CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekend voorstel en besluiten diverse belastingverordeningen

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van diverse belastingverordeningen 2024;21.932 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

g emeent

.

Portefeuillehouder drs. A. Splinter

.

BEREN

Voorstel aan de gemeenteraad Datum besluitvorming college 31 oktober 2023

e

r

Datum vergadering 12 december 2023

Onderwerp Belastingverordeningen 2024 Aan de raad,

Inleiding

De uitvoering van de belastingverordeningen is sinds 1 januari 2012 ondergebracht bij de Gemeenschappelijke Regeling Belasting samenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). Om de uitvoering van de belastingverordening soepel te laten verlopen is het gebruik om de conceptverordeningen te laten toetsen door BsGW. Dat is in oktober gedaan en hieruit kwamen geen nadere aanpassingen. Onder het kopje Argumenten gaan we in op de correcties die per verordening zijn doorgevoerd. De tarieven die in deze belastingverordeningen zijn opgenomen komen voort uit Kadernota 2024 en Programmabegroting 2024.

Relatie met begroting / coalitieprogramma / speerpunten

In de Kadernota 2024 hebben we richtlijnen opgenomen om de belastingtarieven te indexeren. Deze richtlijnen zijn financieel verwerkt in de Programmabegroting 2024. De concept belastingverordeningen voldoen aan de eerder genomen besluiten.

Argumenten

Periodiek worden door de gemeenteraad de belastingverordeningen geactualiseerd. Via dit voorstel wordt voorgesteld om de volgende belastingverordeningen vast te stellen: • Legesverordening 2024 • OZB verordening 2024 • Afvalstoffenheffing 2024 • Rioolheffing 2024 • Verblijfsbelasting 2024 & waterverblijfsbelasting 2024 • Forensenbelasting 2024 • Kwijtscheldingsverordening 2024 Hieronder geven we aan welke wijzigingen per verordening zijn verwerkt ten opzichte van de vastgestelde verordeningen voor het jaar 2023. Legesverordeninq In de Legesverordening 2024 zijn meerdere aanpassingen gedaan: a) Omgevingswet b) Tariefstelling c) Uitzonderingen Omgevingswet (Algemeen) De invoering van de Omgevingswet (Ow) en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) betekenen een ingrijpende stelselwijziging voor het fysieke domein (zie voor meer achtergrondinformatie bijlage 'achtergrondinformatie Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging'). Deze stelselwijziging leidt tot grote veranderingen in de kosten van vergunningverlening, toezicht en handhaving en de mogelijkheden om die te dekken door het heffen van leges. Daarom moet de legesverordening vergaand worden gewijzigd. Deze wijzigingen hebben vooral betrekking op hoofdstuk 2 van de legesverordening (hoofdstuk 1 en 3 hebben echter ook een aantal aanpassingen). De VNG heeft

Pagina 1 van 6

een werkmodel legesverordening beschikbaar gesteld, aangepast aan de vereisten van de Omgevingswet. Dit werkmodel is als basis gehanteerd, waarbij de producten die voor de gemeente Bergen niet van toepassing zijn op 'gereserveerd'zijn gezet. Omgevingswet (Hoofdstuk 2 van de tarieventabel) Hoofdstuk 2 van de tarieventabel is aangepast op basis van de Omgevingswet. We hebben extern advies gevraagd over hoe we om kunnen gaan met de tariefstelling in dit kader. Met name het onderdeel bouwen en ruimte in artikel 2.5 en 2.6 van de legesverordening zijn lastig doordat de het Rijk een heel andere systematiek heeft geïntroduceerd. Volgens onze adviseur is het landelijk gebruikelijk om uit te gaan van leges op 2% van de bouwkosten. Aangezien we op dit moment nog niet de precieze impact van die verdeling kunnen nagaan, wordt nu gekozen voor een gelijke verdeling. De leges worden bepaald op 2% van de bouwkosten. Dat wil zeggen 1% voor bouwkundige toets en 1% voor planologische toets. Pas na een periode van één tot twee jaar volgens de nieuwe procedures te hebben gewerkt kunnen we vaststellen of dit een juiste verdeling is. Het voorstel is dan ook om dit na twee jaar dit te evalueren. Daarnaast is in deze legesverordening een basisbedrag opgenomen van € 500 voor bouwkosten tot € 10.000. Dit bedrag is gebaseerd op een uurtarief van € 100 voor alle ambtelijke medewerkers.

Het uurtarief wordt vermenigvuldigd met een minimale tijdsbesteding (dit principe is ook toegepast op andere onderdelen van hoofdstuk 2 van de legesverordening). De gedachte hierbij is dat voor elke aanvraag een aantal basiswerkzaamheden gedaan moet worden. Gedacht kan worden aan administratieve taken zoals het inboeken van de aanvraag, documenten herbenoemen volgens onze standaard, brieven en publicatie verzorgen, inclusief anonimiseren en de facturatie. Daarnaast is voor elk bouwplan een bestemmingsplantoets nodig, een BAG-registratie en is er overleg met andere vakdisciplines. Het basisbedrag van € 500 geldt dus voor alle projecten met een bouwsom tot € 10.000. Deze grens is aangehouden omdat blijkt dat tot dit bouwkostenbedrag voornamelijk eenvoudige bouwwerken behoren, zoals bijvoorbeeld dakkapellen, erfafscheidingen en kleine bijgebouwen. Als de bouwsom groter is dan € 10.000 gaat het meestal om complexere bouwwerken waar meer tijd nodig is. Voor deze bouwwerken wordt het basisbedrag verhoogd met 1% van de bouwkosten. Tariefstelling (Hoofdstuk 1 en Hoofdstuk 3) Hoewel de reguliere prijsindex van 3,6% toegepast kan worden, hebben we ervoor gekozen om de verwachte opbrengst van leges niet te verhogen in de begroting van 2024. Bij het behandelen van de legesverordening 2023 is aangegeven dat we toe willen werken naar kostendekkende tarieven.

Bij genoemde verordening was een toegroeitabel gevoegd waarbij we in 3 jaarlijkse stappen (stap 1: 2023, stap 2: 2024 en stap 3: 2025) toegroeien naar kostendekkende tarieven. De toegroeitabel die vorig jaar gehanteerd is wordt als bijlage toegevoegd. In deze legesverordening 2024 hebben we de tarieven verhoogd volgens de toegroeitabel 2023-2025 waar dat nodig is. Er zijn ook tarieven dit wettelijk gemaximeerd zijn. Bij deze diensten hanteren we de wettelijke tarieven. Uitzonderingen Bij de behandeling van de legesverordening 2023 heeft de raad bepaald dat het tarieven voor gehandicaptenparkeerkaarten en kleinschalige evenementen niet te laten stijgen. In de legesverordening 2024 hebben we hier rekening mee gehouden door deze tarieven te bevriezen. Bij het opstellen van de legesverordening 2023 is een aantal zaken geschrapt waar voorheen leges voor in rekening gebracht werden. Uitgangspunt voor het schrappen was het feit dat we veel tarieven hadden die nauwelijks voorkwamen. In de loop van dit jaar bleek het wenselijk te zijn om wel leges te vragen voor 'ontheffing kampeervergunning'. Dit komt zo'n 10 keer per jaar voor en we zien voordeel van een betaalde ontheffing.

Ook hier geldt dat de prijs een vergoeding is voor de behandeling van de aanvraag, tegelijk verwachten we een onwenselijke toename in het aantal aanvragen voor kampeerontheffing als we hier geen tarief voor hanteren. Daarom is in de legesverordening 2024 opnieuw een legestarief toegevoegd voor dergelijke aanvragen.

Pagina 2 van 6

OZB In de OZB-verordening 2024 zijn twee aanpassingen gedaan: a) Aanpassen motie-Omtzigt b) Tariefstelling Motie Omtzigt Tot het jaar 2023 gebruikten we de OZB-verordening om panden met een maatschappelijke functie een korting op de OZB-belasting te geven. Het ging om een gering aantal gebouwen, die specifiek in de verordening genoemd waren. De korting was dat de genoemde panden niet als bedrijf werden aangeslagen, maar als woning. Via de Kadernota 2024 hebben we de raad voorgesteld om deze korting te beëindigen. BsGW had ons gevraagd om deze specifieke vrijstelling niet langer toe te passen. Maatwerk is en blijft mogelijk, maar dit zou een prijseffect hebben op de uitvoeringskosten van BsGW. De raad heeft ingestemd met het schrappen van de vrijstelling en daarom is de korting nu uit de OZB-verordening 2024 gehaald. Tariefstelling Jaarlijks wordt voor elk object een nieuwe WOZ-waarde vastgesteld. De tarieven worden dan gecorrigeerd voor de gemiddelde waardeontwikkeling. Op dit moment is alleen de voorlopige WOZwaarde bekend en de belastingtarieven voor de OZB ook alleen voorlopig worden berekend. BsGW heeft in de presentatie aan de commissie Bestuur en Financiën van 19 oktober 2023 aangegeven dat er achterstand is in de afhandeling van WOZ-bezwaren. De WOZ-waardes per 1-12023 (t.b.v.

de OZB-aanslagen 2024) zijn nog niet definitief bekend en dus kan het nodig zijn om de voorlopige tariefstelling voor 2024 nog bij te stellen. Mocht voor de raadsvergadering van 12 december 2023 blijken dat dit nodig is, dan passen we de tariefstelling in de OZB-verordening nog aan.

Afvalstoffenheffinq In de verordening Afvaistoffenheffing 2024 zijn drie aanpassingen gedaan: a) Vrijstelling container voor medisch afval b) Tariefstelling c) Gemiddeld aantal ledigingen Medisch afval De korting zoals die in de huidige verordening is opgenomen levert uitvoeringsproblemen op bij BsGW. Veel gemeenten hanteren een verschillende rekenmethode voor de korting voor medisch afval. Met het vaststellen van de Kadernota 2024 heeft uw raad ingestemd met het uniformeren van de methode waarop de korting wordt berekend. De nieuwe rekenmethode is onderdeel van de verordening afvalstoffenheffing 2024. Tariefstelling Het betreft een kostendekkende heffing. Alle kosten worden opgevangen met de opbrengst. We gebruiken een egalisatiereserve om de tariefstijging te dempen. Op 1 januari 2024 is het saldo van de egalisatiereserve € 315.000. Het is ons beleid om gerealiseerde winst in de komende twee jaar in te zetten om de afvaltarieven laag te houden. In de tariefberekening 2024 houden we rekening met een inzet uit de egalisatiereserve van € 170.000. In het verleden heeft de raad aangegeven om alleen het variabele tarief te willen indexeren en het vaste deel van het tarief te bevriezen. In de verordening voor 2024 hebben we dat toegepast. Het vaste tarief blijft ongewijzigd en het variabele tarief stijgt met 4,2%.

Met deze tariefstijging en met de inzet van de egalisatiereserve is de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend.

Aantal ledigingen In de tariefberekening is rekening gehouden met het aantal ledigingen uit het jaar 2022. Het viel op dat bij het berekenen van de gemiddelde woonlasten we al jarenlang uit zijn gegaan van een geschat aantal ledigingen. We gingen steeds uit van 12 ledigingen Restafval (container van 1401tr.) en 7 ledigingen GFT-afval (container van 140Itr.). Uit het werkelijk aantal gerealiseerde ledigingen in 2022 blijkt dat we in de toekomst uit kunnen gaan van een lager aantal ledigingen. Bij het presenteren van de gemiddelde woonlast (in de begroting in één oogopslag) hanteren we in het

Pagina 3 van 6

vervolg 10,2 ledigingen Restafval (container van 1401tr.) en 3,5 ledigingen GFT-afval (container van 140Itr.). Het aanpassen van het ledigingsaantal heeft geen gevolg voor de tariefstelling.

Rioolrecht Geen inhoudelijke correcties nodig, alleen tariefstelling met € 10,- en 3,6% prijsindex is toegepast op basis van raadsbesluit Kadernota 2024.

(Water)verbliifsbeslastinq Geen inhoudelijke correcties nodig, alleen tariefstelling met 3,6% prijsindex aangepast op basis van raadsbesluit Kadernota 2024.

Forensenbelasting Geen inhoudelijke correcties nodig, alleen tariefstelling met 3,6% prijsindex aangepast op basis van raadsbesluit Kadernota 2024. Kwijtschelding Geen inhoudelijke correcties nodig.

Kanttekeningen Jaarlijkse index Door het jaarlijks actualiseren van de belastingverordeningen voorkomen we grote tariefsprongen. De legesverordening is hierop een uitzondering, omdat deze tot 2023 lang niet is geupdatet. Bij de raadsbehandeling van de legesverordening 2023 is afgesproken om in drie tranches (tarief 2023, tarief 2024 en tarief 2025) toe te werken naar kostendekkende tarieven. Omgevingswet - tarieven De Omgevingswet treedt per 1 januari 2024 in werking. De tarieventabel in de legesverordening is hierop aangepast. Tariefstelling is afhankelijk van ingeschatte tijdsbesteding. Omdat dit het eerste jaar is dat we volgens de nieuwe wet en nieuwe procedures werken is sprake van geschatte tijdsbesteding. Na één of twee ervaringsjaren hebben we een accuraat beeld van de werkelijke tijdsbesteding van onze dienstverlening in dit kader. Omgevingswet - aantallen Een grootschalige herziening van wettelijke regels en procedures zoals de invoering van de Omgevingswet levert wellicht marktverstoringen op. We zijn afhankelijk van het aantal vergunningen dat aangevraagd wordt. Met de invoering van de Omgevingswet is een nieuwe route nodig voor het aanvragen van een vergunning met extra formele handelingen.

Het aantal bouwactiviteiten zal gelijk blijven, maar het kan betekenen dat we in de beginperiode minder aanvragen krijgen omdat bouwplannen obstakels ondervinden bij het volgen van die nieuwe route. Het was altijd al lastig om een raming te maken van het aantal verwachte bouwaanvragen. Nu aanvragers te maken krijgen met nieuwe procedures kunnen we nog lastiger ramen hoeveel aanvragen we zullen krijgen in 2024. Wel is duidelijk dat niet alle zaken onder de nieuwe wet nog vergunning plichtig zijn. Daarom hebben we in de begroting van 2024 alvast rekening gehouden met een structureel lagere legesopbrengst van € 30.000.

Communicatie

Na vaststelling van de Verordeningen 2024 door de Raad dienen inwoners van de gemeente op de hoogte te worden gebracht van de nieuwe verordeningen. De communicatie vindt plaats door publicatie in de Maasduinen Courant en in het elektronisch gemeenteblad op www.officielebekendmakingen.nl. Een geconsolideerde versie van de Verordeningen zal na inwerkingtreding zichtbaar zijn op www.overheid.nl

Juridische aspecten

Op grond van artikel 147 van de Gemeentewet worden gemeentelijke verordeningen vastgesteld door de gemeenteraad.

Pagina 4 van 6

De Verordeningen zijn een algemeen verbindend voorschrift. Een algemeen verbindend voorschrift (en de wijziging daarvan) treedt ingevolge artikel 8 van de Bekendmakingswet niet in werking voordat het op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. De bekendmaking dient te geschieden door plaatsing in het gemeenteblad. De uitgifte van het gemeenteblad geschiedt elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze en moet elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze beschikbaar blijven. Door middel van aanlevering via DROP voor publicatie in het gemeenteblad op www.officielebekendmakingen.nl, wordt aan de voorwaarden voldaan. In artikel 10, lid 2, van de Bekendmakingswet is opgenomen dat algemeen verbindende voorschriften zoals de Verordeningen in werking treden met ingang van de achtste dag na de datum van bekendmaking, tenzij bij of krachtens de wet of in het besluit daarvoor een ander tijdstip is aangewezen. Als datum van inwerkingtreding van de nieuwe Verordeningen wordt net zoals de uitwerkingtredingsdatum van de huidige verordeningen, voorgesteld op 1 januari 2024. Voorts bepaalt artikel 8:3, lid 1, sub a, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift.

Uit artikel 7:1 van de Awb volgt dat degene aan wie het recht niet is toegekend om beroep in te stellen, ook geen bezwaar kan maken.

Financiën / fiscale gevolgen Geen effect, de financiële effecten zijn al verwerkt in de concept Programmabegroting 2024-2027.

Voorstel Wij stellen u voor om de volgende verordeningen vast te stellen: 1) Legesverordening 2024 2) OZB verordening 2024 3) Afvalstoffenheffing 2024 4) Rioolheffing 2024 5) Verblijfsbelasting 2024 6) Waterverblijfsbelasting 2024 7) Forensenbelasting 2024 8) Kwijtscheldingsverordening 2024

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouder

H.H.M. Timmermans Secretaris

n Bergen (L),

M.H.E. Pelze Burgemeeste

Bijlage(n) • • • • • • • • • •

Raadsbesluit legesverordening 2024 Bijlage: toegroeitabel legestarieven 2023-2024 Bijlage: achtergrondinformatie Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging Raadsbesluit OZB verordening 2024 Raadsbesluit verordening afvalstoffenheffing 2024 Raadsbesluit verordening rioolheffing 2024 Raadsbesluit verordening verblijfsbelasting 2024 Raadsbesluit verordening waterverblijfsbelasting 2024 Raadsbesluit verordening forensenbelasting 2024 Raadsbesluit kwijtscheldingsverordening 2024

Pagina 5 van 6

Pagina 6 van 6

g emeente

Besluit van de gemeenteraad

••••.•

BERGEN Limburo

Onderwerp Vaststelling Verordening op de heffing en de invordering van leges Bergen (L) 2024

De raad van de gemeente Bergen, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 31 oktober 2023; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet;

Besluit Vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van leges Bergen (L) 2024.

Pagina 1 van 26

Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; week: een aaneengesloten periode van zeven dagen. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'leges' worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening b. (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; c.

diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht het raadplegen en verstrekken van de bij de gemeente berustende registers, leggers en plankaarten van de Dienst van het kadaster en de openbare registers door ambtenaren, in de uitoefening van hun functie. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven a. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. b. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Termijnen van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Pagina 2 van 26

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: 1. paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 2. paragraaf 1.3 (rijbewijzen); 3. artikel 1.19 (schriftelijke verstrekking uit de basisregistratie personen); 4. artikel 1.25, onder a (verklaring omtrent het gedrag); 5. artikel 1.31 (Wet op de kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11 Overgangsrecht De Verordening leges Bergen (L) 2016 van 14 juni 2016, alsmede de wijzigingen daarop, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 3. De Legesverordening 2023 wordt gelijktijdig ingetri, kken. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening 2024 Bergen (L). dus besloten in de openbare raadsvergadering van de ge 23.

I.C. vn' H De gr 'e

eente Bergen van 12 december

.E. Pelzer De voorzitter

Pagina 3 van 26

Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening Bergen (L) 2024 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap met ceremonie Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op: a. Op maandag, niet zijnde feestdagen, om 9.00 uur en om 9.30 uur, uitsluitend in de Maas-, Grens- of spreekkamer van het gemeentehuis, waarbij tenminste één ingezetene is van de gemeente Bergen._ € b. Als lid 1: voor niet ingezetene van de gemeente geldt een tarief van

0,00

€ 516,00

c. Op maandag tot en met vrijdag tussen 9.00 en 17.00 uur in het gemeentehuis, niet zijnde onderdeel a € 516,00 d. Op zaterdag en zondag tussen 9.00 en 17.00 uur in het gemeentehuis

€ 600,00

e.1Op maandag tot en met zondag tussen 9.00 en 20.00 uur op een eigen locatie

€ 541,00

Artikel 1.2 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk met ceremonie Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk als daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een andere door de gemeente hiertoe aangewezen ruimte op: a. Op maandag tot en met vrijdag tussen 9.00 en 17.00 uur in het gemeentehuis

€ 516,00

b. Op zaterdag en zondag tussen 9.00 en 17.00 uur in het gemeentehuis

€ 600,00

c. Op een eigen locatie

€ 600,00

Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek: € 516,00 Artikel 1.4 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in bijzonder huis Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek: € 516,00 Artikel 1.5 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om bij besluit een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen voor één dag: a. als beëdiging bij de rechtbank al heeft plaatsgevonden:

€ 121,00

b. als beëdiging bij de rechtbank nog niet heeft plaatsgevonden:

€ 244,00

Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige: € 86,00

Pagina 4 van 26

Artikel 1.7 Annuleren of wijzigen datum Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum voor de huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk te annuleren of te wijzigen binnen een periode van drie maanden voorafgaand aan die gereserveerde datum:

€ 150,00

Artikel 1.8 Trouwboekje of partnerschapsboekje Het tarief bedraagt voor het verstrekken van: a. een trouwboekje of partnerschapsboekje in een normale uitvoering:

€ 22,50

b. een trouwboekje of partnerschapsboekje in een luxe uitvoering:

€ 47,50

c. Bijschrijving van kinderen in kalligrafie, per kind

€ 18,50

Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Artikel 1.9 Paspoorten of andere reisdocumenten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a. een nationaal .assoort: voor een •ersoon die o• het moment van de aanvraa• 18 .aar of ouder is:

€ 83,85*

2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: € 63,40* b. een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal • as.00rt als bedoeld in onderdeel a zaken•as e oort : 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 83,85*

2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog nie € 63,40* heeft bereikt: c. een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de ositie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld faciliteiten as oort : 1. voor een persoon die o• het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 83,85*

2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: € 63,40* d. een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:

€ 63,40*

Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a. leen Nederlandse identiteitskaart: 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 75,80*

2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet € 40,90* heeft bereikt: b. een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:

€ 36,90*

Artikel 1.11 Overige bepalingen Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: a. voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10, onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen:

€ 57,05*

Pagina 5 van 26

* Dit is het maximumtarief, naar beneden afgerond op € 0,05.

Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Artikel 1.12 Rijbewijzen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs:

€ 48,15*

Artikel 1.13 Overige bepalingen 1. Het tarief genoemd in 1.12 wordt bij een spoedlevering verhoogd met

€ 34,10*

2. De verhoging genoemd in het eerste lid is in voorkomend geval cumulatief verschuldigd * Dit is het maximumtarief.

Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens Artikel 1.14 Definities 1. Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. 2. Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. Artikel 1.15 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking aan de balie

€ 14,10

b. tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking digitaal

€

8,00

Artikel 1.16 Verstrekking van aangehaakte gegevens Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking aan de balie

€ 14,10

b. tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking digitaal

€

8,00

€

7,50*

Artikel 1.17 Schriftelijke verstrekking In afwijking van de artikelen 1.15 en 1.16 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen: Artikel 1.18 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen 1. Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier: € 25,00 2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is in Pagina 6 van 26

* Dit is het maximumtarief.

Paragraaf 1.5 Bestuursstukken (gereserveerd) Artikel 1.19 Afschriften van bestuursstukken (gereserveerd) Artikel 1.20 Abonnement op bestuursstukken (gereserveerd)

Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie (gereserveerd) Artikel 1.21 Plan- of kaartinformatie (gereserveerd) Artikel 1.22 Informatie uit registers (gereserveerd) Artikel 1.23 Informatie uit adressenbestanden (gereserveerd)

Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Artikel 1.24 Gemeentegarantie (gereserveerd) Artikel 1.25 Overige publiekszaken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag:

€ 41,35*

b. tot het legaliseren van een handtekening:

€ 13,00

* Dit is het maximumtarief.

Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Artikel 1.26 Naspeuringen in gemeentearchief 1. Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier:

€ 25,00

2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Pagina 7 van 26

Artikel 1.27 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief (gereserveerd) Artikel 1.28 Uitlenen archiefbescheiden (gereserveerd)

Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Artikel 1.29 Huisvestingswet 2014 (gereserveerd) Artikel 1.30 Leegstandwet 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet:

€ 100,00

b. verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet:

€ 50,00

2. Als aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die onderdelen bedoelde leges slechts eenmaal geheven. Dit geldt ook als het gaat om een geheel van huurwoningen bestemd voor sloop of renovatie waarvoor gelijktijdig aanvragen worden ingediend. Artikel 1.31 Wet op de kansspelen 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: a. voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat:

€ 56,50*

b. voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat:

€ 56,50*

en voor iedere volgende kansspelautomaat:

€ 34,00*

c. voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd: € 226,50* d. voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, voor de eerste kansspelautomaat: € 226,50* en voor iedere volgende kansspelautomaat:

€ 136,00*

2. Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing als de vergunning geldt voor een tijdvak korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd respectievelijk verhoogd worden. 3. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning):

€ 38,00*

Artikel 1.32 Telecommunicatiewet 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van een instemmingsbesluit, als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVO!), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden: a. indien het betreft tracés tot 250 mi

€ 291,29

b. indien het betreft tracés tot 250 mi tot 1.500 mi

€ 357,96 Pagina 8 van 26

c. indien het betreft tracés tot 1.500 m1 tot 5.000 ml

€ 491,29

d. Indien het betreft tracés van 5.000 m1 en meer, per rn, tracé

€

e Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden voor tracés tot 15 m1

€ 76,84

f. Indien met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de netbeheerder van het netwerk en/of andere netbeheerders of belanghebbenden, worden de in het eerste lid, onder a tot en met d, genoemde bedragen per overleg verhoogd met

€ 400,00

0,10

Artikel 1.33 Wegenverkeerswetgeving Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990:

€ 50,00

b. een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen:

€ 35,00

c. verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve be.alin.en inzake het we.verkeer BABW :

€ 35,50

Paragraaf 1.10 Diversen Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels (gereserveerd) Artikel 1.35 Ontheffing Kampeerverbod Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:32 van de VFL Bergen (L) 2022:

€ 60,00

Artikel 1.36 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit € 100,00 hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:

Pagina 9 van 26

HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Definities 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 2. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 3.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - Binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; Binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; - Omgevingsoverleg: Een overleg voorafgaande aan de vergunningaanvraag waarbij toegewerkt wordt naar een indicatie van de haalbaarheid en wenselijkheid van het initiatief. Dit staat ook bekend als een 'vooroverleg' of 'principeverzoek'. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in het volgende: 1. Ontvangen vragen die worden besproken in het initiatievenoverleg en/of afstemmingsoverleg. Dit zijn overleggen waar vanuit diverse vakdisciplines wordt gekeken naar de beleidsmatige en technische haalbaarheid en wenselijkheid van het initiatief. 2.

Aanvraagformulier vooroverleg omgevingsvergunning voor het behandelen van complexe zaken waar meerdere vakdisciplines bij nodig zijn en waar eventueel een besluit van het college voor nodig is. Indien van toepassing kunnen er ook externe partijen bij nodig zijn. 3. Conceptverzoeken die via het Omgevingsloket worden ingediend. Met deze optie kunnen initiatiefnemers controleren of hun aanvraag compleet is en of de juiste informatie is ingevuld. 4. In afwijking van bijlage I bij de Omgevingsregeling wordt onder bouwkosten verstaan de normbouwkosten voor de bouwactiviteit, zoals opgenomen in de bijlage 'Kengetallen Bergen (L)", behorende bij deze tarieventabel. Voor gebouwtypes waarin het overzicht niet voorziet worden de bouwkosten bepaald op basis van vergelijkbare bouwwerken, die wel benoemd zijn. Indien géén vergelijk mogelijk is, worden de bouwkosten bepaald op basis van een onderbouwde raming van deze kosten, het overleggen van een open begroting of een offerte / aannemingsovereenkomst. De prijs is exclusief omzetbelasting (btw).

Pagina 10 van 26

Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Le9es worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. omgevingsoverleg; b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; c. een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; d. toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; e. een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; f. intrekking van een omgevingsvergunning; g. wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; h. een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g. Artikel 2.3 Bepalen tarief 1. De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. 2. Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. 3. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12. 4.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13. 5. Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 6. In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4 Omgevingsoverleg Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van een omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor vragen om een indicatie te krijgen over de haalbaarheid en wenselijkheid van een plan, dan wel het indienen van een conceptverzoek met als doel de toetsing van gratis de volledigheid en/of juistheid. b. voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot een vooroverleg (inclusief één € 485,00 overleg): € 250,00 c. voor elk daaropvolgend overleg: d. voor elk overleg met externe partijen verhoogd met de daadwerkelijk aan de gemeente doorberekende kosten.

Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook Pagina 11 van 26

gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. over het deel van de bouwkosten tot € 10.000: b. over het deel van de bouwkosten vanaf € 10.000: van de bouwkosten, met een maximum van € 500.000

€ 500,00 1%

Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. over het deel van de bouwkosten tot € 10.000 € 500,00 b. over het deel van de bouwkosten vanaf € 10.000: 1% van de bouwkosten, met een maximum van € 500.000 Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: € 288,00 b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: € 288,00 c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 288,00

Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument of voorbeschermd rijksmonument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument € 324,00 b. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in Qgyaar gebracht € 324,00 c. als er sprake is van een (voorbeschermd) rijksmonument worden de onder a en b genoemde leges verhoogd met: € 324,00 2. Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch- of rijksmonument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met: € 324,00 3.

Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de Verordening fysieke leefomgeving 2022 is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is Pagina 12 van 26

aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven. Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 596,00 b. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 596,00 Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht (gereserveerd) Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed (gereserveerd)

Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld i n hoofdstuk 3 van het besluit activiteiten leefomgeving, paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan of art. 5.1 van de Omgevingswet, bedraagt het tarief : a. Ivoor één milieubelastende activiteit: b. Als sprake is van meer dan één milieubelastende activiteit wordt een offerte opgemaakt, waarvan de aanvrager vooraf in kennis wordt gesteld.

€ 500,00

Pagina 13 van 26

Artikel 2.13 (gereserveerd) Artikel 2.14 (gereserveerd) Artikel 2.15 (gereserveerd) Artikel 2.16 (gereserveerd) Artikel 2.17 (gereserveerd) Artikel 2.18 (gereserveerd) Artikel 2.19 (gereserveerd) Artikel 2.20 (gereserveerd)

@" ?!>

Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit (gereserveerd) Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit (gereserveerd)

Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit (zoals bedoeld in het omgevingsplan) over één of meer van onderstaande werkzaamheden, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor het opbreken van de verharding in openbaar gebied of het graven in openbaar gebied, anders dan voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een € 400,00 kabel of leiding; of leiding in b. voor het aanleggen. in stand houden of verwijderen van een kabel openbaar gebied, niet zijnde kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de € 400,00 Telecommunicatiewet; € 400,00 c. voor het graven in het gebied met archeologische verwachtingen; € 400,00 d. voor het graven in het beperkingengebied leidingen; e. voor het graven in een bijzonder landschapselement of gebied met aardkundige € 650,00 waarde; De in lid la t/m le genoemde tarieven zijn van toepassing als de aanvraag een binnenplanse omgevingsplanactiviteit betreft.

Deze zijn van overeenkomstige toepassing als de aanvraag een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft en worden € 200,00 in dat geval verhoogd met: Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, in het beperkingengebied leidingen, in een bijzonder landschapselement Pagina 14 van 26

of in een gebied met aardkundige waarde, o.a. bestaande uit het: - aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplanting, - indrijven van voorwerpen, - ophogen of afgraven van de grond, of - verharden van de grond, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in het omgevingsplan: € 650,00 b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 850,00 Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg (gereserveerd) Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 5:1 van de VFL Bergen (L) 2022 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 274,00 Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitwegluitrit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1,

eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 5:2 van de VFL Bergen (L) 2022 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 274,00 Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten (gereserveerd)

Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie (gereserveerd) Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, bestaande uit het kappen van één boom, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 72,10 2. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, bestaande uit het vellen van een houtopstand zoals hakhout, houtwal of meerdere bomen, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 144,20

Pagina 15 van 26

Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame (gereserveerd) Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken (gereserveerd) Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:12 van de VFL Bergen (L) 2022 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 58,00 Artikel 2.34 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: a.

behoort tot een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen categorie activiteiten, uitgezonderd de activiteiten bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 307,00 • betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 1° voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: € 307,00 2° voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 3.000,00 3 voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit: € 307,00

Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouwof sloopactiviteit, bedraagt het tarief: a. voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: 1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift: € 250,00 b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift: € 250,00 Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 1. Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving,

€ 250,00

Pagina 16 van 26

bedraagt het tarief:: 2. Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: 3. Als sprake is van meer dan één milieubelastende activiteit zoals bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt een offerte opgemaakt, waarvan de aanvrager vooraf in kennis wordt gesteld.

€ 250,00

Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten (gereserveerd)

Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel 1. Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur: € 97,05 b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur: € 97,05 c. een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per uur: € 97,05 d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur: € 97,05 2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: € 307,00 Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning:

€ 307,00

Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is: € 307,00 Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief € 123,00 voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, Pagina 17 van 26

in behandeling is genomen: Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan:

€ 4.413,00

Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op € 257,00 die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan:

Paragraaf 2.12 Overige bepalingen Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met:

25%.

Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: € 500,00 a. als sprake is van een milieubelastende activiteit: € 500,00 b. als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 500,00 e. hals sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b: Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: € 300,00 a. de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: € 300,00 b. de beoordeling van een archeologisch rapport: of c. de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid€ 300,00 luchtbelasting: d. de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe € 300,00 geluidwering of nagalm van een bouwwerk: € 300,00 e. de beoordelin. van een ecolo.isch onderzoeksrapport: C f. de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): 1.700,00 genoemd rapport: € 300,00 onderdelen niet in de voorgaande beoordeling van een de g. Artikel 2.50 Advies 1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk worden de leges verhoogd, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op Grond van de Om evin swet: a. Voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de "Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L)" die betrekkin heeft o artikel 2.5 en 2.6, met het vol ende ercenta e van de Pagina 18 van 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13616605/1