CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2022 GR RUD LN

Gemeenteraad 8 juni 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2020 RUD inclusief meerjarenbegroting 2023-2025 RUD;5.789 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

KADERNOTA RUD LIMBURG NOORD 2022

20 oktober 2020

1.

Inleiding

De Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN) is een samenwerkingsverband tussen de 15 gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en de provincie Limburg. De RUD Limburg Noord is sinds 1 januari 2018 een gemeenschappelijke regeling (GR). In de Wet gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat het Algemeen Bestuur voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders toestuurt naar de raden en staten van haar deelnemers. In de voorliggende kadernota 2022 zijn de uitgangspunten voor de begroting 2022 opgenomen. De (vak)inhoudelijke ontwikkelingen die in de nota zijn geschetst, zijn door de kennisgroepen van de RUD Limburg Noord in beeld gebracht. Deze kennisgroepen bestaan uit medewerkers van de verschillende partners met deskundigheid op een bepaald domein, bijvoorbeeld bodem. Verder hebben de financieel adviseurs van de aangesloten partners hun bijdrage geleverd aan het document c.q. hun reactie gegeven. Vervolgens is het concept voorgelegd aan de lijnmanagers van de partners. Het eindresultaat vormt daarmee een integraal beeld waaraan alle geledingen van de RUD Limburg Noord hun bijdrage hebben geleverd. De ontwerpbegroting 2022 zal vervolgens worden opgesteld en uiterlijk 1 april aan de raden en staten worden toegezonden. 2.

Doelstelling, takenpakket en werkwijze RUD LN In het beslisdocument van de GR RUD Limburg Noord (21 december 2017 in AB) zijn de missie en visie opgenomen die richtinggevend zijn voor de organisatie van de RUD Limburg Noord. Missie De deelnemers aan de RUD LN hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken en de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. Visie De RUD Limburg Noord is een innovatieve, slagvaardige en efficiënte organisatie, die bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit, gezondheid en veiligheid van de leefomgeving en aan de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De dienstverlening wordt o.a. verbeterd door: • Een ‘level playing field’ (gelijke benadering en behandeling onder de RUD LN); • Minder toezichtlasten door efficiënte en innovatieve toezichtmethoden. De RUD Limburg Noord is daarbij een flexibele organisatie die zich verhoudt tot de ontwikkelingen in de omgeving en hiervoor samenwerkt met ketenpartners. De RUD Limburg Noord draagt zorg voor de uitvoering van tenminste het wettelijke basistakenpakket als bedoeld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Daarnaast kan een deelnemer de uitvoering van het milieutakenpakket voor niet RUD inrichtingen, het WABO takenpakket (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) en desgewenst APV (Algemene Plaatselijke Verordening) en bijzondere wetten onderbrengen bij de RUD Limburg Noord. De feitelijke uitvoering van de taken die bij de RUD Limburg Noord zijn “ondergebracht” gebeurt door medewerkers van de deelnemers. Ze werken samen aan de realisering van het jaarlijks door het Algemeen Bestuur vastgestelde regionale uitvoeringsprogramma. Ambitie De RUD Limburg Noord: wil een vanzelfsprekende deskundige partner in de regio zijn voor het bereiken van de (kern)doelen van de Omgevingswet;

2

-

-

zit bij de partners aan tafel en werkzaamheden worden in gezamenlijkheid uitgevoerd. De RUD kan daarbij flexibel inspringen op veranderende behoeften vanuit haar deelnemers; groeit van de uitvoeringsdienst zoals we nu zijn naar dé omgevingsadviseur in brede zin binnen onze leefomgeving, die input levert aan beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving en tot slot procesoptimalisatie. Dit met een organisatievorm die passend is bij de beschreven rol. De inhoud van het werk en te leveren kwaliteit is daarbij altijd leidend; voert uit op een ondernemende, innovatieve, betrouwbare én uitdagende manier.

Werkwijze Voor de uitvoering van VTH-taken wordt gebruik gemaakt van de expertise die aanwezig is bij de deelnemers. Daarbij blijft het loket voor het indienen van vergunningaanvragen, meldingen en klachten en besluitvorming over vergunningen en handhavingszaken bij de individuele deelnemers. Om kwaliteit van uitvoering en onderlinge afstemming te borgen is er een coördinatiecentrum in dienst van de RUD Limburg Noord. Het coördinatiecentrum ondersteunt en faciliteert de partners, coördineert werkzaamheden en opleidingen.

3. Beleidskaders en ontwikkelingen De kadernota voor 2022 wordt in november 2020 door het Dagelijks Bestuur en in december 2020 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. In onderstaande paragrafen zijn de beleidskaders benoemd die een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van de VTH-taken door de RUD Limburg Noord en haar deelnemers (zoals in hoofdstuk 2 benoemd). 3.1 Landelijke ontwikkelingen Omgevingswet en takenpakket De Omgevingswet is een onderdeel van het stelselherziening waarbij het doel van deze wet is om beter te kunnen inspelen op de dynamiek in de fysieke leefomgeving en in onderlinge samenhang: a. Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van de maatschappelijke behoefte. De Omgevingswet heeft een grote impact op de manier van werken, de cultuur, het juridisch en technisch instrumentarium en heeft grote gevolgen voor de bevoegde gezagen en organisaties die bij de wet betrokken zijn. De wet beoogt het vergroten van de inzichtelijkheid en het gebruikersgemak, het versnellen van de besluitvorming, meer lokale afwegingsruimte en een samenhangende benadering. Ook vraagt het om een andere manier van denken. Van “nee tenzij” naar “ja mits”.

Hoewel het dus gaat om een beleidsmatige ontwikkeling, zal het ook een grote impact hebben op de uitvoering van taken. Om er zorg voor te dragen dat de gemeentelijk en provinciale medewerkers hierop zijn voorbereid, wordt door de RUD Limburg Noord ingezet op een drietal opleidingstrajecten die ook in 2022 door zullen lopen: a) Europese aanbesteding opleidingen vanuit ODNL Academie. b) Train de Trainer Omgevingswet. c) Afstemming trainingen Omgevingswet bij de partners van de RUD Limburg Noord. In 2022 zal de aandacht gericht zijn om de wijzigingen in de landelijk eisen, verwoord in kwaliteitscriteria, die aan de deskundigheid van medewerkers worden gesteld, te toetsen. Met de Omgevingswet wijzigt waarschijnlijk ook de samenstelling van het basistakenpakket. De exacte veranderingen hiervan zijn nog niet in beeld. Discussie gaat nu nog over de “minder” milieubelastende activiteiten (meldingsplichtige-) activiteiten. Deze activiteiten zijn laag geprioriteerd in de regionale probleem- en risicoanalyse en zullen naar alle waarschijnlijkheid geen grote gevolgen hebben op het totale uitvoeringsprogramma.

3

In 2020 is besloten dat de Omgevingswet niet per 1 januari 2021 in werking zal treden. Het uitstel is nodig omdat het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) niet op tijd gereed is en de implementatie van de Omgevingswet, ook door de Coronacrisis, vertraagt. Vooralsnog geldt als nieuwe datum voor de inwerkingtreding 1 januari 2022. Het uitstel geeft ons ook meer tijd om ons samen met partners voor te bereiden op de Omgevingswet. Ketensamenwerking Het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO) in Limburg voert bestuurlijke regie uit op onder andere ketensamenwerking. De RUD Limburg Noord is hierin vertegenwoordigd door de voorzitter van het DB/AB. De ondersteuning vindt plaat door het Ambtelijk Platform Omgevingsrecht (APO) waarin de RUD Limburg Noord vertegenwoordigd is. In 2022 wordt het platform verder geprofessionaliseerd middels het continueren en structureren van casus overleggen en het periodiek gegevens overleggen (POG) tussen ketenpartners. Met behulp van risicogerichte aanpak kunnen gezamenlijk met de ketenpartners prioriteiten en risico’s worden aangepakt. Het reeds gestarte project Gebiedsgericht handhaven (GGH), een samenwerking met de keten partners NVWA, RVO en het waterschap over de mestketen wordt naar waarschijnlijkheid voorgezet.

Doel van deze samenwerking is om de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren door samenwerking en uitwisseling van gegevens op het vlak van toezicht in de mestketen. In dit project wordt data gestuurd werken in de praktijk gebracht. De ervaringen hiermee zullen naar verwachting leiden tot een geheel andere benadering van reguliere taken. Uitdagingen die naast de mestketen gezamenlijk worden opgepakt zijn de aanpak van drugsdumpingen, asbest, externe veiligheid, afval en samenwerking strafrecht-bestuursrecht en het volgen van de landelijke handhavingsstrategie. Omgevingsdienst NL (ODNL) De RUD Limburg Noord is lid van deze vereniging van directeuren van 29 Omgevingsdiensten. De ODNL heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een platform dat ondersteuning biedt aan de aangesloten diensten, landelijke projecten coördineert, subsidie voor bepaalde projecten verdeeld, kennis ontwikkelt (kennisnet) en gesprekspartner voor ministerie (I&W) en VNG is. De ODNL wordt steeds vaker aangesproken als landelijke autoriteit omdat kennis op het vakgebied geconcentreerd is bij 29 diensten met samen zo’n 5000 deskundige medewerkers. Er is een transitieproces gestart. In 2021 zal er een centraal programmabureau worden opgezet om de werkzaamheden effectiever te kunnen uitvoeren.

In ODNL verband nemen medewerkers van Omgevingsdiensten deel aan diverse ontwikkelingen: Omgevingswet en DSO Modernisering van het VTH instrumentarium Toekomstige onderwerpen Meerjarenagenda omgevingsveiligheid De RUD LN participeert niet alleen op directieniveau, maar ook op medewerkersniveau. Om actief invloed uit te oefenen, kennis te verdiepen en middelen te ontsluiten zal er ingezet worden op meer deelname van medewerkers c.q. managers vanuit ons netwerk. Daarnaast brengt een centraal programmabureau en de uitbreiding van taken meer kosten met zich mee. Dit betekent dat de contributie van de ODNL verhoogd wordt. De ODNL voert onderling de zogenaamde collegiale toetsen uit. Dit is een aanvulling op onderzoek dat het Rijk zelf doet naar het functioneren van het stelsel van Omgevingsdiensten. In 2021 vindt wederom zo’n toets plaats. Momenteel doet de commissie Van Aartsen in opdracht van het ministerie onderzoek naar de toekomst van het VTH-stelsel. De resultaten daarvan worden in 2021 verwacht en worden gebruikt

4

voor de nieuwe VTH-agenda van het Rijk. Dit zal in 2022 tot aanpassingen bij de Omgevingsdiensten kunnen leiden. Naar verwachting heeft dit echter geen financiële consequenties. Gezamenlijk VTH-systeem Om de informatievoorziening voor de uitwisseling van werkzaamheden en de monitoring op kwaliteit en kwantiteit te borgen is het noodzakelijk om te beschikken over een gezamenlijk VTH systeem. In oktober 2018 is de realisatie en het onderhoud hiervan gegund aan ROXIT BV. In de aanbestedingsprocedure is rekening gehouden met de mogelijkheid om alle Limburgse overheidsorganisaties aan te laten sluiten op deze applicatie, Squit 20/20. Met de implementatie van het VTH systeem is onze regio klaar voor de omgevingswet op ICT vlak. In de originele planning zou de RUD Limburg Noord in 2019 over gaan op Squit 20/20. Het is echter inmiddels duidelijk dat aansluiting van de RUD Limburg Noord doorschuift naar 2021 omdat de leverancier niet tijdig kan voldoen aan de opgegeven specificaties. Vanaf het moment dat de RUD Limburg Noord is aangesloten, kunnen medewerkers die werkzaamheden voor de RUD Limburg Noord uitvoeren, gebruik maken van het VTH-systeem. Het gebruik krijgt, bij iedere nieuwe aansluiting van een partner, een impuls. Vanaf het moment dat individuele gemeenten over zijn, maken zij gebruik van de gestandaardiseerde en geüniformeerde processen en documenten.

Daarmee nemen ook de mogelijkheden voor voortgangsbewaking, monitoring en kwaliteitsborging toe, welke vertaald kunnen worden naar dashboards. Vooralsnog wordt er uitgegaan van aansluiting van alle NoordLimburgse gemeenten in 2021. Na aansluiting ervaren de VTH-medewerkers profijt, doordat bij uitwisseling van werkzaamheden dossiers niet meer opgehaald hoeven te worden en gegevens vanuit de eigen locatie bijgewerkt kunnen worden. Naast de implementatie van het VTH systeem wordt de aankomende tijd ook meer naar innovatieve manieren van toezicht gekeken. Denk bijvoorbeeld aan het uitbreiden van de checklists voor het uitvoeren van controles én het kunnen inlezen van logsystemen van installaties, waardoor minder fysieke controles uitgevoerd hoeven te worden. Inspectieview Milieu Landelijk is besloten dat alle Omgevingsdiensten zouden moeten aansluiten bij inspectieview milieu. Op deze manier kan er nog meer vorm gegeven worden aan ketensamenwerking. De gegevensuitwisseling tussen diverse overheidsinstanties en de uit te voeren controles worden op deze manier vereenvoudigd waardoor er ook efficiënter gewerkt kan worden. De RUD Limburg Noord kan pas aansluiten indien Squit 20/20 is geïmplementeerd en deze voorziet in de mogelijkheid tot aansluiting. Het Rijk wil echter de abonnementskosten fors laten stijgen, een verdubbeling t.o.v. de eerdere ramingen.

Omgevingsdienst NL is momenteel in gesprek met Inspectieview Milieu en met het Rijk over de effectiviteit van het systeem, de “vrijblijvendheid” van organisaties tot aansluiting en de financiering van de beoogde verhoging van het abonnement. 3.2 Vakinhoudelijke ontwikkelingen Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Door de toenemende complexiteit in de bouw vindt men dat een herziening van het huidig stelsel van kwaliteitsborging noodzakelijk is. De Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen gaat gelijk met de nieuwe Omgevingswet in. De wet moet enerzijds de bouwkwaliteit een impuls geven, maar anderzijds geen verdere juridisering of kostenverhoging in de hand werken. Met het wetsvoorstel wordt de positie van de particuliere en zakelijke bouwconsument versterkt. De invoering van deze wet betekent dat de technisch-inhoudelijke toetsing aan en toezicht op het Bouwbesluit 2012 voor de gemeenten grotendeels vervalt en er een aantal voornamelijk

5

administratieve taken bijkomen. De bevoegde gezagen zijn verantwoordelijk voor deze taken. De provincie en enkele gemeenten hebben deze taken ingebracht in de RUD Limburg Noord. In de loop van 2021 wordt duidelijk wat dit voor de RUD Limburg Noord betekent in rol, financiën en formatie. De RUD Limburg Noord gaat hierover in gesprek met de bevoegde gezagen. We verwachten in 2022 een afname en transformatie van de formatie voor bouwtaken (vergunningverlening en toezicht) bij de gemeenten en provincie. De impact op de begroting van de RUD Limburg Noord is beperkt, behalve in de ondersteunende, faciliterende en organiserende rol bij de bevoegde gezagen. Voor wat betreft leges zullen partners voornamelijk de gevolgen voor de bouwleges zichtbaar moeten maken in hun begrotingen. Energie Intensivering van energiebesparing en het vergroten van het aandeel duurzaam opgewekte energie zijn belangrijke speerpunten van overheden. Energie en duurzaamheid zijn beleidsmatig met elkaar verbonden. In de uitvoeringspraktijk ligt de focus tot op heden bij het aspect energie. Het is nog onduidelijk hoe en op welke termijn het aspect duurzaamheid in de uitvoeringspraktijk opgenomen gaat worden. Het Klimaatakkoord verlangt dat de inspanningen van bedrijven op het gebied van energiebesparing en het toezicht worden geïntensiveerd.

De toename van regelgeving op klimaataspecten leidt tot meer werk op het gebied van energietoezicht. Vanuit het rijk zijn voor het toezicht in 2020 en 2021 extra middelen (VUE-regeling1) ter beschikking gesteld. Voor 2022 zal de uitvoering op dit onderwerp binnen de RUD Limburg Noord beter geborgd dienen te zijn. In de op 30 september 2020 bij het rijk ingediende concept RES NML is opgenomen dat energiebesparing en kleinschalige opwek 25% van de opgave invult. Voor een deel van deze opgave staat het bedrijfsleven aan de lat. Voor een gezamenlijke aanpak van het energietoezicht in de RUD Limburg Noord is een kennisgroep energie gevormd waarin de energiespecialisten van de diverse partners zitting hebben. Tot nu toe is de insteek van het energietoezicht voornamelijk adviseren en ondersteunend geweest naar de bedrijven. Echter om de klimaatdoelstellingen te halen, zal het op enig moment noodzakelijk zijn om handhavend te gaan optreden naar bedrijven die niet voldoen aan de gestelde energiebesparingseisen. In de uitvoeringsprogramma’s geven de gemeenten aan waar specifieke energiecontroles plaatsvinden. De RUD Limburg Noord coördineert de opleidingsbehoefte, bewaakt kwaliteit en ondersteunt de uitvoering. De beschikbare capaciteit en het aantal controles hangt echter af van de inbreng van de partners zelf in het uitvoeringsprogramma.

Bodem, overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2022 zullen taken en bevoegdheden vanuit de huidige Wet bodembescherming (wbb) van provincies naar niet-bevoegd gezag gemeenten verschuiven. De gemeenten worden daarmee verantwoordelijk voor de bodemkwaliteit en de sanering van bodemverontreiniging. Ook kent de Omgevingswet nieuwe bodemtaken. De gemeenten krijgen zodoende meer taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Daarnaast zullen de gemeenten potentieel extra risico lopen door de verschuiving van verantwoordelijkheden als verantwoordelijke saneerders niet aan hun financiële verplichtingen (kunnen) voldoen.

1

VUE = Versterkte Uitvoering Energiebesparing

6

In juli 2020 is in een samenwerkingsverband van de 15 gemeenten binnen de RUD Limburg Noord, het Rijk en provincie door een extern bureau een rapport afgerond dat een eerste aanzet vormt om de overdracht van taken in goede orde te laten verlopen. In het rapport is geadviseerd om samen op te trekken bij de overdracht. Dit zal naar schatting 2 f.t.e. voor 2 jaar kosten, echter als gemeenten dit ieder voor zich gaan doen zullen de kosten een veelvoud hiervan zijn. Verder is geadviseerd om de informatievoorziening met bijbehorende ICT-voorziening (Bodem Informatiesysteem (BIS) gezamenlijk te organiseren teneinde daarmee efficiency en de noodzakelijke kwaliteit te bereiken. De structurele consequenties zijn op dit moment nog niet volledig in te schatten, maar duidelijk is dat er meer taken, dus meer werk op de gemeentes af komt. De kennisgroep bodem van de RUD Limburg Noord staat in contact met het extern bureau en zal een advies opstellen. Voor de RUD Limburg Noord betekent dit dat zij zal ondersteunen bij de opzet van de uitvoeringsprogramma’s om deze taken en de impact in beeld te krijgen en mede vorm te geven aan de uitwisseling van de capaciteit conform de kwaliteitscriteria. Wellicht dat er een spanningsveld zal ontstaan tussen de beschikbare middelen bij de bevoegde gezagen en de taakinbreng van de bevoegde gezagen.

De RUD Limburg Noord zal verder zorgdragen voor het opleiden van de medewerkers. Zeer zorgwekkende stoffen Er ontstaat steeds meer zicht op de impact van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), waaronder PFAS, voor mens en natuur. Om aantasting van gezondheid en omgeving te voorkomen zal bij vergunningverlening en toezicht hieraan steeds meer aandacht worden gegeven. Een goede registratie van bedrijven en toegepaste stoffen is noodzakelijk. In de loop van de tijd kan zo ook worden gevolgd of toepassing ervan wordt beperkt. ZZS herkennen en beoordeling ervan maken deel uit van de reguliere VTH-werkprocessen. Vanwege het grote aantal stoffen en de complexiteit van het beoordelen in de bedrijfsprocessen wordt hier vanaf 2020 extra aandacht aan gegeven. De RUD Limburg Noord faciliteert het maken van samenwerkingsafspraken met partners, inbedding in werkprocessen en checklists, rapportages en monitoring en organiseert opleiding van medewerkers. Voormalig Programma Aanpak Stikstof (PAS) Met de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 is de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) komen te vervallen. Voor veel initiatieven is de vergunningverlening en toetsing van de gevolgen op natuur tijdelijk vrijwel volledig tot stilstand gekomen. Dit heeft grote gevolgen voor nieuwe ontwikkelingen in landbouw (veehouderijen), industrie maar ook voor bouwen en infrastructuur.

De landelijke overheid, provincies en partijen zoals VNG hebben gewerkt aan beleid en maatregelen om de vergunningverlening en ontwikkeling weer op gang te krijgen. De RUD Limburg Noord volgt de beleidsontwikkelingen, regelgeving en jurisprudentie. Waar nodig worden de medewerkers gefaciliteerd voor aanvullende opleidingen. Lucht/veehouderijen Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) stopt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ook de aanpak van de zogenaamde knelpuntbedrijven zal hiermee wijzigen. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet veranderen verder een aantal regels rond luchtkwaliteit. /veehouderijen. Dit zal gevolgen hebben voor de luchtkwaliteitsbeoordelingen bij de vergunningverlening voor veehouderijen. De provincie Limburg wil voor de komende jaren in Limburg een aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgeving creëren en koersen op een transitie naar duurzaam ruimtegebruik waarin ruimte is voor een innovatieve landbouw en plattelands economie. De transitie van het buitengebied is feitelijk al gaande met de stoppersregeling, warme sanering varkenshouderijen, nertsenverbod, ketenafspraken, gebiedsgerichte opkoop stikstof, ontwikkeling innovatieve systemen en kringlooplandbouw. Deze ontwikkeling zal ook gevolgen hebben voor de toezichts- en

7

vergunningstaken. Als RUD Limburg Noord proberen we hier tijdig op in te spelen en bij aan te sluiten. Asbest Na het afwijzen van het asbestdakverbod door de Eerste Kamer der Staten-Generaal zakte de markt even iets in. Dit was van korte duur omdat de woningbouwverenigingen toch de noodzaak inzagen om hun woningen geheel dan wel grotendeels asbestvrij te krijgen. Wij zien dat er reeds diverse toepassingen op een andere wijze verwijderd mogen worden dan de regelgeving een jaar geleden nog voorschreef. Deze ontwikkeling zal zich waarschijnlijk doorzetten en er zal, zeker op het gebied van asbesthoudende golfplaten, een kentering volgen. Er wordt gesproken over een nieuwe poging van de minister om het asbestdakverbod in te voeren. De twee voornaamste punten waarom de Eerste Kamer haar eerste voorstel afwees waren de haalbaarheid van het jaar 2024 en de kosten die de eigenaren moet betalen om hun dak(en) te laten saneren. Om deze kosten te drukken wordt er nu nagedacht over een soort deelcertificaat waarbij bijvoorbeeld gerenommeerde dakdekkers onder versoepelde omstandigheden ook asbesthoudende golfplaten mogen saneren. Een andere is om het door een particulier zelf te verwijderen oppervlakte te vergroten naar 40 tot 50m2 per kadastraal perceel.

Beide geven meer werking op de markt waarop er meer sloopmeldingen zullen worden ingediend en zo meer toezicht verwacht wordt vanuit het bevoegd gezag. De afgelopen jaren is er meer en meer geïnvesteerd in de kennis op het gebied van asbest binnen de diverse omgevingsdiensten. Zo werken er meer mensen die zelf de daadwerkelijke asbestsaneringen en/of asbestinventarisaties hebben uitgevoerd nu als toezichthouder, zij nemen veel praktijkkennis mee en delen deze graag met hun collega’s, niet alleen binnen hun eigen RUD maar ook daarbuiten. Daarnaast zien wij een toename van ketenoverleg met instanties als TNO, Ascert, de (milieu)politie en ISZW. Een mogelijke versoepeling van de regelgeving betekent niet dat er minder werk voor de gemeentelijke toezichthouders zal volgen. Eerder zal er, ondanks een uitbreiding van het aantal inspecteurs bij de ISZW, juist meer werk voor deze gemeentelijke toezichthouders ontstaan, aangezien zij vaak als eerste op locatie zijn en middels kundig toezicht de fouten in de daar uitgevoerde werkzaamheden herkennen en een halt toeroepen. Geluid Bij het in werking treden van de Omgevingswet wordt de wet- en regelgeving over het milieuthema geluid ingrijpend gewijzigd.

Voorkomen van onbeheerste groei van het geluid door verbetering van de bewaking van geluidniveaus en bescherming tegen cumulatie van geluid van verschillende geluidbronnen staat daarbij voorop. De gemeenten krijgen er een aantal geluidtaken bij; echter lokaal doen wat lokaal kan (Ow) betekent ook lokaal méér doen. Er zal meer informatie-uitwisseling tussen afdelingen en andere bestuursorganen moeten gaan plaatsvinden. Verder moet er een landelijk geluidregister komen. Hierdoor zullen meer geluidrekenmodellen, geluidrapportages en actieplannen moeten worden opgesteld. Bij het nemen van besluiten geldt een motiveringsplicht. Verwacht mag worden dat dit een significante toename van de benodigde uren van de geluidspecialisten zal vragen. Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid gaat over de risico’s van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen, de veiligheid van inrichtingen en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. Provincie en gemeenten zijn bevoegd gezag voor omgevingsbesluiten, waarin de veiligheidsrisico's voor de burgers meegewogen worden in de besluitvorming. Daarnaast is er een gezamenlijke

8

verantwoordelijkheid in het juist informeren van burgers over de veiligheidsrisico's middels de risicokaart (www.risicokaart.nl). In de besluitvorming wordt gebruik gemaakt van de expertise van de RUD Limburg Noord en de Veiligheidsregio Limburg-Noord. De expertise omgevingsveiligheid binnen de regiogemeenten en de RUD in het bijzonder, is opgebouwd met behulp van Rijksmiddelen. Na 2020 zal de financiering plaatsvinden in de vorm van een decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds. Het doel van het regionale uitvoeringsprogramma Omgevingsveiligheid is, om in de komende jaren voldoende middelen (en formatie en kennis) te behouden binnen de RUD Limburg Noord voor de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van de omgevingsveiligheid. De regionale behoefte aan beschikbare expertise en aan gezamenlijke uitvoering van taken wordt in een uitvoeringsprogramma vastgelegd. Zodoende kan de capaciteit en kwaliteit die binnen de RUD Limburg Noord op het gebied van omgevingsveiligheid aanwezig is, doelmatig worden ingezet. Hierdoor wordt ook bereikt, dat de partners kunnen voldoen aan de landelijk geformuleerde kwaliteitscriteria 2.2. 3.3 Organisatie ontwikkelingen De hierboven geschetste ontwikkelingen hebben invloed op het takenpakket dat binnen RUDverband wordt georganiseerd.

Over de wijze waarop deze taken het best kunnen worden georganiseerd blijft de RUD in dialoog met haar deelnemers. Uitwerking evaluatie RUD Limburg Noord Het evaluatierapport werd op 13 februari 2020 besproken door medewerkers, gemeentesecretarissen, lijnmanagers en bestuurders, die allen betrokken zijn bij de RUD Limburg Noord. Op bijna alle punten werden de aanbevelingen van Lysias onderschreven of zelfs nog aangevuld. We zijn op de goede weg en willen als netwerk verder, maar we moeten wel effectiever samenwerken. Het Algemeen Bestuur verstrekte, middels de unaniem onderschreven “Verklaring van Groot Buggenum” opdracht voor de uitwerking van de hiervoor benodigde maatregelen en acties. Vanaf 2021 zijn hiervoor ook in de begroting extra middelen opgenomen. De uitwerking van de maatregelen werd door een projectorganisatie ter hand genomen. Op 18 september 2020 werd het eindresultaat aan het Dagelijks Bestuur gepresenteerd en op 8 oktober 2020 in het Algemeen Bestuur. In het kort gaat het om de volgende zaken: 1. Bestuurlijke maatregelen Het Algemeen bestuur stuurt meer op hoofdlijnen en stelt het Dagelijks Bestuur in staat de operatie aan te sturen. Daarom gaat de frequentie van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur terug van vier naar twee vergaderingen.

Hiervoor in de plaats komen echter twee themavergaderingen om ruimte te bieden voor een open discussie over diverse thema’s en om goed in te kunnen spelen op ontwikkelingen in de keten, de wetgeving of in de omgeving. Het bestuur ziet het uitvoeringsprogramma (UP) voortaan als “contract” en draagt het Dagelijks bestuur op om te sturen op tijdige en volledige realisatie. 2. Adviesraad De adviesraad gaat een minder prominente rol spelen. De gemeentesecretarissen en de directeur van de provincie die hier zitting in hebben houden wel contact met de directeur van de RUD Limburg Noord. Zo nodig benaderen ze elkaar actief als de situatie hierom vraagt. 3. Het uitvoeringsprogramma (UP)

9

De planning voor het UP wordt “naar voren” gehaald zodat het voor de start van een uitvoeringsjaar is vastgesteld in het Algemeen Bestuur. Ook wordt er een andere werkwijze gehanteerd waardoor de werkverdeling een integraal onderdeel gaat vormen van het UP. Daarnaast wordt er in het UP ook gekeken naar de andere taken (die niet worden ingebracht), zodat er beter kan worden gestuurd op de personele inzet. Uiteraard blijft het bevoegd gezag (de partners) zelf de inhoud van het UP bepalen. 4. Kennisgroepen Naast de uitwisseling van kennis biedt hun aanwezigheid de kans om op deelthema’s (b.v. bodem, omgevingsveiligheid, asbest, veehouderij, lozingen) programma’s te ontwikkelen en deze in het UP op te nemen. Er wordt een splitsing gemaakt in kennisplatforms, puur voor uitwisseling en ontmoeten bedoeld, en deskundigenpools. Deze laatste groepen krijgen een specifieke opdracht en leveren een bijdrage aan het UP op basis van regionale behoeftes, om trends en ontwikkelingen te signaleren, om de RUD Limburg Noord te vertegenwoordigen in landelijke (inhoudelijke) netwerken en om contacten te onderhouden met ketenpartners over deze thema’s. De KG-en zijn daarnaast de link met de beleidsmedewerkers van de partners. 5. Lijnmanagers De lijnmanagers staan samen met de directeur van de RUD Limburg Noord voor de aansturing van de GR.

Gebleken is dat de afspraken over de wijze waarop deze sturing verloopt aanscherping behoeven. De werkwijze van het zogenaamde lijnmanagersoverleg (LMO) dat circa 10 maal per jaar plaatsvindt, moet beter worden en gekoppeld aan de opgave die de RUD als totaal heeft. Ook moeten afspraken beter worden vastgelegd en nagekomen. 6. Communicatie Er is gebleken dat de communicatie binnen het netwerk van de GR onvoldoende is ontwikkeld. De focus lag vooral op de inhoud. Daarnaast is de website stevig aan vernieuwing toe. Er wordt daarom structureel meer in communicatie geïnvesteerd. De website en vooral de manier waarop de informatie daarop wordt gepresenteerd, zal worden aangepast. 7. Coördinatiecentrum Het beleid en de inhoud van het UP wordt bepaald door de partners (bevoegde gezagen). De rol van het coördinatiecentrum is primair: coördineren en ondersteunen binnen het netwerk. De extra taken die voortkomen uit de verbeteringen die hiervoor zijn beschreven doen formatief een extra beroep op het coördinatiecentrum. In de begroting is hiervoor ruimte beschikbaar gemaakt. Het pakket van maatregelen is vrij omvangrijk. Zoals aangegeven zijn al heel wat maatregelen uitgewerkt, zodat hiermee vanaf begin 2021 kan worden gestart. Aan de overige maatregelen wordt nog gewerkt en deze zullen in de loop van 2021 worden ingevoerd of lopen door in 2022.

Personeel De impact van COVID-19 noodzaakt tot de nodigde creativiteit en flexibiliteit in het uitvoeren van werkzaamheden binnen het VTH-domein. Met name bij inspecties zijn de vereiste veiligheidsmaatregelen een aandachtspunt. Het is nog onduidelijk wat de impact hiervan zal zijn in 2022. Wat de arbeidsmarkt betreft: Ondanks de verhoging van de het landelijke aantal werklozen wordt een voortzetting van de krapte in ons vakgebied verwacht. Het leidt ertoe dat vacatures bij de gemeenten en provincie niet altijd ingevuld kunnen worden en dit kan een toename van (duurdere) inhuur tot gevolg hebben. Deze krapte geldt niet alleen in

10

onze regio, maar landelijk binnen het gehele VTH-domein. Intensivering van de samenwerking kan een hulpmiddel zijn in deze problematiek omdat in toenemende mate gemeenten moeite hebben met het invullen van vacatures. Als partners binnen de RUD Limburg Noord slaan we de handen ineen om voldoende aantrekkelijke werkgevers te blijven en gezamenlijk de capaciteitsproblematiek op te pakken. We hebben aandacht voor de aanwezige kwaliteit en kennis bij de medewerkers. De RUD Limburg Noord investeert permanent in kennis, kunde en competenties van de medewerkers werkzaam binnen de RUD Limburg Noord. De RUD-academie verzorgt cursussen en trainingen gericht op de praktijk. Zo willen we de medewerkers blijven boeien en binden aan onze organisaties. UE Roermond In 2020 is het onderzoek positionering Uitvoeringseenheid Roermond afgerond. Het Algemeen Bestuur heeft in juli 2020 ingestemd met een andere opzet van de Uitvoeringseenheid Roermond, gelijk aan de wijze van uitvoering van de overige taken binnen de RUD Limburg Noord. Hierdoor ontstaat er ook een andere wijze van financiering. In 2021 zullen de taken door de partners in hun eigen uitvoeringsprogramma worden opgenomen. De taken worden dan net als alle andere taken weggezet in het netwerk en uitgevoerd door de specialisten.

1 fte zal vooralsnog werkzaam blijven binnen de uitvoeringseenheid Roermond, waarbij het uitgangspunt is dat deze volledig wordt afgenomen door het netwerk. De begroting 2021 is inmiddels aangepast en de gewijzigde financieringsstroom zal in de begroting 2022 structureel worden verwerkt. WSGO Met de wet normalisering rechtspositie ambtenaren (de Wnra) werd een wijziging ingezet bij gemeentes. Echter in de gemeenschappelijke regelingen, zoals de RUD Limburg Noord, had dit ook consequenties voor de betrokken medewerkers. Zijn kregen ook arbeidsovereenkomsten. Verder werd er een nieuwe werkgeversvereniging opgericht voor samenwerkende gemeentelijke organisaties. De RUD Limburg Noord is hier lid van geworden. De WSGO, zoals deze vereniging heet, behartigt de belangen van deze groep organisaties en neemt deel aan cao-onderhandelingen, samen met de VNG. De cao voor de deelnemingen is hetzelfde als de cao voor gemeenten, zodat geen vreemde verschillen ontstaan. 4. Financiële uitgangspunten In dit hoofdstuk worden de financiële uitgangspunten voor de begroting 2022 benoemd. De afwijkingen ten opzichte van de begroting 2021 zijn beperkt. 4.1 Algemeen • Het belangrijkste uitgangspunt voor de meerjarenbegroting 2022-2025 is dat de baten en lasten in evenwicht zijn, zodat er meerjarig een sluitende begroting ligt. Dit is tevens een voorwaarde voor repressief toezicht.

• De financiële consequenties van de in het voorgaande hoofdstuk beschreven ontwikkelingen zijn op dit moment nog niet helemaal duidelijk. Zo is de invloed van wetswijzigingen voor een groot deel nog onbekend. Over het algemeen is de verwachting dat de impact voor de RUD Limburg Noord in 2022 gericht is op extra inzet op het trainen en opleiden van personeel, het inrichten van systemen en het aanpassen van processen. De opleidingen zullen veelal gefinancierd worden binnen reguliere budgetten. De extra capaciteitsinzet van medewerkers voor de aangepaste en nieuwe taken zullen besproken moeten worden met de partners en keuzes zullen gemaakt moeten worden in de uitvoeringsprogramma’s 2022. 4.2 Exploitatie (lasten en baten) • Voor de indexering van loon-en prijsstijgingen wordt uitgegaan van de meest actuele raming van het CPB (MEV, loonvoet sector overheid en overheidsconsumptie netto materieel imoc) en voor de provincie het CBS (DPI).

11

•

•

•

Zoals bij de ontwikkelingen is weergegeven wordt er geïnvesteerd in een VTH-systeem. Conform de eerdere besluitvorming worden de kosten van het VTH systeem in eerste instantie gedekt uit de bestemmingsreserve VTH-systeem. Na uitputting worden de jaarlijkse licentie-, hosting- en beheerkosten verdisconteerd in de deelnemersbijdrage. Gezien de vertraging in het project zal dit naar verwachting niet in 2025 maar in 2026 een klein effect hebben op de deelnemersbijdrage. Ook is bij de landelijke ontwikkelingen gesproken over inspectieview milieu. Landelijk is besloten dat alle Omgevingsdiensten zouden moeten aansluiten bij Inspectieview Milieu. Op deze manier kan er nog meer vorm gegeven worden aan ketensamenwerking. Indien de aansluiting op Squit 20/20 in 2021 gerealiseerd kan worden, zou het mogelijk moeten zijn om in 2022 aan te sluiten op Inspectieview Milieu. De aansluiting zal incidentele kosten, zijnde € 27.000, met zich mee brengen en structurele abonnementskosten. Deze waren voorheen vastgesteld op € 10.000. Er is nu sprake van een mogelijke verhoging, een verdubbeling. Omgevingsdienst NL is nog in gesprek met het Ministerie en Inspectieview Milieu over deze kostenverhoging. De genoemde bedragen zijn nog niet eerder in de begroting opgenomen. De kosten zullen in de meerjarenbegroting 2022 worden opgenomen. De uitwerking volgt in de aankomende periode.

Eveneens is bij de landelijke ontwikkelingen aangegeven dat Omgevingsdienst NL een veranderende rol aanneemt. Om alle vragen vanuit de Omgevingsdiensten en het Ministerie adequaat op te kunnen pakken en gezamenlijk en uniform als Omgevingsdiensten te kunnen optreden kan de dienst niet meer volstaan met enkele bestuursleden en de directeuren van de Omgevingsdiensten. Er wordt meer capaciteit ingezet om de vraagstukken centraal op te kunnen pakken. Dit heeft een structurele contributieverhoging tot gevolg. Het betreft een verhoging van bijna € 8.500. Ook deze kosten zullen in de meerjarenbegroting 2022 worden opgenomen, waarvan de uitwerking de aankomende periode volgt.

4.3 Tarieven Voor de uitwisseling van expertise tussen de deelnemers is de afspraak dat de gewerkte uren worden verrekend op basis van vooraf vastgestelde uurtarieven. De tarieven 2022 worden in de vergadering van het Algemeen Bestuur van december 2021 vastgesteld. Besloten is om de gekozen tariefstelling in het jaar 2020 voor het jaar 2021 en verder te evalueren. Dit betekent dat de uitgangspunten voor de tariefstelling vanaf 2021 kunnen veranderen. 4.4 Impact ontwikkelingen De hiervoor geschetste ontwikkelingen kunnen financiële gevolgen met zich meebrengen. De impact op de begroting 2022 van de GR RUD Limburg Noord is erg beperkt. Zeker nu de gemeentelijke begrotingen overal onder druk staan is iedere toename van kosten onwenselijk. Gemeenteraden en colleges roepen verbonden partijen op om de kosten te beheersen. De gekozen netwerkvorm, met slechts een beperkt personeelsbestand, komt hieraan al tegemoet. Nu recent tot enkele maatregelen is besloten om de effectiviteit van de RUD Limburg Noord te verbeteren, zonder dat de opzet wijzigt, wordt het mogelijk om deze netwerkopzet te behouden. Een klassieke opzet, waarbij alle personeel in dienst komt, is immers vele malen duurder.

Een toename in werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld door de overdracht van bodemtaken, kan voor individuele partners betekenen dat zij of (1) meer capaciteit vragen van de RUD Limburg Noord of (2) herprioriteren in werkzaamheden, waarbij de restrisico’s individueel afgewogen worden of (3) dat zij meer budget beschikbaar gaan stellen. Zo kan het ook op andere werkterreinen gaan. Het blijft echter een separate afweging van de individuele partner.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10096775/1