Memo aansprakelijkheid gemeente bij onherroepelijke omgevingsvergunningen
Tekst van het document
Interne mededeling
Aan
Raad
Van
Ruimte en Samenleving
Datum
5 september 2025
Over
Aansprakelijkheid gemeente bij onherroepelijke omgevingsvergunningen
In de informatiebijeenkomst 3 september 2023 is de volgende vraag gesteld en gevraagd om een nader toelichting: Als de gemeente een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, met gebruikmaking van de BOPA verleend, en deze is (na afloop beroepstermijn) onherroepelijk, kan de gemeente dan achteraf alsnog ergens voor aansprakelijk worden gesteld als de houder van de vergunning er uiteindelijk toch geen gebruik van kan maken? Bijvoorbeeld omdat deze houder niet beschikt over een benodigde Natura-2000 vergunning. Toelichting Algemeen. Paragraaf 4.5.2 Omgevingsvergunning van de Memorie van toelichting van de Omgevingswet maakt onder het kopje ‘Eén aanvraag, meerdere activiteiten’ duidelijk dat h et uitgangspunt van de Omgevingswet is dat een initiatiefnemer zelf bepaalt voor welke activiteiten hij een vergunning aanvraagt en wanneer hij dat doet. Daarbij kan de aanvrager voor meerdere vergunningplichtige activiteiten tegelijk één aanvraag indienen of de aanvragen los en gespreid in de tijd doen. Het is een bewuste keuze van de wetgever om het vereiste van onlosmakelijke samenhang uit de Wet algemene bepalingen omgevingswet (Wabo) niet over te nemen in de Omgevingswet. Een aanvrager is er zelf verantwoordelijk voor dat hij voor alle activiteiten die hij verricht beschikt over de vereiste vergunningen.
Zo heeft de initiatiefnemer het zelf in de hand om een fasering aan te brengen in het traject van aanvragen en verkrijgen van de vergunningen. Het is de verantwoordelijkheid van een initiatiefnemer om zich te laten informeren over de geldende wet- en regelgeving en dat hij beschikt over de vereiste vergunning voor alle activiteiten die hij gaat verrichten. Echter ook het bevoegd gezag vervult hierin een rol om een aanvrager te informeren over geldende wet- en regelgeving. Het vooroverleg, dat zeker bij complexere projecten vanzelfsprekend is, heeft hierin een belangrijke functie. Wij wijzen alle initiatiefnemers hier actief op. Uiteindelijk is het aan de initiatiefnemer om te voorkomen dat hij een vergunning vraagt voor bijvoorbeeld een bouwplan dat hij, naar later eventueel blijkt, nog moet aanpassen vanwege eisen die voorvloeien uit algemene regels of een later aangevraagde vergunning voor een andere activiteit waaruit eisen voortvloeien voor dat bouwwerk. Specifiek op de vraag. De gemeente beoordeelt daarom de aanvraag zoals ingediend en toetst aan de eigen kaders . Dat betekent dat wij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit niet weigeren als mogelijk ook een omgevingsvergunning voor de Natura 2000-activiteit nodig is, maar hiervoor een aanvraag ligt bij het bevoegd gezag.
Dit oordeel ligt bij het bestuursorgaan dat bevoegd is om op de aanvraag om omgevingsvergunning voor de Natura 2000-activiteit te beschikken, in deze het college van
Pagina 1 van 2
gedeputeerde staten van Limburg. Het aan de aanvrager hier een keuze in te maken en tijdig te beschikken over alle benodigde vergunningen. Op het moment dat een besluit onherroepelijk is geworden (waartegen geen bezwaar of beroep meer mogelijk is), krijgt het formele rechtskracht. Dit betekent: • Het besluit wordt geacht rechtmatig te zijn; • De burgerlijke rechter mag de rechtmatigheid niet meer toetsen.