Jaarverantwoording 2022
Tekst van het document
Samenwerking en verbinding De GHOR heeft intensief samengewerkt met zowel de ketenpartners (via het ROAZ en/of NAZL) als de collega’s van de GHOR Zuid-Limburg en dat heeft geresulteerd in intensievere samenwerking en concreet a) het project netcentrisch werken en informatiemanagement witte keten en b) het Samenwerkingsplatform Zorgpartners Limburg waarbinnen actief informatie wordt gedeeld met zowel de geneeskundige ketenpartners als de collega’s van Zuid-Limburg. Tevens hebben we in 2022 de stap gemaakt naar één gezamenlijke app voor alle crisisfunctionarissen. In deze app staan alle actuele plannen, werkinstructies en operationele informatie.
Indicatoren
Realisatie
Evenementenadvisering Op alle adviesaanvragen (ongeveer 325 per jaar) in het kader van vergunningverlening voor een B377 adviesaanvragen vergunning evenementen
of C-evenement is tijdig advies uitgebracht, afhankelijk van de tijdige aanvraag door en informatieverschaffing van de aanvrager. Operationele voorbereiding Tenminste 90% van multidisciplinaire plannen,
93%
werkinstructies en operationele informatie zijn conform versiedatum minder dan 3 jaar oud.
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 25 -
5 april 2023
Met alle structurele partners en buurregio’s zijn
Met alle buurregio’s zijn
afspraken vastgelegd op netwerkkaarten.
samenwerkingsafspraken gemaakt en vastgelegd op een Multidisciplinaire Informatiekaart
MOTO-aanbod (multi-opleiden-trainen-oefenen) dat voorziet in tenminste 2 oefenmomenten per
Gerealiseerd
functionaris per jaar. Deze oefenmomenten worden conform planning gerealiseerd. (M)OTO-deelname door GHOR-functionarissen en multi-functionarissen (i.c. leiders en
Gerealiseerd
informatiemanagers) voldoet aan de norm van minimaal 2 momenten per functionaris per jaar. De operationele gereedheid van GHORfunctionarissen is actueel en inzichtelijk.
Gerealiseerd
De GHOR stelt jaarlijks een bestuursrapportage
De samenwerking met relevante ketenpartners is
op, die inzicht geeft in de voorbereiding van
post corona opnieuw vormgegeven o.a. door een
instellingen, zorgaanbieders, regionale
actualisatie van lopende convenanten. De
ambulancevoorzieningen en diensten die een
gesprekken hierover geven inzicht in de mate
taak hebben in de geneeskundige hulpverlening
van voorbereid zijn van de keten (partners) op
én continuïteit van zorg moeten garanderen.
huidige en toekomstige crises.
Incidentbestrijding Individueel niveau: de kernfuncties crisisbeheersing zijn in 80% van de gevallen na
Gerealiseerd
alarmering binnen de normtijd begonnen met hun werkzaamheden. Teamniveau: de teams beginnen in 80% van de gevallen in een naar oordeel van de leider
Gerealiseerd
voldoende complete samenstelling binnen de normtijd met het eerste overleg.
2.3.2 Gemeentelijke processen Gemeenten spelen een essentiële rol binnen de crisisbeheersing. De gemeenten voeren een groot aantal processen met betrekking tot bevolkingszorg uit, zoals het opvangen en verzorgen van evacués, het informeren van de inwoners, het voorzien in primaire levensbehoeften zoals water en huisvesting en het registreren van slachtoffers en schade. Om deze processen goed te kunnen uitvoeren kunnen ongeveer 300 functionarissen, veelal medewerkers van de aan de veiligheidsregio verbonden (gemeentelijke) organisaties, worden ingezet. Binnen de veiligheidsregio functioneert het team Oranje Kolom als liaison tussen gemeenten en veiligheidsregio. Vakbekwaamheid De functionarissen zullen voldoende geëquipeerd moeten zijn met de juiste kennis en vaardigheden voor hun mogelijke inzet tijdens een crisissituatie. In 2022 zijn voor alle functionarissen mono als multi opleidingen en trainingen georganiseerd. Hierbij is de mono-opleidingsgraad grotendeels behaald. Daarnaast zijn veel functionarissen operationeel ingezet in 2022.
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 26 -
5 april 2023
Opvang ontheemden Het kabinet gaf op 8 maart opdracht voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen aan de voorzitters veiligheidsregio. Door de grote instroom en een stroppende doorstroom van ontheemden een enorme uitdaging. Op 28 maart geeft het kabinet een aanvullende opdracht voor de opvang van een andere groep ontheemden aan de veiligheidsregio’s. Het (project)team dat was gevormd voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne ging nu ook over de opvang van asielzoekers en statushouders. Dit team coördineert regionaal de plaatsing in overleg met het Landelijk Coördinatiecentrum Vluchtelingen Spreiding en is continue samen met onze gemeenten steeds op zoek naar nieuwe opvanglocaties voor alle groepen. Tot op de dag van vandaag is het team operationeel. Voor de doelgroep asielzoekers wordt sinds eind 2022 gewerkt onder regie van de provincie aan een transitieplan voor de overdracht van opvanglocaties naar het COA.
Indicatoren
Realisatie
Operationele voorbereiding ·
Van de functionarissen binnen de Oranje Kolom die actief zijn binnen de
97%
multidisciplinaire teams neemt iedere functionaris minimaal 1x per jaar deel aan een multidisciplinaire bijscholing of oefening. ·
Elke functionaris binnen de Oranje Kolom neemt minimaal 1x per jaar deel aan een
99%
monodisciplinaire opleiding of oefening. ·
Alle nieuwe functionarissen die binnen de Oranje Kolom actief zijn, volgen een
100%
startbekwaamheidstraject voor de functie die zij gaan uitoefenen. Incidentbestrijding ·
In alle gevallen zijn de teams na alarmering binnen de gestelde opkomsttijden
operationeel.
Jaarverantwoording 2022 VRLN
Conform norm
- 27 -
5 april 2023
2.3.3 Wat heeft het gekost? De gemeentelijke bijdrage voor het programma Crisisbeheersing bedraagt € 4,45 miljoen (exclusief overhead), omgerekend is dat een bedrag van € 8,54 per inwoner. Totaal Programma Crisisbeheersing 130219
Bedrag per inw oner**
Begroting 2022 na w ijziging
Realisatie 2022*
Totaal lasten
5.177
5.347
€ 10,25
Totaal baten
5.038
5.271
€ 10,10
Saldo van baten en lasten excl. Corona
-139
-76
-€ 0,15
Toevoegingen aan reserves
0
0
€ 0,00
Onttrekkingen aan reserves
139
49
€ 0,09
Gerealiseerde resultaat
-0
-27
-€ 0,05
Lasten Corona
0
Baten Corona Gerealiseerde resultaat incl. Corona
-0
-27
* bedragen in duizenden euro's ** bedragen in euro's
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 28 -
5 april 2023
2.4
Bedrijfsvoering/Overhead
2.4.1. Wat willen we bereiken Het programma bedrijfsvoering is ondersteunend aan de beleidsinhoudelijke programma’s en bestaat uit de activiteiten met betrekking tot personeel & organisatie, financiën, control, informatie & automatisering, facilitaire ondersteuning, inkoop, juridische zaken en communicatie. Uitgangspunten die worden gehanteerd: •
Ondersteunend aan de deugdelijke besturing van de organisatie door bestuur, directie en management en het toezicht dat daarop plaatsvindt;
•
Ondersteunend aan het primair proces, binnen wet- en regelgeving en de inhoudelijke kaders die door het bestuur zijn gesteld;
•
Functioneren binnen financiële kaders die samenhangen met de bestuurlijk vastgestelde begroting;
•
Functionerend binnen de door de organisatie gebruikte kwaliteitssystemen;
•
Werken op basis van informatie delen en toegankelijkheid, waarbij digitalisering − met als randvoorwaarde een goede borging van aspecten van informatieveiligheid en privacy − actief wordt opgepakt;
•
Duurzame inzetbaarheid van vitale en veerkrachtige medewerkers;
•
Diversiteit en inclusie: iedereen is welkom om bij ons te komen werken en iedere collega doet
•
Duurzame bedrijfsvoering gericht op het tegengaan van verspilling van middelen, menselijk
er toe; kapitaal en energie. Het managementteam van de VRLN heeft zichzelf ten doel gesteld de generieke overhead van de VRLN te beperken tot 15% van de totale personele capaciteit. Aan het einde van 2022 is het aantal fte’s in de bedrijfsvoering groot 79 fte’s op een totaal van 531 fte’s. Daarmee is doelstelling gerealiseerd. Het streven blijft rondom hoogwaardige specialistische vraagstukken de samenwerking te zoeken met gemeenten, andere gemeenschappelijke regelingen, de veiligheidsregio’s en GGD’en.
2.4.2. Wat hebben we gedaan In 2019 heeft Berenschot de overheadkosten van VRLN vergeleken met 12 andere veiligheidsregio’s. Uit deze benchmark is gebleken dat de overheadkosten van VRLN aansluiten bij het gemiddeld niveau in de sector, met uitzondering van de kosten voor huisvesting die relatief hoog liggen. Het bestuur heeft daarop opdracht gegeven tot een strategische huisvestingsverkenning, gericht op het reduceren van de huisvestingskosten. In 2022 is het strategisch huisvestingsplan door het Algemeen Bestuur vastgesteld. In het perspectief van de 2030 is vergrijzing in de organisatie en krapte op de arbeidsmarkt een grote uitdaging in de bedrijfsvoering. In 2022 is het strategisch personeelsbeleid gepresenteerd aan het Algemeen Bestuur. De ambities zijn: -
interne en externe arbeidsmarkt gericht benaderen;
-
de bij een veranderende tijd passende competenties ontwikkelen en
-
de noodzakelijke wendbaarheid de organisatie vergroten.
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 29 -
5 april 2023
In 2022 zijn de contacten met universiteiten en hogescholen verder geïntensiveerd. We slagen er in steeds meer studenten te interesseren voor stages of een werkkring binnen de VRLN. Informatieveiligheid krijgt in tijden van internationale spanningen een steeds groter gewicht. We streven er naar vanaf 2024 te voldoen aan NEN7510 normering en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) richtlijnen. In de bedrijfsvoering wordt actief de samenwerking gezocht met gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, veiligheidsregio’s en GGD’en. Dit gebeurt in toenemende mate. Een voorbeeld is de inkoop: dat gebeurt vrijwel altijd in gezamenlijkheid met partners.. Vanaf 2022 worden de taken op het gebied van verzekeringen overgedragen naar de landelijke door de veiligheidsregio’s bestuurde stichting Risicobeer. In 2022 is tevens een start gemaakt met een haalbaarheidsonderzoek naar de samenwerking met ICT Noord- en Midden-Limburg. In 2023 vindt onderzoek plaats naar de haalbaarheid van uitbesteding van de salarisadministratie. Wet Open Overheid VRLN streeft er naar zo veel mogelijk informatie openbaar te maken. Via onze website: vrln.nl, officiële bekendmakingen: officielebekendmakingen.nl, lokale regelgeving:overheid.nl., Twitter: @vrln, Facebook: @vrln en linkedIn:@vrln.
In 2023 voeren we een onderzoek uit naar de mate waarin de ontsluiting van informatie verbeterd kan worden en welke faciliteiten we aanvullend moeten inrichten om de openbaarheid te vergroten.
2.4.3. Wat heeft het gekost? De gemeentelijke bijdrage voor de Overhead ten bedrage van € 12,66 miljoen, omgerekend een bedrag van € 24,27 per inwoner, wordt verdeeld over de drie inhoudelijke programma’s. Totaal Overhead 130219
Bedrag per inw oner**
Begroting 2022 na w ijziging
Realisatie 2022*
Totaal lasten
14.116
17.442
€ 33,43
Totaal baten
14.116
15.660
€ 30,02
Saldo van baten en lasten excl. Corona
-0
-1.782
-€ 3,42
Toevoegingen aan reserves
75
75
€ 0,14
Onttrekkingen aan reserves
75
2.111
€ 4,05
Gerealiseerde resultaat excl. Corona
-0
254
€ 0,49
Lasten Corona
849
Baten Corona Gerealiseerde resultaat incl. Corona
-0
-595
* bedragen in duizenden euro's ** bedragen in euro's
In bovenstaande realisatiecijfer 2022 zijn specifieke lasten verwerkt en dat vertekent het beeld sterk. Zie toelichting op paragraaf 6.3.4.
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 30 -
5 april 2023
2.5
Risk Factory
Vanaf mei 2019 bezoeken doelgroepen het realistisch educatiecentrum Risk Factory, waar beleven van gezondheid en veiligheid centraal staat. Met realistische en interactieve scenario’s ervaren doelgroepen (on)gezondheid en (on)veiligheid én leren ze hoe te handelen. Levensechte ervaringen veranderen de kijk op risico’s. En dat geeft zelfvertrouwen om, als het er echt op aankomt, de juiste beslissingen te nemen. Doelgroepen Naast basisschoolleerlingen groep 8 bereikt de Risk Factory inmiddels ook senioren. KBO Limburg is daarbij een belangrijke partner, maar inmiddels weten senioren via diverse organisaties de Risk Factory te vinden voor een bezoek. In de businesscase van 2018 is daarnaast gesproken over de doelgroepen: voortgezet Onderwijs, statushouders, arbeidsmigranten en mensen met een licht verstandelijke beperking. Over de activiteiten richting deze doelgroepen moeten nog keuzes worden gemaakt. Breed verspreiden van kennis, opgedane ervaringen en (nieuwe) inzichten Door evaluaties bij de doelgroepen en inhoudelijke inbreng van partners wordt de aansluiting bij de belevingswereld van de doelgroep én bij maatschappelijke ontwikkelingen geborgd. Dit heeft, naast doorontwikkeling van bestaande scenario’s, geleid tot ontwikkeling van nieuwe scenario’s.
: Blijvende afstemming met Zuid-Limburg Vanaf het allereerste moment is het streven Zuid-Limburg te betrekken bij de ontwikkeling van de Risk Factory in Limburg. Er zijn diverse contactmomenten geweest, zowel met bestuurders als met ambtenaren. Er begint zich bestuurlijke interesse af te tekenen. We hopen dat dat leidt tot het gezamenlijk doorontwikkelen van de Risk Factory in Limburg. Potentiële nieuwe Risk Factories Midden- en West-Brabant heeft vanaf maart 2022 een Risk Factory. In Amsterdam-Amstelland en Zuid-Holland-Zuid zijn ze vergevorderd met de businesscase in opdracht van hun bestuur. Zes veiligheidsregio’s hebben interesse, maar nog geen bestuurlijke opdracht. De komst van meerdere Risk Factories is positief, zo kan er samen ontwikkeld worden en is het aansluiten van landelijke partners makkelijker. Een landelijke vereniging is in oprichting. Governance De Risk Factory is voor een periode van 5 jaar (tot medio 2024) als projectorganisatie ondergebracht binnen de juridische context van de gemeenschappelijke regeling VRLN. Er is een onderzoek gestart naar de voor- en nadelen van een andere inrichting van de governance. Centraal daarbij staat het verbreden van de (bestuurlijke) betrokkenheid van de publieke en private partners die samenwerken aan het realiseren van de doelstellingen van de Risk Factory.
Tevens is het streven de financiële basis onder de Risk Factory te verbreden.
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 31 -
5 april 2023
2.6
Algemene dekkingsmiddelen
VRLN kent als algemeen dekkingsmiddel het saldo van de financieringsfunctie, zijnde € 23.452. In verband met de aanpassing van het renteomslag percentage is dit bedrag lager dan begroot en ook lager dan voorgaande jaren. De aanpassing van het renteomslag percentage is financieel technisch en heeft geen invloed op het resultaat en op de balans.
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 32 -
5 april 2023
3
Paragrafen
3.1
Weerstandsvermogen en risicomanagement
In 2015 heeft het Algemeen Bestuur bepaald dat een algemene reserve van maximaal 2% van het begrotingstotaal volstaat mits onderbouwd met een inventarisatie van risico’s. Het Algemeen Bestuur heeft in 2019 besloten een algemene reserve van maximaal € 1,250 miljoen aan te houden. Aan het einde van 2022 is de algemene reserve € 533k groot. Ook de reserve transformatie meldkamer (€ 1.027k), de reserve Natuurbrandbestrijding (€ 230k) en de reserve Informatieveiligheid (€ 179k) zijn in deze jaarrekening onder het weerstandvermogen geschaard. Uitgaande van een algemene reserve van € 533k en vrij beschikbare reserves van € 1.436k is het weerstandsvermogen € 1.969k. Het weerstandsvermogen is niet hoog genoeg voor het opvangen van alle potentiële risico’s.
3.1.1. Risico’s In het kader van risicomanagement vragen wij aandacht voor een aantal concrete risico’s. Coronapandemie De kosten van de bestrijding van de coronapandemie van de GGD en de veiligheidsregio worden vergoed door het Rijk. De afrekening over 2022 is nog niet definitief vastgesteld door VWS. In het kader van de coronabestrijding zijn externe partijen ingehuurd. De kans bestaat dat overeenkomsten na het officiële einde van de pandemie nog enige tijd doorlopen. Het ministerie van VWS heeft toegezegd dat ook deze kosten in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen. Deze afspraak behoeft op landelijk niveau aanscherping. Cyberincident 2022 Op 9 januari 2022 heeft een hack op de systemen van de VRLN plaatsgevonden. De gevolgen voor de operatie bleven gelukkig beperkt en er zijn geen privacygevoelige gegevens ontvreemd. Er is wel financiële schade omdat externe expertise is ingezet van het CERT team (Computer Emergency Response Team Zorg), leverancier Insign, advocaat en forensisch onderzoek. Medio 2022 heeft er meerdere keren (juridische) correspondentie plaatsgevonden, waarbij de VRLN de leverancier Insign aansprakelijk stelt. Bij het opmaken van de jaarrekening vinden gesprekken over een schikkingsvoorstel plaats.
Datalek Covid-19 Begin 2021 werd bekend dat landelijk GGD-medewerkers hebben gehandeld in privégegevens van mensen die zich hebben laten testen op Covid-19. Stichting ICAM heeft nu 35 overheidsinstanties, waaronder GGD’en en veiligheidsregio’s, gedagvaard vanwege dit datalek. Stichting ICAM eist namens de gedupeerden een schadevergoeding. VRLN wordt, net als de meeste GGD’en, juridisch bijgestaan door een door de verzekeraar ingeschakelde advocaat. Voor onze regio is bekend dat er 26 gedupeerden zijn. Hiervan hebben er 22 gebruik gemaakt van het aanbod van GGD GHOR Nederland als tegemoetkoming van de geleden schade. Zij hebben hiermee finale kwijting verleend. Met 1 van de betrokkenen is er na herhaalde pogingen geen contact mogelijk
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 33 -
5 april 2023
geweest en 3 gedupeerden hadden geen interesse in de tegemoetkoming. Wellicht zetten deze 3 gedupeerden hun claim door via ICAM. Informatieveiligheid Met de toenemende digitalisering neemt het belang van informatieveiligheid toe, daar we merken dat de digitale kwetsbaarheden en dreigingen ook toenemen. De VRLN heeft de afgelopen tijd geïnvesteerd in hard- en software om informatiesystemen veiliger te maken. De komende jaren worden er aanvullend diverse maatregelen ondernomen, zoals het implementeren van de BIO. De BIO geldt als basisnormenkader voor de overheid op informatiebeveiliging. De VRLN wil de maatregelen binnen twee jaar volledig implementeren. Daarnaast wil de VRLN samenwerken met andere veiligheidsregio’s en GGD’en om de kwetsbaarheid van onze organisatie te verminderen. De VRLN zou graag zien dat software voor cruciale processen op een landelijke infrastructuur draait in plaats van dat veiligheidsregio’s en GGD’en hier eigenstandig in opereren. Tot slot is de VRLN van mening dat op landelijk niveau een Security Operation Center moet worden ingericht om individuele veiligheidsregio’s en GGD’en bij te staan in het monitoren van dreigingen en de kwalificatie van incidenten. Hoog specialistische kennis moet worden ingezet als cyberincident onverhoopt optreedt. De gevolgschade van een cyberincident is niet te kwantificeren.
Deeltijdregeling brandweervrijwilligers In Nederland bestaat een hybride stelsel van beroeps- en vrijwillige brandweermensen. De Europese Deeltijdrichtlijn dreigt de vrijwilligheid onder druk te zetten. De Minister van Justitie en Veiligheid heeft aangegeven dat vrijwilligheid echt vrijwillig moet zijn en dat sluit niet aan bij kazernering van vrijwilligers. Daarnaast moet een onderscheid worden gemaakt in het takenpakket tussen vrijwilligers en beroepsbrandweermensen. VRLN kiest er voor hoog specialistisch taken te beleggen bij beroepsbrandweermensen. Door materiële voorzieningen te verminderen is financiële ruimte gevonden om de beroepscapaciteit uit te breiden. Er zijn met het Rijk nog geen afspraken gemaakt over de vergoeding van meerkosten die voortvloeien uit de stelselwijziging. Een extern bureau heeft uitgerekend dat deze wijziging in onze regio € 1,2 miljoen kosten met zich meebrengt. De bestuurlijke lijn is dat wijzigingen als gevolg Europese wetgeving door het Rijk moeten worden vergoed. Krappe arbeidsmarkt De krappere arbeidsmarkt maakt het moeilijk medewerkers te vinden. Het risico bestaat dat de bezetting niet op orde is en afgesproken prestaties om die reden niet kunnen worden gerealiseerd.
Daarnaast nemen kosten om leemtes in de planning te ondervangen met tijdelijke inhuur van medewerkers toe en is de inspanning die geleverd wordt om verloop van medewerkers op te vangen groot. Uit een inventarisatie blijkt dat met name de arbeidsmarkt voor artsen en verpleegkundigen krap is. Het personeelsplan 2022-2030 is in juli 2022 aan het bestuur voorgelegd en in het voorjaar van 2023 komt een actieplan terug op de bestuurlijke tafel. Ondernemersrisico De VRLN voert een aantal diensten tegen een kostprijs dekkend tarief uit. Er bestaan onzekerheden ten aanzien van aanvullende inkomsten door (mogelijke) veranderingen in wet- en regelgeving en overige (externe) ontwikkelingen.
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 34 -
5 april 2023
In 2021 was als gevolg van de coronapandemie sprake van een forse omzetderving bij reizigersvaccinaties, het verlies (omzet minus kosten) is bij VWS gedeclareerd. In 2022 is de omzet weer toegenomen, maar deze activiteit was nog steeds verliesgevend voor een bedrag ter grootte van € 41.000 zonder toerekening van overheadkosten. Verlofstuwmeer De coronabestrijding en de coronamaatregelen hebben bij de VRLN geleid tot een forse sprongsgewijze toename van het meer-uren en verlofsaldo. Het weer wegwerken van deze uren zal een aantal jaren in beslag nemen. Medewerkers waarbij het einde van het arbeidzame leven nabij is, slagen daar niet meer in. Het op grote schaal inzetten van verlof voor de pensioendatum/flo-datum heeft gevolgen voor de continuïteit van de organisatie. Er ontstaan dubbele kosten als de medewerker vertrekt met opname van verlof, maar nog wel op de loonlijst staat. Daarnaast moet in roosterfuncties vervanging van de medewerker plaatsvinden. Pensioen medewerkers Zorggroep Op 1 januari 2012 is de jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarige overgedragen van de Zorggroep naar VRLN. Met de overgang van de medewerkers van de Zorggroep naar VRLN is het deelnemerschap van de collega’s overgekomen van de Zorggroep bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PfZW) beëindigd.
Op basis van artikel 18 lid 4 van het sociaal plan garandeert VRLN dat het voorwaardelijk pensioen na overdracht van pensioenrechten naar het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) bij dat pensioenfonds ten minste gelijk is aan dat bij het PfZW. In 2020 heeft het ABP de voorwaardelijke pensioenrechten opgenomen. Voor de reguliere pensioenrechten moet collectieve waardeoverdracht plaatsvinden. De VRLN heeft het ABP in 2012 verzocht mee te werken aan die overdracht. In 2022 heeft het ABP het traject opgestart omdat het voor die tijd niet mogelijk was. Uit artikel 4 van het sociaal plan blijkt dat geen netto pensioengarantie voor medewerkers is afgesproken en dat betekent dat de VRLN in beginsel niet bij gaat betalen voor de inkoop van het pensioen. Huisvesting brandweer De nieuwbouw van kazernes pakt duurder uit dan geraamd. Los van generieke inflatie leiden de ontwikkelingen op de bouwmarkt tot hoge bouwkosten. Vooralsnog biedt het besparingspotentieel in het strategisch huisvestingsplan ruimte voor het opvangen van meerkosten.
3.1.2. Financiële kengetallen Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote, ook wel bekend als de netto-schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeenschappelijke regeling. De netto schuldquote geeft aan of de gemeenschappelijke regeling investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. Daarnaast geeft het kengetal inzicht in de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In de uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is aangegeven dat
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 35 -
5 april 2023
wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (100%) dit als voldoende kan worden bestempeld. Voor veiligheidsregio’s wordt 80% als norm aangehouden. VRLN blijft onder de norm. Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe financieel gezonder de gemeenschappelijke regeling. De VRLN is in staat aan haar kortlopende en langlopende schulden te voldoen. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn voornamelijk de gemeentelijke bijdragen en de rijksbijdrage. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Het percentage voor VRLN ligt ultimo 2022 op -1,8%. Dit betekent dat met incidenteel geld structurele lasten zijn afgedekt. Financiële kengetallen (exclusief Corona)
(in percentages) 000100
Realisatie 2021
Begroting 2022
Realisatie 2022
Netto schuldquote
57,8%
67,1%
48,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
57,8%
67,1%
48,8%
Solvabiliteitsratio
11,6%
10,0%
10,5%
Structurele exploitatieruimte
-0,4%
-0,1%
-1,8%
3.2
Bedrijfsvoeringsparagraaf: In Control Statement
In deze jaarverantwoording geeft de directeur voor het jaar 2022 een In Control Statement (ICS) af. De VRLN hanteert de werkdefinitie dat een ICS een verantwoording is van de bestuurder om aan te geven wat de mate van interne beheersing is in relatie tot de realisatie van (organisatie) doelstellingen. Met een ICS geeft de directeur antwoord op de vraag in hoeverre het management voldoende grip heeft op de processen die leiden tot het realiseren van (strategische) doelstellingen. De ICS tekst is tot stand gekomen door het gebruik van een speciaal voor de politie ontwikkelde methodiek maar in onze ogen ook bruikbaar voor de veiligheidsregio en de GGD. Het referentiemodel sluit aan bij de algemene benaming van volwassenheidniveaus voor interne beheersing zijnde: initieel, handelingsbewust, gedefinieerd, beheerst en geoptimaliseerd. De verklaring is een kwalitatieve weergave van de mate van beheersing in het geconstateerde volwassenheidsniveau.
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 36 -
5 april 2023
De directeur verklaart dat de beheersing van de bedrijfsvoering van de veiligheidsregio in 2022 zich bevindt in het volwassenheidsniveau “handelingsbewust”. De reikwijdte van deze verklaring betreft de organisatie als geheel. De bevindingen over de mate van interne beheersing zijn afgezet tegen het ontwikkelde referentiemodel voor de vereisten van een management control systeem. Het referentiemodel kent zes aspecten: strategie, procesbeheersing, normbeheersing, rapportagebeheersing, risicomanagement en cultuur.
De gewenste ontwikkeling op de afzonderlijke aspecten laat zich op hoofdlijnen en in kwalitatieve termen als volgt schetsen: • Strategie: In 2021 en 2022 zijn toekomstvisies naar 2030 voor brandweerzorg, crisisbeheersing en publieke gezondheid door het bestuur vastgesteld. De beleidslijn en de uitvoeringsopdracht liggen daarmee voor twee gemeentelijke collegeperiodes vast. • Procesbeheersing: Het merendeel van de operationele werkprocessen zijn vormgegeven aan de hand van professionele standaards en protocollen. De borging van de vakbekwaamheid richt zich daar op. De inspectiediensten toetsen de uitvoering. Bij de GGD vindt procesoptimalisatie door continue verbeterteams plaats aan de hand van de Lean verbetermethodologie. Bij de brandweer en crisisbeheersing worden medewerker opgeleid in deze methode. De processen in de bedrijfsvoering zijn op verschillende abstractieniveaus beschreven; veelal globaal en soms gedetailleerd. De verdere standaardisering en digitalisering van bedrijfsvoeringprocessen moet de interne beheersing versterken. • Normbeheersing: Voor operationele processen gelden de extern opgelegde normen en daarover wordt verantwoording richting de toezichthouders afgelegd. De kwaliteit van de uitvoering is niet altijd in normen te vatten. De VRLN streeft er naar de kwalitatieve aspecten van de uitvoering zichtbaar te maken.
In- en externe evaluaties dragen daar aan bij en de leerpunten stimuleren de doorontwikkeling van de organisatie. De GGD is HKZ gecertificeerd. In de bedrijfsvoering zijn externe normen vertaald naar interne spelregels en richtlijnen. Ook hier moet de kwaliteit toetsbaar zijn. Het instrument van interne audits bevindt zich nog in de kinderschoenen. In 2022 is met behulp van KPMG een audit naar informatieveiligheid uitgevoerd. Er is geen fraude door eigen medewerkers geconstateerd. • Rapportagebeheersing: De P&C cyclus is ontwikkeld, geïmplementeerd en wordt nageleefd. De P&C cyclus wordt -naast financiële verantwoording- in toenemende mate ook ingezet voor de
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 37 -
5 april 2023
beleidsinhoudelijke verantwoording. De belangrijkste financiële uitdagingen voor de periode 2030 zijn stijgende personeelslasten door krapte op de arbeidsmarkt en stijgende kapitaallasten. De VRLN wil een informatie-gestuurde organisatie zijn en ontwikkelt in samenspraak met andere veiligheidsregio’s en GGD’en stuurinstrumenten. • Risicomanagement: Het kader voor risicomanagement ligt vast. Het risicobewustzijn in de organisatie is groot. Risicomanagement maakt echter nog niet altijd onderdeel uit van de besluitvormingsprocessen. In de bedrijfsvoering komt informatieveiligheid als belangrijkste risico naar boven. Daar moeten nog grote stappen worden gezet. • Cultuur die in lijn is met de kernwaarden van de organisatie wordt zichtbaar in de vorm van gedrag. Op het stimuleren van gewenst gedrag wordt via managementontwikkeling en teamvorming geïnvesteerd. Er vinden interventies plaats op ongewenst gedrag. In 2022 heeft een medewerkersbetrokkenheid onderzoek plaatsgehad naar veiligheid en gelijkwaardigheid. Rechtmatigheidsverklaring Met ingang van verslagjaar 2023 zal het Dagelijks Bestuur een rechtmatigheidsverklaring afgeven. In 2023 worden de randvoorwaarden voor het afgeven van de verklaring ingevuld. Aan het Algemeen Bestuur worden in 2023 besluiten voorgelegd: -
Vaststellen grens waarboven afwijkingen in de verantwoording moeten worden opgenomen. Voorstel: 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves;
-
Vaststellen aangepaste financiële verordeningen opdat de verordeningen aansluiten op de vereisten voor de rechtmatigheidsverantwoording.
Over 2022 geeft de accountant een rechtmatigheidsverklaring af. Het Dagelijks Bestuur heeft de accountant gevraagd in de beoordeling van de inkooprechtmatigheid een onderscheid te maken tussen reguliere kosten en kosten ter bestrijding van de COVID-19 pandemie.
3.3
Overzicht bezetting
Omvang personeel 31-12-2021 Aantal
31-12-2022 %
Aantal
%
Werknemers
619
636
Fte
512
531
Fulltime
292
47,2
299
47,0
Parttime
327
52,8
337
53,0
Vrijw illigers (brandw eer)
789
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 38 -
822
5 april 2023
3.4
Onderhoud kapitaalgoederen
De belangrijkste kapitaalgoederen die de veiligheidsregio in eigendom heeft betreffen gebouwen, vervoermiddelen (brandweervoertuigen) en ander brandweermaterieel. a. Het beleidskader Het beleidskader voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is in 2016 geactualiseerd. Het bestuur heeft in 2016 de financiële verordening en de afschrijvingstermijnen opnieuw vastgesteld.
b. Materieel Ten aanzien van vervanging van materieel zijn soberheid, doelmatigheid en regionale uniformiteit belangrijke uitgangspunten. In het kader van risicogerichtheid en focus wordt de standaardisering op onderdelen minder. Op dit moment worden ingewikkelde branden (denk aan zeer grote brandcompartimenten) bestreden met middelen die geschikt zijn voor reguliere gebouwbranden maar niet voor brandcompartimenten tot wel 25.000 m2. De brandweer moet dan ook investeren in nieuwe innovatieve technische middelen. Ook wordt er bij aanschaf van nieuwe voertuigen gekeken naar duurzame initiatieven waarbij de primaire inzetfunctie van het voertuig in kwaliteit gelijk moet blijven aan de gestelde eisen. De fasering van duurzame voertuigen wordt waarschijnlijk het eerste zichtbaar bij de piket voertuigen. Aandacht is hierbij wel nodig voor de gevolgen voor de infrastructuur, zoals laadfaciliteiten op de locaties van de veiligheidsregio en bij piket functionarissen. c. Harmonisatie huisvestingslasten brandweerlocaties Met ingang van 2017 zijn de exploitatielasten integraal onderdeel van de begroting van de veiligheidsregio. De lasten van groot onderhoud worden in rekening gebracht bij de gemeenten en het onderhoud wordt in opdracht van de gemeenten door de gemeente of de VRLN uitgevoerd. Jaarlijks wordt in samenspraak een onderhoudsprogramma opgesteld. d.
De financiële consequenties Voor gebouwen in eigendom van VRLN en de gehuurde brandweerkazernes zijn Meerjaren Onderhoudsplannen (MJOP’s) opgesteld. Het gaat hierbij om 11 gebouwen in eigendom (3 kantoorgebouwen en 8 kazernes) en 22 kazernes met een huurcontract. In juli 2021 is het MJOP door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Daarbij te tevens bepaald dat de besparing uit het strategisch huisvestingsplan wordt ingezet voor het opvangen van de stijging van de kosten van het onderhoud. Aan het einde van 2022 heeft de voorziening voor groot onderhoud een omvang van € 2.422.000. De veiligheidsregio heeft de volgende gebouwen in eigendom:
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 39 -
5 april 2023
Locatie
Adres
Plaats
Hoofdvestiging VRLN
Nijmeegsew eg 42
Venlo
Oude brandw eerkazerne Venlo
Nijmeegsew eg 40
Venlo
Hoofdvestiging GGD (Venlo)
Drie Decembersingel
Venlo
Hoofdvestiging GGD (Roermond)
Oranjelaan
Roermond
Brandw eerkazerne Echt
Bandertlaan
Echt
Brandw eerkazerne Gennep
Paesplasw es
Gennep
Brandw eerkazerne Horst
Westsingel
Horst
Brandw eerkazerne Ittervoort
Aziëstraat
Ittervoort
Brandw eerkazerne Nederw eert
Smisserstraat
Nederw eert
Brandw eerkazerne Stramproy
Bergerothw eg
Stramproy
Brandw eerkazerne Venlo
Ariënsstraat
Venlo
Brandw eerkazerne Weert
De Savorin Lohmanstraat
Weert
3.5
Vennootschapsbelasting
Vanaf 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen van bijvoorbeeld gemeenten, provincies en waterschappen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (VPB). Met deze wetswijziging wil de Nederlandse overheid gelijkheid creëren tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Voor zover bekend zijn de hiermee samenhangende financiële gevolgen voor de veiligheidsregio zeer beperkt. Voor de vennootschapsbelasting die op de activiteiten drukt die door de belastingdienst als VPB-plichtig worden aangemerkt, is voor 2022 geen bedrag geraamd. Omdat wij activiteiten verrichten tegen kostprijs en zonder winstoogmerk verwachten wij geen heffing over 2022.
3.6
Financiering
Het beleid van de veiligheidsregio inzake de financiering is vastgelegd in het treasurystatuut. Het Dagelijks Bestuur heeft het treasurystatuut op 11 maart 2022 opnieuw vastgesteld. Risicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm) De kasgeldlimiet laat zien welk risico er bestaat ten aanzien van vlottende schulden. De renterisiconorm is een maatstaf om te bepalen welke kredietrisico’s de veiligheidsregio loopt op de vaste schulden. Dit zijn de schulden met een looptijd langer dan 1 jaar. Kasgeldlimiet (vlottende schuld) Onderstaande tabel geeft het renterisico van de vlottende schuld voor het jaar 2022.
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 40 -
5 april 2023
Berekening kasgeldlimiet
(bedragen in duizenden euro's) 000100
1e kwartaal
2e kwartaal
1. Vlottende schuld
3.000
0
0
667
2. Vlottende middelen
153
381
544
504
3. Netto vlottend schuld (+) of overschot (-) (1-2)
2.847
-381
-544
162
(4) Gemiddelde van (3)
2.847
-381
-544
162
4. Toegestane kasgeldlimiet In geld In percentage
8.357 8,20%
8.357 8,20%
8.357 8,20%
8.357 8,20%
Ruimte (4 groter dan 3)
5.510
8.738
8.901
8.195
Overschrijding (3 groter dan 4)
-
-
-
-
Berekening kasgeldlimiet (5) (7) Rekeningtotaal 2022 (8) Percentage regeling
101.916 8,20%
101.916 8,20%
101.916 8,20%
101.916 8,20%
(5)=(7)*(8) kasgeldlimiet 2022
8.357
8.357
8.357
8.357
(Jaar t = 2022)
3e 4e kwartaal kwartaal
In 2022 is op het einde van het boekjaar voldaan aan de norm voor de kasgeldlimiet (plafond voor korte financiering < 1 jaar) op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido). Renterisiconorm (vaste schuld) Onderstaande tabel geeft het renterisico van de vaste schuld.
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 41 -
5 april 2023
Renterisiconorm (bedragen in duizenden euro's)
2022 omvang begroting
71.430
1 renteherzieningen
0
2 aflossingen
7.717
3 renterisico (1)+(2)
7.717
(4) renterisiconorm
14.286
(5a)= (4>3) ruimte onder renterisiconorm
6.569
(5b)= (3>4) overschrijding van de renterisiconorm Berekening renterisiconorm (4) (4a) begrotingstotaal jaar t (4b percentage regeling (4)=(4a)*(4b)/100 renterisiconorm jaar T
71.430 20 % 14.286
De renterisiconorm is het bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal van 2022. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden. Dit is niet het geval. Liquiditeitsplanning en financieringspositie De bestaande vaste geldleningen in combinatie met kortlopende geldleningen, reserves en voorzieningen en het betalingsritme van de gemeenten zijn voldoende gebleken om de lopende uitgaven inclusief investeringen te bekostigen. Rentekosten en renteopbrengsten In 2022 zijn de volgende rentekosten en renteopbrengsten gerealiseerd: Rentekosten Rente vaste geldleningen
€ 264.138
Rente eigen financieringsmiddelen
€ 17.270
Rente kortlopende geldleningen/rekening courant
€
3.315
€
3.100
Renteopbrengsten: Rente rekening-courant/spaarrekeningen
3.7
Verbonden partijen
De veiligheidsregio kent geen verbonden partijen.
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 42 -
5 april 2023
Deel C 4
Jaarrekening
Balans per 31 december
Balans per 31 december 2022
(bedragen in duizenden euro's) 250123
ACTIVA
31 december 2022
31 december 2021
0
0
46.913
49.711
VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa
Materiële vaste activa -
Investeringen met een economisch nut
46.913
49.711
Financiële vaste activa
0
0
TOTAAL VASTE ACTIVA
46.913
49.711
31
31
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden -
Gereed product en handelsgoederen
31
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar
31
6.066
4.973
-
Vorderingen op openbare lichamen
2.388
392
-
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijdkorter dan een jaar
3.552
4.435
-
Overige vorderingen
126
146
Liquide middelen
542
481
-
Kassaldi
6
10
-
Banksaldi
536
471
Overlopende activa -
-
5.432
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
11.199
0
0
5.432
11.199
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
12.071
16.684
TOTAAL ACTIVA
58.984
66.395
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 43 -
5 april 2023
Balans per 31 december 2022
(bedragen in duizenden euro's) 250123
PASSIVA
31 december 2022
31 december 2021
6.551
7.683
VASTE PASSIVA Eigen vermogen -
Algemene reserve
-
Bestemmingsreserves
-
Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
533
533
5.052
6.741
965
409
Voorzieningen
3.747
-
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
-
Voorzieningen ter egalisering van kosten
-
Voorzieningen voor middelen van derden w aarvan de bestemming gebonden is
0
0
3.747
722
0
0
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer -
Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
722
29.046 29.046
TOTAAL VASTE PASSIVA
36.763 36.763
39.343
45.167
4.412
1.257
VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar -
Kasgeldleningen
-
Banksaldi
-
Overige schulden
2.000
0
0
0
2.412
1.257
15.228
Overlopende passiva -
-
-
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouw d en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume) De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
19.971
13.070
18.745
4
4
2.154
1.222
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA
19.640
21.228
TOTAAL PASSIVA
58.984
66.395
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 44 -
5 april 2023
5
Het overzicht van baten en lasten
Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar 2022 (bedragen in duizenden euro's)
Realisatie 2021
Prim aire begroting 2022
Begroting 2022 na w ijziging
Realisatie 2022
Publieke Gezondheid
65.074
18.188
19.513
46.144
Brandw eerzorg
32.432
32.361
32.624
32.134
Crisisbeheersing
5.053
4.889
5.177
5.347
Overhead
17.791
15.234
14.116
18.292
Totaal lasten
120.350
70.672
71.430
101.916
Publieke Gezondheid
52.529
4.408
4.451
32.354
Brandw eerzorg overig
6.303
5.442
5.535
5.626
Crisisbeheersing
736
558
586
818
Overhead overig
3.011
1.214
1.456
3.000
Totaal baten program m a's
62.579
11.621
12.028
41.798
Publieke Gezondheid
14.053
13.493
14.849
14.849
Brandw eerzorg
26.242
26.861
27.024
27.024
Crisisbeheersing
4.304
4.372
4.453
4.453
Overhead
13.315
14.108
12.660
12.660
Totaal baten gem eentelijke bijdragen
57.914
58.834
58.986
58.986
Totaal baten
120.493
70.456
71.014
100.784
Lasten (excl. toevoegingen aan reserves)
Baten (excl. onttrekkingen aan reserves)
Baten gem eentelijke bijdragen
Saldo (excl. m utaties reserves) Publieke Gezondheid
1.508
-288
-213
1.058
Brandw eerzorg
113
-57
-65
517
Crisisbeheersing
-12
40
-139
-76
-1.466
88
-0
-2.631
Totaal program m a's
143
-216
-417
-1.132
Saldo van baten en lasten
143
-216
-417
-1.132
Toevoegingen aan reserves
950
486
77
77
Onttrekkingen aan reserves
1.216
702
494
2.175
Gerealiseerde resultaat
409
0
0
965
Overhead
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 45 -
5 april 2023
6
Toelichtingen
6.1
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De veiligheidsregio dient als gemeenschappelijke regeling te voldoen aan de verslaggevingsvoorschriften zoals deze ook voor gemeenten gelden. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). De waarderingsgrondslagen zijn bepaald aan de hand van het BBV dan wel aan de hand van algemeen in het maatschappelijk verkeer aanvaarde normen. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarde, tenzij anders vermeld.
6.1.1. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.
6.1.2. Vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met eventuele bijdragen van derden, onttrekkingen aan de reserves en/of voorzieningen en de afschrijvingen. De activa met een relatief geringe betekenis worden in het jaar van aanschaf direct ten laste van de rekening van baten en lasten gebracht. Afschrijving van de activa (lineair of annuïtair (enkel bij de gebouwen Nijmeegseweg en Drie Decembersingel bij aanschaf in 2003/2004)) vindt plaats met inachtneming van de verwachte gebruiksduur of nuttigheidsduur. In voorkomende gevallen wordt de afschrijving aangepast aan de herziene verwachte gebruiksduur. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het verslagjaar heeft een
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 46 -
5 april 2023
dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. Het bestuur heeft in 2016 de afschrijvingstermijnen opnieuw vastgesteld. Deze termijnen worden gehanteerd voor nieuwe investeringen. De investeringen uit eerdere jaren worden afgeschreven op basis van de gebruiksduur die op het moment van de investering werd gehanteerd. De gehanteerde afschrijvingstermijnen per categorie zijn opgenomen in onderstaande tabel. Gronden en terreinen
n.v.t.
Woonruimten
n.v.t.
Bedrijfsgebouwen
5 tot 44 jaar
Vervoermiddelen
5 tot 20 jaar
Machines, apparaten en installaties
3 tot 40 jaar
Overige materiële vaste activa
3 tot 30 jaar
6.1.3. Vlottende activa -
Voorraden
Gerede producten worden gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de kostprijs. Dat laatste doet zich vooral voor indien voorraden incourant worden. De kostprijs bestaat uit de betaalde inkoopprijs. -
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar
De vorderingen op openbare lichamen, rekening-courant verhouding met het Rijk en de overige vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien noodzakelijk wordt een voorziening in mindering gebracht voor verwachte oninbaarheid. -
Liquide middelen en overlopende posten
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.
6.1.4. Vaste passiva -
Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit een algemene reserve en bestemmingsreserves. Binnen de bestemmingsreserves is een onderscheid gemaakt tussen reserves met een specifiek bestedingsdoel en bestemmingsreserves die zijn gevormd ter dekking van eerder gedane investeringen. -
Voorzieningen
Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf kapitaalgoederen is het beleid nader uiteengezet. -
Voorziening voor bovenmatig bovenwettelijk verlof
In de jaren 2020 en 2021 is het verlofsaldo bij de VRLN fors gestegen van 44.000 uren in 2019, naar 64.000 in 2020 en vervolgens naar 76.000 uren in 2021. In 2022 is het verlof weer iets terug gelopen naar 75.000 uren. Het effect van de coronacrisis op de Veiligheidsregio en de GGD vertaalt zich naar het verlofsaldo. Medewerkers die zijn ingezet in de bestrijding van de crisis maakten meer-uren. Het wegwerken van deze meer-uren verdringt het opnemen van het reguliere verlof. Dat reguliere wettelijke en bovenwettelijke verlof wordt vervolgens opgespaard. Daarnaast namen medewerkers in
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 47 -
5 april 2023
2020 en 2021 door de coronamaatregelen minder verlof op. De komende jaren moet het verlof weer worden terug gebracht naar het reguliere niveau. Het management van de VRLN gaat daar gericht op sturen. Voor de raming van het bovenmatig wettelijk verlof gaan we uit van een verlofsaldo ultimo 2022 zonder het effect van de coronabestrijding van 55.000 uren. Na aftrek van een geraamd aantal niet genoten wettelijk verlofuren ter grootte van 30% blijft 38.500 uren over aan bovenwettelijke verlof. We gaan er van uit dat maximaal 28.500 uren bovenmatig zijn. Dit aantal komt overeen met 60% van het feitelijk aantal bovenwettelijke uren ultimo 2022. -
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer
Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen.
6.1.5. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
6.2
Toelichting op de balans
6.2.1. Vaste activa Immateriële vaste activa De veiligheidsregio kent geen immateriële vaste activa. Materiële vaste activa De veiligheidsregio kent slechts investeringen met een economisch nut. De investeringen met economisch nut worden, inclusief het verloop van de boekwaarde, als volgt onderverdeeld: Verloopoverzicht materiële vaste activa
(bedragen in duizenden euro's)
Boekwaarde 31-12-2021
Investeringen
Desinves- Afschrijteringen vingen
Bijdragen Afwaarvan derden deringen
Boekwaarde 31-12-2022
Gronden en terreinen
2.047
0
86
0
0
0
1.961
Bedrijfsgebouwen
27.374
47
0
1.266
0
0
26.155
30
0
0
2
0
0
28
Vervoermiddelen
11.348
499
0
1.748
0
0
10.099
Machines, apparaten en installaties
1.626
39
0
424
0
0
1.242
Overige materiële vaste activa
7.286
1.314
0
1.172
0
0
7.428
Totaal
49.711
1.899
86
4.612
0
0
46.913
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 48 -
5 april 2023
De belangrijkste in het boekjaar gedane investeringen zijn: (bedragen in duizenden euro's)
Werkelijk besteed in 2022
Cumulatief besteed t/m 2022
Mobiele dataterminals (MOI/MDT)
510
510
Mobiele Commando Unit (MCU)
363
363
Vervanging hoogwerker (Hilton 320 T)
241
241
Rookgeneratoren vakbekwaamheid
205
205
Waterongevallenwagen (WO) Weert
109
182
AED (voertuiggerelateerd en gebouwen)
90
90
Bepakking TS Panningen incl. LD slangen
78
78
1.596
1.669
Totaal
Financiële vaste activa De veiligheidsregio heeft geen financiële vaste activa.
6.2.2. Vlottende activa Voorraden De in de balans opgenomen voorraden bestaan uit de volgende categorie: Voorraden
(bedragen in duizenden euro's) 250123
Boekwaarde per 31 december 2022
Boekwaarde per 31 december 2021
Gereed product en handelsgoederen
31
31
Totaal
31
31
Deze voorraden gereed product betreffen vaccins. Uitzettingen kleiner dan 1 jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een rentetypische looptijd van een jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar
(bedragen in duizenden euro's) 250123
Boekwaarde per 31 december 2022
Boekwaarde per 31 december 2021
2.388
392
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijdkorter dan een jaar 3.552
4.435
Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Totaal
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 49 -
126
146
6.066
4.973
5 april 2023
In 2022 is het niet noodzakelijk gebleken om een voorziening voor oninbare vorderingen in te stellen. De grotere posten bij de vordering op openbare lichamen bestaan uit de corona-declaraties over november en december 2022. Voor de rekening-courantverhouding met het Rijk worden hieronder weergegeven het drempelbedrag voor het begrotingsjaar 2022 en voor ieder kwartaal het bedrag aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden, dat in het kader van het drempelbedrag door de veiligheidsregio buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden. Wet financiering decentrale overheden
(bedragen in duizenden euro's)
250216
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
153
381
544
505
Drempelbedrag
1.429
1.429
1.429
1.429
Ruimte onder drempelbedrag
1.276
1.048
885
924
Overschrijding van het drempelbedrag
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Liquide middelen
(bedragen in duizenden euro's) 250123
Boekwaarde per 31 december 2022
Boekwaarde per 31 december 2021
Kassaldi
6
10
Banksaldi
536
471
Totaal
542
481
Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Overlopende activa
(bedragen in duizenden euro's) 250123
Boekwaarde per 31 december 2022 De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
Boekwaarde per 31 december 2021
0
0
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
5.432
11.199
Totaal
5.432
11.199
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 50 -
5 april 2023
De grotere posten in het saldo overlopende activa zijn vooruitbetaalde kosten voor licenties en de eindafrekening COVID-19 over 2022. 6.2.3.
Vaste passiva
Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Eigen vermogen
(bedragen in duizenden euro's) 250123
Boekwaarde per 31 december 2022
Boekwaarde per 31 december 2021
533
533
5.052
6.741
965
409
6.551
7.683
Algemene reserve Bestemmingsreserves Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Totaal
Het verloop in 2022 wordt in volgend overzicht per reserve weergegeven: Verloopoverzicht reserves
(bedragen in duizenden euro's) Boekw aarde per 31 decem ber 2021
Toevoeging
Bestem m ing resultaat vorig boekjaar
Onttrekking
Verm indering ter dekking van afschrijvingen
Boekw aarde per 31 decem ber 2022
Algemene reserve
533
0
0
0
0
533
Algem ene reserve
533
0
0
0
0
533
Reserve kapitaallasten huisvesting Nijmeegsew eg, Venlo
240
11
0
0
28
223
Reserve kapitaallasten huisvesting Drie Decembersingel, Venlo
90
4
0
0
13
80
Reserve kapitaallasten huisvesting Oranjelaan, Roermond
54
2
0
0
15
42
Subtotaal reserves t.b.v. dekking kapitaallasten
384
17
0
0
56
345
Bestem m ingsreserves t.b.v. dekking van kapitaallasten
Overige bestem m ingsreserves Reserve transformatie meldkamer
1.089
0
63
0
0
1.027
Reserve CMA (Centraal Meld- en Actiepunt)
138
0
0
0
0
138
Reserve assurantie eigen risico
600
60
0
0
0
660
Reserve taakherschikking en ouderportaal
372
0
0
0
0
372
Reserve inhalen w erk
350
0
0
0
0
350
Reserve uitgestelde transitie
90
0
0
0
0
90
2.056
0
2.056
0
0
0
0
0
0
230
0
230
Reserve onderhoud gebouw en in eigendom Reservering Natuurbrandbestrijding Reservering Informatieveiligheid
0
0
0
179
0
179
Egalisatiereserve Kapitaallasten Brandw eerzorg
1.663
0
0
0
0
1.663
Subtotaal overige bestem m ingsreserves
6.357
60
2.119
409
0
4.707
Bestem m ingsreserves
6.741
77
2.119
409
56
5.052
Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
409
965
0
-409
0
965
Gerealiseerd resultaat
409
965
0
-409
0
965
7.683
1.043
2.119
0
56
6.551
Totaal
Onder ‘bestemming resultaat’ staan de toevoegingen of onttrekkingen vermeld uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaande boekjaar. Onder ‘afschrijvingen’ staan de verminderingen vermeld in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd.
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 51 -
5 april 2023
De aard en de reden van iedere reserve wordt hieronder toegelicht evenals de mutaties die dit boekjaar hebben plaatsgevonden. Algemene reserve De omvang van de algemene reserve is in 2022 ongewijzigd. In de vergadering van 17 april 2015 heeft het Algemeen Bestuur de nota risicomanagement vastgesteld. Het niveau van de algemene reserve is later gemaximeerd tot € 1.250.000. Uitgaande van een algemene reserve van € 533.000 en vrij beschikbare reserves van € 1.436.000 is het weerstandsvermogen € 1.969.000. Verloopoverzicht vermogenspositie
(bedragen in duizenden euro's) Stand per 31 decem ber 2022
Stand eigen vermogen per 31 december 2022
6.551
af: reserves niet vrij beschikbaar
-3.272
af: kapitaalreserves
-345
af: bedrag gereserveerd voor onderhoud gebouw en
0
Resultaat 2022 + w eerstandsverm ogen
2.934
Overzicht resultaat 2022 + weerstandsvermogen
(bedragen in duizenden euro's) Stand per 31 decem ber 2022
Algemene reserve
533
Reserve transformatie meldkamer
1.027
Reservering Natuurbrandbestrijding
230
Reservering Informatieveiligheid
179
Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
965
Resultaat 2022 + w eerstandsverm ogen
2.934
Reserve kapitaallasten gebouw Nijmeegseweg te Venlo Deze reserve wordt ingezet om een deel van de kapitaallasten op te vangen samenhangend met de aankoop/inrichting van het gebouw Nijmeegseweg 42 te Venlo. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag onttrokken aan deze reserve en wordt jaarlijks rente toegevoegd. Reserve kapitaallasten gebouw Drie Decembersingel te Venlo Deze reserve wordt ingezet om een deel van de kapitaallasten op te vangen samenhangend met de aankoop/inrichting van het gebouw Drie Decembersingel te Venlo. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag onttrokken aan deze reserve en wordt jaarlijks rente toegevoegd. Reserve kapitaallasten gebouw Oranjelaan Roermond Deze reserve wordt ingezet om een deel van de kapitaallasten op te vangen samenhangend met de aankoop/inrichting van het gebouw Quadrivium aan de Oranjelaan in Roermond. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag onttrokken aan deze reserve en wordt jaarlijks rente toegevoegd.
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 52 -
5 april 2023
Reserve transformatie meldkamer Op 21 december 2012 heeft het Algemeen Bestuur besloten tot het vormen van een reserve ten behoeve van de schaalvergroting meldkamer brandweer. De meldkamer van Limburg-Noord is samengevoegd met de meldkamer van Zuid-Limburg en in 2016 heeft de verhuizing naar Maastricht plaatsgevonden. De bestemming van de reserve is in de jaarrekening 2021 verruimd. Ook de kosten van de transformatie van de informatievoorziening mogen ten laste van de reserve worden gebracht. Vanwege een incidenteel nadelig resultaat van de meldkamer in 2022, is € 63.000 onttrokken aan de reserve. Reserve CMA (Centraal Meld- en Actiepunt) De reserve CMA is gevormd in het kader van de vereffening van resultaten op het specifiek ten laste van de centrumgemeente Venlo uitgevoerde CMA. Bij eventuele beëindiging van deze activiteit wordt het bedrag aangewend ter dekking van eventuele frictiekosten. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat de activiteiten voor het CMA ingaande 2018 zijn beëindigd. De eventuele frictiekosten komen ten laste van deze reserve. In 2022 is hier geen beroep op gedaan. Met de gemeente Venlo is afgesproken dat het restant saldo wordt aangewend voor een door de gemeente aan te wijzen bestemming. De gedachten gaan uit naar versterking van de aansluiting met het sociaal domein.
Reserve assurantie eigen risico Bij de aanbesteding van de verzekeringen is ervoor gekozen een deel van de verzekeringen met betrekking tot het materieel stop te zetten en dit risico zelf te dragen. In 2015 is voor dit doel de bestemmingsreserve assurantie eigen risico gevormd. De bestemmingsreserve wordt ingezet om het eigen risico van schades op te vangen. Voor risico’s op het gebied van de dienstongevallen zal vanaf 2024 een beroep worden gedaan op het landelijk door de veiligheidsregio’s ingerichte Waarborgfonds. Reserve taakherschikking en ouderportaal Vanwege de coronapandemie is in 2020 de implementatie van het ouderportaal stopgezet, deze is in 2021 hervat. Ook de taakherschikking binnen de JGZ die vanwege corona stopgezet was in 2020, is weer hervat. In 2022 is er geen beroep gedaan op deze reserve. Het saldo is eind 2022 ongewijzigd en bedraagt € 372.000. Aan het Algemeen Bestuur zal worden gevraagd de bestemming te verruimen naar transformatie JGZ. Reserve groot onderhoud gebouwen Het Algemeen Bestuur heeft bij de vaststelling van de jaarrekening 2020 de voorziening omgezet naar een bestemmingsreserve voor het groot onderhoud aan alle gebouwen. Dit in afwachting van een nieuw vastgesteld onderhoudsplan. In 2022 zijn de onderhoudsplannen geactualiseerd en aan het Algemeen Bestuur voorgelegd. In 2022 is deze reserve omgezet in een voorziening onderhoud gebouwen VRLN.
Egalisatiereserve kapitaallasten brandweerzorg In 2017 is deze bestemmingsreserve gevormd vanuit de onderuitputting van de kapitaallasten. Deze reserve wordt ingezet om de verwachte overschrijding van de kapitaallasten als in de lijn van het investeringsprogramma in de komende jaren op te vangen. In 2018, 2019, 2020 en 2021 is
Jaarverantwoording 2022 VRLN
- 53 -
5 april 2023
respectievelijk € 106.000, € 260.000, € 218.000 en € 433.000 toegevoegd aan deze reserve. In 2022 hebben er geen stortingen en onttrekkingen plaatsgevonden in deze reserve. Reserve inhalen werk als gevolg van corona Door de coronacrisis is sprake van uitgestelde werkzaamheden die ingehaald moeten worden. Bij de jaarrekening 2020 is hiervoor een bedrag gereserveerd van € 694.000. In 2021 is een deel van de inhaalslag uitgevoerd en is hiervoor € 344.000 onttrokken aan deze reserve. Nu de coronapandemie ten einde loopt is er ten aanzien van het inhalen van even pas op de plaats gemaakt. Er wordt bekeken welke werkzaamheden er zijn blijven liggen en wat hiervan ingehaald gaat worden. Hiervoor wordt dan de reserve aangewend. Reserve uitgestelde transitie door corona Vanwege de coronacrisis was het niet mogelijk om de in 2020 geplande transitie van de organisatie op te starten. Bij de jaarrekening 2020 is daarom een bedrag gereserveerd van € 442.000. In 2021 is een start gemaakt met de transitie, hiervoor is € 353.000 onttrokken aan de reserve. Er wordt bekeken welke werkzaamheden er zijn blijven liggen en wat hiervan ingehaald gaat worden. Hiervoor wordt dan de reserve aangewend. Reservering Informatieveiligheid Deze reserve gaat ingezet worden voor de aanschaf van een SIEM-oplossing (Security Information and Event Management).