CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekend voorstel en besluit verordening fysieke leefomgeving

Gemeenteraad 16 oktober 2023, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van de wijzigingen in de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bergen (L) 2022;6.774 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

g emeente .

.

Voorstel aan de gemeenteraad

BERTEN rn burg

Datum besluitvorming college 5 september 2023

Portefeuillehouder Wethouder Splinter

Datum vergadering 16 oktober 2023

Onderwerp Wijziging Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bergen (L) 2022

Aan de raad,

Inleiding

De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. De Omgevingswet bundelt de wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Deze wet heeft gevolgen voor de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bergen (L) 2022 (hierna: VFL), omdat de VFL regels bevat over de fysieke leefomgeving. Tot 1 januari 2032 is er een overgangsfase waarin inhoudelijke aanpassing tot stand moet komen. Om vanaf de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet door te kunnen werken met de VFL, moet de VFL met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet wel al technisch zijn aangepast aan de Omgevingswet. Dat betekent dat de wettelijke grondslagen en formele wijzigingen in de VFL geactualiseerd moeten worden. Dit betreft een juridisch-technische omzetting. Los daarvan worden nog een beperkt aantal andere wijzigingen van de VFL voorgesteld. Deze wijzigingen houden geen verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, maar zijn een gevolg van overige veranderende wet- en regelgeving, jurisprudentie en wensen uit de praktijk. Uw raad wordt voorgesteld om de VFL te wijzigen conform bijgaand raadsbesluit.

Relatie met begroting / coalitieprogramma / speerpunten

Met de voorgestelde wijzigingen is de gemeente Bergen voorbereid op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en sluit de VFL weer aan bij de veranderende wet- en regelgeving, jurisprudentie en wensen uit de praktijk.

Argumenten

1. Juridisch-technische omzetting vanwege inwerkingtreding Omgevingswet De VFL bevat regels over de fysieke leefomgeving en is aangepast met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De wettelijke grondslagen en formele verwijzingen zijn geactualiseerd, zodat vanaf de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet doorgewerkt kan worden met deze verordening. Het betreft een juridisch-technische omzetting. In bijlage 2 (was-wordt-tabel) is een overzicht opgenomen van de wijzigingen in de artikelen. Hieronder worden de wijzigingen nader toegelicht. a.

Standaard actualisatie naar aanleiding van inwerkingtreding van de Omgevingswet In de volgende artikelen zijn grondslagen en verwijzingen geactualiseerd als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet: Artikel 1:2 Toepassingsbereik, de artikelen 2:2, 2:4, 2:6, 2:8, 2:9, 2:10, 2:11 en 2:12 (Aanwijzen van erfgoed), artikel 3:5 Vangnet archeologie, artikel 4:12 Dumpingsverbod, artikel 4:17 Geen opslag van afval in de open lucht, artikel 4:18 Ontdoen van autowrakken, artikel 4:19 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken, artikel 4:22 Overige geluidhinder, artikel 4:23 Crossterreinen, artikel 4:24 Beperking verkeer in natuurgebieden, artikel 5:1 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg, artikel 5:2 Maken of veranderen van een uitweg, artikel 5:4 Voertuigwrakken, artikel 5:5 Kampeermiddelen en andere voertuigen, artikel 5:12 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden, artikel 5:14 Afbakeningsbepalingen, artikel 5:30 Verbodsbepalingen reclame buitengebied, artikel 5:32 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen, artikel 5:34 Ligplaats vaartuigen, artikel 5:36 Veiligheid op het water, artikel 5:38 Watersportvoorzieningen, artikel 5:49 Voorzieningen voor verkeer en verlichting, artikel 6:5 Voorbescherming bij voornemen tot aanwijzing, artikel 6:6 Voorbescherming bij voorlopig gemeentelijk

monument, artikel 6:8 Verbodsbepaling en

Pagina 1 van 6

aanvraag omgevingsvergunning, artikel 7:8 Plukverbod paddenstoelen en artikel 9:3 Overgangsbepalingen. Deze wijzigingen behoeven geen nadere toelichting. b.

Artikel 1:4 Beslistermijn, artikel 1:5 Voorschriften en beperkingen, artikel 1:6 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing en artikel 1:7 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing Op voorstel van de VNG wordt opgenomen dat het bepaalde in deze artikelen niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Omgevingswet een uitputtende regeling voor de in deze artikelen geregelde onderwerpen: over de beslistermijnen in de paragrafen 16.5.2 en 16.5 3 van de Omgevingswet, over het nakomen van de voorschriften in artikel 5.5 van de Omgevingswet (eventueel in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit), voor wie de omgevingsvergunning geldt in artikel 5.37 van de Omgevingswet en over intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning in paragraaf 5.1.5 van de Omgevingswet.

c.

Afdeling 3 van hoofdstuk 1 en de artikelen 1:10, 1:11, 1:12, 1:13, 1:14, 1:15, 1:16 en 1:17 (Welstandsadvisering Afdeling 3 van hoofdstuk 1 en de daarin opgenomen artikelen vervallen. Deze afdeling bevat de regels over de advisering door de welstandscommissie. De taken en bevoegdheden van de huidige welstandscommissie vervallen van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ter continuering van de advisering moet de gemeente een nieuwe gemeentelijke adviescommissie instellen. De regels over de advisering door deze adviescommissie zijn vastgelegd in de nog vast te stellen Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L), die in werking zal treden op de dag dat de Omgevingswet en deze wijziging van de VFL in werking treedt.

d.

Artikel 2:1 Gemeentelijk erfgoedregister In artikel 2:1 is geregeld dat het college een door eenieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bijhoudt van krachtens deze verordening aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed. Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt toegevoegd dat ook de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie cultureel erfgoed is toebedeeld, in het erfgoedregister worden opgenomen. In het tweede lid, onder b, is geregeld dat ook informatie over rijksmonumenten die in de gemeente zijn gelegen in het gemeentelijk erfgoedregister worden opgenomen. Hier wordt aan toegevoegd dat het ook kan gaan om informatie via instructies als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functieaanduiding rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht. In het tweede lid, onder c, wordt opgenomen dat door het college van gedeputeerde staten ontvangen instructies als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding provinciaal monument, provinciaal archeologisch monument of provinciaal beschermd stads- en dorpsgezicht in het gemeentelijke erfgoedregister kunnen worden opgenomen.

e.

De artikelen 3:1, 3:2, 3:3 en 3:4 (Bouwen op verontreinigde bodem) Deze artikelen hebben artikel 8 van de Woningwet als basis. De Invoeringswet Omgevingswet schrapt dit artikel, met als gevolg dat de artikelen 3:1, 3:2, 3:3 en 3:4 vervallen. Dit wordt op de volgende manier opgelost. Bepalingen over bouwen op verontreinigde bodem gaan via de bruidsschat naar het omgevingsplan. Het Aanvullingsbesluit bodem regelt dit. Het Aanvullingsbesluit voegt beoordelingsregels en vergunningvoorschriften toe voor een omgevingsplanactiviteit over bouwen. Het gaat specifiek om artikelen 22.29, 22.30 en 22.31 van de bruidsschat. Daarnaast komen er via het Aanvullingsbesluit bodem instructieregels in paragraaf 5.1.4.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De gemeente moet bij een wijziging van het omgevingsplan die instructieregels toepassen.

f.

Artikel 3:7 Gebiedsaanwijzing lozingsverbod hemelwater Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, worden de regels in de VFL over afvoer van hemelwater en grondwater van rechtswege onderdeel van het omgevingsplan. In dit artikel staat een aantal bepalingen die naar aard of inhoud geen onderdeel van het omgevingsplan moeten zijn. Deze bepalingen vervallen onmiddellijk voor het moment van

Pagina 2 van 6

inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het deel van de regels dat nog resteert is onmiddellijk daarna dus onderdeel van het omgevingsplan. Artikel 3:7, eerste lid, bepaalt dat het college een gebied kan aanwijzen waar het lozingsverbod van toepassing is. Deze bevoegdheid komt, na inwerkingtreding van de Omgevingswet toe aan de raad, die deze in een delegatiebesluit kan delegeren aan het college. Artikel 3:7, vijfde lid, bevat een bepaling over de toepasselijkheid van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bij de voorbereiding van een aanwijzingsbesluit voor een gebied. Omdat de aanwijzingsbesluiten een onderdeel zullen zijn van het omgevingsplan vergt het aanwijzen van een nieuw gebied een wijziging van het omgevingsplan, waarvoor de regels gelden van de Omgevingswet, onder meer de artikelen 2.8 en 16.30 van de Omgevingswet. Het is een overbodige bepaling om op te nemen in het omgevingsplan nu de Omgevingswet hierin voorziet. g.

Artikel 4:15 Zwerfafval rondom inrichtingen Voor de materie geregeld in artikel 4:15, tweede lid, geldt dat deze is opgenomen als onderdeel van de zogenoemde bruidsschat (artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet) die een onderdeel uitmaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente (artikel 22.53 in paragraaf 22.3.3 Zwerfafval van de bruidsschat behorende bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet). Het tweede en derde lid kunnen om die reden vervallen. De verplichting om voor een afvalbak zorg te dragen, bedoeld in het eerste lid, blijft wel bestaan.

h.

Artikel 5:31 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame Omdat het Activiteitenbesluit milieubeheer waarin momenteel de uitzondering op het verbod is geregeld vervalt, wordt opgenomen dat het verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame niet van toepassing is in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.

i.

Artikel 6:2 Omgevingsvergunning gemeentelijk monument In artikel 6:2, tweede lid, is een onderdeel toegevoegd conform artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving onder andere handelend over rijksmonumentenactiviteiten bij begraafplaatsen en grafmonumenten.

j•

Artikel 6:3 Intrekken van de omgevingsvergunning en artikel 6:7 Advies omgevingsvergunning rijksmonument De artikelen 6:3 en 6:7 vervallen vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel 6:3 wordt onder de Omgevingswet vervangen door een beperkender regime. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de intrekkingsgronden van een omgevingsvergunning uitputtend geregeld in onder andere de artikelen 5.39 en 5.40 van de Omgevingswet, artikel 8.97 e.v. van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) en - in verband met het overgangsrecht - ook artikel 10a.12 van het Bkl.

k.

Bijlage 1 Begripsbepalingen (Algemeen, Erfgoed, Geluid en verlichting, Kamperen) De grondslagen en formele verwijzingen worden geactualiseerd als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarnaast wordt onder 'Algemeen' een definitie van beperkingengebiedactiviteit opgenomen, waarbij wordt verwezen naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet. Dit begrip komt voor in diverse artikelen in de VFL. Volgens genoemde bijlage is een beperkingengebied een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit binnen een beperkingengebied. In diverse artikelen van de VFL staat dat een verbod niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement. Dat wordt dan vervangen door de tekst dat het verbod niet van toepassing is op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

De technische wijzigingen onder 'Geluid en verlichting' strekken ertoe de bepalingen over het voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting binnen of vanuit inrichtingen te handhaven. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Pagina 3 van 6

Omgevingswet kunnen de deze bepalingen uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Omdat in verschillende artikelen wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen. Voor de andere genoemde wet- en regelgeving is de toevoeging in het betreffende artikel opgenomen. Eveneens wordt de definitie van kampeermiddel aangepast. Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treedt, worden bouwwerken in gevolgklasse 1 vergunningsvrij (bouwtechnisch deel). Grondgebonden recreatiewoningen vallen onder gevolgklasse 1 en zouden met alleen een aanpassing van de verwijzing onder het begrip kampeermiddel komen te vallen. Dat is ongewenst. Het moet gaan om een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. I.

Bijlage 1 Begripsbepalingen (Bodem) De begrippenlijst onder Bodem hoort bij de artikelen 3:1, 3:2, 3:3 en 3:4, die komen te vervallen, met als gevolg dat dit onderdeel van de begripsbepalingen kan komen te vervallen.

m. Bijlage 2 Reglement Integrale Kwaliteits Commissie Deze bijlage hoort bij afdeling 3 van hoofdstuk 1, die komt te vervallen, met als gevolg dat deze bijlage kan komen te vervallen. Artikel II, eerste lid, van het wijzigingsbesluit voorziet erin dat de in dit besluit opgenomen technische wijzigingen eerst van toepassing zijn op het tijdstip dat de Omgevingswet in werking treedt. Hierop worden drie uitzonderingen gemaakt in het tweede lid: artikel I, onderdeel Q (artikel 3:5 Vangnet archeologie). Voor artikel 3:5 geldt immers dat er na inwerkingtreding van de Omgevingswet geen grondslag meer is om deze vast te stellen. Het gewijzigde artikel 3:5 treedt in werking op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dan vormt het gewijzigde artikel 3:5 een onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan op grond van artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet; artikel I, onderdeel R (artikel 3:7 Gebiedsaanwijzing lozingsverbod hemelwater). Dit artikel wordt bij inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege onderdeel van het omgevingsplan en bestaat dan niet langer als onderdeel van de verordening. Dat betekent dat wijziging ervan na inwerkingtreding van de Omgevingswet een wijziging van het omgevingsplan vergt.

Daarom treedt deze wijziging in werking op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; artikel I, onderdeel BD (Bijlage 1 Begripsbepalingen, de begrippenlijst onder Geluid en verlichting). Zie de toelichting op dit onderdeel. Artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet biedt overgangsrecht voor de op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht zijnde verordeningsbepalingen over geluidhinder en hinder door verlichting. Omdat dit onderdeel wel technisch wijzigt, is voor de zekerheid bepaald dat deze wijziging in werking treedt op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 2. Actualisatie onafhankelijk van invoering Omgevingswet Naast de juridisch-technische omzetting als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn er een beperkt aantal wijzigingen doorgevoerd die geen verband houden met de invoering van de Omgevingswet. Hiermee sluit de VFL weer aan bij de overige veranderende wet- en regelgeving, jurisprudentie en wensen uit de praktijk. In bijlage 2 (waswordt-tabel) is een overzicht opgenomen van de wijzigingen in de artikelen. Hieronder worden de wijzigingen nader toegelicht. a.

Artikel 4:19 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken De mogelijkheid om zonder ontheffing snoeihout te kunnen verbranden wordt geschrapt uit dit artikel. Door het kunnen verbranden van snoeihout zonder ontheffing is de gemeente hier niet vooraf van in kennis gesteld en kan hier geen goed toezicht op worden gehouden. Het is dan bijvoorbeeld niet duidelijk of het mogelijk om (snoei)hout

Pagina 4 van 6

van bedrijven gaat (bedrijfsafvalstoffen), die verboden zijn om te verbranden. Ook vanwege langere periodes van extreme droogte wordt het onwenselijk gevonden om zonder ontheffing snoeihout te verbranden. Snoeihout kan gratis worden afgeleverd bij de milieustraat. Voor de uitzonderlijke situaties waarbij het verbranden van snoeihout aan de orde is, kan een ontheffing worden aangevraagd bij de gemeente. Er kunnen dan specifieke richtlijnen worden meegegeven en er kan vanuit de gemeente beter toezicht worden gehouden op het verbranden van snoeihout. b.

Artikel 5:2 Maken of veranderen van een uitweg Het huidige meldingenstelsel voor uitwegen, waar oorspronkelijk in het kader van deregulering voor is gekozen, wordt omgezet naar een vergunningenstelsel. In de praktijk levert het werken met meldingen een aantal moeilijkheden op. Er is geen sprake van deregulering voor de indieners van een melding en voor het ambtelijk apparaat. Bij een melding dient nog steeds een beoordeling plaats te vinden en de gemeente dient nog steeds met een reactie (instemming of afwijzing) te komen. Dit levert bij de aanvrager onduidelijkheid op, want een melding suggereert onterecht dat er verder niets hoeft te gebeuren en dat de aanvrager kan beginnen met de werkzaamheden. Bovendien volgt uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat een 'reactie' op een melding een formeel besluit is, zodat hiertegen bezwaar en beroep kan worden ingediend. Hiermee is een melding 'gelijk' geworden aan een vergunning.

c.

Artikel 5:9 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan Op voorstel van de VNG vervalt artikel 5:9 over het verbod om te parkeren anders dan op de rijbaan ('bermparkeren'). Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat de bepaling in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In verband hiermee is feitelijke handhaving/strafbaarstelling onmogelijk en is de bepaling een dode letter en kan deze dus vervallen.

d.

Artikel 5:11 Overlast van fietsen en bromfietsen Op voorstel van de VNG wordt in artikel 5:11 Overlast van fietsen of bromfietsen 'opheffing' vervangen door 'beëindiging'. Dit betreft slechts een tekstuele wijziging. Verder wordt dit artikel met 2 leden uitgebreid. Op dit moment ontbreekt een duidelijke grondslag om te handhaven tegen weesfietsen en fietswrakken. Die mogelijkheid wordt nu gecreëerd door het toevoegen van het tweede lid (weesfietsen) en het derde lid (fietswrakken). Over de wijze waarop uitvoering kan worden gegeven aan deze bepalingen (verwijderen van fietsen) kan het college aanvullend beleid vaststellen.

e.

Artikel 7:1 Ompevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden In dit artikel wordt het derde lid gewijzigd. Het derde lid regelt o.a. in welke gevallen een houtopstand zonder omgevingsvergunning geveld kan worden. De voorgestelde wijziging van het derde lid beoogt een foutje uit het verleden te herstellen. Oorspronkelijk was naast de Kobs-locatie ook het overige deel van het Bargapark uitgezonderd van de mogelijkheid om zonder omgevingsvergunning een houtopstand te vellen. Dit is in het verleden echter onterecht aangepast in de voormalige APV, waardoor in de huidige regels alleen de Kobs-locatie is uitgezonderd. Dit is ongewenst. Het streven is dat het gehele Bargapark groen en bomenrijk moet blijven. Daarom is de tekst van het derde lid en de kaart met het werkingsgebied aangepast, waardoor het gehele Bargapark wordt uitgezonderd van de mogelijkheid om zonder omgevingsvergunning een houtopstand te vellen.

f.

Bijlage 5 Kobs-locatie Nieuw-Bergen De kaart met het werkingsgebied wordt vervangen door een nieuwe kaart. Zie hiervoor de toelichting onder sub e (Artikel 7:1 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden)

Omdat deze wijzigingen geen verband houden met de invoering van de Omgevingswet, hoeft de inwerkingtreding van deze wijzigingen niet te worden gekoppeld aan het tijdstip dat de Omgevingswet in werking treedt. Wel moeten ze in werking treden vóórdat de Omgevingswet in werking treedt. Om die reden is in artikel II, derde lid, van het wijzigingsbesluit opgenomen dat deze wijzigingen in werking treden op 31 december 2023.

Pagina 5 van 6

Communicatie De communicatie vindt plaats door publicatie in de Maasduinen Courant, op de website van de gemeente en via DROP in het gemeenteblad op officielebekendmakingen.nl .

Juridische aspecten

Op grond van artikel 147 van de Gemeentewet worden gemeentelijke verordeningen (en wijzigingen daarvan) vastgesteld door de gemeenteraad. De VFL is een algemeen verbindend voorschrift. Een algemeen verbindend voorschrift (en de wijziging daarvan) treedt ingevolge artikel 8 van de Bekendmakingswet niet in werking voordat het op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. De bekendmaking dient te geschieden door plaatsing in het gemeenteblad. De uitgifte van het gemeenteblad geschiedt elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze en moet elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze beschikbaar blijven. Door middel van aanlevering via DROP voor publicatie in het gemeenteblad op officielebekendmakingen.nl, wordt aan de voorwaarden voldaan. In artikel 10, lid 2, van de Bekendmakingswet is opgenomen dat algemeen verbindende voorschriften zoals deze VFL in werking treden met ingang van de achtste dag na de datum van bekendmaking, tenzij bij of krachtens de wet of in het besluit daarvoor een ander tijdstip is aangewezen. Voorts bepaalt artikel 8:3, lid 1, sub a, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift. Uit artikel 7:1 van de Awb volgt dat degene aan wie het recht niet is toegekend om beroep in te stellen, ook geen bezwaar kan maken.

Financiën / fiscale gevolgen Niet van toepassing.

Voorstel Wij stellen u voor: De wijzigingen in de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bergen (L) 2022 vast te stellen conform bijgaand raadsbesluit.

Burgemeester en wethouders van Bergen (L),

H.H.M. Timmermans De secretaris

M.H.E. Pelzer De burgemeester.

Bijlage(n) 1. Raadsbesluit wijziging Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bergen (L) 2022 2. Was-wordt-tabel 3. Bijlage 5 Bargapark Nieuw Bergen

Pagina 6 van 6

t e

g emeen

• .

Besluit van de gemeenteraad

BERGEN Limburo

Onderwerp Besluit van de raad van de gemeente Bergen (L) tot wijziging van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bergen (L) 2022

De raad van de gemeente Bergen, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 september

2023;

onder f en Gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet, de artikelen 2.18, eerste lid, Activiteitenbesluit het g, 2.21, eerste lid, onder a en b, en 3.148, tweede lid, onder a, van van de milieubeheer juncto artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, artikel 2a en 2.2 van 2.1 artikelen de milieubeheer, Wet de van 10.32a artikel Wegenverkeerswet 1994, artikel 38 van en Erfgoedwet de 3.16 van artikel omgevingsrecht, bepalingen algemene de Wet de Monumentenwet 1988;

Besluit Artikel 1 gewijzigd: De Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bergen (L) 2022 wordt als volgt A Artikel 1:2 komt te luiden: Artikel 1:2 Toepassingsbereik voor Deze verordening geeft regels over aanwijzingen in de fysieke leefomgeving en regels Omgevingswet. de van reikwijdte de onder vallen die activiteiten in de fysieke leefomgeving B Artikel 1:4, derde lid, komt te luiden: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. C Aan artikel 1:5 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. D Toegevoegd wordt Voor de bestaande tekst van artikel 1:6 wordt de aanduiding '1.' geplaatst. een nieuw lid, luidende: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Pagina 1 van 9

E Aan artikel 1:7 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. F Afdeling 3 van hoofdstuk 1 en de artikelen 1:10, 1:11, 1:12, 1:13, 1:14, 1:15, 1:16 en 1:17 vervallen. G Artikel 2:1 komt te luiden: Artikel 2:1 Gemeentelijk erfgoedregister 1. Het college houdt een door eenieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed inclusief de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie cultureel erfgoed is toebedeeld. 2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: a. gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; b. gegevens over door het college van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet en instructies als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht; c.

gegevens over door het college van gedeputeerde staten ontvangen instructies als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding provinciaal monument, provinciaal archeologisch monument of provinciaal beschermd stads- en dorpsgezicht. H Artikel 2:2, tweede lid, onder b, komt te luiden: b. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. Artikel 2:4 komt te luiden: Artikel 2:4 Advies gemeentelijke adviescommissie 1. Het college vraagt over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 2:2, eerste lid, advies aan een gemeentelijke adviescommissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de Verordening Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen (L). 2. De gemeentelijke adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies. Artikel 2:6, tweede lid, komt te luiden: 2. Het college verwerkt de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister. K Artikel 2:8 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt 'ambtshalve wijzigingen aanbrengen' vervangen door 'wijzigingen aanbrengen'. 2. Het derde lid komt te luiden: 3.

Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet of een

Pagina 2 van 9

van de omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. Het vervallen erfgoedregister. gemeentelijk in het aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden L Artikel 2:9, vijfde lid, komt te luiden: dat via instructies de 5. Dit artikel is niet van toepassing op een beschermd stads- of dorpsgezicht heeft, of dat is dorpsgezicht of stadsfunctie-aanduiding rijksbeschermd of provinciaal beschermd provinciale een of 1988 Monumentenwet de van lid, eerste 35, aangewezen op grond van artikel algemene Wet de van c, onder en aanhef lid, eerste 2.2, artikel in bedoeld als verordening bepalingen omgevingsrecht. M Artikel 2:10, tweede en derde lid, komt te luiden: dorpsgezicht waarop de 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- of dorpsgezicht op grond van of stadsbeschermd als aangewezen aanwijzing betrekking heeft wordt lid, van de vierde 2.34, artikel of lid, eerste 2.33, artikel in bedoeld als instructie een Omgevingswet. aanwijzing direct in het 3. Het college verwerkt de wijziging, intrekking of het vervallen van een gemeentelijk erfgoedregister. N Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt 'kan ambtshalve besluiten' vervangen door 'kan 2. In het tweede lid wordt 'kan ambtshalve besluiten' vervangen door

besluiten'.

'kan besluiten'.

3. Het zesde lid komt te luiden: 6. Het college verwerkt de aanwijzing direct in het gemeentelijk

erfgoedregister.

O Artikel 2:12 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt 'ambtshalve wijzigen of intrekken' vervangen intrekken'.

door 'wijzigen of

2. Het derde lid komt te luiden: aanwijzing direct in het 3. Het college verwerkt de wijziging, intrekking of het vervallen van een gemeentelijk erfgoedregister. P De artikelen 3:1, 3:2, 3:3 en 3:4 vervallen. Q Artikel 3:5 komt te luiden: Artikel 3:5 Vangnet archeologie of een gebied waar 1. Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument vigerende daar het als in verwacht worden archeologische vondsten of waarden leefomgeving, omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5:130 van het Besluit kwaliteit tenzij: eerste of voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, a. eerste tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, verleend; lid, onder a, van de Omgevingswet is of verwachting b. het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waardenof de monumentenkaart archeologische provinciale verwachtingskaart, de de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de over regels vastgestelde college het activiteiten geen strijd oplevert met door toegestane mate van verstoring;

Pagina 3 van 9

c.

2.

de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of d. met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Het college kan nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek.

R Artikel 3:7 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste en vijfde lid vervallen en de leden 2, 3 en 4 worden

vernummerd tot 1, 2 en 3.

2. In het derde lid (nieuw) wordt ' ,bedoeld in het eerste lid,' vervangen door 'als gevolg van de gebiedsaanwijzing'. S In artikel 4:12, tweede lid, onder d, wordt 'Waterwet' vervangen door T In artikel 4:15 vervallen de aanduiding '1.' voor het eerste lid, en

'Omgevingswet'.

het tweede en derde lid.

u In artikel 4:17, eerste lid, vervalt 'en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer'. V In artikel 4:18 wordt 'anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken' vervangen door 'anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen'. W In artikel 4:19, zesde lid, vervalt onderdeel a en de onderdelen b, c en d worden vernummerd tot a, b en c. X Artikel 4:19 wordt vanaf datum inwerkingtreding Omgevingswet als

volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden: 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het vijfde lid komt te luiden: 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 ° of 3°, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening. Y Artikel 4:22, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. Artikel 4:23, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. AA

Pagina 4 van 9

Artikel 4:24, vierde lid, onder b, komt te luiden: stiltegebieden b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen als toestel. aangewezen zijn verordening die ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens AB Artikel 5:1 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede en vijfde lid vervallen en de leden 3 en 4 worden vernummerd tot 2

en 3.

2. Het derde lid (nieuw) komt te luiden: met betrekking 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten Omgevingswet, de krachtens bij of gesteld zijn regels waarvoor waterstaatswerk tot een weg of waarin situaties of op de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening van Wetboek het Wegenwet, de 1994, wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet Telecommunicatiewet. de krachtens Strafrecht of het bepaalde bij of AC Artikel 5:2 komt te luiden: Artikel 5:2 Maken of veranderen van een uitweg uitweg te 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een weg. maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de 2. De vergunning wordt geweigerd als: a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b. dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of wordt d. er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg openbare een van gaat koste ten uitweg tweede deze van aanleg de en ontsloten, parkeerplaats of het openbaar groen. de gemeente 3. Op de in lid 2 genoemde weigeringsgronden is het Beleidskader uitwegen van genoemde 2 in lid de van bevat uitwerking nadere een dat toepassing, Bergen (L) van weigeringsgronden.

Indien niet wordt voldaan aan de bij deze weigeringsgronden behorende in het beleidskader genoemde voorwaarden, kan de vergunning worden 4.

geweigerd. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Keur waterschap Limburg 2019 of de Omgevingsverordening Limburg.

AD Artikel 5:2, vierde lid, komt vanaf datum inwerkingtreding Omgevingswet te luiden: tot een 4. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking Omgevingswet, de weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. AE Artikel 5:4, tweede lid, komt te luiden: krachtens de Wet 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of leefomgeving. activiteiten milieubeheer of het Besluit AF Artikel 5:5, derde lid, komt te luiden: betrekking tot 3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met omgevingsverordening. provinciale de een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens AG Artikel 5:9 vervalt. AH Artikel 5:11 wordt als volgt gewijzigd:

Pagina 5 van 9

1. Voor de bestaande tekst van artikel 5:11 wordt de aanduiding '1' geplaatst. In het eerste lid wordt 'opheffing' vervangen door 'beëindiging'. 2. Er wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 2. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan (weesfi etsen). 3. Er wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 3. Het is verboden fietsen en bromfietsen, die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op of aan de weg te laten staan (fietswrakken). Al Artikel 5:12, tweede lid, komt te luiden: 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. AJ Artikel 5:14, eerste lid, komt te luiden: 1. Artikel 5:12, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. AK Artikel 5:30 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid, onder j, vierde streepje, wordt 'bestemmingsplan' vervangen door 'omgevingsplan'. 2. In het tweede lid, onder j, vijfde streepje, wordt 'bestemmingsplan' vervangen door 'omgevingsplan'. AL Artikel 5:31, tweede lid, komt te luiden: 2.

Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging. AM Artikel 5:32, eerste lid, komt te luiden: 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. AN Artikel 5:34, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement en afdeling 8 (Leukermeer e.o.) van dit hoofdstuk. AO Artikel 5:36, tweede lid, komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.

Pagina 6 van 9

AP Artikel 5:38, tweede lid, komt te luiden: omgevingsplan als zodanig zijn 2. Dit verbod geldt niet voor die voorzieningen, die ingevolge het ingevolge het Besluit medewerking wettelijke aangewezen dan wel waarvoor de benodigde de Omgevingswet is krachtens of bij bepaalde overige het ingevolge of leefomgeving bouwwerken verleend. AQ Artikel 5:49, tweede lid, komt te luiden: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt van de Omgevingswet.

voorzien door hoofdstuk 10

AR Artikel 6:2, tweede lid, komt te luiden: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: vormgeving, a. de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, aanleg van een tuin, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de park of andere aanleg, niet wijzigt; dat uit het oogpunt van b. alleen inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument monumentenzorg geen waarde heeft; inachtneming van de c. het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met waarden: monumentale daarvan en het 1° plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen bijwerken van het opschrift; 2° doen van begravingen of asbijzettingen, of gemeentelijk monument. 3° ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als AS Artikel 6:3 vervalt. AT Artikel 6:5, tweede lid, komt te luiden: van inschrijving van 2. De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister. AU gerechtigden'. In artikel 6:6 wordt 'belanghebbenden' vervangen door 'zakelijk AV Afdeling 2 van hoofdstuk 6 en artikel 6:7 vervallen. AW Artikel 6:8 komt te luiden: Artikel 6:8 Verbodsbepaling en aanvraag omgevingsvergunning om zonder 1. Het is in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht verboden omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen. naar het oordeel van het 2.

De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als een ander bouwwerk college niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen gebouwd. bouwwerk kan of zal worden 3. Artikel 6:4 is van overeenkomstige toepassing. verplichting als bedoeld in 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een zoals gesteld in verplichting een ingevolge of de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet bouwwerken Besluit het 3.5 van artikel van een maatwerkvoorschrift op grond leefomgeving. AX In artikel 7:1, derde lid, wordt 'Kobslocatie' vervangen door 'Bargapark'.

Pagina 7 van 9

AY Artikel 7:8, tweede lid, sub c, komt te vervallen en sub d wordt vernummerd

tot sub c.

AZ In artikel 9:3, vijfde lid, wordt 'aanvragen met betrekking tot erfgoed' vervangen door 'aanvragen en bezwaren met betrekking tot erfgoed'. BA Bijlage 1 Begripsbepalingen, de begrippenlijst onder Algemeen wordt

als volgt gewijzigd:

1. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd: •

beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

2. De definities van 'bevoegd gezag', 'bouwwerk' en 'gebouw' komen • • •

te luiden:

bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

BB Bijlage 1 Begripsbepalingen, de begrippenlijst onder Erfgoed (hoofdstuk 2, afdeling 1 t/m 4 en hoofdstuk 6) wordt als volgt gewijzigd: De definities van 'gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht' en 'omgevingsvergunning' komen te luiden: • gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 2:9; omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. BC Bijlage 1 Begripsbepalingen, de begrippenlijst onder Bodem (hoofdstuk 3,

afdeling 1) vervalt.

BD Bijlage 1 Begripsbepalingen, de begrippenlijst onder Geluid en verlichting (hoofdstuk 4, afdeling 4) wordt als volgt gewijzigd: 1. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd: •

Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

2. De definities van 'inrichting' en 'categorie 'horeca met muziek" •

•

komen te luiden:

inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:20 en 4:21 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; categorie 'horeca met muziek': inrichtingen die vallen onder het begrip 'horecabedrijf' en waar op grond van het omgevingsplan het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot het ten gehore brengen van muziek en het organiseren van festiviteiten is toegestaan;

BE Bijlage 1 Begripsbepalingen, de begrippenlijst onder Kamperen (hoofdstuk 5, afdeling 6) komt te luiden:

Pagina 8 van 9

Kamperen (hoofdstuk 5, afdeling 6) dat bestemd of kampeermiddel: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, • nachtverblijf. recreatief voor gebruikt worden kan of opgericht is dan wel gebruikt wordt BF Bijlage 2 Reglement Integrale Kwaliteits Commissie vervalt. BG Bijlage 5 Bargapark Nieuw-Bergen. Bijlage 5 Kobs-locatie Nieuw-Bergen wordt vervangen door Artikel II Omgevingswet in werking treedt. 1. Dit besluit treedt in werking op het tijdstip dat de Q, R en BD van artikel I in werking op de onderdelen de treden lid eerste 2. In afwijking van het Omgevingswet. dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de W, AC, AG, AH, AX en BG van artikel 1 in 3. In afwijking van het eerste lid treden de onderdelen werking op 31 december 2023. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16

olftober 2023.

en (L), 16 oktober 2023

M.H.E. Pelzer De voorzitter

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13372909/1