CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Catharina Wellerl. appt.4nov2025 Bijlagen Bijlage 7 Verantwoording groepsrisico

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel een bindend advies te geven op de aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van 24 appartementen in het woningbouwplan 'Catharinastraat Wellerlooi';2.668 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

Beusmans&Jansen BSM017 11 september 2025

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

Beusmans&Jansen BSM017 20250911-BSM017-RAP-EV 1.0 Definitief 11 september 2025

Opsteller: PC

-+C0PC+-

Verificatie: RvH T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

© 2025 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

-+R0RvH+-

Validatie: RvH

-+V0RvH+-

INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2 2.3 2.4

Plaatsgebonden risico.................................................................................................................................................. 5 Aandachtsgebieden..................................................................................................................................................... 5 Voorschriftengebieden ................................................................................................................................................. 6 Belemmeringengebied buisleidingen gevaarlijke stoffen ..................................................................................................... 6

3.1 3.1.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.4.1 3.4.2 3.5 3.6

Ligging plangebied ..................................................................................................................................................... 7 Te verwachten risico’s ................................................................................................................................................. 8 Brandaandachtsgebied ................................................................................................................................................ 8 Bestrijding calamiteit................................................................................................................................................... 8 Zelfredzaamheid ........................................................................................................................................................ 9 Explosieaandachtsgebied ............................................................................................................................................. 9 Bestrijding calamiteit................................................................................................................................................... 9 Zelfredzaamheid ........................................................................................................................................................

9 Gifwolkaandachtsgebied ............................................................................................................................................ 10 Bestrijding calamiteit................................................................................................................................................. 10 Zelfredzaamheid ...................................................................................................................................................... 10 Risicocommunicatie .................................................................................................................................................. 10 Tot slot .................................................................................................................................................................. 11

3

1

INLEIDING In opdracht van Beusmans&Jansen is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van een woningbouwplan aan de Catharinastraat te Wellerlooi, binnen de gemeente Bergen. Voor het plan dient een ruimtelijke procedure doorlopen te worden. Binnen omgevingsveiligheid is externe veiligheid één van de te beschouwen aspecten. De ligging van het plangebied (rode arcering) is in de onderstaande afbeelding weergegeven.

Afbeelding 1

Globale ligging plangebied (bron: PDOK)

In het kader van het onderzoek naar het planvoornemen dienen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Externe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes (weg, spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen.

4

2

WETTELIJK KADER

2.1

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans op overlijden van een onbeschermd en continu aanwezig persoon buiten de begrenzing van de locatie waar een activiteit wordt verricht, als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit. Voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties betreft de kans van 1 op de 1.000.000 (PR 10-6) een grenswaarde, met uitzondering van kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen op een locatie die parallel aan een tunnel is gelegen of boven een tunnel waardoor het vervoer van brandbare gassen in bulkhoeveelheden en ontplofbare stoffen niet is toegestaan. Voor de afstanden wordt verwezen naar bijlage VII behorende bij het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In artikel 5.9 van het Bkl wordt aangegeven tot waar deze afstanden gelden.

2.2

Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aandachtsgebieden zijn een kenmerk van een activiteit met externe veiligheidsrisico’s. Er zijn drie typen aandachtgebieden die onderscheid maken tussen drie gevaren: Brandaandachtsgebied (BAG) is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een plasbrand of fakkelbrand, de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m² is Explosieaandachtsgebied (EAG) is de locatie begrens door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot: a. een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie (BLEVE) de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m² is b. een explosie, anders dan onder a, de overdruk ten hoogste 10 kPa is. Gifwolkaandachtsgebied (GAG) is de locatie begrens door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een gifwolk, personen in een gebouw overlijden door blootstelling aan ten hoogste bij ministeriële regeling vastgestelde concentratie van een gevaarlijke stof gedurende een daarbij aangegeven periode.

Voor wegen, spoorwegen en binnenwateren zijn bij ministeriële regeling de navolgende afstanden aangewezen voor het aandachtsgebied: Brandaandachtsgebied: 30 meter Explosieaandachtsgebied: 200 meter Gifwolkaandachtsgebied: 300 meter Voor een overzicht van de aan te houden afstanden voor de overige activiteiten met vastgestelde afstanden wordt verwezen naar bijlage VII van het Bkl. Binnen het aandachtsgebied moet rekening gehouden worden met het groepsrisico. Hierbij gaat het om de kans dat 10 personen of meer per jaar overlijden als rechtstreeks gevolg van een incident binnen een aandachtsgebied. Gewaarborgd dient te worden dat maatregelen getroffen zijn ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties of dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die personen aanwezig zijn beperkt is.

5

2.3

Voorschriftengebieden Binnen een aandachtsgebied kunnen door gemeenten voorschriftengebieden aangewezen worden. In dit deel van het aandachtgebied gelden aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. Locaties voor zeer kwetsbare gebouwen in een brand- of explosieaandachtsgebied moeten altijd aangewezen worden als voorschriftengebied. De aanvullende bouweisen gelden niet voor bestaande gebouwen die binnen een voorschriftengebied liggen. De maatregelen voor brand- en explosievoorschriftengebieden zijn opgenomen in paragraaf 4.2.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

2.4

Belemmeringengebied buisleidingen gevaarlijke stoffen Een belemmeringengebied buisleiding is het gebied aan weerszijden van een buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding, tot een afstand van: 5 meter; 4 meter, als door de buisleiding aardgas vervoerd wordt, met een druk van 1.600 tot en met 4.000 kPa. Binnen deze afstand is het niet toegestaan kwetsbare gebouwen, tenzij die een functionele binding hebben met de buisleiding, of zeer kwetsbare gebouwen te realiseren.

6

3

UITWERKING EXTERNE VEILIGHEID

3.1

Ligging plangebied Met de uitwerking van het aspect externe veiligheid wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Binnen het plan is het voornemen de bestaande bebouwing, een horecavoorziening, te slopen en 31 woningen te realiseren. Het betreft bij de nieuwbouw zowel de realisatie van grondgebonden woningen als appartementen. Op grond van de gegevens van de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) zijn in de huidige situatie 15 personen in de dagperiode en 8 personen in de nachtperiode aanwezig. In de toekomstige situatie is het voornemen om 31 woningen te realiseren. Op grond van het kengetal voor wonen van 2,4 personen per woning, met een aanwezigheid van 50% in de dag- en 100% in de nachtperiode, zullen binnen het plangebied 37,2 personen in de dagperiode en 74,4 personen in de nachtperiode aanwezig zijn. Ten aanzien van de personendichtheid betekent dit een marginale toename van 4 pers./ha in de huidige situatie (dag- en nachtperiode) naar 5 personen/ha (dag- en nachtperiode). Uit een inventarisatie is gebleken dat het plangebied grenst aan de provinciale weg N271. Op de Atlas Leefomgeving zijn eventuele aandachtsgebieden van deze provinciale weg niet opgenomen.

Op grond van informatie van de Veiligheidsregio Limburg Noord blijkt dat over deze N271 brandbare vloeistoffen (LF1 en LF2), toxische vloeistoffen (LT1 en LT2) en brandbare gassen (GF3) vervoerd worden. Op grond van de afstand tussen de weg en de bebouwing binnen het plan zijn zowel het brand-, het explosieen het gifwolkaandachtsgebied relevant voor het plan. Overige risicobronnen zijn niet relevant voor de planvorming, aangezien het aandachtsgebied van deze bronnen niet reikt tot aan het plan. In de onderstaande afbeelding is de globale ligging van het plangebied ten opzichte van de risicobronnen weergegeven, waarbij opgemerkt wordt dat aandachtsgebieden als gevolg van de N271 niet op deze kaart zijn opgenomen.

Afbeelding 2 Leefomgeving)

Globale ligging plangebied (rode omlijning) ten opzichte van de risicobronnen (bron: Atlas

7

3.1.1

Te verwachten risico’s De bebouwing binnen het plangebied ligt op circa 15 meter van de N271. Op grond van informatie van de Veiligheidsregio kent deze weg geen PR 10-6 risicocontour, waardoor dit aspect geen belemmering vormt voor de planvorming. Uitgaande van de transportgegevens voor het beoogde deelgebied, is sprake van een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied als gevolg van het transport van brandbare gassen over deze provinciale weg. In de navolgende afbeelding is het explosieaandachtsgebied ten opzichte van de planvorming weergegeven.

3.2

Brandaandachtsgebied Zoals reeds genoemd ligt het plangebied deels binnen het brandaandachtsgebied als gevolg van het transport van brandbare stoffen over de N271. In de onderstaande afbeelding is de ligging van het plan ten opzichte van het brandaandachtsgebied weergegeven.

Afbeelding 3 Architectuur)

Ligging BAG ten opzichte van plangebied (bron: Locatie Taste&Go Wellerlooi, Driessen

Uit de bovenstaande afbeelding blijkt dat 18 woningen binnen het brandaandachtsgebied liggen. Met name voor deze woningen is het van belang dat aanwezige personen zo snel als mogelijk het rampgebied kunnen verlaten bij een incident, afzijdig van de bron. Hiervoor dienen de vluchtmogelijkheden in de verdere planuitwerking geoptimaliseerd te worden.

3.2.1

Bestrijding calamiteit Voor de bestrijding van een calamiteit is ook bij een transportroute de inrichting van het gebied van belang. De beheersbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om haar taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Hierbij hanteert de brandweer richtlijnen zoals beschreven in de publicatie “Handreiking bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019” van Brandweer Nederland. Uit voorgenoemde handreiking volgt het advies dat het plangebied goed bereikbaar moet zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen, waardoor in geval van calamiteiten het plangebied bereikbaar is.

8

3.2.2

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Indien sprake is van een calamiteit is binnen het brandaandachtsgebied schuilen de beste optie. Vluchten kan indien er sprake is van voldoende afscherming. In de voorliggende situatie is vluchten afzijdig van de risicobron goed mogelijk, indien in de verdere planuitwerking voor voldoende vluchtwegen aan de risicoluwe zijde wordt gezorgd.

3.3

Explosieaandachtsgebied Zoals reeds genoemd in hoofdstuk 3.1.1 ligt het plangebied volledig binnen het explosieaandachtsgebied van de N271. In de navolgende paragrafen zal verder ingegaan worden op de aspecten bestrijding, zelfredzaamheid en risicocommunicatie.

3.3.1

Bestrijding calamiteit Een explosie als gevolg van een koude BLEVE1 is niet te bestrijden omdat de tankwagen meteen explodeert. Gezien de snelle ontwikkeltijd zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. De effectbestrijding zal daarom gericht zijn op het bestrijden van secundaire branden. Voor het voorkomen van een warme BLEVE dient een aangestraalde tankwagen tijdig te worden gekoeld en de brandhaard te worden geblust. De beheersbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om haar taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Hierbij hanteert de brandweer richtlijnen zoals beschreven in de publicatie “Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019” van Brandweer Nederland. Uit voorgenoemde handreiking volgt het advies dat het plangebied goed bereikbaar moet zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen, waardoor in geval van calamiteiten het plangebied bereikbaar is. Deze wegen zijn aanwezig.

3.3.2

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Binnen het onderhavige plan worden geen functies voorzien specifiek voor minder zelfredzame personen. Het plan omvat de realisatie van woningen. Indien toch minder zelfredzame personen aanwezig zijn bij een calamiteit, zullen deze personen met hulp van de aanwezige zelfredzame personen in veiligheid gebracht worden. Binnen het explosieaandachtsgebied is vluchten het uitgangspunt waarbij gerealiseerd dient te worden dat indien daadwerkelijk een explosie dreigt, de vluchttijd bijzonder kort is. Feit blijft dat in geval van een calamiteit een vroegtijdige alarmering van levensbelang is om ervoor te zorgen dat de aanwezigen veilig kunnen vluchten. De mogelijkheden om te kunnen vluchten nemen toe door (nood)uitgangen en vluchtroutes zoveel mogelijk loodrecht van de risicobron af te richten. Vluchtroutes dienen duidelijk te worden aangeduid.

1

BLEVE is een afkorting voor “Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion” (kokende vloeistof-gasexpansie-explosie). Er bestaat een koude en een warme BLEVE. Bij een koude BLEVE explodeert de tank meteen. Bij een warme BLEVE explodeert de tank als gevolg van een brandhaard

9

In de verder planuitwerking dient aandacht te zijn voor de ontvluchting van de appartementen. Aan de achterzijde dienen voldoende vluchtmogelijkheden gerealiseerd te worden, zodat personen in de luwte van het gebouw in oostelijke richting, afzijdig van de bron kunnen vluchten via de Catharinastraat.

3.4

Gifwolkaandachtsgebied Zoals reeds genoemd in hoofdstuk 3.1.1 ligt het plan volledig binnen het gifwolkaandachtsgebied als gevolg van de N271. Onderstaand worden de aspecten beheersbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid nader beschouwd.

3.4.1

Bestrijding calamiteit Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen op de weg kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Hiertoe dienen voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te zijn. De aanwezigheid van bluswatervoorzieningen binnen het plangebied is met het oog op een toxisch scenario niet relevant. Ook ten aanzien van de bereikbaarheid is bij een toxisch scenario met name de bereikbaarheid van de risicobronnen, in dit geval de weg, maatgevend. De inrichting van het plangebied heeft geen invloed op de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen ter plaatse van de risicobron.

3.4.2

Zelfredzaamheid Reeds gebleken is dat het plan de realisatie van woningen omvat. Indien minder zelfredzame personen aanwezig zijn, is het uitgangspunt dat zij met hulp van zelfredzame personen in veiligheid gebracht worden. Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld. Aangenomen wordt dat personen die zich binnen in een van de buitenlucht afgesloten ruimte bevinden een 10 keer zo lage kans hebben te overlijden als personen die zich buiten bevinden (PGS 3). Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident op de weg is te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Om personen goed te kunnen beschermen tegen de effecten van een giftige gaswolk dienen ramen en deuren dan ook goed gesloten te kunnen worden. Aangezien het nieuwbouw betreft, is het uitgangspunt dat op grond van de vigerende bouwregelgeving voldoende aandacht geschonken wordt aan naad- en kierdichting, zodat de ruimten zo goed als mogelijk luchtdicht zijn.

Gezien de ligging binnen het gifwolkaandachtsgebied dient op grond van artikel 4.124 van het Besluit bouwwerken leefomgeving een mechanisch ventilatiesysteem toegepast te worden dat handmatig uitgeschakeld kan worden. Indien desalniettemin bij een toxische wolk wordt besloten het gebied te ontruimen, is het van belang dat personen haaks op de wolk kunnen vluchten. Hiervoor is het nodig dat er haaks op elkaar staande vluchtwegen beschikbaar zijn, die van de bron af gericht zijn. Deze wegen zijn aanwezig.

3.5

Risicocommunicatie In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident, gebaseerd op het eerder genoemde scenario). In geval van een calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Vluchtroutes dienen zichtbaar en duidelijk te worden aangeduid. De invulling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheidsregio’s door het bestuur van de Veiligheidsregio’s uitgevoerd te worden. De Veiligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeenten hierin in voorbereiding op een alarmering bij rampen.

10

3.6

Tot slot In deze rapportage zijn elementen aangedragen die de gemeenteraad kan gebruiken bij de oordeelsvorming inzake de omgevingsveiligheid voor het aspect externe veiligheid ten aanzien van het planvoornemen. De gemeente Bergen dient in het kader van de ruimtelijke procedure advies in te winnen bij de Veiligheidsregio en een standpunt in te nemen aangaande de externe veiligheid.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16226052/1