Getekend voorstel en besluit verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit
Tekst van het document
g emeente
Voorstel aan de gemeenteraad
• alt • BERCI;EN Limburg
Datum besluitvorming college 5 september 2023
Portefeuillehouder Wethouder Splinter
Datum vergadering 16 oktober 2023
Onderwerp Vaststelling Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L)
Aan de raad,
Inleiding De Omgevingswet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Belangrijk verbeterdoel van de nieuwe wet is een kader te bieden dat overheden meer afwegingsruimte biedt om doelen voor de leefomgeving te bereiken. Eén van de doelen van de wet is het bereiken van een goede omgevingskwaliteit (artikel 1.3 van de wet). Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Gemeenten bepalen zelf hoe zij het doel van een goede omgevingskwaliteit willen bereiken. Dat geldt ook voor de rol van de Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit (hierna: commissie). Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van deze commissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit. Mede daarom wordt ook ingezet op het herijken en actualiseren van het gemeentelijk beleid voor welstandsaspecten en monumenten, naast de benodigde verordeningen. In de afgelopen decennia is het besef gegroeid dat een geïsoleerde aanpak van advisering onvoldoende recht doet aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Monumenten dienen bijvoorbeeld veel meer in verband te worden gebracht met nieuwe architectuur, landschap, stedenbouw, ruimtelijke ordening, archeologie en openbare ruimte.
Afstemming tussen deze aspecten, oftewel integrale advisering, is in het licht van de Omgevingswet gewenst. Hier ligt een kans om de huidige welstands- en monumentenadvisering opnieuw in te richten naar de geest van de Omgevingswet. In dit kader is er een keuze welke adviestaken de gemeente bij de nieuwe commissie wil onderbrengen en wat een eventuele samenstelling zou kunnen zijn. Hierover is samen met een afvaardiging van raads- en commissieleden op 13 juni 2022 nagedacht (zie bijlage 3 voor het verslag). Een meerderheid van de aanwezigen gaf aan om niet voor de minimale verplichting te gaan, maar te kiezen voor meerdere adviestaken die samenhangen met erfgoed en omgevingskwaliteit. Wat de adviestaken betreft, wordt naast de (wettelijk verplichte) advisering over Rijksmonumenten ook de advisering over gemeentelijke monumenten en omgevingskwaliteit geborgd. Ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen er omgevingsvergunningen worden aangevraagd voor bouwwerken en (gemeentelijke) monumenten. Uw raad wordt voorgesteld: de Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) vast te stellen inclusief bijbehorend Reglement van orde en de nieuwe commissieleden te benoemen. Het intrekken van afdeling 3 van hoofdstuk 1 en bijlage 2 bij de Verordening Fysieke Leefomgeving 2022 (VFL) vindt plaats in het raadsvoorstel en besluit voor de VFL.
Relatie met begroting / coalitieprogramma / speerpunten Op 26 april 2021 is de Nota van Uitgangspunten Omgevingswet vastgesteld door uw raad. Hierin is de integratie van regels uit verordeningen en aanpassing van diverse verordeningen opgenomen als één van de onderdelen waarvoor voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet besluitvorming door de raad zal plaatsvinden. Deze Verordening geeft daar (mede) invulling aan. Daarnaast geeft deze Verordening invulling aan de wettelijke verplichting tot het instellen van een adviescommissie omgevingskwaliteit.
Pagina 1 van 3
Argumenten 1. De Verordening Fysieke Leefomgeving geeft invulling aan de wettelijke verplichting tot het instellen van een adviescommissie omgevingskwaliteit Onder de Omgevingswet (artikel 17.9 van het wetsvoorstel zoals dat op 22 maart 2016 is aangenomen door de Eerste Kamer) zal een (onafhankelijke) commissie ingesteld moeten worden die tot taak heeft te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, voor zover het andere dan archeologische monumenten betreft. Ook daarbinnen dienen enkele leden deskundig te zijn op het gebied van de monumentenzorg. Het gaat (onder de Omgevingswet) om een commissie met een bredere taak voor de omgevingskwaliteit, waarin de erkenning ligt van het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden en aan dier- en plantensoorten. De Omgevingswet maakt uitdrukkelijk een bredere taakstelling van deze adviescommissie mogelijk. De nieuwe Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) (zie ook bijlage 1) vervangt de huidige regels met betrekking tot de commissie zoals nu vastgelegd in de VFL.
Deze regels boden de basis voor het functioneren van de gecombineerde welstands- en monumentencommissie. Deze commissie houdt van rechtswege op te bestaan, omdat de juridische grondslagen ervoor in de Monumentenwet en de Woningwet worden ingetrokken bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met deze verordening wordt voldaan aan de Omgevingswet en wordt invulling gegeven aan het principe dat de gemeente zelf bepaalt wanneer en over welke activiteiten advies wordt gevraagd. Aan de verordening is ook een korte toelichting toegevoegd over een aantal artikelen. Deze toelichting vindt u terug in bijlage 1. 2. Er is een Reglement van orde opgesteld met daarin een nadere uitwerking van de werkwijze van de adviescommissie omgevingskwaliteit Met het in werking treden van de Omgevingswet komt afdeling 3 van Hoofdstuk 1 uit de Verordening Fysieke Leefomgeving 2022 (VFL) te vervallen evenals het Reglement Integrale Kwaliteitscommissie (bijlage 2 bij de VFL). In plaats daarvan is een reglement nodig voor de taken, werkwijze en bevoegdheden van de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit. Deze commissie neemt o.a. de taken van de huidige Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (gecombineerde welstands- en monumentencommissie) over. Dit reglement gaat gelden voor een brede adviescommissie met een dorpsbouwmeester, waarmee ook wordt aangesloten bij de huidige werkwijze.
Het reglement is als bijlage toegevoegd aan het Raadsbesluit in bijlage 1 van dit voorstel. 3. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet dienen de commissieleden opnieuw te worden benoemd Zoals hiervoor is aangegeven vervallen de nodige wetten, regels en besluiten. Mede daarom vervalt ook de op 14 december 2021 genomen benoemingsbesluit van de huidige commissieleden. In bijlage 2 is het nieuwe benoemingsbesluit toegevoegd. Het besluit ziet erop toe dat de huidige leden van de commissie ruimtelijke kwaliteit en de erfgoedcommissie worden benoemd als leden van de Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit zodat zij hun werkzaamheden vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet kunnen uitvoeren en zo een soepele overgang en continuïteit in de advisering en werkwijze kunnen garanderen.
Communicatie Na vaststelling van de Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) door de Raad dienen inwoners van de gemeente op de hoogte te worden gebracht van de nieuwe verordening. De communicatie vindt plaats door publicatie in de Maasduinen Courant en in het elektronisch gemeenteblad op www.officielebekendmakingen.nl. Een geconsolideerde
Pagina 2 van 3
versie van de Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) zal na inwerkingtreding zichtbaar zijn op www.overheid.nl.
Juridische aspecten Op grond van artikel 147 van de Gemeentewet worden gemeentelijke verordeningen vastgesteld door de gemeenteraad. De Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) is een algemeen verbindend voorschrift. Een algemeen verbindend voorschrift (en de wijziging daarvan) treedt ingevolge artikel 8 van de Bekendmakingswet niet in werking voordat het op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. De bekendmaking dient te geschieden door plaatsing in het gemeenteblad. De uitgifte van het gemeenteblad geschiedt elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze en moet elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze beschikbaar blijven. Door middel van aanlevering via DROP voor publicatie in het gemeenteblad op officielebekendmakingen.nl, wordt aan de voorwaarden voldaan. In artikel 10, lid 2, van de Bekendmakingswet is opgenomen dat algemeen verbindende voorschriften zoals deze verordening in werking treden met ingang van de achtste dag na de datum van bekendmaking, tenzij bij of krachtens de wet of in het besluit daarvoor een ander tijdstip is aangewezen. Als datum voor inwerkingtreding is gekozen voor de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt. Voorts bepaalt artikel 8:3, lid 1, sub a, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift.
Uit artikel 7:1 van de Awb volgt dat degene aan wie het recht niet is toegekend om beroep in te stellen, ook geen bezwaar kan maken. Voor het opstellen van de nieuwe verordening en het reglement is deels gebruik gemaakt van de modelverordening van de VNG en die van Dorp, Stad en Land. In samenspraak met Dorp, Stad en Land zijn de diverse stukken opgesteld.
Financiën
fiscale gevolgen
Niet van toepassing.
Voorstel Wij stellen u voor: 1. De Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) vast te stellen; 2. Het reglement van orde Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) vast te stellen; 3. De nieuwe commissieleden te benoemen conform bijgevoegd benoemingsbesluit bij het in werking treden van de Omgevingswet. Burgemeester en wethouders van Bergen (L),
u
H.H.M. Timmermans De secretaris
M.H.E. Pelzer De burgerveest
Bijlage(n) 1. Raadsbesluit vaststelling Verordening Gemeentelijke advie mmissie omgevingskwaliteit Bergen (L) inclusief de in de bijlage opgenomen Reglement van Orde op de Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) 2. Benoemingsbesluit Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) 3. Verslag Werksessie 13 juni 2022 Omgevingskwaliteit
Pagina 3 van 3
gem
e
ente
.•111.
Besluit van de gemeenteraad BERGEN
Limburg
Onderwerp Besluit van de raad van de gemeente Bergen (L) tot vaststelling van de Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L)
De raad van de gemeente Bergen, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 september 2023; Gelet op: De artikelen 83, 108, 149 en 156 van de Gemeentewet; Afdeling 17.2 van de Omgevingswet;
Besluit Vast te stellen de volgende verordening: Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L).
Pagina 1 van 10
Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders; - commissie: de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L); - dorpsbouwmeester: het lid van de commissie aan wie op grond van deze verordening specifieke taken zijn opgedragen en die in mandaat adviseert; - goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; wet: de Omgevingswet. Artikel 2 Instelling 1. Er is een gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L). 2. De advisering over een goede omgevingskwaliteit is opgedragen aan Dorp, Stad en Land, die personen voordraagt als lid van de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L). Artikel 3 Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak de raad en het college te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Onderdeel hiervan is het geven van voorlichting over de doelstelling van een goede omgevingskwaliteit en over de werkzaamheden van de commissie.
Hiermee vervult de commissie haar taak met inachtneming van de maatschappelijke doelen, als bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet. 2. Ter uitvoering van haar taak wordt de commissie in ieder geval belast met de advisering: a. over aanvragen om een omgevingsvergunning en/of ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning: i. voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; ii. voor een gemeentelijk monument en/of karakteristiek gebouw zoals bedoeld in het omgevingsplan; iii. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden van een gebied en/of de bebouwing; iv. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; v. een andere activiteit in geval het college een advies nodig acht met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. b. over het aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument of gemeentelijk monument als bedoeld in hoofdstuk 2, afdeling 2, van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bergen (L) 2022; c. over de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk in strijd is met redelijke eisen van welstand en/of een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in het omgevingsplan en de daarop gebaseerde voorschriften of onderliggend beleid; d.
voor het opstellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; e. voor het voeren van vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; f. over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten. Dit kunnen regels zijn over bijvoorbeeld reclame in de openbare ruimte, voorwerpen op of aan de weg, standplaatsvergunning, exploitatievergunning horecabedrijven en ligplaatsvergunning. g. op verzoek van de raad of van het college: i. over het ontwikkelen van beleid voor de fysieke leefomgeving; ii. over omgevingsplanactiviteiten en andere activiteiten waarbij het bereiken of in stand houden van een goede omgevingskwaliteit van belang wordt geacht; iii. over het beheer en behoud van cultureel erfgoed dat in eigendom is van de gemeente. 3. De raad kan werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid aanwijzen die door de dorpsbouwmeester worden uitgevoerd. De dorpsbouwmeester werkt samen met en onder de verantwoordelijkheid van de commissie. Dit lid is niet van toepassing op de advisering als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, onderdelen i en ii en onder b. Artikel 4 Samenstelling 1.
De commissie bestaat uit minimaal 2 leden, de voorzitter daaronder begrepen. Bij afwezigheid van leden van de commissie, worden door Dorp, Stad en Land plaatsvervangers aangewezen die hen kunnen vervangen.
Pagina 2 van 10
2. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet minimaal twee leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 3. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid kunnen vertegenwoordigen zijn: architectuur, ruimtelijke kwaliteit, cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap en stedenbouw. 4. De dorpsbouwmeester wordt in functie benoemd en is deskundig lid van de commissie. Hij/zij is deskundig op minimaal één van de gebieden zoals genoemd in artikel 4, derde lid. 5. De commissie en de dorpsbouwmeester worden ondersteund door één of meerdere ambtelijke medewerkers. Artikel 5 Benoeming commissieleden 1. De leden kunnen voor een termijn van ten hoogste vier jaar worden benoemd door de gemeenteraad. 2. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers. 3. Afgetreden leden zijn één jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. De dorpsbouwmeester wordt in functie benoemd. 5. De leden worden op eigen verzoek ontslagen. Zij kunnen voorts door het college worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Artikel 6 Werkwijze commissie 1.
De commissie verricht onderzoek, houdt vergaderingen en brengt advies uit met inachtneming van bij of krachtens de wet gestelde criteria en binnen gestelde termijnen. Het volgende is daarbij van toepassing: a. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie of de bouwmeester. b. Een belanghebbende heeft alleen in toelichtende zin spreekrecht in de door de commissie of de bouwmeester gehouden openbare vergadering. c. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 2. In gevallen waarin in redelijkheid geen twijfel kan bestaan over de toepassing van de criteria, bedoeld in het eerste lid, kan de commissie haar activiteiten onder haar verantwoordelijkheid overlaten aan de dorpsbouwmeester of aan één of meer door de commissie aangewezen leden. In geval van twijfel, kan het initiatief alsnog aan de commissie worden voorgelegd. 3. De commissie kan van derden medewerking vragen voor de goede vervulling van haar taak. Als hieraan kosten voor de gemeente zijn verbonden, dan is daaraan voorafgaand toestemming nodig van het college. 4. De commissie stelt een reglement van orde op voor haar werkzaamheden binnen de kaders van deze verordening. Het reglement is als bijlage 1, toegevoegd aan deze verordening. Artikel 7 Verwerking van het advies 1.
Het college kan eenmaal per activiteit een second opinion inwinnen bij een gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente. Een second opinion wordt pas gevraagd nadat de commissie de mogelijkheid tot heroverweging van het advies heeft gekregen. Zij stellen de commissie van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte. De commissie neemt een second opinion voor kennisgeving aan. 2. In geval het college een beschikking geeft in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies, stellen zij de commissie hiervan op de hoogte. Artikel 8 Vergoeding De leden van de commissie ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding op grond van de tarieven zoals jaarlijks afgesproken met Dorp, Stad en Land. Artikel 9 jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks verslag uit, als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid van de wet, van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen. c. de aard van de beoordeelde plannen en de bijzondere projecten. 3.
De commissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk omgevingskwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van toetsingskaders (als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet) in het bijzonder.
Pagina 3 van 10
Artikel 10 Onvoorzienbaarheid In alle gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, alsmede bij gerezen geschillen, beslist het college, na de commissie te hebben gehoord. Artikel 11 Vervallen [en intrekking] oude regeling De regels met betrekking tot de commissie uit de Verordening Fysieke Leefomgeving 2022 zijn vervallen bij inwerkintreding van deze verordening. Artikel 12 Inwerkingtreding Deze verordening treedt tegelijk met de Omgevingswet, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving, in werking. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L)'.
Bijlage Reglement van orde Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 oktober 2023.
Bergen (L), 16 oktober 2023
M.H.E. Pelzer De voorz+tt
Pagina 4 van 10
TOELICHTING VERORDENING GEMEENTELIJKE ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT BERGEN (L) 2023 Algemeen De Omgevingswet biedt de gemeente meer afwegingsruimte om een goede omgevingskwaliteit te bereiken. Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en de kwaliteit van natuur en landschap. Bij de afweging van deze belangen is de advisering door deskundigen nodig. Daarvoor dient deze verordening. In deze verordening is vastgelegd wat de taken en bevoegdheden zijn van de Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit. Deze commissie vervangt de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (gecombineerde welstands- en monumentencommissie). De Omgevingswet verplicht alleen tot inschakeling van een commissie die adviseert over aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit. De gemeenteraad heeft ervoor gekozen om gebruik te maken van advisering door onafhankelijke deskundigen bij de vergunningverlening over gemeentelijk erfgoed en over de architectonische kwaliteit van bouwwerken, de stedenbouwkundige kwaliteit en de kwaliteit van natuur en landschap (gezamenlijk de omgevingskwaliteit). Als het gaat over gemeentelijk erfgoed, heeft de gemeenteraad de inschakeling van deskundigen al vastgelegd in de Verordening Fysieke Leefomgeving Bergen (L) 2022 (VFL).
Over de architectonische kwaliteit van bouwwerken en de stedenbouwkundige kwaliteit is de deskundigenadvisering bepaald in de Welstandsnota en in bij bestemmingsplannen en/of omgevingsplan vastgestelde beeldkwaliteitsplannen. Deze regels, met behulp waarvan de fysieke leefomgeving en de kwaliteit ervan wordt vormgegeven, gaan over naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Op grond hiervan wordt tot nu toe gewerkt met open normen, om ruimte te laten voor ontwikkelingen, maar ook met meer gedetailleerde normen op grond waarvan bepaalde ongewenste ontwikkelingen kunnen worden tegengegaan. Hoe deze normen en regels concreet kunnen worden toegepast of nader moeten worden ingevuld, blijkt eerst pas als zich ontwikkelingen aandienen en aanvragen om omgevingsvergunning worden ingediend. Daarbij kan de advisering door deskundigen niet worden gemist. Bij de toekomstige vaststelling van delen van het omgevingsplan maakt de gemeenteraad keuzes over de omgevingskwaliteit en de normen die daarvoor gelden, en als gevolg daarvan ook over de verdere inzet van de deskundigenadvisering. Deze keuzevrijheid van de gemeenteraad om al dan niet gebruik te maken van de advisering door deskundigen is dus afhankelijk van wat de raad uiteindelijk zelf in het omgevingsplan bepaalt. De voorliggende verordening voorziet daarbij in een kader.
Omgevingswet De artikelen van deze verordening kunnen eenvoudig worden vormgegeven omdat de Omgevingswet al veel regelt. In paragraaf 17.2.2 Omgevingswet over verplichte gemeentelijke adviesorganen staat het volgende: Artikel 17.9 (gemeentelijke adviescommissie) 1. De gemeenteraad stelt een commissie in die in ieder geval tot taak heeft te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, voor zover het andere dan archeologische monumenten betreft. Binnen deze commissie zijn enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg, die in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een rijksmonumentenactiviteit. 2. Het college van burgemeesters en wethouders vraagt de commissie advies: a. voordat het met betrekking tot een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid: 1° beslist op een aanvraag, of 2° adviseert over een aanvraag of ontwerpbesluit, b. in door de gemeenteraad aangewezen gevallen. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan de commissie tevens advies vragen over: a. andere aanvragen om een omgevingsvergunning dan de aanvragen, bedoeld in het eerste lid, en b. het ontwikkelen van beleid voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. 4. De commissie baseert haar advies, voor zover van toepassing, op de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19.
Bij een advies over een rijksmonumentenactiviteit neemt de commissie de uitgangspunten, bedoeld in artikel 5.22, in acht. 5. De adviezen van de commissie zijn deugdelijk gemotiveerd en worden schriftelijk openbaar gemaakt.
Pagina 5 van 10
6. De door de commissie gehouden vergaderingen zijn openbaar. Een vergadering of een gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in artikel 10, tweede lid, van die wet genoemde belangen. 7. De commissie zendt de gemeenteraad elk jaar een verslag over de door haar verrichte werkzaamheden. Deze verordening regelt bovenstaande. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Definities Goede omgevingskwaliteit "Een goede omgevingskwaliteit" is naast veiligheid en gezondheid opgenomen in de maatschappelijke doelstelling van de wet (artikel 1.3 van de wet). Dit geeft aan dat aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap belangrijk zijn. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden (Kamerstukken II 2013-2014, 33962, nr. 3). De gemeente heeft de plicht de zorg voor de omgevingskwaliteit zelf in te vullen, inclusief het adviesstelsel op het gebied van de omgevingskwaliteit.
Burgers kunnen, wanneer geen concrete gedragsbepalingen voorhanden zijn of deze niet toereikend blijken, ten aanzien van de het doel van een goede omgevingskwaliteit een beroep doen op de algemene zorgplicht. Artikel 2 Instelling In dit artikel wordt de Stichting Dorp, Stad & Land benoemd als commissie. Deze Stichting wordt in stand gehouden door een Vereniging met gelijke naam, waarvan de gemeente Bergen (L) samen met 57 andere gemeenten lid zijn. De Vereniging zet zich in voor een duurzame leefomgeving door aandacht te schenken aan de ruimtelijke kwaliteit en zo te zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. De Stichting is de 'werkorganisatie' die zorgdraagt voor kwalitatieve adviseurs die onafhankelijk van gemeenten hun professionele taken vervullen. Met de benoeming van de Stichting tot commissie en de personen die zijn ingeschreven in het Register van Adviseurs Omgevingskwaliteit tot leden van de commissie voldoet de gemeenteraad aan de plicht die de Omgevingswet oplegt. Bij de verdere invulling van de samenstelling van de commissie is de Stichting gebonden aan wat bij of krachtens de Omgevingswet en de Verordening is bepaald. Voor de uitvoering hiervan heeft de Stichting een klein maar ingekaderd deel van de raadsbevoegdheid nodig, die op grond van artikel 83 en 156 van de Gemeentewet aan de Stichting wordt gedelegeerd, zoals uit de aanhef van de Verordening blijkt.
Opgemerkt wordt dat de door de Stichting aan te wijzen commissie is aan te merken als een bestuursorgaan, conform de rechtspraak van de Raad van State, voor zover het gaat over beslissingen over de openbaarheid van vergaderen en van documenten. Artikel 3 Taak en werkzaamheden De Omgevingswet zegt in artikel 1.3 dat de wet met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, is gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Artikel 3 geeft invulling aan de wijze waarop de commissie haar taak kan verrichten m.b.t. bovenstaande omschrijving ten aanzien van bijvoorbeeld aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, gemeentelijke monument en omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Tevens is in dit artikel vastgelegd dat de gemeente gebruik maakt van de diensten van een dorpsbouwmeester die lid is van de commissie.
Pagina 6 van 10
Artikel 4 Samenstelling Volgens dit artikel worden minimaal twee adviseurs aangewezen die samen de commissie vormen. Dit aantal is vereist voor de advisering over aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, wat een specifieke deskundigheid op het gebied van cultureel erfgoed vraagt. Er zijn erfgoeddeskundigen die ook op andere terreinen deskundig zijn, terwijl het omgekeerde niet altijd het geval is. Hierbij is ook van belang dat deze specifieke deskundigheid alleen nodig is als het gaat om activiteiten aan rijksmonumenten, wat niet zo vaak het geval is. Dit artikel biedt de benodigde armslag om doelmatig met de bemensing van de commissie om te gaan. Dat is nodig als gelet wordt op de aard van de gevraagde adviezen en op de beschikbaarheid van adviseurs. Tevens is in dit artikel (lid 5) vastgelegd dat de commissie en de dorpsbouwmeester worden ondersteund door een ambtelijke medewerker. Diens taak blijft beperkt tot het samenroepen van de vergadering en de uitwisseling van stukken. De inhoudelijke advisering blijft uiteraard een taak van de commissie zelf. Artikel 6 Werkwijze Dit artikel biedt in lid 3 de commissie de mogelijkheid om iedereen om medewerking te vragen die nodig is voor de uitoefening van haar werkzaamheden.
Dat kan de medewerking van ambtenaren betreffen, maar het kan ook gaan om de inschakeling van deskundigen op het gebied van water, bodem, lucht of natuur, welke aspecten deel uitmaken van de fysieke leefomgeving. In lid 4 wordt het reglement van orde voor de werkzaamheden van de commissie geïntroduceerd. Het reglement is opgesteld en als bijlage toegevoegd aan de Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) 2022. In het reglement worden nadere regels gegeven over de werkwijze die de commissie hanteert bij diverse onderwerpen.
Pagina 7 van 10
Reglement van Orde op de Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) Paragraaf 1. Algemene bepalingen
g emeent e
.1111111.
BERnEN
Artikel 1 Instelling van de commissie 1. De Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen, kortweg de commissie, is een door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke commissie die advies uitbrengt aan de gemeenteraad en het college inzake omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed conform wet- en regelgeving en onderliggend beleid. 2. De gemeente Bergen (L) wijst Dorp, Stad en Land aan als de organisatie onder wiens verantwoordelijkheid de commissie functioneert. Artikel 2 Taken 1. De commissie is belast met zowel wettelijk verplichte als niet wettelijk verplichte taken op het gebied van omgevingskwaliteit en monumentenzorg. 2. De commissie heeft als taak de raad en het college te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Hiermee vervult de commissie haar taak met inachtneming van de maatschappelijke doelen, als bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet.
Paragraaf 2. Werkwijze Artikel 3 Werkwijze bij de advisering 1. De commissie regelt zelf haar wijze van werken, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening en in het reglement. Dit geldt ook voor de werkwijze van een dorpsbouwmeester of een gemandateerd lid. 2. De commissie kan zich hierbij naar eigen inzicht laten bijstaan door extra adviseurs. Dit betreft o.a. disciplines als cultuur- en bouwhistorie, landschapsarchitectuur, landgoederen of beeldende kunst. Afhankelijk van het initiatief of de aanvraag die moet worden beoordeeld, nemen de extra adviseurs deel aan de vergadering. Hun deskundigheid wordt gehoord en gewaardeerd maar zij hebben geen stemrecht, tenzij ze als commissielid zijn benoemd door de gemeenteraad. 3. De dorpsbouwmeester en de commissie zijn bevoegd, ook ongevraagd, ten behoeve van de omgevingskwaliteit van de gemeente hun inzichten en eventuele voorstellen hierover met het college te delen. Artikel 4 Werkwijze bij het op verzoek van het college voeren van vooroverleg met planindieners bij een initiatief of een in te dienen aanvraag omgevingsvergunning 1. De commissie voert, onder regie van de gemeente en op verzoek van de commissie, de gemeente of een initiatiefnemer, noodzakelijk geacht vooroverleg met betrokkenen bij de voorbereiding van een initiatief of een aanvraag omgevingsvergunning.
De commissie regelt zelf haar wijze van werken bij het voeren van vooroverleg, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening en in het reglement. 2. Indien gewenst kan de commissie zich ook bij vooroverleg laten bijstaan door (een) extra adviseur(s). Vooroverleg kan door de commissie worden opgedragen aan de dorpsbouwmeester, een of meerdere van haar leden of een subcommissie. 3. Bespreking in het kader van vooroverleg wordt door hen teruggekoppeld met de commissie. Afspraken gemaakt in vooroverleg worden in de regel overgenomen door de commissie tenzij dermate afwijkend van het geldende beleid en/ of het behouden of bereiken van een goede omgevingskwaliteit. 4. Van vooroverleg wordt een beknopt verslag met eventueel gemaakte afspraken gemaakt dat als leidraad kan dienen voor vervolg overleg en advisering. 5. De openbaarheid geldt voor dit informeel vooroverleg, of bij de beleidsgerichte, opgavegerichte of ontwerpgerichte advisering, alleen wanneer zowel initiatiefnemer, gemeente als commissie hiermee instemmen. Artikel 5 Wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd
Pagina 8 van 10
1. Via de website van de gemeente worden het tijdstip en de plaats van de vergadering, de behandeling onder verantwoordelijkheid en eventueel het vooroverleg openbaar gemaakt. Indien het een digitale vergadering betreft wordt het tijdstip en het programma (bijv. Teams, Zoom) openbaar gemaakt. 2. De agenda van de vergadering is op het gemeentehuis in te zien. 3. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De openbaarheid geldt niet voor informeel vooroverleg of bij de beleidsgerichte, opgavegerichte of ontwerpgerichte advisering. Zowel initiatiefnemers, ontwerpers en belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om de behandeling van een initiatief of aanvraag bij te wonen. Wanneer zij bij de behandeling aanwezig willen zijn kunnen ze dit aangeven bij de aanvraag of rechtstreeks bij de behandelende afdeling van de gemeente. De gemeente zorgt voor een uitnodiging. Indien het een digitale vergadering betreft zorgt de gemeente voor een link naar de vergadering. Artikel 6 Het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging 1.
Voor een besluitvormende vergadering over rijksmonumentactiviteiten of eventuele verzoeken over advisering met betrekking tot het aanwijzen van gemeentelijk cultureel erfgoed worden geen besluiten genomen indien er niet minimaal twee commissieleden met monumentendeskundigheid in de vergadering aanwezig zijn. 2. Over omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op cultureel erfgoed worden geen besluiten genomen indien er niet minimaal een commissielid met monumentendeskundigheid in de vergadering aanwezig is. 3. De voorzitter of zijn/haar plaatsvervanger opent de besluitvormende vergadering op het vastgestelde tijdstip als het voor het quorum vereiste aantal leden aanwezig is. 4. De voorzitter bepaalt de vergaderorde en de orde van de beraadslaging. 5. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn/haar gemachtigde hebben spreekrecht en de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Belangstellenden hebben geen spreekrecht maar de voorzitter of de dorpsbouwmeester of het aangewezen lid of de aangewezen leden of de subcommissie kunnen hen wel gelegenheid geven tot een korte toelichting. 6. De voorzitter of de dorpsbouwmeester of het aangewezen lid of de aangewezen leden of de subcommissie stellen, afhankelijk van de agenda, vooraf de maximale spreektijd van een ieder vast. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 7.
De voorzitter vat, na de planbehandeling, de uitkomst van het overleg of de besluitvorming samen en geeft een eindconclusie, besluit of een aanbeveling. 8. Alleen indien de voorzitter dit nodig acht op basis van de inbreng van de afzonderlijke leden kan hij/zij besluiten over te gaan tot een hoofdelijke stemming. Bij gelijke stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 9. Commissieleden, hun eventuele plaatsvervangers of extra adviseurs nemen niet deel aan de beraadslaging en de vaststelling van een advies waarbij zij direct of zijdelings betrokken zijn of zijn geweest uit andere hoofde dan het commissielidmaatschap. Zij zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. Artikel 7 Notulering, dossiervorming en openbaarheid adviezen 1. Van de vergadering en/ of de afzonderlijke behandelingen wordt een beknopt verslag aan de agenda toegevoegd zodat eventueel gemaakte afspraken en aanbevelingen duidelijk zijn. 2. Wanneer de commissie een advies uitbrengt is dat helder en beargumenteerd. Negatieve adviezen worden gemotiveerd o.a. met een verwijzing naar het van toepassing zijnde gemeentelijke beleid. Positieve adviezen worden alleen gemotiveerd als wordt afgeweken van het van toepassing zijnde gemeentelijke beleid of als daar specifiek om wordt verzocht. 3.
De gemeente besluit of, wanneer en op welke wijze de adviezen van de commissie openbaar gemaakt worden. 4. De gemeente regelt zelf haar wijze van ondertekenen en/of waarmerken van het advies en de bijbehorende stukken en de dossiervorming, zulks met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen. Artikel 8 Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie door lid, leden of subcommissie
Pagina 9 van 10
1. De commissie kan uit haar midden een dorpsbouwmeester, een lid, enkele leden, een subcommissie of subcommissies aanwijzen om namens haar te adviseren of overleg te voeren. 2. De commissie kan dit ook doen wanneer een specifiek initiatief of aanvraag daarom vraagt of wanneer bepaalde deskundigheid gewenst is. Bijvoorbeeld bij deelname aan of overleg met een Q-team/kwaliteitsteam/omgevingstafel. 3. De dorpsbouwmeester, het verantwoordelijke lid of de leden, de subcommissie of subcommissies regelen zelf hun wijze van werken, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening en in het reglement. 4. De commissie blijft eindverantwoordelijk. Artikel 9 Selectie en voordracht van leden 1. De commissie wordt verzorgd door Dorp, Stad en Land. Zij worden gevraagd om een selectie en voordracht van kandidaat-leden. De leden en hun plaatsvervangers maken deel uit van het register van adviseurs van Dorp, Stad en Land. 2. De leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
Paragraaf 3. Inwerkingtreding en citeertitel Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement van orde treedt tegelijk met de Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen in werking. 2. Dit reglement van orde wordt aangehaald als: "Reglement van orde Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen".
Vastgesteld als bijlage bij de Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) 2023 in de raadsvergadering van 16 oktober 2023.
Pagina 10 van 10
gemeent .
Besluit van de gemeenteraad
BER
•iii
e .
TE
N
Limburg
Onderwerp Besluit van de raad tot het benoemen van leden van de Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L)
De raad van de gemeente Bergen, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 september 2023 tot vaststelling van de Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) 2023 en gelijktijdig het benoemen van leden van de Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit; Gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet;
Besluit 1. De uitvoering van taken en bevoegdheden van de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit over te dragen aan Dorp, Stad en Land, na vaststelling en in overeenstemming met de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L) 2022. 2. De huidige leden van de commissie ruimtelijke kwaliteit en de erfgoedcommissie te benoemen als leden van de Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit zodat zij hun werkzaamheden vooruitlopend op inwerkingtreding van de wet kunnen uitvoeren en zo een soepele overgang en continuïteit in de advisering en werkwijze te garanderen. 3. Per inwerkingtreding van de Omgevingswet in te stemmen met de benoeming van de volgende leden voor de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L): -
Dhr. ir. M.W. (Maurits) Cobben, als dorpsbouwmeester en deskundige op het gebied van monumentenzorg en omgevingskwaliteit; Dhr. R. (Robert) den Hartog de Wilde BSc MA, als deskundige op het gebied van monumentenzorg.
4. Indien nodig kunnen de leden zich bij afwezigheid tijdelijk laten vervangen door een plaatsvervanger. De leden en hun plaatsvervangers zij personen uit het Register van Adviseurs Omgevingskwaliteit Dorp, Stad en Land, die erkzaam zijn voor Dorp, Stad en Land en die onafhankelijk zijn van de gemeente Bergen (L). Aldus vastgesteld in de openbare raadvergadering van 16 o tober 2023. en (L), 16 oktober 2023
. P De voorzitter
Pagina 1 van 1