Definitieve zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen
Tekst van het document
Zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan ‘Bergse Heide, Nieuw Bergen’
1 Inleiding Deze nota bevat de reactie op de binnengekomen zienswijzen naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ‘Bergse Heide, Nieuw Bergen’ met het identificatienummer NL.IMRO.0893.BP23024BE3NBG-VA01. Het bestemmingsplan ‘Bergse Heide, Nieuw Bergen’ heeft ter visie gelegen vanaf 21 december 2023 voor een periode van zes weken. Tijdens de inzagetermijn heeft eenieder het recht een schriftelijke of mondelinge zienswijze in te dienen bij de gemeenteraad. In deze nota wordt ingegaan op de ingediende zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Er zijn 5 zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn binnen de daartoe gestelde termijn naar de gemeente verzonden zijn dus ontvankelijk. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de ingediende zienswijzen. De zienswijzen zijn hierin beknopt en zakelijk weergegeven. Voor zover bij de samenvatting van de zienswijzen onderdelen van de betreffende reacties niet of niet geheel worden genoemd, betekent dit niet dat deze buiten beschouwing zijn gebleven. De zienswijzen zijn als geheel beoordeeld. De reacties worden samengevat weergegeven en voorzien van een gemeentelijke reactie. Daarbij is steeds aangegeven in welke mate de opmerkingen leiden tot aanpassingen in het vast te stellen bestemmingsplan. Tenslotte, volgt in hoofdstuk 3 een toelichting over de vervolgprocedure.
2 Zienswijzen Tegen het ontwerpbestemmingsplan ‘Bergse Heide, Nieuw Bergen’, dat ter inzage heeft gelegen vanaf 21 december 2023, zijn 5 schriftelijke zienswijzen binnengekomen. De persoonsgegevens van de indieners van de zienswijzen (hierna: reclamant) zijn geanonimiseerd verwerkt in dit rapport, in verband houdende met de bescherming van de privacy van de gegevens op internet. 1. Reclamant 1, ingekomen op 29 januari 2024; 2. Reclamant 2, ingekomen op 30 januari 2024; 3. Reclamant 3, ingekomen op 31 januari 2024. 4. Reclamant 4, ingekomen op 31 januari 2024; 5. Reclamant 5, ingekomen op 1 februari 2024. Zienswijze 1 Ontvankelijkheid De schriftelijke zienswijze is op 29 januari 2024 tijdig ontvangen, binnen de gestelde termijn. De zienswijze is inhoudelijke onderbouwd en voldoet aan de gestelde eisen. De zienswijze is ontvankelijk.
Zienswijze 1. Reclamant geeft aan dat de schaalgrootte (35 woningen) voor de oppervlakte van dit plangebied te groot is. 2. Reclamant geeft aan dat hij twijfels heeft bij de AERIUS-berekening. 3. Reclamant aan dat de stikstofdepositieberekening gebaseerd is op de beëindiging van de veehouderij aan de Aijenseweg 7 te Aijen. Die veehouderij is volgens reclamant al geruime tijd geleden gestopt en onduidelijk is in hoeverre de hierdoor vrijgekomen stikstofruimte al dan niet voor andere projecten is gebruikt. 4. Er ligt ook een ontwerpbestemmingsplan ter inzage voor Aijenseweg 7 te Aijen. Reclamant vraagt zich af of er overlap is in stikstofrechten. 5. Reclamant geeft aan dat in de AERIUS-berekeningen voor het verkeer in zowel de bouw- als de gebruiksfase de kortste afstand van het plangebied naar de kruising Bergse Heide /N271 aangehouden wordt als zijnde het weggedeelte waar het verkeersbeeld wordt beïnvloed. Daarom wordt alleen met dit wegvak als bron gerekend. Deze kruising met de N271 is een onveilige, zoals recent ook weer is gebleken. Het zou de voorkeur moeten hebben om via de rotonde bij D'n Asseldonk te rijden. In dat geval is de beïnvloeding van het verkeersbeeld over een veel langer traject aan de orde. 6. Reclamant geeft aan dat uit de toelichting blijkt dat de AERIUS-berekening zoals ter inzage is gelegd nog niet akkoord is bevonden.
Het plan kan derhalve geen doorgang vinden, volgens reclamant. 7. Reclamant geeft aan dat het infiltratieonderzoek dat als bijlage is bijgevoegd bij de toelichting volgens reclamant gebrekkig en onjuist is. In de rapporttekst wordt gesproken over een boorgat diameter van 7 cm wat een zeer gebruikelijke maat voor een edelmanboor is. In de berekeningen van de k-waarden echter, is gerekend met een straal van 7 cm. De gerapporteerde en toch al niet bijzonder hoge k-waarden zijn door deze fout in de berekeningen een factor 2 hoger dan ze zouden moeten zijn. 8. Verder is het opvallend dat het onderzoeksbureau heeft vastgesteld, dat de verticale infiltratie verwaarloosbaar is maar dat de horizontale infiltratie zou volstaan voor de gevraagde infiltratiebehoefte. Dit zou echter betekenen dat het water zich vanuit de wadi alleen horizontaal in de omgeving kan verspreiden en niet ten goede zou komen aan het grondwater! 9. In het infiltratieonderzoek wordt verder melding gemaakt van een vermoedelijke GHG van 2 m -MV. In het Landschappelijk inpassingsplan, één van de andere bijlagen bij de toelichting, wordt echter gesproken van 1,2 m -MV.
10. In het verkennend bodemonderzoek is geen ernstige verontreiniging met minerale olie of PCB vastgesteld. Er heeft zich op de locatie echter wel een calamiteit met hydrauliek-olie voorgedaan. Op de locatie is tijdens het laden van een oude defecte landbouwtrekker een hydrauliekslang/-koppeling van de laadkraan op de vrachtwagen gesprongen, waardoor er een aanzienlijke hoeveelheid hydrauliekolie uit het systeem is gelekt. Ter plaatse van deze lekkage zijn geen boringen uitgevoerd. 11. Reclamant geeft aan dat in het bodemonderzoek een verkeerde slenk is opgenomen. 12. Reclamant zet vraagtekens bij het ecologische onderzoek. Alle onderzoeken binnen dit onderzoek zijn op dezelfde dag uitgevoerd. Reclamant stelt dat de onderzoeken hierdoor beïnvloed zijn. Ook is er een muurvaren niet ontdekt die aanwezig is op een buitenmuur. 13. Reclamant geeft aan dat de verkeerstoename niet kan worden afgewikkeld door de wegen binnen het plangebied. 14. Reclamant wil een verkeerscirculatieplan voor de aanleg- en gebruiksfase. 15. Reclamant verwacht geluidsoverlast door warmtepompen. 16. Reclamant wil dat de straatverlichting na 23:00 uur ’s avonds wordt gedimd of automatisch wordt uitgeschakeld op grond van verkeersaanbod, teneinde lichtvervuiling zoveel mogelijk te voorkomen. 17.
Reclamant geeft aan dat volgens het landschappelijk inpassingsplan het aan reclamant toebehorende perceel is afgescheiden met een circa 80 meter lange haag van taxus, meidoorn en beuk. Deze staat op eigen grond en moet worden onderhouden. Reclamant wenst daarom een onderhoudspad langs deze haag. AANVULLING ZIENSWIJZE 18. Reclamant geeft aan dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet gevolgd is en Nieuw Bergen in een krimpregio ligt, waardoor de uitbreiding niet noodzakelijk is. 19. Reclamant geeft aan dat het plan niet voldoet aan de Omgevingsverordening. Hierin staat, volgens reclamant, dat woningbouw in landelijk gebied alleen mogelijk is als er wordt aangetoond dat er behoefte is aan woningen in kwalitatieve en kwantitatieve zin. 20. Reclamant geeft aan dat de hoeveelheid woningen niet past binnen het plangebied, vanwege het feit dat het plangebied in landelijk gebied ligt. 21. Reclamant geeft aan dat de aanduiding van enkele woningen binnen het plangebied onjuist is. Deze hebben de aanduiding ‘vrijstaand’, maar zijn twee-aan-twee’. 22. Reclamant geeft aan dat de minimale afstand van bebouwing tot de zijdelingse perceelgrens minstens 5 meter is in het vigerende bestemmingsplan. Reclamant wil dat er ook een minimale afstand tot de perceelgrens wordt opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. 23.
Reclamant wenst een verkeersonderzoek naar de afwikkeling van verkeer en doorstroom van het verkeer. 24. Reclamant geeft aan dat er uitzichthinder en inkijk (privacyhinder) ontstaat door de toevoeging van de woningen. 25. Reclamant geeft aan dat er een nulmeting moet plaatsvinden in verband met mogelijke schade door vrachtverkeer en bouwwerkzaamheden. Reactie 1. De kern Nieuw-Bergen kan worden getypeerd als centrum-dorps. Deze woningbouwontwikkeling past bij de aard en schaal van een kern van deze omvang. Landelijk ligt de gemiddelde dichtheid hierbij op 20 tot 25 woningen per hectare. Dit is passend in de omgeving en biedt voldoende ruimte voor de invulling van de andere functies in het openbaar gebied. De locatie is ruim 1,5 ha. groot, waarmee een dichtheid van 35 woningen passend is. Door de hoge woningbouwopgave en vraag naar specifieke woonvormen is het plan daarom als zodanig tot stand gekomen. 2. Er is op d.d. 29 mei 2024 een gewijzigde AERIUS-berekening gemaakt die uitwijst dat het plan niet leidt tot een significante toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000gebieden (Maasduinen en Boschhuizerbergen). Daarmee is voldoende aangetoond dat het plan past binnen de gestelde kaders en eisen.
3. Er is op 29 mei 2024 een gewijzigde AERIUS-berekening gemaakt die uitwijst dat intern kan worden gesaldeerd. De emissie van de gebruiksfase past geheel in die van de referentiefase. Ook leidt het plan niet tot een significante toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden (Maasduinen en Boschhuizerbergen). Er zijn dus geen beperkingen voor de realisatie van het plan. 4. Er is geen sprake van overlap van gebruikte stikstofrechten, vanwege interne saldering, zie hiervoor onder 2 en 3. 5. Bij bouwverkeer is het uitgangpunt om de werkvoertuigen zo snel als mogelijk af te wikkelen naar hoofdroutes en niet door wijken te sturen. Als werkvoertuigen door woonwijken rijden zorgt dit namelijk voor overlast en onveilige situaties. Voor dit project zal te zijner tijd een passende bouwrouting worden bepaald. Enige schade die ontstaat aan de straat, door werkzaamheden, zal worden gerepareerd door initiatiefnemer. Dit is vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Dit aspect wordt in een latere fase van het plan bepaald en is geen onderdeel van de bestemmingsplanfase. 6. Op 29 mei is er een nieuwe AERIUS-berekening opgesteld. Deze berekening is kloppend. Uit deze berekening blijkt dat het plan niet tot een significante toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden (Maasduinen en Boschhuizerbergen).
Er zijn dus geen beperkingen voor de realisatie van het plan. 7. Dit betrof een omissie en het infiltratieonderzoek is hier op aangepast. 8. Naderhand zijn aanvullende berekeningen ingediend en deze zijn akkoord bevonden. 9. Dit betrof een omissie en het landschappelijk inpassingsplan is hier op aangepast. 10. Een aantal jaar geleden heeft inderdaad en incident plaatsgevonden met een lekkende hydraulische slang. Tijdens incident is circa 3 liter hydraulische vloeistof sterk verspreid over een groter gebied. De locatie en omvang van de spots is daardoor dermate diffuus dat een geschikte bemonstering niet mogelijk is. De grond die wordt afgevoerd voor het bouwproces zal wel nog worden bemonsterd en gekeurd. Het bodemonderzoek is op 1 april 2024 verder geactualiseerd en aangevuld. Dit heeft geen effect gehad op de conclusie. Er zijn geen beperkingen voor de realisatie van het plan. 11. Het bodemonderzoek is op 1 april 2024 geactualiseerd en aangevuld. Hierin is de geohydrologische situatie aangepast, maar dit heeft geen effect op de conclusie van het onderzoek. Er zijn geen beperkingen voor de realisatie van het plan. 12. Het ecologisch onderzoek is op 21 mei 2024 geactualiseerd en aangevuld. Daarnaast wordt er nog voor nader onderzoek verricht naar de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen voordat de sloop wordt uitgevoerd.
Voor het bestemmingsplanproces is de conclusie van het onderzoek gelijk gebleven. Er zijn geen beperkingen voor de realisatie van het plan. Verder wordt de muur met de bedreigde muurvaren binnen het plangebied verplaatst, zodat de muurvaren in stand kan blijven. 13. Om de wijk op een goede manier te ontsluiten en de extra verkeersbewegingen op te vangen wordt de bestaande verbinding tussen de Bergse Hei en Oude Bergse Hei opgewaardeerd naar een passende wijkontsluitingsweg. De Bergse Heide wordt tevens fysiek afgesloten voor autoverkeer. Dit wordt gedaan door middel van een paaltje (ongeveer) ter hoogte van Bergse Heide 2. Aan de andere kant van de Bergse Heide, tussen Bergse Heide 4, 5 en Steenuil 12, wordt ook een fysieke belemmering aangebracht, gecombineerd met een verbodsbord voor
autoverkeer. Deze zal waarschijnlijk bestaan uit een zogenaamde ‘carterkiller’. Dit zijn betonnen stenen die in de weg geplaatst worden. Personenauto’s worden door deze maatregel geweerd. Er ontstaat door deze maatregelen een goede ontsluiting vanuit het plan naar de N271. 14. Met de maatregelen zoals beschreven bij punt 13 is hier voldoende aan voldaan. 15. Het project zal waarschijnlijk voorzien worden van lucht-warmtepompen. Deze voldoen aan vigerende wetgeving qua geluidsproductie én worden tegen de bebouwing geplaatst. Hierdoor is de afstand tot de zijdelingse perceelgrens het grootst. Warmtepompen mogen tussen 7:00 uur ’s ochtends en 19:00 uur ’s avonds maximaal 45 decibel aan geluid maken. Tussen 19:00 uur ’s avonds en 7:00 uur ’s ochtends is dat 40 decibel. Deze geluidsdruk wordt gemeten vanaf de perceelgrens. Het plan voldoet aan de daarvoor geldende regels. De warmtepompen zullen aan de, op dat moment geldende, meest moderne eisen voldoen, waardoor overlast voorkomen wordt. 16. De zienswijze heeft betrekking op een aspect dat aan de orde komt bij een vervolgfase van de bestemmingsplanprocedure, het woonrijp maken. Zoals vermeld onder 1 betreft het plan een centrum-dorpse omgeving. De gemeente past nergens daarbij dynamische straatverlichting toe. De verlichting zal dus ook hier conform de eisen van vergelijkbare wijken worden aangelegd en afgesteld.
Er is geen reden tot een uitzonderingspositie. 17. Er is door initiatiefnemer een ondershoudsstrook van 1 meter breed aangeboden ter overname. Partijen regelen dit onderling, maar heeft geen invloed verder op het ruimtelijk proces. AANVULLING ZIENSWIJZE 18. Het bouwen van 35 woningen is een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 1.1.1 onder i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Omdat er wel behoefte is aan nieuwe woningen in de kern Nieuw Bergen, maar er binnenstedelijk geen ruimte meer is, kiest de gemeente ervoor om de kern in zuidelijke richting, aan beide zijden van de Bergse Heide, uit te breiden. Dat er binnenstedelijk geen ruimte meer is, wordt ondersteund door kaart 14 'Duurzame verstedelijking en bestuursafspraken' uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie, d.d. 22 november 2019) en de ontwerp 'Omgevingsverordening Limburg (d.d. 25 mei 2021)', zoals opgenomen in paragraaf 3.2.2 van deze plantoelichting. Deze nieuwe Omgevingsverordening is inmiddels gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. Tevens valt uit deze provinciale kaarten op te maken dat deze gronden geen bijzondere landschaps- en/of natuurwaarden hebben. De voorkeur van de gemeente gaat om dezes reden sterk uit naar uitbreiding in zuidelijke richting, tevens omdat hiermee een agrarische bedrijf tegen de kern wordt opgeheven.
Inmiddels ligt de gemeente Bergen (net als nagenoeg alle andere gemeenten in Nederland) niet meer in een krimpregio, maar is groei en omschakeling naar passende woonvormen noodzakelijk. Dit wijst de regionale woonvisie 2020-2024 uit, de Nationale Woon- en Bouwagenda en daarop volgend de Woondeal Limburg 2023. Er is voor de gemeente Bergen (L) een hoge bouwopgave. De gemeente zorgt voor woningbouwlocaties zowel binnenstedelijk als ook daar waar mogelijk aan de randen van de kernen. Daarbij wordt een mix van woningbouwtypes gerealiseerd, primair appartementen in binnenstedelijke locaties en grondgebonden woningen aan de randen. Het onderhavige plan zorgt voor een mix van grondgebonden woningen aan de rand van de kern van Nieuw Bergen. Er zijn binnen dit plan vrijstaande woningen, twee-onder-een-kappers en tussenwoningen. Dit plan levert dus zowel kwantitatieve als kwalitatieve hier een passende bijdrage aan. 19. Reclamant refereert aan de Omgevingsverordening Limburg. De toelichting bij het bestemmingsplan in hoofdstuk 3.2.2. gaat hier uitgebreid op in. Hierin is voldoende aangetoond dat het plan niet in strijd is met het provinciaal belang. De provincie heeft dit ook bevestigd door aan te geven geen zienswijze op het plan in te dienen. Voor het onderdeel kwalitatief/kwantitatief verwijzen wij naar de beantwoording bij punt 18.
20. Zie hiervoor de antwoorden bij de punten 1, 18 en 19. 21. Dit betrof een omissie en de aanduiding van deze woningen is bij het vastgestelde bestemmingsplan aangepast. 22. De afstand van woningen tot de zijdelingse perceelgrens onder het ‘oude’ bestemmingsplan is inderdaad 5 meter (artikel 27.2.1 onder i van Buitengebied 2018, 1e herziening). Dit is onder het ‘nieuwe’ bestemmingsplan 2,5 meter (artikel 5.2.1. onder i onder 1) respectievelijk 1 meter voor bijbehorende bouwwerken (artikel 5.2.2 onder d). Er is dus weldegelijk een minimale afstand tot de zijdelingse perceelgrens gegarandeerd in het ‘nieuwe’ bestemmingsplan. 23. Zie hiervoor het antwoord bij punt 13, de verkeersontsluiting is daarmee geregeld. 24. Er bestaat in Nederland geen recht op een ongehinderd uitzicht. Dit blijkt uit jurisprudentie, zie onder meer ECLI:NL:RVS:2023:503, r.o. 4.1. Door te kiezen voor een substantiële erfafscheiding tussen het plangebied en omliggende percelen, wordt zoveel mogelijk inkijk in de tuin en de woning voorkomen. 25. Voor de werkzaamheden van start gaan, wordt door de initiatiefnemer een nulmeting gedaan. Alle schade die wordt veroorzaakt door de aanleg van het bestemmingsplan, wordt door initiatiefnemer weer gerepareerd of vergoed. Dit is vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Het bestemmingsplan wordt als gevolg van de zienswijze gewijzigd vastgesteld.
Zienswijze 2: Ontvankelijkheid De schriftelijke zienswijze is op 30 januari 2024 tijdig ontvangen, binnen de gestelde termijn. De zienswijze is inhoudelijke onderbouwd en voldoet aan de gestelde eisen. De zienswijze is ontvankelijk. Zienswijze 1. Reclamant geeft aan dat zij door initiatiefnemer niet is geïnformeerd over de terinzagelegging van het bestemmingsplan. 2. Reclamant vraagt zich af of de gemeente Bergen (L) een ruimtelijke visie heeft op het gehele gebied ten zuiden van Bergse Heide (tussen de Rijksweg en Algemene Begraafplaats). 3. Reclamant vraagt zich af hoe de erfgrenzen rond haar perceel worden vormgegeven. 4. Reclamant vraagt zich af hoe er wordt omgegaan met het hoogteverschil tussen de aan haar perceel grenzende percelen. 5. Reclamant geeft aan dat het niet duidelijk is hoe de verkeersafwikkeling zal worden vormgegeven. 6. Reclamant geeft aan dat er niet ontplofte bommen uit de Tweede Wereldoorlog binnen het plangebied kunnen liggen. 7. Reclamant vraagt zich af hoe de financiële haalbaarheid is gegarandeerd. 8. Reclamant wil duidelijkheid over hoe de verdere planfasering eruit ziet.
Reactie 1. Initiatiefnemer is niet verantwoordelijk voor de terinzagelegging van het plan. Dat is de gemeente Bergen (L). De gemeente Bergen (L) heeft de terinzagelegging van het bestemmingsplan bekend gemaakt via de reeds bekende kanalen: gemeentelijke website, Gemeenteblad en Maasduinencourant. Daarmee heeft de gemeente Bergen (L) aan haar
verplichtingen rondom bekendmaking voldaan. 2. Daarvoor wordt aangesloten bij de Omgevingsvisie 2030 van de gemeente Bergen (L) en de visies op gebied van wonen. Binnen de omgevingsvisie is het projectgebied getypeerd als ‘centraal voorzieningencentrum Nieuw Bergen’ en 'mozaïekzone met kleinschalig landschap op overgang van laag- naar middenterras'. Dit geeft de mogelijkheid voor ontwikkelingen op gebied van woningbouw, passend in de omgeving. Het plan voldoet hier aan. 3. Het plan wordt geheel op eigen terrein ontwikkeld. Bestaande erfgrenzen tussen buurpercelen worden gerespecteerd. 4. Het huidige perceel is deels afgegraven, het maaiveld ligt hier lager. Dit zal deels worden opgehoogd tot ongeveer het maaiveld aan de Bergse Heide. Het natuurlijk hoogteverschil blijft verder deels gehandhaafd in het plan. Tuinen zullen natuurlijk aansluiten op de bestaande buurpercelen, waardoor geen nadelig effect voor deze percelen ontstaat. 5. Om de wijk op een goede manier te ontsluiten en de extra verkeersbewegingen op te vangen wordt de bestaande verbinding tussen de Bergse Hei en Oude Bergse Hei opgewaardeerd naar een passende wijkontsluitingsweg. De Bergse Heide wordt tevens fysiek afgesloten voor autoverkeer. Dit wordt gedaan door middel van een paaltje (ongeveer) ter hoogte van Bergse Heide 2.
Aan de andere kant van de Bergse Heide, tussen Bergse Heide 4, 5 en Steenuil 12, wordt ook een fysieke belemmering aangebracht, gecombineerd met een verbodsbord voor autoverkeer. Deze zal waarschijnlijk bestaan uit een zogenaamde ‘carterkiller’. Dit zijn betonnen stenen die in de weg geplaatst worden. Personenauto’s worden door deze maatregel geweerd. Er ontstaat door deze maatregelen een goede ontsluiting vanuit het plan naar de N271. 6. Dit betreft vooral een Arbo-technisch veiligheidsaspect en betreft geen verplichting in het kader van het bestemmingsplan Het (bureau)onderzoek naar niet-gesprongen explosieven (NGE) zal worden uitgevoerd zodra de huidige bovengrondse verstoringen zijn verwijderd, met name metalen hekwerken en gaas. Dit wordt uitgevoerd voor aanvang van het bouwrijp maken van het plangebied als de bodem dieper wordt geroerd. 7. In de toelichting is de economische uitvoerbaarheid van het plan onderbouwd en aangetoond. Ten aanzien van kostenverhaal is een anterieure overeenkomst gesloten tussen gemeente Bergen (L) en de initiatiefnemer. Deze anterieure overeenkomst heeft ter inzage gelegen van 2 april tot en met 14 mei 2024. 8. Het ontwerpbestemmingsplan heeft nu ter inzage gelegen. De ingekomen zienswijzen zijn beantwoordt in deze zienswijzennota. Het plan is daardoor op onderdelen aangepast.
De gemeenteraad zal kennis nemen van deze zienswijzenota en het bestemmingsplan naar verwachting gewijzigd vaststellen. Zie verder bij hoofdstuk 3 in deze zienswijzennota. Het bestemmingsplan hoeft als gevolg van deze zienswijze niet gewijzigd te worden vastgesteld.
Zienswijze 3: Ontvankelijkheid De schriftelijke zienswijze is op 31 januari 2024 tijdig ontvangen, binnen de gestelde termijn. De zienswijze is inhoudelijke onderbouwd en voldoet aan de gestelde eisen. De zienswijze is ontvankelijk. Zienswijze Reclamant geeft aan dat hij niet in zijn agrarische bedrijfsuitvoering beperkt wil worden. Er moeten maatregelen worden genomen met betrekking tot een aanwezige spuitzone.
Reactie Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is mogelijk (en vindt daadwerkelijk plaats) op deze locatie. Om te voorkomen dat dit in de toekomst tot problemen leidt is er tussen partijen een tweeledige afspraak gemaakt. Ten eerste is de meest nabij gelegen gevoelige bestemming gesitueerd op 10 meter van het agrarisch perceel en tevens wordt in deze zone een specifieke driftwerende windsingel aangelegd als buffer. Deze zone is in het bestemmingsplan opgenomen, direct aansluitend aan het agrarische perceel, aangeduid met de bestemming ‘groen’, specifieke aanduiding ‘specifiek vorm van groen – windsingel’. Als tweede is er tussen partijen afspraken gemaakt over het gebruik van het agrarisch perceel zelf, tot maximaal 50 meter breedte direct aangrenzend aan de woningbouwlocatie. Het bestemmingsplan wordt als gevolg van deze zienswijze gewijzigd vastgesteld. Zienswijze 4: Ontvankelijkheid De schriftelijke zienswijze is op 31 januari 2024 tijdig ontvangen, binnen de gestelde termijn. De zienswijze is inhoudelijke onderbouwd en voldoet aan de gestelde eisen. De zienswijze is ontvankelijk. Zienswijze 1. Reclamant zet vraagtekens bij de juistheid van de AERIUS-berekening. 2.
Reclamant geeft aan dat uit de stikstofdepositieberekening die als bijlage is opgenomen bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat stikstofruimte beschikbaar is gekomen door het beëindigen van een veehouderij aan de Aijenseweg 7 te Aijen. De veehouderij is echter al enige tijd gestopt. Uit het rapport blijkt onvoldoende dat de vrijgekomen stikstofruimte niet elders is benut. 3. Reclamant geeft aan dat voor Aijenseweg 7 te Aijen een ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen. Reclamant vraagt af of de stikstofruimte niet reeds gebruikt is. 4. Reclamant geeft aan dat de AERIUS-berekening zoals ter inzage is gelegd niet geheel akkoord is bevonden. 5. Reclamant wil een nulmeting verkeer laten uitvoeren in verband met eventuele schade door bouwverkeer. Ook maakt reclamant zich zorgen over de verkeersveiligheid en wil hij een verkeerscirculatieplan. 6. Reclamant geeft aan vraagtekens te hebben bij het ecologisch onderzoek. Verschillende onderzoeken zijn op één dag gedaan, waardoor de onderzoeken beïnvloed kunnen zijn. 7. Reclamant geeft aan dat er een incident is geweest met een ondergrondse tank, waardoor er grondvervuiling zou zijn ontstaan. Dit is niet teruggekomen in het bodemonderzoek. 8. Reclamant geeft aan dat het waterinfiltratieonderzoek (reken)fouten bevat van infiltratie en buisdiameters 9.
Reclamant geeft aan dat in het verkennend bodemonderzoek geen meetpunt is opgenomen op de plek van een waargenomen hydraulische olielekkage. 10. Reclamant geeft aan dat de locatie van het plangebied ten onrechte wordt gesitueerd in de Centrale Slenk (Oost-Brabant). Reactie 1. Er is op d.d. 29 mei 2024 een gewijzigde AERIUS-berekening gemaakt die uitwijst dat het plan niet leidt tot een significante toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000gebieden (Maasduinen en Boschhuizerbergen). Daarmee is voldoende aangetoond dat het plan past binnen de gestelde kaders en eisen. 2. Er is op 29 mei 2024 een gewijzigde AERIUS-berekening gemaakt die uitwijst dat intern kan worden gesaldeerd. De emissie van de gebruiksfase past geheel in die van de referentiefase. Ook leidt het plan niet tot een significante toename van de stikstofdepositie op
nabijgelegen Natura 2000-gebieden (Maasduinen en Boschhuizerbergen). Er zijn dus geen beperkingen voor de realisatie van het plan.
3. Er is geen sprake van overlap van gebruikte stikstofrechten, vanwege interne saldering, zie hiervoor onder 2. 4. Zie hiervoor het antwoord bij 1, 2 en 3. 5. Voor de werkzaamheden van start gaan, wordt door de initiatiefnemer een nulmeting gedaan. Alle schade die wordt veroorzaakt door de aanleg van het bestemmingsplan, wordt door initiatiefnemer weer gerepareerd of vergoed. Dit is vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Er zal geen verkeerscirculatieplan worden opgesteld voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Het is geen voorwaarde voor vaststelling van dit bestemmingsplan. De reden hiervoor is dat de met dit plan vast te stellen wijkontsluiting, de toename aan verkeer voldoende wordt opgevangen. De wijkontsluiting is passend bevonden. 6. Het ecologisch onderzoek is op 21 mei 2024 geactualiseerd en aangevuld. Daarnaast wordt er nog voor nader onderzoek verricht naar de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen voordat de sloop wordt uitgevoerd. Voor het bestemmingsplanproces is de conclusie van het onderzoek gelijk gebleven. Er zijn geen beperkingen voor de realisatie van het plan. 7. Waarschijnlijk wordt bedoeld dat een aantal jaar geleden heeft een incident heeft plaatsgevonden met een lekkende hydraulische slang. Tijdens incident is circa 3 liter hydraulische vloeistof sterk verspreid over een groter gebied.
De locatie en omvang van de spots is daardoor dermate diffuus dat een geschikte bemonstering niet mogelijk is. De grond die wordt afgevoerd voor het bouwproces zal wel nog worden bemonsterd en gekeurd. Het bodemonderzoek is op 1 april 2024 verder geactualiseerd en aangevuld. Dit heeft geen effect op de conclusie van het onderzoek. Er zijn geen beperkingen voor de realisatie van het plan. 8. Naderhand zijn aanvullende berekeningen ingediend en deze zijn akkoord bevonden. 9. Zie hiervoor het antwoord bij 7. 10. Het bodemonderzoek is op 1 april 2024 geactualiseerd en aangevuld. Dit heeft geen effect op de conclusie van het onderzoek. Er zijn geen beperkingen voor de realisatie van het plan. Het bestemmingsplan hoeft als gevolg van deze zienswijze niet gewijzigd te worden vastgesteld. Zienswijze 5: Ontvankelijkheid De schriftelijke zienswijze is op 1 februari 2024 tijdig ontvangen, want artikel 3:16 Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang gelezen met 6:9 lid 2 Awb bepalen namelijk dat een zienswijze per post op tijd is ingediend op voorwaarde dat de zienswijze niet later dan één week na afloop van de termijn is ontvangen. Dat is hier het geval. De zienswijze is inhoudelijke onderbouwd en voldoet aan de gestelde eisen. De zienswijze is ontvankelijk. Zienswijze 1.
De verbindingsweg tussen Oude Bergse Heide en Bergse Heide is ongeschikt voor de verwerking van 300 voertuigbewegingen per dag. Een beperkte aanpassing is onvoldoende. De Bergse Heide zelf is ook ongeschikt voor een deugdelijke ontsluiting. 2. De agrarische winkel aan de Bergse Heide 3 is al lang weg (29 nov. 2021 verhuisd naar Mosaïque), dus er komt geen verkeer meer op af.
3. Een verkeerskundig onderzoek ontbreekt (naar ontsluiting van het plangebied). De aan de genoemde wegen te nemen maatregelen zijn niet gemotiveerd of verzekerd in het ontwerpbestemmingsplan. Reactie 1. Om de wijk op een goede manier te ontsluiten en de extra verkeersbewegingen op te vangen wordt de bestaande verbinding tussen de Bergse Hei en Oude Bergse Hei opgewaardeerd naar een passende wijkontsluitingsweg. De Bergse Heide wordt tevens fysiek afgesloten voor autoverkeer. Dit wordt gedaan door middel van een paaltje (ongeveer) ter hoogte van Bergse Heide 2. Aan de andere kant van de Bergse Heide, tussen Bergse Heide 4, 5 en Steenuil 12, wordt ook een fysieke belemmering aangebracht, gecombineerd met een verbodsbord voor autoverkeer. Deze zal waarschijnlijk bestaan uit een zogenaamde ‘carterkiller’. Dit zijn betonnen stenen die in de weg geplaatst worden. Personenauto’s worden door deze maatregel geweerd. Er ontstaat door deze maatregelen een goede ontsluiting vanuit het plan naar de N271. 2. Ter plaatse is op dit moment inderdaad geen agrarische winkel meer actief. De winkel is verplaatst om ruimte te maken voor deze ontwikkeling. De huidige bestemming maakt dit gebruik echter nog steeds mogelijk en is dit planologisch vergelijk ten aanzien van de verkeersbewegingen terecht gesteld. 3.
Er is op 29 mei 2024 een nieuwe toelichting met vernieuwde verkeersparagraaf (paragraaf 2.2.2) gemaakt. Deze verkeersparagraaf geeft uitleg over de nieuwe verkeerssituatie. Zie voor de nieuwe verkeerssituatie onder 1. Het bestemmingsplan wordt als gevolg van deze zienswijze gewijzigd vastgesteld. 3 Vervolgprocedure Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is voorzien op 9 juli 2024. Publicatie van het vaststellingsbesluit dient binnen twee weken na vaststelling plaats te vinden. De reden hiervoor is, dat het plan ongewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De beroepstermijn van zes weken vangt aan op de dag na de terinzagelegging van het besluit. Belanghebbenden zijn in de gelegenheid om gedurende de beroepstermijn een beroepschrift in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt in werking op de dag nadat de beroepstermijn is afgelopen. Hierbij geldt het voorbehoud dat wanneer iemand een voorlopige voorziening aanvraagt en deze wordt toegekend, de inwerkingtreding van het plan kan worden geschorst.