Kasteellaan Well BP9okt2025 Bijlagen Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
Bodem en Bouwstoffen
Verkennend Bodemonderzoek Kasteellaan 11A-15A te Well rapport C230179.006/PHE
datum: opdrachtgever:
19 juli 2023 den Beusmans & Jansen, Postbus Steeg 1283 5400 UDEN 5975 AB CE SEVENUM
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
I
VERANTWOORDING
P. Heesakkers Adviseur
Ing. B. van den Bosch Teamleider
Archimil B.V. Koningsplein 18, 5721 GJ Asten, Tel.nr. 0493-671818, Email: info@archimil.nl Rabobank Iban NL70RABO01636.28.580, Kvk nr. 17159750
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
II
SAMENVATTING Voor een verklaring van de gebruikte terminologie met betrekking tot eventuele verontreinigingen verwijzen wij naar de ‘circulaire bodemsanering 2013’ en het ‘besluit bodemkwaliteit’. Op een terrein aan de Kasteellaan 11A-15A te Well is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Nederlandse norm NEN 5740. Eveneens is ter plaatse van de onverharde regendrupzones van asbesthoudende golfplaten een verkennend onderzoek naar het voorkomen van asbest uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Nederlandse norm NEN 5707. De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente
Bergen
Adres
Kasteellaan 11A-15A te Well
Kadastraal
Sectie: S
Nr: 1490, 1648, 1993, 2178, 2179, 2240, 2241, 2628, 2629
Coördinaten
X: 204.000
Y: 396.560
Oppervlakte onderzoekslocatie
circa 7800 m2
Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de resultaten van het vooronderzoek van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Op basis van de in het vooronderzoek verzamelde gegevens is de locatie grotendeels als niet-verdacht worden beschouwd. Ter plaatse van de onverharde regendrupzone is de toplaag van de bodem (0-10 cm) verdacht voor een verontreiniging met asbest. Veld- en laboratoriumwerkzaamheden zijn derhalve uitgevoerd conform de strategie onverdacht uit de NEN 5740 en heterogeen verdacht uit de NEN 5707. Regendrupzone Uit het onderzoek volgt dat ter plaatse van de onverharde regendrupzone op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal is waargenomen. In het materiaal uit de inspectiesleuven is evenmin asbest aangetoond. Ook is in de toplaag van de onverharde drupzone geen verhoogd gehalte PCB’s aangetoond. De golfplaten hebben dan ook niet geleid tot een verontreiniging met asbest of PCB’s ter plaatse van de onverharde drupzone. Verkennend bodemonderzoek Uit het onderzoek volgt dat in de bovengrond (tot circa 0,6 m-mv) een zwakke tot sterke bijmenging met puin en/of baksteen waargenomen. In de bovengrond van boring 117 (0,2-0,6 m-mv) is een matige bijmenging met asfalt en een zwakke bijmenging met puin waargenomen. Deze bodemlaag is sterk verontreinigd met PAK’s en licht verontreinigd met minerale olie, cadmium, molybdeen, zink en PCB’s.
De puin/baksteen grond uit de bovenlaag (0-0,65 m-mv) is plaatselijk licht verontreinigd met minerale olie. De zintuiglijk schone grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) is licht verontreinigd met cadmium en zink.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
III
De monsters van de onderlaag zijn door een technische storing verloren gegaan. Aangezien sprake is van grindige zandlagen en in de bovengrond, met uitzondering van boring 117, geen sterke verontreinigingen zijn aangetoond zal deze bodemlaag niet verontreinigd zijn en achten wij vervolgonderzoek naar de onverdachte ondergrond niet noodzakelijk. Het grondwater is licht verontreinigd met cadmium. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij op dat de aangetroffen bijmenging met puin, in lijn met bijlage A van de NEN 5725, aanleiding geeft tot een verkennend onderzoek naar asbest. Ook geeft het aangetroffen gehalte aan PAK’s in de bovengrond van boring 117 aanleiding tot een nader onderzoek, om de omvang van de verontreiniging te bepalen. Ons inziens behoeven er voor het overige, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld te worden aan de beoogde herontwikkeling.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
IV
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK ................................................................................ 1 2. VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 3 2.1. GEOGRAFISCHE GEGEVENS.......................................................................................................... 3 2.2. HUIDIG EN VOORMALIG BODEMGEBRUIK ........................................................................................ 3 2.3. MILIEUVERGUNNINGEN .............................................................................................................. 4 2.4. BODEMONDERZOEKEN ............................................................................................................... 5 2.5. TOEKOMSTIG GEBRUIK .............................................................................................................. 6 2.6. BODEMOPBOUW EN (GEO-)HYDROLOGIE ......................................................................................... 6 2.6.1. Algehele bodemkwaliteit .............................................................................................. 6 2.6.2. PFAS ........................................................................................................................... 7 2.7.
CONCLUSIE VOORONDERZOEK ..................................................................................................... 7 3. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK .......................................................................... 8 3.1. OPZET BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 8 3.2. ANALYSES .............................................................................................................................. 9 3.2.1. Analysepakketten ........................................................................................................ 9 3.3. UITVOERING BODEMONDERZOEK .................................................................................................. 9 4. WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE ........................................................................11 5. RESULTATEN...............................................................................................................................12 5.1. ASBESTONDERZOEK ................................................................................................................ 12 5.1.1. Maaiveldinspectie ...................................................................................................... 12 5.1.2.
Onderzoek contactzone .............................................................................................. 13 5.1.3. Resultaten asbestonderzoek....................................................................................... 13 5.1.4. Conclusie asbestonderzoek ........................................................................................ 13 5.2. VERKENNEND BODEMONDERZOEK .............................................................................................. 14 5.2.1. Veldwerk ................................................................................................................... 14 5.3. VELDWERK GROND .................................................................................................................. 14 5.4. VELDWERK GRONDWATER ........................................................................................................ 14 5.5. ANALYSERESULTATEN ............................................................................................................. 15 5.5.1. Grondmengmonsters .................................................................................................. 15 5.5.2. Grondwatermonsters ................................................................................................. 16 6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...........................................................................................17 TABELLEN ...........................................................................................................................................18 Bijlage 1 ............................................................................................................ overzichtstekening Bijlage 2 .................................................................................................................. vooronderzoek Bijlage 3 ............................................................................................................locatie en boringen Bijlage 4 ........................................................................................................................ boorstaten Bijlage 5 ............................................................................................................. analyseresultaten Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
V
Bijlage 6 ........................................................................................................................ referenties
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
1.
1
INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK
In verband met de beoogde herontwikkeling van het terrein aan de Kasteellaan 11A-15A te Well is door Beusmans & Jansen schriftelijk opdracht verleend om een verkennend bodemonderzoek op bovengenoemde locatie uit te voeren. Het doel van het verkennend bodemonderzoek bestaat uit het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de grond en het freatische grondwater op het te onderzoeken terrein. Voor de milieuhygiënische verklaring kan dit onderzoek dienen als bewijs voor de kwaliteit van de ontvangende bodem (Regeling bodemkwaliteit artikel 4.3.4) in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit. Het doel van het verkennend onderzoek naar asbest is om, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking van (bodem)verontreiniging met asbest terecht is. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van NEN 5740 [2] en NEN 5707 [13] conform de BRL2000 met bijhorende protocollen van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsboring Bodemonderzoek [3]. De grond(meng)monsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de parameters welke opgenomen zijn in het NEN-pakket of op eventueel verdachte componenten. De analyseresultaten zijn getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering 2013 [8].
Het rapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de verzamelde gegevens van de onderzoekslocatie en/ of de daaromheen liggende percelen, welke tijdens het vooronderzoek naar voren zijn gekomen. De opzet en uitvoering van het onderzoek worden besproken in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt het toetsingskader van de resultaten gepresenteerd waarna in hoofdstuk 5 de gevonden resultaten besproken zullen worden. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de conclusies besproken en worden enkele aanbevelingen gedaan. De in de tekst aangehaalde literatuurbronnen zijn opgenomen in bijlage 6. Contactpersoon voor de opdrachtgever was mevrouw J. Beusmans.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
2
Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
2.
3
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek met betrekking tot het bodemonderzoek is uitgevoerd op het standaardniveau, conform NEN 5725. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over de locatie van het bodemonderzoek, door het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente, houden van interviews, uitvoeren van terreininspectie en archiefonderzoek. De te verzamelen informatie heeft betrekking op het voormalige gebruik, het huidige gebruik, het toekomstige gebruik, de bodemopbouw, de geohydrologische situatie en financieel-juridische aspecten. Hiervoor worden de volgende informatiebronnen geraadpleegd: milieuvergunningdossiers, archief bodemonderzoeken, etc. In bijlage 2 is een overzicht weergegeven van deze (geraadpleegde) informatiebronnen en de verkregen informatie. Op basis van de verzamelde informatie wordt het veld- en chemisch onderzoek goed voorbereid en wordt de onderzoekshypothese voor het verkennend of nader bodemonderzoek opgesteld. Ook worden de resultaten van het vooronderzoek gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. 2.1.
Geografische gegevens De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente
Bergen
Adres
Kasteellaan 11A-15A te Well
Kadastraal
Sectie: S
Nr: 1490, 1648, 1993, 2178, 2179, 2240, 2241, 2628, 2629
Coördinaten
X: 204.000
Y: 396.560
Oppervlakte onderzoekslocatie
circa 7800 m2
Op de onderzoekslocatie is er voor zover bekend geen sprake van een calamiteit of overtreding van voorschriften in het kader van de Wet Milieubeheer en/of Wet Bodembescherming en/of andere milieuregelgeving. 2.2. Huidig en voormalig bodemgebruik Het onderzoeksterrein is in gebruik als woningen en bedrijfsruimtes. Het terrein is grotendeels verhard met klinkers. Ter plaatse van huisnummer 15A is het terrein (circa 660 m2) verhard met asfalt. Aan de zuidzijde is een bedrijfsgebouw aanwezig, welke is voorzien van golfplaten. Aan de zuidzijde is het dak deels niet voorzien van een regengoot. Op de locatie is sprake van een onverharde regendrupzone van een asbesthoudende schuur. De regendrupzone heeft een lengte van circa 56 meter. Ter plaatse is de toplaag verdacht voor een verontreiniging met asbest en PCB’s (gebruikt als coating). Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
4
Uit de historische kaarten (bron: http://www.topotijdreis.nl) blijkt dat de locatie tot de jaren ’30 van de vorige eeuw onbebouwd is geweest. In de jaren ’30 is de bebouwing van Kasteellaan 13 gebouwd. In de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw gevolgd door de bebouwing van huisnummer 11A en 13. In de jaren ’60 van de vorige eeuw is tevens de bebouwing van huisnummer 13-15 uitgebreid.
omstreeks 1900
omstreeks 1965
omstreeks 1990
omstreeks 2015
Het onderzoeksterrein is voor zover bekend niet opgehoogd met bodemvreemde materialen zoals puin, sintels of gebroken asfalt. Wel kunnen, gelet op de historie van de locatie, in de bovengrond mogelijk sporadisch bijmengingen met puin worden aangetroffen. Door de gemeente Bergen is aangegeven dat in het verleden er plaatse van Kasteellaan 11A een ondergrondse olietank illegaal is gesaneerd en dat bij nadien uitgevoerd bodemonderzoek is vastgesteld dat geen sprake was van een bodemverontreiniging. Er zijn, behoudens de onverharde regendrupzone en de voormalige ondergrondse tank, geen gegevens bekend omtrent eventuele activiteiten of calamiteiten op de onderzoekslocatie welke geleid kunnen hebben tot een bodemverontreiniging. 2.3. Milieuvergunningen Ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe nabijheid zijn in het verleden diverse vergunningen verleend, meldingen ingediend en/of controles uitgevoerd. Op 16 juni 2023 is door de gemeente Bergen hierover informatie verstrekt.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
5
Voor zover hier potentieel bodembedreigende activiteiten of opmerkingen zijn staan deze in onderstaand overzicht vermeld: Kasteellaan 11: slagerij met slachterij, eerder verleende milieuvergunning is aangemerkt als melding ingevolge het Activiteitenbesluit milieubeheer waar de inrichting inmiddels onder valt; Kasteellaan 11a: inrichting t.b.v. detailhandel waarvoor in verleden melding Besluit detailhandel- en ambachtsbedrijven milieubeheer is gedaan, nu Activiteitenbesluit milieubeheer. Kasteellaan 13b/c: achterin betreffend pand enkele ruimtes die momenteel voor zover bekend niet gebruikt worden, in verleden verschillende soorten kleine ondernemingen gezeten waaronder ook melding aangetroffen voor scootershop. Kasteellaan 15: in het verleden was hier een supermarkt gevestigd maar deze is niet meer in werking. Kasteellaan 15a: aannemersbedrijf waarbij in verleden verleende vergunning is aangemerkt als melding en inmiddels niet meer inwerking. 2.4. Bodemonderzoeken Door de gemeente Bergen is aangegeven dat in het verleden binnen het plangebied een viertal bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Uit de beschikbare gegevens volgt dat: Kasteellaan 11A In de jaren ’90 is, voor de aanvraag van een bouwvergunning, een inventariserend bodemonderzoek uitgevoerd, waarbij noch zintuiglijk noch analytisch een verontreiniging is aangetroffen.
Op basis van de door de gemeente Bergen verstrekte gegevens is vermoedelijk is bij dit onderzoek eveneens onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de gesaneerde tank. Hiervan zijn echter geen verdere gegevens verstrekt. Kasteellaan 13-15 In het verleden is voor een grondtransactie een verkennend onderzoek uitgevoerd. Zintuiglijk zijn geen waarnemingen gedaan welke zouden kunnen duiden op een verontreiniging. De boven- en ondergrond bleken niet verontreinigd te zijn. Het grondwater was licht verontreinigd met zware metalen (vermoedelijk chroom en koper). Eveneens lag het gehalte zink boven de tussenwaarde. Kasteellaan 15A In het verleden is voor de aanvraag van een bouwvergunning een bodemonderzoek uitgevoerd. Zintuiglijk zijn geen waarnemingen gedaan welke zouden kunnen duiden op een verontreiniging. De boven- en ondergrond bleken niet verontreinigd te zijn. Het grondwater was verontreinigd met zware metalen. Geconcludeerd is dat er aanleiding is voor een nader onderzoek.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
6
2.5. Toekomstig gebruik Ter plaatse van het onderzoeksterrein zal in de nabije toekomst de bebouwing worden gesloopt en zal nadien een herontwikkeling plaatsvinden. 2.6. Bodemopbouw en (geo-)hydrologie Het te onderzoeken terrein heeft een hoogteligging gelijk aan circa 17,5 m + N.A.P. De opbouw van de ondergrond is schematisch weergegeven in figuur A. Figuur A: opbouw ondergrond. Formatie van Beegden Kiezeloöliet formatie Formatie van Breda
Zandige leem tot grind, uitkomst van Maasafzettingen Grof zand, grind en plaatselijk klei Mariene zanden en kleien
De freatische grondwaterspiegel bevindt zich op circa 3,8 m-mv. De stromingsrichting van het freatische grondwater is vermoedelijk zuidwestelijk gericht. De stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal zuidwestelijk gericht (zie uitsnede). Voorgenoemde geohydrologische gegevens zijn ontleend aan de grondwaterkaart van Nederland [6]. 2.6.1. Algehele bodemkwaliteit De gemeente Bergen (L) maakt gebruik van een goedgekeurde bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan van de regio Midden en Noord-Limburg, waarin diffuus verhoogde achtergrondgehalten aan verontreiniging zijn vastgelegd. De boven- en ondergrond van onverdachte locaties voldoet gemiddeld genomen aan de Achtergrondwaarden. De gemeente Bergen maakt gebruik van een goedgekeurde bodemfunctieklassenkaart van de regio Midden en Noord-Limburg. Hierin heeft de locatie de functie Wonen toegekend gekregen. Van de regio zuidoost Brabant, noord- en midden Limburg is bekend dat er zich verhoogde achtergrondwaarden aan zware metalen in het grondwater manifesteren. Deze zijn toe te schrijven aan de verzuring van zandige gronden in de regio, waardoor metalen uit de grond spoelen naar het grondwater. Een andere bron van verontreiniging met zware metalen in het grondwater zijn de chemische processen die optreden wanneer anaeroob grondwater opkwelt.
Doordat in de bodem ijzerhoudende lagen aanwezig zijn kunnen zware metalen in oplossing gaan en in het grondwater terechtkomen. Over het algemeen zijn arseen en nikkel overheersende componenten wanneer deze situatie zich voordoet. Voor zover bekend is ter plaatse van de onderzoekslocatie geen sprake van een kwelsituatie. Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
7
2.6.2. PFAS In het rapport “Aanwezigheid PFAS in Nederland Deelrapport B Verdachte locaties” 2 is een overzicht opgenomen van potentiële risico-locaties voor het voorkomen van PFAS-verbindingen. Voor de locatie is, voor zover bekend, geen sprake van een bronlocatie. Opgemerkt wordt dat op basis van recente gegevens de bovengrond van een groot deel van Nederland mogelijk in lichte mate verontreinigd is met PFAS-verbindingen1 en dat uitspoeling naar de ondergrond kan plaatsvinden. Door het ministerie is een geactualiseerd handelingskader PFAS opgesteld (versie 13 december 2021) voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie, waarbij een achtergrondwaarde van 1,9 µg/kgds (PFOA) danwel 1,4 µg/kgds (overige PFAS) is vastgesteld 3. In opdracht van de provincie Limburg is in 2019-2020 door Geonius een bodemonderzoek uitgevoerd naar PFAS en GenX. De resultaten zijn verwerkt in rapport 370570.D0 4, d.d. 3 september 2020. Uit de rapportage volgt dat overwegend gehaltes PFAS zijn aangetroffen onder de 0,8 µg/kgds (destijds geldende norm uit het Tijdelijke Handelingskader) en dat wordt aangesloten bij de normen van het Tijdelijke Handelingskader van 2 juli 2020. 2.7. Conclusie vooronderzoek Het vooronderzoek heeft zich gericht zich op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied.
Op de locatie kunnen een tweetal deellocaties worden onderscheiden. Onverharde regendrupzone De toplaag van de onverharde drupzone is verdacht voor een verontreiniging met asbest en PCB’s (gebruikt als coating). Onderzoek dient plaats te vinden conform de strategie heterogeen verdacht (VEDHE) uit NEN 5707. Resterend terrein Op basis van bovenstaande gegevens kan het resterend deel van de locatie vooralsnog als onverdacht worden beschouwd, waarbij in het grondwater diffuus verhoogde gehalten aan zware metalen aanwezig kunnen zijn. Onderzoek dient plaats te vinden conform de strategie ONV uit NEN 5740. In bijlage 3 is een tekening van de geografische afbakening van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek opgenomen.
1
https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/grond-bagger/handelingskader-pfas/tijdelijk/ https://www.expertisecentrumpfas.nl/images/Handelingskader/DDT219-1-18-008.228-rapd-Voorkomen_PFAS_in_Nederland__deelrapport_B_Verdachte_locaties_-_definitief.pdf 3 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2021/12/13/2021335279-1-geactualiseerde-versiehandelingskader-pfas/2021335279-1-geactualiseerde-versie-handelingskader-pfas.pdf 4 https://www.limburg.nl/publish/pages/1181/bodemonderzoek_pfas_en_genx_provincie_limburg.pdf 2
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
3.
8
OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK
3.1. Opzet bodemonderzoek Het veldwerk zal onafhankelijk van de opdrachtgever worden uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. Op de locatie kunnen een tweetal deellocaties worden onderscheiden. Regendrupzone Het maaiveld ter plaatse van de verdachte regendrupzone wordt ingedeeld in inspectiestroken van maximaal 1,5 meter breed die in twee richtingen haaks op elkaar worden geïnspecteerd. Wanneer meer dan 10 cm2/m2 aan asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen dan worden voor het betreffende deel van de locatie inspectierasters van 1 x 1 m geïnspecteerd. Alle aangetroffen asbestverdachte materialen worden op kaart vastgelegd en samengevoegd tot één verzamelmonster. Tevens wordt de inspectieefficiency ingeschat. Verspreid over de regendrupzone (circa 28 meter) worden, direct in lijn met de strategie voor nader onderzoek naar asbest uit de NEN 5707, drie inspectiesleuven (200x30x10 cm) gegraven. Het uitkomend materiaal uit de inspectiesleuven wordt gezeefd over 20 mm, waarna de grove fractie (>20 mm) wordt geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Per sleuf wordt de samenstelling van de bodem vastgelegd en worden de asbestverdachte materialen verzameld en verpakt. Hierbij wordt het gehalte aan asbest geschat. In het veld wordt tenminste één mengmonster van de fijne fractie (<20 mm) samengesteld.
De fijne fractie wordt bemonsterd door middel van het nemen van 20 grepen van ca 0,5 kg per mengmonster. Ook wordt één mengmonster samengesteld voor het onderzoek op PCB’s. Resterend terrein Conform de strategie onverdacht niet-lijnvormig (ONV-NL) uit de NEN 5740 worden verspreid over de onderzoekslocatie (ca. 7800 m2) onderstaand aantal boringen en peilbuizen geplaatst. Aantal boringen Boring tot 0,5 m
En boring tot grondwater 1)
Aantal te analyseren (meng)monsters. En boring met peilbuis
Grond Bovengrond
13
4
2
3
Grondwater Ondergrond
2
2
1) Indien de grondwaterspiegel zich ondieper dan 1,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 1,0 m. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 2,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 2,0 m.
Van elke 50 cm bodemlaag of van iedere bodemlaag afzonderlijk worden representatieve monsters genomen. Per boring wordt de samenstelling van de bodem vastgelegd. De boringen worden gelijkmatig over de te onderzoeken locatie verdeeld volgens een systematisch patroon. Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
9
Het grondwater wordt minimaal één week na plaatsing van de peilbuizen bemonsterd. Hierbij worden in het veld de temperatuur, pH en geleidbaarheid gemeten. In bijlage 3 is een situatieschets opgenomen waarin de plaatsen van de gaten/boringen en de peilbuis zijn aangegeven. 3.2. Analyses Regendrupzone In het geaccrediteerd laboratorium wordt één mengmonster van de fijne fractie onderzocht conform NEN5898. Indien noodzakelijk worden eveneens verzamelmonsters van de grove fractie onderzocht conform NEN5896. Tevens wordt per drupzone één mengmonster onderzocht op het gehalte aan PCB’s. Resterend terrein In het laboratorium worden vijf grond(meng)monsters onderzocht op de parameters volgens het standaardpakket voor grond. De grondwatermonsters worden onderzocht op parameters volgens het standaardpakket voor grondwater. Ter bepaling van de achtergrond- en interventiewaarden worden grond(meng)monsters onderzocht op het gehalte aan lutum en organische stof. Voorbehandeling van de grond- en grondwatermonsters vindt plaats conform AS3000. 3.2.1.
Analysepakketten De toegepaste NEN-pakketten bestaan uit: Grond: standaardpakket grond: Droge stof, Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale Olie (GC) (C10 - C40), PAK (10 VROM), PCB (7) Grondwater: standaardpakket grondwater: Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale olie (GC), Aromaten (BTEXN), Styreen, VOCl (11), Vinylchloride, 1,1 Dichlooretheen, 1,1-Dichloorpropaan, 1,2-Dichloorpropaan, 1,3-Dichloorpropaan, Bromoform
Ter bepaling van de achtergrond- en interventiewaarden worden grond(meng)monsters onderzocht op het gehalte aan lutum en organisch stof. 3.3. Uitvoering bodemonderzoek De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd volgens de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infra Kwaliteitsborging Bodemonderzoek [4]. De activiteiten bestaan uit: 1. het treffen van veiligheidsmaatregelen 2. het uitvoeren van een maaiveldinspectie 3. het graven van de sleuven 4. het verrichten van de boringen en 5. het plaatsen van de peilbuizen; 6. het bemonsteren van de grond en het grondwater; 7. visueel en organoleptisch onderzoek van de monsters.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
10
De sleuven ter plaatse van de regendrupzone worden handmatig gegraven, met behulp van een ongelakte spade. De grondboringen worden voor zover mogelijk met handkracht uitgevoerd waarbij gebruik wordt gemaakt van een ongelakte Edelmanboor met een diameters van 6 tot 12 cm. Er wordt voor zover mogelijk geen werkwater gebruikt. Na elke boring wordt het boormateriaal met leidingwater schoongemaakt. Voor het plaatsen van de peilbuizen wordt geboord tot circa 1,5 meter beneden de freatische grondwaterspiegel. Het materiaal van de buis is slagvast P.V.C.. Het geperforeerde gedeelte wordt omgeven door een gewassen, paraffinevrije filterkous en gegloeid en gezeefd filtergrind. Het nietgeperforeerde gedeelte wordt met de oorspronkelijke grond omstort. Het boorgat wordt afgedicht met een laag zwelklei van ca. 30 cm. De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters worden uitgevoerd door een AS3000 geaccrediteerd laboratorium. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de voorbehandelings-, opwerkings-, en analysemethoden zoals beschreven in de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer [4].
Foto van de onderzoekslocatie – d.d. 14 juni 2023
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
4.
11
WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE
Bij de beoordeling en interpretatie van de resultaten is gebruik gemaakt van de circulaire bodemsanering 2013. Deze circulaire definieert streefwaarden, achtergrondwaarden, interventiewaarden en tussenwaarden voor de beoordeling van de concentratieniveaus van diverse verontreinigingen in grond en grondwater. In onderstaand overzicht worden deze toegelicht: - de Achtergrondwaarde (grond) of Streefwaarde (grondwater) geeft het niveau aan waarbij, volgens de huidige inzichten, sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In geval er curatief gehandeld moet worden, geeft deze waarde het niveau aan dat bereikt moet worden om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier of plant heeft, volledig te herstellen; - de interventiewaarde (I) geeft het niveau aan waarbij de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant, ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Bij gehalten boven deze waarde is normaliter sprake van een ernstige verontreiniging en zal moeten worden bekeken of sanering urgent is; - de tussenwaarde (T = [S + I] / 2) bevindt zich op de helft tussen de streef- en interventiewaarde. Boven deze waarde is in ieder geval, en onder deze waarde afhankelijk van bepaalde factoren zoals bodemtype, een nader onderzoek gewenst. Deze waarden zijn afhankelijk van de grondsoort.
Op basis van het lutum en het organische stofgehalte van de onderzochte grond, wordt een correctie uitgevoerd op de waarden zoals die voor een standaardbodem (lutum= 25% en humus= 10%) zijn vastgesteld. Om de mate van verontreiniging weer te geven wordt in dit rapport de onderstaande terminologie gebruikt: - niet verontreinigd concentratie lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde; - licht verontreinigd concentratie hoger dan de achtergrondwaarde, maar lager dan of gelijk aan de tussenwaarde; - matig verontreinigd concentratie hoger dan de tussenwaarde, maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; - sterk verontreinigd concentratie hoger dan de interventiewaarde. Specifiek voor verontreinigingen met zware metalen ten gevolge van zinkassen in projectgebied de Kempen zijn in de regeling uniforme saneringen terugsaneerwaarden vastgesteld voor wonen met moestuin (ABdK-M) en wonen met siertuin (ABdK-S). Deze normen zijn verruimd ten opzichte van de algemene terugsaneerwaarden zoals deze eerder in de bodemgebruikswaarden waren vastgelegd en die sinds 1 oktober 2008 zijn vervangen door de achtergrondwaarden (AW), maximale waarden voor wonen (MWW) en maximale waarden voor industrie (MWI) uit het besluit bodemkwaliteit. Voor asbest is alleen een interventiewaarde vastgesteld, er is geen achtergrondwaarde vastgesteld.
De interventiewaarde voor vaste bodem ligt op 100 mg/kgds (concentratie serpentijn plus 10 x concentratie amfibool). De interventiewaarde is gelijk aan de hergebruikswaarde voor asbest in puin.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
5.
12
RESULTATEN
5.1. Asbestonderzoek 5.1.1. Maaiveldinspectie Op 14 juni 2023 is geconstateerd dat het middendeel, boven de aanwezige roldeur, over een lengte van circa 10 meter een regengoot aanwezig is, welke aan de oostzijde afwatert op onverhard maaiveld. Aan de westzijde is het maaiveld verhard met klinkers en in gebruik als fietsenstalling. Over een lengte van circa 13 meter (aan weerszijden van de regengoot) is sprake van een onverharde regendrupzone.
Foto van de regendrupzone – d.d. 14 juni 2023 Ter plaatse van de onverharde regendrupzone is een maaiveldinspectie uitgevoerd door SIKB2018 erkend veldwerker V. Burgers. Ten tijde van de maaiveldinspectie was het licht bewolkt en viel er geen neerslag. Door de begroeiing met klimop en de aanwezigheid van blad, wat plaatselijk is verwijderd, is de inspectie-efficiency geschat op minder dan 50%. Op het maaiveld is geen asbestverdachte materiaal aangetroffen.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
13
5.1.2. Onderzoek contactzone Aansluitend aan de maaiveldinspectie zijn, onafhankelijk van de opdrachtgever en direct in lijn met de strategie voor nader onderzoek naar asbest uit de NEN 5707, ter plaatse van het onverharde deel van de regendrupzone de inspectiesleuven S1 en S2 (van 200x30 cm) gegraven tot 0,1 m-mv en geïnspecteerd door SIKB2018 erkend veldwerker V. Burgers. Voor een beschrijving van de opgegraven grond ter plaatse wordt verwezen naar de boorstaten (bijlage 4). Uit de boorprofielen volgt dat sprake is van een zwak puinhoudende en plaatselijk zwak afvalhoudende matig humeuze toplaag. Het uitkomend materiaal uit de inspectiesleuven is gezeefd over 20 mm waarna de grove fractie (>20 mm) is geïnspecteerd op het voorkomen van asbesthoudend materiaal. Bij elke inspectiesleuf is het vochtgehalte bepaald waarbij is vastgesteld dat deze boven de 10% lag. Derhalve is er geen noodzaak gebleken om aanvullende adembescherming te dragen. In de grove fractie (>20 mm) is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Van de fijne fractie (<20 mm) is, op basis van zintuiglijke waarnemingen, in het veld één mengmonster samengesteld. 5.1.3. Resultaten asbestonderzoek Fijne fractie (<20 mm) Het mengmonster van de fijne fractie (<20 mm) is in een daarvoor geaccrediteerd laboratorium onderzocht op het gehalte aan asbest. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 5.
De resultaten staan weergegeven in onderstaand overzicht. Mengmonster
Monsters (cm-mv)
M.M.1
S01 + S02 (0-10)
Concentratie (mg/kg (gewogen) <0,3
Uit het analysecertificaat volgt dat in het mengmonster geen asbest is aangetoond. PCB’s Van de fijne fractie is in het veld een mengmonster samengesteld welke in een daarvoor geaccrediteerd laboratorium is onderzocht op het gehalte aan PCB’s. Mengmonster
Monsters (cm-mv)
Analyseresultaat
Oordeel
toplaag
S01 + S02 (0-10)
PCB <detectielimiet
Niet verontreinigd
5.1.4. Conclusie asbestonderzoek Noch op het maaiveld noch in het uitkomend materiaal uit de inspectiegaten is asbesthoudend materiaal aangetroffen. Ook is geen verhoogd gehalte PCB’s aangetoond. Derhalve heeft de aanwezigheid van de golfplaten niet geleid tot een bodemverontreiniging in de toplaag van de onverharde drupzone.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
14
5.2. Verkennend bodemonderzoek 5.2.1. Veldwerk 5.3. Veldwerk grond De grondmonsters zijn op 14 juni 2023, onafhankelijk van de opdrachtgever, genomen door de heer V. Burgers (erkend monsternemer SIKB 2001). Door de aanwezigheid van een matig tot sterk grindhoudende bodem is slechts één peilbuis geplaatst. Deze peilbuis is machinaal geplaatst. Voor een beschrijving van de opgeboorde grond ter plaatse wordt verwezen naar de boorstaten (bijlage 4). Bij geen van de monsters is een verdachte en/ of afwijkende geur waargenomen. In onderstaande tabel zijn de bodemvreemde bijmengingen vermeld. Boring 102 103 104 105 106 107 108 110 112 114 115 116 117 118 120
Traject Waargenomen bijzonderheden (m -mv) 0,00 - 1,50 zwak baksteenhoudend 0,19 - 0,65 zwak plastic afvalhoudend, matig puinhoudend 0,20 - 0,50 sterk baksteenhoudend, matig puinhoudend 0,00 - 0,50 zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend 0,20 - 0,70 zwak plastic afval houdend, zwak puinhoudend > 1,65 gestaakt op harde laag 0,00 - 0,50 sporen puin 0,00 - 0,50 sporen puin, zwak kalksteenhoudend 0,09 - 0,60 zwak baksteenhoudend 0,15 - 0,60 sterk puinhoudend 0,20 - 0,30 baksteenlaag > 0,60 gestaakt op harde laag 0,08 - 0,55 zwak puinhoudend 0,15 - 0,65 matig puinhoudend 0,20 - 0,60 zwak puinhoudend, matig asfalthoudend, gestaakt op fundering van naastgelegen woning 0,19 - 0,65 zwak baksteenhoudend 0,20 - 0,70 sporen baksteen
Zintuiglijk zijn er vooralsnog geen bijmengingen met asbest aangetroffen in of op de bodem. De aangetroffen bijmenging met puin geeft, in lijn met bijlage A van de NEN 5725, ter plaatse van het resterend terrein echter aanleiding tot een verkennend onderzoek naar asbest, conform NEN 5707. 5.4. Veldwerk grondwater De peilbuis is op 14 juni 2023 geplaatst en voorgepompt. Het grondwater is op 30 juni 2023 nogmaals voorgepompt en vervolgens bemonsterd door de heer V. Burgers (erkend monsternemer SIKB 2002). De in het veld bepaalde gegevens met betrekking tot het grondwater staan vermeld in het volgende overzicht: Peilbuis nr.
Filterstelling (m-mv)
Datum
Gw-stand (m-mv)
pH
Ec (µS/cm)
Troebelheid (FTU)
Opmerkingen
101.1
5,00 – 6,00
30-06-2023
3,80
6,3
458
6,12
geen
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
15
Wanneer een watermonster troebel is (> 10 FTU), dus losgespoelde gronddeeltjes bevat, is er een kans dat er gronddeeltjes worden geanalyseerd in plaats van het grondwater. (An)organische stoffen (die zich hebben gehecht aan de gronddeeltjes) kunnen daardoor de analyseresultaten beïnvloeden.
5.5. Analyseresultaten De resultaten van de analyses van de grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn weergegeven in de tabellen. Tevens zijn de analyserapporten opgenomen in bijlage 5. 5.5.1. Grondmengmonsters Van de grondmonsters zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen vier mengmonsters samengesteld welke zijn onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grond. Mengmonster bg1 (matig asfalt, zwak puin) bg2 (zint. schoon) bg3 (sterk baksteen/puin) bg4 (matig puin) og
Monsters (cm-mv) 117 (20-60) 101 (0-50) 111 (10-60) 113 (0-50) 119 (0-50) 104 (20-50) 112 (15-60) 103 (19-65) 104 (20-50) 105 (0-50) 115 (8-55) 116 (15-65) 101 (70-120) 101 (70-170) 103 (110-160) 104 (50-100) 105 (50-100) 105 (100-150) 106 (70-120)
Analyseresultaat PAK (51) >I Minerale olie (1100) >MWI & <I Cadmium, molybdeen, zink, PCB >AW Zink (120)>MWW Cadmium >AW Minerale olie (62) >MWW
Bodemkwaliteit Sterk verontreinigd
<AW
Achtergrondwaarden
#
-
Klasse Wonen 1 Klasse Industrie
1
Conform artikel 4.10.2, lid 4 van de Regeling bodemkwaliteit voldoet de kwaliteit van de bodem aan de kwaliteitsklasse wonen als het gehalte lager is dan AW+MWW en de maximale waarden voor de kwaliteitsklassen industrie niet overschrijdt. # door een technische storing is het mengmonster van de ondergrond verloren gegaan. Gelet op de aangetroffen gehaltes in de bovengrond, veelal juist boven de achtergrondwaarden, en aangezien in de ondergrond sprake is van grindhoudend zand, wat slechts zeer beperkt (ten opzichte van de humeuze bovengrond) bindingsmogelijkheden heeft voor verontreinigingen, kan geconcludeerd worden dat de ondergrond niet verontreinigd zal zijn. Mede door de grove structuur van het materiaal wordt het herbemonsteren van deze bodemlaag kostentechnisch niet noodzakelijk geacht.
Uit de resultaten volgt dat de asfalthoudende bodemlaag van boring 117, gesitueerd tussen de aanwezige asfaltverharding en de aangrenzende woning, sterk verontreinigd is met PAK’s en licht verontreinigd is met oa. minerale olie. Ervaring leert dat het verhoogde gehalte aan minerale olie, welke zich met name bevindt in de fracties C21-C40, kan worden gerelateerd aan het verhoogde gehalte PAK’s. Gelet op het aangetroffen gehalte aan PAK’s is er aanleiding tot een aanvullend onderzoek, om de omvang van de verontreiniging te bepalen. De verontreiniging zal zich beperken tot de humeuze bovengrond (tot circa 0,6 m-mv) waarin een bijmenging met asfalt aanwezig is. In horizontale richting is vastgesteld dat bij de boringen 103 en 118, onder de asfaltverharding, geen sprake is van een bijmenging met asfalt en dat in het mengmonster waarin de bovengrond van boring 103 is opgenomen niet verontreinigd is met PAK’s. Aangezien de verontreiniging is gerelateerd aan de bijmenging met asfalt kan vooralsnog niet worden uitgesloten dat slechts sporadisch een verontreiniging aanwezig is.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
16
Voor het overige is plaatselijk sprake van licht verhoogde gehaltes. Gelet op de beperkte overschrijding van de achtergrondwaarde achten wij een nader onderzoek of het treffen van sanerende maatregelen niet noodzakelijk. 5.5.2. Grondwatermonsters Het grondwater is onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grondwater. In onderstaande tabel zijn de getoetste resultaten weergegeven. Peilbuis 101.1.1
Filtertraject (m-mv) 5,00 – 6,00
Analyseresultaat Cadmium >Streefwaarde
De lichte verhoging met cadmium kan worden beschouwd als een diffuus verhoogd gehalte. Gelet op het diffuse karakter en de beperkte overschrijding van de streefwaarde achten wij een nader onderzoek of het treffen van sanerende maatregelen niet noodzakelijk.
Foto van de onderzoekslocatie – d.d. 14 juni 2023
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
6.
17
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Het onderzoek heeft betrekking op het terrein gelegen aan de Kasteellaan 11A-15A te Well. Het doel van een verkennend bodemonderzoek is door een relatief geringe inspanning een inzicht te verkrijgen van de bodemgesteldheid. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Regendrupzone 1. Ter plaatse van de onverharde regendrupzone is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. 2. In de grove fractie (>20 mm) van het materiaal uit de inspectiesleuven is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. 3. In de mengmonsters van de fijne fractie is geen asbesthoudend materiaal aangetoond. 4. In de toplaag van de onverharde drupzone is geen verhoogd gehalte PCB’s aangetoond. 5. De golfplaten hebben dan ook niet geleid tot een verontreiniging met asbest of PCB’s ter plaatse van de onverharde drupzone. Verkennend bodemonderzoek 6. In de bovengrond (tot circa 0,6 m-mv) is een zwakke tot sterke bijmenging met puin en/of baksteen waargenomen. 7. In de bovengrond van boring 117 (0,2-0,6 m-mv) is een matige bijmenging met asfalt en een zwakke bijmenging met puin waargenomen. Deze bodemlaag is sterk verontreinigd met PAK’s en licht verontreinigd met minerale olie, cadmium, molybdeen, zink en PCB’s. 8. De puin/baksteen grond uit de bovenlaag (0-0,65 m-mv) is plaatselijk licht verontreinigd met minerale olie. 9.
De zintuiglijk schone grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) is licht verontreinigd met cadmium en zink. 10. De monsters van de onderlaag zijn door een technische storing verloren gegaan. Aangezien sprake is van grindige zandlagen en in de bovengrond, met uitzondering van boring 117, geen sterke verontreinigingen zijn aangetoond zal deze bodemlaag niet verontreinigd zijn en achten wij vervolgonderzoek naar de onverdachte ondergrond niet noodzakelijk. 11. Het grondwater is licht verontreinigd met cadmium. 12. De hypothese niet-verdachte locatie met diffuus verhoogde gehaltes in het grondwater kan voor het grondwater worden aangenomen en dient voor de bovengrond formeel te worden verworpen op basis van de onderzoeksresultaten. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij het volgende op: 1. 2. 3. 4.
Archimil BV
De aangetroffen bijmenging met puin geeft, in lijn met bijlage A van de NEN 5725, aanleiding tot een verkennend onderzoek naar asbest. Het aangetroffen gehalte aan PAK’s in de bovengrond van boring 117 geeft aanleiding tot een nader onderzoek, om de omvang van de verontreiniging te bepalen. Ons inziens behoeven er voor het overige, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld te worden aan de beoogde herontwikkeling. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden of wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit. Afdeling Bodem en Bouwstoffen
19 juli 2023 rapportnummer: C230179.006/PHE
18
TABELLEN
Archimil BV voert zijn bodemonderzoeken zorgvuldig en volgens de geldende normen uit. Elk bodemonderzoek is echter gebaseerd op een beperkt aantal grondboringen: ten opzichte van het totale bodemvolume is slechts een klein deel (chemisch) onderzocht. Het is dus mogelijk dat plaatselijk afwijkingen in de bodem voorkomen, of dat zich verontreinigende stoffen in de bodem bevinden die niet met dit onderzoek naar voren zijn gekomen. Een bodemonderzoek is een momentopname en heeft een beperkte geldigheid: na monstername kan immers een nieuwe verontreiniging geïntroduceerd zijn, terwijl een mobiele verontreiniging zich misschien verplaatst. Archimil BV acht zich dan ook niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
Uw Project
Vbo Kasteellaan 13-15 Well (C230179)
Certificaat
2023088859
Toetsing
BoToVa T1 kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem
Versie
2.0.24
Toetsingsdatum
19 July 2023 15:24
Analyse
Eenheid G.W.
Bodemtype correctie Fractie < 2 µm
<2.0
Organische stof volgens gloeiverlies methode
3.7
Voorbehandeling Verkleinen kaakbreker
Uitgevoerd
Cryogeen malen
Uitgevoerd
117 (20-60) G.S.S.D
RG Eis
AW
WO
IND
IW
Oordeel
Bodemkundige analyses Droge stof
% (m/m)
95.3
95.3
Organische stof
% (m/m) ds
3.7
3.7
Gloeirest
% (m/m) ds
96
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
<2.0
Metalen Barium (Ba)
mg/kg DS
100
388
@
20
Cadmium (Cd)
mg/kg DS
0.51
0.814
Wo
0.2
0.6
1.2
4.3
13
Kobalt (Co)
mg/kg DS
3.7
13
-
3
15
35
190
190
Koper (Cu)
mg/kg DS
12
23.5
-
5
40
54
190
190
Kwik (Hg)
mg/kg DS
0.056
0.0794
-
0.05
0.15
0.83
4.8
36
Molybdeen (Mo)
mg/kg DS
2.3
2.3
Wo
1.5
1.5
88
190
190
Nikkel (Ni)
mg/kg DS
11
32.1
-
4
35
100
100
Lood (Pb)
mg/kg DS
22
33.6
-
10
50
210
530
530
Zink (Zn)
mg/kg DS
83
189
Wo
20
140
200
720
720
Minerale olie Minerale olie (C10-C12)
mg/kg DS
<3.0
5.68
@
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg DS
9.6
25.9
@
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg DS
48
130
@
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg DS
310
838
@
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg DS
400
1080
@
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg DS
310
838
@
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg DS
1100
2970
NT
35
190
190
500
5000
Wo
0.0049
0.02
0.04
0.5
1
NT > IW
0.5
1.5
6.8
40
40
Chromatogram olie (GC)
@
1.4
920
Zie bijl.
Polychloorbifenylen, PCB PCB 28
mg/kg DS
<0.0010
0.00189
PCB 52
mg/kg DS
<0.0010
0.00189
PCB 101
mg/kg DS
0.0011
0.00297
PCB 118
mg/kg DS
<0.0010
0.00189
PCB 138
mg/kg DS
0.0029
0.00784
PCB 153
mg/kg DS
0.0031
0.00838
PCB 180
mg/kg DS
0.0034
0.00919
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg DS
0.013
0.0341
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen
mg/kg DS
0.19
0.19
Fenanthreen
mg/kg DS
3.4
3.4
Anthraceen
mg/kg DS
5.5
5.5
Fluorantheen
mg/kg DS
6.5
6.5
Benzo(a)anthraceen
mg/kg DS
5.6
5.6
Chryseen
mg/kg DS
6.1
6.1
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg DS
3.1
3.1
Benzo(a)pyreen
mg/kg DS
7.9
7.9
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg DS
6.9
6.9
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg DS
5.6
5.6
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg DS
51
50.8
Eurofins Nr.
Monsteromschrijving
Datum Monstername
Eindoordeel
M2M-202300163565
117 (20-60)
14-06-2023
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
Legenda #
Aangenomen waarde
G.W.
Gemeten waarde
G.S.S.D.
Gestandaardiseerde meetwaarde
RG Eis
<= rapportagegrens danwel achtergrondwaarde
AW
Achtergrondwaarde
WO
Normwaarde wonen
IND
Normwaarde industrie
IW
Interventiewaarde
@
Geen toetsoordeel mogelijk
-
<= Achtergrondwaarde
Wo
Oordeel Wonen
NT
Niet toepasbaar
NT > IW
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.
Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com
Page 1 of 5
Uw Project
Vbo Kasteellaan 13-15 Well (C230179)
Certificaat
2023088859
Toetsing
BoToVa T1 kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem
Versie
2.0.24
Toetsingsdatum
19 July 2023 15:24
Analyse
Eenheid
101 (0-50) 111 (10-60) 113 (0-50) 119 (0-50) G.W. G.S.S.D Oordeel
Bodemtype correctie Fractie < 2 µm
2.9
Organische stof volgens gloeiverlies methode
4.7
Voorbehandeling Cryogeen malen
RG Eis
AW
WO
IND
IW
Uitgevoerd
Bodemkundige analyses Droge stof
% (m/m)
93.5
93.5
Organische stof
% (m/m) ds
4.7
4.7
Gloeirest
% (m/m) ds
95
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
2.9
Metalen Barium (Ba)
mg/kg DS
25
87.1
@
20
Cadmium (Cd)
mg/kg DS
0.40
0.605
Wo
0.2
0.6
1.2
4.3
13
Kobalt (Co)
mg/kg DS
<3.0
6.72
-
3
15
35
190
190
Koper (Cu)
mg/kg DS
21
38.7
-
5
40
54
190
190
Kwik (Hg)
mg/kg DS
0.055
0.0762
-
0.05
0.15
0.83
4.8
36
Molybdeen (Mo)
mg/kg DS
<1.5
1.05
-
1.5
1.5
88
190
190
Nikkel (Ni)
mg/kg DS
4.5
12.2
-
4
35
100
100
Lood (Pb)
mg/kg DS
28
41.3
-
10
50
210
530
530
Zink (Zn)
mg/kg DS
120
256
Ind
20
140
200
720
720
Minerale olie Minerale olie (C10-C12)
mg/kg DS
<3.0
4.47
@
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg DS
5.9
12.6
@
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg DS
5.9
12.6
@
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg DS
21
44.7
@
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg DS
17
36.2
@
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg DS
<6.0
8.94
@
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg DS
58
123
-
35
190
190
500
5000
-
0.0049
0.02
0.04
0.5
1
-
0.5
1.5
6.8
40
40
Chromatogram olie (GC)
@
2.9
920
Zie bijl.
Polychloorbifenylen, PCB PCB 28
mg/kg DS
<0.0010
0.00149
PCB 52
mg/kg DS
<0.0010
0.00149
PCB 101
mg/kg DS
<0.0010
0.00149
PCB 118
mg/kg DS
<0.0010
0.00149
PCB 138
mg/kg DS
0.0012
0.00255
PCB 153
mg/kg DS
0.0013
0.00277
PCB 180
mg/kg DS
<0.0010
0.00149
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg DS
0.0060
0.0128
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Fenanthreen
mg/kg DS
0.054
0.054
Anthraceen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Fluorantheen
mg/kg DS
0.12
0.12
Benzo(a)anthraceen
mg/kg DS
0.062
0.062
Chryseen
mg/kg DS
0.069
0.069
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Benzo(a)pyreen
mg/kg DS
0.067
0.067
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg DS
0.055
0.055
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg DS
<0.050
0.035
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg DS
0.56
0.567
Eurofins Nr.
Monsteromschrijving
Datum Monstername
Eindoordeel
M2M-202300163568
101 (0-50) 111 (10-60) 113 (0-50) 119 (0-50)
14-06-2023
Klasse industrie
Legenda #
Aangenomen waarde
G.W.
Gemeten waarde
G.S.S.D.
Gestandaardiseerde meetwaarde
RG Eis
<= rapportagegrens danwel achtergrondwaarde
AW
Achtergrondwaarde
WO
Normwaarde wonen
IND
Normwaarde industrie
IW
Interventiewaarde
@
Geen toetsoordeel mogelijk
-
<= Achtergrondwaarde
Wo
Oordeel Wonen
Ind
Oordeel Industrie
Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.
Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com
Page 2 of 5
Uw Project
Vbo Kasteellaan 13-15 Well (C230179)
Certificaat
2023088859
Toetsing
BoToVa T1 kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem
Versie
2.0.24
Toetsingsdatum
19 July 2023 15:24
Analyse
Eenheid G.W.
Bodemtype correctie Fractie < 2 µm
<2.0
Organische stof volgens gloeiverlies methode
0.8
104 (20-50) 112 (15-60) G.S.S.D
Voorbehandeling Verkleinen kaakbreker
Uitgevoerd
Cryogeen malen
Uitgevoerd
RG Eis
AW
WO
IND
IW
Oordeel
Bodemkundige analyses Droge stof
% (m/m)
95.3
95.3
Organische stof
% (m/m) ds
0.8
0.8
Gloeirest
% (m/m) ds
99
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
<2.0
Metalen Barium (Ba)
mg/kg DS
31
120
@
20
Cadmium (Cd)
mg/kg DS
<0.20
0.241
-
0.2
0.6
1.2
4.3
13
Kobalt (Co)
mg/kg DS
<3.0
7.38
-
3
15
35
190
190
Koper (Cu)
mg/kg DS
7.4
15.3
-
5
40
54
190
190
Kwik (Hg)
mg/kg DS
<0.050
0.0503
-
0.05
0.15
0.83
4.8
36
Molybdeen (Mo)
mg/kg DS
<1.5
1.05
-
1.5
1.5
88
190
190
Nikkel (Ni)
mg/kg DS
8.9
26
-
4
35
100
100
Lood (Pb)
mg/kg DS
14
22
-
10
50
210
530
530
Zink (Zn)
mg/kg DS
39
92.5
-
20
140
200
720
720
Minerale olie Minerale olie (C10-C12)
mg/kg DS
<3.0
10.5
@
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg DS
<5.0
17.5
@
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg DS
6.4
32
@
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg DS
31
155
@
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg DS
15
75
@
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg DS
<6.0
21
@
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg DS
62
310
Ind
35
190
190
500
5000
-
0.0049
0.02
0.04
0.5
1
-
0.5
1.5
6.8
40
40
Chromatogram olie (GC)
@
1.4
920
Zie bijl.
Polychloorbifenylen, PCB PCB 28
mg/kg DS
<0.0010
0.0035
PCB 52
mg/kg DS
<0.0010
0.0035
PCB 101
mg/kg DS
<0.0010
0.0035
PCB 118
mg/kg DS
<0.0010
0.0035
PCB 138
mg/kg DS
<0.0010
0.0035
PCB 153
mg/kg DS
<0.0010
0.0035
PCB 180
mg/kg DS
<0.0010
0.0035
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg DS
0.0049
0.0245
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Fenanthreen
mg/kg DS
0.087
0.087
Anthraceen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Fluorantheen
mg/kg DS
0.31
0.31
Benzo(a)anthraceen
mg/kg DS
0.17
0.17
Chryseen
mg/kg DS
0.15
0.15
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg DS
0.090
0.09
Benzo(a)pyreen
mg/kg DS
0.20
0.2
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg DS
0.15
0.15
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg DS
0.13
0.13
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg DS
1.3
1.36
Eurofins Nr.
Monsteromschrijving
Datum Monstername
Eindoordeel
M2M-202300163567
104 (20-50) 112 (15-60)
14-06-2023
Klasse industrie
Legenda #
Aangenomen waarde
G.W.
Gemeten waarde
G.S.S.D.
Gestandaardiseerde meetwaarde
RG Eis
<= rapportagegrens danwel achtergrondwaarde
AW
Achtergrondwaarde
WO
Normwaarde wonen
IND
Normwaarde industrie
IW
Interventiewaarde
@
Geen toetsoordeel mogelijk
-
<= Achtergrondwaarde
Ind
Oordeel Industrie
Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.
Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com
Page 3 of 5
Uw Project
Vbo Kasteellaan 13-15 Well (C230179)
Certificaat
2023088859
Toetsing
BoToVa T1 kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem
Versie
2.0.24
Toetsingsdatum
19 July 2023 15:24
Analyse
103 (19-65) 104 (20-50) 105 (0-50) 115 (855) 116(15-65) G.W. G.S.S.D Oordeel
Eenheid
Bodemtype correctie Fractie < 2 µm
2.1
Organische stof volgens gloeiverlies methode
1.4
Voorbehandeling Verkleinen kaakbreker
Uitgevoerd
Cryogeen malen
Uitgevoerd
RG Eis
AW
WO
IND
IW
Bodemkundige analyses Droge stof
% (m/m)
95.6
95.6
Organische stof
% (m/m) ds
1.4
1.4
Gloeirest
% (m/m) ds
98
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
2.1
Metalen Barium (Ba)
mg/kg DS
23
88
@
20
Cadmium (Cd)
mg/kg DS
<0.20
0.241
-
0.2
0.6
1.2
4.3
13
Kobalt (Co)
mg/kg DS
<3.0
7.3
-
3
15
35
190
190
Koper (Cu)
mg/kg DS
9.1
18.8
-
5
40
54
190
190
Kwik (Hg)
mg/kg DS
<0.050
0.0502
-
0.05
0.15
0.83
4.8
36
Molybdeen (Mo)
mg/kg DS
<1.5
1.05
-
1.5
1.5
88
190
190
Nikkel (Ni)
mg/kg DS
6.8
19.7
-
4
35
100
100
Lood (Pb)
mg/kg DS
25
39.3
-
10
50
210
530
530
Zink (Zn)
mg/kg DS
36
85
-
20
140
200
720
720
Minerale olie Minerale olie (C10-C12)
mg/kg DS
<3.0
10.5
@
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg DS
<5.0
17.5
@
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg DS
<5.0
17.5
@
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg DS
<11
38.5
@
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg DS
6.2
31
@
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg DS
<6.0
21
@
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg DS
<35
122
-
35
190
190
500
5000
Polychloorbifenylen, PCB PCB 28
mg/kg DS
<0.0010
0.0035
PCB 52
mg/kg DS
<0.0010
0.0035
PCB 101
mg/kg DS
<0.0010
0.0035
PCB 118
mg/kg DS
<0.0010
0.0035
PCB 138
mg/kg DS
<0.0010
0.0035
PCB 153
mg/kg DS
<0.0010
0.0035
PCB 180
mg/kg DS
<0.0010
0.0035
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg DS
0.0049
0.0245
-
0.0049
0.02
0.04
0.5
1
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Fenanthreen
mg/kg DS
0.068
0.068
Anthraceen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Fluorantheen
mg/kg DS
0.18
0.18
Benzo(a)anthraceen
mg/kg DS
0.10
0.1
Chryseen
mg/kg DS
0.12
0.12
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg DS
0.065
0.065
Benzo(a)pyreen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg DS
0.12
0.12
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg DS
0.12
0.12
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg DS
0.88
0.878
-
0.5
1.5
6.8
40
40
Eurofins Nr.
Monsteromschrijving
M2M-202300163566
103 (19-65) 104 (20-50) 105 (0-50) 14-06-2023 115 (8-55) 116(15-65)
Datum Monstername
@
2.1
Eindoordeel Altijd toepasbaar
Legenda #
Aangenomen waarde
G.W.
Gemeten waarde
G.S.S.D.
Gestandaardiseerde meetwaarde
RG Eis
<= rapportagegrens danwel achtergrondwaarde
AW
Achtergrondwaarde
WO
Normwaarde wonen
IND
Normwaarde industrie
IW
Interventiewaarde
@
Geen toetsoordeel mogelijk
-
<= Achtergrondwaarde
Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.
Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com
Page 4 of 5
920
Uw Project
Vbo Kasteellaan 13-15 Well (C230179)
Certificaat
2023088859
Toetsing
BoToVa T1 kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem
Versie
2.0.24
Toetsingsdatum
19 July 2023 15:24
Analyse
Eenheid G.W.
S1 (0-10) S2 (0-10) G.S.S.D
Bodemtype correctie Fractie < 2 µm
25
#
Organische stof volgens gloeiverlies methode
10
#
Voorbehandeling Cryogeen malen
RG Eis
AW
WO
IND
IW
0.0049
0.02
0.04
0.5
1
Oordeel
Uitgevoerd
Bodemkundige analyses Droge stof
% (m/m)
94.5
94.5
Polychloorbifenylen, PCB PCB 28
mg/kg DS
<0.0010
0.0007
PCB 52
mg/kg DS
<0.0010
0.0007
PCB 101
mg/kg DS
<0.0010
0.0007
PCB 118
mg/kg DS
<0.0010
0.0007
PCB 138
mg/kg DS
<0.0010
0.0007
PCB 153
mg/kg DS
<0.0010
0.0007
PCB 180
mg/kg DS
<0.0010
0.0007
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg DS
0.0049
0.0049
Eurofins Nr.
Monsteromschrijving
Datum Monstername
Eindoordeel
M2M-202300163569
S1 (0-10) S2 (0-10)
14-06-2023
Altijd toepasbaar
@
-
Legenda #
Aangenomen waarde
G.W.
Gemeten waarde
G.S.S.D.
Gestandaardiseerde meetwaarde
RG Eis
<= rapportagegrens danwel achtergrondwaarde
AW
Achtergrondwaarde
WO
Normwaarde wonen
IND
Normwaarde industrie
IW
Interventiewaarde
@
Geen toetsoordeel mogelijk
-
<= Achtergrondwaarde
Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.
Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com
Page 5 of 5
Uw Project
Vbo Kasteellaan 13-15 Well (C230179)
Certificaat
2023097391
Toetsing
BoToVa T13 kwaliteit van grondwater volgens Wbb (water)
Versie
2.0.24
Toetsingsdatum
19 July 2023 14:46
Is Diep grondwater
Nee
Analyse
Eenheid G.W.
101 (500-600) G.S.S.D
RG
S
T
I
Oordeel
Metalen Barium (Ba)
µg/l
<20
14
-
20
50
338
625
Cadmium (Cd)
µg/l
0.53
0.53
> SW
0.2
0.4
3.2
6
Kobalt (Co)
µg/l
<2.0
1.4
-
2
20
60
100
Koper (Cu)
µg/l
8.0
8
-
2
15
45
75
Kwik (Hg)
µg/l
<0.050
0.035
-
0.05
0.05
0.175
0.3
Molybdeen (Mo)
µg/l
<2.0
1.4
-
2
5
152
300
Nikkel (Ni)
µg/l
5.2
5.2
-
3
15
45
75
Lood (Pb)
µg/l
<2.0
1.4
-
2
15
45
75
Zink (Zn)
µg/l
59
59
-
10
65
432
800
Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen
µg/l
<0.20
0.14
-
0.2
0.2
15.1
30
Tolueen
µg/l
<0.20
0.14
-
0.2
7
503
1000
Ethylbenzeen
µg/l
<0.20
0.14
-
0.2
4
77
150
o-Xyleen
µg/l
<0.10
0.07
m,p-Xyleen
µg/l
<0.20
0.14
Xylenen (som) factor 0,7
µg/l
0.21
0.21
-
0.2
0.2
35.1
70
BTEX (som)
µg/l
<0.90
Naftaleen
µg/l
<0.020
0.014
-
0.02
0.01
35
70
Styreen
µg/l
<0.20
0.14
-
0.2
6
153
300
Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan
µg/l
<0.20
0.14
-
0.2
0.01
500
1000
Trichloormethaan
µg/l
<0.20
0.14
-
0.2
6
203
400
Tetrachloormethaan
µg/l
<0.10
0.07
-
0.1
0.01
5
10
Trichlooretheen
µg/l
<0.20
0.14
-
0.2
24
262
500
Tetrachlooretheen
µg/l
<0.10
0.07
-
0.1
0.01
20
40
1,1-Dichloorethaan
µg/l
<0.20
0.14
-
0.2
7
454
900
1,2-Dichloorethaan
µg/l
<0.20
0.14
-
0.2
7
204
400
1,1,1-Trichloorethaan
µg/l
<0.10
0.07
-
0.1
0.01
150
300
1,1,2-Trichloorethaan
µg/l
<0.10
0.07
-
0.1
0.01
65
130
cis 1,2-Dichlooretheen
µg/l
<0.10
0.07
trans 1,2-Dichlooretheen
µg/l
<0.10
0.07
CKW (som)
µg/l
<1.6
Tribroommethaan
µg/l
<0.20
0.14
@
Vinylchloride
µg/l
<0.10
0.07
-
0.2
0.01
2.5
5
1,1-Dichlooretheen
µg/l
<0.10
0.07
-
0.1
0.01
5
10
1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7
µg/l
0.14
0.14
-
0.2
0.01
10
20
1,1-Dichloorpropaan
µg/l
<0.20
0.14
1,2-Dichloorpropaan
µg/l
<0.20
0.14
1,3-Dichloorpropaan
µg/l
<0.20
0.14
Dichloorpropanen som factor 0.7
µg/l
0.42
0.42
-
0.6
0.8
40.4
80
Minerale olie Minerale olie (C10-C12)
µg/l
30
30
@
Minerale olie (C12-C16)
µg/l
<10
7
@
Minerale olie (C16-C21)
µg/l
<10
7
@
Minerale olie (C21-C30)
µg/l
<15
10.5
@
Minerale olie (C30-C35)
µg/l
<10
7
@
Minerale olie (C35-C40)
µg/l
<10
7
@
Minerale olie totaal (C10-C40)
µg/l
<50
35
-
50
50
325
600
Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-1-2008)
µg/l
0.77
@
Eurofins Nr.
Monsteromschrijving
Datum Monstername
Eindoordeel
M2M-202300170061
101 (500-600)
30-06-2023
Overschrijding Streefwaarde
630
Legenda #
Aangenomen waarde
G.W.
Gemeten waarde
G.S.S.D.
Gestandaardiseerde meetwaarde
RG
< streefwaarde/aw2000 of RG
S
Streefwaarde/aw2000
T
Tussenwaarde (T)
I
> Interventiewaarde (I)