MEMO Hekkelman over uitspraak ELWM 24 dec 2024
Tekst van het document
MEMO AAN VAN DATUM BETREFT
: : : :
Ellen Arts Jan van Vulpen 30 januari 2025 Gevolgen Afdelingsuitspraak bestemmingsplan 'Energielandgoed Wells Meer' en planning
1. Inleiding Op 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5417, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) uitspraak gedaan in de beroepsprocedure over het bestemmingsplan ‘Energielandgoed Wells Meer’ (hierna: ‘het bestemmingsplan’). In deze uitspraak past de Afdeling een bestuurlijke lus toe. De raad en het college van de gemeente Bergen moeten binnen 20 weken na verzending van de uitspraak de gebreken herstellen met inachtneming van hetgeen in rechtsoverweging 16.4, 48.4 en 77 is overwogen. 2. De herstelopdrachten De Afdeling heeft twee gebreken in (de onderbouwing van) het bestemmingsplan geconstateerd en daarvoor een herstelopdracht gegeven. Beide herstelpunten zijn (kort) beschreven in rechtsoverweging 77 van de uitspraak. Deze rechtsoverweging, voor zover hier van belang, luidt als volgt: “77. (…) Met het oog op finale geschilbeslechting zal de Afdeling op grond van artikel 8:51d van de Awb de raad en het college opdragen om met inachtneming van hetgeen onder 16.4 en 48.4 is overwogen binnen 20 weken na verzending van deze uitspraak de daar omschreven gebreken te herstellen.
De raad en het college kunnen dit doen door in de planregels en de vergunningvoorschriften alsnog een eigen norm voor het aspect geluid op te nemen die is voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering, of een ander besluit te nemen. Verder dient de raad deugdelijk te motiveren hoe de belangen van [appellant sub 4] zijn betrokken in de belangenafweging en waarom landschappelijke inpassing op zijn perceel niet noodzakelijk is, of een ander besluit te nemen.”
2.1. Herstelopdracht 1: actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering van eigen geluidnorm In de eerste plaats heeft de Afdeling de raad en het college opgedragen om de (eigen) geluidnorm van ten hoogste 47 dB Lden en 41 dB Lnight van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning1 te voorzien van een actuele, 1 Zie artikel 5.2.1, aanhef en onder a, van de planregels en voorschrift 3.1 van de
omgevingsvergunning voor het windpark.
4139905/1
Pagina 2
deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering of een ander besluit te nemen. De huidige onderbouwing (in het MER) kan niet als zodanig worden aangemerkt. (Zie daarover meer uitgebreid rechtsoverweging 16.4 van de Afdelingsuitspraak van 24 december 2024.) Herstel op dit punt is eenvoudig. Pondera zal een aanvullende motivering van de (eigen) geluidnorm voor het windpark moeten opstellen om alsnog te voldoen aan de voorwaarde uit de rechtspraak2 voor zogenoemde ‘eigen’ planregels in bestemmingsplannen voor windparken (een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering). Zo’n aanvullende onderbouwing voor de (eigen) geluidnorm behoort bij windparkbesluiten inmiddels tot de “standaard-stukken”. Zoals de Afdeling ook overweegt zal in deze nadere onderbouwing alsnog onder meer een op de situatie en locatie toegespitste beoordeling moeten gemaakt van het aantal (ernstig) geluidgehinderden in verhouding tot het energieproductieverlies bij verschillende mogelijk te hanteren geluidnormen. Dit is inmiddels een gebruikelijk onderdeel van de actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motiveringen die voor windparkbesluiten. Ook Pondera is hiermee bekend en heeft al vaker een dergelijke motivering opgesteld.
Bij gebrek aan een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering heeft de Afdeling ook nog geen oordeel kunnen geven over de beroepsgronden over geluid van drie appellanten. Over deze betogen met betrekking tot (het onderzoek naar) de toename van de (cumulatieve) geluidbelasting, zal pas in de einduitspraak een oordeel volgen.3 Omdat de geluidbelasting van het windpark aan de van toepassing zijnde geluidnormen ter plaatse van de (relevante) woningen van deze appellanten voldoet en de Afdeling hierover op de zitting ook niet of nauwelijks vragen heeft gesteld, zijn in zoverre geen probleempunten te verwachten. 2.2. Herstelopdracht 2: motiveren (ontbreken) noodzakelijkheid landschappelijke inpassing Ten tweede heeft de Afdeling de raad opgedragen om te motiveren waarom de landschappelijke inpassing op het perceel Wezerweg 16a (eerder wel en nu) niet (meer) noodzakelijk is, of een ander besluit te nemen. De raad heeft de belangen van de appellant die woont op dit perceel onvoldoende gemotiveerd en ook is onvoldoende duidelijk waarom de landschappelijke inpassing niet meer noodzakelijk is.
Zo overweegt de Afdeling in rechtsoverweging 48.3 en 48.4 (onder meer) het volgende: “48.3 (…) De raad heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat in het algemeen geen blijvende rechten ontleend kunnen worden aan een geldend bestemmingsplan en 2 ABRS 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1395, r.o. 65. 3 Zie overweging 29 van de uitspraak.
4139905/1
Pagina 3
hij mocht ook verwijzen naar de conclusies die in het MER zijn getrokken over het woon- en leefklimaat. Maar uit het verweer van de raad en de plantoelichting blijkt onvoldoende duidelijk of en in hoeverre de raad de belangen van [appellant sub 4] heeft meegewogen, waarbij van belang is dat zijn perceel midden in het energielandgoed is gelegen en nog voor wonen wordt bestemd.” “48.4 (…) De omgeving van [appellant sub 4] zal namelijk aanmerkelijk veranderen door de komst van het Energielandgoed. Volgens de raad loopt het perceel van [appellant sub 4] zeer ruim om de woning en de tuin van [appellant sub 4] heen, die volgens de raad ook omgeven is door groen. De Afdeling stelt echter vast dat de gronden met de woonbestemming niet midden op het perceel van [appellant sub 4] liggen. De kortste afstand tussen het vlak met de woonbestemming en het Energielandgoed is ongeveer 7,5 m. De kortste afstand tussen de woning van [appellant sub 4] en het Energielandgoed is ongeveer 33 m. Zoals is overwogen onder 48.2 laten de bouwregels in het bestemmingsplan toe dat de zonnepanelen direct langs de perceelsgrens worden geplaatst. Uit het verweer van de raad blijkt onvoldoende of en hoe de raad de impact van een dergelijke invulling van het bestemmingsplan heeft meegewogen.
De raad heeft daarmee onvoldoende gemotiveerd waarom de landschappelijke inpassing van het perceel van [appellant sub 4] niet noodzakelijk is.”
Ook op dit punt zal het herstel eenvoudig zijn. De raad zal de belangen van het perceel Wezerweg 16a in relatie tot het in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte Energielandgoed nader onderbouwen en daarbij als (nieuw) uitgangspunt nemen dat de landschappelijke inpassing van het (woon)perceel Wezerweg 16a noodzakelijk is. Daarnaast zal de raad het al bestaande landschappelijk inpassingsplan voor Wezerweg 16a verder aanvullen door beplanting tussen de bestaande bomen aan de rand van het perceel. Te verwachten is dat de besluiten voor het Energielandgoed hiermee ook op dit punt voldoende gemotiveerd zullen zijn. Hierbij is van belang dat uit de stukken blijkt dat de raad weet heeft van de gevolgen van het plan voor Wezerweg 16a en de woning van appellant en dat de Afdeling al kennis heeft genomen van het landschappelijk inpassingsplan voor Wezerweg 16a en uit de uitspraak en het verloop van de zitting niet is gebleken dat dit inpassingsplan op zichzelf uit ruimtelijk oogpunt onvoldoende is. 3. Planning besluitvorming herstelbesluit De planning is om het herstelbesluit op 22 april 2025 in de raadsvergadering vast te stellen. Daarmee wordt voldaan aan de hersteltermijn van 20 weken. Tegen het herstelbesluit kan beroep worden ingesteld door belanghebbenden. De beroepsmogelijkheden zijn beperkt tot de wijzigingen van het herstelplan.
Ook de Afdeling zal appellanten om een zienswijze vragen. Gelet op de relatief beperkte omvang van de te herstellen gebreken, zal de Afdeling binnen een relatief korte termijn uitspraak kunnen doen zonder nieuwe zitting.
4139905/1
Pagina 4
4. Conclusie De herstelopdrachten van de Afdeling hebben niet veel om het lijf en kunnen eenvoudig worden uitgevoerd: - voor de (eigen) geluidnormen zal een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering worden gemaakt. Deze onderbouwing is in de huidige windpark-praktijk inmiddels gebruikelijk en zal worden opgesteld in samenwerking met Pondera; en - de raad motiveert waarom de landschappelijke inpassing van het perceel van Krabbenborg nog steeds noodzakelijk is, waarbij (ook) aandacht wordt besteed aan de belangen van de appellant die woont aan de Wezerweg 16a. Het herstelbesluit zal binnen de gegeven hersteltermijn van 20 weken op 22 april 2025 door de raad worden vastgesteld. De Afdeling zal naar verwachting op (relatief) korte termijn zonder zitting einduitspraak doen.
4139905/1