CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Flora- en fauna onderzoek (bijlage 2)

Gemeenteraad 3 juni 2025, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van het TAM-IMRO-plan ‘Hoofdstuk 22C Dorpsstraat 73’;3.114 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden

In opdracht van: Bureau Leefomgeving B.V.

17 juli 2024 R. Rijnders BSc en ir. J.P.M. Hovens

Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden Opdrachtgever: Opstellers/controle: Veldwerk:

Bureau Leefomgeving B.V. R. Rijnders BSc / ir. J.P.M. Hovens R. Rijnders BSc en P.J.C.A. op het Veld

Faunaconsult B.V. werkt volgens de protocollen in de kennisdocumenten van BIJ12. Onze onderzoeken voldoen daarmee aan de landelijk geldende normen en opdrachtgevers hebben een basis om ons aan te spreken op de kwaliteit van de door ons aangeleverde producten. Onze ecologen voldoen aan de deskundigheidseisen zoals gesteld door RVO. We hechten groot belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en we zijn PSO gecertificeerd.

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden

1

Inhoud 1 2

Inleiding........................................................................................................................................... 3 Wet- en regelgeving ........................................................................................................................ 4 2.1 Inleiding................................................................................................................................... 4 Beschermde planten en dieren ............................................................................................................. 4 3 Werkwijze ....................................................................................................................................... 5 3.1 Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden ............................................................... 5 3.2 Werkwijze flora- en fauna-inspectie ....................................................................................... 5 4 Aanwezige beschermde planten en dieren....................................................................................... 6 4.1 Beschrijving plangebied .......................................................................................................... 6 4.2 Bevindingen.............................................................................................................................

9 5 Mogelijke effecten ......................................................................................................................... 12 6 Conclusies ..................................................................................................................................... 14 Literatuur ............................................................................................................................................... 15

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden

2

1

Inleiding

Bureau Leefomgeving B.V. begeleidt de realisatie van een woning aan Dorpsstraat 73 te Afferden en heeft ecologisch adviesbureau Faunaconsult B.V. opdracht gegeven op deze locatie een flora- en fauna-inspectie uit te voeren. De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven voor deze inspectie. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden). Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Omgevingswet. Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden

3

2

Wet- en regelgeving

2.1

Inleiding

In deze paragraaf wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb) verving drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden; de Flora- en faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende planten- en diersoorten; de Boswet regelde de kap van bomen buiten de bebouwde kom (als bedoeld in de Boswet). Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en de Wet natuurbescherming is daarin geïntegreerd. Zo wordt in artikel 5.18 van de Omgevingswet gesteld dat er per algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels worden gesteld over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor o.a. bouwactiviteiten. In artikel 5.10 van de Omgevingswet is geregeld dat per AmvB voor bepaalde ‘flora- en fauna-activiteiten’ wordt bepaald dat Gedeputeerde Staten op de aanvraag voor een omgevingsvergunning mogen beslissen. ‘Flora- en fauna-activiteiten’ zijn de verboden die de Wet natuurbescherming (Wnb) stelde ten aanzien van Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1 Wnb); Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5 Wnb) en Overige beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb).

Beschermde planten en dieren De Omgevingswet kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven: - Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m artikel 11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving; vanaf hier: Bal). Verder nemen de meeste provincies de onder de Wet natuurbescherming benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. - Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 11.46 t/m artikel 11.48 Bal); - Overige beschermde soorten in het wild levende soorten genoemd in bijlage IX, onder A en B bij artikel 11.54 (Bal).

Onder A vallen een aantal in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers. Onder B vallen een aantal vaatplanten. In A vallen onder meer de ‘algemene’ zoogdiersoorten die onder de Wnb bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. De Provincie Limburg heeft deze vastgelegd in ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ (Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017) en Omgevingsverordening Limburg (Provinciale Staten van Limburg, 2023). De laatste is per 1 januari 2024 ingegaan. Dit houdt in dat de meeste soorten die onder de Omgevingswet als beschermde soort zijn aangewezen, ook in de Provincie Limburg worden beschermd.

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden

4

3

Werkwijze

3.1

Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden

Een groot deel van de tuinvegetatie (waaronder drie bomen), de vijver, een berging en wat verharding worden verwijderd. Vervolgens wordt er een nieuwe woning met bijgebouw gerealiseerd en wordt er een nieuwe tuin aangelegd. Zie figuur 3.1 voor een schets van de voorgestane situatie.

Figuur 3.1. Schets van de voorgestane situatie. Bron: Novaedes Architecten en Constructeurs.

3.2

Werkwijze flora- en fauna-inspectie

Op 8 juli 2024 heeft Faunaconsult B.V. het onderzoeksgebied en de directe omgeving bezocht. Hierbij werden beschermde planten geïnventariseerd en werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied geschikte habitat biedt. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. Het gebouw in het plangebied is van binnen en buiten geïnspecteerd, met behulp van een zaklamp, RIDGID SeeSnake en ladder. Aan de hand van de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) en relevante (verspreidings)literatuur en de waarnemingsoverzichten op www.ravon.nl/tijdschrift, www.verspreidingsatlas.nl, www.floron.nl, www.sovon.nl en www.zoogdiervereniging.nl is vervolgens ingeschat welke beschermde soorten mogelijk in het plangebied voorkomen.

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden

5

4

Aanwezige beschermde planten en dieren

4.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied (zie figuren 4.1 t/m 4.5) bevindt zich aan de zuidrand van het dorp Afferden, op zo’n 60 meter van de provinciale weg N271. Aan de noord- en westzijde van het plangebied bevinden zich woningen en tuinen. Ten oosten bevindt zich opgaande vegetatie en open grasland. Aan de zuidzijde bevinden zich wegen, twee woningen en wat opgaande vegetatie. In het plangebied bevindt zich een vijver, een berging en wat verharding; het overige deel bestaat geheel uit tuinvegetatie.

Figuur 4.1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron: KadastraleKaart.

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden

6

Figuur 4.2. Impressie van de tuin.

Figuur 4.3. Impressie van de tuin.

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden

7

Figuur 4.4. Impressie van de tuin en de vijver.

Figuur 4.5. De te verwijderen berging.

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden

8

4.2

Bevindingen

Vogels en zoogdieren Volgens BeSI dient er rekening te worden gehouden met de volgende vogel- en zoogdiersoorten in/rond het plangebied: boerenzwaluw, boomvalk, buizerd, ekster, gierzwaluw, huismus, kauw, koolmees, pimpelmees, roodborst, spreeuw, steenuil, boom-bewonende vleermuizen, gebouwbewonende vleermuizen, bosmuis, bunzing, das, eekhoorn, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, steenmarter, veldmuis, vos en wezel. Tijdens het veldbezoek zijn de houtduif, koolmees, zwarte kraai, tjiftjaf en zwartkop waargenomen. Het enige gebouw in het plangebied betreft een berging. Deze bestaat uit enkelwandige houten wanden en een enkelwandig dak van doorzichtige golfplaten (zie figuur 4.2.1). Binnen in de berging zijn geen vogelnesten, veren, braakballen, vogeluitwerpselen of steenmarteruitwerpselen aanwezig. Het voorkomen van steenmarterverblijven en boerenzwaluw-, huismus- en gierzwaluwnesten in het plangebied is daarmee uitgesloten. Doordat het gebouw geheel enkelwandig is, is het voorkomen van verblijven van gebouwbewonende vleermuissoorten in het plangebied ook uitgesloten.

Figuur 4.2.1. De berging is geheel enkelwandig.

De bomen (waaronder 3 te kappen bomen; zie figuur 4.2.2) in en rond het plangebied bevatten geen (roof)vogelnesten, eekhoornnesten of holtes. In de struikvegetatie zijn eveneens geen vogelnesten aanwezig. Door de afwezigheid van holtes is het voorkomen van verblijven van boom-bewonende vleermuissoorten en uilennesten in en rond het plangebied ook uitgesloten. Het is wel mogelijk dat gedurende het broedseizoen algemene vogelsoorten als de merel of houtduif in de bomen en overige opgaande vegetatie gaan broeden. De rij laanbomen aan de Eckeltsedijk maakt mogelijk deel uit van een vaste vliegroute/foerageergebied voor vleermuizen. Omdat foerageergebieden en vaste vliegroutes van vleermuizen onder de Omgevingswet als een vaste rust- en verblijfplaats worden gezien, is een aantal vleermuissoorten in tabel 4.2 opgenomen.

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden

9

Figuur 4.2.2. De drie te kappen bomen: ruwe berk (l), plataan (m) en ceder (r).

Dassenburchten, dassenlatrines, -wissels en snuitputjes van dassen en konijnen- of vossenholen zijn in het plangebied afwezig. Daarnaast zijn dassen en vossen, evenals reeën en hazen, niet te verwachten in het plangebied. Voor kleine marterachtigen als de wezel en bunzing biedt het plangebied voldoende dekking. Wegens het gebrek aan sloten met begroeide oevers is de bunzing echter niet in het plangebied te verwachten. Het is wel mogelijk dat algemene zoogdiersoorten als de bosmuis of egel in het plangebied voorkomen. Amfibieën en andere diersoorten Volgens BeSI dient er rekening te worden gehouden met de volgende amfibieën- en reptielensoorten in/rond het plangebied: alpenwatersalamander, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, levendbarende hagedis. Met andere diersoorten hoeft volgens BeSI geen rekening te worden gehouden. In het plangebied bevindt zich een vijver met enkele goudwindes. Zowel de aanwezigheid van vis (vissen eten larven en eieren van amfibieën) als de verhoogde rand van de vijver (amfibieën kunnen er niet uit) maken de vijver ongeschikt als voortplantingswater voor strenger beschermde amfibieën. Het biotoop in het plangebied (grotendeels gazon) is daarnaast ongeschikt als leefgebied van strenger beschermde amfibieënsoorten.

Het is wel mogelijk dat algemene amfibieënsoorten als de gewone pad delen van het plangebied als landhabitat gebruiken. Reptielen en andere soorten, die beschermd zijn onder de Omgevingswet, zijn wegens het aanwezige biotoop eveneens niet te verwachten in het plangebied. Planten Volgens BeSI dient er rekening te worden gehouden met de volgende plantensoort in/rond het plangebied: grote leeuwenklauw. Grote leeuwenklauw is niet aangetroffen in het plangebied. In het plangebied zijn alleen algemene, niet-beschermde planten waargenomen als plataan, ruwe berk, ceder, zomereik, gewone esdoorn, gewone es, beuk, amberboom, fijnspar, Weymouthden, laurierkers, rododendron, broodboom, gewone vlier, haagwinde, braam, berberis spec., bosaardbei, zevenblad, hondsdraf, paardenbloem en klimop. Bij/in de vijver groeien soorten als holpijp, waterlelie, kikkerbeet, lavendel, drijvend fonteinkruid, ridderzuring, vogelmuur en hortensia spec.

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden 10

Tabel 4.2 geeft de beschermde soorten weer die (mogelijk) een vaste voortplantings- of rustplaats in het plangebied hebben. Tabel 4.2. Beschermde soorten die mogelijk een vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied hebben. Het beschermingsregime van de soorten in de Omgevingswet is eveneens weergegeven.

Vogels Nederlandse naam en wetenschappelijke naam Algemene in opgaande vegetatie broedende vogelsoorten Laatvlieger (Eptesicus serotinus) Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Wezel (Mustela nivalis) Egel (Erinaceus europaeus) Aardmuis (Microtus agrestis) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Veldmuis (Microtus arvalis) Gewone pad (Bufo bufo) Bruine kikker (Rana temporaria)

Internationaal beschermde soorten

Andere beschermde soorten

X X X X X X X X X X X X

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden 11

5

Mogelijke effecten

- Door de opgaande vegetatie tijdens het broedseizoen te verwijderen, leidt dit mogelijk tot verstoring of doding van broedende vogels, hun jongen of eieren. - De laanbomen aan de Eckeltsedijk fungeren mogelijk als vaste vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen. Wanneer binnen het plangebied enkele bomen worden gekapt, zal dit geen noemenswaardige aantasting aan een vaste vliegroute of foerageergebied opleveren omdat het slechts enkele bomen betreft. Indien er vanaf het plangebied buitenverlichting op de laanbomen wordt gericht, kan dit een verstoring van de vliegroute opleveren. - Bij de werkzaamheden kunnen voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood. In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Bal weergegeven. In het volgende hoofdstuk wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen. Tabel 5.1. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van het Bal. De letters in de tabel corresponderen met die van de verboden in onderstaande tekst.

Soort

Beschermingsregime Omgevingswet Algemene in opgaande vegetatie Vogels broedende vogelsoorten Vleermuizen Internationaal beschermde soorten Algemeen voorkomende Andere beschermde soorten grondgebonden zoogdieren en amfibieën

Art. 11.37 Art. 11.46 Art. 11.54 lid 1 lid 1 lid 1 a,b,d b,d a,b

Artikel 11.37, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Vogelrichtlijnsoorten) a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. Artikel 11.46, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Habitatrichtlijnsoorten) a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e.

het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Artikel 11.54, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen andere soorten) a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden 12

c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 11.54, lid 2 Bal).

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden 13

6

Conclusies

Algemene in opgaande vegetatie broedende vogels In de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Omgevingswet begaan. Omdat vogels sporadisch ook buiten de periode 15 maart – 15 juli broeden, kan het verwijderen van opgaande vegetatie toch leiden tot overtreding van de Omgevingswet. Indien blijkt dat er broedende vogels aanwezig zijn, dan mogen deze niet worden verstoord. Ook mogen in gebruik zijnde nesten niet worden vernield. Vleermuizen: verstoring vliegroutes en foerageergebied De laanbomen aan de Eckeltsedijk fungeren mogelijk als vaste vliegroute en/of foerageergebied voor vleermuizen. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van deze bomen alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen.

Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV-vrije led armaturen (Zoogdiervereniging, 2011) of rood licht (Spoelstra et al, 2017). Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Omgevingswet zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde andere beschermde soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten voor is verkregen (deze soorten zijn opgenomen in Bijlage X van de Omgevingsverordening Limburg; Provinciale Staten van Limburg, 2023). Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 11.27 Bal); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden 14

Literatuur • • • •

•

Gedeputeerde Staten van Limburg. 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad nr. 5634. Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3. Provinciale Staten van Limburg. 2023. Omgevingsverordening Limburg. Provinciaal blad 2023, 14198. Spoelstra, K, R.H.A. van Grunsven, J.J.C. Ramakers, K.B. Ferguson, T. Raap, M. Donners, E.M. Veenendaal en M. E. Visser. 2017. Response of bats to light with different spectra: lightshy and agile bat-presence is affected by white and green, but not by red light. The Royal Society Publishing. www.rspb.royalsocietypublishing.org Zoogdiervereniging, 2011. Een vleermuisvriendelijke kleur voor verlichting. www.zoogdiervereniging.nl/een-vleermuisvriendelijke-kleur-voor-verlichting

Flora- en fauna-inspectie Dorpsstraat 73 te Afferden 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15490263/1