Getekend voorstel en besluit wijziging APV 2021
Tekst van het document
g emeent . .•
Voorstel aan de gemeenteraad
e .
BEREN Limburg
Datum besluitvorming college 6 september 2022
Portefeuillehouder Burgemeester Pelzer
Datum vergadering 17 oktober 2022
Onderwerp Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergen (L) 2021 Aan de raad,
Inleiding
Op 7 juni 2022 heeft u de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergen (L) gewijzigd vastgesteld. Daarbij zijn de artikelen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgegaan in de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bergen (L) 2022. Gelet op de veranderende wet- en regelgeving, jurisprudentie, wensen uit de praktijk en adviezen vanuit de Vereniging Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG), is de noodzaak gebleken om de resterende bepalingen in de huidige APV te actualiseren en de wijzigingen ter vaststelling aan de raad voor te leggen. Voor u ligt daarom het verzoek om aan de raad voor te stellen de APV te wijzigen conform bijgaand raadsvoorstel en -besluit.
Relatie met begroting / coalitieprogramma / speerpunten
Met de actualisatie sluit de APV weer aan bij de veranderende wet- en regelgeving, jurisprudentie en wensen uit de praktijk.
Argumenten In de bijlage 'was-wordt-tabel' is een overzicht op genomen van de wijzigingen in de artikelen. Hieronder worden de wijzigingen nader toegelicht. 1.Colorverbod (artikelen 2:26 Ordeverstoring en 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties) Het colorverbod betreft een verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties, zoals verboden motorclubs. Het colorverbod is bij de herziening van de APV in 2021 op advies van de VNG opgenomen. Dit betrof de toevoeging van het tweede en derde lid van artikel 2:26 Ordeverstoring en de toevoeging van artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitringen van verboden organisaties. Het doel daarvan was op effectiever op te kunnen treden tegen het verschijnen in het publieke domein van leden met uiterlijke kenmerken van verboden verenigingen. Bij arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het in de APV opgenomen colorverbod onverbindend verklaard, omdat dit in strijd is met het in artikel 7, derde lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting (ECLI:NL:HR:2021:1946). Dit betekent dat het colorverbod uit de APV verwijderd moet worden. 2.Lachgas (artikelen 2:47a Verboden gebruik lachgas en 2:74b Openlijk gebruik van drugs) Artikel 2:47a (Verboden gebruik lachgas) is in 2019 in de APV opgenomen.
In 2021 is dit artikel op aangeven van de VNG uitgebreid, zodat dit niet enkel ziet op het oneigenlijk gebruik, maar ook op voorbereidingen voor het gebruik en op het bij zich hebben van voorwerpen of stoffen ten behoeve van dat gebruik. Daarnaast kan het college ook openbare plaatsen aanwijzen waar het lachgasgebruik, voorbereidingen daartoe of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat tot ordeverstoring en dergelijke leidt. Landelijk is gebleken dat (strafrechtelijke) handhaving op grond van artikel 2:47a een aantal knelpunten kende. Zo was er geen feitcode voorhanden, die het mogelijk maakt om een bestuurlijke strafbeschikking uit te vaardigen op grond van dit artikel. Met ingang van 1 november 2021 zijn nieuwe feitcodes vrijgegeven, die gekoppeld zijn aan dit artikel, zodat het mogelijk is om met een bestuurlijke strafbeschikking te kunnen handhaven op het in dit artikel opgenomen verboden lachgasgebruik. Een ander knelpunt heeft betrekking op de bewijslast. De bepaling in artikel 2:47a bevat het specifieke bestanddeel stikstofmonoxide. Dit brengt met zich mee dat in een strafzaak daadwerkelijk moet worden bewezen dat het ook specifiek om die stof gaat. Specifieke waarnemingen en eventuele foto's van patronen of cilinders zullen nodig zijn in het dossier.
Wanneer alleen sprake is van een ballon en een zwijgende verdachte zal het bewijs niet geleverd
Pagina 1 van 3
kunnen worden. Vanwege het geschetste bewijsprobleem, is het noodzakelijk ook op een andere grond te kunnen handhaven. In dit kader is het noodzakelijk om artikel 2:74a (openlijk drugsgebruik) aan te passen en het verbod te verruimen conform het model van de VNG. Lachgas vat onder 'daarop gelijkende waar', zoals bedoeld in die bepaling. Er is een feitcode opengesteld, zodat bij overtreding de mogelijkheid bestaat om een bestuurlijke strafbeschikking uit te vaardigen. 3.Artikel 2:79 Woonoverlast In artikel 2:79 van de APV is een zorgplicht opgenomen voor gebruikers en verhuurders van woningen om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huurals koopwoningen en aan verhuurders. Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) op 1 januari 2021 is die beperking vervallen. In verband hiermee is artikel 2:79 aangepast. Om woonoverlast beter tegen te gaan, geldt de zorgplicht voortaan in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten.
Dat betekent dat verhuurders zorgdragen dat de woningen die zij verhuren geen ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken. Als de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester direct een verhuurder aanspreken en hoeft de burgemeester daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen. De burgemeester kan dan dus - als ultimum remedium - direct aan een verhuurder een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen. 4.Artikel 2:73a Carbidschieten Carbidschieten is een activiteit die binnen de gemeente Bergen plaatsvindt op 11 november en rondom de jaarwisseling. Carbidschieten is toegestaan binnen de gemeente Bergen. De gemeente Bergen heeft op basis van ruimtelijke criteria richtlijnen opgesteld voor carbidschieten. Deze richtlijnen zijn te raadplegen op de website van de gemeente Bergen. Aan carbidschieten zijn veiligheidsrisico's verbonden, zowel voor de deelnemers als het publiek en omwonenden. Daarnaast kan er (geluids)overlast ontstaan voor mens en dier. Anders dan bij vuurwerk, is het carbidschieten niet in andere wetgeving geregeld.
Dit betekent dat dit op basis van de gemeentelijke autonomie in de APV geregeld kan worden. Ter voorkoming van schade en overlast is het noodzakelijk om de bestaande richtlijnen te formaliseren door deze in de APV op te nemen. Carbidschieten blijft mogelijk, maar wel onder de voorwaarden die nu voor eenieder duidelijk zijn. Het invoeren van een meldingssysteem maakt het mogelijk dat vooraf bekend is waar er met carbid geschoten gaat, zodat tijdig kan worden gekeken of de locatie voldoet een de voorwaarden en, indien noodzakelijk, in overleg kan worden getreden met de melder. 5.Tekstuele wijzigingen Op voorstel van de VNG wordt in artikel 2:60, eerste lid, 'opheffing' vervangen door 'beëindiging'. 6.Artikel 6:1 Sanctiebepaling De artikelen 2:11, 2:12 en 4:11 staan nog opgenomen bij de sanctiebepaling. Deze artikelen zijn echter vervallen in de APV en overgeheveld naar de VFL. De verwijzing naar deze artikelen in de APV kan daarom vervallen.
Communicatie De inwoners dienen op de hoogte te worden gebracht van de wijzigingen in de APV. Communicatie vindt daarom plaats in de Maasduinen Courant, op de website van de gemeente Bergen en via DROP in het gemeenteblad op officielebekendmakingen.nl.
Juridische aspecten Op grond van artikel 147 van de Gemeentewet worden gemeentelijke verordeningen vastgesteld voor de gemeenteraad. De APV is een algemeen verbindend voorschrift. Een algemeen verbindend voorschrift (en de wijziging daarvan) treedt ingevolge artikel 8 van de Bekendmakingswet niet in werking voordat het
Pagina 2 van 3
op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. De bekendmaking dient te geschieden door plaatsing in het gemeenteblad. De uitgifte van het gemeenteblad geschiedt elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze en moet elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze beschikbaar blijven. Door middel van aanlevering via DROP voor publicatie in het gemeenteblad op officielebekendmakingen.nl, wordt aan de voorwaarden voldaan. In artikel 10, lid 2, van de Bekendmakingswet is opgenomen dat algemeen verbindende voorschriften zoals deze APV in werking treden met ingang van de achtste dag na de datum van bekendmaking, tenzij bij of krachtens de wet of in het besluit daarvoor een ander tijdstip is aangewezen. Voorts bepaalt artikel 8:3, lid 1, sub a, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift. Uit artikel 7:1 van de Awb volgt dat degene aan wie het recht niet is toegekend om beroep in te stellen, ook geen bezwaar kan maken.
Financiën / fiscale gevolgen Niet van toepassing
Voorstel Wij stellen u voor: De wijzigingen in de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergen (L) 2021 vast te stellen conform bijgaande raadsbesluit. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Bergen (L),
H.H.M. Timmermans Secretaris
Bijlage(n) • •
M.H.E. Burgemeester M.R.G. Buijsse MSc (loco-burgemeester)
Raadsbesluit Wat-wordt-tabel
.....
Pagina 3 van 3
g
Besluit van de gemeenteraad
Onderwerp
emeen te
BERGEN r, b e r
Besluit van de raad van de gemeente Bergen (L) tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergen (L) 2021
De raad van de gemeente Bergen, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 september 2022; gelet op artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet;
Besluit De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergen (L) 2021 wordt als volgt gewijzigd: I Wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergen (L)2021 A Artikel 2:26 komt te luiden: Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. B Artikel 2:50a vervalt. C In artikel 2:60, eerste lid, wordt 'opheffing' vervangen door 'beëindiging'. D Artikel 2:65 komt te luiden: Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden. E Artikel 2:73 wordt ingevoegd, luidende: Artikel 2:73a Carbidschieten 1. Onder carbidschieten wordt verstaan het in een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen. 2. Het is verboden met carbid te schieten, tenzij wordt voldaan aan de voorschriften genoemd in het derde lid. 3. Voor het carbidschieten gelden de volgende voorschriften: a. Het carbidschieten vindt plaats op 11 november tussen 10:00 en 16:00 en tussen 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar. b. Carbidschieten vindt enkel plaats buiten de bebouwde kom. c.
Er wordt niet geschoten met harde materialen, zoals metalen busdeksels. d. Het vrije schootsveld moet ten minste 75 meter bedragen en binnen deze ruimte mogen geen openbare paden of wegen zijn gelegen. e. Bij het carbidschieten dienen maatregelen te worden genomen, zodat op de schietlocatie geen reëel gevaar of schade kan optreden voor mens, dier of milieu.
Pagina 1 van 2
4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid bepaalde verbod. 5. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht. F Artikel 2:74b komt te luiden: Artikel 2:74b Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. G Artikel 2:79, eerste lid, komt te luiden: 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. H Artikel 6:1, tweede lid, komt te luiden: 2. In afwijking van het eerste lid is artikel la van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 2:10, vierde juncto eerste lid. II Inwerkingtreding Deze wijziging treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij bekend is gemaakt.
B /
ge) (L), 17 oktober 2022
1 I.C. v03 't Griffieti tr
....
Pagina 2 van 2