CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

Kasteellaan Well BP9okt2025 Bijlagen Bijlage 8 Geohydrologisch onderzoek

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Voorstel een bindend advies te geven op de aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van 42 appartementen in het woningbouwplan 'Kasteellaan Well';3.991 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Kasteellaan ong. te Well

Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Kasteellaan ong. te Well

Rapportnummer:

E231099.004/LOM

Datum:

28 juni 2023

Naam opdrachtgever:

Beusmans & Jansen, mevrouw J. Beusmans

Adres opdrachtgever:

Steeg 12, 5975 CE te SEVENUM

Contactpersoon Aelmans Milieu:

ing. L. Omid

Collegiale toets:

ing. R. Kroonen

Aelmans Milieu Is een handelsnaam van Aelmans Eco B.V. KvK 14048216 BTW NL8022.45.262.B.01 Bankrekening 15.48.06.137 BIC RABONL2U IBAN NL27 RABO 0154 8061 37

Aelmans Milieu Kerkstraat 4 6367 JE Voerendaal T (045) 575 32 55

Kerkstraat 2 6095 BE Baexem T (0475) 459 260

info@aelmans.com

www.aelmans.com

Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Eco B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com

Inhoud 1

Inleiding .............................................................................................................. 1 1.1 Opdrachtverlening .................................................................................................................. 1 1.2 Doel van het onderzoek.......................................................................................................... 1 1.3 Opzet van het onderzoek en de rapportage .......................................................................... 1

2

Schematisering van de ondergrond ..................................................................... 3 2.1 Veldtesten .............................................................................................................................. 3 2.2 Classificatie resultaten............................................................................................................ 4

3

Mogelijkheden voor infiltratie ............................................................................. 5 3.1 Algemeen................................................................................................................................ 5 3.2 Toetsing .................................................................................................................................. 5 3.3 Duiding.................................................................................................................................... 6

4

Conclusie en aanbevelingen ................................................................................ 9

Figuur 1

Zoekgebied met situering infiltratiepunten

Bijlage 1

Boorlogs + legenda

Bijlage 2

Meetwaarden veldtesten en uitwerking middels Hooghoudt

E231099.004/LOM

1 Inleiding 1.1

Opdrachtverlening

Aelmans Milieu heeft van de mevrouw J. Beusmans, namens Beusmans & Jansen, het verzoek gekregen om een onderzoek te doen naar de waterdoorlatendheid van de ondergrond ter hoogte van de Kasteellaan ong. te Well. In geval van een klacht over de uitvoering van onze werkzaamheden vragen wij u om dit, bij voorkeur via email (info@aelmans.com), aan ons te melden. Ook staat het u vrij om klachten te melden bij onze certificatie-instelling Normec Certificatie (info-cert@normec.nl).

1.2

Doel van het onderzoek

Het doel van een onderzoek naar de waterdoorlatendheid van de ondergrond, is vaststellen of infiltratie van regenwater in de bodem ter plaatse van de onderzoek locatie opportuun is. Eén en ander in het kader van duurzaam bouwen en het ontwerpen met regenwater. De doorlatendheid van de bodem is een van de bepalende factoren voor het dimensioneren en het (blijven) functioneren van infiltratie- en drainagesystemen. Daarnaast speelt de doorlatendheid een belangrijke rol bij grondwateroverlast. Inzicht in doorlatendheid is dus van groot belang bij de planvoorbereiding voor hemelwaterinfiltratie of grondwaterdrainage.

1.3

Opzet van het onderzoek en de rapportage

Het perceel is momenteel bebouwd met woningen en winkels. De opdrachtgever heeft het voornemen om een onderzoek te laten uitvoeren naar de waterdoorlatendheid van de ondergrond. Teneinde het infiltratievermogen op de locatie te onderzoeken, wordt een onderzoek verricht, welk ten doel heeft de waterdoorlatendheid van de ondergrond te bepalen. Deze kan op verschillende manieren worden onderzocht o.a.: -

ex-situ, off-site; labotesten (o.a. constant head of falling head test, afhankelijk van de grondslag); in-situ, on-site; veldtesten (bijv. omgekeerde boorgatmethode, Ksat, falling head, sokeaway test).

Het bepalen van de geschiktheid van de bodem voor infiltratie alsmede het vaststellen van de infiltratiesnelheid en de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand maken onderdeel uit van dit onderzoek. Als er bij de gemeente geen informatie bekend is over de waterdoorlatendheid van de bodem dan is een uitgebreid onderzoek wenselijk. Het door ons aangeboden onderzoek is afgeleid van de Leidraad Riolering Module C2510, ‘Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage’.

Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Kasteellaan ong. te Well Aelmans Milieu

1

E231099.004/LOM

Werkzaamheden worden verricht volgens de vigerende normen en richtlijnen. De boringen zijn effectief verricht onder BRL 2101 regime en zijn conform NEN-EN-ISO 14688-1:2019+NEN 8990:2020 nl; Geotechnisch onderzoek en beproeving - Identificatie en classificatie van grond - Deel 1: Identificatie en beschrijving (incl. Nederlandse bijlage:2019).

Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Kasteellaan ong. te Well Aelmans Milieu

2

E231099.004/LOM

2 Schematisering van de ondergrond 2.1

Veldtesten

In de Leidraad riolering module C2510 ‘Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage’ (februari 2011) is een onderzoeksopzet opgenomen die ‘gehanteerd’ is bij het uitgevoerde veldonderzoek. Deze module beperkt zich tot de verzadigde doorlatendheid in stedelijk gebied, tot op maximaal maaiveld -4 meter. In relatie tot de oppervlakte van het plangebied én er van uitgaande dat de GHG na opleveren het terrein dieper zit dan maaiveld -1,5 meter zijn op 14 juni 2023, 8handboringen geplaatst tot op maximaal een diepte van maaiveld -4 meter. Ter hoogte van 5 van de 8 boringen zijn, op einddiepte, infiltratie proeven uitgevoerd. De boorstaten zijn in bijlage 1 opgenomen. De samples zijn geïdentificeerd conform de NEN-EN-ISO14688-1, beschrijvingsklasse B2. Om informatie te verkrijgen over de gesteldheid van de ondergrond, zijn naast de boringen ook op willekeurige locaties sonderingen (CPTE) uitgevoerd. Middels de boringen kunnen wij achterhalen uit welke materialen de ondergrond bestaat, terwijl de sonderingen ons inzicht geven in de stevigheid van de ondergrond. Middels veldtesten vindt de afleiding plaats van de doorlaatfactor voor infiltratie. Op de projectlocatie zijn (in-situ) vooralsnog 5 doorlatendheidsproeven uitgevoerd. Hiertoe wordt tot op een bepaalde diepte een boring met bekende boordiameter uitgevoerd in, met name, de onverzadigde zone (= boven het grondwater).

Vervolgens is in korte tijd het boorgat gevuld met een vooraf vastgestelde hoeveelheid water. De zakking van de waterstand in het boorgat is in de tijd waargenomen. Indien opportuun wordt de test één tot tweemaal herhaald (een eerste meting geeft meestal een hogere doorlatendheid, omdat de aanwezige grond dan nog niet verzadigd is, bij de volgende metingen raakt de grond langzaam verzadigd waarbij de laatste meting normaliter maatgevend is voor de doorlatendheid). De proeven zijn uitgewerkt conform de omgekeerde Hooghoudt. In tabel 1-1 zijn de resultaten van de proeven weergegeven. In dezelfde tabel is ook het representatieve profiel opgenomen omtrent de eerste 15 meter beneden het maaiveld ter plaatse. De meetwaarden zijn in bijlage 2 opgenomen. Situering van de infiltratieproeven (IP01 tot en met IP05) volgens figuur 1.

Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Kasteellaan ong. te Well Aelmans Milieu

3

E231099.004/LOM

Tabel 1-1: Resultaten doorlatendheidsproeven Nummer proef / boring IP 01

IP 02

IP03

IP 04

IP 05

X

203949

203972

203986

204044

204008

Y

396549

396586

396611

396573

396545

Z (m +NAP)

16,1

16,7

17,2

17,9

16,5

Site

Kasteellaan ong. te Well

Coördinaten

Diepte boring (m-mv)

4,0

4,0

Grondwater (m-mv)

3,0

≥4

Testdiepte (m-mv)

3,5

4,0

Diameter boring (mm)

3,0

70

Grondsoort

Zand, matig fijn, siltig met grind

Doorlaatfactor (m/d)

2,07

0,45

0,53

1,18

3,44

Hooghoudt BRO REGIS II v2.2

Coördinaten: 203945, 396552 (RD) Maaiveld: 16.08 m t.o.v. NAP 16.08 m – 5.90 m +NAP Formatie van Beegden, zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken. kh-waarde: 5.0E1 ≤ kh < 1.0E2 m/d 5.90 m – 1.00 m +NAP Kiezeloöliet Formatie, zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig klei, zandige klei, fijn zand en grind en een spoor bruinkool. kh-waarde: 1.0E1 ≤ kh < 2.5E1

2.2

Classificatie resultaten

De doorlatendheid van de ondergrond kan worden geclassificeerd als vermeld in tabel 1-2 (bron: Cultuurtechnisch Vademecum). De doorlaatfactoren van de geteste laag op de zoeklocatie zijn volgens deze classificatie en de Hooghoudt-uitwerking matig tot goed. De doorlaatfactoren komen overeen met de waarden van k voor zeer fijn zand (k = 1 - 0,1 m/d) en fijn zand (k = 10 - 1 m/d). Tabel 1-2: Classificatie doorlatendheid k (m/d) van

klasse tot < 0,01

Zeer slecht

0,01

0,10

Slecht

0,10

0,50

Matig

0,50

1,00

Vrij goed

1,00

10

Goed

>10

Zeer goed

Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Kasteellaan ong. te Well Aelmans Milieu

4

E231099.004/LOM

3 Mogelijkheden voor infiltratie 3.1

Algemeen

Over het algemeen wordt gesteld, dat infiltratie van neerslagwater interessant is indien: -

de doorlatendheid groter is dan ca. 0,3 m/d*; het grondwater dieper dan 0,5 à 0,7 meter minus maaiveld aanwezig is; het in te leiden neerslagwater niet is verontreinigd.

* Infiltratie van neerslagwater behoort bij lagere doorlatendheden ook tot de mogelijkheden, mits hiervoor voldoende ruimte gereserveerd wordt om de geringe doorlatendheid te compenseren. Bij lagere doorlatendheden zal een voorziening voornamelijk als buffer dienen.

3.2

Toetsing

In tabel 1-1 zijn de maatgevende doorlatendheden weergegeven ter plaatse van de geteste bodemlaag op de zoeklocatie. De bodem is geclassificeerd en de doorlatendheid voldoet, ter hoogte van alle testen, aan de eerste eis. Aan de tweede eis wordt voldaan, aangezien het grondwater tot op maaiveld -4 meter niet is aangetroffen. Aan de derde eis kan worden voldaan door alleen schoon regenwater te infiltreren. Voor infiltratie van het water zal een zand- en slibvangsysteem moeten worden aangebracht. De mogelijkheden voor infiltratie zijn als volgt: 1. Oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Hierbij zal rekening moeten worden gehouden met een geroerde toplaag. Deze zal moeten worden verwijderd en vervangen door goed doorlatend materiaal. Oppervlakkige infiltratie is sterk onderhoudsgevoelig en over het algemeen geen economisch aantrekkelijke optie. Uitzondering hierop betreft een zogenaamde waterbergende weg (Aquaflow). 2. Infiltratie in de ondiepe ondergrond. Hierbij valt te denken aan infiltratie via een greppel (wadi) infiltratiekoffers, putten en of infiltratieriool. Dit behoort tot de mogelijkheden, de doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is voldoende. 3. Infiltratie naar de diepere ondergrond. Dit kan middels grindpalen etc. naar diepere zand-/ grindlagen. Dit zal zeker tot de mogelijkheden behoren, maar zal nader moeten worden onderzocht.

Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Kasteellaan ong. te Well Aelmans Milieu

5

E231099.004/LOM

3.3

Duiding

Uit voorgaande paragraaf blijkt, dat infiltratie van schoon regenwater in de ondiepe grond mogelijk is. De doorlatendheid is ter hoogte van alle testen voldoende en het grondwater bevindt zich op een op een diepte van meer dan maaiveld -0,7 meter. Tijdens de uitvoering van de testen werd het grondwater tot op maaiveld -4,0 meter (≈ NAP +12,7 m) niet aangetroffen. Dit is echter een momentopname. Om een betere inschatting te maken van het grondwatergedrag is eigenlijk een langere meetreeks noodzakelijk, waaruit dan de GHG en GLG kan worden afgeleid. De gemiddelde seizoen fluctuatie van het grondwaterpeil is, zoals aangegeven te karakteriseren met twee variabelen: de gemiddelde hoogste [GHG] en de gemiddelde laagste grondwaterstand [GLG], uitgedrukt in meter onder maaiveld [m-mv]. Deze twee variabelen werden geïntroduceerd door van Heesen in 1970, die voorstelde om de GHG en GLG te berekenen als het gemiddelde van de drie hoogste/laagste peilen per jaar van minimaal acht jaren, waarbij de grondwaterstand tweemaal per maand wordt gemeten (op of omstreeks de 14de en 28ste dag). Met ‘jaren’ worden hier geen kalenderjaren, maar wel hydrologische jaren bedoeld, die beginnen op 1 april en eindigen op 31 maart. Indien onvoldoende meetgegevens beschikbaar zijn, kan een meetreeks worden aangevuld, met behulp van meteorologische data en een tijdsreeksmodel.

GHG en GLG zijn maar betekenisvol wanneer seizoen fluctuaties terug te vinden zijn in de tijdsreeks van grondwaterpeilen. Dat is niet altijd het geval. Onderhavig veldwerk is medio juni 2023 uitgevoerd, het grondwaterpeil fluctueert gedurende het jaar. Gewoonlijk wordt de hoogste grondwaterstand (GWS) eind maart bereikt en de laagste GWS doorgaans eind september. Daarnaast varieert het grondwaterpeil van jaar tot jaar. Het waterpeil dat bijvoorbeeld eind maart wordt bereikt, is afhankelijk van de weerscondities in de periode die eraan vooraf gaat en die weerscondities zijn elk jaar lichtjes anders. Ter hoogte van het bouwplan aan de Kasteellaan ong. te Well zelf zijn in de literatuur (o.a. BRO REGIS II v2.2) géén meetreeksen gekend. De dichtstbijzijnde reeksen zijn op ca. 320 m (01, nabij De Paad ten westen) en op 540 m (02 nabij Knikkerdorp ten zuidoosten)gelegen. Zie de figuren 1.1, 1.2, en 1.3 hieronder. Uit deze reeksen zijn GHG ‘s van NAP +13 m (01 + 02) af te leiden. Onderhavig plan ligt centraal tussen deze reeksen in, omstreeks 203964, 396540 [RD-XY] en kent een maaiveldhoogte van circa NAP +16,7 m [Z]. De grondwaterstand, ten tijde van het onderzoek, was beneden NAP +12,10 m gelegen. Op basis van deze gegevens stellen wij voor een GHG aan te houden van NAP +13 m en een GLG van NAP +12 m.

Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Kasteellaan ong. te Well Aelmans Milieu

6

E231099.004/LOM

Figuur 1.1 Situering peilbuizen uit BRO, met Kasteellaan ong. te Well centraal in de figuur

Figuur 1.2 Peilbuis-01 nabij de Paad [300 meter W]

Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Kasteellaan ong. te Well Aelmans Milieu

7

E231099.004/LOM

Figuur 1.3 Peilbuis-02 nabij Knikkerdorp [540 meter ZO]

Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Kasteellaan ong. te Well Aelmans Milieu

8

E231099.004/LOM

4 Conclusie en aanbevelingen Uit de gemeten doorlatendheden blijkt, dat infiltratie van neerslagwater tot de mogelijkheden behoort ter hoogte van de Kasteellaan ong. te Well. De doorlatendheid van de ondergrond ter plaatse van de testen IP-01 t/m IP05 zijn voldoende. Het infiltreren zou dus direct in de ondiepe ondergrond moeten kunnen plaatsvinden. Een gereguleerde voeding/afvloeiing middels bijvoorbeeld een wadi en/of grindkoffers is opportuun.

Ubachsberg, gemeente Voerendaal, 28 juni 2023 Aelmans Milieu

ing. R.M.E. Kroonen Projectleider/geotechnisch adviseur Rapport opgesteld door:

ing. L. Omid Projectleider/adviseur geotechniek

Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Kasteellaan ong. te Well Aelmans Milieu

9

Bijlage 1 Boorlogs + legenda

Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8

Helling (°) 5 0 o

10 10

12

14

Snelheid (cm/s) 0 2 4

6

Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0

0 Voorgeboord 0.08m -1 -2 -3 -4 -5 -6 -7 -8

DIEPTE IN METERS T.O.V.

-9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 -23 -24

OPDRACHT NR : E231099 SONDERING : B01 DATUM : 8-6-2023 TIJD : 16:11 OPDRACHTGEVER : Beusmans & Jansen OMSCHRIJVING : Sonderingen

SONDEERMEESTER : Erik REFERENTIE NIVO : 0.0 m t.o.v. CONUS TYPE : I-CFXY-15 HELLINGOPNEMER : EINDWAARDE HELLING : 1.682608 OPMERKING :

Nr. : 230317 Nr. :

Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8

Helling (°) 5 0 o

10 10

12

14

Snelheid (cm/s) 0 2 4

6

Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0

0 Voorgeboord 0.15m -1 -2 -3 -4 -5 -6 -7 -8

DIEPTE IN METERS T.O.V.

-9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 -23 -24

OPDRACHT NR : E231099 SONDERING : B02 DATUM : 14-6-2023 TIJD : 9:47 OPDRACHTGEVER : Beusmans & Jansen OMSCHRIJVING : Sonderingen

SONDEERMEESTER : Erik REFERENTIE NIVO : 0.0 m t.o.v. CONUS TYPE : I-CFXY-15 HELLINGOPNEMER : EINDWAARDE HELLING : 1.341477 OPMERKING :

Nr. : 230317 Nr. :

Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8

Helling (°) 5 0 o

10 10

12

14

Snelheid (cm/s) 0 2 4

6

Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0

0 -1 -2 -3 -4 -5 -6 -7 -8

DIEPTE IN METERS T.O.V.

-9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 -23 -24

OPDRACHT NR : E231099 SONDERING : B03 DATUM : 8-6-2023 TIJD : 15:16 OPDRACHTGEVER : Beusmans & Jansen OMSCHRIJVING : Sonderingen

SONDEERMEESTER : Erik REFERENTIE NIVO : 0.0 m t.o.v. CONUS TYPE : I-CFXY-15 HELLINGOPNEMER : EINDWAARDE HELLING : 0.9272609 OPMERKING :

Nr. : 230317 Nr. :

Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8

Helling (°) 5 0 o

10 10

12

14

Snelheid (cm/s) 0 2 4

6

Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0

0 Voorgeboord 0.2 m -1 -2 -3 -4 -5 -6 -7 -8

DIEPTE IN METERS T.O.V.

-9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 -23 -24

OPDRACHT NR : E231099 SONDERING : IP01 DATUM : 14-6-2023 TIJD : 8:18 OPDRACHTGEVER : Beusmans & Jansen OMSCHRIJVING : Sonderingen

SONDEERMEESTER : Erik REFERENTIE NIVO : 0.0 m t.o.v. CONUS TYPE : I-CFXY-15 HELLINGOPNEMER : EINDWAARDE HELLING : 1.470515 OPMERKING :

Nr. : 230317 Nr. :

Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8

Helling (°) 5 0 o

10 10

12

14

Snelheid (cm/s) 0 2 4

6

Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0

0 -1 -2 -3 -4 -5 -6 -7 -8

DIEPTE IN METERS T.O.V.

-9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 -23 -24

OPDRACHT NR : E231099 SONDERING : IP 05 DATUM : 8-6-2023 TIJD : 11:27 OPDRACHTGEVER : Beusmans & Jansen OMSCHRIJVING : Sonderingen

SONDEERMEESTER : Erik REFERENTIE NIVO : 0.0 m t.o.v. CONUS TYPE : I-CFXY-15 HELLINGOPNEMER : EINDWAARDE HELLING : 0.3769102 OPMERKING :

Nr. : 230317 Nr. :

Projectcode: E231099 Projectnaam: Kasteellaan te Well Boring:

B01

Boring:

B02

Datum:

27-6-2023

Datum:

27-6-2023

N.A.P. [m]

16.4

N.A.P. [m]

16.5

0 8 30

1600

klinker

1650

Klinker

0

asfalt

15

Volledig repac

Volledig repac Zand fijn 150-200, siltig, matig grindhoudend, donkerbruin

Zand fijn 150-200, siltig, geel 1600

1550 1550

1500

150

1500 Zand fijn 150-200, siltig, matig grindhoudend, geel

180

1450

Zand fijn 150-200, siltig, matig grindhoudend, grijs

1450

1400 1400

1350 1350

1300 1300

360

Zand fijn 150-200, siltig, geel 1250

400

380 400

1250

Boring:

B03

Boring:

IP01

Datum:

27-6-2023

Datum:

27-6-2023

N.A.P. [m]

17.4

N.A.P. [m]

16.1

0

0

Zand fijn 150-200, siltig, zwak organisch, zwart

1600

20

Zand fijn 150-200, siltig, geelgrijs

asfalt Volledig asfalt Zand fijn 150-200, siltig, bruingeel

1700 1550 1650 110

1500 Zand fijn 150-200, siltig, matig grindhoudend, grijsgeel

1600 160

1450 Zand fijn 150-200, siltig, geel

1550

200

200

Zand middelgrof 200-300, siltig, matig grindhoudend, grijs, Gestaakt i.v.m. grind

1500

Zand fijn 150-200, siltig, matig grindhoudend, lichtbruin

1400

1350 1450 1300 1400

350

1250

400

Projectcode: E231099 Projectnaam: Kasteellaan te Well Boring:

IP02

Boring:

IP03

Datum:

27-6-2023

Datum:

27-6-2023

N.A.P. [m]

16.7

N.A.P. [m]

17.2

0

Zand fijn 150-200, siltig, zwak organisch, zwart

1650

0 8

1700

klinker Klinker Zand fijn 150-200, siltig, bruingeel

50

Zand fijn 150-200, siltig, geel 1600

1650

1550

1600 150

Zand fijn 150-200, siltig, matig grindhoudend, grijsgeel

1500

1550 200

1450

1500

1400

1450

1350

1400

1300

1350

Zand middelgrof 200-300, siltig, matig grindhoudend, grijs, Gestaakt i.v.m. grind

350

Zand fijn 150-200, siltig, geel

400

400

Boring:

IP04

Boring:

IP05

Datum:

27-6-2023

Datum:

27-6-2023

N.A.P. [m]

17.9

N.A.P. [m]

16.5

0

30

Zand fijn 150-200, siltig, zwak organisch, volledig kiezel, zwart Zand fijn 150-200, siltig, zwak organisch, donkerbruin

1750

1700

1650

100

130

1650

0 8 25

Klinker Volledig repac Zand fijn 150-200, siltig, lichtbruin

1600

1550 Zand fijn 150-200, siltig, zwak organisch, resten asfalt, donkerbruin

120

Zand fijn 150-200, siltig, geel

Zand fijn 150-200, siltig, geel 1500

160

170

Zand fijn 150-200, siltig, matig grindhoudend, grijs

1600

Zand middelgrof 300-420, siltig, matig grindhoudend, grijsgeel 1450

1550 1400

1500 1350

1450

1400

klinker

400

300

Legenda (conform NEN-EN-ISO 14688-1)

KEIEN (KEITJES)

SILT

KEIEN

geur SILT

geen geur zwakke geur

KEIEN, met grind

matige geur

SILT, met keien (keitjes)

sterke geur KEIEN, met zand

SILT, zwak grindig

KEIEN, met silt

SILT, sterk grindig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie KEIEN, met klei

SILT, zwak zandig

matige olie-water reactie sterke olie-water reactie

SILT, sterk zandig

GRIND

uiterste olie-water reactie

GRIND

p.i.d.-waarde

KLEI GRIND met keien (keitjes)

KLEI

>0 >1

GRIND, zwak zandig

KLEI, met keien (keitjes)

>10 >100 >1000

GRIND, sterk zandig

KLEI, zwak grindig

GRIND, siltig

KLEI, sterk grindig

GRIND, kleiig

KLEI, zwak zandig

>10000

monsters

geroerd monster

KLEI, sterk zandig

ZAND

ongeroerd monster ZAND

VEEN (HUMUS, DETRITUS) ZAND, met keien (keitjes)

VEEN

ZAND, zwak grindig

VEEN, zwak zandig

ZAND, sterk grindig

VEEN, sterk zandig

ZAND, siltig

VEEN, siltig

ZAND, kleiig

VEEN, kleiig

volumering

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand

Bijlage 2 Meetwaarden veldtesten en uitwerking middels Hooghoudt

Opdracht: E231099 Plaats: Well Project: k-waarde Kasteellaan

300 IP01

250

Waterkolom [cm]

waterkolom in boorgat [cm] IP01 IP02 IP03 210 182 170 206 181 170 204 181 170 198 180 170 192 180 169 184 179 169 170 178 169 149 177 168 133 175 167 121 174 166 111 174 165 102 173 164 100 171 159 93 168 157 90 166 155 86 164 154 84 162 152 82 161 150 79 159 148 76 157 146 73 155 145 72 154 144 71 153 143 70 152 142 69 151 141 55 143 125

200

150

100

50 0

100

200

300

400

500

600

700

800

900

1000

Tijd [s]

300 280 IP02

260 240 Waterkolom [cm]

IP03 230 230 230 230 231 231 231 232 233 234 235 236 241 243 245 246 248 250 252 254 255 256 257 258 259 275

220 200 180 160 140 120 100 0

100

200

300

400

500

600

700

800

900

1000

Tijd [s]

300 280 IP03

260 240 Waterkolom [cm]

handpeilingen [cm-mv] IP01 IP02 0 140 218 10 144 219 20 146 219 30 152 220 40 158 220 50 166 221 60 180 222 90 201 223 120 217 225 150 229 226 180 239 226 210 248 227 240 250 229 270 257 232 300 260 234 330 264 236 360 266 238 390 268 239 420 271 241 450 274 243 480 277 245 510 278 246 540 279 247 570 280 248 600 281 249 900 295 257

tijd [s]

220 200 180 160 140

diameter boorgat [cm] diepte boorgat [m-mv] hoeveelheid toegevoegd water [l]

IP01 7 3,5 10

IP02 7 4 10

IP03 7 4 10

bepaling doorlatendheid IP01 tan alpha: 0,000594 k-waarde (Hooghoudt) 2,07 m/d

IP02 IP03 0,000129 0,000152 0,45 m/d 0,53 m/d

120 100 0

100

200

300

400

500 Tijd [s]

600

700

800

900

1000

Opdracht: E231099 Plaats: Well Project: k-waarde Kasteellaan

diameter boorgat [cm] diepte boorgat [m-mv] hoeveelheid toegevoegd water [l]

IP04 7 4 10

IP05 7 3 10

bepaling doorlatendheid IP04 IP05 tan alpha: 0,000338 0,0009899 k-waarde (Hooghoudt) 1,18 m/d 3,44 m/d

200 IP04

180 160 140 Waterkolom [cm]

waterkolom in boorgat [cm] IP04 IP05 126 162 126 153 125 145 125 138 124 125 124 119 123 108 122 99 118 93 114 85 110 77 110 71 109 67 109 63 108 59 105 56 100 54 97 52 93 49 90 46 87 43 85 42 84 41 81 39 78 38 58 24

120 100 80 60 40 20 0 0

100

200

300

400

500

600

700

800

900

1000

Tijd [s]

200 180 IP05

160 140 Waterkolom [cm]

handpeilingen [cm-mv] IP04 IP05 0 274 138 10 274 147 20 275 155 30 275 162 40 276 175 50 276 181 60 277 192 90 278 201 120 282 207 150 286 215 180 290 223 210 290 229 240 291 233 270 291 237 300 292 241 330 295 244 360 300 246 390 303 248 420 307 251 450 310 254 480 313 257 510 315 258 540 316 259 570 319 261 600 322 262 900 342 276

tijd [s]

120 100 80 60 40 20 0 0

100

200

300

400

500 Tijd [s]

600

700

800

900

1000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16225200/1