CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota Begroting BsGW 2022 MJR 2022-2026 versie 0.6

Gemeenteraad 26 april 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2022 en ontwerp meerjarenraming 2022-2026 BsGW en Kadernota 2022;11.642 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

terreindelen,

aangevuld

met

enkele

(administratieve)

objecten

als

woonplaatsen,

gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. Ook het project waarderen op gebruiksoppervlakte toont aan dat de WOZ-data alleen in samenhang met de BGT en de BAG kan plaatsvinden. Naast de ketenprocessen met betrekking tot bouw- en sloopvergunningen, is jaarlijkse mutatiedetectie op basis van luchtfoto’s en puntenwolken noodzakelijk om de administratieve en geometrische data actueel en in lijn te houden. Kortom, de trigger van de beheerprocessen van WOZ, BAG en BGT zijn vaak hetzelfde. Het is dan ook het onderzoeken waard of dit niet centraal belegd zou moeten worden. Gevolgen samenhangende objectregistratie voor gemeenten, gemeentehuizen en BsGW De ontwikkeling naar een samenhangende objectregistratie heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen zoals gegevenshuizen. Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken.

Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. Door de samenhangende objectregistratie centraal te organiseren zal – naast de te behalen schaalvoordelen - de kwaliteit en de continuïteit beter gewaarborgd worden. In juni 2020 heeft het dagelijks bestuur aangegeven een businesscase op te laten stellen door een onafhankelijk adviesbureau

met

betrekking

tot de

vraag

waar

en

hoe

de

samenhangende

objectenregistratie voor de deelnemers het beste belegd kan worden. De kosten voor het uitvoeren van de businesscase zullen binnen de begroting van BsGW opgevangen worden danwel (afhankelijk van de vervolgstappen voortvloeiend uit deze businesscase) worden opgenomen in een projectbegroting. Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel De Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) van de Unie van Waterschappen onderzoekt of het huidige belastingstelsel van de waterschappen op de middellange termijn houdbaar is. Tevens wordt de toekomst van kwijtschelding daarbij onderzocht. Landelijk is de trend zichtbaar dat het aantal huishoudens dat kwijtschelding aanvraagt en krijgt toegekend toeneemt. Dit leidt tot een steeds grotere last bij een beperkt aantal belastingplichtigen. In mei 2018 is het definitieve rapport van de commissie opgeleverd, met voorstellen tot wijziging van de waterschapsbelastingen. Een nieuw belastingstelsel voor de waterschappen gebaseerd op het principe ‘de vervuiler betaalt en de gebruiker betaalt’. Op basis van de bevindingen van de commissie heeft het Uniebestuur in juni 2018 een voorstel voor een nieuw belastingstelsel voorgelegd aan de

pagina 25 van 33

waterschappen. Dit voorstel is op basis van de inbreng van de waterschappen in oktober 2018 nog een keer aangepast, echter in december 2018 bleken de waterschappen niet gelijk te denken over de urgentie van de aanpassingen en de manier waarop het belastingstelsel zou moeten worden aangepast. In de ledenvergadering van de Unie van Waterschappen van 13 december 2019 is besloten dat het traject om tot een aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen te komen een vervolg krijgt. Het vervolgtraject vindt plaats onder aansturing van een bestuurlijke stuurgroep van de 21 waterschappen. Op 6 oktober 2020 heeft de stuurgroep zijn definitieve voorstellen vastgesteld. De voorstellen zijn nu in beraad bij de waterschapsbesturen en in de Ledenvergadering van de Unie van 11 december a.s. zullen de waterschappen erover besluiten. Daarna zal de Unie de minister van Infrastructuur en Waterstaat vragen om het wetgevingstraject te starten. Het zal naar verwachting nog enkele jaren duren voordat er een nieuw stelsel is op basis waarvan de waterschappen en hun belastingorganisaties belasting kunnen heffen. Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde De aanleiding voor een nader onderzoek vormde de vraag welke invloed de waarde van zonnepanelen en andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen heeft op de waardebepaling van een object in het kader van de wet WOZ.

Volgens de Waarderingskamer is het niet mogelijk om zonnepanelen buiten de WOZ-waarde te laten, echter kunnen gemeenten wel zonnepanelen vrijstellen van de onroerendezaakbelasting. BsGW heeft de deelnemers in het najaar 2018 laten weten dat we de zonnepanelen niet in beeld hebben. Zonnepanelen of andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen worden niet apart als onderdeel geregistreerd. Op 4 april 2019 antwoordde de Staatssecretaris van Financiën dat de Gemeentewet op het beleidsterrein ligt van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het daarom niet aan hem is om een dergelijk voorstel te ontwikkelen. Daarom heeft hij het verzoek van de Tweede Kamer om een voorstel te ontwikkelen waarmee zonnepanelen standaard buiten de grondslag van de OZB

gehouden

worden,

overgedragen

aan

het

Ministerie

van

Binnenslandse

Zaken

en

Koninkrijksrelaties. Het Ministerie van BZK gaat samen met de VNG in kaart brengen wat de gevolgen van het buiten de OZB laten van zonnepanelen zijn voor de WOZ-administratie van gemeenten en voor de inwoners. (AB 27-6-2019) Met het oog op een eventuele toekomstige landelijke regeling, in combinatie met de ingewikkelde uitvoering van een vrijstelling voor zonnepanelen, adviseert de VNG om niet op korte termijn tot de vrijstelling over te gaan. Vergroening belastingen Er is momenteel veel aandacht voor het vergroenen van belastingen. Te denken valt hierbij aan begunstigend beleid voor het vaststellen van belastingtarieven indien belanghebbenden maatregelen treffen om bij te dragen aan een beter milieu. Concrete ideeën hierin zijn minder rioolbelasting indien tuinen worden vergroend door bestrating achter wege te laten en het afkoppelen van regenwaterafvoer op het riool.

pagina 26 van 33

Indien deelnemers verordeningen hierop willen aanpassen, is het raadzaam om al in een vroeg stadium aandacht te hebben voor het – in samenwerking met BsGW - in kaart brengen van de (financiële) haalbaarheid en uitvoerbaarheid van deze maatregelen. Het hiervoor genoemde standaardisatietraject mag hierbij niet uit het oog worden verloren. Voor dit moment is het aan te bevelen om in de betreffende verordeningen nog niets vast te leggen met

betrekking

tot

maatregelen

die

de

duurzaamheid

bevorderen.

Er

heerst

nog

te

veel

onduidelijkheid. BsGW adviseert gemeenten om burgers en bedrijven op een andere manier tegemoet te komen indien deze energiebesparende maatregelen nemen. Wanneer nu nog niets in de verordeningen opgenomen wordt kunnen extra bezwaren/beroepen en de mogelijk daarmee samenhangende proceskosten voorkomen worden. Wordt er wel iets vastgelegd in de verordeningen, dan kan er voor beroepsmatig gemachtigden, die zich gespecialiseerd hebben in het voeren van procedures tegen WOZ-waarden, een vruchtbaar klimaat ontstaan. Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB Door een aangenomen amendement (14-11-2018) van Omtzigt op het Belastingplan 2019 hebben gemeenten de vrijheid gekregen om voor sportaccommodaties, dorpshuizen en andere 'instellingen van sociaal belang' het woningtarief voor de OZB te rekenen in plaats van het vaak hogere tarief voor niet-woningen. Deze voorgestelde wetswijzing roept veel vragen op die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Het is namelijk de vraag of de toepassing van het lagere ozb-tarief wel het juiste middel is ter ondersteuning, gelet op de uitvoerbaarheid en mogelijke rechtsongelijkheid die door de maatregel ontstaat. Te meer er ook andere mogelijkheden beschikbaar zijn zoals het verstrekken van een subsidie.

Naar aanleiding van de vragen die hierover zijn gesteld en de reactie van de Minister geeft de VNG aan dat de mogelijkheid bestaat dat er een wetswijziging nodig is om een einde te maken aan de onduidelijkheid. Dit traject heeft een doorlooptijd van ongeveer 2 jaar. Het toepassen van tariefdifferentiatie brengt namelijk financiële risico’s met zich mee en kan leiden tot juridische procedures. Omdat de risico’s thans niet goed te overzien zijn, adviseert de VNG te wachten met het toepassen van tariefdifferentiatie tot de gewenste duidelijkheid er is. Minister Ollongren (BZK) heeft de vragen beantwoord en zij gaat met de VNG op zoek naar mogelijke en wenselijke oplossingen. Dit gebeurt op basis van een inventarisatie van de VNG van de door gemeenten ervaren knelpunten. Feit blijft dat zolang de betreffende wetgeving aan de voorzijde niet wordt afgedicht het risico op een substantieel aantal gerechtelijke procedures en proceskostenvergoedingen hoog is. Archiefwet Archiveren

van

overheidsinformatie

is

niet

vrijblijvend.

De

Archiefwet

verplicht

elke

overheidsorganisatie om haar informatie duurzaam toegankelijk te maken en te houden, en te vernietigen wanneer de bewaartermijn is verlopen. Waarom? Omdat de informatie van belang is bij:

pagina 27 van 33

de uitvoering van onze taken, het afleggen van verantwoording, bewijsvoering/rechtszekerheid t.a.v. burgers en bedrijven, behoud van historisch erfgoed. Een goede, geordende en toegankelijke staat van de archiefbescheiden stelt de organisatie in staat altijd open en transparant te zijn over haar besluitvorming. De Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en de Archiefregeling bevatten kaders waarin deze verplichting nader is uitgewerkt. In 2020 heeft provincie Limburg vanuit haar rol als toezichthouder een onafhankelijke archiefinspectie uitgevoerd. In het advies van het provinciaal toezicht zijn vijf verbeterpunten benoemd, te weten: •

Een werkend kwaliteitssysteem voor het beheer van archiefbescheiden;

•

Een geordende en toegankelijke staat van archiefbescheiden;

•

Een tijdige vernietiging en overbrenging;

•

Een adequate beheer- en bewaaromgeving;

•

Een adequate horizontale verantwoording.

Op dit moment heeft BsGW een aantal actiepunten gericht op optimaal invulling geven aan de Archiefwet. Daarnaast neemt de digitalisering een toevlucht en stellen ook andere (externe) wetten eisen aan ons informatiebeheer. De Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de Wet open overheid (Woo) en de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who) verplicht overheidsorganisaties om de informatiehuishouding op orde te brengen. De bevindingen uit deze inspectie worden opgepakt en waar mogelijk hieruit voortvloeiende kosten zullen worden meegenomen in de ICT-aanbesteding.

pagina 28 van 33

6. Investeringen

MIP 2020 (2021-2025) BsGW

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Totaal

(bedragen x 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

2022-2026

Innovatie en Procesoptimalisatie

300

300

300

300

300

1.500

Totaal BsGW

300

300

300

300

300

1.500

Voor het jaar 2022 is in het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) 2022-2026 een krediet voor innovatie en procesoptimalisatie opgenomen. In het laatste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, benoemt BsGW de deelprojecten voor het investeringskrediet 2022.

pagina 29 van 33

7. Financieel meerjarenperspectief

7.1 Ontwikkeling netto kosten BsGW en bijdragen deelnemers Eén van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van BsGW is kostenreductie. Wat is de toegevoegde waarde van BsGW en wat het heeft opgebracht? In deze paragraaf wordt dit toegelicht vanuit twee invalshoeken: de ontwikkeling van zowel de nettokosten van de organisatie BsGW als de bijdragen aan BsGW van de deelnemers. Ontwikkeling netto kosten BsGW Uitgangspunt voor de begroting van BsGW is altijd geweest: sober en doelmatig. BsGW heeft zich in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van 12% en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar. Daarnaast zijn nog enkele kostenreductieprogramma’s doorgevoerd, waardoor de netto kosten nog eens met € 1,284 zijn gedaald. BsGW heeft dit bewerkstelligd via efficiencyverbeteringen van de werkprocessen en aanbestedingstrajecten. Tevens heeft BsGW kostenverlagingen behaald uit het schaaleffect door het toetreden van nieuwe deelnemers in BsGW voor in totaal 5,675 miljoen. Begroting

Kostenreductie (bedragen x 1.000) 2011 Taakstellende kostenreductie Extra kostenreductie

2012 179

1.171

Schaalvoordeel toetreders 2012

2013 204

2014 282

2015 300

66

Totaal

2016 300

2017 300

2018

10

9

28

2019

2020

2021

1.284

229

229

Schaalvoordeel toetreders 2013

888

Schaalvoordeel toetreders 2014

597 2.665

Schaalvoordeel toetreders 2015

1.485 75

2.739

1.182

1.182

Schaalvoordeel toetreders 2021 Totale kostenreductie

reductie 1.565

1.171

474

1.092

3.543

1.557

310

309

28

0

0

40

40

40

8.523

De totale, cumulatieve verlaging van de netto-kosten in de begroting van BsGW vanaf 2011 loopt op hiermee op tot € 8,523 miljoen in 2021. Bijdragen van de deelnemers Een andere manier om de toegevoegde waarde van BsGW te presenteren, is om ook de uitvoeringskosten van de deelnemende partijen te bekijken, voor de toetreding tot BsGW. Dit voordeel is berekend door de uitvoeringskosten van de toetredende partij volgens de nulmeting te vergelijken met de bijdrage aan BsGW volgens de jaarlijkse bestuursbegroting. Met nulmeting wordt het onafhankelijke onderzoek naar uitvoeringskosten, fte en productieaantallen bedoeld dat bij elke afzonderlijke deelnemer voorafgaand aan de samenwerking is uitgevoerd.

pagina 30 van 33

In de volgende tabel samengevat: Financieel voordeel BsGW Bedragen * € 1.000,-

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Totale bijdrage deelnemers 7.246 8.302 Nulmeting geindexeerd met 1,5% inflatiecorrectie 9.642 10.451 Besparing nettokosten a.g.v. samenwerking 2.396 2.149

11.553

15.840

18.467

18.457

20.067

17.487

17.466

17.527 5.974

27.831 11.991

33.816 15.349

34.323 15.866

34.838 14.771

35.361 17.874

35.891 18.425

C umulatief financieel voordeel deelnemers 2.396

10.519

22.510

37.859

53.725

68.496

86.370

104.795

4.545

In de tabel worden de bijdragen van de deelnemers weergegeven voor wat betreft: -

bijdrage in de netto kosten volgens de vastgestelde begroting(swijzigingen)

-

bijdrage in de implementatiekosten bij toetreding, incl. het Libel-traject

-

aanvulling weerstandsvermogen

Er is in dit overzicht geen rekening gehouden met de eenmalige en/of tijdelijke kosten die noodzakelijk waren om de samenwerking te realiseren (frictiekosten deelnemer). Deze totale bijdragen worden afgezet tegen de uitvoeringskosten van de deelnemers vóór de toetreding tot BsGW, geïndexeerd met 1,5% inflatiecorrectie per jaar. Structureel wordt vanaf 2015 een jaarlijkse reductie van de uitvoeringskosten gerealiseerd rond € 16 miljoen voor alle deelnemers ten opzichte van hun oorspronkelijke uitvoeringskosten. Het totale, cumulatieve voordeel loopt tot en met 2019 op tot ruim € 104 miljoen. Toekomstige kostenbesparingen Ondernemings- en ontwikkelplan 2018-2020 BsGW voert, naast de reguliere bedrijfsvoering, momenteel een separaat traject uit, zijnde het ondernemings- en ontwikkelingsplan BsGW 2018-2020 (AB 14-12-2017). Na een fase van groei is het aantal deelnemers in het samenwerkingsverband BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen in het laatste jaar geconsolideerd. Na de verzelfstandiging in 2011 groeide BsGW in slechts vier jaar tijd uit naar het huidige samenwerkingsverband waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers vraagt om een herijking van de organisatie. Herijking binnen BsGW zal fundamenteel ingrijpen in de huidige structuur en werkwijze.

Tegelijkertijd is actie vereist om de verbetering en continuïteit van de werkprocessen te borgen. Voor dit ontwikkeltraject is in eerste instantie een investerings- en ontwikkelbudget benodigd van € 4 miljoen. De dekking voor deze investering kan worden gevonden in de op termijn te realiseren structurele reductie van de netto-kosten. Zoals uit het ondernemingsplan blijkt, committeert BsGW zich aan een taakstellende formatiereductie van 20 fte. Dit leidt uiteindelijk tot een verlaging van de bijdrage voor de deelnemers van € 1,3 miljoen op jaarbasis. Eind 2024 zal de formatiereductie 100% geeffectueerd zijn. In de jaren 2025-2027 wordt deze formatiereductie ingezet als dekking voor de projectkosten OOP. Vanaf 2028 zal deze structurele personele kostenreductie leiden tot lagere bijdragen van de deelnemers.

pagina 31 van 33

Het ondernemingsplan raakt de meerjarenbegroting 2022-2026 van BsGW daarom niet en vormt daarmee geen onderdeel van deze kadernota 2022.

7.2 (Financiële) effecten kadernota 2022 De basis voor de begroting 2022 is de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde meerjarenbegroting 20212025, rekening houdend met de nieuwe wijze van kostenverdeling (AB 25 juni 2020). Per saldo stijgen de netto-kosten 2022, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 1,846 miljoen ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de volgende posten: •

Loonindexering € 403 duizend;

•

Indexering goederen en diensten € 150 duizend;

•

Proceskostenvergoeding € 960 duizend;

•

Regieportaal € 333 duizend.

In de volgende tabel worden de ontwikkelingen en kostenreducties voor 2022 weergegeven, waar mogelijk zijn de financiële effecten hiervan gekwantificeerd.

Ontwikkelingen begroting 2022

Effect op netto kosten 2022 t.o.v. begroting 2021

Zekere ontwikkelingen - Indexering salarissen en inflatie

+ € 553.000,-

- Proceskosten

+ € 960.000,-

- Stimuleringsregeling

kostenneutraal

- Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase regieportaal

+ € 333.000,-

- Visie op Dienstverlening

geen

- Informatievoorziening en ICT

onbekend

- Standaardisatie

onbekend

Mogelijke ontwikkelingen - Beleid COVID-19: opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente

- € 800.000,-

- Fiscale vereenvoudingswet

vooralsnog niet

- Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister - Verruiming gemeentelijk belastinggebied - Omgevingswet - Samenwerking nieuwe deelnemers - Uniforme (samenhangende) objectenregistratie (SOR - Unie van Waterschappen: onderzoek belastingstelsel

+ € 250.000,- + 1 fte min. vooralsnog niet onbekend vooralsnog niet onbekend onbekend

- Waardering zonnepanelen voor de WOZ waarde

vooralsnog niet

- Vergroening belastingen

vooralsnog niet

- Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB

vooralsnog niet

- Archiefwet

onbekend

pagina 32 van 33

Bijlage 1: producten-aantallen kostenverdeelmethode Verdeelsleutels per deelnemer

aantal aanslagregels

aantal WOZobjecten

aantal biljetten

aantal klantcontacten

aantal aanslagregels parkeerbelasting

aandeel in de productkosten

aandeel in de productkosten (GDI)

Gemeente Beek

31.000

8.250

15.000

3.442

0

1,09%

0,55%

Gemeente Beekdaelen

70.717

17.887

36.552

7.617

0

2,38%

1,21%

Gemeente Beesel

26.851

7.628

8.311

2.833

0

0,98%

0,50%

Gemeente Bergen

24.650

6.500

9.100

2.800

0

0,87%

0,44%

Gemeente Brunssum

65.100

16.350

18.800

6.073

0

2,15%

1,09%

Gemeente Echt-Susteren

66.115

17.500

14.000

6.698

0

2,30%

1,17%

Gemeente Eijsden-Margraten

108.165

13.247

50.278

5.217

0

2,08%

1,06%

Gemeente Gennep

45.426

8.507

14.826

3.595

0

1,21%

0,62%

Gemeente Gulpen-Wittem

25.204

7.741

7.475

3.012

0

0,99%

0,50%

Gemeente Heerlen

209.000

54.700

59.500

18.515

6.100

7,51%

3,81%

Gemeente Kerkrade

147.101

28.106

50.707

8.481

716

3,86%

1,96%

Gemeente Landgraaf

80.300

19.750

23.700

7.918

0

2,64%

1,34%

Gemeente Leudal

50.500

18.000

17.000

7.634

0

2,28%

1,16%

Gemeente Maasgouw

50.000

12.500

14.900

5.054

0

1,67%

0,85%

Gemeente Maastricht

276.000

69.600

69.750

25.316

0

9,15%

4,64%

Gemeente Meerssen

76.686

9.572

10.477

4.190

900

1,61%

0,82%

Gemeente Mook en Middelaar

16.184

4.221

11.319

1.633

0

0,55%

0,28%

Gemeente Nederweert

31.350

8.200

14.100

3.400

0

1,08%

0,55%

Gemeente Peel en Maas

59.200

22.100

21.900

8.983

0

2,77%

1,40%

Gemeente Roerdalen

38.500

11.000

13.000

4.493

0

1,43%

0,73%

Gemeente Roermond

100.500

30.000

36.500

11.575

4.000

4,14%

2,10%

Gemeente Simpelveld

22.550

5.700

6.600

2.270

0

0,76%

0,38%

Gemeente Sittard-Geleen

212.000

51.900

70.500

19.554

4.325

7,19%

3,65%

Gemeente Stein

71.500

12.900

12.500

5.330

0

1,86%

0,95%

Gemeente Vaals

33.100

6.300

15.600

2.050

0

0,86%

0,43%

Gemeente Valkenburg

26.735

9.846

8.665

3.465

0

1,21%

0,61%

Gemeente Venlo

165.000

56.000

53.000

51.500

17.000

9,83%

4,99%

Gemeente Voerendaal

25.300

6.250

7.300

2.634

0

0,84%

0,43%

Gemeente Weert

74.181

25.079

25.902

10.106

4.235

3,49%

1,77%

Waterschap Limburg

1.800.000

0

594.000

198.500

0

21,23%

60,00%

Totaal verdeelsleutels BsGW

4.028.915

565.334

1.311.262

443.887

37.276

100%

100%

pagina 33 van 33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9931054/1