzieningen In het stedenbouwkundig ontwerp voor het nieuwe woongebied (‘model erfwonen’, zie paragraaf 3.1.1 van deze motivering), is ook nadrukkelijk de landschappelijke inpassing van het gebied meegenomen. Het plan ligt niet direct in de invloedssfeer vanuit de beeldkwaliteitsvisie N271, maar het nieuwe woongebied is wel zichtbaar vanaf de N271. De ruimtelijke inpassing van het plan is dan ook nadrukkelijk een belangrijk onderwerp. Er zal voldoende aandacht moeten zijn voor een structurele en robuuste groene inkleding aan deze zijde (dat wil zeggen de zuidkant) van het plangebied. Centraal onderdeel van het stedenbouwkundig ontwerp is dan ook de realisatie van een zeer robuuste groene randzone aan de zuidkant van het woongebied bestaande uit bomen en bomenclusters met onderbegroeiing, struiken en een struinpad, waardoor deze zone verschillende functionaliteiten krijgt. De zuidelijke groene wijkrand in zijn voorgestelde landschappelijke en ecologische vormgeving zorgt voor een aansprekend landelijk beeld vanaf de N271.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 26

landschappelijke inpassing (groene zuidrand en omgeving)

Voor het volledige stedenbouwkundige ontwerp en landschappelijke inpassing, wordt verwezen naar het ontwerp dat als bijlage 1 bij deze motivering is gevoegd.

3.3.2 Water Uitgangspunt is dat 100% van al het hemelwater dat valt op het nieuw afvoerend verhard oppervlak van het project, ook binnen het plangebied zelf geborgen en verwerkt dient te worden. Ten behoeve van het duurzaam verwerken van schoon hemelwater is er gekozen voor een tweevoudig watersysteem. Waterberging voor uitgeefbaar gebied (woningen) zal op eigen terrein (d.w.z. op het eigen woonperceel) worden gerealiseerd. Het hemelwater vanuit de openbare ruimte wordt deels rechtstreeks naar een hoofdwadi geleid en deels indirect via twee groenstroken met twee nevenwadi’s langs de beide toegangswegen met een afvoerfunctie op de hoofdwadi. De hoofdwadi is in het zuiden van het plangebied gelegen als onderdeel van een centrale openbare ruimte binnen het nieuwe woongebied. Hiermee wordt 100% van het al hemelwater dat binnen het nieuwe woongebied valt, ook binnen het woongebied zelf geborgen. Voor een uitgebreide beschrijving van de waterhuishoudkundige gevolgen van het plan, wordt verwezen naar paragraaf 5.11 van deze motivering.

3.4

Privacy en sociale veiligheid

3.4.1 Privacy en bezonning In het plan wordt met de opzet en structuur van de bebouwing rekening gehouden met het voorkomen van (onaanvaardbare) privacy- en zonlichtbelemmering: woningen worden bewust als laagbouw gerealiseerd met één bouwlaag en kap om privacy-aantasting van omwonende te voorkomen;

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 27

de minimale afstand tussen de nieuwe woningen en de bestaande woningen in de tegenoverliggende woonwijk bedraagt ca. 20 meter. Een dergelijke ruimtelijke scheiding is zodanig ruim dat aantasting van privacy, bezonning en directe inkijk in hoofdverblijfsgebieden redelijkerwijs is uit te sluiten.

3.4.2 Sociale veiligheid De gemeente Bergen (L) bevordert veiligheid, vooral in en om woningen, scholen en zorginstellingen. Hiermee wordt getracht de kleine criminaliteit terug te dringen en de sociale veiligheid in de (semi)openbare ruimten en de directe (woon)omgeving te verbeteren. De sociale veiligheid in de nieuwe woonwijk wordt gegarandeerd doordat de hoofdtoegang tot de woningen altijd plaatsvindt via een openbare weg. In de nieuwe wijk zal voldoende openbare straatverlichting aanwezig zijn. Het aspect sociale veiligheid zal verder op nader te bepalen manieren vertaald worden in de ontwerpen van de woningen. Gedacht wordt hierbij in ieder geval aan het toepassen van geen of lage borstweringen, waardoor er vanuit de woningen een beter zicht op straat is en er daardoor meer sociale controle is. Alle ramen en deuren worden voorzien van gecertificeerd hang-en-sluitwerk, herkenbaar aan het SKG® of ‘V’ logo.

3.5

Duurzaam bouwen, energietransitie, C2C, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen

Duurzaam bouwen is een strategie van de overheid, waarin voorwaarden worden aangegeven om de gezondheids- en milieudoelstellingen te bereiken met betrekking tot het bouwen, de gebouwen en de gebouwde omgeving overeenkomstig het maatschappelijk gewenst niveau. Duurzaam bouwen omvat de thema's: grondstoffen, afval, energie, vormgeving en ruimte. Duurzaam bouwen gebeurt op een zodanige wijze dat door de bouw, het gebruik en de eventuele sloop van het bouwwerk, de milieubelasting zo minimaal mogelijk is. Als vanzelfsprekend wordt duurzaamheid meegenomen in de realisatie van dit plan. Door het realiseren van een goed doordacht plan met een hoogwaardige en tijdloze kwaliteit, wordt ingezet op een lange levensduur van zowel het gebied als de gebouwen. De benadering tot duurzaamheid is hierbij breed en vindt plaats op verschillende schaalniveaus. Ook op gebouwniveau wordt ingezet op duurzaam bouwen en wonen. Zo zullen alle gebouwen voldoen aan de BENG (Bijna EnergieNeutraal Gebouwen) en de MPG (MilieuPrestatieGebouwen). Hierdoor worden de energiebehoefte en het energieverbruik van de woningen beperkt en wordt een deel van de energie zelf duurzaam opgewekt. Door te voldoen aan de MPG wordt de milieubelasting van de toegepaste materialen beperkt. Circulariteit (Cradle to Cradle (C2C)) sluit één op één aan bij duurzaam bouwen en de bovengenoemde thema’s.

De te gebruiken grondstoffen dienen zolang mogelijk in gebruik te worden genomen waarna deze uiteindelijk hergebruikt dienen te worden. Afval bestaat niet en vrijkomende grondstoffen worden hoogwaardig opnieuw ingezet. Dat is het streven. In onderhavig plan zijn de volgende duurzaamheidsmaatregelen voorzien c.q. daar waar een afweging mogelijk is, worden overwogen: de woningen worden gasloos; de woningen zullen worden aangesloten op een lucht-waterwarmtepomp ter verwarming en koeling van de woningen; de woningen zullen een substantiële hoeveelheid energie opwekken middels zonnepanelen; de woningen worden zeer goed geïsoleerd en hebben een zeer lage warmtevraag; hemelwater wordt opgevangen in wadi's en binnen het plangebied geïnfiltreerd (zie ook hoofdstuk 5 van deze motivering);

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 28

de wadi's zullen aangeplant worden met gras-bloemenmengsel waardoor de biodiversiteit wordt bevorderd; door het behoud en toevoeging van (hoogstam)bomen wordt gezorgd voor een groene omgeving met voldoende schaduw in de zomer waardoor hittestress wordt verminderd.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 29

4.

BELEID EN REGELGEVING

4.1

Inleiding

Het wijzigingsbesluit zoals dit voorligt is vormgegeven aan de hand van de gestelde beleidsdoelen in en vanuit de Omgevingswet. Dit hoofdstuk beschrijft het relevante omgevingsbeleid van rijk, provincie en gemeente en een toetsing van het wijzigingsbesluit aan die kaders. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit ruimtelijke plan geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in deze ruimtelijke motivering afgewogen.

4.2

Europees beleid

4.2.1

Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit

In de Europese Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit worden de grondbeginselen van het Europese luchtkwaliteitsbeleid gegeven. De doelstellingen van dit beleid zijn het omschrijven en vastleggen van de luchtkwaliteit om de schade voor mens en milieu te voorkomen, verhinderen of te verminderen, de luchtkwaliteit te kunnen beoordelen, de bevolking te kunnen informeren over de kwaliteit van de lucht en het in stand houden van of verbeteren van de kwaliteit. In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) van 15 november 2007 is de Europese kaderrichtlijn opgenomen in Nederlandse wetgeving. In paragraaf 5.6 worden de gevolgen voor de luchtkwaliteit beschreven als gevolg van het realiseren van het plan.

4.2.2 Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om een gecoördineerd beheer in alle Europese stroomgebieden te realiseren, de waterkwaliteit verder te verbeteren en het publiek sterker bij het waterbeheer te betrekken. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. De gevolgen voor de realisatie van het plan worden beschreven in paragraaf 5.11.

4.2.3 Natura 2000 Om de natuur in Europa te beschermen en te ontwikkelen, werken de lidstaten van de Europese Unie (EU) samen aan Natura 2000: een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden in alle lidstaten. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het EU-beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. De Nederlandse bijdrage hieraan bestaat uit 162 gebieden. Natura-2000 omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992), die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming (2017). In beide richtlijnen staan ook maatregelen voor soortenbescherming. In en rond Natura 2000-gebieden geldt voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de natuur een vergunningplicht. Activiteiten uitvoeren zonder vergunning is strafbaar. In paragraaf 5.9 wordt besproken in hoeverre het bouwplan de aanwezige natuurwaarden raakt.

4.2.4 Verdrag van Malta Het Europese Verdrag van Malta uit 1992 regelt de bescherming van archeologisch erfgoed, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Nederland heeft dit verdrag ondertekend en goedgekeurd. Invoering ervan gebeurt onder meer door de Wet op de archeologische monumentenzorg. In paragraaf 5.10 wordt beschreven op welke manier wordt omgegaan met archeologische en cultuurhistorische waarden.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 30

4.3

Rijksbeleid en rijksregels

4.3.1 Omgevingswet De Omgevingswet geeft de maatschappelijke doelen van de wet. Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a.

Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit voor inwoners;

b.

Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

4.3.2 Besluit kwaliteit leefomgeving Hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels voor het omgevingsplan. Deze komen voort uit de beleidsdoelen van de Omgevingswet. Met zo’n instructieregel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels: 1.

Regels die in acht moeten worden genomen;

2.

Regels waar rekening mee moet worden gehouden;

3.

Regels die moeten worden betrokken bij de wijziging.

Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat onder meer regels ten aanzien van onderzoeksinspanningen die voor specifieke voorgenomen activiteiten verricht dienen te worden. De betreffende onderzoeken worden in hoofdstuk 5 van deze ruimtelijke motivering aangehaald.

4.3.3 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Met de NOVI wordt beoogd een perspectief te bieden om grote opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw aan te pakken. Hierbij is omgevingskwaliteit, een combinatie van ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit, het kernbegrip. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Centraal bij de afweging van diverse belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als de ondergrond, zogenaamd ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;

2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;

3.

Afwentelen wordt voorkomen.

Het streven naar integraliteit, een belangrijk onderdeel in de NOVI, komt samen in vier verschillende prioriteiten, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 31

Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de werkwijze zoals opgenomen in de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor het voorliggende planvoornemen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan de eigen rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma’s op verschillende beleidsterreinen opgenomen. De Uitvoeringsagenda wordt, indien nodig, jaarlijks geactualiseerd.

4.3.4 Ladder duurzame verstedelijking 4.3.4.1 Wettelijk kader Artikel 5.129g van het Bkl schrijft voor dat, voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden dient te worden met: a.

De behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling;

b.

Als de voorgenomen stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van een stedelijk gebied, aangetoond is dat er geen mogelijkheden zijn voor realisatie van de voorgenomen stedelijke ontwikkeling binnen dat stedelijk gebied of stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van dat stedelijk gebied.

In artikel 5.129g van het Bkl wordt onder lid 1 het relevante begrip 'stedelijke ontwikkeling' en 'bestaand stedelijk gebied' gedefinieerd: •

Stedelijke ontwikkeling: uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.

4.3.4.2 Toetsing Ladder duurzame verstedelijking Alvorens de twee treden van de Ladder voor duurzame verstedelijking uit te werken, dient allereerst de vraag beantwoord te worden of het voorgenomen bouwplan te beschouwen is als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Artikel 5.129g uit het Bkl geeft weliswaar aan dat er sprake dient te zijn van een ontwikkeling die voldoende substantieel is, maar geeft hierbij geen grens. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Op grond van jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953) kan worden geconcludeerd dat voor woningbouwlocaties sprake is van een stedelijke ontwikkeling vanaf een toevoeging van 12 woningen. Onderhavig initiatief betreft de realisatie van 17 woningen. Derhalve is er sprake van een stedelijke ontwikkeling en dient getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals vastgelegd in artikel 5.129g uit het Bkl.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 32

In casu is er sprake van een toevoeging van 17 woningen, hetgeen een stedelijke ontwikkeling betreft waarop de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is. Omdat er wel behoefte is aan nieuwe woningen in de kern Nieuw Bergen, maar er binnenstedelijk geen ruimte meer is, kiest de gemeente ervoor om de kern in zuidelijke richting, aan beide zijden van de Bergse Heide, uit te breiden. Dat er binnenstedelijk geen ruimte meer is, wordt ondersteund door de zonering uit de Omgevingsvisie Limburg en de Omgevingsverordening Limburg, zoals opgenomen in paragraaf 4.4.4 van deze motivering. Tevens valt uit deze provinciale zonering op te maken dat deze gronden geen bijzondere landschaps- en/of natuurwaarden hebben. De voorkeur van de gemeente gaat om deze reden sterk uit naar uitbreiding in zuidelijke richting, tevens omdat hiermee agrarische (bedrijfs)gronden direct aansluitend aan de kern Nieuw Bergen worden opgeheven. In het ‘Woningbehoefteonderzoek Bergen’, daterend van 6 november 2018 is op basis van de demografische trends, de verhuisbewegingen uit het recente verleden en de woonwensen voor de toekomst de kwalitatieve woningbouwopgave voor de gemeente Bergen in beeld gebracht. Daarmee wordt duidelijk welke marktsegmenten aan de woningvoorraad moeten worden toegevoegd om vraag en aanbod in balans te krijgen.

Er is hierbij aangegeven wat de kwalitatieve behoefte is uitgaande van een totale woningbehoefte van 90 woningen en wat de extra opgave is, uitgaande van de woningbehoefte bij voortzetting van de huidige migratietrend (90+120=210 woningen). Daarnaast is een indicatie van de kwalitatieve woningbehoefte per kern opgenomen. Voor de kern Nieuw Bergen is het beeld als volgt:

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 33

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 34

Geconcludeerd wordt dat het aantal huishoudens (en daarmee de woningvraag) in Nieuw Bergen de komende jaren nog flink zal toenemen. De verhuisbewegingen laten zien dat Nieuw Bergen van alle kernen de meeste aantrekkingskracht heeft op zowel vestigers van buiten de gemeente als mensen die binnen de gemeente verhuizen. Het is reëel om daarom het grootste deel van de gemeentelijke woningbouwopgave in deze kern te realiseren. Tegelijkertijd neemt de gemiddelde huishoudensgrootte verder af (landelijke tendens). Daarmee lijkt de vraag naar iets kleinere woningen (in de koop: rij- en hoekwoningen) toe te nemen. Daarnaast blijft er ook enige vraag naar ruimere koopwoningen. Nieuw Bergen is vanwege het voorzieningenniveau een van de kernen in de gemeente waar de komende jaren een (bescheiden) vraag naar vrije sector huur kan ontstaan. Deze vraag komt met name van senioren die levensloopgeschikt willen wonen en (in mindere mate) van starters die nog te weinig mogelijkheden hebben voor een koopwoning. Tegen het licht van dit woningbehoefteonderzoek kan geconcludeerd worden dat als gevolg van de realisatie van onderhavig woningbouwproject voor 17 woningen er geen leegstand zal ontstaan, nu de vraag naar woningen in de kern Nieuw Bergen groot is. De ontwikkeling van de locatie Bergse Heide past binnen de huidige beleidskaders.

Woningbouw is noodzakelijk om de druk op de markt te verlichten. Daarnaast levert het project een belangrijke bijdrage aan realisatie van woningbouw voor de toenemende groep ouderen in de gemeente Bergen. Hiermee levert de ontwikkeling een belangrijke bijdrage aan het bevorderen van de doorstroming op de woningmarkt en biedt het de mogelijkheid voor ouderen om te blijven wonen in de kern Nieuw- Bergen. Daarnaast is binnen het planvoornemen aandacht voor realisatie van aanbod voor zowel jongeren als senioren. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat er op gemeenteniveau ruimte is voor toevoeging van 17 woningen in de programmering. De woningbehoefte in Nieuw Bergen is voor de periode 2018-2028 geraamd op circa 90 woningen. De realisatie van 17 woningen op de locatie Bergse Heide past binnen deze bandbreedte. In het programma zijn 10 kleine grondgebonden levensloopbestendige koopwoningen opgenomen die met name geschikt zijn voor ouderen en daarmee inspelen op de behoefte aan grondgebonden seniorenwoningen. Daarnaast zijn er 5 starterswoningen voor jongeren voorzien. Ook voor deze doelgroep is het vrijkomend aanbod zeer beperkt en zijn er weinig betaalbare alternatieven voorhanden.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 35

Binnen de kern Nieuw Bergen zijn momenteel geen alternatieve binnenstedelijke locaties beschikbaar om te kunnen voorzien in de woningbehoefte, zonder dat dit ten koste gaat van waardevol groen die de woonkern extra kwaliteit geeft. Door voor de woningtoevoegingen een locatie te kiezen die deels in en deels direct grenzend aan de woonkern is gelegen en waarvoor een agrarisch bedrijf wordt gesaneerd, wordt dus voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan voldoet daarmee aan de eisen die artikel 5.129g Bkl stelt.

4.3.5 Conclusie Het planvoornemen ziet toe op de herontwikkeling van een ruimtelijke laagwaardig en functieloos terrein direct grenzend aan bestaand stedelijk gebied. In paragrafen 3.1 t/m 3.3 van onderhavige motivering zijn de aspecten duurzaamheid, kwaliteit van leefomgeving, bereikbaarheid, groen en water uitgebreid aan de orde gesteld. Tevens in relatie met hoofdstuk 4 kan gesteld worden dat in onderhavig bouwproject voldoende aandacht is voor de afwegingen die op basis van de nationale omgevingsvisie dienen te worden gemaakt. Onderhavige ontwikkeling speelt daarmee in op de geformuleerde belangen uit de NOVI. Verder zijn er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding als gevolg van deze ontwikkeling, met name gezien de kleinschaligheid en aard van het plan. Uit de bijgevoegde toetsing blijkt verder dat het plan voldoet aan de Ladder Duurzame Verstedelijking.

4.4

Provinciaal beleid en provinciale regels

4.4.1 Omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Na een uitgebreid participatief proces hebben Provinciale Staten op 1 oktober 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Provinciale Omgevingsvisie zijn de volgende beleidsnota’s komen te vervallen: Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014); POL-aanvullingen Zandmaas (2002, 2004, 2010), uitbreiding Groeve ’t Rooth (2006) en beëindiging kalksteenwinning St. Pietersberg (2009). De POL-aanvulling Grensmaas (2005, 2010) blijft in stand, maar wordt opgevat als een programma onder de Omgevingsvisie. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk.

Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 36

2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie. Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3. Klimaatadaptie en energietransitie. Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's.

Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: A. Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; B. Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. A. Thema Wonen en leefomgeving De Omgevingsvisie Limburg houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader.

Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt.

Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 37

Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogte) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit.

B. Zonering Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering. Die zonering bouwt voort op de ‘tijdloze’ karakteristiek van de ondergrond; de geomorfologie en het watersysteem en de typering en ontwikkeling van het ruimtegebruik in deelgebieden binnen Limburg in de afgelopen decennia. Het geformuleerde beleid in de Omgevingsvisie leidt niet tot aanpassingen van de begrenzing in de bestaande indicatieve kaartbeelden. De Omgevingsvisie is een visie in tekst en bevat geen specifiek kaartmateriaal. De begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden die voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen in de thema’s in deze Omgevingsvisie, zullen verankerd worden in het kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsverordening Limburg. Daarna dienen deze tevens ter ondersteuning van deze visie. De kaarten bij de Omgevingsverordening zijn zoneringskaarten. Dit betekent dat zones over bouwblokken, gebouwen, wegen, paden en ander grondgebruik, anders dan beoogd in de betreffende zonering, geprojecteerd zijn. Ook komt het voor dat de begrenzing van zones, bijvoorbeeld bufferzones rondom beken, dwars over percelen geprojecteerd zijn. Het precieze begrenzen van alle gebruiksfuncties hoort thuis op het niveau van de gemeentelijke omgevingsplannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15927343/1