CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Catharina Wellerl. appt.4nov2025 Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel een bindend advies te geven op de aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van 24 appartementen in het woningbouwplan 'Catharinastraat Wellerlooi';22.210 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

1 alinea's met “financiën”: 595

Het afkoppelen en vasthouden van hemelwater op locaties waar het niet tot overlast of schade leidt. Groenvoorzieningen inzetten als bergingsvoorziening voor afstromend hemelwater, door de groenvoorziening lager te plaatsen dan de weg en banden eventueel de verlagen. Een aandachtspunt hierbij is de relatie met strooiroutes en de hogere beheer en onderhoudsfrequentie.

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 6 3

Toepassen van waterpasseerbare verharding bij parkeervoorzieningen. Het zo veel mogelijk vervangen van niet-functionele verharding door groen (waar doelmatig) Waar doelmatig speeltuinen inzetten voor waterberging, aandachtspunt hierbij is de kwaliteit van het water (geen afvalwater af laten stromen naar speeltuinen) en het water mag slechts gedurende een korte periode aanwezig zijn. De opgave van het waterschap is om te voldoen aan een beschermingsnorm van 1x per 100 jaar voor bebouwde kernen voor wat betreft inundaties uit het regionale oppervlaktewatersysteem (Nationaal Bestuursakkoord Water). Afhankelijk van een maatschappelijke kosten-baten afweging kan een lagere bescherming worden geboden. De provincie stelt het beschermingsniveau vast.

Omgevingsvergunningfase Als een omgevingsvergunning wordt verleend voor een buitenplanse omgevingsaplanactiviteit, dient er een Watertoets uitgevoerd te worden. Bij elk nieuw project wordt de grondwatersituatie meegenomen in de waterparagraaf. De benodigde maatregelen om grondwaterproblemen te voorkomen worden daarbij vastgelegd in vergunningvoorschriften. De gemeente staat geen bebouwing toe op locaties waar dit vanuit het watersysteem tot schade leidt of beperkingen geeft aan het natuurlijke watersysteem. Het gaat daarbij niet alleen om voorschriften ten aanzien van zetting en drooglegging, maar ook ten aanzien van drainagesystemen en ontwateringsdiepte. Het streven van de gemeente is om bij nieuwbouw 'grondwaterneutraal' te bouwen. Dit houdt in dat het grondwaterpeil niet beïnvloed mag worden.

Beheer rioleringsgegevens bij nieuw aanleg De revisiegegevens van nieuw aangelegde riolering zullen uiterlijk twee weken na de oplevering van een nieuwbouwproject worden verwerkt. Hiermee voldoet de gemeente aan de regels van WIBON. De beheergegevens zijn actueel.

5.9.3

Onderzoek

5.9.3.1 Huidige situatie 5.9.3.1.1 Bestaande situatie bebouwing en verhard oppervlak Bij onderhavig projectgebied zijn er erfverhardingen, bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning met tuin. De oppervlakte van de bestaande erfverharding met gebouwen bedraagt ongeveer de helft van het projectgebied. De te slopen bebouwing heeft een omvang van circa 1800 m2.

5.9.3.1.2 Ligging van beschermingszones, reserveringsgebieden. Het projectgebied heeft ter plaatse van het parkeerkoffer de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterbergend rivierbed' gekregen. Dit betekent dat er slechts medewerking aan bouwplannen kan worden verleend indien: de bebouwing zodanig wordt gesitueerd en uitgevoerd dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk is gewaarborgd; | omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 6 4

geen sprake is van een feitelijke belemmering van de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier (de Maas); de bebouwing zodanig wordt gesitueerd en uitgevoerd dat de waterstandsverhoging dan wel de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; de resterende waterstandseffecten dan wel de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd, waarbij de financiering en tijdige realisering van de maatregelen moet zijn verzekerd; sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de ecologische toestand van het oppervlaktewater niet verslechtert. alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt de rivierbeheerder gehoord. Met het waterstaatswerk wordt gedoeld op de Maas. Ingeval van een overstroming dient er voldoende ruimte te zijn om overtollig water te kunnen laten bergen (bergend vermogen mag niet afnemen). Binnen deze dubbelbestemming zal verharding worden aangelegd, maar er zal geen bebouwing worden gerealiseerd waardoor compensatie niet noodzakelijk is.

5.9.3.1.3 Huidige verwerking hemelwater Het hemelwater wordt dat neerslaat op het erf wordt op eigen terrein geïnfiltreerd. De K-waarde (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het projectgebied bedraagt volgens de kaart inzake de bodemdoorlatendheid (K-waarde) van de gemeente Bergen van het waterschap 1,5 - 10 m/dag.

5.9.3.1.4 Huidige verwerking afvalwater en waterkwaliteit Op dit moment is er geen sprake van afvalwater.

5.9.3.1.5 Aanwezig oppervlaktewater In de omgeving van het projectgebied bevindt zich een primaire waterloop in de vorm van de Looisegraaf en de Zwartbroeksegraaf, zoals ook uit onderstaande uitsnede van de legger van het waterschap blijkt:

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 6 5

Figuur: uitsnede legger

De afstand tot deze waterlopen is dusdanig ruim dat het toevoegen van een woning binnen het projectgebied geen impact heeft op deze waterlopen. Verder ligt een deel van de te slopen bebouwing in de buitenbeschermingszone van een waterkering. De buitenbeschermingszone grenst aan beschermingszone en biedt een lichte bescherming voor de waterkering volgens de keur, maar is voldoende om bijvoorbeeld aanvullende eisen aan ontgrondingen te stellen, aldus het Beheerplan Waterkeringen van het Waterschap Limburg. De waterkering is op de legger geprojecteerd op een locatie waar bestaande woningen zijn gelegen, waardoor het aanbrengen van een dijk illusoir is.

5.9.3.1.6 Grondwaterstanden en maaiveldhoogte Grondwaterstand De bodem bestaat voornamelijk uit middel fijn tot uiterst fijn zand, gemengd met of onderbroken door lagen met klei of zandige klei. De gemiddelde hoogste grondwaterstand ligt tussen de 1,85 en 2,8 m -mv.

Maaiveldhoogte Het maaiveld ligt op een hoogte van gemiddeld 15,4 m boven NAP.

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 6 6

Figuur: uitsnede algemeen hoogtebestand Nederland

5.9.3.2 Toekomstige situatie en waterbergingsopgave 5.9.3.2.1 Beschrijving plan Toekomstige uitbreiding totale verharding: 1090 m2 Nieuw verhard dakoppervlak (vlak): 760 m2 Nieuw verhard dakoppervlak (schuin): 330 m2 Totale verharding wegen (onderverdelen in: wegen, voetpaden, parkeerplaatsen) Nieuwe verharding t.p.v. parkeren, ontsluiting en voetpaden: 1640 m2 (waarvan circa 535 m2 waterdoorlatend zal worden uitgevoerd (grasbetonklinkers)) De tekening van de nieuwe situatie is toegevoegd als Bijlage 1. De omvang van het projectgebied bedraagt circa 3040 m2 voor het appartementengebouw en circa 1375 m2 waar parkeergelegenheid zal worden gerealiseerd. Het gehele afvoerend verhard oppervlak zal worden afgekoppeld en het hemelwater zal infiltreren in de bodem. | omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 6 7

5.9.3.2.2 Hemelwater

Ontwerp nieuw watersysteem

Binnen het projectgebied wordt een appartementengebouw met in totaal 24 appartementen en bijbehorende parkeergelegenheid gerealiseerd. Er vindt een toename van het afvoerend verhard oppervlak plaats van circa 2730 m2 aan nieuwe bebouwing en erfverhardingen. Gelet op het feit dat het gaat om nieuwbouw zal deze geheel afgekoppeld dienen te worden. Ter plaatse van de parkeergelegenheid wordt een waterdoorlatende verhardingslaag (grasklinkers) aangebracht, waaronder wordt voorzien in een hemelwaterabsorberende laag. Bij de bepaling van de capaciteit/kwantiteit van de infiltratievoorziening ten behoeve van de nieuwbouw dient (op basis van de Verordening fysieke leefomgeving 2022 gemeente Bergen) te worden uitgegaan van een neerslaggebeurtenis van 60 mm neerslag/m2 verhard oppervlak. Voor onderhavig project met een afvoerend verhard oppervlak van 2195 m2 betekent dit een volume van 2195 x 0,06 m = 131,7 m3 aan hemelwateropvang. Dit gaat plaatsvinden door middel van infiltratiekratten welke boven de hoogste gemiddelde grondwaterstand worden aangelegd. Voor elke hemelwaterberging geldt op basis van de Verordening fysieke leefomgeving dat deze binnen een termijn van twee dagen weer voor 90% beschikbaar moet zijn. Met deze infiltratievoorziening kan hieraan worden voldaan omdat het opgevangen water langzaam in de bodem zakt.

Zandopvang en bladopvang = zorgt voor emissiereductie. Reiniging 2x per jaar.

Afvalwater Het afvalwater afkomstig van het projectgebied betreft puur huishoudelijk afvalwater dat via de gemeentelijke riolering zal worden afgevoerd. In Nederland wordt per inwoner gemiddeld 125 liter water per dag gebruik, waarvan bijna 100% al afvalwater ook weer in de riolering terecht komt. Binnen het projectgebied worden 24 appartementen gerealiseerd. Uitgaande van een gemiddeld aantal bewoners per appartement van 2,2 (gebaseerd op de meest recente cijfers van het CBS), zullen er binnen het projectgebied 52,8 personen woonachtig zijn, die samen 52,8 x 125 liter = 6600 liter afvalwater produceren. Hierop dient de riolering binnen het projectgebied te worden uitgerust en er dient nagegaan te worden of het gemeentelijke hoofdriool deze extra hoeveelheid afvalwater kan verwerken. Echter, gelet op de leegstaande en voorziene sloop van de bedrijfsbebouwing op de hoek met de Rijksweg-Zuid en een kleine toevoeging van de droogweerafvoer, zou dit geen belemmeringen moeten geven op de capaciteit van de huidige riolering.

Grondwater Het plan is te kleinschalig om van invloed te zijn op grondwater de grondwaterstand; de huidige, niet afgekoppelde bebouwing en erfverharding maakt plaats voor een meer verspreid liggend nieuw afvoerend verhard oppervlak dat geheel infiltreert in de bodem, waardoor, ook al wordt er per saldo extra verharding toegevoegd, de grondwaterstand niet beïnvloed wordt.

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 6 8

Waterkwaliteit & beheer In tegenstelling tot het huidige gebruik (horeca) komt er bij woningen geen bedrijfsafvalwater vrij. Het water dat in de bodem infiltreert is afkomstig van een schoon oppervlak, waardoor dit niets afdoet aan de kwaliteit van het grondwater. De hemelwaterinfiltratievoorzieningen zijn goed bereikbaar met materieel om de kratten of grondkoffers te onderhouden en adequaat beheer uit te voeren.

5.9.4

Conclusie

Vanuit het aspect water en watersystemen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

5.10 Cultureel erfgoed en archeologie In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met binnen of buiten de locatie van de activiteit aanwezig cultureel erfgoed en werelderfgoed.

5.10.1 Wettelijk kader Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Voor de bescherming van het landschap geldt voor Nederland het Europees landschapsverdrag. Dit verdrag erkent dat landschappen een onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving. In artikel 1.2 lid 1 sub g Omgevingswet worden 'landschappen' als onderdeel van de fysieke leefomgeving aangemerkt. Het landschapsbeleid kan door Rijk, provincie of gemeente in een omgevingsvisie zijn vastgelegd.

5.10.2 Onderzoek Archeologie Ten aanzien van archeologie is het uitgangspunt dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Dit vloeit voort uit het Europese Verdrag van Valetta (1992) inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed en de Wet op de archeologische monumentenzorg. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, in principe een inventariserend en waarderend vooronderzoek plaatsvinden. Eventueel

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 6 9

aangetroffen waarden dienen primair ter plekke (in situ) beschermd te worden dan wel - indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is- door een opgraving (ex situ) te worden veilig gesteld. In gebieden met een lage indicatieve archeologische waarde is er een geringe kans op het aantreffen van archeologische waarden. Op 13 november 2012 heeft de gemeenteraad de “Nota Archeologie beleid Bergen” vastgesteld. Hiermee is de Wet op de archeologische monumentenzorg geïmplementeerd in het gemeentelijke beleid. Op basis van de inventarisaties is een archeologisch en cultuurhistorisch verwachtingsmodel opgesteld. Op de archeologische beleidskaart (zie onderstaand) is het projectgebied aangeduid als categorie 3 en voor een klein deel categorie 4.

Figuur: uitsnede archeologische beleidskaart

Categorie 3 betreft gebieden van hoge archeologisch waarde, waarbij een onderzoeksplicht geldt bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 250 m2. Categorie 4-gebieden hebben een hoge archeologisch verwachting, waarbij een onderzoeksplicht geldt bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 250 m2. Als gevolg van deze archeologische verwachtingswaarde is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Op 3 september 2025 is het archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door Econsultancy BV. Hierin is het volgende geconstateerd en geadviseerd: 'Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek: Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting is er een hoge kans op het aantreffen van archeologische indicatoren uit alle archeologische perioden. Resultaten inventariserend veldonderzoek: De aangetroffen bodemopbouw is in boringen 2 tot en met 6 een omgewerkte bodem tot 0,70 – 1,20 m -mv met hieronder een C-horizont van dekzandafzettingen. In boring 1 is gestuit op puin, wat de aanwezigheid van resten van bebouwing uit de vroege 19e eeuw kan aangeven. Conclusie | omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 7 0

De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek grotendeels voor de vroegere archeologische perioden ontkracht. Echter, op het historisch kaartmateriaal is te zien dat in het oostelijke gedeelte van het projectgebied al in 1817 bebouwing aanwezig was. Daarom wordt geadviseerd in het oostelijke gedeelte van het projectgebied een vervolgonderzoek uit te voeren. Voor het overige gedeelte kan de verwachting voor alle perioden worden bijgesteld naar laag.'

Het archeologisch onderzoek is als bijlage 8 aan de planstukken toegevoegd. Voor de realisatie van de 24 appartementen vormt het aspect archeologie derhalve geen belemmering.

Cultuurhistorie De provincie Limburg hecht veel waarde aan de cultuurhistorie van de provincie. De provincie wil dan ook dat er verstandig omgegaan wordt met cultuurhistorische bouwwerken en landschappen. In de Provinciale Omgevingsvisie is derhalve opgenomen dat het behouden, ontwikkelen en beheren van beschermde historische bouwwerken, hoofdlijnen van jonge en oude cultuurlandschappen en historische landschapselementen moet worden nagestreefd. Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan (en andere ruimtelijke besluiten) opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op onderstaande provinciale kaart zijn de cultuurhistorische waarden van de gronden rondom het projectgebied in beeld gebracht. Zowel de N271 als de Beekstraat en het doorgaande deel van de Catharinastraat zijn gekenmerkt als historisch waardevolle wegen. Het pand Rijksweg-Zuid 29 staat op de Monumenten Inventarisatielijst.

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 7 1

Figuur: Cultuurhistorischewaardenkaart

In het Landschapsplan van de gemeente Bergen (L.) zijn diverse landschapselementen beschreven. Als kenmerkende en in principe te behouden cultuurhistorische landschapselementen kunnen in Bergen de volgende componenten worden genoemd: elementen uit de archeologie, zoals Celtic fields en oude nederzettingen; de begrenzingen van velden en kampen; oude ontginnings- en perceelsgrenzen; oude wegtracé’s, veldwegen en dergelijke; bomen die al relatief oud zijn; bijvoorbeeld meer dan 100 jaar; veldkruisen en kleine kapellen. Op onderstaande uitsnede van deze cultuurhistorische waardenkaart is te zien dat het projectgebied deels is gelegen op een oude akker en dat de bomenrij welke haaks op het projectgebied staat, meer dan 100 jaar oud is..

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 7 2

Figuur 23: Landschappelijke elementen uit cultuurhistorischewaardenkaart gemeente Bergen (2017)

Op deze restanten van de oude akker rust op basis van het vigerende bestemmingsplan deels de bestemming Gemengd met de aanduiding 'parkeerterrein'. De voorgenomen ontwikkeling heeft gezien de aard van de ontwikkeling en de op grotere afstand gelegen gemeentelijke- en Rijksmonumenten geen substantieel negatieve invloed op cultuurhistorisch waardevolle elementen. Wel zou het de voorkeur hebben om, indien mogelijk, in de bouwplannen een zichtlijn aan te brengen op de cultuurhistorisch waardevolle bomenrij. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

5.10.3 Conclusie Vanuit het aspect cultureel erfgoed en archeologie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 7 3

5.11 Onontplofte oorlogsresten 5.11.1 Algemeen Ingeval een planologische maatregel nieuwe bebouwing en/of gebruiksmogelijkheden tot gevolg heeft, dient rekening te worden gehouden met het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten (OO) uit de Tweede Wereldoorlog. Indien er OO aanwezig zijn in de bodem van het te onderzoeken gebied, dan bestaat de mogelijkheid op een ongecontroleerde explosie van een of meerdere OO. Op basis van de Arbo-wetgeving en de Openbare Orde en Veiligheid dienen alle risico's voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden in kaart te worden gebracht waarbij de risico's zoveel mogelijk moeten worden ingeperkt.

5.11.2 Onderzoek In casu zullen er grondroeringen plaatsvinden, omdat er zal worden gegraven en gebouwd. Om deze redenen is een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten noodzakelijk voordat er met grootschalige grondroeringen zal worden gestart. Initiatiefnemer zal er zorg voor dragen dat dit onderzoek plaatsvindt voordat verdere veldwerkzaamheden van start gaan.

5.11.3 Conclusie Na het detectieonderzoek naar ontplofbare oorlogsresten in het kader van de Arbo-wetgeving, kan het projectgebied worden vrijgegeven.

5.12 Bedrijfsmatige activiteiten 5.12.1 Zonering Bedrijven kunnen hinder opleveren voor gevoelige functies, zoals woningen. Daarom is het belangrijk voldoende afstand aan te houden. Wat voldoende afstand is, is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid. Meestal is geluid de belangrijkste factor. Soms is juist de geurhinder, stofhinder of veiligheid (door opslag van gevaarlijke stoffen) bepalend voor de afstand tot gevoelige functies. Gemeenten kunnen deels zelf bepalen wat aanvaardbare afstanden of aanvaardbare geluid- of geurhinderniveaus zijn. Daarbij moeten zij wel rekening houden met de landelijk geldende regels. Bij het toelaten van bedrijven is het van belang dat er geen onaanvaardbare hinder ontstaat voor de omgeving. Bijvoorbeeld door geluid, externe veiligheid of geur. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft hiervoor de handreiking Milieuzonering nieuwe stijl opgesteld. Kern van deze publicatie is om de toelating van bedrijven te reguleren op basis van een voor een locatie beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieuwaarden. Deze handreiking wordt ook gebruikt om te concluderen of woningen gerealiseerd kunnen worden op een locatie zonder overlast te ervaren van omliggende functies.

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 7 4

5.12.2 Onderzoek Invloed omliggende functies op project Het projectgebied ligt tussen de kern van Wellerlooi en de N271. De woonfunctie wordt afgewisseld met enkele glastuinbouwbedrijven, niet-agrarische bedrijven, horeca en een camping. Dit maakt dat er sprake is van gemengd gebied. Als gevolg van onderhavig project zal ter plaatse van de bestemming Gemengd, woningbouw plaatsvinden. In een straal van 100 m vanaf het projectgebied zijn de volgende bedrijven gelegen: adres

soort bedrijf

richtafstand

afstand tot projectgebied

Rijksweg-Zuid 31

garagebedrijf

30 m

32 m

Rijksweg-Zuid 14

horeca

0 m (FM)

20 m

Catharinastraat 1a

transformatorhuisje*

0 m (FM)

5m

* Transformatorhuisjes zijn onderdeel van het elektriciteitsnetwerk. De transformator in het huisje zet elektriciteit met middenspanning (meestal 10

kilovolt) om in laagspanning van 230 volt. Elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA vallen onder miiueucategorie 2. 10 kilovoltampère staat gelijk aan 0,01 MVA, hetgeen betekent dat de impact van een transformatorhuisje te verwaarlozen is en de richtafstand tot 0 kan worden gereduceerd.

Hieruit kan worden geconcludeerd dat omliggende functies geen belemmering vormen voor de nieuwe appartementen; er valt géén milieuzone over het projectgebied. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

5.12.3 Conclusie Er kan derhalve worden gesteld dat qua milieuzonering sprake is van een evenwichtige toedeling van functies.

5.13 Milieu effect beoordeling 5.13.1 Wettelijk kader Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag om een Bopa volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit.

5.13.2 Project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 7 5

waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan.

5.13.3 Project-mer-beoordeling Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten, bedoeld in artikel 16.43, tweede lid, van de wet, met de bijbehorende motivering op in het besluit en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het besluit (artikel 11.11, lid 2 Omgevingsbesluit).

Motivering van de beslissing (art. 11.11 lid 3 Omgevingsbesluit) In de motivering van de beslissing wordt in ieder geval verwezen naar: de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn; en als is beslist dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt: 1. de kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid, als degene die voornemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en 2. het moment waarop die maatregelen moeten zijn gerealiseerd.

5.13.4 Onderzoek In het voorliggende geval is sprake van een "Stedelijk ontwikkelingsproject". Hiervoor geldt geen mer-plicht, maar wel de mer-beoordelingsplicht. Dit "stedelijk ontwikkelingsproject" is echter relatief klein zodat het weinig effecten voor het milieu op zal opleveren, dus is een mer-beoordeling niet nodig. Overigens worden alle relevante milieuaspecten ook aan de orde gesteld in onderhavige ruimtelijke onderbouwing, zodat de milieueffecten op die manier altijd afdoende worden beoordeeld.

5.13.5 Conclusie Uit het bovenstaande is gebleken dat er geen mer-plicht geldt voor het onderhavige project en dat de effecten op het milieu zo summier zullen zijn dat een mer-beoordeling niet nodig is.

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 7 6

Hoofdstuk 6 Beperkingengebied Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. De Omgevingswet verplicht Rijk en provincie om beperkingengebieden aan te wijzen, zoals zones rond wegen, hoofdspoorwegen, waterkeringen, rijkswegen en vaarwegen. Binnen deze beperkingengebieden gelden beperkingen voor activiteiten van derden.

Een deel van de parkeerkoffer binnen het projectgebied is gelegen in een beperkingengebied als bedoeld in paragraaf 6.2.8 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal):

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 7 7 Figuur: ligging projectgebied binnen beperkingengebied rondom de Maas

Het bouwen, veranderen of slopen van bouwwerken is aangewezen als een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk. Het bouwen van een gebouw met een oppervlakte van meer dan 30 m2 en/of voorzien van een vaste fundering is een vergunningplichtige activiteit op basis van artikel 6.17 van het Bal. Binnen het bebouwd gebied stelt het Rijk zich ten doel om de volgende structurerende keuzes te maken om te voorkomen dat onomkeerbare ongewenste situaties ontstaan die de ongehinderde doorstroming van de Maas zouden kunnen belemmeren: De risico’s van overstromingen, wateroverlast, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid zijn bepalend bij de locatiekeuze en inrichting van woningbouw. Hiermee wordt voorkomen dat nieuwbouw wordt gerealiseerd op locaties die achteraf minder wenselijk blijken. Locaties waar in de toekomst ruimte nodig is voor waterberging, rivierafvoer en toekomstige dijkversterkingen worden niet(meer) voor bebouwing. De maatlat voor een klimaatadaptieve en natuurinclusieve bebouwde omgeving wordt toegepast. Daarmee worden gebieden klimaatbestendiger ontwikkeld. De bodem wordt zo min mogelijk afgedekt; hierdoor wordt we buiten het bebouwd gebied goede landbouwgrond behouden, wordt hittestress gereduceerd en wordt waterinfiltratie binnen het bebouwd gebied bevorderd.

Zoals eerder aangehaald in paragraaf 1.3 van deze ruimtelijke onderbouwing worden binnen het beperkingengebied geen vergunningplichtige activiteiten op basis van artikel 6.17 van het Bal uitgevoerd. Derhalve is er geen compensatieplicht; de doorstroming van de Maas is niet in het geding.

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 7 8

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1

Economische uitvoerbaarheid

7.1.1

Financieel economische haalbaarheid

De realisatie van het project geschiedt voor rekening van initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. De te ontwikkelen gronden zijn in eigendom van initiatiefnemer en zijn niet belast met beperkt zakelijke rechten van derden.

7.1.2

Kostenverhaal

Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt in het concrete geval plaats door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Dat zijn: • aangewezen bouwactiviteiten • aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Omgevingsbesluit (Ob) voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst).

Voor onderhavig project zal een overeenkomst worden afgesloten met de gemeente Bergen in verband met het kostenverhaal.

7.1.3

Nadeelcompensatie

Indien een omgevingsvergunning wordt verleend op grond waarvan schade wordt veroorzaakt, dan is artikel 4.5 Awb van toepassing. Het bevoegd gezag sluit met initiatiefnemer een overeenkomst tot verhaal van de kosten aan nadeelcompensatie welke rechtstreeks te herleiden zijn tot de omgevingsvergunning.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1

Participatie

Op 13 december 2022 is al met omwonenden gesproken over onderhavig initiatief. Van deze omgevingsdialoog is een verslag opgesteld dat ter hand is gesteld aan de gemeente Bergen. De reacties hebben geleid tot bijschaving van het project ten aanzien van parkeren, verkeersveiligheid en privacy waarborging.

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 7 9

7.2.2

Vaststellingsprocedure

De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend omgevingsplan. Op de onderhavige aanvraag is conform artikel 16.62 van de Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken. In sommige gevallen kan het college echter wel bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de uitgebreide procedure op basis van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaren. In casu is de uitgebreide procedure niet van toepassing verklaard.

7.2.3

Bezwaar/Beroep

De mogelijkheid van bezwaar komt alleen in de reguliere procedure voor. Het bezwaar dient ingediend te worden bij het bevoegd gezag dat het besluit heeft genomen. Wanneer iemand het niet eens is met het besluit op dat bezwaar, kan hij of zij nog in beroep gaan. In de uitgebreide procedure is bezwaar niet nodig. Daar bestaat namelijk de mogelijkheid om zienswijzen tegen het ontwerpbesluit in te dienen. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. In beginsel zal de rechtbank zich hierover buigen. Daarna kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Belanghebbenden kunnen, hangende het bezwaar of beroep, eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de omgevingsvergunning.

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

Pagina | 8 0

Hoofdstuk 8 Belangenafweging 8.1

Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl) Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoofdstuk 4). De vraag bij de vergunningverlening is of het initiatief – de gevraagde activiteit - leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 4, 5, 6 en 7).

8.2

Conclusie

Uit onderhavige ruimtelijke onderbouwing blijkt dat, ten aanzien van alle beschouwde aspecten, de algehele conclusie getrokken kan worden dat het realiseren van 24 appartementen een passende en wenselijke ontwikkeling is.

| omgevingsvergunning Catharinastraat Wellerlooi appartementen | status: ontwerp |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16226066/1