Jaarverantwoording 2020
Tekst van het document
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 24 -
12 april 2021
Indicatoren
Realisatie
Regionaal: in de praktijk wordt 50% van de maatgevende incidenten (brand in een gebouw) binnen de wettelijke opkomsttijd voor dat specifieke soort gebouw bereikt door de eerste eenheid.
51%, gemiddelde opkomsttijd: 8:33 minuten
Bij prio-1 meldingen is het streven een uitruktijd van maximaal 5 minuten te halen bij vrijwillige posten en anderhalve minuut bij beroepsposten en posten met een SI-2T (moment van alarmering tot aan moment van de uitruk).
Beroepsposten: 1:21 minuten Vrijwillige posten: 4:50 minuten Snel inzetbaar voertuig SI-2T: 1:19 minuten
2.2.3. Preparatie Algemene ontwikkelingen in 2020 Voor de ondersteunende werkvelden van preparatie is het van belang dat zij zich zodanig inrichten dat zij flexibel kunnen inspelen op de ontwikkelingen binnen incidentbestrijding. Dat vergt aanpassing in materiaal, vakbekwaamheid en operationele voorbereiding. Het feit dat vrijwilligers gemiddeld minder lang bij de brandweer blijven in combinatie met vergrijzing en succesvolle werving leiden tot een grotere vraag naar opleidingen. Met de geplande nieuwbouw van kazerne Venray (2021/2022) kan uitbreiding van de opleidingscapaciteit plaatsvinden. In de 2e helft van 2020 is gestart met het in kaart brengen van de mogelijkheden voor verduurzaming van de bestaande kazernes. Nieuw gebouwde of nog te bouwen kazernes zijn al zo goed als energieneutraal met zonnepanelen en luchtwarmtepompen. Van belang is nu om de volgende stap te maken en ook bestaande kazernes van energiebesparende maatregelen te voorzien. Dit gebeurt in nauw overleg met de gemeenten, als verhuurder van de panden.
Wat hebben we gedaan? De coronamaatregelen zijn hard voelbaar op het gebied van opleidingen, trainingen en oefeningen. Deze konden gedurende langere periodes niet of alleen in aangepaste vorm doorgaan. Dit heeft geresulteerd in een substantiële achterstand voor alle opleidingen. Ongeveer 45% van de reguliere oefeningen zijn niet conform planning uitgevoerd. Ook is het realistisch trainen in Enschede en Weeze vrijwel helemaal geannuleerd. De vakbekwaamheid van de brandweer komt nog niet acuut in het gedrang maar baart wel zorgen als deze situatie zich ver in 2021 voortzet. Digitale vormen van opleidingen en oefeningen zijn geïntroduceerd. In 2021 wordt getracht om de achterstanden in opleidingen in te halen. Verenigingsactiviteiten zoals korpsavonden, juist bij de vrijwillige posten van essentieel belang voor de groepsbinding, zijn sinds maart 2020 afgelast.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 25 -
12 april 2021
Ten aanzien van aankoop van nieuwe producten en diensten is de jaarplanning voor 2020 nagenoeg volledig gerealiseerd. Het betreft onder andere de aankoop van tankautospuiten en andere voertuigen en materieel. Belangrijk in het kader van de paraatheid van de brandweer is de nieuwe alarmontvanger inclusief een paraatheidsmonitor. Indicatoren · Gecertificeerd opleidingsbureau. · Alle ruim 850 operationeel inzetbare medewerkers voldoen aan de landelijke branche-standaard voor vakbekwaamheid. · Actuele planvorming, procedures, inzetvoorstellen en dekkingsplan. ·
De kazernes voldoen aan niveau 3 van de NEN2767-norm.
· Al het materieel voldoet aan de daarvoor geldende kwaliteitsstandaard en/of keurmerk en wordt periodiek gekeurd.
Realisatie Ja, hercertificering in 2021 Ja
Ja Ja, m.u.v. de plaatsen waar nieuwbouw komt. Ja
Wat heeft het gekost? De gemeentelijke bijdrage voor het programma Brandweerzorg bedraagt € 25,381 miljoen (exclusief overhead), omgerekend is dat een bedrag van € 48,97 per inwoner. Voor het reguliere deel van het programma Brandweerzorg geldt een positief resultaat van € 568.000 ten opzichte van de prognose uit de halfjaarrapportage. In de halfjaarrapportage was de verwachting dat er een overschot van € 589.000 zou ontstaan. Belangrijkste oorzaken voor dit verschil zitten op personeelskosten mate name in lagere lasten vrijwilligersvergoeding door niet doorgaan opleidingen en oefeningen en bij risicobeheersing lagere inhuur voor controles bouwveiligheid. Tegenover lagere lasten staan op het gebied van materiële lasten meerkosten voor reparatiekosten voertuigen, aankoop materieel en extra dotatie onderhoudsvoorziening. Daarnaast onder de baten een vrijval onderhoudsvoorziening In de onderstaande tabel zijn de voornaamste afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde begroting weergegeven. Voor het totaal overzicht van de gerealiseerde baten en lasten wordt verwezen naar onderdeel 6.3.2 Programma Brandweerzorg.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 26 -
12 april 2021
(bedragen in duizenden euro's) Afw ijking t.o.v. gew ijzigde begroting
I/S
Baten
Lasten
Personeel en overige personeelskosten
I
30
-20
Lagere kosten inhuur t.b.v. controles bouw veiligheid
I
Lagere opbrengsten detacheringsvergoeding
I
-16
Hogere UWV uitkering
I
4
Risicobeheersing Personeel:
58
Materieel: Lagere kapitaallasten bouw veiligheid (Wabo)
I
6
Lagere kosten onderzoek en beleid
I
25
Hogere kosten arbozorg
I
-10
Hogere overige baten
I
Subtotaal Risicobeheersing
3
1
21
60
Preparatie en Incidentbestrijding Corona
-79
Personeel: Baten en lasten levensloop
I
579
-579
Baten en lasten FLO
I
366
-374
Lagere kosten vrijw illigers a.g.v. niet doorgaan opleiden en oefenen
I
427
Lagere kosten inhuur extern a.g.v. corona
I
25
Meerkosten piketten en dagdienst repressie
I
-73
Extra kosten opleiden w aterongevallen
I
-48
Extra dotatie voorziening onderhoud Venlo
I
Vrijval onderhoudsvoorziening brandw eerkazernes
I
Materieel brandw eer hogere reparatiekosten voertuigen
I
-210
Aankoop materieel
I
-259
Saldo overige voor- en nadelen
I
Materieel:
-220 817
7
29
Subtotaal Preparatie en Incidentbestrijding
1.769
-1.361
Totaal
1.790
-1.301
Verschil begroting na w ijziging en jaarrekening inclusief corona
489
Verschil begroting na w ijziging en jaarrekening exclusief corona
568
I = Incidenteel; S = Structureel; '+' = Voordeel; '-' = Nadeel
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 27 -
12 april 2021
2.3
Programma Crisisbeheersing
Het programma Crisisbeheersing bestaat uit de volgende onderdelen: - Crisisbeheersing en multidisciplinaire samenwerking (incl. GHOR); -
Gemeentelijke processen; Meldkamer.
Algemene ontwikkelingen in 2020 De personele inzet voor COVID-19 en de natuurbranden afgelopen zomer was dusdanig, dat een aantal onderwerpen uit het jaarplan crisisbeheersing niet of langzamer dan verwacht opgepakt en uitgewerkt konden worden. Ook de migratie naar FRIS (nieuwe ICT-infrastructuur) vergde veel capaciteit van het team Crisisbeheersing, dat als eerste deze overstap maakte. In 2020 werd de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) geëvalueerd door een landelijke commissie; ook vanuit Crisisbeheersing is hieraan bijgedragen. Bovenstaande maakt, dat de speerpunten zoals opgenomen in de begroting 2020 weliswaar doorliepen, maar ingekleurd of vertraagd door corona niet opgepakt konden worden volgens het oorspronkelijke plan en (nog) niet het beoogde resultaat opleverden. Onderstaande speerpunten zijn dan ook opgenomen in het jaarplan crisisbeheersing 2021: doorontwikkeling crisisorganisatie; doorontwikkeling evenementenadvisering en Veiligheidsinformatie centrum (VIC).
2.3.1. Crisisbeheersing en multidisciplinaire samenwerking (incl. GHOR) Wat hebben we gedaan? Door de coronacrisis is er op het thema ziektegolf (risicoprofiel) en in samenhang daarmee met netwerkmanagement, planvorming/scenario-uitwerking en informatiemanagement (onder andere dashboarding) ongelofelijk veel gebeurd. De capaciteiten van crisisbeheersing zijn met name ingezet voor de coronabestrijding: het bemensen van crisisteams, ondersteuning van GGD en GHOR bij het inrichten van het coronahotel, de verschillende teststraten en vaccinatievoorbereiding en het scenariodenken bij verschillende vraagstukken in opdracht van ROT en RBT. Daarnaast werd ook capaciteit ‘uitgeleend’ aan het Landelijk Operationeel Team Corona (LOT-C). Het multidisciplinaire oefenprogramma (MOTO) werd door de coronacrisis weliswaar grotendeels voorbereid, maar slechts beperkt uitgevoerd en ligt op de plank voor 2021. Daarnaast liep de uitgebreide evaluatie van natuurbranden en ook van de COVID-19 aanpak door VRLN. Ook evenementenadvisering stond vanaf maart volledig in het teken van (regionaal vertalen van) COVID-19 maatregelen: daardoor is in vergelijking met andere jaren veel meer op A-evenementen geadviseerd, waar normaliter met name (grotere) B en C-evenementen de overhand hebben.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 28 -
12 april 2021
Het was niet uitsluitend corona wat de klok sloeg in 2020, er zijn ook andere resultaten geboekt. Zo is de migratie naar het nieuwe C2000-systeem uitgevoerd en heeft de hervorming van piketten gestalte gekregen. Tevens is bijgedragen aan de landelijk ontwikkelde nieuwe plot-module voor LCMS die in 2020 voltooiing naderde en is vanuit de samenwerking in Zuid6-verband het project ‘actueel integraal meldkamerbeeld’ met het gereedkomen van het plan van aanpak, in gang gezet. Begin 2020 werd de campagne 'wacht niet op water’ gelanceerd en eind mei was de live-gang van de geheel vernieuwde website VRLN.nl een feit. Deze website vervangt de oude risico- en crisiscommunicatiewebsite limburg-veilig.nl. De bekendheid van de veiligheidsregio bij inwoners en partners is vergroot met een online-campagne ‘gezichten van VRLN’, waarbij ook collega's van crisisbeheersing vertelden over hun werkzaamheden in de coronabestrijding. Tot maart werd programma multidisciplinair trainen en oefenen, inclusief de systeemtest (van 2019) uitgevoerd. In de zomerperiode bood VRLN wederom een platvorm voor het Scenarioteam Droogte. De planvorming met betrekking tot Extreem weer werd opgeleverd en het Rampbestrijdingsplan Hoogwater Maas werd geactualiseerd. Naast eerdergenoemde evaluaties is ook de Citrix-uitval van begin 2020 geëvalueerd.
Conclusies daaruit hebben vervolgens mede richting gegeven aan het plan van aanpak voor het intern continuïteitsplan. De stijgende lijn die de laatste jaren zichtbaar is in het aantal inzetten van de Adviseur Gevaarlijke Stoffen, heeft ook in 2020 doorgezet: van 70 in 2017 naar 235 in 2020. Ook zonder de dumpingen, die een stijgende lijn laten zien en voor ongeveer de helft drugsgerelateerd zijn, is deze stijging zichtbaar. VRLN kende vanwege de coronacrisis in 2020 een exceptioneel lange opschaling in GRIP 4, van 26 februari tot 1 december, toen de Tijdelijke wet maatregelen (TWM) van kracht werd. In 2020 overlegde het Regionaal Operationeel Team Corona (ROT-C) 68 keer en het Regionaal Beleidsteam Corona (RBT) 44 keer. Daarnaast werd door VRLN nog 15 maal opgeschaald naar een Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings-Procedure (GRIP), wat het totaal op 16 brengt: GRIP 1: 12x, GRIP 2: 2x, GRIP 3: 1x en dus 1x GRIP 4. Bijzonder was ook de meerdaagse GRIP-3 opschaling vanwege de natuurbrand in het Meinweggebied, waarbij de inwoners van Herkenbosch (gemeente Roerdalen) werden geëvacueerd midden in de ‘eerste golf’ van de coronacrisis. Tegelijkertijd stond ook de Deurnese Peel in brand, waar VRLN ook de effecten van merkte. Eind 2020 werd het evaluatierapport gepubliceerd. De drie stormen in februari 2020 hebben niet tot opschalingen geleid.
Bij de beide GRIP 2-situaties, uitval van de meldkamer (13 maart) en uitval telefonie op de meldkamer (16 november) was er geen Commando Plaats Incident (CoPI). En uiteraard ook niet bij de langdurige corona-GRIP4.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 29 -
12 april 2021
Indicatoren
Realisatie
Evenementenadvisering Op alle adviesaanvragen (ongeveer 325 per jaar) in het kader van vergunningverlening voor een B- of C-evenement is tijdig
Vóór en tussen de lockdownsituaties is in totaal op 142
advies uitgebracht, afhankelijk van de tijdige aanvraag door en informatieverschaffing van de aanvrager. Operationele voorbereiding Alle (100%) multidisciplinaire plannen, werkinstructies en operationele informatie zijn conform versiedatum minder dan 3 jaar oud.
evenementen geadviseerd: 75 A, 63 B en 4 C.
Met alle structurele partners en buurregio’s zijn afspraken vastgelegd op netwerkkaarten.
Conform norm gerealiseerd en beheerd.
MOTO-aanbod (multi-opleiden-trainen-oefenen) dat voorziet in tenminste 2 oefenmomenten per functionaris per jaar. Deze oefenmomenten worden conform planning gerealiseerd.
Het aanbod (M)OTO voorzag in voldoende oefenmomenten, maar kon vanwege coronamaatregelen en lockdowns vanaf maart niet meer worden gerealiseerd.
(M)OTO-deelname door GHOR-functionarissen en multifunctionarissen (i.c. leiders en informatiemanagers) voldoet aan de norm van minimaal 2 momenten per functionaris per jaar.
Norm deelname is door zowel multi- als GHOR-functionarissen (m.u.v. enkele OvDG’en) niet gehaald, omdat vanwege corona het oefenprogramma na maart vrijwel stilviel.
Ruim 90% gerealiseerd; als gevolg van corona konden niet alle geplande actualisaties worden uitgevoerd.
De operationele gereedheid van GHOR-functionarissen is actueel Ja; hoewel oefenprogramma en inzichtelijk.
grotendeels stilviel, zijn vrijwel alle GHOR-functionarissen in de coronacrisisstructuren ingezet.
De GHOR stelt jaarlijks een bestuursrapportage op, die inzicht geeft in de voorbereiding van instellingen, zorgaanbieders, regionale ambulancevoorzieningen en diensten die een taak
De bestuursrapportage krijgt na de coronacrisis op basis van bevindingen opnieuw vorm en
hebben in de geneeskundige hulpverlening én continuïteit van zorg moeten garanderen.
inhoud.
Incidentbestrijding Individueel niveau: de kernfuncties crisisbeheersing zijn in 80% van de gevallen na alarmering binnen de normtijd begonnen met hun werkzaamheden. Teamniveau: de teams beginnen in 80% van de gevallen in een naar oordeel van de leider voldoende complete samenstelling binnen de normtijd met het eerste overleg.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 30 -
100%
100%
12 april 2021
2.3.2 Gemeentelijke processen Snelle en adequate inzet van vakbekwame functionarissen belast met de gemeentelijke processen bij crisisbeheersing. Ongeveer 300 functionarissen verdeeld over 21 sleutelfuncties in 13 bovenlokale, 3 interlokale en 8 lokale pools vertegenwoordigen samen de gemeenten en zorgen voor bevolkingszorg.
Wat hebben we gedaan? Operationele inzet Gemeenten hebben in 2020 een grote bijdrage geleverd aan de crisisbeheersing rondom het coronavirus. Met het opstellen van noodverordening en het handhaven van de nodige maatregelen hadden gemeenten een groot aandeel in de bestrijding van het virus. Daarnaast zijn functionarissen ook meermalen betrokken geweest bij kortstondige incidenten. De natuurbrand in de Meinweg is hier het belangrijkste voorbeeld van. Tijdens deze brand zijn ongeveer 4200 inwoners geëvacueerd uit Herkenbosch. Naast de grote crises zijn de officieren van dienst bevolkingszorg 303 keer in actie gekomen om gemeentelijke taken uit te voeren bij plaatselijke incidenten. Vakbekwaamheid De coronacrisis zorgde voor grote uitdagingen op het gebied van opleiding, training en oefening van gemeentefunctionarissen. Door proactief handelen van team oranje kolom en een facilitaire houding van opleidingspartners is de opleidingsgraad grotendeels behaald. Daarbij komt dat bijna alle functionarissen dit jaar operationeel zijn ingezet bij crises en/of incidenten. Automatisering en communicatie Om gemeentefunctionarissen tegemoet te komen in administratieve ondersteuning is begin 2020 een roosterapp ingevoerd waarmee piketroosters, OTO-roosters, contactgegevens en nieuwsberichten kunnen worden gedeeld. De huidige tijd vraagt om snelle communicatie; zeker tijdens crises.
Een belangrijk onderdeel van de impuls in crisiscommunicatie is een nieuwe website voor zowel de koude als warme fase. Deze website is gerealiseerd waarbij crisiscommunicatie is ingebed middels een crisis-liveblog op vrln.nl die pas actief wordt bij calamiteiten. Overige ontwikkelingen Het nieuwe convenant met het Nederlandse Rode Kruis en de vernieuwde bijdrage voor het Landelijke Netwerk Bevolkingszorg zijn gerealiseerd.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 31 -
12 april 2021
Indicatoren
Realisatie
Operationele voorbereiding · Van de functionarissen binnen de Oranje Kolom die actief zijn binnen de
82%
multidisciplinaire teams neemt iedere functionaris minimaal 1x per jaar deel aan een multidisciplinaire bijscholing of oefening. · Elke functionaris binnen de Oranje Kolom neemt minimaal 1x per jaar deel aan een monodisciplinaire opleiding of oefening. · Alle nieuwe functionarissen die binnen de Oranje Kolom actief zijn, volgen een startbekwaamheidstraject voor de functie die zij gaan uitoefenen.
88% 100%
Incidentbestrijding · In alle gevallen zijn de teams na alarmering binnen de gestelde opkomsttijden
Conform
operationeel.
norm
2.3.3. Meldkamer De meldkamers van Veiligheidsregio Zuid Limburg en Veiligheidsregio Limburg-Noord zijn samengevoegd in een nieuwe meldkamer die in Maastricht gevestigd is. De meldkamer is in de begroting van VRLN nog wel zichtbaar als apart programmaonderdeel, aangezien de financiering voor een deel nog loopt via de begrotingen van de veiligheidsregio’s. Verdere begroting en verantwoording gaat via een apart traject door de nieuwe meldkamerorganisatie.
Wat heeft het gekost? De gemeentelijke bijdrage voor het programma Crisisbeheersing bedraagt € 4,561 miljoen (exclusief overhead), omgerekend is dat een bedrag van € 8,80 per inwoner. Voor het reguliere deel van het programma Crisisbeheersing geldt een positief resultaat van € 28.000 ten opzichte van de prognose uit de halfjaarrapportage. In de halfjaarrapportage was de verwachting dat er een overschot van € 319.000 zou ontstaan, dit is iets toegenomen. Dit voordeel ten opzichte van de bestuursrapportage wordt door een aantal kleine afwijkingen veroorzaakt. De grootste verschillen zijn ontstaan door lagere kosten opleiden en oefenen, lagere kosten website. Daartegenover staan hogere kosten programma ‘Informatie en Techniek’ en extra storting in reserve Transitiekosten schaalvergroting meldkamer. In de onderstaande tabel zijn de voornaamste afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde begroting weergegeven. Voor het totaal overzicht van de gerealiseerde baten en lasten wordt verwezen naar onderdeel 6.3.3 Programma Crisisbeheersing.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 32 -
12 april 2021
(bedragen in duizenden euro's) Afw ijking t.o.v. gew ijzigde begroting
I/S
Baten Lasten
I
-16
Hogere kosten piketten en overige personele kosten
I
-11
Hogere UWV-ontvangsten medew erkers
I
Crisisbeheersing en m ultidisciplinaire sam enw erking Corona Personeel:
4
Materieel: Hogere kapitaallasten m.n. door versnelde afschrijving activa VIC
I
Lasten VIC, w aartegenover baten subsidie VIC
I
Lagere kosten opleiden en oefenen en opleidingen algemeen
I
40
Extra kosten programma 'Informatie en Techniek'
I
-27
Lagere kosten w ebsite
I
30
Hogere overige kosten
I
Minder ontvangen overige subsidies
I
Subtotaal Crisisbeheersing en m ultidisciplinaire sam enw erking
-9 117
-117
-8 -11 110
-118
Gem eentelijke processen Personeel: Lagere kosten personeel
I
3
Hogere kosten piketvergoedingen
S
-11
Lagere kosten opleiden en oefenen
I
25
Lagere kosten externe piketten
S
4
Materieel:
Subtotaal Gem eentelijke Processen
0
21
Meldkam er Personeel: Lagere kosten centralisten en caco's door natuurlijk verloop en niet meer invullen (nieuw e medew erkers w orden aangenomen binnen MKL)
S
105
Afrekening vertrekkende centralisten en caco's
I
-26
Materieel: Wegvallen reguliere bijdrage MKL (lasten) en w egvallen rechtstreekse declaratie caco's aan Politie Zuid Limburg (baten)
S
Lagere overige kosten meldkamer
I
Vergoeding reis- en verblijfkosten centralisten
I
54
Wegvallen subsidie opleidingen caco's
I
-12
Lagere storting (lasten) en onttrekking (baten) reserve transitiekosten schaalvergroting meldkamer
I
-164
24
Subtotaal Meldkam er
-479
479
Totaal
-369
382
-357
371 5
Verschil begroting na w ijziging en jaarrekening inclusief corona
12
Verschil begroting na w ijziging en jaarrekening exclusief corona
28
I = Incidenteel; S = Structureel; '+' = Voordeel; '-' = Nadeel
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 33 -
12 april 2021
2.4
Bedrijfsvoering/Overhead
In het kader van de vernieuwing van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) worden de kosten voor de bedrijfsvoering ondergebracht in het onderdeel Overhead. Onder overhead wordt verstaan alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hierbij worden in het BBV een aantal uitgangspunten gehanteerd: Kosten dienen zoveel mogelijk direct te worden toegerekend aan het betreffende programma; Ondersteunende werkzaamheden die niet direct dienstbaar zijn aan de externe klant of een extern product horen thuis bij de overhead; Hiërarchisch leidinggevenden behoren bij de overhead en
De huisvesting voor algemene taken behoort tot de overhead. Huisvesting specifiek voor brandweer of GGD worden bij het betreffende programma begroot en verantwoord.
In de begroting van de veiligheidsregio worden de kosten van de overhead verdeeld over de programma’s en op die wijze verrekend in de gemeentelijke bijdrage. De gemeenten kunnen namelijk geen overheadkosten van de veiligheidsregio toevoegen aan hun eigen overheadkosten.
Wat heeft het gekost? De gemeentelijke bijdrage voor de Overhead ten bedrage van € 12,482 miljoen, omgerekend een bedrag van € 24,08 per inwoner, wordt verdeeld over de drie inhoudelijke programma’s. De gemeenten betalen niet direct voor de Overhead. Voor het reguliere deel van de Overhead geldt een positief resultaat van € 1.205.000 ten opzichte van de prognose uit de halfjaarrapportage. In de halfjaarrapportage was de verwachting dat er een overschot van € 180.000 zou ontstaan, dit is dus toegenomen. Het extra positief resultaat hangt vooral samen met lagere lasten bij automatisering en telefonie. In 2020 en 2021 is geld vrijgemaakt voor ICT samenhangend met het project FRIS. De implementatie is gestart in 2020, maar loopt nog door in 2021 zodat de hogere budgetten nog niet helemaal benut zijn. De uitputting zal in 2021 wel compleet zijn. Bij de kapitaallasten is het voordeel vooral ontstaan door achterblijvende investeringen bij Documentaire Informatie Voorziening. Daarnaast is door de lagere rente bij nieuwe geldleningen een voordeel ontstaan en hebben we bij verzekeringen een voordeel op de premies doordat we een groter eigen risico dragen en een aantal verzekeringen hebben opgezegd. Daarnaast is er sprake van een vrijval in de onderhoudsvoorziening kantoorgebouwen van € 993.000.
In de onderstaande tabel zijn de voornaamste afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde begroting weergegeven. Voor het totaal overzicht van de gerealiseerde baten en lasten wordt verwezen naar onderdeel 6.3.4 Bedrijfsvoering/Overhead.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 34 -
12 april 2021
(bedragen in duizenden euro's) Afw ijking t.o.v. gew ijzigde begroting
I/S
Baten
Lasten
I
-267
-604
I
28
42
Bedrijfsvoering Corona Personeel: Saldo diverse voor- en nadelen Materieel: Saldo diverse voor- en nadelen ICT (met name telefonie)
I
Voordeel op rente-omslag door lagere rente op nieuw e leningen
I
72
Kapitaallasten ICT en DIV, met name uitgestelde investeringen DIV
I
110
Risk Factory
I
Voordeel op verzekeringen: lagere premie i.v.m. hoger eigen risico
S
Storting voorziening bovenmatig verlof
I
Onttrekking reserve
I
323
Vrijval onderhoudsvoorziening kantoorgebouw en
I
993
Saldo overige voor- en nadelen
I
-367
50
827
-506
Totaal
160
117
-117 68 -287
Overhead Publieke Gezondheid
8
Overhead Brandw eerzorg
-11
Overhead Crisibeheersing
15
Totaal afw ijkingen bedrijfsvoering/overhead
827
-493
Verschil begroting na w ijziging en jaarrekening inclusief corona
334
Verschil begroting na w ijziging en jaarrekening exclusief corona
1.205
I = Incidenteel; S = Structureel; '+' = Voordeel; '-' = Nadeel
2.5
Vennootschapsbelasting
Vanaf 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen van bijvoorbeeld gemeenten, provincies en waterschappen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Met deze wetswijziging wil de Nederlandse overheid gelijkheid creëren tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Voor zover bekend zijn de hiermee samenhangende financiële gevolgen voor de veiligheidsregio zeer beperkt. Voor de vennootschapsbelasting die op de activiteiten drukt die door de belastingdienst als VPB-plichtig worden aangemerkt, is voor 2020 geen bedrag geraamd. Omdat wij activiteiten verrichten tegen kostprijs en zonder winstoogmerk verwachten wij geen heffing in 2020.
2.6
Algemene dekkingsmiddelen
VRLN kent als algemeen dekkingsmiddel het saldo van de financieringsfunctie, zijnde € 649.519.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 35 -
12 april 2021
3
Paragrafen
3.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In 2015 heeft het Algemeen Bestuur bepaald dat een algemene reserve van maximaal 2% van het begrotingstotaal volstaat mits onderbouwd met een inventarisatie van risico’s. Op basis van alle risico’s met bijbehorende risico-inschatting (kans x effect) is een analyse gemaakt van de benodigde algemene reserve voor VRLN. Door middel van een simulatiemethodiek (Monte-Carlo) is het verband tussen risico’s en aan te houden algemene reserve bepaald. In deze simulatie wordt het gedrag van de risico’s over een groot aantal jaren nagebootst. In de eerste plaats leidt dit tot uitspraken over de mate van zekerheid dat het beschikbare weerstandsvermogen, voldoende is om de risico’s op te vangen. Daarnaast geeft deze analyse antwoord op de vraag welke risico’s het meest bepalend zijn in de bepaling van de aan te houden risicovoorziening. Om de drie jaar wordt de berekening geactualiseerd. Het Algemeen Bestuur heeft besloten een algemene reserve van maximaal € 1.250.000 aan te houden. Aan het einde van 2020 is de algemene reserve € 533.000 groot en is er een vrij beschikbare reserve van € 1.087.000. Concrete risico’s In het kader van risicomanagement vragen wij aandacht voor een aantal concrete risico’s. Coronapandemie De kosten van de bestrijding van de coronapandemie van de GGD en de veiligheidsregio worden vergoed door het Rijk.
In januari 2021 komt een datalek in de GGD-systemen in de publiciteit. De Autoriteit Persoonsgegevens is begin februari 2021 een onderzoek gestart naar de naleving door de GGD van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Daarbij heeft de Autoriteit Persoonsgegevens aangegeven het toezicht op de GGD te intensiveren. Het is nog niet duidelijk wanneer de uitkomst van het onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens te verwachten is en wat de uiteindelijke bevindingen zullen zijn. Onderzoeken en besluiten van de Autoriteit Persoonsgegevens worden doorgaans openbaar gemaakt. Na afloop van het onderzoek zal worden vastgesteld of en in welke mate individuele GGD-en aan te spreken zijn op de consequenties van het datalek. Dat zou tot claims van benadeelde burgers kunnen leiden. Deeltijdregeling brandweervrijwilligers In Nederland bestaat een hybride stelsel van beroeps- en vrijwillige brandweermensen. Volgens EUregelgeving zouden de vrijwilligers hetzelfde betaald moeten krijgen als de beroepsmedewerkers; een Belgische brandweervrijwilliger heeft daarover met succes een rechtszaak gevoerd voor het Europees Hof van Justitie. De kans bestaat dat bepaalde taken van vrijwilligers overgenomen moeten worden door beroepskrachten. Dit leidt tot hogere arbeidskosten.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 36 -
12 april 2021
De Minister van Justitie en Veiligheid heeft nog geen definitief standpunt ingenomen in dit dossier. Er zijn ook nog geen afspraken gemaakt over de vergoeding van de meerkosten die voortvloeien uit deze stelselwijziging. Kosten Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) De FLO kosten stijgen omdat het overgangsrecht is aangepast aan wijzigingen in het fiscaal regime. Er vindt volledige compensatie van nadelige effecten plaats. In de regio Limburg-Noord is er door het Algemeen Bestuur voor gekozen de FLO-kosten van de beroepskorpsen Venlo en Roermond niet in de regionalisering van de brandweer mee te nemen. Dat betekent dat deze specifieke kosten door de gemeenten Venlo en Roermond (inclusief Maasgouw en Roerdalen als gemeenten in het voormalige brandweerdistrict) worden gedragen. In meer veiligheidsregio’s is voor een dergelijke constructie gekozen. Veelal is door gemeenten met beroepsbrandweer vóór de regionalisering een voorziening opgebouwd. Als de gemeentelijke voorziening in de regionalisering niet is overgedragen naar de veiligheidsregio, blijven de kosten buiten het regionaal budgettair kader. In de bestuurlijke discussie over toekomstige arbeidsvoorwaardenvraagstukken zal het verschil tussen de beroepsbrandweer en de vrijwillige brandweer in betekenis afnemen.
Tweede loopbaan Voor medewerkers die op of na 1 januari 2006 in dienst zijn gekomen, staat na twintig jaar de tweede loopbaan centraal. Investeren in opleidingen is nodig om medewerkers naar een dienstbetrekking buiten de brandweer te begeleiden. Beroepsziekten en arbeidsongevallen Steeds meer verzekeraars vergoeden schade als gevolg van ongevallen en ziekten niet meer volledig terwijl de premies wel sterk stijgen. Hierdoor sluiten de verwachtingen en de afhandeling van claims niet altijd op elkaar aan. Deze ontwikkeling schrikt potentiële brandweervrijwilligers en in het bijzonder hun hoofdwerkgevers af. Brandweer Nederland werkt samen met alle veiligheidsregio’s aan de harmonisatie van de aanspraken voor brandweermedewerkers opdat in Nederland een uniform stelsel ontstaat. Daarnaast wordt onderzocht of een gezamenlijk onderling waarborgfonds haalbaar is. De (financiële) gevolgen voor VRLN, in de vorm van een storting in het waarborgfonds, zijn op dit moment nog niet bekend. Aan het einde van 2021 loopt de ongevallenverzekering van VRLN af. In afwachting van de landelijke ontwikkelingen moet eventueel een verlenging van de verzekering plaatsvinden. Krappe arbeidsmarkt De krappere arbeidsmarkt maakt het moeilijk medewerkers te vinden. Het risico bestaat dat de formatie niet op orde is en afgesproken prestaties om die reden niet kunnen worden gerealiseerd.
Daarnaast nemen kosten om leemtes in de planning te ondervangen met tijdelijke inhuur van medewerkers toe en is de inspanning die geleverd wordt om verloop van medewerkers op te vangen groot.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 37 -
12 april 2021
Ondernemersrisico Er bestaan onzekerheden ten aanzien van aanvullende inkomsten door (mogelijke) veranderingen in wet- en regelgeving en overige (externe) ontwikkelingen. In 2020 was als gevolg van de coronapandemie sprake van een forse omzetderving. Het Rijk heeft dit verlies gecompenseerd. ICT ontwikkelingen ICT ontwikkelingen in de samenleving gaan momenteel snel. Stakeholders hebben een navenant hogere verwachting van de mogelijkheden alsmede van een tijdige en juiste informatie-ontsluiting. Het waarborgen van de informatieveiligheid vraagt om aanvullende investeringen. VRLN is in 2020 gestart met het inrichten van nieuwe flexibele en veilige werkplekken die het mogelijk maken vanaf elke locatie te werken. Tevens komt er een geïntegreerde vast/mobiel oplossing voor de communicatie met een geborgde continuïteit voor de crisisorganisatie. De kosten van vernieuwde licenties en maatregelen in het kader van informatieveiligheid nemen toe. Voorwaardelijk pensioen medewerkers Zorggroep Op 1 januari 2012 is de jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarige overgedragen van de Zorggroep naar VRLN. Met de overgang van de medewerkers van de Zorggroep naar VRLN is het deelnemerschap van de collega’s overgekomen van de Zorggroep bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PfZW) beëindigd.
Op basis van artikel 18 lid 4 van het sociaal plan garandeert VRLN dat het voorwaardelijk pensioen na overdracht van pensioenrechten naar het ABP bij dat pensioenfonds ten minste gelijk is aan dat bij het PfZW. Om dit te bewerkstelligen is met het ABP in 2011 ‘Behoud Voorwaardelijke Inkoop’ overeengekomen. Dat is de financiële techniek waarmee overdracht van rechten plaats kan vinden. In 2020 heeft het ABP de voorwaardelijke pensioenrechten opgenomen. Bij het opmaken van het jaarverslag 2020 vindt overleg met het ABP plaats over de hoogte van de rechten van dertig individuele medewerkers. Als gevolg daarvan is dit dossier nog niet afgesloten. Financiële kengetallen Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote, ook wel bekend als de netto-schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeenschappelijke regeling. De netto schuldquote geeft aan of de gemeenschappelijke regeling investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. Daarnaast geeft het kengetal inzicht in de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
In de uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (100%) dit als voldoende kan worden bestempeld. Voor veiligheidsregio’s wordt 80% als norm aangehouden. VRLN blijft onder de norm.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 38 -
12 april 2021
Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe financieel gezonder de gemeenschappelijke regeling. De solvabiliteitsratio is relatief hoog in deze jaarrekening. Dit hangt samen met de vrijval van de onderhoudsvoorzieningen. Hierdoor is vreemd vermogen verschoven naar het eigen vermogen. Dit is een tijdelijke situatie, op het moment dat de onderhoudsplannen geactualiseerd zijn, verschuiven deze middelen weer naar een voorziening en daalt de solvabiliteitsratio. VRLN is in staat haar kortlopende en langlopende schulden te voldoen. De lage rentestand is behulpzaam, want de duurdere leningen met een hoger rentepercentage worden indien mogelijk vervangen door goedkopere leningen met een lager rentepercentage. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn voornamelijk de gemeentelijke bijdragen en de rijksbijdrage. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Het percentage voor VRLN ligt ultimo 2020 op 0,9%. Bovengenoemde kengetallen zijn in onderstaande tabel weergegeven.
Financiële kengetallen (exclusief Corona)
(in percentages) 050221
Realisatie 2019
Begroting 2020
Realisatie 2020
Netto schuldquote
67,1%
74,7%
53,4%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
67,1%
74,7%
53,4%
Solvabiliteitsratio
7,0%
4,6%
13,0%
Structurele exploitatieruimte
0,9%
-0,7%
0,9%
3.2
Bedrijfsvoeringsparagraaf
Belangrijk is dat de bedrijfsvoering mee moet kunnen bewegen met veranderingen in operationele processen. Ook veranderingen in de maatschappij vragen een flexibele bedrijfsvoering: toenemende regelgeving met toenemende regel- en verantwoordingsdruk, informatieveiligheid/cybercrime, polarisering burgers/geen gedeelde waarden, hybride werken en digitaal werken. Hiervoor maakt de bedrijfsvoering een transitie door. In de eerste fase van de transitie is de focus op de volgende aspecten: 1
Basis op orde Het basisdienstverleningspakket vraagt om een heldere taakafbakening en een daarbij aansluitend verwachtingspatroon van de medewerkers van de primaire processen.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 39 -
12 april 2021
2
Kwetsbaarheid van functies verminderen Bedrijfsvoering onderzoekt waar met andere organisaties gezamenlijk kwetsbare functies kunnen worden ingericht. Focus ligt op andere veiligheidsregio’s, GGD-en en grotere gemeenten in onze regio. Wellicht kan bedrijfsvoering op termijn ook werkprocessen aan externe partijen uitbesteden.
3
Belang van (veilig) ontsluiten en delen van informatie De ingezette digitalisering moet worden afgemaakt om doelmatiger te kunnen werken. De digitalisering van werkprocessen geeft een impuls aan het informatiemanagement. Informatieveiligheid Borgen dat veiligheid en privacy bij digitaal ontsluiten van informatie en samenwerken prioriteit hebben, hiervoor inrichten van bedrijfsprocessen. Duurzame inzetbaarheid van vitale en veerkrachtige medewerkers vergroten; jonge medewerkers aantrekken en oudere collega’s vitaal houden.
4
5
De bedrijfsvoering van VRLN bestaat uit diverse onderdelen: personeel en organisatie, juridisch zaken, informatisering en automatisering, materieel en gebouwenbeheer, communicatie, bestuursondersteuning, facilitaire ondersteuning, inkoop, financiën, control en kwaliteit. Personeel en Organisatie Personeel en Organisatie richt zich op het vitaal en veerkrachtig houden van het personeelsbestand. Achter deze twee begrippen gaat een hele wereld schuil. Denk aan zaken als verzuimpreventie, waar mogelijk verjongen van het personeelsbestand en aandacht voor de inzetbaarheid van ouderen. VRLN moet een aantrekkelijke werkgever blijven. De ontwikkeling van het leiderschap is eveneens een speerpunt. Van leidinggevenden wordt een grote mate van eigenaarschap verwacht. Dat betekent dat zij aanspreekbaar zijn op resultaten maar ook nadrukkelijk oog hebben voor hun medewerkers. Leidinggevenden besteden middels zogenaamde HR-gesprekken gericht aandacht aan zaken als arbeidssatisfactie en persoonlijke ontwikkeling. Omvang en samenstelling personeel 31-12-2019 Aantal Werknemers Fte
31-12-2020 %
Aantal
601
634
514,1
521
%
Fulltime
269
44,8
288
45,4
Parttime
332
55,2
346
54,6
Informatisering en automatisering In 2020 is een groot beroep gedaan op het team ICT. Testen, traceren en vaccineren brengen geautomatiseerde administratieve processen op gang. Dat is met specifieke hard- en software gefaciliteerd. Daarnaast doen collega’s die thuiswerken een beroep op de ondersteuning.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 40 -
12 april 2021
In toenemende mate worden overheidsorganisaties geconfronteerd met dreigingen op het gebied van informatieveiligheid en continuïteit. Doorlopend verhoogde aandacht is noodzakelijk om de bedrijfscontinuïteit te garanderen. In 2020 is geïnvesteerd in beveiligingstechniek. Helaas bleek in 2020 informatie uit het landelijk informatiesysteem voor de teststraten vatbaar voor datadiefstal. De vernieuwing van het werkplek- en communicatie platform is vertraagd. In 2021 wordt deze operatie afgerond en dat moet er toe leiden dat nieuwe technologische ontwikkelingen kunnen worden ingezet. Dit komt de effectiviteit van VRLN ten goede. Materieel en Gebouwenbeheer In 2020 is een groot beroep gedaan op het team Materieel en Gebouwenbeheer. Onder hun begeleiding zijn test- en vaccinatiestraten opgebouwd. Daarnaast is de inrichting van de overige gebouwen coronaproof gemaakt. De meerjarige-onderhoudsplannen welke ten grondslag liggen aan de voorzieningen voor groot onderhoud zijn in 2015 opgesteld. Vanaf 2017 voeren we het plan uit. De accountant geeft aan dat de onderhoudsplannen binnen 5 jaar moeten worden geactualiseerd. In 2020 stond deze exercitie gepland. Door corona is dat niet gelukt. In 2021 staat deze actualisatie op de rol. Communicatie In 2020 was crisiscommunicatie de hoofdmoot. De coronacrisis leidt tot een zeer grote informatiebehoefte bij de inwoners en stakeholders.
Mensen vragen om duiding en een concreet handelingsperspectief. Bij de brand op de Meinweg zien we dat ook terug. We zetten gericht zo veel mogelijk communicatiekanalen in om iedere burger te bereiken. Aan de hand van korte filmpjes met het persoonlijke ervaringen van medewerkers die werken aan de bestrijding van het coronavirus is het verhaal van onze organisatie verteld. Het verslag van de voorzitter -op basis van artikel 40 van de Wet veiligheidsregio’s- is op een digitale wijze vormgegeven om gemeenteraadsleden in staat te stellen deze informatie tot zich te nemen. Ook het publieksjaarverslag gieten we om die reden in een digitaal jasje. Inkoop In de afgelopen jaren is veel tijd en energie geïnvesteerd in rechtmatig en efficiënt inkopen. Dat is en blijft randvoorwaardelijk maar is niet het hoofddoel van het inkopen. VRLN koopt in om zaken te realiseren en resultaten te boeken. In 2020 zijn de geplande inkooptrajecten voor een groot deel uitgevoerd. Inkoop heeft ondersteund bij de spoedinkopen in het kader van de coronabestrijding. Financien & Control & Kwaliteit Alles is gericht op het in control houden van de organisatie. Dat loopt enerzijds via organisatorische maatregelen zoals het opstellen van richtlijnen en procedures en het inrichten van zaken als managementinformatie, capaciteitsmanagement en contractmanagement.
Daarnaast zetten we in op het vertrouwen in het gezonde verstand en de goede bedoelingen van onze mensen. Niet alles vooraf willen regelen maar ruimte laten voor een antwoord op de vraag: Wat is de bedoeling en wat wordt er dan van mij verwacht? Het gaat om het laden van het eigen kompas van medewerkers waardoor ze
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 41 -
12 april 2021
zelf met complexe vraagstukken kunnen omgaan en de stijl van leidinggeven maakt dat ze zich ook handelingsvrij voelen om echt te doen wat nodig. Niet vrijblijvend, maar vanuit een groot persoonlijk verantwoordelijkheidsgevoel. In dit kader is in 2020 een In Control Self-Assessment uitgevoerd door het managementteam van de brandweer. Hieruit blijkt een focus op de interne beheersing vanuit een risicobenadering. Ook de externe kwaliteitsaudit bij de GGD brengt het belang van een wendbare organisatie met de nadruk op eigenaarschap in beeld.
3.3
Onderhoud kapitaalgoederen
De belangrijkste kapitaalgoederen die de veiligheidsregio in eigendom heeft betreffen gebouwen, vervoermiddelen (brandweervoertuigen) en ander brandweermaterieel. a. Het beleidskader Het beleidskader voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is in 2016 geactualiseerd. Het bestuur heeft in 2016 de financiële verordening en de afschrijvingstermijnen opnieuw vastgesteld. b. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De veiligheidsregio heeft een aantal gebouwen in beheer en eigendom. Na het stopzetten van het BTW Compensatiefonds heeft de veiligheidsregio, naast de algemene gebouwen, de kazernes in de gemeenten Echt-Susteren (post Echt), Gennep, Mook en Middelaar, Venlo (post Venlo) en Weert (post Weert) per 1 januari 2014 in eigendom overgenomen. Uitgangspunt hierbij is dat het in bezit hebben van onroerend goed vanuit een structurele dienstbaarheid aan de organisatie beoordeeld wordt. De kazerne Mook is eind 2019 weer in eigendom overgenomen door de Gemeente Mook en Middelaar. b. Materieel Ten aanzien van vervanging van materieel zijn soberheid, doelmatigheid en regionale uniformiteit belangrijke uitgangspunten. In het kader van risicogerichtheid en focus wordt de standaardisering op onderdelen minder.
Op dit moment worden ingewikkelde branden (denk aan zeer grote brandcompartimenten) bestreden met middelen die geschikt zijn voor reguliere gebouwbranden maar niet voor brandcompartimenten tot wel 25.000 m2. De brandweer moet dan ook investeren in nieuwe innovatieve technische middelen. Tevens zal er bij aanschaf van nieuwe voertuigen gekeken worden naar duurzame initiatieven waarbij de primaire inzetfunctie van het voertuig in kwaliteit gelijk moet blijven aan de gestelde eisen. De fasering van duurzame voertuigen wordt waarschijnlijk het eerste zichtbaar bij de piket voertuigen. Aandacht is hierbij wel nodig voor de gevolgen voor de infrastructuur, zoals laadfaciliteiten op de locaties van de veiligheidsregio en bij piket functionarissen. Naast de reguliere vervangingen is in 2020 het zogenaamd grootwatertransport vervangen (zware dompelpompen voor het transporteren van veel bluswater over afstanden tot 2,5 km). c. Harmonisatie huisvestingslasten brandweerlocaties Het Algemeen Bestuur heeft op 27 oktober 2015 besloten de huisvestingslasten van de brandweergebouwen integraal onderdeel te laten zijn van de begroting van de veiligheidsregio. Dit betekent dat met ingang van 2017 de niet in eigendom zijnde gebouwen gehuurd worden tegen gelijke voorwaarden, conform een uniform huurcontract. Met ingang van 2017 zijn de exploitatielasten
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 42 -
12 april 2021
integraal onderdeel van de begroting van de veiligheidsregio. De lasten van groot onderhoud worden in rekening gebracht bij de gemeenten, maar het onderhoud wordt uitgevoerd door de veiligheidsregio. Met de opening van de nieuwe kazerne in Ittervoort (samenvoeging Thorn-Hunsel) is de uitvoering van het Repressief Brandweerorganisatieplan 2015-2019 afgerond. Voor de te kleine centrumpost Venray liggen er plannen voor nieuwbouw van kazerne Venray (2021/2022). In de komende jaren kijken we voor huisvesting ook naar de ontwikkeling van duurzaamheid binnen zowel de bestaande huisvesting als de nieuw te bouwen kazernes. Niet alleen de infrastructuur voor duurzame voertuigen, maar ook het terugbrengen van verbruikskosten op onze huisvestingslocaties is van belang. Om deze ontwikkeling prioriteit te geven, maar meer nog vanuit een maatschappelijk verantwoorde visie zal het positioneren van een duurzaamheidscoördinator ingezet moeten worden. Deze medewerker is verantwoordelijk voor het vormgeven van het duurzaamheidsbeleid en de implementatie. Op die manier wordt een basis gelegd en kan er in kaart worden gebracht welke investeringen er de komende jaren noodzakelijk zijn om te voldoen aan de gestelde normen. d. De financiële consequenties Voor het groot onderhoud aan de gebouwen van de veiligheidsregio zijn onderhoudsvoorzieningen gevormd.
De voorziening ter grootte van € 1.810.000 moet op formele gronden worden omgezet van voorziening onderhoud gebouwen naar reserve onderhoud gebouwen. Dit betekent dat het bedrag uit deze voorziening zijnde € 1.810.000 vrijvalt en deel uitmaakt van het jaarrekeningresultaat 2020. De besluitvorming om dit deel van het jaarrekeningresultaat om te zetten in een bestemmingsreserve, in afwachting van de actualisatie van de onderhoudsplannen, vindt plaats bij de behandeling van de resultaatbestemming in het Algemeen Bestuur bij de vaststelling van de jaarrekening 2020. De totale omvang van de onderhoudsvoorzieningen per 31 december 2020 is nihil. De veiligheidsregio heeft de volgende gebouwen in eigendom: Locatie
Adres
Plaats
Hoofdvestiging VRLN
Nijmeegsew eg 42
Venlo
Oude brandw eerkazerne Venlo
Nijmeegsew eg 40
Venlo
Hoofdvestiging GGD (Venlo)
Drie Decembersingel
Venlo
Hoofdvestiging GGD (Roermond)
Oranjelaan
Roermond
Brandw eerkazerne Echt
Bandertlaan
Echt
Brandw eerkazerne Gennep
Paesplasw es
Gennep
Brandw eerkazerne Horst*
Westsingel
Horst
Brandw eerkazerne Ittervoort
Aziëstraat
Ittervoort
Brandw eerkazerne Nederw eert
Smisserstraat
Nederw eert
Brandw eerkazerne Stramproy
Bergerothw eg
Stramproy
Brandw eerkazerne Venlo
Ariënsstraat
Venlo
Brandw eerkazerne Weert
De Savorin Lohmanstraat
Weert
* toekomstig eigendom (2020/2021)
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 43 -
12 april 2021
3.4
Financiering
Het beleid van de veiligheidsregio inzake de financiering is vastgelegd in het treasurystatuut. Het Dagelijks Bestuur heeft op 8 september 2017 een nieuw treasurystatuut vastgesteld, aansluitend op de geldende financiële verordening van de Veiligheidsregio Limburg-Noord. Risicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm) De kasgeldlimiet laat zien welk risico er bestaat ten aanzien van vlottende schulden. De renterisiconorm is een maatstaf om te bepalen welke kredietrisico’s de veiligheidsregio loopt op de vaste schulden. Dit zijn de schulden met een looptijd langer dan 1 jaar. Kasgeldlimiet (vlottende schuld) Onderstaande tabel geeft het renterisico van de vlottende schuld voor het jaar 2020. Berekening kasgeldlimiet
(bedragen in duizenden euro's) 140319
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
1. Vlottende schuld
4.000
1.667
1.000
1.333
2. Vlottende middelen
2.102
2.623
2.165
2.634
3. Netto vlottend schuld (+) of overschot (-) (1-2)
1.898
-956
-1.165
-1.300
(4) Gemiddelde van (3)
1.898
-956
-1.165
-1.300
4. Toegestane kasgeldlimiet In geld In percentage
6.174 8,20%
6.174 8,20%
6.174 8,20%
6.174 8,20%
Ruimte (4 groter dan 3)
4.276
7.130
7.339
7.474
Overschrijding (3 groter dan 4)
-
-
-
-
Berekening kasgeldlimiet (5) (7) Rekeningtotaal 2020 (8) Percentage regeling
75.290 8,20%
75.290 8,20%
75.290 8,20%
75.290 8,20%
(5)=(7)*(8) kasgeldlimiet 2020
6.174
6.174
6.174
6.174
(Jaar t = 2020)
In 2020 is op het einde van het boekjaar voldaan aan de norm voor de kasgeldlimiet (plafond voor korte financiering < 1 jaar) op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido). Renterisiconorm (vaste schuld) Onderstaande tabel geeft het renterisico van de vaste schuld.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 44 -
12 april 2021
Renterisiconorm (bedragen in duizenden euro's)
2020 1 renteherzieningen 2 aflossingen 3 renterisico (1)+(2)
0 4.291 4.291
(4) renterisiconorm
15.058
(5a)= (4>3) ruimte onder renterisiconorm
10.767
(5b)= (3>4) overschrijding van de renterisiconorm Berekening renterisiconorm (4) (4a) begrotingstotaal jaar t (4b percentage regeling (4)=(4a)*(4b)/100 renterisiconorm jaar T
75.290 20 % 15.058
De renterisiconorm is het bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal van 2020. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden. Dit is niet het geval. Liquiditeitsplanning en financieringspositie De bestaande vaste geldleningen in combinatie met kortlopende geldleningen, reserves en voorzieningen en het betalingsritme van de gemeenten zijn voldoende gebleken om de lopende uitgaven inclusief investeringen te bekostigen. Rentekosten en renteopbrengsten In 2020 zijn de volgende rentekosten en renteopbrengsten gerealiseerd: Rentekosten: Rente vaste geldleningen Rente eigen financieringsmiddelen Rente kortlopende geldleningen/rekening courant
€ 491.397 € 20.537 € 0
Renteopbrengsten: €
Rente rekening-courant/spaarrekeningen
3.5
713
Verbonden partijen
De veiligheidsregio kent geen verbonden partijen.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 45 -
12 april 2021
Deel C 4
Jaarrekening
Balans per 31 december
Balans per 31 december 2020
(bedragen in duizenden euro's) 120321
ACTIVA
31 december 2020
31 december 2019
0
0
49.995
49.882
VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa
Materiële vaste activa -
Investeringen met een economisch nut
49.995
49.882
Financiële vaste activa
0
0
TOTAAL VASTE ACTIVA
49.995
49.882
31
31
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden -
Gereed product en handelsgoederen
31
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar -
Vorderingen op openbare lichamen
-
Rekening-courantverhouding met het Rijk
-
Overige vorderingen
31
1.819
2.179
238
880
1.527
1.066
54
233
Liquide middelen
416
456
-
Kassaldi
6
7
-
Banksaldi
411
450
Overlopende activa -
-
5.886
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
1.059
0
0
5.886
1.059
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
8.153
3.726
TOTAAL ACTIVA
58.148
53.607
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 46 -
12 april 2021
Balans per 31 december 2020
(bedragen in duizenden euro's) 180321
PASSIVA
31 december 2020
31 december 2019
7.540
3.771
VASTE PASSIVA Eigen vermogen -
Algemene reserve
533
58
-
Bestemmingsreserves
3.935
3.067
Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
-
3.072
646
Voorzieningen
294
-
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
-
Voorzieningen ter egalisering van kosten
-
Voorzieningen voor middelen van derden w aarvan de bestemming gebonden is
0
0
294
1.482
0
0
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer -
Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
1.482
34.275 34.275
TOTAAL VASTE PASSIVA
38.566 38.566
42.109
43.819
5.805
3.319
VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar -
Kasgeldleningen
-
Banksaldi
-
Overige schulden
4.000
2.000
0
0
1.805
1.319
10.233
Overlopende passiva -
-
-
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouw d en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume)
6.470
9.315
6.115
De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van overige Nederlandse overheidslichamen
245
4
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
673
351
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA
16.039
9.789
TOTAAL PASSIVA
58.148
53.607
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 47 -
12 april 2021
5
Het overzicht van baten en lasten
Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar 2020 (bedragen in duizenden euro's) 29-01-2021
Realisatie 2019
Prim aire begroting 2020
Begroting 2020 na w ijziging
Realisatie 2020
Publieke Gezondheid
17.836
17.076
17.741
24.203
Brandw eerzorg
29.076
30.069
30.250
31.551
Crisisbeheersing
5.317
5.052
5.275
4.917
Overhead
13.387
14.112
14.126
14.619
Totaal lasten
65.617
66.310
67.392
75.290
Publieke Gezondheid
4.986
3.777
3.900
12.578
Brandw eerzorg overig
5.576
4.379
5.675
6.648
Crisisbeheersing
1.427
305
909
704
Overhead overig
1.920
1.785
2.014
1.524
Lasten (excl. toevoegingen aan reserves)
Baten (excl. onttrekkingen aan reserves)
Brandw eerzorg vrijval onderhoudsvoorziening
817
Overhead vrijval onderhoudsvoorziening
993
Totaal baten program m a's
13.909
10.245
12.498
23.265
Publieke Gezondheid
12.997
13.299
13.308
13.308
Brandw eerzorg
23.349
25.438
25.381
25.381
Crisisbeheersing
4.339
4.628
4.561
4.561
Overhead
11.942
12.505
12.482
12.482
Totaal baten gem eentelijke bijdragen
52.626
55.870
55.734
55.734
Totaal baten
66.535
66.115
68.231
78.998
Publieke Gezondheid
147
0
-533
1.683
Brandw eerzorg
-151
252
807
1.296
Crisisbeheersing
449
120
196
348
Overhead
474
-177
369
380
Totaal program m a's
918
195
839
3.708
Saldo van baten en lasten
918
195
839
3.708
Toevoegingen aan reserves
417
233
1.059
1.036
Onttrekkingen aan reserves
144
428
220
400
Gerealiseerde resultaat
646
0
0
3.072
Baten gem eentelijke bijdragen
Saldo (excl. m utaties reserves)
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 48 -
12 april 2021
6
Toelichtingen
6.1
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De veiligheidsregio dient als gemeenschappelijke regeling te voldoen aan de verslaggevingsvoorschriften zoals deze ook voor gemeenten gelden. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). De waarderingsgrondslagen zijn bepaald aan de hand van het BBV dan wel aan de hand van algemeen in het maatschappelijk verkeer aanvaarde normen. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarde, tenzij anders vermeld.
Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.
Vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met eventuele bijdragen van derden, onttrekkingen aan de reserves en/of voorzieningen en de afschrijvingen. De activa met een relatief geringe betekenis worden in het jaar van aanschaf direct ten laste van de rekening van baten en lasten gebracht. Afschrijving van de activa (lineair of annuïtair (enkel bij de gebouwen Nijmeegseweg en Drie Decembersingel bij aanschaf in 2003/2004)) vindt plaats met inachtneming van de verwachte gebruiksduur of nuttigheidsduur. In voorkomende gevallen wordt de afschrijving aangepast aan de herziene verwachte gebruiksduur.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 49 -
12 april 2021
Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het verslagjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. Het bestuur heeft in 2016 de afschrijvingstermijnen opnieuw vastgesteld. Deze termijnen worden gehanteerd voor nieuwe investeringen. De investeringen uit eerdere jaren worden afgeschreven op basis van de gebruiksduur die op het moment van de investering werd gehanteerd. De gehanteerde afschrijvingstermijnen per categorie zijn opgenomen in onderstaande tabel. Gronden en terreinen
n.v.t.
Woonruimten
n.v.t.
Bedrijfsgebouwen
5 tot 44 jaar
Vervoermiddelen
5 tot 20 jaar
Machines, apparaten en installaties
3 tot 40 jaar
Overige materiële vaste activa
3 tot 30 jaar
Vlottende activa Voorraden Gerede producten worden gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de kostprijs. Dat laatste doet zich vooral voor indien voorraden incourant worden. De kostprijs bestaat uit de betaalde inkoopprijs. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar De vorderingen op openbare lichamen, rekening-courant verhouding met het Rijk en de overige vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien noodzakelijk wordt een voorziening in mindering gebracht voor verwachte oninbaarheid. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.
Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit een algemene reserve en bestemmingsreserves. Binnen de bestemmingsreserves is een onderscheid gemaakt tussen reserves met een specifiek bestedingsdoel en bestemmingsreserves die zijn gevormd ter dekking van eerder gedane investeringen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 50 -
12 april 2021
met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf kapitaalgoederen is het beleid nader uiteengezet. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen.
Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
6.2
Toelichting op de balans
6.2.1. Activa Vaste activa Immateriële vaste activa De veiligheidsregio kent geen immateriële vaste activa. Materiële vaste activa De veiligheidsregio kent slechts investeringen met een economisch nut. De investeringen met economisch nut worden als volgt onderverdeeld: Materiële vaste activa
(bedragen in duizenden euro's) #V E RW!
Boekwaarde per 31 december 2020
Boekwaarde per 31 december 2019
Gronden en terreinen
2.047
2.047
Bedrijfsgebouwen
26.771
27.279
32
34
Vervoermiddelen
12.923
12.673
Machines, apparaten en installaties
1.689
1.445
Overige materiële vaste activa
6.533
6.403
Totaal
49.994
49.882
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
Het volgende overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer.
Jaarverantwoording 2020 VRLN
- 51 -
12 april 2021
Verloopoverzicht materiële vaste activa
(bedragen in duizenden euro's) #V E RW!
Boekwaarde 31-12-2019
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van derden
Afwaarderingen
Boekwaarde 31-12-2020
Gronden en terreinen
2.047
0
0
0
0
0
2.047
Bedrijfsgebouwen
27.279
790
96
1.202
0
0
26.771
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
34
0
0
2
0
0
32
Vervoermiddelen
12.673