Getekend voorstel en besluit bevoegdheden onder de Omgevingswet adviesrecht delegatie participatie (1)
Tekst van het document
g emeen
Voorstel aan de gemeenteraad
t e
BERin EN Limburg
Datum besluitvorming college 5 september 2023
Portefeuillehouder Antoon Splinter
Datum vergadering 16 oktober 2023
Onderwerp Bevoegdheden onder de Omgevingswet: adviesrecht, delegatie, participatie
Aan de raad,
Inleiding Zoals het er nu naar uit ziet treedt de Omgevingswet in werking op 1 januari 2024. De Omgevingswet is omvangrijk en complex en noopt de gemeente tot andere manieren van werken, andere procedures en andere manieren van afweging. Onderdeel daarvan vormt de bevoegdheidsverdeling tussen de raad en het college. Het voorliggende besluit gaat over bevoegdheden van raad en college onder de Omgevingswet en de verdeling van die bevoegdheden. Meer specifiek gaat het over bevoegdheden op het gebied van advisering aan het college, wijziging van het omgevingsplan, het nemen van voorbereidingsbesluiten en, tot slot, participatie. Om slagvaardig met de nieuwe wet te kunnen werken, is vooraf besluitvorming over deze bevoegdheden door uw raad nodig. Bij de opstelling van dit voorstel aan uw raad hebben we rekening gehouden met de eerder door uw raad vastgestelde Nota van Uitgangspunten Omgevingswet en met de uitkomst van de werksessie met de raadswerkgroep Omgevingswet op 12 januari 2022 over de onderwerpen adviesrecht en participatie. De in de werksessie van de raadswerkgroep besproken memo en het verslag van de sessie zijn als bijlagen 1 en 2 hierbij gevoegd.
Relatie met begroting / coalitieprogramma / speerpunten Geen bijzonderheden.
Argumenten A. Inrichting van het adviesrecht (gevallen waarop het adviesrecht van de raad van toepassing is) conform eerder uitgesproken raadswens Ons college kan op dit moment met verschillende soorten vergunningen afwijken van een bestemmingsplan. Eén van die manieren is het projectafwijkingsbesluit. Het projectafwijkingsbesluit maakt grote(re) afwijkingen van het bestemmingsplan mogelijk. Bij een voorgenomen projectafwijkingsbesluit zijn wij verplicht uw raad om een zogenoemde verklaring van geen bedenkingen te vragen. Hierbij geldt nu voor een aantal door uw raad aangewezen categorieën een uitzondering. Dus: hoofdregel is een verklaring van geen bedenkingen aanvragen bij uw raad, tenzij de aanvraag valt in één van de vooraf door uw raad aangewezen categorieën. Onder de Omgevingswet komt hiervoor een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit ('opa') in de plaats. Met deze vergunning heeft ons college de bevoegdheid om af te wijken van het omgevingsplan. Tenzij het om een activiteit gaat die valt onder de gevallen die uw raad vooraf heeft aangewezen voor (bindend) advies. Ons college is in die gevallen verplicht om uw advies op te volgen. Dus: hoofdregel is dat ons college dit soort aanvragen behandelt zonder tussenkomst van de raad, tenzij de aanvraag een geval betreft waarvan uw raad vooraf heeft aangegeven advies over te willen uitbrengen.
Zoals is op te maken uit bijlage 1 bij dit voorstel, 'memo adviesrecht en participatie', zijn er voor wat betreft de inrichting van het adviesrecht 3 opties besproken met de raadswerkgroep:
Pagina 1 van 4
• • •
geen gevallen waarvoor adviesrecht geldt aanwijzen; criteria benoemen; zogenaamde 'gespiegelde' VVGB-lijst hanteren.
Conclusie was dat de tweede bullit, inrichten van het adviesrecht op basis van criteria (functieveranderingen met een bepaalde omvang -qua oppervlakte-), de voorkeur heeft. Daarmee wordt tevens recht gedaan aan de uitspraken die uw raad heeft gedaan in de Nota van Uitgangspunten met betrekking tot criteria waarvoor het adviesrecht zou kunnen gelden. We stellen daarom ook voor om het adviesrecht in te richten op basis van criteria, in lijn met de wens van de raad op dit punt. Voor uw beeldvorming: de criteria voor 'projecten voor voorzieningen' en 'projecten voor bedrijvigheid', oppervlaktes van respectievelijk 10.000 m2 (1 hectare) en 5.000 m2 (0,5 hectare), zijn te vergelijken met respectievelijk 1,5 voetbalveld en 0,75 voetbalveld. B. Delegatie van de bevoegdheid tot wijziging van delen van het omgevingsplan aan het college als tegenhanger van de wijzigingsbevoegdheid in bestemmingsplannen Op dit moment heeft de gemeenteraad via wijzigingsbevoegdheden in bestemmingsplannen (bijvoorbeeld het wijzigen van een agrarische bestemming naar wonen) het college de bevoegdheid gegeven tot het, zonder tussenkomst van de raad, wijzigen van bestemmingsplannen. Daarmee wordt een procedure ingekort.
Onder de Omgevingswet vervalt deze wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan maar blijft het op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet wel mogelijk om delen van het omgevingsplan (tot vaststelling waarvan de raad bevoegd is) te laten wijzigen door het college. Dit gebeurt door een delegatiebesluit te nemen waarbij de bevoegdheid/taak om bepaalde delen van het omgevingsplan te wijzigen wordt overgedragen door de raad aan het college. Met deze delegatie wijst u dus de gevallen aan waarin ons college het omgevingsplan kan wijzigen. C. De voorgestelde inrichting van adviesrecht en delegatie biedt uw raad meer ruimte voor uw kader stellende rol De gemeenteraad stelt onder de Omgevingswet vooral de kaders en het strategisch beleid van de gemeente vast en toetst en controleert of ons college het beleid volgens afspraak heeft uitgevoerd. De bijlage bij het concept-raadsbesluit bevat de categorieën waarin ons college zelfstandig kan besluiten over vergunningen voor omgevingsplanactiviteiten of wijziging van delen van het omgevingsplan. De onderwerpen in deze categorieën zijn vooral van ondergeschikte en uitvoeringsgerichte aard. Het zijn dus onderwerpen die ons college onder de huidige wetgeving ook zelfstandig afhandelt met vergunningen, projectafwijkingsbesluiten en wijzigingsplannen.
De efficiënte afhandeling van plannen met een beperkte impact op de fysieke leefomgeving door ons college, zorgt voor beperking van belasting van uw raad. Bovendien kunnen burgers en bedrijven hun plannen sneller realiseren door de kortere procedures. D. Ons college kan snel en slagvaardig een voorbereidingsbesluit nemen Het kan voorkomen dat ons omgevingsplan ontwikkelingsmogelijkheden biedt die op dat moment niet (meer) wenselijk zijn. Met een voorbereidingsbesluit kan de gemeente ongewenste ontwikkelingen tegenhouden. Het instrument voorbereidingsbesluit kennen we onder de Wet ruimtelijke ordening ook. Op dit moment mag alleen uw raad voorbereidingsbesluiten nemen. Onder de Omgevingswet kunt u deze bevoegdheid aan ons college delegeren. Als college zijn wij daar voorstander van. Als college menen wij dat delegatie van de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit belangrijke voordelen biedt. Deze lichten wij hierna toe. Een belangrijk voordeel van delegatie van het voorbereidingsbesluit is dat wij (vanwege een kortere voorbereiding en het wekelijks vergaderen) in voorkomende gevallen zeer snel en slagvaardig kunnen handelen. Dit verkleint de kans dat een voorgenomen voorbereidingsbesluit voortijdig bekend wordt. Het gevolg hiervan kan zijn dat een initiatiefnemer nog snel een aanvraag indient om wel gebruik te kunnen maken van de Pagina 2 van 4
ongewenste ontwikkelingsmogelijkheden. Wij moeten namelijk meewerken aan aanvragen voor ongewenste ontwikkelingen, die binnenkomen vóór het nemen van het voorbereidingsbesluit en die passen binnen het omgevingsplan. Door delegatie van de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit aan ons college is sneller en slagvaardiger besluiten mogelijk, indien de situatie daarom vraagt. Aanvullend spreken we wel af dat we uw raad informeren over een voorbereidingsbesluit, zodra deze door publicatie in werking treedt. Daardoor houdt de raad altijd de mogelijkheid om achteraf bij te sturen. Dat kan er dan toe leiden dat wij een genomen voorbereidingsbesluit intrekken. Met andere woorden, de controle op een genomen voorbereidingsbesluit door de raad is verzekerd. E. Verantwoordelijkheid informeren omgeving bij burger zelf neerleggen Net zoals het adviesrecht, is ook het onderwerp 'verplichten van participatie bij buitenplanse omgevingsplan activiteit' ('bopa') uitgebreid besproken met de raadswerkg roep Omgevingswet op 12 januari 2022. Daarbij zijn ook 3 opties aan de orde geweest: • participatie bij bopa's is niet verplicht; • participatie bij bopa's is zo vaak mogelijk verplicht; alleen in bepaalde categorieën van gevallen is participatie verplicht. • Voor een nadere toelichting verwijzen we ook hier naar bijlage 1 bij dit voorstel, 'memo adviesrecht en participatie'.
De keuze van de raadswerkgroep was om participatie bij vergunningaanvragen voor bopa's niet te verplichten. Hiermee wordt nadrukkelijk aansluiting gezocht bij enkele belangrijke kernwaarden van de Omgevingswet: 'vertrouwen, loslaten, minder regels'. De raadswerkgroep heeft daarmee nadrukkelijk uitgesproken dat het vertrouwen er is dat, zonder verplichting en bijbehorende regels, een initiatiefnemer zelf zijn/haar omgeving informeert om draagvlak te creëren en mogelijke juridische procedures in een later stadium te voorkomen. Op basis van die input is het betreffende beslispunt in het concept-raadsbesluit op die manier ingericht en stellen we uw raad voor aldus te besluiten. In dit verband merken we nog het volgende op. Bij initiatieven die in strijd zijn met bijvoorbeeld het bestemmingsplan, werken we met een verzoek om vooroverleg (ook wel principeverzoek genoemd). Wanneer blijkt dat er onder voorwaarden medewerking kan worden verleend aan een verzoek (met een bopa in dit geval), dan zou ook een voorwaarde kunnen zijn dat er een vorm van participatie/omgevingsdialoog plaatsvindt. Afhankelijk van de impact op de omgeving van een ruimtelijke ontwikkeling kan participatie dus als voorwaarde worden opgenomen. Maar dan dus aan de voorkant, d.w.z. voordat er dus een formele aanvraag om vergunning is ingediend.
Communicatie Het raadsbesluit wordt, na vaststelling ervan, bekend gemaakt in het elektronisch gemeenteblad. Deze bekendmaking zal zichtbaar zijn op www.officielebekendmakingen.nl en de geconsolideerde versie op www.overheid.nl . Hiermee wordt voldaan aan de bekendmaking volgens de Wet elektronische publicaties. Verder zal het besluit ook bekend worden gemaakt in de Maasduinen Courant.
Juridische aspecten Delegatie is geregeld in afdeling 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Door het overdragen van de bevoegdheid kan het bestuursorgaan de gedelegeerde bevoegdheid zelf niet meer uitoefenen (artikel 10:17 Awb), tenzij de gedelegeerde bevoegdheid door het bestuursorgaan wordt ingetrokken (artikel 10:18 Awb).
Pagina 3 van 4
Tegen de vaststelling van categorieën van gevallen waarop bindend adviesrecht van toepassing is, is geen beroep mogelijk. Dat geldt ook voor het besluit om geen gevallen van activiteiten aan te wijzen waarop verplichte participatie van toepassing is. Tot slot volgt uit de toelichting van de wettekst van artikel 10:19 van de Awb dat een delegatiebesluit moet worden gekwalificeerd als een algemeen verbindend voorschrift. Op grond van artikel 8:3 Awb kan ook hiertegen géén bezwaar en beroep worden ingesteld. Het besluit over adviesrecht, delegatie en participatie treedt gelijktijdig in werking met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Financiën / fiscale gevolgen Geen bijzonderheden
Voorstel Wij stellen u voor, gelet op bovenstaande, om conform bijgevoegd raadsbesluit in te stemmen met de inrichting van het adviesrecht, delegatie en participatie onder de Omgevingswet.
Burgemeester en wethouders van Bergen (L),
H.H.M. Timmermans
M.H.E. Pe—r
De secretaris
De burgemeeste
Bijlage(n) 1. Memo adviesrecht en participatie d.d. 5 januari 2022 inclusief bijlagen; 2. Verslag raadswerkgroep d.d. 12 januari 2022; 3. Raadsbesluit.
Pagina 4 van 4
Besluit van de gemeenteraad
gemeente ..11". BERGEN Lirnbur
Onderwerp Bevoegdheden onder de Omgevingswet: adviesrecht, delegatie, participatie
De raad van de gemeente Bergen, Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 5 september 2023; Gelet op het advies van de raadscommissie Ruimte en Economie d.d. 27 september 2023; Gelet op de artikelen 2.8, 4.14 lid 5, 16.15a en 16.55 van de Omgevingswet, artikel 4.21 van het Omgevingsbesluit en de artikelen 10:15 en 10:16 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit 1.
Als gevallen waarin de gemeenteraad adviseur is bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 16.15a onder bl en b2 van de Omgevingswet, de gevallen aan te wijzen die zijn opgenomen in categorie 1 in de bijlage bij dit besluit;
2.
De bevoegdheid tot het vaststellen van die delen van het omgevingsplan die zijn opgenomen in categorie 2 in de bijlage bij dit besluit aan het college van burgemeester en wethouders te delegeren;
3.
De bevoegdheid tot het nemen van voorbereidingsbesluiten als bedoeld in artikel 4.14 van de Omgevingswet aan het college van burgemeester en wethouders te delegeren;
4.
Een informatieplicht te verbinden aan de bevoegdheid onder 3;
5.
Geen gevallen van activiteiten, als bedoeld in artikel 16,55 lid 7 Omgevingswet, aan te wijzen waarbij participatie van en overleg met derden bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht is voordat een aanvraag om omgevingsvergunning voor een dergelijke activiteit kan worden gedaan;
6.
De beslispunten 1 tot en met 5 in werking te laten treden op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet;
7.
Binnen 2 jaar na inwerkingtreding van deze besluit :•n de hiermee opgedane ervaringen te evalueren.
( ). 16 ok
Hof De
er
ber 2023
.H.E. Pelz De voorzitte
Pagina 1 van 6
BIJLAGE bij besluit van de gemeenteraad van Bergen (L) van 16 oktober 2023 Categorie 1: bindend adviesrecht van de gemeenteraad van Bergen (L) bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten: Binnen de bebouwde kom: Projecten voor voorzieningen (maatschappelijk, cultuur, ontspanning, sport, recreatie en dergelijke) met een terreinomvang van meer dan 10.000 m2; Projecten voor bedrijvigheid (bedrijf, detailhandel, horeca, kantoor en dergelijke) met een terreinomvang van meer dan 5.000 m2 en/of in milieucategorie 3 of hoger; Woningbouwprojecten van meer dan 20 woningen.
Buiten de bebouwde kom: Projecten voor voorzieningen (maatschappelijk, cultuur, ontspanning, sport, recreatie en dergelijke) met een terreinomvang van meer dan 10.000 m2; Projecten voor bedrijvigheid (agrarisch, bedrijf, detailhandel, horeca, kantoor en dergelijke) met een terreinomvang van meer dan 5.000 m2 en/of in milieucategorie 3 of hoger; Woningbouwprojecten van meer dan 10 woningen.
Met uitzondering van gevallen: Waarbij het college van plan is de vergunning te weigeren; Die voldoen aan een ter inzage gelegd ontwerp van wijziging van een deel van het omgevingsplan dan wel in een door de gemeenteraad vastgesteld, maar nog niet onherroepelijk deel van het omgevingsplan; Waarvoor de gemeenteraad heeft ingestemd met een ontwikkeling in een visie of plan voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning.
Procedurestappen inclusief toelichting voor gevallen waarin bindend adviesrecht van de gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten van toepassing is: Bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten is het uitgangspunt dat de reguliere procedure van toepassing is. In enkele gevallen is de uitgebreide procedure van toepassing. Met het oog op de vergadercyclus van de raad is het van belang om inzicht te hebben in de te nemen stappen en bijbehorende tijdsduur, zowel bij de reguliere als de uitgebreide procedure. Hieronder is dat voor beide procedures aangegeven. B&W bevoegd + adviesrecht raad bij reguliere procedure 1. B&W sturen de aanvraag naar de raad met verzoek om advies en geven de raad een redelijke termijn (artikel 3:6 lid 1 Algemene wet bestuursrecht); 2. De raad geeft binnen de gestelde termijn advies over de aanvraag aan B&W; 3. B&W nemen het besluit met inachtneming van het advies (artikel 16.15b Omgevingswet). Beslistermijn is 8 weken (artikel 16.64 lid 1 Omgevingswet). Omdat dit erg kort is, is B&W voornemens om in dit soort gevallen de beslistermijn standaard met 6 weken te verlengen (B&W zijn hiertoe bevoegd op basis van artikel 16.64 lid 2 Omgevingswet) tot 14 weken. Op die manier moet het mogelijk zijn voor de raad om een besluit te nemen over het te geven advies zodat B&W vervolgens een besluit kunnen nemen.
Dit vergt uiteraard wel een strakke planning en coordinatie vanaf het moment van binnenkomen van de aanvraag. Het advies van de gemeenteraad kan meer zijn dan een 'ja' (verlenen) of 'nee' (weigeren). De raad kan er bijvoorbeeld ook voor kiezen om voorwaarden te benoemen waaronder hij het afwijken van het omgevingsplan aanvaardbaar vindt. Met inachtneming van dat advies zal het
Pagina 2 van 6
college de voorwaarden vervolgens uitwerken in een uiteindelijk besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning. Hier geldt weer dat helderheid van groot belang is: het college moet uit de voorwaarden direct kunnen opmaken wat er moet gebeuren. In het kader van de rechtszekerheid wordt het afgeraden om aan het advies voorwaarden te verbinden die strekken tot nader onderzoek of die het afhankelijk maken van nader onderzoek, aangezien daarmee niet kan worden vastgesteld hoe het besluit uiteindelijk zal moeten luiden en wat de initiatiefnemer kan verwachten. Bovendien zal dit naar verwachting problemen opleveren met de beslistermijn. B&W bevoegd + adviesrecht raad bij uitgebreide procedure 1. B&W sturen aanvraag naar de raad met verzoek om advies te geven (termijn zes weken vanaf terinzagelegging ontwerpbesluit, zie artikel 3:16 lid 1 Awb); 2. B&W bereiden het ontwerpbesluit voor en leggen dit ter inzage; 3. De raad geeft advies aan B&W (art. 4.18 lid 2 laatste volzin Omgevingsbesluit). Dit advies kan mede worden gebaseerd op het ontwerpbesluit (zie kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 3, p. 210 e.v.); 4. B&W nemen het besluit in overeenstemming met het advies van de raad. Beslistermijn: 26 weken (art. 16.65 Ow en art. 3:18 lid 1 Awb)
Pagina 3 van 6
Categorie 2: De gemeenteraad van Bergen (L) delegeert de bevoegdheid tot vaststelling van het omgevingsplan in de volgende gevallen aan het college van burgemeester en wethouders: 1.
Het verwijzen naar wetten, besluiten, verordeningen, beleid en dergelijke. Toelichting Er dient bijvoorbeeld in het omgevingsplan verwezen te worden naar een nieuw vastgestelde verordening door de raad. Het opnemen van die verwijzing mag het college doen.
2.
Het toevoegen en/of wijzigen van algemene bepalingen, begripsbepalingen, meetbepalingen en indieningsvereisten voor zover deze niet leiden tot wezenlijke wijzigingen in de fysieke leefomgeving. Toelichting Bijvoorbeeld het toevoegen van een indieningsvereiste voor een aanvraag omgevingsvergunning aan een al bestaande lijst met indieningsvereisten in het omgevingsplan.
3.
Het stellen van nadere regels over de beoordeling van vergunningsaanvragen, de periode waarbinnen een aanvraag kan worden ingediend en de voorschriften en beperkingen die aan een vergunning verbonden zijn. Toelichting De Omgevingswet bevat eisen voor omgevingsvergunningen. De gemeenteraad heeft in het omgevingsplan de mogelijkheid om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties op allerlei manieren te regelen. Bijvoorbeeld verbieden, niet regelen (= loslaten), koppelen aan een vergunningplicht etc. Zo kan de gemeenteraad in het omgevingsplan voor een aantal soorten vergunningen (zoals de -voormalige- bouwvergunning) zelf bepalen of hij een vergunningplicht opneemt. Daarbij kan de raad in het omgevingsplan eisen stellen aan die omgevingsvergunningen (zie artikel 5.34 Ow voor voorschriften en artikel 16.55 Ow voor indieningsvereisten). Dit is zeer uitvoeringsgericht. Daarom is het efficiënt en wenselijk om de bevoegdheid ten aanzien van deze aspecten aan het college te delegeren. Dan kan de raad zich met de belangrijke kaders en hoofdlijnen bezighouden, zoals ook de insteek is van de Omgevingswet.
4.
Het verwerken van instructieregels, instructies, gewijzigde wet- en regelgeving en eventuele andere dwingende bepalingen van bestuursorganen van andere overheden, tenzij de gemeente Bergen (L) of haar bestuursorganen hierover een zienswijze hebben ingediend. Toelichting Er wordt bijvoorbeeld op Rijksniveau een nieuwe wet aangenomen met daarin instructies die gemeenten verplicht dienen op te nemen in hun omgevingsplan. Het college heeft in dat geval de bevoegdheid om het omgevingsplan daarop aan te passen.
5.
Het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die de gemeente beleidsneutraal overzet naar het nieuwe omgevingsplan. Toelichting Het opnemen van regels uit een gemeentelijke verordening in het omgevingsplan mag het college doen mits daarbij de regels niet inhoudelijk worden gewijzigd (= beleidsneutraal). Dit 'omzetten' van een verordening naar het omgevingsplan, is een eenmalige actie.
6.
Het uitwerken van door de raad vastgesteld kader stellend beleid in omgevingsplanregels, voor zover het beleid betreft waarvan de gemeenteraad heeft aangegeven dat het college bevoegd is om het betreffende beleid uit te werken. Toelichting De raad heeft bijvoorbeeld nieuw(e) beleid(-regels) vastgesteld in het kader van verduurzaming van woningen en aangegeven dat het college dat dient uit te werken. Als in het kader van die uitwerking het omgevingsplan moet worden aangepast, bijvoorbeeld het toevoegen van ruimtelijke- en milieuregels, dan is het college bevoegd dat te doen.
Pagina 4 van 6
7.
Het wijzigen van het omgevingsplan voor aanvragen die, in het geval het initiatief mogelijk gemaakt zou zijn met een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, niet vallen onder het bindend adviesrecht van de gemeenteraad, zoals benoemd onder categorie 1 van dit besluit. Toelichting Indien een initiatief met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit - waarbij geen raadsadviesrecht van toepassing is - of met een wijziging van het omgevingsplan gerealiseerd kan worden en er wordt voor die laatste optie gekozen, dan is het college bevoegd het omgevingsplan aan te passen.
8.
Het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met onherroepelijke omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 4.17 Ow (vergunningen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten). Toelichting Dit punt heeft betrekking op het verwerken van reeds verleende buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Het college is bevoegd dat te doen.
9.
Het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten. Toelichting Dit punt heeft betrekking op het 'doorlopende' proces van het aanwijzen e.d. van monumenten. Dat gebeurt onder de Omgevingswet in het omgevingsplan en dus is de raad bevoegd. Onder de huidige wet- en regelgeving ligt deze bevoegdheid bij het college. Het is efficiënt en wenselijk om dat onder de Omgevingswet ook weer zo te laten zijn. NB. in tegenstelling tot hetgeen bij punt 5 geregeld wordt, een eenmalige actie, is hier dus sprake van een doorlopend proces.
10.
Het toevoegen of laten vervallen van de aanduiding van archeologische en cultuurhistorische waarden. Toelichting Tijdens een archeologisch onderzoek blijkt dat voor een bepaald gebied rondom de onderzoekslocatie een hoge archeologische verwachtingswaarde moet gelden, dan is het college bevoegd om het omgevingsplan daar op aan te passen.
11.
Het verschuiven van de grenzen van het locatiebereik van regels met niet meer dan 10 meter. Toelichting Dit is vergelijkbaar met het verschuiven van bepaalde grenzen zoals dat nu ook in bestemmingsplannen is opgenomen. De bevoegdheid daartoe ligt nu ook bij het college en dus is het logisch (en beleidsneutraal) om dat aspect te delegeren aan het college.
12.
Het wijzigen van onderdelen van het tijdelijke omgevingsplan naar onderdelen van het nieuwe omgevingsplan op basis van de wijzigings- en uitwerkingsregels op grond van de Wet ruimtelijke ordening, zoals die zijn vastgelegd in bestemmingsplannen die golden op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit mag ook door deze regels om te vormen tot binnenplanse beoordelingsregels. Toelichting Onder de Omgevingswet bestaat geen met het huidige wijzigingsplan (college bevoegd) vergelijkbare figuur. Bovenstaande punt maakt het mogelijk dat het college het omgevingsplan mag aanpassen daar waar het gaat om in huidige bestemmingsplannen vastgelegde mogelijkheden voor wijziging (en uitwerking) van het bestemmingsplan. Bijvoorbeeld het onder voorwaarden omzetten van een bestemming agrarisch naar wonen. Het college mag, in geval van niet directe toepassing van de wijzigingsbevoegdheid, de wijzigingsbevoegdheden ook omvormen naar binnenplanse beoordelingsregels. Bij latere toepassing, is het college dan bevoegd.
Pagina 5 van 6
13.
Het corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en inventarisatiefoutjes in het omgevingsplan. Toelichting Nadere toelichting is niet nodig, punt spreekt voor zich.
14.
Het toevoegen van die onderdelen uit de bruidsschat die de gemeente beleidsneutraal overzet naar het nieuwe omgevingsplan. Toelichting De bruidsschatregels zijn rijksregels die op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet op rijksniveau vervallen. Het gaat hier om regels uit een specifiek sectoraal spoor (milieuspoor en bouwspoor) die bij inwerkingtreding van de Omgevingswet voor de hele gemeente gelden. Denk hierbij aan regels over: geluid, trilling, geur, bodem, standaardbouwbepalingen etc. De bruidsschatregels zullen in de transitieperiode omgezet / opgenomen moeten worden naar / in het omgevingsplan. Het is efficiënt en wenselijk dat het college de regels uit de bruidsschat in het omgevingsplan mag opnemen mits daarbij de regels niet inhoudelijk worden gewijzigd (= beleidsneutraal).
15.
Het aanwijzen van gebieden waarbinnen het verboden is afvloeiend hemelwater te lozen op het openbaar riool. Toelichting Op grond van artikel 3:7 van de Verordening Fysieke Leefomgeving is het college momenteel bevoegd een gebied aan te wijzen waarbinnen het verboden is afvloeiend hemelwater te lozen op het openbaar riool. Dit artikel wordt vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege onderdeel van het omgevingsplan. Het aanwijzen van zo'n gebied wordt dan een bevoegdheid van de raad. Het is wenselijk om deze bevoegdheid bij het college te houden.
Pagina 6 van 6